Machiavelli en de machtsspelen aan de top van de hiërarchie



Dovnload 181.83 Kb.
Pagina4/6
Datum20.08.2016
Grootte181.83 Kb.
1   2   3   4   5   6

5. Onderliggend psychologisch inzicht


Denkend over macht en handelend in de diplomatieke dienst, heeft Machiavelli een enorm psychologisch inzicht verworven dat pagina na pagina indruk blijft maken. Vaak voel je je betrapt als je hem leest64.

In zijn psychologie valt vooral op het al genoemde onderscheid dat hij maakt tussen ‘zijn’ en ‘schijn’. Machiavelli is zich uiterst bewust dat in machtsrelaties gemakkelijk een tegenstelling kan ontstaan tussen ‘zijn’ en ‘schijn’, en dat hierdoor mensen je niet zo zullen behandelen als jijzelf, als weldenkend mens, zou verwachten65. Hierop baseert zich zijn grote gevoel voor het paradoxale66. Zijn interesse in de verschillen tussen ‘zijn’ en ‘schijn’ leert hem ook de relevantie van minder bewuste psychologische fenomenen waarderen: vaak zijn we ons niet zo bewust van eigen drijfveren en opvattingen, en denken wij zo te zijn als wij schijnen, en dat zou wel eens met onze jeugd en opvoeding te maken kunnen hebben67. Dit zorgt ervoor dat wij blind zijn voor de soms minder bewuste oorsprong van onze emoties68, dat we ons zonder het te weten laten verteren door onze onverzadigbare verlangens69 en onze afgunst70; en dat we geneigd zijn tot de projectie van eigen drijfveren bij anderen71.



Een aardig voorbeeld is onze geneigdheid om te dwepen met het verleden72, iets dat Machiavelli zelf zeker niet vreemd is gezien zijn verheerlijking van de Romeinse staatkunde. En onze geneigdheid om ook over het heden vooringenomen te zijn en vaak te gemakkelijk tevreden te zijn als wij daarin iets vinden dat ons aanstaat73. Dergelijke inzichten werden pas in de twintigste eeuw weer actueel in de psychologie.


Citatenselectie 9

Machiavelli’s inzicht in de werkingen van onze geest: onze paradoxale verlangens en ons gebrek aan inzicht in wat ons werktelijk beweegt

64 Ik had dat bijvoorbeeld bij: (1) En het ligt in de aard van de mensen zich evenzeer verplicht te voelen door de weldaden die zij bewijzen als door de weldaden die zij ontvangen. [P X.4] (2) Gelasterd wordt er meer naarmate er minder wordt aangeklaagd, en naarmate er in de organisatie minder plaats voor aanklachten is ingeruimd. [D I.8] (3) Mensen komen vaak bedrogen uit als ze denken arrogantie met inschikkelijkheid te kunnen beteugelen. [D II.14]

65 Men kan hieruit een algemene regel afleiden, welke altijd of bijna altijd opgaat, dat namelijk degene die maakt dat iemand anders machtig wordt, zelf daarvan de dupe wordt. Want dat de één een dergelijke machtspositie verwerft, is het gevolg van intelligent of krachtdadig optreden van de ander. En beide eigenschappen zijn verdacht in de ogen van iemand die machtig is geworden. [P III.14]

66 Nog vier voorbeelden: (1) Laster is verfoeilijk, in vrije steden en in elke andere politieke orde; geen enkel probaat middel mag onbenut blijven om die de kop in te drukken. Het beste bestrijdingsmiddel is een zo ruim mogelijke gelegenheid tot het indienen van aanklachten. [D I.8] (2) Wie een reeds lang bestaande politieke orde in een vrije organisatie wil veranderen, dient de oude structuren althans voor het oog te laten voortbestaan. [D I.25] (3) En inderdaad bestaat er geen betere methode om bezit te consolideren dan volledige vernietiging. [P V.2] (4) En zo verkrijgt men dingen veelal sneller en met minder risico’s of investeringen door ze de rug toe te wenden, dan door ze met alle macht en hardnekkigheid na te jagen. [IF II.38]

67 Het maakt namelijk een groot verschil of een kind van jongs af aan goed of slecht over iets hoort praten: dat drukt onvermijdelijk een stempel op hem, en is bepalend voor de keuzes die hij gedurende zijn hele verdere leven maakt. [D III.46]

68 Als een vorst of republiek vreest voor een opstand onder de onderdanen, dan dient allereerst gesteld te worden dat deze vrees wortelt in haatgevoelens bij diezelfde onderdanen. [D II.24]

69 De ambitie van de mensen klimt steeds hoger; eerst probeert men de eigen positie veilig te stellen, en vervolgens ondermijnt men die van de ander. [D I.46]

Daarbij komt dat de verlangens van een mens onverzadigbaar zijn, want de natuur stelt hem in staat om van alles en nog wat te verlangen, maar de fortuin willigt maar weinig van die verlangens in. Daarom is een mens voortdurend ontevreden, en vervelen hem de dingen die hij heeft. En zo komt het dat men het heden verfoeit, het verleden verheerlijkt, en hoopvol uitziet naar de toekomst, zonder dat voor dit alles een tastbare reden bestaat. [D II.Voorwoord]

Hoe dichter een mens geraakt bij de vervulling van een begeerte, des te hartstochtelijker begeert hij; en des te feller wordt hij gekweld naarmate de vervulling uitblijft. [Clizia 1.2 (1506)]

De mensen zijn veel trager in het nemen van datgene wat ze kunnen pakken dan in het zich toewensen van datgene wat ze niet kunnen bereiken. [IF II.31]

Zo gaat het nu eenmaal: nooit stellen de mensen zich tevreden, en als zij één ding hebben dan komen ze van binnen niet tot rust maar ze begeren weer wat anders. [IF IV.14]

70 Want afgunst verhindert vaak het voeren van een goed beleid, omdat ze mensen belet het gezag te verwerven dat in belangrijke kwesties nu eenmaal onontbeerlijk is. (...) Deze afgunst kan op twee manieren worden weggenomen. Ten eerste kan in een moeilijke, gevaarlijke situatie waarin algemeen het besef heerst dat de ondergang nabij is, iedereen alle ambitie voorlopig vergeten en zich vrijwillig onderwerpen aan iemand die hij capabel genoeg acht om hem te redden. (...) Afgunst kan ook verdwijnen als je rivalen in de strijd om aanzien en gezag een gewelddadige of natuurlijke dood sterven; want dat ze werkeloos toe blijven zien als ze constateren dat jij meer aanzien geniet dan zij, en daarmee vrede hebben, is uitgesloten. (...) Om dit soort afgunst weg te nemen is er geen ander middel dan de dood van degenen die haar koesteren. [D III.30]

Maar het volstaat de mensen niet om terug te krijgen wat hun eigendom is, want zij willen ook bezit van de anderen nemen en zich wreken op hen. [IF III.11]



71 De logica van zulke processen is dat mensen in een poging hun eigen angst te overwinnen, die angst op andere mensen overbrengen. [D I.46]

72 Het oordeel van de mensen over het verleden is altijd (zij het niet altijd met reden) positief, en dat over het heden negatief. Zo sterk is hun voorkeur voor wat geweest is, dat ze niet alleen vol bewondering spreken over de tijden waarover ze uit de boeken vernomen hebben, maar ook over de gebeurtenissen uit hun jeugd die hun nog bijstaan in hun ouderdom. [D II.Voorwoord]

73 Want de mensen worden veel meer aangetrokken door het heden dan door het verleden. En als ze in het heden vinden wat hun aanstaat, genieten ze ervan zonder nog verder te zoeken. [P XXIV.1]





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina