Marta, Marta, je maakt je veel te druk!



Dovnload 35.04 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte35.04 Kb.


Tuindorpkerk, 18 juli 2010

Marta, Marta, je maakt je veel te druk!”

Worden we misschien niet op het verkeerde been gezet door deze vertaling?

Er zijn dingen in het leven waar je je niet druk genoeg om kan maken.

En zijn er geen mensen die zich nergens meer druk om maken?


Lezingen: Lucas 10 : 38-42

Romeinen 12 : 1-8

I

Lusten en lasten?’


Wij kennen een nieuw woord: ‘ont-haasten’. In de Statenvertaling staat een oud woord: ‘ont-rusten’. ‘Martha, Martha, gij bekommert en ont-rust u over vele dingen’.
Columnist Rob Schouten van Trouw schrijft dat hem van jongs af aan is geleerd dat je in het leven nu eenmaal moet kiezen tussen ‘lusten en lasten’. Maar, zegt hij, de bijbel die vroeger thuis werd gelezen keert dat om: Maria zit lekker te luisteren, terwijl de ronddravende Marta berispt wordt omdat ze niet weet te genieten.1
Zoiets maken we er vaak uit op: Maria heeft het begrepen, terwijl Marta de hele tijd in de keuken staat. En dat zou haar dan op een standje komen te staan.
Laten wij maar eens opnieuw proberen bij Marta en Maria naar binnen te kijken.

II

Vrouwen rondom Jezus


Jezus is op bezoek bij twee dierbare vriendinnen van hem (Johannes 11:5). Weggestelde vrouwen zijn het. Marta, de huiseigenares, heeft Jezus te eten gevraagd en haar zuster Maria is er ook bij.
In de Joodse samenleving van toen is dit bijzonder. Jezus heeft veel vriendinnen. De manier waarop deze rabbi met vrouwen omgaat is, gemeten naar de bestaande Joodse zeden en gewoonten, uniek. Het past niet, ook niet in de Griekse cultuur die zich met de Joodse had vermengd. Een rabbi moest getrouwd zijn, en daarmee was het hoofdstuk ‘vrouw’ afgehandeld. Wetsonderricht geven aan vrouwen was afwijkend gedrag!2
Hier, in Marta’s huis, gaat Jezus met de vrouwen om op de manier waarop alleen mannen het recht meenden te hebben. Hij is hun leraar. Maria zit aan de voeten van Jezus. Precies zoals Joodse mannen werden opgevoed ‘aan de voeten’ van de wetsgeleerden, - denk aan Paulus die vertelt dat hij heeft gezeten aan de voeten van zijn leermeester Gamaliël (Hand. 22:3).
Jezus maakt geen onderscheid tussen man en vrouw.3 Zelfs met vrouwen die er so wie so niet bijhoren, zoals de Samaritaanse vrouw, van wie Johannes vertelt in zijn hoofdstuk 4, spreekt hij vrijuit over materiële, seksuele en religieuze zaken.4 De discipelen, de mannen, vinden dit over de schreef gaan: ‘zij waren verbaasd dat hij met een vrouw in gesprek was’ (Joh. 4:27).
Ook de kerk5 heeft er van gemaakt: laat de vrouw verder maar zwijgen.6 Maar vrouwen maken het Opstandingsevangelie bekend, waaruit het christendom ontstaat. Aan de vrouwen verscheen Jezus het eerst.7 Vrouwen behoorden tot Jezus’ inner circle.8 Vrouwen behoorden tot Jezus’ inner circle. Het waren vrouwen die hem bijstonden in zijn sterven,9 alle mannen waren verdwenen, behalve de discipel die zijn speciale vriend was (Joh. 19:26).
Met zijn vriendinnen had Jezus een warme relatie. Voor hen is hij ‘Rabboeni’, onze rabbi:10 onze eigen, onze speciale rabbi. Als Maria Magdalena bij het lege graf Jezus herkent en hem bij zijn voeten wil omarmen, zegt hij: ‘geen liefkozing nu!11 – maar: zeg aan de mannen, dat ik moet opvaren naar Mijn Vader die ook jullie Vader is’. De vrouwen zijn de boodschapsters. Het is als in Psalm 68: ‘De Here deed het machtwoord weerklinken; de boodschapsters van goede tijding waren een grote schare’.
Onder de eerste christenen waren veel vrouwelijke apostelen en profeten. Marta geldt als de belangrijkste ambtsdrager in de gemeenschap waaruit het Johannesevangelie is ontstaan. Zij is diaken.
III

Humor tussen vertrouwelingen
Vlak voor dit kleine stukje in Lucas, over Marta en Maria, staat de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. En wat er op volgt is het Onze Vader, met Jezus’ uitleg over het gebed. Jezus’ woorden in het huis van Marta vormen een verbindingsstuk tussen het onderwijs over ons leven als naaste van mensen en naaste van God.
Maar dan lijkt dit toch een heel raar verhaal! Was Marta niet juist bezig, als een goede gastvrouw, zich als naaste te gedragen? Moet Jezus dan niet eten? En kan Maria werkelijk niet een handje helpen? Was Jezus niet zelf het toonbeeld van de dienaar onder de mensen en heeft Hij ze niet altijd voorgehouden dat ze moesten helpen, dienen, en minste zijn? Wat kan hier nu mis zijn? Straks bij het eten kan Jezus toch ook nog wel zijn verhaal kwijt. Waarom moet dat nu, terwijl Marta nog aan het werk is?
Wij denken, zoals die Trouw-columnist, dat Jezus haar een standje geeft. Marta, Marta - je bent zo bezorgd en je maakt je ‘veel te druk’….12 Ik weet niet hoe u het leest, maar ik vraag me af: zien we niet iets heel anders gebeuren?
Hier spreekt een humor die er is onder vertrouwelingen. Jezus geeft Marta een liefdevolle hint. Het is alsof Hij haar even een knipoog van verstandhouding geeft. ‘Rustig maar, jij weet toch wel dat er maar één ding nodig is….’ Laten we Marta niet verkeerd beoordelen. Zij is niet het sloofje, Jezus stelt haar ook niet achter – Johannes noemt haar als eerste van drie mensen van wie Jezus veel houdt: Marta, Maria en hun broer Lazarus (Joh. 11:5).
Maria geeft het goede deel gekozen. Natuurlijk kent ook Marta dat goede deel! Daarom kan Jezus haar er fijnzinnig opmerkzaam op maken. Evenals Maria heeft Marta in de Evangeliën grote betekenis. Sommige commentaren dichten haar een belangrijke rol toe bij het totstandkomen van het boek Johannes (waarvan zij zelfs de mede-auteur of de auteur heeft kunnen zijn).
Het is Marta die in Johannes dezelfde rol vervult die Petrus heeft in Matteüs: zij is het die de geloofsbelijdenis uitspreekt: ik geloof ‘dat u de Christus bent, de Zoon van God die in de wereld komen zou’ (Joh. 11:27).13
Maar nu, in onze tekst, is Marta in het leven alle dag. Daar raakt ze nu even in opgesloten. Ze gaat Maria een verwijt maken: kom liever mij helpen dan daar bij Jezus te zitten. ‘Jezus, zeg jij er eens iets van!’ Ze zal wel denken: ik wil ook graag luisteren, waarom Maria alleen? Zoals wij, als we in de keuken staan, tegen een gast zeggen: wacht even met verder vertellen, ik wil het ook graag horen.
Het is niet, zoals wij dat noemen en zoals deze Bijbelvertaling er dus maar van maakt, dat Marta ‘veel te druk is! 14 Maar ze wordt in beslag genomen. Ze raakt bezorgd. Er komt zelfbeklag van, ze krijgt een gevoel van onvrijheid en isolement. Ze had ook kunnen zeggen: fijn dat jullie even een rustig moment hebben, zolang ik de groenten doe. Ze kan niet meer relativeren.
Ze kan de vele dingen die ze wil doen niet meer in relatie brengen met het ene dat nodig is. Dat ene dat wordt hier kernachtig uitgedrukt. Het is luisteren aan de voeten van Jezus.

IV

Het ene nodige en het diakonaat


Maar, zeggen dan onze ontwikkelingswerkers, geloof en zo - dat komt natuurlijk pas nádat we eerst zorgen dat er te eten is. Nadat er voorzien is in de basisbehoeften. Bij mensen die honger hebben, kun je niet met de bijbel aankomen. Die hebben eerst iets anders aan hun hoofd. Hun eerste zorg is om te overleven. Zoals de Indonesiëzendeling ds. Rullmann eens vertelde, dat de mensen op Java zeiden: wij hebben gebrek aan nasi, niet aan ‘indoctrinasi’. Dat is toch logisch. Ethisch correct.
Ook Johannes beschrijft dat Jezus bij Marta en Maria te eten is (Joh. 12:1-11). Marta is ook daar weer de diaken die dient, en het is Maria die Jezus’ voeten zalft met kostbare olie.15 Judas is dan verontwaardigd over die olie! - en zegt: hadden we met dit geld niet beter aan armoedebestrijding kunnen doen? Een vraag die voortkwam uit zijn dubbele agenda.16
In dit voorjaar kwamen twee ontwikkelingswerkers terug uit Haïti. Ieder apart waren zij op dienstreis geweest. Zij vertelden over de totale armoede die zij hadden gezien, de honger, het volstrekte gebrek van tienduizenden mensen die nog altijd niet in huizen leven, zonder behoorlijke kleren en zonder onderdak. Toen de hulpverleners vroegen: waaraan hebben jullie het meest behoefte? –: tenten, medicijnen, melkpoeder, meel ? – weet u wat zij tot hun stomme verbazing als antwoord kregen? ‘Stuur ons, zoveel als jullie kunnen, asjeblieft eerst bijbels, want wij hebben niets meer’.17
Deze mensen op Haïti lijken op Maria. Zij wilden eerst ‘het beste deel’. Geef ons eerst bijbels, zeiden ze, met het oog op onze zorg voor het eten, zodat wij niet opgaan in de voortdurende bekommernis over ons bestaan, zodat wij daarmee niet samenvallen, want het leven is meer.
Is nu de conclusie: dan maar bijbels in plaats van voedsel? Nee, er staat niet in de tekst: er is een ander ding nodig! Er is één ding nodig bij alles wat er verder te doen is. Veel voedsel is er nodig. Maar die mensen in Haïti willen niet het object zijn, het verlengstuk van een hulpindustrie, ze willen hun leven weer oppakken. Ze willen meer zijn dan alleen maar bezorgd om eten en huisvesting.

V

Marta en Maria zijn verbonden


Maria heeft dus ‘het goede deel uitgekozen’. Misschien moeten we toch even kijken naar de vertaling van het woord ‘deel’. In Jezus’ onderwijs is het leven niet op te splitsen in delen, en niemand kan twee heren dienen. Dit Griekse woord ‘deel’ kan ook betekenen ‘terrein’.
Maria bevindt zich dus op het goede ‘vlak’. Dat is de manier waarop Maria helpt. Het ‘goede deel’ kan in het Nieuwe Testament zelfs worden vertaald als ‘de goede hulp’. Maria heeft de beste hulp geboden. Marta zal straks wel aan Maria vragen ‘waar heeft hij het eigenlijk over gehad?’, en dan zal Maria het haar heus wel vertellen.
Maria en Marta worden hier niet tegen elkaar uitgespeeld. Lucas wil twee attitudes beschrijven, die wij in onszelf ook allebei herkennen. Zij hebben beiden hun bijdrage. Marta zag het alleen even niet zitten. Ze was even haar oriëntatie kwijt. En Maria zal haar straks vast wel even helpen met afwassen. Marta en Maria zijn geen concurrenten van elkaar. Maria zal niet zeggen ‘Kijk mij eens!’18 Paulus spreekt over de gemeenschap in termen van één lichaam. We mogen hier niet òpdelen.
Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen.  We hebben verschillende gaven, iedereen van ons ontvangt genade op haar of zijne wijze (Rom. 12:4-6).

VI

De keuze die Maria niet meer kan worden afgenomen


Maria luistert dus aan de voeten van Jezus. Luisteren is niet het tegendeel van werken of zorgen, ook niet als wat op onze weg komt betekent dat we soms hard moeten werken. Luisterden maar meer mensen naar Jezus in hun werk! En betrokken meer mensen Jezus maar bij de keuze van hun werk. ‘Ora et labora’, ‘bid en werk’, is niet: je moet heel hard werken, dat is nu eenmaal het ene nodige, en dan ook, ter onderbreking, nog even bidden. Nee, dit verhaal staat tussen ‘de Barmhartige Samaritaan’ en het ‘Onze Vader’.
Het is werken en bidden dooreen, met een voordurend luisterend oor, werken met een open en instelling, die relativerend is en die relatie legt. Werken is voor Christenen: bidden en dienen, maar dan in het ontspannen perspectief dat Jezus aangeeft. Het éne perspectief dat nodig is bij de vele dingen die ons dreigen op te sluiten.
We denken wel eens: waar doe ik het allemaal voor?

Maar, - ‘er zijn maar weinig dingen belangrijk in het leven,19 of beter gezegd,20 er is maar één ding nodig’.

En die goede keuze - die zal ons niet meer worden afgenomen (Luc. 10:42).
Zou Rob Schouten gelijk hebben, als hij zegt dat het verhaal van Marta en Maria zoiets is als een anekdote over ‘lusten en lasten’? Dat is een terminologie die volkomen vreemd is aan het Evangelie. We lezen hier niet het tijdschrift Happinez. Jezus zegt iets totaal anders: Mijn last is licht. - ‘Kom naar Mij als je moe bent, of als je je belast voelt, en Ik zal je rust geven’ (Matt. 11:28-30).

Amen


1 Trouw/de Verdieping, 21-6-10, p. 27.

2 Rodolfo Obermüller, Testimonio cristiano en el mundo heleno-oriental, Teología del Nuevo Testamento III, Buenos Aires 1978, p. 571.

3 Jacques Ellul, Subversief Christendom, Kampen 1987, p. 86. Het is opmerkelijk hoe onze moraal heerst over de interpretatie van de Bijbelteksten. Ellul behandelt het antifeminisme onder de hoofdstuktitel ‘Het moralisme’ (p. 79-107).

4 Zie de mooie epiloog in het boek van de Franse filosoof en godsdiensthistoricus Frédéric Lenoir, De filosofie van Christus, Kampen 2008, p. 234-261.

5 Het mannelijke moralisme heeft de geloofsinhoud van de bijbel ondergeschikt gemaakt aan een heel andere orde, in de kerk en in de samenleving: de orde van ‘mannen’gezag en mannenlogica. Moralisten creëren regels. Moraal is mensenwerk Maar de bijbel is geen boek van moraal, maar van waarheid en van leven.

Jacques Ellul zegt: ‘De wezenlijke oorzaak van het antifeminisme in de kerk is waarschijnlijk de triomf van de Wet over het Evangelie en van de moraal over de liefde’ (Subversief Christendom, p. 102. De titel van het boek (La subversion du christianisme) had m.i. beter kunnen worden vertaald met: ‘De omkering van het Christendom’).



6 Patrick Chatelion Counet, exegeet Nieuwe Testament en rechter in opleiding aan de kerkelijke rechtbank van het aartsbisdom Utrecht, schrijft naar aanleiding van 1 Kor. 11 : 10 en 14 : 34: ‘Paulus zegt het omgekeerde van wat er 2000 jaar lang in het Latijn en in het Nederlands is vertaald. Hij zegt niet: “(Ik vind het) een schande dat vrouwen blootshoofds bidden! De vrouw moet een hoofdbedekking op haar hoofd.” Hij schrijft: “(Jullie Grieken vinden het) een schande dat vrouwen blootshoofds bidden? De vrouw moet zelfbeschikking over haar hoofd hebben” (1 Korintiërs 11 : 10). Het is een raadsel dat een zo duidelijk Grieks woord als exousia, dat “macht”, “gezag”, “beschikkingsrecht” betekent, door “hoedje” of “sluier” werd vertaald. Het is ondenkbaar dat Paulus, die vrouwen als gelijke medearbeidsters in de Heer beschouwt en die zijn vriendin Priscilla het primaat in de vroege gemeente van Rome geeft (Romeinen 16, 3), vrouwen beperkt of iets verbiedt’ (VolZin, 22 februari 2008, p. 33).

7 Matteüs, Markus en Johannes schrijven het primaat van het apostolische getuigenis toe aan Maria Magdelena; de Joods-christelijke pre-Paulinische belijdenis in 1 Kor. 15:3-6 en Lukas houden staande dat de opgestane Heer eerst aan Petrus verscheen. Het is opmerkelijk dat deze twee tradities naast elkaar bestaan (Elisabeth Schüssler Fiorenza, In Memory of Her. A Feminist Reconstruction of Christian Origins, Londen 1983, p. 332.).

8 Gerard Dekker in Centraal Weekblad, 19 december 2008: ‘Bonhoeffer hechtte grote waarde aan gemeenschap. Ja, hij noemt de gemeenschap zelfs een openbaringsvorm van God: De gemeenschap is zelf een openbaringsvorm van God: God is bij ons zolang gemeenschap bestaat. Dat is de diepste zin van onze gebondenheid aan het sociale leven, dat wij daardoor des te hechter aan God gebonden worden. Mogen we zo ook lezen wat Hij in brieven aan zijn verloofde schrijft? Hij weet zich opgenomen en geborgen in een gemeenschap van geliefden, vrienden en leerlingen. Ja, die ervaring van gemeenschap strekt zich zelfs uit tot voorbij de dood en omvat niet alleen mensen, maar ook zaken die hij met anderen heeft gedeeld. Het is een rijkdom van menselijke liefde. Dus een menselijke gemeenschap. Voor velen is dat nog iets anders dan de gemeenschap die men met God heeft. Maar zo niet bij Bonhoeffer. Hij maakt geen tegenstelling tussen ‘onze gebondenheid aan het sociale leven’ en de gebondenheid aan God. Is ook dit een consequente doordenking van de menswording van God? Dan denken we immers niet meer in twee onderscheiden werkelijkheden, dan vloeit alles samen in een groot, onzichtbaar rijk, aan welks bestaan je niet hoeft te twijfelen. Daarom kan Bonhoeffer zeggen dat hij zich nog geen moment alleen en verlaten heeft gevoeld’ (Dekkers commentaar bij Bonhoeffers brieven uit de gevangenis aan zijn. verloofde van 24 december 1943 en 19 december 1944).

9 Het waren zijn moeder, zijn tante, en Maria van Klópas en Maria van Magdala.

10 Obermüller, Teología del Nuevo Testamento, p. 571.

11 Ibid.

12 Deze vertaling mag dan neerkomen op een gangbare uitdrukking in ‘modern Nederlands’, zij is onjuist en misleidend. Het gaat niet om een kwantiteit van doen (‘veel te’), maar om een kwaliteit van zijn, de basisoriëntatie te midden van de ‘vele dingen’ (zie de NBG-vertaling van 1951).

13 Schüssler Fiorenza, In Memory of Her. p. 323-234.

14 De vertaling had moeten luiden: ‘je maakt je zorgen om vele dingen’.

15 ‘Haar eigen hoofd mocht zij aan zijn voeten leggen en haar haren mochten de geuren opnemen die van Hem uitstroomden. Het is een typisch vrouwelijk geschenk. Al de opgespaarde overpeinzingen zijn er in opgenomen’ (E.L. Smelik, Het Evangelie naar Johannes, Nijkerk 1977, p.. 207).

16 ‘…dit zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was en als beheerder van de kas de inkomsten wegnam’ (Joh. 12 : 6).

17 Mededelingen van de vertegenwoordigers van Cordaid en van het Nederlands Bijbelgenootschap, in de bestuursvergadering van de Dom Hélder Câmaraleerstoel te Amsterdam, op 4 maart 2010.

18 Zij koestert een verborgen schat. ‘Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in de akker, die een mens ontdekte en verborg…’ (Matt. 13 : 44). In Trouw staan ook de columns van ds. Jean-Jacques Suurmond. Boven één ervan stond: ‘De kerk herbergt een schat, maar loopt er te veel mee te koop’ (Trouw/de Verdieping, 3 februari 2009, p. 22). ‘Werkelijk fataal, denk ik, is dat de schat niet verborgen wordt gehouden. De kerk wordt voorgesteld als een winkel die iets bijzonders in de aanbieding heeft. Van haar diaconale hulp wordt berekend hoeveel dat de overheid niet aan kosten bespaard. Breed wordt uitgemeten hoe nuttig en zingevend de schat die de kerk gebonden heeft wel niet is. De kerk loopt te koop met de schat. Zo verduistert zij haar glans. Ze gooit er kluiten zelfbevestiging en zelfrechtvaardiging overheen’. – Met Maria of Marta heeft dit niets gemeen!

Zie ook Leendert Roosenbrand in VolZin van 9 januari 2009 (p. 18): ‘Het is geen gewaagde stelling dat kerken en gelovigen in de nadruk op maatschappelijke relevantie de nare bijsmaak proberen weg te spoelen van het machtsverlies waarmee ze de afgelopen decennia zijn geconfronteerd. Gewapend met onderzoeken die laten zien dat kerken de overheid jaarlijks miljoenen euro’s besparen en gesteund door politici die in religie een samenbindende factor zien, trekken kerken en gelovigen ten strijde om niet helemaal als overbodig van de kaart geveegd te worden’.



19 Ook hier laat de NBV verstek gaan; de tegenstelling van ‘vele’ en ‘weinige’ dingen gaat verloren. Zie n. 14.

20 ‘…je maakt je bezorgd en druk over vele dingen, maar weinig dingen zijn nodig, of beter, slechts één’ (Jeruzalembijbel).






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina