Made in india



Dovnload 170.93 Kb.
Pagina3/3
Datum21.08.2016
Grootte170.93 Kb.
1   2   3

DEEL IV
Decor:

Achterwand: de Ganges-rivier met de ghats (= stenen oevers, waar mensen zich baden en kleding wassen). Boven het water een oranje zon.Links is nog de vuilnisbelt. Rechts is een geel huisje.
Op toneel:

Voorbijgangers en de Nederlanders, Sanne, Veronica, Sharon, Joyce en Thomas, met mevr. Baldewsingh en even later Sarita Gupta met Mohan , Kiran en Anil Rambaran, de agent; Thomas Lens filmt alles.
DOEK OPEN
Nirmala Baldewsingh (tot de Nederlanders)

Dit is Benares. De heilige stad voor de Hindoes.


Sanne

Wat een drukte! Kijk, die mensen gaan gewoon met kleren en al het water in!


Veronica

En daar wassen ze hun kleren!


Sharon

En wat is dat? Die vuren daar?


Nirmala Baldewsingh

Dat zijn de vuren waarin de doden verbrand worden.


Joyce

Getver! Doen ze dat gewoon op straat?


Nirmala Baldewsingh

Ja, in India gebeurt dat openbaar. De dood is een deel van het leven. De Hindoes geloven dat ze door hun dood verlost worden van het aardse bestaan en naar de godenwereld gaan. Als de as van hun lichaam over het heilige water van de Ganges wordt uitgestrooid, zal hun ziel gereinigd worden van zonden.


Joyce

Nou, mij niet gezien.


(Sarita Gupta komt eraan met Mohan, Kiran en Arun)
Nirmala B.

Kijk, daar komt Sarita Gupta, mijn compagnon van Fair Fashion. Met nog drie anderen.


Sarita Gupta

(vouwt de handen samen, begroet één ieder)

Namaskar.



(de anderen groeten haar ook zo, wat onwennig nog).

Dit zijn Mohan en Kiran Goyal, en dit is Anil Rambaran. Mohan en Anil zijn van de politie. Ze willen ons helpen de fabriek op te sporen, waar kinderarbeid verricht wordt.



(Ze begroeten elkaar weer op dezelfde manier, met ‘namaskar’).
Nirmala B.

En, heb je al nieuws daarover?


Thomas

Wilt u in de microfoon spreken? Ik maak er een uitzending van. (Hij houdt de microfoon voor).


Sarita G.

Ja, ik heb nieuws. Van deze politieagenten heb ik gehoord dat er twee kinderen ontsnapt zijn uit de fabriek van Vikram Ravana. Ze zijn als vermist opgegeven. Als wij ze kunnen vinden, kunnen ze ons misschien helpen die fabriek te vinden. Ik heb sterke vermoedens dat die ergens buiten één van de dorpen ten noorden van Benares moet zijn. Maar waar precies weet ik niet. Als we de fabriek vinden, kunnen we de baas ervan gevangen nemen. Kinderarbeid is verboden!


Thomas Lens

Denkt u dat die baas zich zomaar laat vangen?


Sarita G.

Nee, natuurlijk niet! We zullen een list moeten bedenken.


Kiran

Hoe willen jullie dat doen?


Mohan

Eén van ons moet undercover gaan, zonder uniform, maar wel wapens op zak dragen. Jij, Anil, draagt wel je uniform, zodat ze zien dat we van de politie zijn.


Anil

We moeten ze op klaarlichte dag overvallen. En meteen in de boeien slaan!


Nirmala

Maar eerst zullen we toch die fabriek moeten vinden!


Kiran

Konden we die gevluchte kinderen maar op het spoor komen.


Thomas

Waarom zet u zich eigenlijk in voor hen? Waarom werkt u mee met Fair Fashion?


Kiran

(Bedroefd) Mijn zus heeft ooit, jaren geleden, haar dochtertje Maya meegegeven aan zo’n ronselaar. Ze was ten einde raad, er was geen eten, zelf moest ze ook bedelen om in leven te blijven. Ze hoopte dat Maya een beter lot beschoren zou zijn. Het kind was pas vier toen. Maar ze is al acht jaar weg, we hebben haar nooit meer terug gezien. Mijn zus is van verdriet gestorven. Ik ben getrouwd met haar man, dus met Maya’s vader.
Mohan

Ik ben bij de politie gaan werken, eigenlijk alleen omdat ik nog steeds hoop dat ik op een goede dag mijn dochter Maya zal terug vinden…


Veronica

Tjee… wat een leven. Sanne, wat ben ik blij dat ik jou bij me heb! (Ze slaat een arm om Sanne heen).


Sanne

Ja mam! Ik ben ook blij met jou! En ik wil helpen die kinderen te vinden!


Veronica

Ik ook!


Nirmala B.

Laten we de komende dagen gebruiken om Benares te verkennen. We ondervragen alle bedelkinderen die we tegenkomen. Sarita en Kiran, gaan jullie mee met de Nederlanders om te vertalen. En Mohan en Anil, wij nemen de auto en gaan de dorpen langs.


(Ze gaan al pratend af. Er lopen nog wel andere voorbijgangers. Surya en Maya komen van achter de vuilnisbelt voorzichtig te voorschijn. Ze kijken angstig om zich heen. Snibby springt rond en roept ze.
Snibby

Kom maar, het is veilig. Vikram, Daniera en Dinesh zijn weg.


Maya

Echt? Weet je het zeker?


Surya

Kom Maya, Snibby heeft ons de hele tijd geholpen, vertrouw hem maar.



(Hij neemt haar bij de hand en ze kijken naar het toneel).

Maya, kijk! Is dat niet de Ganges? De heilige rivier! We zijn in Benares!


Maya

Benares! Ja! ’t Is net of ik het ergens van ken. Kom, ik weet de weg. We gaan op zoek naar een geel huisje.


Snibby

Mag ik ook mee? Ik denk niet dat Vikram en Daniera blij zijn als ik terug kom…


Surya

Natuurlijk mag je mee, dankzij jou zijn we vrij…en nog in leven.


(Ze lopen het toneel op en kijken rond.)
Maya

Hoe komen we nu aan eten?


Surya

Ik denk dat er niets anders op zit dan bedelen…..


(Ze gaan bedelen bij de voorbijgangers. De één geeft wat, de ander jaagt ze weg. Na een tijdje gaan ze moedeloos zitten.)
Maya

Ik heb een paar muntjes en één koekje gekregen. Ik heb honger.


Surya

Hier, ik heb een mango gekregen, eet jij die maar.

We moeten een slaapplaats vinden. Misschien kunnen we onder die poort slapen.
(Snibby rent heen en weer en komt dan naar ze toe met nog wat te eten)
Snibby

Hier, ik heb nog wat gevonden!



(De kinderen nemen het aan en eten het gulzig op).

Enne… jullie zochten toch een geel huisje? Kom mee!


(Hij neemt ze mee naar het gele huisje.)
Maya

Dit huisje… ik ken het ergens van… maar ik weet niet meer waarvan. Ik durf niet zomaar naar binnen te gaan. Misschien wonen er wel slechte mensen?


Surya

Het huisje ziet er vriendelijk uit, ik denk niet dat er slechte mensen wonen. Maar je weet nooit. Laten we hier gaan slapen. Als we morgen wakker worden, kunnen we zien wie er naar buiten komt.

Kom Snib, houd jij de wacht?
Snibby

Dat zal ik doen! Slaap lekker!


(Ze gaan liggen. Surya valt direct in slaap, Snibby ook, maar Maya blijft wakker.Ze staat op, loopt het toneel op, waar het nu schemerdonker is en begint te zingen: )
Maya zingt:

Heb ik een thuis?

Wat is mijn huis?

Is het geel of blauw

Hoe weet ik dat nou?

Is het hier of daar?

Mooi of raar?
Heb ik een vader of een moeder?

Heb ik zussen of een broeder?

Zijn ze groot of klein?

Hoeveel zouden het er zijn?

Zijn ze lief of stout?

Zijn ze jong of oud?

Lijken ze op mij?

Lopen ze hier nu voorbij?

Ik wil naar huis, waar dat ook is

Omdat ik mijn familie mis.


O, mijn familie

O, mijn familie

Waar zijn jullie nou?

Kom toch heel gauw!

Mataji, Pitaji

Dada en Didi


Vragen zijn er, o, zoveel

Niemand met wie ik een antwoord deel

Het antwoord blijft voor mij een droom

Maar het is nu zo gewoon

Dat ik het allemaal niet weet,

Zelfs niet hoe ik eigenlijk heet.

Ik heb geen één herinnering

Ik weet van toen geen enkel ding

Alleen dit schelpje aan dit touw

Blijft mij mijn leven lang al trouw.


Heb ik een thuis?

Wat is mijn huis?

Is het geel of blauw

Hoe weet ik dat nou?

Is het hier of daar?

Mooi of raar?


O, mijn familie

O, mijn familie

Waar zijn jullie nou?

Kom toch heel gauw!

Mataji, Pitaji

Dada en Didi



(Dan gaat ze ook slapen. Langzaam aan wordt het licht. Kiran komt uit het huisje naar buiten. Ze ziet de kinderen liggen).
Kiran

Kijk nou toch? Dat meisje lijkt sprekend op mijn zus!


Maya (wordt wakker en schrikt, wil opstaan en wegrennen)

Help!


(Surya wordt ook wakker)
Kiran

Stil maar. Ik doe je niks. Ik keek naar je, omdat je zo sprekend lijkt op mijn zus…

Wat heb je daar om je hals?
Maya

Een schelpje… Ik ben er mee geboren.


Kiran

Laat eens zien?



(Ze bekijkt het aandachtig).

Nee maar… dat is hét schelpje! Jij moet Maya zijn!


Maya

Hoe weet u dat?


Kiran

Ik ben de zus van je moeder! Dat schelpje, dat gaf je moeder je, toen je wegging, toen die man je meenam…Het moest je beschermen tegen boze geesten.


Surya

Dat kunt u nu wel zeggen, maar…


Kiran

Stil maar, ik snap dat je niemand vertrouwt. Maar ik kan je geruststellen. Mijn man, Mohan, is politieagent en al jaren zijn we op zoek naar de fabriek waar Maya naartoe is meegenomen. We hebben pas gehoord dat er twee kinderen ontsnapt zijn. We hoopten die te vinden, zodat zij ons kunnen helpen de fabriek te vinden. Ik geloof dat ik die kinderen nu gevonden heb…


Surya en Maya zijn sprakeloos.
Snibby

Ja, u hebt ze gevonden!


Kiran

Hé, wie ben jij?


Maya

Dat is Snibby, dank zij hem zijn we nog in leven!


Kiran

Nou, kom alledrie maar mee. Dan krijgen jullie te eten. Ik zal de anderen halen en dan kunnen we plannen smeden. Jullie zullen wel veel te vertellen hebben.


(Ze verdwijnen in het huisje).
DOEK DICHT - MUZIEK

DEEL V
Decor:

Opnieuw de weverij en het hutje.
Op toneel:

Sagar zit achter het weefgetouw, Angita achter de naaimachine. Vikram Ravana staat in de hoek toe te kijken en te praten met Daniera en Dinesh Kapur. Het doek is nog dicht.
Vanuit de zaal komen alle anderen eraan, van verschillende kanten: Van rechts komen Mohan en Kiran, Maya, Surya, Nirmala Baldewsingh., Sanne, Veronica, Sharon, Joyce en Thomas.

Van links komen Mataji , Pitaji, Shanta en Malika met Anil Rambaran en Sarita Gupta.

Voor het doek, op het toneel komen ze elkaar tegen. Surya rent op Mataji en Pitaji af. Ze omarmen elkaar. Thomas filmt alles.Snibby huppelt mee.
Surya

Mataji! Pitaji!


Mataji, pitaji

Surya!
Surya

En Malika en Shanta ! Wat doen jullie hier ?
Sarita G.

We dachten, dat het voor de kinderen in de fabriek beter zou zijn, als ze zien dat jij Surya, je vader en moeder hebt terug gevonden. Dan geloven ze echt dat we ze komen bevrijden.

Is dit de plaats, waar jullie al die tijd moesten werken?
(Surya en Maya zijn bang en kruipen dicht tegen resp.Mataji en Kiran aan).
Surya

Ja, hier was het. Ik ben bang. Straks pakken ze ons weer.


Pitaji

Dat gaat niet gebeuren!


Mohan

Wees niet bang. We zijn goed voorbereid. Als het moet, zullen er schoten vallen. Schrik niet als je dat hoort.


Nirmala B.

Surya, blijf jij bij je ouders. Maya, blijf jij bij Kiran en Mohan. En (tot de Nederlanders) blijven jullie een beetje aan de kant staan. Het is wel goed dat ze jullie zien, dan zullen ze minder durven. Thomas, zorg dat je alles vastlegt. Anil, aan jou om de deur open te rammen. Heb je je wapens en handboeien paraat?


Anil R.

Ja, ik heb alles gereed. Pas op, ik ga beginnen! (Hij ramt met een grote hamer op de deur= het doek, tot deze opengaat =>


DOEK OPEN
(Dan richt hij direct zijn pistool op Vikram. Mohan richt zijn pistool op Dinesh.)
Anil R.

Handen omhoog!


(Vikram en Mohan doen hun handen omhoog. Sarita en Nirmala lopen naar hun toe en doen hun handboeien om. Dinesh wil wegrennen, maar dan pakt Pitaji hem en geeft hem een geweldige klap, waardoor hij bewusteloos valt. Anil lost een schot in de lucht. Nirmala slaat hem alsnog in de boeien.Hij staat wankelend op.)
Mohan

Jullie zijn gearresteerd. Wij zijn van de politie. Kinderarbeid is verboden. Dat weten jullie. Kinderhandel ook. Jullie gaan mee naar de gevangenis.


Dinesh

Die ouders hebben hun kinderen vrijwillig gegeven! Ze hebben er geld voor gekregen!


Mataji

Je liegt! Je zou Surya na een half jaar terug brengen! En na die eerste rupies hebben we nooit meer geld gezien!


Anil R.

Kom mee, geen geleuter. Dit gespuis moet zo snel mogelijk achter slot en grendel.


Snibby

Nog meer gespuis, nog meer gespuis. (Daniera probeert zich te verstoppen)


Sarita G.

Hé Snibby, wie bedoel je?


Snibby

Daniera, Daniera . (Snibby springt naar haar toe).


Nirmala B.

Wie is dat?


Maya

Dat is de vrouw van de baas. Ze gaf ons altijd te eten, of beter gezegd, nauwelijks te eten.


Nirmala B.

Sarita, neem jij haar mee. Sluit ze alledrie op in de politieauto, dan rijden we ze naar de gevangenis.



(Mohan en Anil nemen Vikram en Dinesh mee, Sarita neemt Daniera mee. Ze gaan af).
Surya

Maar Sagar dan en Angita? (Hij loopt naar Sagar toe, Maya volgt hem)

Sagar, hoe is het met je? (Sagar zwijgt)

Sagar, zeg iets! We komen je bevrijden!


Angita

Hij praat niet meer sinds jullie gevlucht zijn. Ik weet niet waarom.


Maya

En jij, hoe is het met jou?


Angita

De meeste tijd heb ik ziek in het hutje gelegen. Sinds een paar dagen moest ik weer werken. Maar ik heb overal pijn.



Kiran

Kom maar met ons mee. We zullen een dokter voor je halen.


Mataji

En jij, Sagar, jij mag met ons mee. Kom maar.


Angita

Wie zijn al die witte mensen?


Nirmala B.

Dat zijn mensen uit Nederland.


Angita

Uit Nederland? Waar de kleren naar toe gingen, die wij moesten maken?


Nirmala B.

Ja, maar deze mensen willen helemaal niet dat kinderen hun kleren maken. Daarom zijn ze hier.

Wij zijn van de organisatie Fair Fashion. We strijden ervoor, dat kinderarbeid niet meer voorkomt en dat er overal eerlijke handel is. Dan is er ook eerlijke mode, Fair Fashion.
Sanne

Ik ben Sanne. Ik kocht een jurkje en zag dat het in India gemaakt was. Ik wilde weten waar het vandaan kwam. Hebben jullie dit gemaakt?


Maya

Ja….
Sanne

Als ik dat geweten had, zou ik het niet gekocht hebben!
Sharon

En ik ook niet!


Joyce

En ik zou die kleren niet ingekocht hebben. Die meneer Bannerjee heeft me voorgelogen!

Voortaan controleer ik alles wat er binnenkomt. Ik heb iets goed te maken. Ik gebruik mijn winst om een school te bouwen in jullie dorp, Surya. Dan kunnen jij en je zusjes en je broer naar school!
Surya

Mijn broer? Waar is Ram eigenlijk?


Mataji

Die moet op de geiten passen, sinds jij dat niet meer doet…


Malika

Mataji, pitaji, horen jullie dat? Een school in ons dorp! Ik zal leren lezen en schrijven!


Pitaji

Mevrouw, dat is geweldig, als u dat doet.


Shanta

Ik wil wel juf worden op die school!


Sharon

Ik geef alleen nog modeshows in kleding die eerlijk gemaakt is!


Sanne

Ik ga een lange spreekbeurt houden op school….


Veronica

En ik weet opeens wat ik wil…. Mijn midlifecrisis is over! Al die tijd wist ik niet wat ik wou, maar nu weet ik het: ik ga een kledingatelier beginnen met eerlijke kleding, fair fashion! Ik ga de stoffen persoonlijk in India inkopen, zodat ik zeker weet waar ze vandaan komen! Ja, dat ga ik doen!



(Ze maakt een vreugdedansje en begint te zingen op de melodie van “Money, money” van Abba: )
Waarom is het leven zoals het is?

Zo wreed, zo hard, zo ongewis?

Wat heb ik al die tijd gedaan?

Welke kleding had ik aan?

Kleding van heel ver weg

Lekker goedkoop toch zeg.

Nu weet ik meer…

Dit doet zo’n zeer.

Ik stop met deze shopcultuur

Ik maak zelf kleding, heel erg duur

Maar wie het koopt, die weet

Dat het gemaakt is zonder leed.


(Sagar komt steeds dichter bij staan. Als het uit is, schreeuwt hij:)
Sagar

Aaaah!
Surya

Sagar, je praat weer! Je hebt je stem terug!
Het beeldscherm wordt voor alle mensen geplaatst. Thomas spreekt als nieuwslezer:
Thomas

In India, in een dorp ten noorden van Benares, heeft de politie met succes bij een kledingfabriek ingebroken, waar sprake was van kinderarbeid. De organisatie Fair Fashion is de fabriek op het spoor gekomen. De eigenaar van de fabriek en de kinderronselaar zijn gevangen gezet. Alleen de handelaar loopt nog vrij rond. Maar M&H zal bij hem geen kleding meer inkopen, en überhaupt geen kleding, die door kinderhanden is gemaakt. M&H sponsort zelfs de bouw van een nieuwe school, zodat deze kinderen kunnen leren lezen, schrijven en rekenen en een toekomst hebben. Sharon geeft alleen nog modeshows met eerlijke kleding.

Dit was het nieuws.
Snibby

Dit was het nieuws.


Dan komt iedereen op en zingt:
Iedereen
Eén wereld vol met mensen

Een wereld vol met wensen

Vol met angsten, vol met dromen

Hoop, dat goede tijden komen.

Oost en west en noord en zuid

Overal ziet het er anders uit

Maar ook al lijkt het nog zo veel

Samen is het één geheel.

Als we elkaar leren kennen

Zullen we aan dat vreemde wennen.

De één kan niet zonder de ander

We horen allen bij elkander

We hebben elkaar nodig

Niemand is er overbodig.

We bewonen één planeet

Die ‘onze aarde’ heet.

Haar bewoners, dat zijn wij

Wereldburgers, ik en jij.



EINDE







1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina