Masarykova univerzita Filozofická fakulta Ústav germanistiky, nordistiky a nederlandistiky



Dovnload 356.46 Kb.
Pagina10/12
Datum18.08.2016
Grootte356.46 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

Hersens

De juiste vorm van het meervoud voor hersenen is hersenen.



Voorbeeld uit de tekst: “Hersens overload” (Nummer 8, regel 12)

Dat er hier sprake is van “hersenen” is uit de vorige regel gebleken, waar staat: Een neuronenbom (regel 11). Alweer is er een opzet op het rijm gericht. Had daar de juiste vorm “hersenen” staan, zouden de syllaben in het rijm overbodig zijn.


Sters
Dit is hetzelfde geval als het woord ´oogs´. Hier is weer het Engelse vorm van meervoud aangepast.

Voorbeeld uit de tekst: Sters als ik naar boven kijk (Nummer 7, regel 29)

Smakt hoe je chick smakt
Voorbeeld uit de tekst: Smik smak, je smakt hoe je chick smakt (Nummer 2, regel 11)

Ik hou er ven
Deze zin is afkomstig uit de tekst nummer 3 (regel 30). De hele zin klinkt als volgt: Overdadig en overvloedig ik hou er ven (regel 30). Welliswaar was er een nood om rijm te krijgen met de vorige zin: Ik smijt geld over de balk met liefde jewel (regel 29).
Stoma
Voorbeeld uit de tekst: “Zeven kleren bagger in je stoma” (Nummer 2, regel 31)

Deze uitdrukking verwijst waarschijnlijk naar het Engelse woord- stomach.



7. Syntaxisch Niveau

7.1 Verkeerde syntaxis

Het laatste niveau waarop de analyse heeft plaatsgevonden is op het niveau van de syntaxis. Uit het theoretisch gedeelte is gebleken dat de straattaal niet alleen de lexikale kant van de taal raakt maar ook bepaalde grammaticale kenmerken heeft.

De meeste nummers van De Jeugd van Tegenwoordig zijn voorzien van zinnen die eerder de Engelse grammatica dan de Nederlandse lijken te hebben. Maar meestal gaat het om dezelfde fouten die ik in hoofdstuk 2.9 heb behandeld, volledigshalve om de fouten die door typische straattaalspreker worden gemaakt. Vooral zijn er verkeerd gebruikte lidwoorden te opvatten. Woordvolgordeveranderingen zijn ook kenmerkend voor de straattaal en in de teksten zijn ze juist te observeren.

Wie denk je wel niet wat je bent

Deze zin komt uit tekst nummer 2 (regel 3).

De zin “Wie denk je wel niet wat je bent?" is fout. Ten eerste is het "dat" in plaats van "wat", en ten tweede moet het met een uitroepteken, want het is geen echte vraag, ook al ziet dat er wel zo uit. Het is een uitroep van boosheid.

Het feit alleen al dat Buma past in je zak

Deze zin is afkomstig uit de tekst nummer 4 (regel 70).

Na koppeling "dat" komt een bijzin, dus het werkwoord moet naar het eind van de zin. Hier is de woordvolgordeverandering duidelijk te zien. Hier moet een inversie optreden.

Je bent een sjembek dat zeurt

Deze zin komt uit de tekst nummer 1 (regel 8).

Het woord sjembek is juist een “de woord”. Daarom is de formulatie “dat zeurt " in de bijzin fout. Het gaat hier om een slecht aanwijzend voornaamwoord.

Je bent een MC dat front

De zin komt regens uit tekst nummer 1 (regel 14).

Deze zin is hetzelfde geval als de vorige. "Dat" staat hier in plaats van "die".
Zijn het biertjes voor kratis
Deze zin is te vinden in tekst nummer 1.

"Het" in het biertjes is hier fout. Bij het meervoud moet altijd "de" staan, dus in dit geval zou hier: Zijn de biertjes voor gratis moeten zijn.

Tweede fout is verkeerde versie van het woord "gratis".

Doe maar stoer, maar als ik er ben ho maar

Deze zin is te vinden in tekst nummer 3.

Deze zin is echter een twijfelgeval.Ten eerste staat hier grammaticale er overbodig. Ten tweede zou bij de juiste woordvolgoorde het werkwoord aan het eind van de zin staan.Deze zin is maar niet noodzakelijk ongrammaticaal
Ik ben aan gek
Deze zin is afkomstig van tekst nummer 5 en we zouden het als een woordspel kunnen opvatten. Want de uitdrukking “ik ben aan gek” bestaat niet.
En ik hang met Reverse, hij is ook bekend.

In deze zin zou moeten een Egelse werkwoord ´hang out´ in plaats van ´hang´ alleen staan.



Conclusie
Dat de straattaal van de moderne Nederlandse samenleving een fenomeen dat niet meer te ontkennen is, was al duidelijk voordat ik mijn scriptie begon te schrijven. Het heeft al meer dan één decennium zijn vaste plaats in de Nederlandse taal en hoewel het een onderdeel van de informele laag van de taal voorstelt, went het aan populariteit op verschillende terreinen. De reden voor mensen om straattaal te spreken is dat het Nederlands een ouderwets imago voor hen heeft. Een belanrgijke reden voor sprekers is dat ze zich anders dan in het Nederlands alleen met de straattaal beter kunnen uitdrukken.

Er zijn zorgen over de taalverloeding door de taalwetenschappers geuit maar het werd juist bewezen dat om straattaal te kunnen gebruiken, moeten de jongeren een behoorlijk hoog niveau van het Nederlands hebben.

Mijn poging was vooral te laten zien hoe het precies zit met het gebruik van straattaal in een aantal liedteksten uit het oeuvre van De Jeugd van Tegenwoordig als een casus van het gebruik van straattaal in songteksten. De tweede doelstelling was te onderzoeken welke minderheidstalen in Nederland hebben de grootste stempel op hun teksten gedrukt? De resultaten van het voorliggende onderzoek tonen aan dat de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig een behoorlijke dosis creatieve uitingen en straattaalelementen bevatten. Het gaat te ver om hier alle taalvariaties te benoemen, de aandacht was alleen besteed aan de straattallige (creatieve) elementen. Deze elementen werden geanalyseerd op basis van de theorieën van Hoppenbrouwers (1999), Cornips&de Rooi (2004) en Nortier (2001,2009).

Tijdens het analyseren zijn er een paar problemen opgedoken. Het belangrijkste van hen was toen er naar de “foutieve” formulaties of spelling van de woorden gezocht werd. Er waren meer twijfelgevallen wat alles kan als juist fout worden gemarkeerd. Want bij een hip-hop kunsmatige tekst was het te verwachten dat het niet in het Standaardnederlands zou worden geschreven.

De straattaal elementen zijn in drie onderdelen verdeeld. De woorden of uitdrukkingen die letterlijk uit het Engelse of het Amerikaanse slang overgenomen zijn, vormen het grootste deel van de analyse en ze komen dus in de teksten het vaakst voor. De invloed van het Engels reflecteert zich op alle niveau´s. Het komt zowel op lexicaal-, morfologisch- als syntactisch niveau voor. Lexicaal niveau staat dan voor aan het Engels ontleende straattaal.

Het kan dus tevens geconcludeerd worden dat het Engels de taal is die de grootste stempel op de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig heeft gedrukt. Dit resultaat wekt geen verbazing in mij op aangezien het Engels in Nederland sinds de vredesopbouw na de Tweede wereldoorlog altijd een inspiratiebron voor de jongerentaal was (Hoppenbrouwers 1999:16). De aantrekkingskracht van de media en de daar bijhoorende hip-hop cultuur zijn hierbij van groot belang. Bovendien hebben Jeugd van Tegenwoordig zelf weergegeven dat hun belanrijke inspriatiebron de Amerikaanse hiphop is. Er zijn zelfs de verwijzingen naar de Amerikaanse cultuur te vinden zoals de uitdrukking: “En hou m´n neus rood net als Rudolph” in het nummer “Ho Ho Ho”.

De sterk invloed van het Engels (Amerikaans) is niet specifiek voor de straattaal maar voor jongerentaal in het algemeen. Wat wel specifiek voor straattaal is, is dat het wordt beïnvloed door al de andere minderheidstalen in Nederland. Mijn resultaten tonen verder aan dat de tweede meest ontleende lexicale elementen in de teksten uit het Sranantongo komen. De letterlijke overgenomen woorden uit het Sranantongo komen echter overeen met die van de theorie van Cornips&de Rooi (2004). De invloed van het Frans, Duits en Marokkaans is gering omdat van elke taal is er altijd alleen één woord opgenomen. Aan de andere kant zijn er vrij veel woorden uit Amsterdams dialect terug te vinden. De straattaal van De Jeugd van Tegenwoordig hoort bij de Amsterdamse straattaal al vanwege hun woonplaatsen en het werkterrein dat in het centrum van Amsterdam ligt.

Op morfologisch niveau treedt weer vooral de Engelse invloed op. De Engelse lexemen vormen aan de ene kant een basis van een woord waaraan de Nederlandse affixen worden toegevoegd. Aan de andere kant komt het ook andersom voor en dat vooral bij het meervoud van de Nederlandse woorden die als Engels wordt gecreëerd. Dat wordt tegelijkertijd als een “fout” beschouwd. Daarentegen zijn er geen fouten wat excessieve verbuigingen van het bijvoeglijke naamwoorden betreft. Verder dragen in maar één nummer van de corpussongteksten Nederlandse lexemen Spaanse affixen. De woorden “gezellegitos” en “genietos” zijn er voorbeeld van. De invloed van het Spaans wordt aan de lid van de groep Willy Wartaal toegesgreven, vanwege zijn half Columbiaanse afkomst.

Bij syntactisch niveau valt in de songteksten de overgeneralisatie van “de” lidwoord duidelijk op. Er zijn in mijn onderzoeksdata echter aanwijzingen te vinden dat de de woordvolgorde in bijzinnen met sommige bijwoordelijke bepalingen foutief is. De invloed van de straattaal op het werk van De Jeugd van Tegenwoordig dus onbetwist en het Engels oefent zijn dominantie in de invloed op hun werk.

Bibliografie
Primaire bronnen:

Nortier, Jacomine. Murks en straattal; Vriendschap en taalgebruik onder jongeren. 2001, Prometheus: Amsterdam.


De Jeugd van Tegenwoordig. Het handboek der Jeugd. 2011, Uitgeverij Nijgh&Ditmar: Amsterdam.
Secundaire bronnen:

Appel, René. Straattaal. De mengtaal van jongeren in Amsterdam. 1999, Toegepaste taalwetenschap in



artikelen 62, 2, 39-56.
Anoniem 1, ‘De taal als een ui.‘ [online], 2000, taaluniversum. Geraadpleegd op 21 augustus via

http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85


Anoniem 2, ‘Hun zeggen een mooie meisje.´ Leids Kwartier [online],15 februari 2011. Geraadpleegd

op 20 april 2012 via http://www.leidskwartier.nl/archief/artikel/hun-zeggen-een-mooie-meisje


Anoniem 3. ‘Is straattaal besmettelijk?´, Het gaat om taalvisualisatie, taalvorming, taalexpressie,taaldrukken,

talenbeeld [online]. Geraadpleegd op 22 augustus via

http://www.taalvormingentaaldrukken.nl/AR/AR0232.htm


Anoniem 4. Open. 1984, Kluwer: Amsterdam.
Anoniem 5. ‘Genootschap Omen est Nomen.’ geraadpleegd op 13 juni via

http://www.issueplacement.nl/genootschap/overgenootschap.html


Brants, Günther. ‘Jongeren vinden Nederlandse taal saai en ouderwets.’ De Volkskrant [online] 11

juni 2012. Geraadpleegd op 22 augustus 2012.


Backus,A. ‘Etniciteit als sociolinguïstische factor.’ 2002, In: Levende Talen Tijdschrift 3-1: 3-10.
Braak, J. van den, ‘Met andere woorden: straattaal in Amsterdam.’ In: J.B. Berns, Taal in stad en land.

2002, Sdu Uitgevers: Den Haag.


Cornips, L. ‘Etnisch Nederlands in Lombok.’ In: . H. Bennis, e.a. (red) Een buurt in beweging Talen en

Culturen in het Utrechtse Lombok en Transvaal. 2002, Amsterdam:

Stichting Beheer IISG. 285-302.


Cornips, L. ‘Straattaal: Sociale betekenis en morfo-syntactische verschijnselen.’ In

J. De Caluwe, G. De Schutter, M. Devos, J. Van Keymeulen (red.), Taeldeman, man van de taal,



schatbewaarder van de taal. 2004, Gent: Academia Press. 175-188.
Cornips, L. en V. de Rooij. ‘Kijk, Levi’s is een goeie merk: maar toch hadden ze

'm gedist van je schoenen doen 'm niet. Jongerentaal heeft de toekomst.’ In: J.

Stroop (red). Waar gaat het Nederlands naar toe? Panorama van een taal. 2003, B.

Bakker: Amsterdam. 131-142. Geraadpleegd op 25 mei via

http://www.meertens.knaw.nl/projecten/straattaal/stroop.pdf
Cornips, L. & B. Reizevoort. ‘Taal en identiteiten: de dynamische aspecten van een urbane

jongerenvariëteit.’ [online], 2005. Geraadpleegd op 29 mei via

http://www.meertens.knaw.nl/meertensnet/file/leoniec/20060119/lunteren2006.pdf
Cornips, L. & V. de Rooij. ‘The myths of streetlanguage.’ Lezing gehouden op

Working Group in Urban Sociolinguistics. 2005, Department of Anthropology: New York

University.


Cornips, L. en V. de Rooij. ‘Gefascineerd door Jongerentaal.’ 2010, Neerlandia 114,

2:34-35.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina