Marokko voor beginners



Dovnload 65.22 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte65.22 Kb.

Marokko voor beginners


Marokko (officieel: al-Mamlaka al-Maghribiya, oftewel: "het westelijke koninkrijk") is een land met ongeveer 33 miljoen inwoners in het uiterste noordwesten van Afrika.

De hoofdstad van Marokko is Rabat, en de huidige koning heet Mohammed VI; hij volgde zijn vader Hassan II op na diens overlijden in 1999.

Marokko is een land met een boeiende geschiedenis en een rijke cultuur. Met name de vier zogeheten "koningssteden" (de huidige en vroegere hoofdsteden; naast Rabat zijn dat Fès, Marrakech en Meknès) hebben bezoekers veel te bieden.




De metropool Casablanca, met ruim drie miljoen inwoners de grootste stad van Marokko, en de havenstad Tanger aan de Straat van Gibraltar zijn eveneens het bezoeken waard, maar ook buiten de steden is Marokko een interessante toeristische bestemming; zo kan men 's winters in het Atlasgebergte terecht om te skiën en te langlaufen.

Toch speelt het toerisme in Marokko nog een relatief bescheiden rol, vergeleken met veel andere landen aan de Middellandse Zee.

De belangrijkste bron van buitenlandse inkomsten vormen de in het buitenland levende Marokkanen die regelmatig geld overmaken naar hun familie in Marokko. (Volgens tellingen van het CBS woonden er in 2002 een kleine 300.000 Marokkanen van de eerste en tweede generatie in Nederland.)

Deze site bevat informatie over o.a. volk en cultuur, geschiedenis en moderne politiek; daarnaast is aandacht besteed aan de belangrijkste steden.

We hopen dat de site nuttig zal zijn bij het plannen van een vakantie of een stedentrip, maar ook bijvoorbeeld bij het voorbereiden van een opstel of spreekbeurt over Marokko!

Geografie


Marokko is een koninkrijk in het uiterste noordwesten van Afrika. Het maakt deel uit van de zogeheten Maghreb-landen, waartoe ook Algerije en Tunesië behoren ("maghreb" betekent in het Arabisch "de plaats waar de zon ondergaat", oftewel "het westen").

Het land is 453.730 km2 groot en daarmee bijna 11x zo groot als Nederland. Deze oppervlakte is exclusief de Westelijke Sahara. Dat gebied wordt sinds 1979 door Marokko bestuurd, maar de bevolking strijdt voor onafhankelijkheid (zie Moderne politiek).

Marokko heeft een lange kustlijn van in totaal 1835 kilometer: zo’n 1400 kilometer aan de Atlantische Oceaan en 435 kilometer aan de Middellandse Zee. Als de Westelijke Sahara bij Marokko wordt gerekend, komt daar nog eens 1100 kilometer Atlantische kust bij.

Het land wordt van Spanje gescheiden door de nauwe Straat van Gibraltar. In het oosten grenst het land aan Algerije, in het zuiden aan de Westelijke Sahara. In het noorden —aan de kust van de Middellandse Zee— liggen twee Spaanse enclaves: Ceuta en Melilla. Die zijn een overblijfsel uit de koloniale tijd: tussen 1912 en 1956 was Marokko verdeeld in een Spaans en een Frans protectoraat (zie Geschiedenis).

Marokko is landschappelijk een land van uitersten: van besneeuwde bergtoppen in het noorden tot droge woestijnen in het zuiden.

Het land wordt gedomineerd door bergen. In het noorden ligt het Rifgebergte dat van west naar oost loopt. Dwars door Marokko loopt het Atlas-gebergte, van het zuidwesten naar het noordoosten, tot in Tunesië. De hoogste berg van Noord-Afrika ligt in Marokko, de Jebel Toubkal, ten zuiden van Marrakech. In de winter kun je skiën in het Atlasgebergte (zie Economie en toerisme).

Marokko heeft naar schatting 33 miljoen inwoners. De meeste mensen wonen ten westen van de Atlas; aan de oostkant begint de Sahara-woestijn.

De hoofdstad is Rabat aan de Atlantische Oceaan, waar 1,6 miljoen Marokkanen wonen. Even ten zuiden van Rabat ligt Casablanca, het commerciële centrum en de grootste stad van Marokko (3 miljoen inwoners).


Volk en cultuur 1


Marokko heeft ongeveer 33 miljoen inwoners. Het land heeft een heel jonge bevolking: meer dan de helft is jonger dan 20 jaar.

De oorspronkelijke bewoners waren Berbers, een volk dat over heel Noord-Afrika was verspreid. Nog steeds vormen Berbers de grootste bevolkingsgroep.

Op de tweede plaats komen de Arabieren, die Marokko in de 7de en 8ste eeuw veroverden en de islam introduceerden. Het onderscheid tussen Berbers en Arabieren is tegenwoordig soms moeilijk te maken, omdat er veel gemengde huwelijken zijn.

De Berbers –met een eigen taal– zijn het duidelijkst terug te vinden in het noordelijke Rifgebergte. Die Berbertaal –het belangrijkste dialect heet Tamazight– wordt alleen gesproken, er bestaat geen geschreven versie van. Daarom is het Arabisch de officiële taal van Marokko. Door de vroegere Franse overheersing spreken veel Marokkanen ook vloeiend Frans.


Vrouwen


In moderne steden als Rabat en Casablanca nemen vrouwen volop deel aan het openbare leven, maar in traditionele gezinnen heeft de vrouw een dienende rol.

Toch verandert er wel iets op dat gebied. In februari 2004 nam Marokko een opvallende stap: het familierecht werd ingrijpend gewijzigd. De Marokkaanse vrouw werd bevrijd van haar ondergeschikte positie in het huwelijk en ze kreeg meer rechten.

Zo is de plicht tot gehoorzaamheid aan de man vervallen. Er is nu sprake van wederzijdse rechten en plichten. Verder is de huwelijksleeftijd van meisjes verhoogd van 15 naar 18 jaar, al kan de rechter hierop uitzonderingen maken.
Het dagelijks leven in Marokko is doordrenkt van het geloof, de islam. Vijf keer per dag roept de zogeheten muezzin de moslims op om te bidden: net na zonsopgang, om 12 uur ’s middags, halverwege de middag, net na zonsondergang en later op de avond. Marokkaanse mannen gaan dan naar de moskee om hun moslimplicht te vervullen.
De jaarlijkse vastenmaand Ramadan heeft grote invloed op het openbare leven. Tussen zonsopgang en zonsondergang vasten de Marokkanen.

Jonge kinderen zijn daarvan vrijgesteld en uiteraard hoeven niet-moslims zich ook niet aan de islamitische regels te houden. Deze groepen mogen overdag wel eten, maar als iemand dat in het openbaar doet, dan wordt dat beschouwd als een grove schending van de Ramadan.

De zonsondergang tijdens Ramadan is een feestelijke gebeurtenis: dan mag er eindelijk weer gegeten worden. Traditioneel gebeurt dat met het eten van harira, een soep gemaakt van kikkererwten, linzen en soms ook kip.

Koningssteden


Marokko heeft vier "koningssteden": Marrakech, Fès, Meknès en Rabat. Deze steden worden zo genoemd, omdat ze ooit door een sultan tot hoofdstad werden uitgeroepen.

In deze steden zijn prachtige voorbeelden te zien van oude islamitische bouwkunst, die vooral tot uiting komt in de vele moskeeën en koranscholen.


Huis en decoratie


Traditionele huizen zijn altijd gebouwd rond een binnenplaats. In kleinere huizen is dat een betegelde ruimte, bij grotere huizen vaak een mooi aangelegde tuin. Daaromheen liggen aparte vertrekken voor mannen en vrouwen.

Veel muren en deuren zijn mooi versierd. Omdat de islam het afbeelden van levende wezens verbiedt, zie je overal in Marokko prachtige geometrische figuren en kleurrijke mozaïeken op zuilen, wanden, vloeren, plafonds en fonteinen.


De maaltijden zijn belangrijke sociale momenten in het leven van Marokkanen. Ze eten vaak gezamenlijk rond een grote schaal die volgestapeld ligt met voedsel.

Het eten wordt met de hand (de rechterhand!) van de schaal gepakt. Mannen en vrouwen eten apart; de mannen eerst.



Tajine is een populair gerecht: een stoofschotel die wordt bereid in een aardewerken pan met een vulkaanvormig deksel.

Couscous wordt in heel Noord-Afrika gegeten maar is van oorsprong Marokkaans. Meestal wordt het gerecht geserveerd op vrijdag —de heilige dag. Couscous wordt gemaakt van een graansoort die bestaat uit kleine korreltjes.

Het wordt gestoomd en geserveerd met vlees en meestal zeven verschillende groenten (zeven is een magisch getal).

Bij de bereiding worden kruidenmengsels gebruikt, die van moeder op dochter worden overgebracht. Zo kent iedere familie zijn eigen recept voor couscous.

Kefta (gekruide gehaktballetjes aan een spies) en mechoui (geroosterd lamsvlees) zijn andere hoogtepunten van de Marokkaanse keuken.

En dan is er natuurlijk de muntthee, altijd bereid volgens een vast ritueel. De basis is groene thee, waaraan blaadjes munt worden toegevoegd. Dan gaat er suiker in het theepotje, véél suiker.

De thee wordt geserveerd in kleine glaasjes. Bij het inschenken wordt de theepot eerst heel hoog gehouden om dan met een vloeiende beweging omlaag te worden gebracht. De ervaren theeschenker morst geen druppeltje.

Na drie glaasjes is het tijd om weer op te stappen. Dat wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar iedere Marokkaan weet het. Handig om te weten als je als buitenlander uitgenodigd wordt voor de thee!



Geschiedenis 1


De Berbers vormen de oorspronkelijke bevolking van Marokko. Het woord berber is afgeleid van het Griekse "barbaroi" en het latere Romeinse "barbari", dat minachtend voor vreemdelingen werd gebruikt ("barbaren").

De Berbers hebben met vele vreemde machten te maken gehad. Al voor onze jaartelling waren het de Feniciërs, die langs de kust van de Middellandse Zee handelsposten stichtten. Aan het eind van de 1e eeuw v. Chr. werd Marokko deel van het Romeinse Rijk. In de eeuwen daarna volgden de Vandalen en de Byzantijnen.

Aan het einde van de 7e eeuw rukten de Arabieren vanuit het oosten op. Aanvankelijk konden de Berbers zich met succes verdedigen, maar uiteindelijk werden ze onderworpen. De Arabieren bekeerden hen tot de islam en namen de Berbers op in de legers die Spanje veroverden.

In de 8e eeuw ontstond in Marokko de eerste islamitische staat onder sultan Moulay Idriss. Zijn zoon, Idriss II, stichtte de stad Fès en maakte het de hoofdstad van zijn rijk. Daarna zou de hoofdstad —onder verschillende dynastieën— nog vele malen wijzigen.

De Almoravieden maakten Marrakech de hoofdstad, hun opvolgers (de Almohaden) vonden Rabat daarvoor beter geschikt. Daarna werd Fès opnieuw hoofdstad, om die titel korte tijd af te staan aan het naburige Meknès. De Fransen maakten in 1912 Rabat de hoofdstad van het protectoraat Marokko.

Onder de Almohaden (1147-1258) breidde het Marokkaanse rijk enorm uit: behalve Marokko zelf omvatte het Algerije, Tunesië, Libië en grote delen van Spanje en Portugal.

Daarna raakte het rijk in verval, maar er brak een nieuwe bloeitijd aan nadat de laatste islamieten uit Spanje waren verdreven (1492).

Marokko profiteerde van de toevloed van Moren en Joden die Spanje waren ontvlucht. Het rijk breidde naar het zuiden uit, maar het noorden viel ten prooi aan de Portugezen en de Spanjaarden.


De onafhankelijkheid van Marokko kwam pas in gevaar nadat de Fransen in 1830 Algerije waren binnengevallen.

Marokko steunde het Algerijnse verzet en daarom voerde het Franse leger een strafexpeditie uit tegen de Marokkanen. In 1844 werd het Marokkaanse leger verslagen.

Intussen had Spanje de hele noordelijke kuststrook van Marokko bezet. In 1904 werden Frankrijk en Spanje het eens over een verdeling van de invloedssferen. Behalve het noorden kreeg Spanje zeggenschap over een zuidelijk gebied dat bekend werd als de Spaanse Sahara (nu: Westelijke Sahara).

De Marokkanen kwamen massaal in opstand tegen de Franse en Spaanse overheersing. Pas in 1934 had Frankrijk het gebied onder controle, maar het streven naar onafhankelijkheid hebben de Marokkanen nooit opgegeven.

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog raakte de kwestie van de onafhankelijkheid tijdelijk op de achtergrond, maar al meteen na de oorlog werd een politieke partij opgericht (de Istiqlal) die streefde naar onafhankelijkheid.

De partij werd gesteund door sultan Mohammed V, die steeds vaker weigerde Franse maatregelen te bekrachtigen. Dat vond Frankrijk zo lastig, dat de sultan in 1953 werd afgezet en verbannen.

Twee jaar later besloot Frankrijk af te zien van zijn aanspraken op Marokko en mocht de sultan terugkeren. Op 2 maart 1956 werd het land onafhankelijk. Spanje weigerde twee noordelijke enclaves —Ceuta en Melilla— en de Spaanse Sahara op te geven.

Moderne politiek 1



Afstammelingen van Ali

Vanaf de 17e eeuw wordt Marokko geleid door sultans van de Alawieten-dynastie.

Volgens de overlevering zijn de Alawieten directe afstammelingen van Ali, de schoonzoon van de profeet Mohammed.

Deze heilige afstamming maakte de sultans en de latere koningen ook de geestelijke leiders van het volk. Dat is tot op de dag van vandaag zo.


In 1957 nam sultan Mohammed V de titel van koning aan, waardoor Marokko een koninkrijk werd. Vier jaar later overleed de koning; hij werd opgevolgd door zijn zoon Hassan II.

In de eerste jaren na de onafhankelijkheid was de binnenlandse situatie nogal verward.

De leden van de Istiqlal waren niet zo eensgezind als voor de onafhankelijkheid en de beweging viel uiteen in een traditionele stroming en een linkse partij onder leiding van Mahdi ben Barka.

Daarnaast kwam er een koningsgezinde partij —de Mouvement Populaire— die vooral op het platteland veel aanhang kreeg.

Koning Hassan trok steeds meer macht naar zich toe. Dat leidde in 1965 tot een opstand van studenten in Casablanca. Bij de rellen werden zo'n honderd demonstranten gedood. Hassan ontbond daarop het parlement en kondigde de noodtoestand af. Politieke vrijheden werden aan banden gelegd.

De absolute monarchie tijdens het bewind van Hassan II is indringend beschreven in het boek Een bevriend staatshoofd van de Franse journalist Gilles Perrault (Ambo, 1992).


Tot twee keer toe is Hassan ontsnapt aan een aanslag op zijn leven. In 1971 werd zijn paleis in Rabat bestormd door opstandelingen; een jaar later werd het koninklijke vliegtuig beschoten. Beide pogingen tot staatsgreep kwamen voort uit het leger.

Omdat hij niet meer kon rekenen op de absolute steun van het leger, zocht Hassan naar een manier om het volk aan zich te binden. Die vond hij in het "marokkaniseren" van de economie. Hij nationaliseerde buitenlands grondbezit en verdeelde die onder kleine boeren.

Vervolgens leidde hij de aandacht af van binnenlandse problemen door aanspraken te maken op de Spaanse Sahara.



Spanje legde de kwestie voor aan het Hooggerechtshof in Den Haag. Dat erkende de historische banden tussen Marokko en de Spaanse Sahara, maar bepaalde tevens dat de Saharaanse bevolking het recht had om in een referendum over de eigen toekomst te beslissen.
Nog dezelfde dag kondigde Hassan de "Groene Mars" aan. Meer dan 300.000 Marokkanen trokken in november 1975 de Sahara binnen, gewapend met niet meer dan een foto van de koning en de koran.

Het jaar daarop werd het gebied verdeeld: tweederde ging naar Marokko, eenderde naar Mauritanië.

De bewoners van het gebied, de Sahrawi, kwamen in opstand. De bevrijdingsbeweging Polisario eiste onafhankelijkheid. Het Marokkaanse leger voerde een jarenlange oorlog tegen Polisario.

Deze oorlog leidde tot slechte verhoudingen met Algerije, Mauritanië en Libië die Polisario steunden. Ook stapte Marokko uit de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, omdat die een zetel toekende aan Polisario als officiële vertegenwoordiging van de Westelijke Sahara.

In het midden van de jaren tachtig leed Marokko zware verliezen in de strijd tegen Polisario. Daarop legde Hassan de kwestie opnieuw voor aan de VN. De VN hield vast aan een referendum, Marokko wilde zijn soevereiniteit niet opgeven.

De kwestie is nog steeds niet opgelost: beide partijen kunnen het niet eens worden over de voorwaarden voor een referendum. Intussen klaagt Polisario dat steeds meer Marokkanen zich in het gebied vestigen met als enig doel een beslissende stem te hebben in een eventueel referendum. Geen enkel land ter wereld erkent de Marokkaanse annexatie van de Westelijke Sahara.

In Marokko worden verkiezingen gehouden, maar de politiek wordt vooral bepaald door de koning. Dat was onder Hassan II het geval en dat is niet anders onder zijn opvolger Mohammed VI, die in 1999 op de troon kwam na de dood van Hassan.

Bij zijn aantreden zei Mohammed dat hij voorstander was van hervormingen en democratisering. Al in de eerste anderhalf jaar van zijn bewind bleek, dat de vernieuwingen ook grenzen kenden: een al te kritische legerkapitein werd tot vijf jaar cel veroordeeld, twee weekbladen en een tv-zender die aandacht besteedden aan Polisario werden verboden, een hongerstaking van werkloze artsen werd met geweld beëindigd, de leider van de Marokkaanse Associatie voor Mensenrechten werd gearresteerd, en het hoofd van het Franse persbureau AFP werd het land uitgezet.


Waarheidscommissie


Wel is door Mohammed VI een "waarheidscommissie" ingesteld, die de gevangenschappen, martelingen en verdwijningen tijdens het regime van zijn vader moet onderzoeken.

Slachtoffers kunnen hun verhaal doen voor de commissie, maar de namen van daders worden niet openbaar gemaakt.



Economie en toerisme


Marokko heeft te kampen met behoorlijke economische problemen. Een van de belangrijkste oorzaken is de explosieve bevolkingsgroei. Halverwege de jaren '90 had Marokko 25 miljoen inwoners; nu zijn het er naar schatting 33 miljoen. De laatste jaren lijkt de aanwas iets langzamer te gaan, maar de groei blijft hoog. Marokko heeft grote moeite om al deze nieuwe monden te voeden. Er zijn bovendien bij lange na niet genoeg banen voor de jonge bevolking. Volgens de Wereldbank leeft een op de vijf Marokkanen onder de armoedegrens.

Het land heeft nauwelijks industrie en is afhankelijk van de export van grondstoffen en landbouwproducten. Fosfaat is een belangrijke exportdelfstof; Marokko is de derde producent van fosfaat ter wereld, na de Verenigde Staten en Rusland. Mét de voorraden in de Westelijke Sahara heeft Marokko 70% van de wereldvoorraad fosfaat in handen.

De industrie beperkt zich tot chemische en textielindustrie, die voornamelijk geconcentreerd is in Casablanca, Rabat en de industriestad Kenitra.

De grootste buitenlandse inkomstenbron vormt de geldstroom van Marokkanen die in het buitenland wonen. Zij maken regelmatig geld over naar (arme) familieleden in Marokko.

Toerisme is de tweede inkomstenbron van het land, al blijft Marokko een bescheiden plaats innemen vergeleken met andere landen rond de Middellandse Zee. Marokko werd in 2002 door 2,2 miljoen buitenlandse toeristen bezocht.

Toch beschikt het land over belangrijke toeristische troeven. Het heeft twee lange kustlijnen, waar het toerisme nog veel verder ontwikkeld kan worden. De steden staan bol van geschiedenis en cultuur, en er zijn nog onontgonnen bergen en woestijnen die aantrekkelijk zijn voor avontuurlijke toeristen.

In 2001 heeft koning Mohammed VI toerisme verheven tot nationale prioriteit. Marokko wil binnen tien jaar van de 39e plaats op de wereldranglijst van bestemmingen opschuiven naar een plaats in de top-20. Marokko neemt daarbij Turkije als voorbeeld, dat sinds het begin van de jaren '90 sterk in opkomst is als toeristische bestemming.

Marokko is ook een mooi land, met prachtige zandstranden, de indrukwekkende toppen van de Atlas en de steenwoestijn in het zuiden met hier en daar zandduinen, oases en kashba’s (ommuurde dorpjes).

Weinig mensen weten dat je in Marokko ook voor een wintersportvakantie terechtkunt. In het Atlasgebergte ligt in de winter voldoende sneeuw om te skiën en te langlaufen. Er zijn skiliften en prima hotels. Het is er alleen wat minder luxe dan in de bekende Europese wintersportgebieden.

Casablanca


Casablanca is, met ruim drie miljoen inwoners, de grootste stad van Marokko. In het Arabisch heet de stad Dar el-Beïda, "het witte huis"; en in het Spaans is dat "casa blanca".

In de 7de eeuw n.Chr. was Casablanca nog een klein —maar strategisch gelegen— Berberdorp. In de eeuwen daarna groeide Casablanca uit tot een belangrijk piratennest, en in 1468 werd de stad aangevallen door de Portugezen die er de kapersvloot verwoestten.

Onder sultan Sidi Mohammed ben Abdallah (18de eeuw) nam het economisch belang van Casablanca toe, vooral dankzij de haven.

Tijdens het Franse protectoraat groeide Casablanca uit tot hèt economisch centrum van Marokko, door toedoen van maarschalk Lyautey, de gouverneur. Hij ontwikkelde plannen om de stad en de haven ingrijpend te moderniseren —een project dat bijna veertig jaar duurde.

Ook nadat Marokko onafhankelijk was geworden, ging de uitbreiding en modernisering door.

Zo werd in 1993 de bouw van de grote Hassan II-moskee voltooid —de grootste ter wereld na die van Mekka.

De gebedshal, met afmetingen van 200 bij 100 meter, biedt plaats aan 25.000 gelovigen. Het moskee-complex heeft een totale oppervlakte van 9 hectare en is direct aan zee gelegen.

De meeste nieuwbouw vindt men echter in de Ville Nouvelle ("Nieuwe Stad"). In dit stadsdeel liggen het Plein van de Verenigde Naties en het Mohammed V-plein, en de belangrijkste hotels, banken en winkelcentra zijn hier gevestigd.

Iets meer naar het noorden ligt de oude medina, nog steeds voor een groot deel omgeven door stadsmuren.

Fès


Fès was de hoofdstad van Marokko totdat de Fransen kwamen en Rabat het bestuurscentrum maakten. Het is de oudste van de koningssteden.

Er zijn talrijke monumenten in Fès, waaronder de universiteit en het heiligdom van Moulai Idriss, die de stad heeft gesticht.

De Karaouine moskee uit 859 is een van de oudste en beroemdste moskeeën in het westelijk deel van de moslim-wereld.

Het is eeuwenlang een van de belangrijkste spirituele en intellectuele centra van de Islam geweest, en de moslim-universiteit van Fès is nog steeds hier gevestigd.

De medina is een waar doolhof van straatjes en steegjes, waar je je zonder moeite in de middeleeuwen waant. Gemotoriseerd verkeer is verboden; ezels zorgen voor het vervoer van zware spullen.

In het centrum van de medina liggen de leerlooierijen, waar nog op traditionele manier huiden worden gelooid en geverfd. Toeristen lopen er vaak rond met een takje mint tegen de neus geduwd, tegen de stank.



De kleur van de stad Fès is kobaltblauw. Dat is duidelijk te zien aan een van de toegangspoorten tot de stad, de Bab Boujeloud. De buitenkant heeft een helderblauwe kleur, de binnenkant is groen, de kleur van de islam.

Fès heeft ook zijn naam gegeven aan een typisch rond en rood hoofddeksel met een kwastje: de fez. Fès produceerde de karmozijnrode kleurstof voor het hoedje.

Marrakech


De naam Marokko is afgeleid van Marrakech (men schrijft ook: Marrakesh of Marrakesj), een stad in het zuiden van het land aan de voet van het Atlas-gebergte.

Marrakech wordt wel "de rode stad" genoemd, omdat de stadsmuren en vele huizen zijn opgetrokken uit rode leem.

Marrakech heeft de grootste medina (oude stad) van Marokko. De medina wordt geheel omgeven door stadsmuren met een totale lengte van 19 km. De muren zijn op sommige plaatsen zo'n twee meter dik; ze hebben een hoogte van maximaal negen meter.

Het hart van de medina is een groot plein, de Djema el-Fna, waar elke avond een bonte kermis ontstaat van eetstalletjes, waarzeggers, dansers, acrobaten, slangenbezweerders en verhalenvertellers.

Het plein oefent grote aantrekkingskracht uit op bezoekers, die hier het traditionele Marokko komen bewonderen. Vanwege zijn culturele belang is het plein door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed.

Binnen de muren van de medina bevindt zich ook de Koutoubia-moskee met haar karakteristieke vierkante minaret.

Sultan Abd el-Moumen gaf rond 1162 opdracht tot de bouw van de moskee, nadat zijn Almohaden-dynastie de dynastie der Almoraviden (de oorspronkelijke stichters van Marrakech) had overwonnen.

De 70 meter hoge minaret, die beschouwd kan worden als hèt symbool van Marrakech, werd voltooid in 1196.

Zij diende als voorbeeld voor zowel de Giralda-toren in de Spaanse stad Sevilla als de Hassantoren in Rabat.

Marrakech is, met Fès, Meknès en Rabat, een van de zogeheten "koningssteden" van Marokko, en de stad is een van de residenties van de huidige koning.



Het Mamounia-hotel

In Marrakech bevinden zich vele riads ("Bed & Breakfast") en hotels, maar de meest verwende (en gefortuneerde!) reizigers kiezen voor het Mamounia-hotel.

Dit hotel, gelegen nabij de Bab el-Jedid (een van de poorten in de stadsmuur), heeft een prachtige tuin met een oppervlakte van maar liefst 130.000 vierkante meter.

Het Mamounia-hotel werd geopend in 1923 en heeft sindsdien een keur aan beroemde gasten mogen verwelkomen. Onder hen de Britse minister-president Churchill, die aan de Amerikaanse president Roosevelt schreef: "It is the most beautiful place in the world".

Die schoonheid heeft wel een prijs: van zo'n 230 euro per nacht voor een eenvoudige kamer in het laagseizoen, tot ongeveer 3.000 euro voor de privacy van een eigen villa in het hoogseizoen...




Meknès


Niet ver ten westen van Fès ligt Meknès. De stad was maar korte tijd hoofdstad (van 1675 tot 1728), maar er zijn veel paleizen gebouwd. Dat gaf Meknès de bijnaam "het Versailles van Marokko".

Meknès telt ongeveer 400.000 inwoners, en is daarmee de vijfde stad van Marokko.

In Meknès zijn drie stadsdelen te onderscheiden: de medina, de kasba en de Ville Nouvelle.

De medina, gelegen in het noordwesten van Meknès, is de oude stad. Zij wordt omgeven door een stadsmuur met verschillende, vaak fraai versierde toegangspoorten. De bekendste stadspoort is wel de Bab Mansour el-Aleuj uit de 18de eeuw, te zien op de afbeelding hierboven.

De kasba in het zuiden is de "koninklijke stad", eveneens omgeven door muren. Hier bevinden zich paleizen als Dar el-Machzen (gebouwd in de 17de en 18de eeuw), het "waterhuis" Dar el-Ma, en het mausoleum van Moulai Ismaïl, de grote sultan die regeerde van 1672 tot 1727. Hij maakte Meknès tot zijn residentie en was verantwoordelijk voor diverse grote bouwprojecten die de Meknès veranderden van een klein dorp tot een belangrijke stad. Ook verdreef hij de Engelsen uit Tanger.

De Ville Nouvelle ("Nieuwe Stad") tenslotte is gelegen in het noordoosten van Meknès, op de rechteroever van de Wadi (rivier) Boufekrane.



Volubilis

Bij zijn bouwprojecten maakte Moulai Ismaïl veel gebruik van materialen die afkomstig waren uit de Romeinse stad Volubilis, gelegen op enkele kilometers van Meknès.

De stad werd gesticht in de 3de eeuw v. Chr., maar raakte in verval nadat de Romeinen zich terugtrokken uit de provincie Mauretania (3de eeuw n. Chr.).

Wie geïnteresseerd is in Romeinse architectuur, moet zeker een bezoek brengen aan Volubilis; tot de hoogtepunten behoren de triomfboog, de basiliek en verschillende goed-bewaarde mozaïeken, waaronder dat van "Diana en de badende nymfen".





Rabat


Rabat is de vierde koningsstad en de tegenwoordige hoofdstad van Marokko. De stad telt ongeveer 560.000 inwoners en is daarmee (na Casablanca) de op één na grootste van Marokko.

Hoewel de stad uiterst modern aandoet en een kleine medina heeft, is ze een kleine 1000 jaar oud: Rabat werd rond 1150 gesticht door Abd el-Moumen, de eerste heerser van de Almohaden-dynastie.

Lang daarvoor echter hadden de  Romeinen op deze plaats al een nederzetting, Sala Colonia geheten (in het Arabisch: Chellah).

In de 12e en 13e eeuw was Rabat de residentie, maar daarna werd de stad minder belangrijk.

Pas in 1912 maakten de Fransen het weer de hoofdstad.

Koning Mohammed V ligt er begraven (in een indrukwekkend mausoleum dat ook door niet-moslims bezocht kan worden), evenals zijn zoon Hassan II.

Opvallend in Rabat is de Hassantoren, die deel uitmaakt van de nooit voltooide moskee van Almohadenvorst Yakoub el-Mansour.

In het noorden van Rabat bevindt zich een ommuurde vesting, de Oudaïa Kasba. Deze werd gesticht door Moulai Ismaïl (zie ook: Meknès) om de stad tegen vijanden te beschermen.

In deze kasba bevinden zich onder andere de El-Atika moskee, het oudste monument van Rabat; de Andalusische Tuin; en het Café Maure.

Ook het mausoleum van de Franse maarschalk Lyautey bevindt zich in Rabat. Hij werd in 1912 de eerste Franse gouverneur in Marokko, en spande zich in om het land economisch te ontwikkelen.

Daarbij zorgde hij er echter steeds voor dat de bestaande infrastructuur van Marokko en de koningssteden niet werd aangetast: hij liet telkens buiten de bestaande medina een Ville Nouvelle ("Nieuwe Stad") bouwen.

Tanger


Tanger (in het Arabisch: Tandzja) is een stad met een kleine 200.000 inwoners, strategisch gelegen aan de Straat van Gibraltar in het uiterste noorden van Marokko.

In het jaar 146 v. Chr. werd Tanger (toen nog Tinge geheten) een Romeinse stad.



Ruim acht eeuwen later (om precies te zijn: in 711) diende Tanger als uitvalsbasis voor het leger van Arabieren en Berbers dat Spanje zou gaan veroveren.

In 1471 werd de stad door de Portugezen veroverd. Vervolgens werd Tanger bestuurd door de Spanjaarden (1578-1640) en tenslotte door de Engelsen; deze laatsten werden uit de stad verdreven door Moulai Ismaïl.

Tanger ontwikkelde zich aan het begin van de 20e eeuw tot een zeer internationale stad, en het aldaar gevestigde corps diplomatique werd, na ondertekening van de Akte van Algeciras (1906), verantwoordelijk voor de politieke en economische aangelegenheden van Marokko.

In 1923 kreeg Tanger een internationaal statuut; de stad werd een autonoom, neutraal en gedemilitariseerd gebied, bestuurd door een internationale raad.

Pas in 1956 werd dit statuut opgeheven; daarna kwam Tanger weer onder Marokkaans bestuur.



Tanger en de kunsten

Tanger vormde een bron van inspiratie voor diverse schilders, waaronder Eugène Delacroix, Kees van Dongen en Henri Matisse.

Ook schrijvers werden aangetrokken door de stad, die aan het begin van de 20e eeuw een reputatie had als exotisch broeinest van spionnen en smokkelaars. Onder andere Paul Bowles, Tennessee Williams, Truman Capote en William Burroughs woonden en werkten voor langere tijd in Tanger.

Een beroemd hotel in Tanger is El Minzah; dit hotel vormde naar verluidt de inspiratie voor Rick's Café in de film Casablanca.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina