Made in india



Dovnload 170.93 Kb.
Pagina2/3
Datum21.08.2016
Grootte170.93 Kb.
1   2   3

Malika

Didi, didi, mooie bruid

Wat zie jij er stralend uit

Sla je ogen neer

Breng je man veel eer

Je sari glanst

Het goud dat danst

Je bindi glittert mooi

Je sluier is je tooi

Jij verrast straks velen

Met al je juwelen

Shanta

Hoe zal het mij vergaan?

Kan ik het wel aan?

Zal mijn man mij minnen?

Kan ik hem voor mij winnen?

Zal ik elke morgen

Goed voor hem kunnen zorgen?

En ook voor zijn vader

En ook voor zijn moeder?

Ik ben de vrouw,

De dienstbare hoeder.

Hoe zal het mij vergaan?

Kan ik dit wel aan?

Ik zal jullie nooit vergeten.

Dat mag je best wel weten…

Allen

Shanta gaat trouwen

Zij hoort nu bij de vrouwen

Zij is geen meisje meer

Haar jeugd keert nimmer weer

Zij zal kinderen voeden

En haar gezin gaan hoeden

Shanta gaat trouwen

Ze hoort nu bij de vrouwen.

Shanta gaat af, Malika voegt zich bij haar ouders, samen met Surya. Dan zet de instrumentale bruiloftsmuziek in. Door de zaal komt een stoet dansende en muziekmakende feestgangers, met Narander voorop, die prachtig gekleed is, met een tulband op zijn hoofd. Ram is daar ook bij en speelt op zijn hoorn. Surya en Malika dansen ook mee. Op het podium blijven ze staan.

Dan komt Shanta eraan, in prachtige rode sari, vol sieraden, met een sluier voor haar gezicht. Pitiaji en Mataji gaan links en rechts van haar staan. Ook de priester staat erbij. Narandar komt naast Shanta staan, alle anderen staan in een wijde halve kring om hen heen.

De priester bindt met een paars koord de rechterhanden van bruid en bruidegom aan elkaar, onderwijl een mantra shantend; de feestgangers herhalen elke zin.)

Priester en feestgangers:

Narander en Shanta

Shanta en Narander

Narander en Shanta

Shanta en Narender

Moge zij trouw zijn,

Moge zij trouw zijn

Als Sita en Ram,

Als Sita en Ram

Sita Ram, Sita Ram, Sita Ram

Sita Ram, Sita Ram, Sita Ram
Malika (zachtjes tegen Ram)

Nu mag Narender de sluier optillen. Wat zal hij verrast zijn!


Ram

Ik hoop maar dat hij aardig is voor onze grote zus.


(Narender tilt de sluier op. Shanta en hij kijken elkaar aan en glimlachen. Shanta kijkt wel verlegen.)
Suryra

Kijk, hij glimlacht! Geen wonder! Shanta is het mooiste meisje dat hij zich kan indenken!


(Dan lopen Shanta en Narender hand in hand zeven keer om het offervuur.)
Alle feestgangers

Leve het bruidspaar! Leve Shanta en Narender! Ze zullen duizend jaar oud worden!


(Daarna weer muziek en dans!

Na afloop gaan Narender en Shanta weg en nemen afscheid; Mataji huilt.)
Narender

Mijn mooie bruid neem ik mee naar mijn dorp. Ik zal goed voor haar zorgen. Maken jullie je geen zorgen. We komen gauw eens terug om jullie te bezoeken.


Shanta

Lieve mataji, huil niet. Je hebt me alles geleerd. Ik zal een goede echtgenote zijn. Narander zal van me houden, dat zie je toch?

Ik zal altijd aan je denken. Blijf gezond en zorg voor mijn kleine broers en mijn zusje!
Mataji

Het ga je goed, mijn kind! Weet dat een vrouw haar man dient.


Pitaji

En de man eert zijn vrouw! Narender, mijn dochter is vanaf nu jouw vrouw. Toon respect voor haar!


Narendar

Ja, natuurlijk doe ik dat! Ik kan niet anders met zo’n mooie bruid!


Shanta

Pas goed op jezelf, Malika, kleine zus! Jij moet nu mijn taakjes in het huishouden overnemen. Help mataji goed.


Malika

Ja Shanta, en als ik zo groot ben als jij, wordt ik ook zo’n mooie bruid!



Shanta

Ram, val niet uit de bomen als je erin klautert! En luister naar Pitaji, doe geen stoute dingen!

En jij Surya, wat er ook gebeurt, de kracht van de zon zal je leiden! Je heet Zonnekind!
(Shanta en Narender en alle feestgangers gaan via de zaal af, Surya en zijn familie zwaaien hen uit).
Mataji

Laten we gaan slapen. Kom kinders, zoek je slaapmatje op.


(Surya, Malika en Ram gaan liggen op matjes op de grond in het huisje).

Pitaji

Het lijkt me het beste, dat ik nu meteen ga. Ik neem de nachttrein naar New Delhi. Daar zal ik werk vinden. Als ik genoeg verdiend heb, kom ik zo snel mogelijk terug.


Mataji

Als je je geld maar niet aan drank verspilt, zoals onze buurman! Denk erom!


Pitaji

Dat doe ik niet, ik beloof het je. Ik ga nu, zorg goed voor onze kinderen.


(Ze omhelzen elkaar ten afscheid; pitaji gaat af, het wordt donker, mataji blijft alleen op toneel en zingt:)

Mataji zingt:
Mijn oudste dochter is een vrouw

Niet meer van mij, haar man nu trouw

Mijn man is weg, op zoek naar werk

Ik ben alleen, ben ik wel sterk?

Ik voel me ziek, ik voel me moe

Maar waar kan ik naar toe?

Een dokter kan ik niet betalen.

Waar kan ik medicijnen halen?

Mijn drie kinderen slapen zacht

Ik bid o goden, houd de wacht

Geef ons elke dag uw zegen

Geef ons voedsel, geef ons regen

Hoe kan ik zoveel monden voeden

Mijn kinderen voor het boze hoeden?

Een gevoel van angst bekruipt mij…

O goden, help mij, sta mij bij,


(Mataji gaat ook slapen. Ram wordt wakker en kruipt stil uit zijn bed en sluipt het huisje uit, op weg naar de put. Hij heeft een stenen waterkruik bij zich.)
Ram

Nu is het nacht, iedereen slaapt. Mataji zal het niet merken en pitaji is weg, ik heb hem zien vertrekken. En de zamindar slaapt vast ook. Ik ga water halen uit zijn put, zodat mataji weer chapati’s kan bakken. Ik heb zo’n honger en zo’n dorst…


(Hij sluipt naar de put, laat de emmer erin vallen en wil het water in de kruik gieten. Juist op dat moment komt de zamindar eraan en schreeuwt: )
Zamindar

Vuile kakkerlak! Wat doe jij hier? Midden in de nacht mijn water stelen! Ik zal je leren! Je vervuilt onze put!



(Hij gooit de kruik stuk en smijt de emmer water over Ram heen).

En waag het niet, hier ooit nog eens terug te komen!



(Ram loopt stil terug naar huis en gaat weer slapen. Het wordt licht en langzaam staat iedereen op. Ze lopen één voor één naar het podium.)
Malika

Mataji, ik heb zo’n honger. Is er geen eten?


Mataji

Mijn lieve kind, alles is op. Ik heb nog wat meel, maar zonder water kan ik geen chapati’s bakken. Hier, kauw op deze bladeren, daar zit nog wat sap in.


Ram

Mataji, je ziet zo bleek. Gaat het wel goed met je?



(Ze wankelt, Ram en Surya vangen haar op).
Surya

Mataji! Je bent ziek. Ga liggen!


Mataji

Wie zorgt er dan voor Malika en Ram, nu Shanta er niet meer is en pitaji ook niet?


Surya

Dat doe ik wel.



(Ram en Surya leggen mataji in het huisje op een matje. Zelf zitten ze met z’n drieën in kleermakerszit op de grond, terneergeslagen).
Malika

(Half huilend) Hoe moet dat nu?
Surya

Malika, niet jammeren. Jij veegt de vloer, ik ga op zoek naar eten, Ram, jij moet de geiten hoeden. Pitaji zal wel gauw thuiskomen met geld en medicijnen voor mataji.


(Ieder gaat doen wat Surya heeft gezegd; Snibby loopt langs met een bord waarop staat DRIE WEKEN LATER . Mataji gaat rechtop zitten, Malika, Ram en Surya kijken uit of Pitaji al terugkomt. Hij komt van achter het toneel aanlopen, samen met Dinesh Kapur).
Malika

Wanneer komt pitaji nou? Straks sterft mataji en wat moet er dan met ons gebeuren?

Het duurt nu al zolang!
Surya

Malika, geef nooit de moed op. De goden laten ons niet in de steek!


Ram

Daar komt hij! Ik zie hem! Het is pitaji, met nog iemand, een man.


Surya, Malika, Ram

Pitaji!


(Ze rennen hem tegemoet, met z’n allen komen ze het toneel op; Mataji staat ook voorzichtig op. Om de beurt zeggen ze).

Heb je eten? Heb je geld? Heb je medicijnen?


Pitaji

New Delhi was overvol, iedereen zocht er naar werk, ik heb niets kunnen vinden.

Er zijn al genoeg riksha-rijders, koelies en theeverkopers…

Maar huil niet, deze meneer, Dinesh Kapur, kan ons helpen. Ik heb hem in de stad ontmoet. Hij was op zoek naar sterke jongens van 11,12 jaar. Hij heeft werk voor zulke jongens, een paar uur per dag, en daarnaast kunnen ze naar school. Ik dacht meteen aan jou, Surya! Hij heeft me zelfs al een voorschot gegeven! Daarvan kunnen we eten kopen en wat opzij leggen voor de bruidsschat van Malika.


(Dinesh kijkt keurend naar Surya)

Dinesh

Is dit je oudste zoon? Die bevalt me wel.



(Hij voelt aan z’n armspieren, schudt hem heen en weer).
Surya

Maar wat moet ik dan doen?


Dinesh

O, wat klusjes. Geen zwaar werk, wees niet bang. En je wordt goed betaald. Je wilt toch wel dat je ouders te eten hebben en dat je zusje kan trouwen?


Surya

Ja natuurlijk, sahib.


Mataji

En wanneer komt mijn zoon weer terug?


Dinesh

Over zes maanden. Ik zal hem persoonlijk komen terug brengen. Dan zal hij kunnen lezen en schrijven!


Mataji

Surya, je hoort het. Ik zal je missen, maar dit lijkt me het beste. Over zes maanden ben je weer terug. En je kunt naar school! De kracht van de zon is in je, de zonnegod zal je beschermen.


Surya

Ja, mataji, ik zal doen wat u zegt.


Dinesh

(Ongeduldig) Nou, laten we dan meteen maar gaan! Ik moet nog meer jongens ophalen, kom mee jij! (trekt Surya mee aan zijn arm).
Surya

Wacht, ik mag toch wel mijn familie gedag zeggen?



(Hij vouwt zijn handen samen en begroet pitaji en mataji, daarna Malika en Ram.)

Malika, huil niet, ik kom terug.

En Ram, zorg goed voor iedereen, nu ben jij de oudste thuis!
Ram

Ik wacht op je!


Malika

Ik ook! En leer je me dan lezen en schrijven?


Surya

Natuurlijk!


Mataji en pitaji

Het ga je goed!


(Dinesh en Surya gaan voor het podium af en lopen de zaal in.)
DOEK DICHT - MUZIEK

DEEL III
Decor:

Een werkplaats met een weefgetouw en drie tafels met naaimachines. Kale achterwand.

Rechts staat een hutje. Links een afvalberg. Er hangt ook een rekstok.
Op toneel:

In het hutje zijn Sagar, Angita en Maya. Voor op het podium huppelt Snibby heen en weer; even later komen Daniera en Vikram Ravana. Dinesh komt met Surya door de zaal aanlopen.
DOEK OPEN

Snibby

(snuffelt)

Hé, ik ruik wat. Er komt iemand deze kant op. Eens even kijken wie dat is. (klimt op de rekstok. Surya en Dinesh komen op Hij sleurt hem mee, schopt en slaat hem).


Surya

Au, u doet me pijn!


Dinesh

Loop dan door, jongen!


Surya

Waar gaan we naar toe? We lopen nu al zolang!


Dinesh

Zeur niet zo! Je wil toch werken? Dan moet je niet zo jammeren. Kijk, daar is het al! (Wijst naar het hutje; Daniera en Vikram komen op).


Vikram

Hé Dinesh, wat heb je meegebracht? Is íe sterk? Laat eens zien!

(Knijpt Surya in de armen en benen, schudt hem door elkaar).

Oké, die kan er mee door, wat zeg jij, Daniera?


Daniera

Hij is nogal ondervoed. Dat kost ons eten. Graaien, dat doen ze allemaal. Die graaiers!


Snibby

Graaiers!


Daniera

Houd je mond, mormel! Of snissebis, of hoe je ook mag heten…


Snibby

Snibby, dat is toch geen moeilijke naam!


Daniera

Snibby dan… Hier, eet maar, jij mag graaien zoveel je wilt!



(Geeft hem te eten)
Dinesh

Mijn loon, baas! Wat krijg ik ervoor?


Vikram

Je loon? Nou, voor zo’n dunnetje betaal ik je niet meer dan 100 rupie.



Dinesh

100 rupie? U had 500 beloofd!


Vikram

Ja, maar de zaken gaan slecht. Bannerjee heeft orders gegeven. We moeten heel wat broeken en jurkjes maken; ze willen het daar in Nederland over een maand al binnen hebben!

Zorg dat je wat vetters binnenhaalt, iets wat niet meteen ziek wordt. En neem ook wat meisjes mee, die zijn beter op de naaimachines. Daarna kun je je 500 rupies krijgen!
Snibby

Krijgen!
Vikram

Wat krijgen? O, je wilt weer eten? Hier! (gooit hem wat toe).
Dinesh

(duwt Surya naar voren)

Hij heet Surya.


Vikram

Surya? Zonnegod? Laat me niet lachen! Nou, de zon krijgt hij niet meer te zien voorlopig.



(tot Surya)

Zie je dat hutje daar? Ga daar maar slapen. Zorg dat je goed uitgerust bent voor morgen. Dan kun je met werken beginnen! Mijn vrouw, Daniera, brengt je elke ochtend je ontbijt.


Surya

En avondeten? Ik heb honger.


Vikram

Brutale vlegel! Morgen krijg je te eten en dat is het!


(Daniera pakt hem vast en duwt hem het hutje in; Dinesh en Vikram gaan af, daarna Daniera ook.

In het hutje:)
Surya

Hallo, is hier iemand?


Sagar

Ja, ik ben het, Sagar. Wie ben jij?


Surya

Ik ben Surya. Ik kom hier om te werken en naar school te gaan. Ik kan hier veel geld verdienen heb ik gehoord. Ik wil sparen voor de bruidsschat van mijn zusje.


Sagar

Geloof je dat allemaal? Ben je hier ook gebracht door Dinesh?


Surya

(met schrik in zijn stem) Ja, is het niet waar dan?
Sagar

Het is niet wat jij denkt… We zijn hier om stoffen te weven, van zonsopgang tot zonsondergang…


Surya

We? Wie nog meer dan?



Sagar

Ik, Maya, en Angita. Angita ligt daar, ze is ziek. En Maya is daar, die is hier het langst.


Surya

Waar kom jij vandaan?


Maya

Ik weet het niet. (Ze begint te huilen).


Angita

Ze weet niet waar ze vandaan komt, zo lang is ze al hier.


Maya

Ik weet niet eens meer, hoe mijn mataji eruit ziet…


Surya

(Troost haar).Je mataji had vast lang zwart haar en een mooie sari.
Maya

(huilt nog harder) Ik weet het echt niet! Het enige wat ik heb, is dit schelpje. Het zit altijd aan dit koordje om mijn hals, ik ben er vast mee geboren.
Surya

Dat heeft je mataji je zeker gegeven, om je geluk te brengen…


Angita

Geluk? Wat is dat? Wie hier komt, heeft alleen ongeluk. Ik weet dat ik uit de bergen kom, daar was de lucht fris. Het was koud, maar we hadden het goed. Totdat die man in ons dorp kwam. Ik kan hier niet leven. Ik ga dood. Net als…


Surya

Net als?
Sagar

Zeg dat niet Angita!
Surya

Waar kom jij vandaan, Sagar?


Sagar

Ik kom uit de stad. Mijn ouders zijn gestorven, ik moest bedelen. Toen kwam die man en beloofde veel geld.


Surya

Hoe kom je aan dat rode oog?


Maya

Dat heeft de baas gedaan…. Met een sigaret… Hij is een monster! (Ze huilt).


Angita

Laten we gaan slapen. Morgen is het een lange dag.


Maya

Surya, kom jij hier liggen, naast mij?


(Ze gaan slapen en doen de deur van het hutje dicht. Het wordt donker. Spot op Snibby).
Snibby

Zo, ze liggen te pitten allemaal. Even mijn voorraadje tevoorschijn halen. Ach, ze hebben zo’n honger, die kinderen. En ik krijg alles wat ik wil!



(Springt van zijn rekstok en huppelt met eten naar het hutje en schuift het door een kier naar binnen).

Die mensen toch…



(Hij klimt weer op zijn rekstok. Het wordt licht.)
Sagar, Maya, Angita, Surya

Kijk! Stukjes brood en rijst! Dank je wel, Snibby! Nu kunnen we beter slapen, met wat in onze maag! Ssst, niet te hard, anders hoort Daniera het!


(Daniera komt op met een handvol chapati’s en een emmer water. Ze gooit de deur van het hutje open, zet de emmer neer en smijt de chapati’s op de grond. Sagar gritst als eerste wat weg, daarna Maya en Angita. Maya geeft een chapati aan Surya).
Daniera

Hier! Jullie chapati’s! Eet ze gauw op, de baas komt jullie zo halen! (Ze gaat af).


Maya

Surya, neem deze, je moet altijd snel zijn, anders eet Sagar alles op.


(Sagar sist haar toe, Maya schrikt en kruipt dicht tegen Surya aan. Ze eten zwijgend. Vikram komt binnen met een lange ketting, die hij aan hun benen vastmaakt. Hij neemt ze mee naar de weverij.
Vikram

Opschieten, addergebroed!



(In de weverij:)

Hier, Surya, jij gaat hier zitten. Sagar, leer hem weven! En Maya en Angita, jullie nemen vandaag de naaimachine. Ik wil geen fouten zien!

(Hij slaat met zijn zweep op de grond). Aan het werk!
Surya

Wat moet ik doen?


Vikram

Praten doen we niet! Dat kost teveel tijd! Gewoon goed kijken en nadoen! Over een week kun je het net zo snel als Sagar! En anders krijg je geen eten!


(Vikram gaat in de hoek zitten en kauwt op betelbladeren; af en toe spuugt hij ze uit op de grond. De kinderen gaan aan het werk. Als ze even omkijken, of zich krabben, knalt hij met de zweep en schreeuwt: )
Doorwerken!
(Dan komt Arun Bannerjee binnen).
Arun

Namaskar, Vikram! Hoe staan de zaken? Heb je er maar vier aan het werk?


Vikram

Namaskar, Arun. Dit is wat ik heb, maar ze werken van zonsopgang tot zonsondergang. Ze leren vlug. En Dinesh haalt er nog meer. Ik betaal hem pas, als ik er nog drie bij heb!


Arun

Goed zo! Hou ze bezig!

Ik heb vijf nieuwe orders binnen uit Nederland. Die jurkjes gaan het hardst. Schijnt mode te zijn daar. Jasjes en broeken hebben we ook nodig. Sommigen daar beginnen kritische vragen te stellen, maar ik heb ze verteld, dat ik een grote fabriek heb staan in New Delhi, met vrouwen die zes uur per dag voor me werken. Ze geloofden me! Deze plek vinden ze toch niet!
Snibby

Toch wel!


Vikram

Hé, wie zei dat? Welke brutale kakkerlak was dat? (Hij wil ze slaan).


Sagar, Surya, Maya, Angita (om de beurt: )

Ik niet, sahib.


Snibby

Ik wel, sahib!


Arun

Wat is dat voor een beest?


Virkam

O, een eekhoorn. Dient voor spionage! Hij is superslim!


Snibby

Superslim! Snibbyslim!


Arun

Nou, ik moet gaan! Over een maand kom ik de bestelling halen!


Vikram

Namasté.
Arun

Namasté. (Gaat af. Het wordt donker)
Vikram

De zon gaat onder. Hup, naar jullie hut. Ga slapen en zorg dat je morgen weer uitgerust bent. Je hebt het gehoord, er is nog veel te doen!


(Hij bindt ze weer aan de ketting en leidt ze naar het hutje. Ze gaan slapen).
DOEK DICHT
(Alleen Snibby is nog te zien, op zijn rekstok; spot op hem).
Snibby

Na een maand kwam nog een maand en nog een maand en nog een maand. Elke keer kwamen er nieuwe bestellingen van meneer Bannerjee.

Na een jaar kwam nog een jaar en nog een jaar… Surya kon al net zo snel weven en naaien als de anderen. Angita werd zieker en zieker. Maya werd steeds verdrietiger. En Sagar was de ene keer aardig, en de andere keer vals. De derde moesson sinds Surya hier kwam werken, was bijna voorbij.
(In het hutje)

Maya

(Huilend) Ik wil niet meer… Ik wil ook ziek zijn, net als Angita… Ik kan niet meer.
Sagar

Hou je stil! Ik wil slapen!


Surya

Maya, weet je wat mij helpt? Als ik achter het weefgetouw zit, dan stel ik mij voor dat ik die jurk voor mijn Mataji maak, of voor Shanta of Malika, mijn zussen.


Maya

Maar ik heb geen Mataji en geen zussen! En als ik ze had, dan wist ik niet hoe ze eruit zagen!


Surya

Fantaseer het dan! Houd je schelpje vast, misschien zitten daar wel de herinneringen in.



(ze pakt het schelpje in haar hand en glimlacht)
Maya

Ja, het helpt… Ik zie een geel huisje, en een vrouw die de was doet in de heilige rivier de Ganges.


Surya

Laten we bidden! We bidden tot Surya, dat hij ons zijn zonnekracht geeft! En we bidden tot Ganga, dat zij ons met haar schone water reinigt van alles wat we hier hebben meegemaakt!



(Ze bidden alle vier, zelfs Sagar doet morrend mee)
Angita

Heilige Ganga, maak mij beter! Heilige God Surya, geef mij weer kracht!


Surya

(Wijst op een kier in de muur) Kijk, de goden verhoren onze gebeden! De moesson heeft de leem week gemaakt. Er is een kier. We kunnen dit gat groter maken en ontsnappen!

(Ze beginnen alle vier aan het gat te morrelen en proberen het groter te maken. Uiteindelijk lukt het.)
Surya

Kom, snel, nu! Voordat Daniera komt, of Vikram. Snel!


Angita

Ik kan niet. Mijn benen kunnen me niet dragen. Ik ben te ziek. Ik blijf wel hier. Ik zal toch niet lang meer leven.


Surya

Dan blijven we allemaal. We laten je niet in de steek.


Sagar

Nee, gaan jullie maar, ik blijf bij Angita. Gaan jullie hulp halen, zo snel mogelijk! Misschien kunnen we Angita nog redden! Ze heeft een dokter nodig!


Surya

Sagar, weet je dat zeker?


Sagar

Ja, ga nu gauw, verlies geen tijd!


Surya

Dank je Sagar, ik kom zeker terug, met hulp Ik haal de politie erbij!



(Maya en Surya vluchten door het gat, de zaal in. Even later komt Daniera eraan.)
Daniera

Hé waar zijn die andere twee?



(schreeuwt) Vikram, Vikram!

(Vikram komt eraan)
Vikram

Wat is er! Waarom schreeuw je zo?


Daniera

Ze zijn ontsnapt!


Vikram

Wie?
Daniera

Twee, een meisje en een jongen!
Vikram

(Woedend tegen Sagar en Angita)

Waar zijn ze? Zeg op?


Sagar

We weten het niet, sahib. Ze zijn weggegaan.


Vikram

Waarheen? En waarom zijn jullie dan nog hier?


Angita

Denkt u dat ik kan vluchten? Ik ben ziek, Sahib, ziek….


Vikram

En nu? Zo komt het werk niet af!


Daniera

We kunnen ze achterna gaan! Sluit deze twee op! We vangen ze wel! Ik roep Dinesh, dat hij komt helpen! Dinesh!


Dinesh

Ja, hier ben ik, wat is er?


Daniera

Ze zijn ontsnapt! Help mee te zoeken! Gauw!


(Ze maken Sagar en Angita vast aan de ketting en rennen de zaal in, ieder een kant uit. Snibby springt van zijn rekstok en rent naar Surya en Maya, die achter in de zaal zitten.)
Snibby

Maya, Surya, pas op, Dinesh, Vikram en Daniera zitten achter jullie. Verstop je in de vuilnisbelt, daar zoeken ze vast niet.



(Ze volgen Snibby en verstoppen zich achter de vuilnisbelt. Vikram,. Daniera en Dinessh komen er aan, maar vinden ze niet. Ze zijn woedend en schreeuwen nog tegen elkaar op het toneel. )
DOEK DICHT - MUZIEK



1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina