Machiavelli en de machtsspelen aan de top van de hiërarchie



Dovnload 181.83 Kb.
Pagina6/6
Datum20.08.2016
Grootte181.83 Kb.
1   2   3   4   5   6

8. Persoonlijke conclusie: leren van Machiavelli

Sinds het lezen van Machiavelli grijp ik makkelijker de macht en laat ik me er makkelijker door grijpen. Voorheen waren ‘macht’ en ‘machthebbers’ voor mij vooral iets hinderlijks, want ik probeerde ‘machtsvrij’ mijn werk te doen, dus een goed, onafhankelijk advies te geven. Maar met Machiavelli in de hand heb ik veel meer oog voor de onvermijdelijkheid van macht en van een hiërarchie, voor het belang van de positie en de persoon van de leider of het leidinggevend orgaan in de hiërarchie, en voor de strijd om de top en de strijd om nabij de top te zijn.

Ook zie ik duidelijker dat gefixeerdheid op de top van de hiërarchie eigenlijk niemand vreemd is. Ook mij was ze niet vreemd: hoe vaak betrapte ik me er niet op om intern mijn ‘spontane’ verhaal over een opdracht te beginnen bij de top en bij de persoon van de leider van de organisatie?
Tegelijk stemt Machiavelli me zorgelijk. Want als de hiërarchie en de macht zo overvloedig aanwezig zijn en zo’n grote stempel drukken op mijn werk, dan moet ik me tot hen verhouden. En hoe zal ik me tot hen verhouden? Scrupuleus? Zonder scrupules? Achterdochtig? Dit zijn misschien eigenschappen die bij een nieuwe machthebber, een ‘principe’, horen, het zijn geen aanduidingen van hoe ik mijn werk wil doen…
Ik waardeer Machiavelli hogelijk als adviseur van adviseurs. Hij kan als geen ander schrijven over wat het betekent om de macht te adviseren. Hij weet wat er komt kijken bij een kwalitatief goed advies (onafhankelijkheid, durf, inzicht); een kwalitatief goede adviseur (onafhankelijkheid ook ten opzichte van wat er gebeurt met eigen adviezen); en een kwalitatief goede opdrachtgever (vrijheid geven aan de adviseur, stellen van de juiste vragen, nemen van volledige verantwoordelijkheid voor het wel of niet overnemen van het advies). Ook heeft Machiavelli veel oog voor de gevaren die de samenwerking tussen opdrachtgever en adviseur bedreigen, zoals bij het vermengen van ‘advies’ en ‘implementatie’ en het op de proef stellen van het onderling vertrouwen. Hij zegt dat de adviseur zo weinig betrokken dient te zijn bij het eigen advies, dat de adviseur erkent dat in feite de kwaliteit van de opdrachtgever veel meer dan de kwaliteit van de adviseur het resultaat van de advisering bepaalt. Overigens sluit de moderne, professionele adviseur mijns inziens goed aan bij Machiavelli’s ideeën waar hij of zij zich zoveel mogelijk beperkt tot gevraagde adviezen, dus tot adviezen gerelateerd aan een welomschreven vraagstellingh. Mij brengt het lezen van Machiavelli ertoe om nog ‘scrupuleuzer’ te contracteren met opdrachtgevers: wat is mijn rol, waarover adviseer ik, wat lever ik precies?
Een ander modern thema waar Machiavelli mijns inziens iets terechts over zegt, is over het risico van de externe adviseurs als ‘zesde macht’ (Etty, 2001). Adviseurs zijn vrije vogels, dus als je ze macht en invloed geeft in ondernemingen, instituties of de politiek, dan is de verleiding voor hen heel groot om daar misbruik van te maken. De enige invloed die je als opdrachtgever op hen hebt is gelegen in de relatie en in het feit dat je hen een beetje geld kunt onthouden. Omdat deze adviseurs zelf geen deel uitmaken van de organisatie zijn alle gebruikelijke beschermingsconstructies tegen misbruik van macht niet van toepassing.

Eén ding wil ik nog vanuit mijn eigen levenshouding toevoegen. Mij spreekt bijzonder aan dat Machiavelli zoals gezegd, bij uitstek een denker is met een grote gevoeligheid voor het ‘tragische’ van macht in organisaties: “Italië’s tragische situatie is het impliciete onderwerp van al zijn historische en politieke hoofdwerken”i (Atkinson & Sices, 1996). Hij ziet haarscherp dat je het nooit voor iedereen ‘prettig’ kunt regelen, dat een harmonische machtsverdeling een zeldzame uitzonderingstoestand is, dat macht met een voortdurende strijd gepaard gaat, en dat de strijd om de macht veel meer verliezers dan winnaars kent. Machiavelli’s reactie op deze tragische constateringen is, zoals beschreven, een pragmatische, gericht op kracht en gezondheid. Wat daarin opvallend afwezig is, is een zekere berusting in het zicht van het tragische. Ik vind wel op een aantal plaatsen een stoïcijnse houding tegenover de slagen van het lotj. Maar het soort berusting dat zich kan uitdrukken in een oprecht streven van succesvolle machthebbers naar verzoening en clementie, kan ik nergens vinden. Integendeel, Machiavelli’s pessimisme en achterdocht brengen hem ertoe machthebbers clementie af te raden. In de levensbeschrijving van de door hem zeer bewonderde Castruccio Castracani geeft hij bijvoorbeeld het volgende relaas van een ‘subliem verraad’: de familie Di Poggio beraamt in afwezigheid van machthebber Castracani een machtsgreep maar wordt door een ‘oud en vredelievend’ familielid, Stefano di Poggio, afgehouden van de uitvoering. Stefano benadert vervolgens Castracani om hem te verzoenen met de Di Poggios, waarop Castracani hem aan het lijntje houdt en gebruikt als lokaas om de overige familieleden in zijn val te lokkenk. Geen enkel teken van clementie: zelfs voor het ‘horen van de verdachten’ is geen plaats...




Eindnoten

a Mensen plegen de plank mis te slaan zolang zij in algemene termen redeneren over de voors en tegens van bepaalde zaken; maar zodra ze met de specifieke feiten worden geconfronteerd, vallen hun de schellen van de ogen. [D I.47]

b Neem bijvoorbeeld de brief van zijn medewerker Agostino Vespucci (eind oktober 1500): We zijn allemaal gegrepen door een groot verlangen om je weer te zien, een verlangen naar je plezierige, geestige en vrolijke conversatie die nog in onze oren klinkt en die ons, in onze vermoeidheid na voortdurend werken, verlicht, verfrist en opvrolijkt. Of later, dezelfde Vespucci, op 14 oktober 1502: Ik zou willen dat niemand behalve jij nu naast me stond en weer mijn leidinggevende in de kanselarij was.

c Machiavelli wordt niet echt gerekend tot de Florentijnse humanisten, die de groep rond Lorenzo il Magnifico: Pico della Mirandola, Marsilio Ficino en Angelo Poliziano als belangrijkste vertegenwoordigers kent. In tegenstelling tot Machiavelli, lazen en vertaalden zij Grieks en schreven ze in het Latijn. Wel geniet hij van het lezen van de Romeinse klassieken, zoals blijkt uit dit bekende citaat: Als de avond komt, keer ik naar huis terug en ga mijn studeervertrek binnen. In de deuropening ontdoe ik me van mijn dagelijkse kledij, vol van modder en smurrie, en steek ik me in een koninklijk en priesterlijk gewaad. Zo, passend gekleed, treed ik binnen in de hoven van de mannen uit de oudheid, die mij liefdevol ontvangen, en die mij te eten geven van dàt voedsel dat in feite het enige voedsel is waarvoor ik op de wereld ben gekomen. En ik schaam me niet om met hen te praten en hen te vragen naar de motieven van hun handelen. [Brief aan Francesco Vettori, 1513] Zie over de correspondentie met Francesco Vettori als commentaar bij Machiavelli’s politieke hoofdwerken, het boek “Between Friends” van Najemy (1993).

d Hier is bijvoorbeeld een citaat dat weer tot voorzichtigheid maant wanneer je tracht een ‘echte vriend’ of een ‘echte vijand’ te zijn: Beide opstellingen kunnen zeer nadelige gevolgen hebben, die tot de val van een heerser kunnen leiden. Wie zich te graag geliefd wil maken, maakt zich belachelijk zodra hij zich even vergaloppeert; en wie te graag gevreesd wil worden, maakt zich gehaat zodra hij even overdrijft. [D III.21]

eBij de behandeling van Cicero, die afraadt het volk deel te laten nemen aan ‘de macht’. Macht wordt dus ook bij Cicero niet geproblematiseerd.

f Ik sluit hier aan bij Jay (1967) die zegt dat de ‘Machiavelli methode’ als geen ander te gebruiken is voor het begrijpen van de grote organisaties van vandaag. Jay argumenteert dat hedendaagse organisaties meer dan hedendaagse staten lijken op de staten die Machiavelli beschreef: “een mobiele handwerksman in het zestiende eeuwse Italië die een paar jaar in Napels werkte, dan in Florence, en dan in Venetië, voelde niet dat hij in een nieuw land of een nieuwe staat kwam in de moderne betekenis; hij was veel meer als, bijvoorbeeld, een scheikundig onderzoeker die eerst een paar jaar voor BP werkt, en dan voor de Coal Board, en dan voor British Nylon Spinners. Deze onderzoeker is steeds in de eerste plaats een Engelsman onder het algemeen gezag van de Engelse regering... net als de Italiaanse handwerksman onder het algemeen gezag stond van de wetten van de Christenheid, en de afzonderlijke wetten van de onderscheiden staten waren zoals regels en procedures in de bedrijven van nu”. Verder redenerend laat Jay zien dat (1) ‘militair conflict’ bij Machiavelli goed overeenkomt met ‘economisch conflict’ nu, dat (2) macht over een geografisch gebied toen, nu werkt als macht over organisaties en organisatieonderdelen, en dat (3) het gevoel van verbondenheid bij de staat dat Machiavelli beschrijft, zeer vergelijkbaar is met ons gevoel van verbondenheid bij onze organisatie nu.

g In deze natuurstaat is er geen plaats voor doelgerichte arbeid, want het is niet zeker dat deze resultaat zal hebben; er is dan ook geen landbouw, geen scheepvaart, en geen gebruik van goederen die over zee kunnen worden aangevoerd; geen architectuur; geen werktuigbouw, om dingen te verplaatsen en te verwijderen die veel kracht vergen; geen kennis van het aardoppervlak; geen tijdrekening; geen beeldende kunst; geen letterkunde; geen maatschappelijk leven; en, wat het ergste is, een voortdurende angst voor, en dreiging van, een gewelddadige dood; het menselijk bestaan is er eenzaam, armoedig, afstotelijk, beestachtig en kort [Hobbes, op. cit., 1651].

hVergelijk artikel 4 van ‘Gedragscode en tuchtrecht’ van de Orde van organisatiekundigen en –adviseurs Ooa en de Raad van organisatie-Adviesbureaus ROA (1997).

i Uit een voetnoot bij Machiavelli’s ondertekening als ‘historisch, komisch en tragisch auteur’ (‘istorico, comico e tragico’) onder de brief aan Francesco Guicciardini van 21 oktober 1525.

j Omdat wenen een man altijd lelijk maakt, moet je onder de slagen van je lot een gezicht vertonen zonder een spoor van tranen. [Dell’asino d’oro 3.85 (1517)]

k Zo aangekomen in vol vertrouwen op Stefano en op Castruccio, werden zij samen met Stefano gevangen genomen en terechtgesteld [La vita di Castruccio Castracani da Lucca, 1520]. Een vergelijkbaar voorbeeld, nu met betrekking tot Cesare Borgia, vinden we in een van Machiavelli’s eerstelingen, met als titel De beschrijving van de manier waarop de hertog Valentino V.V., O.F., P. en O. om het leven bracht (1502).


9. Verantwoording en literatuur

Over de auteur

Erik de Haan is organisatieadviseur bij De Galan & Voigt, adviseurs voor organisatieontwikkeling te Amsterdam. Hij specialiseert zich in de interpersoonlijke en dramatische aspecten van het werken binnen groepen en organisaties. Hij leidt met enige regelmaat workshops op gebied van politiek en macht in organisaties. Voordat hij in 1994 organisatieadviseur werd, promoveerde hij als theoretisch natuurkundige op psychofysisch onderzoek naar de manier waarop mensen (visuele) informatie verwerken en beslissingen nemen. Hij schreef eerder King Lear voor adviseurs en managers (Scriptum, 1997) en Leren met collega’s (Van Gorcum, 2001).


Verantwoording van vertalingen

De twee door mij geraadpleegde edities van het verzameld werk van Niccolò Machiavelli zijn:



  • Tutte le opere. A cura di Mario Martelli. G.C. Sansoni S.P.A., Firenze (1971).

  • Opere I, II, III A cura di Corrado Vivanti. Biblioteca della Pleiade, Einaudi-Gallimard, Torino (vanaf 1997).

Ik gebruik in de voetnoten de volgende afkortingen en vertalingen voor de vier historisch-politieke hoofdwerken:

P : Il principe (gereed ca. 1514). Vertaald door Frans van Dooren (1976): De heerser. Athenaeum–Polak & Van Gennep, Amsterdam.

D : Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio (gereed ca. 1519). Vertaald door Paul van Heck (1997): Discorsi – gedachten over staat en politiek. Ambo, Amsterdam en Kritak, Antwerpen.

AG : Dell’arte della Guerra (1520). Citaten zijn door mij vertaald.

IF : Istorie Fiorentine (1525). Citaten zijn door mij vertaald.

Namen en data van andere werken en brieven van Machiavelli worden in de voetnoten volledig weergegeven. Ook hier zijn de vertalingen van mij.


Geraadpleegde literatuur:

  • Achterhuis, H. (1987). Macht en sociale gelijkheid. In: Krisis 27, pp. 4-15.

  • Achterhuis, H. (1988). Het rijk van de schaarste. Ambo, Baarn.

  • Atkinson, J.B. & Sices, D. (ed. & transl., 1996). Machiavelli and his friends. Their personal correspondence. Northern Illinois University Press, DeKalb (Ill.).

  • Berghe, G. vanden (1995). Machiavelli voor managers. Lannoo, Tielt (België).

  • Boers, E. & Evers, S. (1997). Politiek en macht in organisaties: workshops bij Philips. In: M & O Tijdschrift voor Management en Organisatie Jaargang 51 nummer 2, pp. 7-23.

  • Etty, W. (2001). Externe adviseurs en hun invloed. In: Andersson Elffers Felix Jaarboek 2000, pp. 10-14

  • Hobbes, T. (1651). Leviathan. Or the matter, forme & power of a common-wealth ecclesiasticall and civill. Vertaald door W.E. Krul (1985). Boom, Meppel en Amsterdam.

  • Jay, A. (1967). Management and Machiavelli. Hodder & Stoughton, Engeland.

  • Kemmerich, M. (1925). Machiavelli. Karl König, Wenen.

  • Maier, H., Rausch, H. & Denzer, H. (1968). Klassiker des politiken Denkens. Erster Band: von Plato bis Hobbes. Beck, München.

  • McAlpine, A. (1997). The new Machiavelli – the art of politics in business. Aurum Press, London.

  • Mintzberg, H. (1983). Power in and around organizations. Prentice Hall, Englewood Cliffs (NJ).

  • Najemy, J.M. (1993). Between Friends. Discourses of power and desire in the Machiavelli-Vettori letters of 1513-1515. Princeton University Press, Princeton NJ.

  • Pfeffer, J. (1992). Managing with power – politics and influence in organizations. Harvard Business School Press, Boston.

  • Rubin, H. (1997). The Princessa. Machiavelli for women. Random House, Bantam Dell Publishing Group.

  • Skinner, Q. (1981). Machiavelli. Oxford University Press, Engeland.

  • Skinner, Q. (1992). Great political thinkers. Oxford University Press, Engeland.

  • Toffler, A. (1990). Power shift: knowledge, wealth and violence at the edge of the 21st century. Bantam Press, London.

Amsterdam, juli 2002



Erik de Haan

Machtsspelen bij Machiavelli 20-08-2016


1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina