Masarykova univerzita Filozofická fakulta Ústav germanistiky, nordistiky a nederlandistiky



Dovnload 199.98 Kb.
Pagina1/2
Datum22.08.2016
Grootte199.98 Kb.
  1   2
Masarykova univerzita

Filozofická fakulta
Ústav germanistiky, nordistiky a nederlandistiky
Nizozemský jazyk a literatura

Karolina Vrbová




De invloed van Ayaan Hirsi Ali op de Nederlandse maatschappij en politiek inzake de islamitische vrouwenkwestie

Bakalářská diplomová práce


Vedoucí práce: Lic. Sofie Rose-Anne W. Royeaerd, M.A.
2008

Prohlašuji, že jsem bakalářskou diplomovou práci vypracovala

samostatně s využitím uvedených pramenů a literatury.

...................................................................

Podpis autora práce

Dankbetuiging


Graag wil ik mijn dank uitspreken aan mijn begeleider Lic. Sofie Rose-Anne W. Royeaerd, M.A. Ik wil haar bedanken voor haar begeleiding, waardevolle adviezen en voor haar geduld.

“Ik heb een droom. Het is 8 maart, internationale vrouwendag. De Dam in Amsterdam stroomt vol gesluierde vrouwen. Dan luidt burgemeester Cohen een bel. En al die vrouwen doen tegelijk hun hoofddoek af.”1


Ayaan Hirsi Ali

INHOUD
Voorwoord.......................................................................................................................7

1. Inleiding.......................................................................................................................8

2. Kennismaking met de islam – de achtergrond...........................................................10

2.1. Een echte islamitische vrouw – het leven van een baarri...........................12

2.2. Ayaan Hirsi Ali – een moslima komt in Nederland aan..............................14

3. Islamitische minderheid in Nederland........................................................................16

3.1. Moslimaorganisaties in Nederland –

moslima’s proberen zichzelf te helpen…………………………………...........18

4. Buiten de politiek – wat moet er veranderd worden...................................................22

4.1. Redenen om met de islamitische vrouwen te werken..................................22

4.2. Probleemstelling...........................................................................................23

4.2.1. Separatie van de islamitische minderheid

van de autochtone maatschappij............................................................24

4.2.2. Beperkingen van de rechten van de islamitische vrouwen.....................25

5. Het politieke begin.......................................................................................................26

5.1. Concrete politieke voorstellen.......................................................................27

5.1.1. Moslima’s................................................................................................28

5.1.2. Islamitische minderheid...........................................................................28

5.2.Concrete politieke verwezenlijkingen.............................................................29

6.Conclusie........................................................................................................................32

Literatuurlijst.....................................................................................................................34

Bijlagen..............................................................................................................................36

Bijlage I – Artikel 23 van het Nederlandse Grondwet......................................................37

Bijlage II – De Koran – het monster..................................................................................38

Bijlage III – Godsdiensten in Nederland...........................................................................40

Bijlage IV – Persverklaring Ayaan Hirsi Ali.....................................................................41


VOORWOORD

Mijn bachelorscriptie De invloed van Ayaan Hirsi Ali op de Nederlandse maatschappij en politiek inzake de islamistische vrouwenkwestie is ontstaan wegens een aantal redenen. Als eerste reden kan ik mijn grote interesse voor de problematiek van de minderheden en de integratie van immigranten noemen. Ten tweede heb ik grote bewondering voor de sterke en moedige persoonlijkheid van Ayaan Hirsi Ali zelf. Ook het feit dat Nederland zo’n multicultureel land is waardoor de minderheidsproblematiek een groot thema is, speelde voor mij een belangrijke rol. Deze scriptie is dus een logische verbinding en gevolg van thema’s die me in verband met Nederland interesseren.




1. INLEIDING

In deze bachelorscriptie wil ik de invloed van Ayaan Hirsi Ali, een van Nederlands meest bekende politici van buitenlandse afkomst, op de Nederlandse maatschappij en politiek behandelen. Tijdens haar politieke carrière heeft Hirsi Ali voornamelijk op twee belangrijke kwesties gefocust. Ten eerste betreft dit de kwestie van de islamitische minderheid in Nederland in het algemeen. Ten tweede probeerde Hirsi Ali tegen de beperkingen van de rechten van de islamitische vrouwen in Nederland te vechten.


In deze scriptie schrijf ik over de gebeurtenissen tussen de jaren 1992 en 2006. Het jaar 1992 is het jaar waarin Hirsi Ali als asielzoeker naar Nederland is gekomen. Aan de andere kant is het jaar 2006 ook het jaar van Hirsi Ali’s politieke ontslag. In deze periode was Hirsi Ali heel actief in de problematiek van de islamitische minderheid in Nederland en van de rechten van de islamitische vrouwen.
De vragen die ik me zal stellen en die ik aan het eind van deze scriptie zal proberen te beantwoorden zijn de volgende. Welke zijn volgens Hirsi Ali de grootste problemen die binnen de Nederlandse maatschappij opgelost moeten worden met betrekking tot de rechten van de islamitische vrouwen en de islamitische minderheid? Wat wil Hirsi Ali precies bereiken en veranderen? Wat zijn haar concrete voorstellen? Heeft Hirsi Ali iets in de Nederlandse politiek bereikt in verband met de islamitische kwestie? Op al deze vragen zal ik het antwoord proberen te vinden.
Deze scriptie bestaat uit vijf hoofdstukken en is als volgt opgebouwd. Eerst komt een hoofdstuk over de rol van de islam in het leven van Ayaan Hirsi Ali. In dit hoofdstuk heb ik het over de rol die vrouwen in een islamitische maatschappij hebben. Het laatste deel van het tweede hoofdstuk gaat over de aankomst van Hirsi Ali in Nederland en over haar gevoelens in een democratische staat waar mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Dit hoofdstuk dient als ‘startpunt’ voor de hele scriptie want Hirsi Ali’s hedendaagse voorstellen en opinies betreffende de islamitische vrouwen komen voort uit de ervaringen van haar eigen verleden. In het derde hoofdstuk behandel ik de statistieken en cijfers over de islamitische minderheid in Nederland. Speciale aandacht krijgen de statistieken over de moslima’s en hun redenen waarom ze naar Nederland zijn gekomen. Een groot deel van dit hoofdstuk gaat ook over de moslimaorganisaties die in Nederland bestaan. Met dit deel van mijn scriptie wil ik laten zien dat Hirsi Ali niet alleen voor de emancipatie van de moslima’s in Nederland vecht. In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk vier, heb ik het over de vorming van Hirsi Ali’s concrete voorstellen in verband met de islamitische minderheid en moslima’s in Nederland. In dit hoofdstuk gaat het alleen nog over de ‘buiten politiek’ periode wanneer Hirsi Ali nog geen actieve Nederlandse politica was. Een logisch vervolg op het ‘buiten politiek’ hoofdstuk is een ‘binnen politiek’ hoofdstuk. Hoofdstuk vijf beschrijft Hirsi Ali’s concrete politieke voorstellen en verwezenlijkingen in de Tweede Kamer die de islamitische minderheid en moslima’s in Nederland betreffen. In de twee laatste hoofdstukken zal ik een antwoord proberen te formuleren op de vooropgestelde vragen.
Een van mijn belangrijkste bronnen is het boek Infidel dat door Hirsi Ali zelf geschreven werd. Dit boek is de basis van de informatie over Hirsi Ali die ik in het eerste deel van mijn scriptie aangeef. Dit boek beschrijft Hirsi Ali’s leven, opinies en ook de politieke voorstellen betreffende de islamieten in Nederland tot in de details. Verder gebruik ik de krantenartikelen van Trouw de Verdieping die over Hirsi Ali en de islamitische kwestie schrijven. In deze scriptie maak ik ook gebruik van internetbronnen. De belangrijkste is de website Islam in Nederland die door NRC Handelsblad werd opgericht en die heel uitgebreid over de islam en alle dingen die de islam betreffen schrijft. Verder heb ik heel veel informatie over de islam op de website Islam: the Religion of Peace gevonden. Ook de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was heel belangrijk voor mij omdat deze website heel veel statistieken over de islamitische minderheid in Nederland bevat.

2. KENNISMAKING MET DE ISLAM – DE ACHTERGROND
De twee belangrijkste bronnen voor de informatie die ik in dit hoofdstuk (d.w.z. hoofdstuk 2 t/m hoofdstuk 2.2.) aangeef zijn Hirsi Ali’s boek Infidel en het artikel van NOS Journaal – Portret van Ayaan Hirsi Ali. Dat boek heb ik gekozen omdat het tot in de details over het leven en opinies van Ayaan Hirsi Ali vertelt. Aan de andere kant, het artikel van NOS Journaal bevat andere aanvullende opmerkingen over het leven van deze politica. De twee andere gebruikte en geciteerde bronnen ziijn Islam: the Religion of Peace en Islam in Nederland die een groot aantal informatie over de islamitische religie bevatten.
Ayaan Hirsi Ali werd op 13 november 1969 als Ayaan Hirsi Magan in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, geboren. Tijdens haar kinderjaren is Hirsi Ali wegens het politieke werk van haar vader met de hele familie van de ene naar de andere islamitische staat verhuisd. Naast Somalië leefde ze bijvoorbeeld in Saoedi-Arabië, Ethiopië en Kenia. In al deze staten leefde de familie Hirsi Magan het leven van een goede islamitische familie en ze leefden alle strikte islamitische wetten en regels na. Volgens Hirsi Ali’s eigen woorden stond de islam centraal in elk aspect en detail van het leven van de hele familie. “It was our ideology, our political conviction, our moral standard, our law, and our identity.”2
Al tijdens haar kinderjaren trof Hirsi Ali verschillende vormen of stromingen van de islam aan. Dit gebeurde niet alleen binnen haar eigen familie maar ook tijdens haar verblijven in verschillende islamitische staten. Elke islamitische staat verschilt naargelang de mate waarin de islam de gelovigen beïnvloedt. In elke staat verschilt de graad van de “onderschikking” van de gelovigen tot de islam.3 Binnen Hirsi Ali’s familie was haar vader degene die de grootste invloed op haar had – een in Verenigde Staten goed opgeleide man wiens interpretatie van de islam helemaal ‘geweldloos’ was. Hij wees de besnijdenis scherp af en de fysieke mishandeling van vrouwen, die de Koran toelaat, heeft hij nooit goedgekeurd. Hirsi Ali’s moeder was een aanhangster van een fundamentalistische islam die ze tijdens haar verblijf in Saoedi-Arabië, de bakermat van de islam, leerde kennen. Haar dochters, Ayaan en Haweja, hebben een heel harde en strenge islamitische opvoeding voor vrouwen van haar gekregen. Aan de andere kant, Hirsi Ali’s grootmoeder die ook van grote invloed was, beleed een ‛lichtere vorm’ van de islam – het was het geloof in één God en in verschillende magische schepsels.
In elke staat is de graad van de ‘onderschikking’ van de inwoners aan de islam verschillend. Dit betreft ook de regels en beperkingen voor vrouwen. Staten met islamitische meerderheden geven aan vrouwen niet altijd dezelfde rechten; d.w.z. dat de voorschriften in Kenia er helemaal anders uit zien dan die in Saoedi-Arabië. Volgens de Tsjechische website Islám Info, die belangrijke informatie over de islam bevat, betreffen deze voorschriften huwelijk, echtscheiding, burgerrecht, aankleding, juridische status en opvoeding van vrouwen.
Hirsi Ali’s ouders hebben hun dochter alles geleerd wat een meisje moet weten om een goede moslima te zijn. Zelf wilde Hirsi Ali dat ook, een goede moslima zijn en ze wilde aan de islam en de woorden van de profeet Mohammed niet twijfelen maar aan de andere kant kon ze veel dingen niet begrijpen:
Even as a child, I could never comprehend the downright unfairness of the rules for women. How could a just God [...] desire that women be treated so unfairly? When the ma’alim4 told us that a woman’s testimony is worth half of a man’s, I would think, Why? If God was merciful, why did he demand that His creatures be hanged in public?5
Al als kind voelde Hirsi Ali dat de rol van vrouwen in een islamitische maatschappij heel ‘problematisch’ en moeilijk is. Vrouwen moeten vooral gehoorzaam en ondergeschikt zijn. In haar boek Infidel schrijft Hirsi Ali dat ze heel vaak tegen haar vader heeft gezegd dat ze geen meisje wilde zijn. Ze vond het niet fair dat ze niet samen met haar broer Mahad naar buiten kon gaan en alles kon doen wat hij en alle andere jongens wel mochten.
Maar in deze jaren was Hirsi Ali nog steeds omringd door de islamitische omgeving en attitudes en vanuit deze positie was het voor haar nog onmogelijk om te proberen iets te veranderen. Het gebeurde pas veel later, tijdens haar leven in Nederland, toen Hirsi Ali besefte dat ze de regels voor vrouwen die in de Koran zijn geschreven niet meer wilde accepteren.6
2.1. EEN ECHTE ISLAMITISCHE VROUW – HET LEVEN VAN EEN BAARRI
Tijdens haar leven in diverse islamitische landen, leerde Hirsi Ali dingen die uiterst belangrijk voor een islamitisch meisje of vrouw zijn. Een ideale islamitische vrouw wordt baarri genoemd.
A woman who is baarri is like a pious slave. She honors her husband’s family and feeds them without question or complaint. She never whines or makes demands of any kind. She is strong in service but, her head is bowed. If her husband is cruel, if he rapes her and then taunts her about it, if he decides to take another wife, or beats her, she lowers her gaze and hides her tears. And she works hard, faultlessly. She is devoted, welcoming, well-trained work animal. This is baarri.7
In Saoedi-Arabië ontmoette Hirsi Ali de meest fundamentalistische vorm van de islam. Hier leerde ze hoe het leven van een echte islamitische vrouw, van een baarri, eruit zou moeten zien en maakte ze ook kennis met de realiteit. Niet alleen volgens Hirsi Ali zijn vrouwen in Saoedi-Arabië zonder mannen minder dan lucht. Een traditioneel islamitisch gezegde is “a woman’s heaven is beneath her husband’s feet.”8 Eenvoudige alledaagse dingen zoals het huis verlaten en naar buiten gaan, boodschappen doen of een taxi nemen is er voor een vrouw ondenkbaar als ze alleen is, d.w.z. zonder een/haar man. Als ze alleen in een winkel komt, wordt ze niet bediend.9 Hirsi Ali denkt in haar boek aan het leven van haar moeder in deze staat. Als ze boodschappen wilde doen, moest ze haar zoon Mahad meenemen (die toen ongeveer negen jaar oud was). Pas dan werd ze bediend omdat ze met een man is gekomen! Hirsi Ali schrijft over de grote mate van schande en belediging die haar moeder voelde.
In Saoedi-Arabië, zoals in andere islamitische landen, zijn vrouwen ondergeschikt aan de wil van niet alleen hun echtgenoten maar aan die van alle mannelijke leden van de familie en de clan.10 Een islamitische vrouw kan nooit alleen naar buiten gaan of ‘haar’ huis verlaten. Islamitische vrouwen gaan alleen naar buiten in het gezelschap van een man en eerst moeten ze de man om een toestemming vragen. Als vrouwen alleen naar buiten gaan zijn ze vaak het mikpunt van scheldwoorden en soms ook van geweld van andere mannen. Mannen spugen op deze vrouwen en schelden tegen hen. Vaak worden zulke vrouwen ‘straatmeid’ genoemd. Volgens Hirsi Ali worden deze vrouwen als prooi gezien.
Het was ook hier, in deze meest fundamentalistisch islamistische staat, dat Hirsi Ali voor het eerst kennis maakte met segregatie. Het leven van vrouwen en mannen is hier strikt gescheiden.11 Niet alleen voor vrouwen maar ook al voor kleine meisjes is bijna alles haram – zondig. Met de bus gaan waar ook mannen in meerijden – haram; als je hoofddoek niet al je haren bedekt – haram. Als je zonder tussenpersoon met een man spreekt – haram. Een man in de ogen kijken - haram. Een klein stukje van je huid laten zien - haram. Als je geen seks met je man wil hebben – haram. Hier zag Hirsi Ali voor het eerst de harteloze straffen voor zondige mensen. “[...] people had their heads cut off in public squares. [...] It was a normal routine thing. [...] Hands were cut off. Men were flogged. Women were stoned.”12 Dat vrouwen hun mannen moeten gehoorzamen13 werd al gezegd. Wat nog niet werd gezegd is dat vrouwen die niet gehoorzaam zijn door hun mannen geslagen kunnen worden. Zo staat het in de Koran.14 Hirsi Ali schrijft dat sommige van haar Saoedische buurvrouwen door hun mannen regelmatig geslagen werden.
Moslims buigen zich naar de Koran en Hadith.15 De verzen uit de Koran, het heilige boek en de primaire tekst van de islam, vormen van ouds af de basis van het islamitisch denken over de vrouw.
Niet voor niets staat de Koran in het Westen bekend als vrouwonvriendelijk. Vrouwen moeten volgens de Koran “in hun huizen blijven” en een galabib (omslagdoek) dragen. Bij de dood van een broer of zus erven zij maar de helft van wat een man erft. Een vrouw mag hooguit een man huwen, terwijl een man maximaal vier vrouwen mag trouwen. En vrouwen hebben - anders dan hun echtgenoot - niet het recht een echtscheiding aan te vragen.16
Het is te betreuren dat deze twee bronnen, die in zekere mate de regels voor de hele islamitische wereld bevatten (hoewel er verschillende stromingen in de islam bestaan en de striktheid van de interpretatie van de Koran en Hadith verschilt), heel vaak onmenselijke behandeling van vrouwen toelaten. Wat meer is – deze twee bronnen bevelen vaak een dergelijke behandeling aan en leggen deze omgang met vrouwen op.17 Hier in Saoedi-Arabië was het ook voor het eerst dat Hirsi Ali de islam begon te zien als iets dat tegen de natuur van mensen indruist. Ze ziet de islam als een religie die al eeuwen in dezelfde staat verkeert en ze is van mening dat deze religie aan de moderne tijd aangepast moet worden. Hirsi Ali denkt dat de islam een nieuwe en moderne opvatting nodig heeft. “Islam is een overleefde cultuur. Dat wil dus zeggen: onveranderlijk, versteend.”18
2.2. AYAAN HIRSI ALI - EEN MOSLIMA KOMT IN NEDERLAND AAN
Hirsi Ali kwam in Nederland in het jaar 1992 aan als een asielzoeker. Eerst woonde ze in het vluchtelingenkamp in Zeewolde en later in Lunteren. Hier ontmoette Hirsi Ali een groot aantal moslims, zowel vrouwen als mannen, die uit hun land van herkomst waren gevlucht en in Nederland een verblijfsvergunning hadden aangevraagd. Hier merkte Hirsi Ali weer wat ze in het verleden al had gezien - diverse ‘vormen’ van de islam, maar nu bestonden al de ‘vormen’ naast elkaar op dezelfde plaats. Het asielzoekerscentrum was in zeker opzicht een islamitische wereld binnen Europa. Hirsi Ali vond het bijna ongelooflijk hoveel islamitische mensen in Europa wilden blijven leven.
Al in de eerste dagen in Nederland begon Hirsi Ali een geheel nieuwe wereld te ontdekken. Een wereld die helemaal niet op de islamitische wereld leek. Het was de wereld van (niet alleen persoonlijke) vrijheid en van eindeloze mogelijkheden. Democratie en gelijkheid had Hirsi Ali nog nooit beleefd. Hier werd ze zoals een gelijkgerechtigde persoon behandeld - niet als een anonieme ‘vrouw’ die geen vrije wil kan hebben. In Nederland voelde ze eindelijk dat ze een ‘mens’ was. Al tijdens de allereerste dagen in Nederland begon Hirsi Ali een nieuwe visie op de wereld en het geloof te vormen. Als ze in Afrika over de islam al enigszins twijfelde, in Nederland veranderde ze haar mening over deze religie volledig.

De periode in Hirsi Ali’s leven tussen de jaren 1992 en 200119 is zeer belangrijk. Dat zijn de jaren waarin Hirsi Ali als tolk (Somalisch - Nederlands) heeft gewerkt en ook haar opinies over de islamitische minderheid in Nederland heeft gevormd. Hirsi Ali tolkte voor politie, ziekenhuisen, asielzoekerscentra, rechtbanken en andere instellingen. Daardoor kwam ze in contact met de meest problematische kwesties van de islamitische minderheid in Nederland. Ze merkte een aantal belangrijke dingen op. Ze begon te merken hoeveel donkerhuidige gezichten naar haar in deze instellingen kijken. Hirsi Ali begon zich af te vragen waarom ze zo veel immigranten - zo veel moslims - op zulke plaatsen vindt. Het was het meest zichtbaar wanneer ze naar vrouwenasielen ging - dat waren gruwelijke en deprimerende plaatsen. Hier waren alleen vrouwen uit Marokko, Turkije of Afghanistan – de islamitische landen dus.


In deze jaren, jaren tussen 1992 en 2001, kwam Hirsi Ali tot een conclusie dat er iets veranderd moest worden. Haar erkentenissen en waarnemingen van deze periode gebruikte ze later tijdens haar actieve politieke werk in de Tweede Kamer.
3. ISLAMITISCHE MINDERHEID IN NEDERLAND
In hoofdstuk drie geef ik de statistieken en cijfers in verband met de islamitische minderheid in Nederland weer. Mijn belangrijkste bron is de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Met behulp van deze website probeer ik in dit hoofdstuk een overzichtelijk samenvatting te geven van de informatie betreffende de islamieten in Nederland. Ik gebruik de informatie van de jaren 2004-2007 om de schatting in een bredere context te plaatsen.
“De islam is in Nederland in opkomst en is hier in omvang inmiddels de vierde religieuze stroming.20 Een minderheid die zijn stempel op het land drukt, gesymboliseerd door een groeiend aantal en in stijl variërende moskeeën.”21 In Nederland bestaan meer dan 300 moskeeën en gebedsruimten.22
Verdeling van islamieten per herkomstgroep


Volgens een schatting van het CBS telde Nederland in het jaar 2006 857 000 islamieten, d.w.z. vijf procent van de bevolking. De cijfers laten zien dat bijna de helft van de niet-westerse allochtonen aanhanger is van de islam. Turken (bijna 325 duizend personen) en Marokkanen (ruim 260 duizend personen) vormen de grootste groepen islamieten. Van de groep ‘overige niet-westerse allochtonen’ vormen de Surinamers met 34 duizend personen de grootste groep islamieten. Daarna volgen de Afghanen (31 duizend personen) en de Irakezen (27 duizend personen). Er zijn ook 12 duizend autochtone islamieten in Nederland.
Ik wilde weten hoeveel mensen van de 857 000 islamieten vrouwen zijn. Het CBS heeft de cijfers die alleen islamitische vrouwen betreffen niet gepubliceerd. De volgende tabel is dus het resultaat van mijn eigen onderzoek betreffende dit thema en die laat zien hoeveel islamitische vrouwen er ongeveer in het jaar 2007 in Nederland leefden.23 De tabel bevat de landen van herkomst die het grootste aandeel aan het aantal allochtone inwoners in Nederland hebben.24
ALLOCHTONE ISLAMITISCHE VROUWEN IN NEDERLAND – de schatting

LAND VAN HERKOMST

MANNEN EN VROUWEN

MANNEN

VROUWEN

JAAR

Afghanistan

37 230

20 156

17 074

2007

Bahrein

93

41

52

2007

Bangladesh

1 136

567

569

2007

Irak

43 891

25 106

18 785

2007

Iran

28 969

15 914

13 055

2007

Marokko

329 493

171 257

158 236

2007

Pakistan

18 374

10 454

7 920

2007

Saoedi-Arabië

985

513

472

2007

Senegal

1 418

870

548

2007

Sedan

6 623

4 170

2 453

2007

Somalië

18 918

10 124

8 794

2007

Suriname

333 504

158 906

174 598

2007

Turkije

368 600

190 421

178 179

2007

 

 

 

 

 

TOTAAL

1 188 005

617 293

580 735

2007

Ik wilde ook weten waarom zo veel moslima’s naar Nederland komen. In het jaar 200425 zijn in totaal 34 600 asielzoekers naar Nederland gekomen. Het grootste deel van hen kwam uit islamitische landen. Als men naar de statistieken van het CBS kijkt ziet men dat de meest genoemde reden voor een islamitische vrouw om naar Nederland te komen de ‘gezinsvorming’ is.26 Bijvoorbeeld in het jaar 2004 kwamen 11 261 islamitische vrouwen naar Nederland (van in totaal 34 600 asielzoekers) om daar een familie te vormen. Dat stemt overeen met wat Hirsi Ali zegt. Maar ze zegt dat deze vrouwen niet vrijwillig komen. Ze zijn ‘bestelde vrouwen’ voor onbekende mannen. Dat is het systeem van de islamitische religie. Het is niet belangrijk dat de vrouwen van hun mannen houden of dat ze hen van tevoren kennen.27 De twee andere belangrijkste redenen waarom islamitische vrouwen naar Nederland komen waren volgens CBS ‘gezinshereniging’28 (5 421 vrouwen) en ‘studie’ (5 310 vrouwen).


3.1. MOSLIMAORGANISATIES IN NEDERLAND – MOSLIMA’S PROBEREN ZICHZELF TE HELPEN
In dit hoofdstuk wil ik laten zien dat er in Nederland ook andere mensen, niet alleen Hirsi Ali, actief zijn in verband met de kwestie van de rechten van de islamitische vrouwen. Ook sommige moslima’s proberen zichzelf te helpen en voor hun emancipatie te vechten. De informatie in dit hoofdstuk komt van de website Islam in Nederland, een website die door NRC Handelsblad werd opgericht en die uitgebreide informatie over de islam en ook over moslima’s in Nederland geeft.
Voor islamitische vrouwen in Nederland werd een groot aantal islamitische organisaties opgericht. Het exacte aantal ervan is onbekend, maar schattingen lopen van enkele tientallen tot ruim honderd. Het begon allemaal in de jaren tachtig met kleine politieke clubs. Nu is het uitgegroeid tot een breed scala van religieuze organisaties die zich ten doel stellen “de identiteit van de moslimvrouwen te versterken.”29 Moslima’s organiseren lezingen, theatervoorstellingen, debatten, maar vooral cursussen waarbij de ‘vrouwelijke’ visie op de Koran centraal staat. De doelstelling van deze evenementen is “emancipatie via de heilige schrift.” 30
Er bestaan organisaties zoals bijvoorbeeld de in 1996 opgerichte Landelijke islamitische Vrouwenorganisatie Nederland (LIVON) of Promotie (een stichting die de emancipatie van Turkse en Arabische vrouwen in Nederland bevordert). Deze vrouwenorganisaties helpen de jonge islamitische vrouwen hun plaats binnen de Nederlandse maatschappij te vinden terwijl ze hun relatie met de Koran niet verliezen. “Wie de islamitische leer in de praktijk tot uitdrukking wil brengen en tegelijkertijd wil integreren in een westerse samenleving zal het moeilijk krijgen. Een moslimmigrant wordt in het Westen geconfronteerd met een omgekeerde wereld.”31

De docenten stellen teksten van moslima’s voor die voor een vrouwvriendelijke interpretatie van de islam pleiten (zoals de Marokkaanse sociologe Fatima Mernissi of Amina Wadud, hoogleraar islamstudies). Er bestaan niet alleen organisaties voor jonge moslima’s. Bijvoorbeeld, in 1993 werd Nederlandse Islamitische Bond voor Ouderen (NISBO) in Rotterdam opgericht. “Deze organisatie neemt de islamitische geloofsleer als uitgangspunt om de positie van moslimvrouwen te versterken.”32 Berna Yilmaz, directeur van de NISBO, zegt dat de oudere moslima’s niet of laag opgeleid zijn en dat het niveau van hun Nederlands onvoldoende is. Deze vrouwen voelen zich meestal niet welkom in hun nieuwe ‘thuisland.’ “Kennis van de islam geeft hen enerzijds status binnen de umma (geloofscommuniteit) en anderzijds vergroot het hun deelname aan de Nederlandse samenleving.”33


In deze organisaties proberen de vrouwen over verschillende thema’s te spreken. Omaima Korz, voorzitster van Promotie zegt dat moslima’s vaak slecht op de hoogte van hun rechten zijn. Korz zegt dat islamitische vrouwen bijvoorbeeld niet weten dat ze huwelijksvoorwaarden in hun huwelijkscontract mogen laten opnemen of dat ze huwelijkspartners mogen weigeren en een huwelijk kunnen laten ontbinden als hun echtgenoot een tweede vrouw trouwt. Deze en andere zaken stelt Korz tijdens haar lessen aan de orde. Alle meisjes in de cursusen zeggen hetzelfde, namelijk dat binnen de islamitische gezinnen de invloed van de man groter is dan die van de vrouw. Maar Korz denkt dat “een samenleving constant aan verandering onderhevig is en in een land als Nederland, waar islamieten een minderheid vormen, moslims gedwongen worden zich aan te passen.”34 Hiermee bedoelt Korz dat de islamitische families de Nederlandse ‘tolerante en gelijkwaardige wijze van samenleving’ zullen volgen. Dat de islamieten zich op dezelfde wijze in de familie zullen gedrachen als de Nederlanders.

Maar deze hoop van Korz is precies waar Hirsi Ali over twijfelt. Ze denkt dat dit proces van aanpassing van de islamieten niet zo eenvoudig en vanzelfsprekend is en dat de overheid moet ingrijpen. Dat is waarom Hirsi Ali zo openlijk over de vrouwenthema’s praat. Ze wil de maatschappij over de problemen van islamitische vrouwen waarschuwen en informeren want ze hoopt dat mensen daardoor ook de situatie willen veranderen. Het is te betreuren dat het niet alleen over de eerste generaties van moslima’s gaat. Heel vaak volgen de dochters en de grootdochters de wijze van leven van hun moeders en grootmoeders. Tot nu toe ziet Hirsi Ali geen grote ontwikkeling in de integratie van de islamitische minderheid in de Nederlandse maatschappij.


Het is heel belangrijk dat islamitische vrouwen voor hun emancipatie proberen te vechten en dat ze ook iets proberen te veranderen. Moslima’s willen hun religie niet verliezen maar aan de andere kant voelen ze de nieuwe en brede mogelijkheden van een democratische staat waar religie en recht twee verschillende dingen zijn. Er wordt heel vaak gezegd dat Hirsi Ali niet de steun van islamitische vrouwen heeft. “Ayaan Hirsi Ali zegt de woordvoerdster te zijn van onderdrukte moslima’s. [...] Ze heeft een grote achterban, alleen niet onder de vrouwen namens wie ze zegt te spreken. Ze heeft een achterban van middelbare blanke mannen.”35 Tijdens een debat over Ayaan Hirsi Ali en haar uitspraken over de islam aan Universiteit Amsterdam werd meerdere keren gezegd door “vrij, onafhankelijke, studerende moslimvrouwen dat zij zich niet aangesproken voelen door Ayaan Hirsi Ali en zij dus geen deel uitmaken van haar achterban. Dat die achterban dus niet bestaat.”36 Maar het moet betoond worden dat Hirsi Ali niet voor de vrouwen die zichzelf kunnen uiten wil vechten. “Maar (probeert) Ayaan juist niet op te komen voor die vgrouwen (sic.) die geen stem hebben, die vrouwen die onderdrukt zijn en niet openbaar kunnen maken dat ze een deel uitmaken van haar achterban?”37 Hirsi Ali spreekt namens de ondergeschikte en misbruikte vrouwen die voor zichzelf niet kunnen vechten en hun levenssituatie niet kunnen veranderen.

4. BUITEN DE POLITIEK 38- WAT MOET ER VERANDERD WORDEN

4.1. REDENEN OM MET DE ISLAMITISCHE VROUWEN TE WERKEN
In dit hoofdstuk schrijf ik over Hirsi Ali’s werk buiten de Nederlandse politiek. Voor de informatie die ik in dit hoofdstuk geef zijn mijn belangrijkste bronnen weer het boek Infidel van Ayaan Hirsi Ali en verder de krantenartikelen van Trouw: Ayaan Hirsi Ali en Hirsi Ali roept op tot een derde feministische golf. Mijn laatste bron is de website Qantara.de die over de islam en Hirsi Ali schrijft.
Al tijdens het werken als tolk besliste Hirsi Ali om zich op de rechten van de islamitische vrouwen die in Nederland leven te concentreren. Dat is een gevolg van het feit dat ze zelf weet wat het betekent om een islamitische vrouw te zijn. Hirsi Ali zelf zegt: “Jij schrikt ervan als ik die dingen [over de islam] zeg, maar je maakt een fout die de meeste autochtone Nederlanders maken: je vergeet waar ik vandaan kom. Ik ben moslim geweest, ik weet waar ik over praat.”39 Een ander aspect dat zeker een rol heeft gespeeld is dat Hirsi Ali tijdens het tolkwerk een groot aantal islamitische vrouwen in wanhopige levenssituaties ontmoette. In haar boek schrijft Hirsi Ali over de moeilijke situaties van zulke vrouwen. Een groot deel van hen is in één of andere islamitische staat opgegroeid en heeft dus een echte islamitische opvoeding voor vrouwen gehad. Toen Hirsi Ali met deze vrouwen over hun levens sprak zeiden ze altijd hetzelfde - dat een moslima haar man gehoorzamen moet. Als ze zich niet gehoorzaam gedraagt kan ze gestraft worden. Zo staat het in de Koran.
Hirsi Ali wist dat deze dingen ook in Nederlandse families gebeuren (en ook in andere landen) - dat ook Nederlandse vrouwen worden misbruikt. Maar deze misbruiken worden in Nederland niet goedgekeurd en er wordt niet verteld dat de vrouwen zich meer gehoorzaam moeten gedragen. Niemand zegt tegen deze vrouwen dat alles hun fout is. “Een Nederlandse man die zijn vrouw slaat kan op afkeuring rekenen, maar een moslimman wordt juist gerespecteerd als hij een ‘corrigerende tik’ uitdeelt.”40 Het probleem is dat deze vrouwen niet meer in een islamitische staat leven, waar ze ‘gehoorzaam’ moeten gedragen. Nu leven ze in het democratische Nederland maar nog steeds zijn ze niet in staat om de ‘kooi’ van islamitische regels en beperkingen te verlaten. En waarom? Dat is door de grote ‘vrijheid zonder beperkingen’ van de islamitische minderheid in Nederland veroorzaakt. Hirsi Ali wil deze situatie veranderen. Ze denkt dat het beneden peil is om zulk gedrag in Nederland toe te laten of te accepteren. Als er gelijkheid is, dan voor iedereen – ook voor islamitische vrouwen. Deze vrouwen moeten alle voorwaarden van een democratische staat kunnen gebruiken.
4.2. PROBLEEMSTELLING

  • separatie van de islamitische minderheid van de rest van de autochtone maatschappij

  • beperkingen van de rechten van de islamitische vrouwen

Wat de moslims in Nederland betreft ziet Hirsi Ali twee grote problemen. Als het over de islamitische minderheid in Nederland in het algemeen gaat, ziet ze als problematisch het feit dat deze minderheid te geïsoleerd van de autochtone maatschappij blijft. Volgens Hirsi Ali is dat niet zo moeilijk om te begrijpen. Ze zegt dat moslims in Nederland een kans hebben gekregen om hun eigen zuil te vormen - binnen de Nederlandse maatschappij - met hun eigen scholen, hun eigen wijze van leven. Zoals katholieken en joden.


Hirsi Ali ziet de situatie als volgt. De Nederlanders laten de immigranten hun eigen levens leven. De immigranten moeten het gevoel van zelfrespect krijgen en dit gevoel komt alleen maar als ze de samenhorigheid van hun eigen gemeenschap kunnen voelen. Het moet toegelaten worden om de koranscholen op het Nederlandse gebied te kunnen oprichten. Er moet een staatssubsidie uitgeven worden aan de islamitische gemeenschapcentra. Mensen moeten het recht kunnen hebben om te geloven waarin ze willen en om zich te gedragen zoals ze willen. Nederlanders wilden de moslims niet dwingen om de Nederlandse waarden te accepteren. Dit zou de Nederlandse tolerante houding tegen de immigranten tegenspreken.
Volgens Hirsi Ali is het tweede grote probleem dat de islamitische minderheid betreft, heel nauw met het eerste verbonden en is het daarvan eigenlijk de oorzaak. Dit probleem bevat de beperkingen van de rechten van de islamitische vrouwen. Volgens Hirsi Ali is het grootste probleem betreffende islamitische vrouwen in Nederland dat ze dezelfde behandeling krijgen zoals ze in een islamitische staat zouden krijgen. Maar nu leven deze vrouwen in een vrije en democratische staat waar een vrouw dezelfde rechten heeft zoals een man.

De kern van het probleem is dat de moslims hun ‘eigen wijze van leven’ met zich mee brengen. Eigenlijk bouwen ze een nieuw islamitisch systeem binnen een democratische maatschappij die geheel andere waarden heeft. Moslims komen naar Nederland om een beter leven te zoeken, dat wist Hirsi Ali van de asielzoekerscentra. Maar tegelijk willen ze hun levens niet veranderen. Het enige wat ze doen is dat ze naar Nederland verhuizen; verder blijft alles hetzelfde. En de ‘eigen wijze van leven’ die deze mensen met zich mee brengen heeft betrekking op ieder aspect van hun levens, die van vrouwen niet uitgezonderd.


4.2.1 SEPARATIE VAN DE ISLAMITISCHE MINDERHEID VAN DE AUTOCHTONE MAATSCHAPPIJ
Hirsi Ali merkte de loyale ‘principes’ van de Nederlandse maatschappij tegen de immigranten al op toen ze in Nederland begon te leven en politicologie begon te studeren. Volgens Hirsi Ali, geloofde een groot aantal Nederlanders dat de maatschappij zich tegen de immigranten goed en tegemoetkomend moest gedragen en dat de autochtonen ook de verschillen van de immigranten moesten begrijpen en accepteren.41 Deze acceptatie betreft ook het geloof. Maar volgens Hirsi Ali heeft deze ‘benevolente houding’ alleen een grote ‘separatie’ of ‘vervreemding’ van de immigranten als gevolg. De mensen leven geïsoleerd van de meerderheid van de maatschappij en ze doen dingen die soms niet in overeenstemming zijn met de principes van een democratische staat. De immigranten leefden in isolatie, ze studeerden in isolatie en ze ontmoetten alleen andere leden van hun eigen minderheid. De kinderen van deze immigranten studeren in scholen die alleen voor leden van deze minderheid zijn - bijvoorbeeld islamitische scholen. In deze scholen ontmoet men geen Nederlandse kinderen.42 Kleine meisjes dragen hoofddoeken en vaak worden ze van jongens geïsoleerd - of in de klas of tijdens de gebeden en sportieve activiteiten. Volgens Hirsi Ali leidt de opvoeding op deze scholen tot de groei van segregatie tussen de gelovige en ongelovige mensen. Al deze dingen vormden voor Hirsi Ali de reden om later in de Tweede Kamer de afschaffing van de scholen die op geloof gebaseerd zijn voor te stellen.43
4.2.2 BEPERKINGEN VAN DE RECHTEN VAN DE ISLAMITISCHE VROUWEN
Volgens Hirsi Ali heeft de ‘te tolerante’ houding tegen de islamitische immigranten en hun ‘strijd’ voor een nieuw leven in een niuew land onverwachte gevolgen. In haar opinie ondersteunt deze politiek ondemocratische gedragingen. Hirsi Ali zegt dat duizenden islamitische vrouwen en kinderen in Nederland stelselmatig misbruikt worden. Hirsi Ali wist van de Somaliërs voor wie ze getolkt had, dat kleine kinderen thuis op de keukentafels besneden werden. Dat meisjes hun jongens niet gekozen hebben en dat de geliefden bijna, en soms zelfs helemaal, werden doodgeslagen. Een groot aantal andere mensen werden gewoonlijk geslagen. Het leiden en verdriet van de islamitische vrouwen kon men niet beschrijven met woorden. En blanke Nederlanders hebben edelmoedig het geld aan internationale hulporganisaties uitgegeven. Maar tegelijkertijd hebben ze het zwijgzame leiden van de islamitische vrouwen en kinderen in hun eigen buurt genegeerd.

Volgens Hirsi Ali werkt het tolerante Nederlandse multiculturalisme in het geval van de rechten van moslima’s niet. Als de Nederlandse maatschappij tolerant tegen de islamitische wijze van leven is berooft zij ook tegelijkertijd de islamitische vrouwen en kinderen van hun rechten. Nederland probeerde om tolerant te zijn om een bepaalde consensus te bereiken maar volgens Hirsi Ali heeft deze consensus geen inhoud. De cultuur van de immigranten is bewaard ten nadele van hun vrouwen en kinderen. Deze consensus verkleint de mogelijkheid tot integratie van de immigranten in de Nederlandse maatschappij. Een groot deel van de immigranten heeft nooit Nederlands geleerd en ze weigeren om de Nederlandse waarden van tolerantie en persoonlijke vrijheid over te nemen.44 De vrouwen hebben huwelijken met verwanten van thuisdorpen gesloten en ze bleven, hoewel binnen Nederland, in hun eigen Somalische, Turkse of Marokkaanse gemeenschappen leven.


“Most women in Holland could walk the streets on their own, wear more or less what they liked, work and enjoy their own salaries, and choose the man they wished to marry. They could attend a university, travel, purchase property. And most Muslim women in Holland simply couldn’t. How could you say that Islam had nothing to do with that situation?”45

5. HET POLITIEKE BEGIN
In dit hoofdstuk schrijf ik over de gebeurtenissen, voorstellen en concrete verwezenlijkingen van Ayaan Hirsi Ali in het Nederlandse parlement. Mijn belangrijkste bronnen voor de informatie in dit hoofdstuk zijn de artikelen van Trouw: Ayaan Hirsi Ali en Hirsi Ali roept op tot een derde feministische golf. Verder maak ik ook gebruik van Hirsi Ali’s boek Infidel en van de website Islam: the Religion of Peace.
Het jaar 2001 markeert Hirsi Ali als het moment van haar politieke ‘coming out.’ Ze had een programma op tv gezien waar een imam heel vijandelijk tegen homoseksuelen sprak. Onmiddellijk stuurde Hirsi Ali een reactie naar de redactie van het NRC Handelsblad en in deze brief vormde zij voor de eerste keer openlijk en in het openbaar haar opinies over de islam. Ze schreef dat de xenofobische houding van de imam de houding is van niet alleen de imam maar ook van andere moslims en dat deze houding gewoon is voor de islamitische religie. In haar brief schreef Hirsi Ali ook het volgende. “[...] this was a religion that had never gone through a process of Enlightenment that would lead people to question its rigid approach to individual freedom. [...] It was spontaneous indignation: I found myself discovering my opinions as I typed. [...] it was published in May. [...] that was my political coming out.”46
Op 3 september 2000 begon Hirsi Ali voor de Partij van de Arbeid (PvdA) te werken en haar eerste taak was om een nota over immigratie in Nederland te maken. Hirsi Ali zelf schrijft dat ze het thema van immigratie in de Nederlandse maatschappij in de 21e eeuw als een van de grootste thema’s begon waar te nemen. In die tijd concentreerde ze zich nog niet alleen op de islam. Pas na de aanvallen op 11 september 2001 kwam Hirsi Ali met het idee dat ze iets moest veranderen. Ze dacht dat een groot deel van de moslims de aanvallen als een gegronde revanche voor de ongelovige vijanden van de islam zou waarnemen. “War had been declared in the name of Islam, my religion, and now I had to make a choice. Which side was I on? I found I couldn’t avoid the question.”47

Tijdens het werken voor de PvdA verrichte Hirsi Ali onderzoeken betreffende minderheden in Nederland. Het was eigenlijk een gevolg van de periode dat ze als tolk met immigranten werkte. Ze is alleen meer en meer tot de kwestie van minderheden doorgedrongen. Hirsi Ali is ook tot interessante conclusies gekomen. Ze merkte dat van de niet-westerse minderheden de moslims (vooral Marokkanen en Turken) de minst geïntegreede groep van immigranten vormen. Deze mensen vormden ook de grootste groep werklozen in Nederland. Hirsi Ali kwam op het idee dat misschien de islam de reden voor deze situatie is want deze religie oefent een invloed uit op alle aspecten van het leven van de gelovigen. De vrouwen hebben geen sociale en economische rechten in de naam van de islam en onwetende vrouwen voeden onwetende kinderen op. Volgens Hirsi Ali de zonen die elke dag zien dat hun moeders geslagen worden gedragen zich dan later gewelddadig.


Sinds deze tijd begon Hirsi Ali zich meer en meer op het thema van immigranten, minderheden en de culturele aspecten die de status van allochtonen beïnvloeden te concentreren. Binnen deze problematiek heeft ze zich gefocust op de kwestie van de rechten van de vrouwen uit de islamitische gemeenschap. In Infidel schrijft Hirsi Ali dat ze de politica van één thema werd. Ze is ervan overtuigd dat het thema van de rechten van moslimvrouwen samen met de minderheidsproblematiek in Nederland de grootste thema’s van de 21e eeuw vormen. Deze probleemstelling is de reden waarom Hirsi Ali in de Nederlandse politiek stapte – om meer invloed te hebben om deze ‘problemen’ gemakkelijker te kunnen veranderen.
5.1. CONCRETE POLITIEKE VOORSTELLEN
In het jaar 2000 stapte Hirsi Ali in de Nederlandse politiek en bovendien maakte ze de overstap van de PvdA, waar ze alleen in een onderzoeksbureau had gewerkt, naar de Volkspartij van Vrijheid en Democratie (VVD). De reden van deze overstap was heel simpel. Hirsi Ali zocht de meest geschikte partij om haar beoogde doelen te bereiken. “Ze maakt de carrière-move naar eigen zeggen, omdat ze er geen vertrouwen in heeft dat de PvdA met oplossingen zal komen voor het integratievraagstuk.”48 Ze dacht dat ze in de VVD gemakkelijker voor de rechten van de islamitische minderheid en islamitische vrouwen zou kunnen vechten.

Volgens Hirsi Ali zelf had ze tijdens haar politieke carrière twee hoofdtaken. Dit zijn de volgende: integratie van de immigranten en ‘bevrijding’ van de moslima’s. In de volgende twee hoofdstukken, hofdstuk 5.1.1. en 5.1.2., geef ik een samenvatting van wat Hirsi Ali binnen de Nederlandse politiek in verband met de boven vermelde kwesties wilde veranderen. Deze ideeën vormen de inhoud van haar latere concrete voostellen in de Tweede Kamer.


5.1.1. MOSLIMA’S
In verband met moslima’s en hun rechten wilde Hirsi Ali binnen de Nederlandse politiek de volgende doelstellingen bereiken:

De levensstaat en levensstandaard van de moslimvrouwen proberen te verbeteren.

Hirsi Ali riep op tot serieuze aanpak van huiselijk geweld. [in Nederland] Elk jaar sterven 70 vrouwen en 40 kinderen door huiselijk geweld. Grote aantallen moslimvrouwen zitten in opvangtehuizen. Dit probleem wordt gebagatelliseerd. Terwijl een weggelopen moslima niet alleen kampt met haar echtgenoot, maar ook met haar vader, broer en oom.49

Hirsi Ali spreekt hier over de levensstandaard van de moslima’s die mishandeld worden en die in asielzoekerscentra leven. Ze wil dat deze vrouwen beseffen hoe slecht en inadequaat hun leven is.50 Hirsi Ali wil bereiken dat de vrouwen in nood weten wat hun rechten zijn en dat deze vrouwen weten hoe ze zichzelf tegen de mishandeling kunnen beschermen. Hirsi Ali ziet het als haar taak om de Nederlandse overheid te ‘dwingen’ om meer voor de islamitische vrouwen en hun rechten op te komen. Ze wil verzekeren dat Nederland niet langer tolerant ten opzichte van de onderdrukking van moslima’s blijft. Verder wilde Hirsi Ali de al bestaande wetten, zoals die over gelijkheid, ook voor islamitische vrouwen garanderen. Hirsi Ali wilde niet alleen de overheid maar alle mensen laten zien hoe en in welke condities een groot aantal van de moslima’s leeft.


5.1.2. ISLAMITISCHE MINDERHEID
In verband met de islamitische minderheid in Nederland wilde Hirsi Ali het debat over scholen die op religie gebaseerd zijn openen. Ze wilde de financiering van deze scholen door de overheid proberen te stoppen omdat bijvoorbeeld de islamitische scholen de waarden van de algemene mensenrechten weigeren en in deze scholen geen vrijheid van meningsuiting of geweten bestaat. Volgens Hirsi Ali is een andere probleem wat de islamitische scholen betreft dat deze scholen diverse kinderen ‘separeren.’ Dit ziet Hirsi Ali als problematisch want als de kinderen niet apart zouden opgroeien zouden ze met elkaar wel goed kunnen opschieten en de pluraliteit van de Nederlandse maatschappij beter leren respecteren.51

Ten tweede wilde Hirsi Ali de werkloosuitkeringen reduceren en ze wilde ook het minimumloon afschaffen. Volgens Hirsi Ali waren deze uitkeringen er de oorzak van dat de immigranten niet in de maatschappij hoefden te integreren – soms waren de uitkeringen zo hoog dat men meer geld kreeg dan met een gewoon baantje.

Een andere doelstelling van Hirsi Ali was om de politie te dwingen te beginnen met de vorming van statistieken over de islamitische minderheid. Bijvoorbeeld de statistieken over eerwraak, huisgeweld, seksueel misbruik en bloedschande of kinderbesnijdenis. Hirsi Ali hoopte dat de resultaten van deze statistieken het publiek en de maatschappij zouden choqueren en ook dwingen tot het ondernemen van actie.
5.2. CONCRETE POLITIEKE VERWEZENLIJKINGEN:
Hirsi Ali vindt het niet goed en onbegrijpelijk dat ze levend in een democratisch land zoals Nederland waar het recht op vrije meningsuiting het grootste goed is “nog altijd te maken heeft met de posthume chantage van de profeet Mohammed.”52 Hirsi Ali vindt Mohammed’s erfenis die hij naar Europa heeft meegebracht verachtelijk. “Mohammed zegt dat een vrouw binnenshuis moet blijven, een sluier moet dragen, bepaald werk niet mag verrichten, niet hetzelfde erfrecht heeft als haar man, gestenigd moet worden als zij overspel pleegt.”53 Hirsi Ali wil laten zien dat er ook een andere werkelijkheid bestaat dan die van Mohammed.
Ik weet dat de vrouwen die zich moslim noemen mij nu nog niet zullen snappen, maar op een dag zullen ze die oogkleppen afdoen. We moeten alle socialisatiekanalen - gezin, onderwijs, media - inzetten, om ervoor te zorgen dat moslimvrouwen zelfstandig en inkomensonafhankelijk worden. Dat vergt heel veel jaren, maar op een dag zal die vrouw, net als ik destijds, beseffen: ik wil het leven van mijn moeder niet!54
In dit interview voor Trouw zei Hirsi Ali heel duidelijk wat ze wilde bereiken wat betreft de islamitische vrouwen in Nederland. Maar Hirsi Ali had niet alleen deze ideeën of voorstellen. Zij heeft ook concrete zaken op de politieke vlak verwezenlijkt.

Met grote moeite bereikte Hirsi Ali dat de liberalen de poging van de sociaal- democraten ondersteunden, zodat de islamitische vrouwen die naar Nederland zijn gekomen om met de legale immigranten te trouwen een onafhankelijke verblijfsvergunning hebben gekregen. De reden dat Hirsi Ali zoiets wilde bereiken is heel eenvoudig. Een groot aantal van deze vrouwen komt in Nederland aan om een man te trouwen die ze slecht kennen – de bruiloft werd heel vaak zonder de vrouwen afgesproken. Vaak worden deze vrouwen mishandeld maar ze durven niet om een scheiding te vragen. Want als ze dat zouden doen, zouden ze Nederland moeten verlaten om terug naar hun familie te gaan. Maar daar zouden ze heel streng gestraft worden.


Het tweede doel dat Hirsi Ali in de Tweede Kamer bereikte is dat ze dertig miljoen Euro van Hans Hoogervorst, de toenmalige minister van financiën, heeft gekregen. Dit geld werd als ondersteuning voor asiel voor islamitische vrouwen in Nederland die in nood zijn gebruikt.
Een andere doel dat Hirsi Ali bereikte is volgens haar het feit dat ze het thema van de afschaffing van de bestaande islamitische scholen en de verder financiering ervan naar het Nederlandse parlement heeft gebracht, dat ze van deze problematiek een kwestie in het Nederlandse parlement heeft gemaakt en dat ook andere mensen deze scholen als problematisch begonnen te zien.
Het laatste doel dat Hirsi Ali in het Nederlandse parlement bereikte is iets waar ze heel trots op is. Het is het feit dat ze het openbaar maakte dat een groot aantal van de islamitische vrouwen in Nederland in nood zijn en dat de islamitische religie de mishandeling van moslima’s toelaat. Dat een groot aantal van deze vrouwen misbruikt wordt en dat een democratische staat als Nederland dit niet accepteren kan. Dat er een discussie op gang moet om dit feit te veranderen en de levensstandaard van zulke misbruikte islamitische vrouwen te verbeteren. Dit alles bracht Hirsi Ali naar de Nederlanders en de Nederlandse Tweede Kamer en dit ziet ze ook als een van haar grootste successen.

“Mijn missie in Nederland is niet voltooid, maar is het begin van een bewustwordingsproces. Vraagstukken rond islam en staat, de positie van de vrouw en de islamitische cultuur zijn van de straat naar de Tweede Kamer gebracht. Ik ben er trots op dat ik daarin geslaagd ben.”55


6. CONCLUSIE

Hirsi Ali had in haar opinie twee belangrijke redenen om de Nederlandse politiek in te gaan. De eerste reden was dat ze het proces van de integratie van de islamitische minderheid in de Nederlandse maatschappij wilde versnellen en meer effectief maken. Ze dacht dat hoe sneller het proces van de integratie van de moslims zou zijn, hoe gemakkelijker het proces van de ‘bevrijding’ van de moslima’s zou zijn. Dit is eigenlijk de tweede reden voor Hirsi Ali’s politieke carrière - een gelijkwaardig leven voor moslima’s in Nederland proberen te garanderen. Ze wilde proberen de levensstandaard van zulke vrouwen te verbeteren. In betrekking tot de islamitische vrouwen en hun rechten ziet Hirsi Ali een groot probleem. Dat is het feit dat deze vrouwen, hoewel ze wonen in een Europese democratische staat, ze niet in staat zijn om de democratische en gelijkwaardige principes in hun eigen levens ‘in praktijk te brengen.’ De invloed van de islamitische minderheid/gemeenschap in Nederland is zo groot dat de moslima’s dezelfde beperkte rechten hebben als in een islamitische staat. Hirsi Ali wilde de houding van de Nederlandse overheid en maatschappij tegenover deze vrouwen in nood veranderen. Ze wilde bereiken dat de mishandeling van de islamitische vrouwen, de mishandeling die door de Koran gelegaliseerd wordt, door de Nederlanders scherp afgewezen wordt. Hirsi Ali wil zo veel mogelijk over de problemen, die zo’n groot aantal moslima’s beleven, praten en ze hoopt dat de maatschappij (en het is niet alleen de Nederlandse maatschappij) actie zal ondernemen.


In de Nederlandse politiek bereikte Hirsi Ali drie belangrijke dingen. Ten eerste, dat de moslima’s die naar Nederland komen om een huwelijk te sluiten een onafhankelijke verblijfsgunning kunnen krijgen. Hirsi Ali’s tweede succes in de Tweede Kamer was dat het asiel voor islamitische vrouwen in nood dertig miljoen Euro als ondersteuning heeft gekregen. Hirsi Ali’s derde succes, het succes waar ze het meest trots op is, is het feit dat ze het debat over de islamitische minderheid in Nederland naar het Nederlandse parlement heeft gebracht. Dit omvat het debat over de islamitische minderheid in Nederland in het algemeen, over de afschaffing van de scholen die op het geloof gebaseerd zijn en over de beperkte rechten van de islamitische vrouwen in Nederland. Al deze thema’s maakte Hirsi Ali bespreekbaar.
Ayaan Hirsi Ali is geen Nederlandse politica meer maar ze gaat met haar strijd tegen de islamitische doctrine in Nederland en Europa door. Wat betreft de islamitische kwestie wilde ze altijd veel dingen bereiken en veranderen en de periode in de Tweede Kamer ziet ze alleen als een gemakkelijkere periode om iets te proberen te veranderen. Maar ook nu, ‘buiten politiek,’ schrijft ze boeken, maakt ze films en interviews. Hirsi Ali spreekt openbaar over hoe het is om een moslima te zijn. Dit alles is in mijn opinie het beste betoog dat Hirsi Ali niet alleen een populistische politica is, maar dat ze echt meent elk woord wat ze zegt.

LITERATUURLIJST
  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina