Masarykova univerzita Filozofická fakulta Ústav germanistiky, nordistiky a nederlandistiky


Een taalsituatie in Nederland en de straattaal binnen het taalcontinuum



Dovnload 356.46 Kb.
Pagina2/12
Datum18.08.2016
Grootte356.46 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12

1.2 Een taalsituatie in Nederland en de straattaal binnen het taalcontinuum

Volgens het artikel van taaluniversum.org dat op Heestermans (1999) is gebaseerd, kunnen we de structuur van een taal als een ui met diverse lagen bekijken. De meest achterstaande lagen verschillen meer op geografisch en stilistisch niveau van elkaar dan die van binnen (“De taal als een ui”, anoniem 1). Aan de hand van de uitleg op taaluniversum.org, ga ik nu de taal in Nederland beschrijven en de jongerentaal binnen het taalcontinuum plaatsen. Het ui-diagram bestaat uit drie lagen. Ik beschrijf het vanaf de kern naar de bovenste laag.


Ten eerste is er in het ui-diagram een vaste kern die door de Standaardtaal gevormd wordt en die met al zijn woorden, uitdrukkingen, klanken, vormen en constructies als een officiële register voor alle situaties dient. Geografisch gezien staat deze kern voor de standaardtaal in Nederland en Nederlandstalig België (“De taal als een ui”, anoniem 1).  
De tweede laag staat voor het taalgebruik dat op de grens van standaardtaal en niet standaardtaal ligt. Daarbij hoort het taalgebruik dat alleen voor specifieke situaties geschikt is. Het gaat over het taalgebruik dat niet door alle sprekers wordt gehanteerd (idem).
Ter afsluiting is er de bovenste laag van de ui-diagram en daartoe behoort het taalgebruik dat het meest van de standaardtaal afwijkt. Dit taalgebruik wordt stilistisch en geografisch aangeduid. Dat betekent dat als deze taaluitingen in officiële situatie waar de standaardtaal hoort worden gebruikt, worden ze als ongepast gemarkeerd. Daar vallen ten eerste constructies als bijvoorbeeld Hun hebben goed gespeeld en ook de uitspraak van bijvoorbeeld het Platamsterdams in die we van standaardtaalsprekers niet zouden horen (idem). Bij deze laag hoort tevens de jongerentaal en dus ook de straattaal.
      Straattaal is dus een onderdeel van de informele laag van de taal. Het heeft al meer dan één decennium zijn vaste plaats in de Nederlandse taal.

Bron: “De taal als een ui”, anoniem 1

Zoals te zien is op deze ui-diagram ligt de informele taal en dus ook de straattaal vrij dicht bij de Standaardtaal, zeker meer dan de dialecten. Volgens de onderzoeker Duurkop wijkt de straattaal grammaticaal gezien nauwelijks van de standaardtaal af (Zijlmans 2004).  

1.3 Taal, cultuur en identiteit

Het taalkundige verschijnsel straattaal is verbonden met de sociale of persoonlijke ´identiteit´ en het ondersteunt de identiteit van een bepaalde groep. Aan het eind van dit subhoofdstuk zal ik De Jeugd van Tegenwoordig als een voorbeeld ervan geven en ik zal aan de hand van de groep de verhouding tussen de taal en identiteit illustreren.


De taalgemeenschap was altijd divers en niet alle sprekers stonden altijd op hetzelfde niveau. Het is een natuurlijk proces dat van sociale verschillen bestaan. De natuurlijkste wijze hoe die verschillen een groep mensen kan de wereld laten zien is qua hun uiterlijk op het niveau van kleding of muziekkeuze maar het kan ook plaatsvinden op het gebied van taal (Nortier 2009:155). Ze voelen zich uniek en uitzonderlijk, ze vormen hun identiteit en ze maken duidelijk bekend tot welk groep ze behoren of willen behoren. Er zijn ook andere factoren die bepalen welk taalgebruik de sprekers zullen gebruiken en dat zijn bijvoorbeeld ethnische groep, woonplaats, leeftijd of sekse (Nortier 2001:7).
    Taalvariatie houdt dus onder andere verband met de identiteit van een mens. Soms is het zelfs niet willekeurig om een bepaalde taalvariant te spreken maar een gevolg van het behoren tot een bepaalde groep. De taalwetenschapper Salverda (2011) constateert dat vooral tegenwoordig, in de tijd van globalisatie, een eigen- of groepsidentiteit te koesteren zeer belangrijk is. Het mengen van culturen in een land staat in toenemende mate en het kan in de toekomst tot het verlies van de verschillen en van de diversiteit van de maatschappij leiden.

    Bij het bepalen en beslissen tot welke groep de mensen willen horen en welke identiteit ze zullen demonstreren speelt de leeftijd een belangrijke rol. Vooral voor jongeren is dit van groot belang. Ze zijn meestal makkelijk te beïnvloeden en te overtuigen. Ze hebben een zeer sterk verlangen om zich van anderen te onderscheiden en hun specifieke kenmerken te demonstreren. Het liefst die kenmerken die alleen voor hen begrijpelijk zullen blijven. Zo letten ze vooral op met wie en waar ze uitgaan, naar welk type muziek ze luisteren en welke taal ze spreken. Door lid te zijn van hun groep bevestigen ze niet alleen de groepsidentiteit maar ook met hun eigen identiteit (Nortier 2001:7). Want waarnemers relateren het taalgebruik dat van de standaardtaal afwijkt aan groepslidmaatschap. Zo kan de straattaal zowel als taalkundig en als sociaal fenomeen worden beschreven.



David Pinto die de mentaliteit van de ´straatjeugd´ bestudeert somt in zijn artikel op dat iemand op straat pas gezag heeft als hij zich met geweld verdedigt, stoer praat en alle vrouwen ter wereld 'banga's' (sletten) noemt . “In de huidige jeugdcultuur (muziek, film en internet) lijkt het beeld van een stoere man alleen maar gekoppeld aan het imago van de dealer of gangster. Ik heb gezien hoe zelfs jongerenwerkers daaraan meedoen door stoere straattaal te praten en mee te lachen met 'tories' (verhalen over overlast en criminaliteit)” (Dirk de Jong 2012). Hij voegt vervolgens toe dat tegenwoordig alleen via zo´n gedrag kunnen jongeren binnen hen groep een erkenning vinden.
      Uit het onderzoeken van Nortier (2001) en Appel (1999) blijkt dat de typische straattaalspreker een tiener is die zich van andere, meestal van de oudere mensen, wil onderscheiden. Tevens het feit dat de straattaal een nieuwe variëteit van jongerentaal is, geeft een aanleiding dat het in het bezit van de jeugd zou zijn. In dit opzicht is mijn geanalyseerde groep een beetje anders. Twee leden (Willy Wartaal en Pepijn Lanen) zijn in het jaar 1982 geboren en het derde bandlid (Freddie Tratlehner) is één jaar later in 1983 geboren. Ze zijn dus tegenwoordig allemaal ongeveer 29 jaar oud. De jongeren die het vaakst de straattaal creëren en overnemen zijn normaal gesproken tussen 13-23 jaar oud.
     Wat het verband tussen het gebruik van de straattaal en andere manieren van het uitdrukken van groepsidentiteit betreft, komt het vooral in graffiti en hiphop-muziek terug. Zoals uit het onderzoek van Kempen (2000:334) is gebleken, is hiphop de geliefde muziek van de meeste jongeren. De invloed ervan op de jongeren is markant zoals een van de geïnterviewde Amsterdamse jongens vermeldt: “Via zenders als MTV, TMF en De Box of video's weten we precies hoe we gedressed moeten gaan, in de lyrics van de hiphopnummers horen we hoe ruig het leven kan zijn als je in een getto opgroeit” (ibidem). Uit het recente onderzoek van de Nederlandse Taalunie en blijkt ook dat alleen via kunst en creatieve taaluitingen vinden de jongeren Nederlands interessant. “Jongeren vinden creatieve uitingsvormen van taal, zoals muziekteksten, rap en poëzie, wel interessant”, werd door Taalunie vermeld (Brants 2012).
     Daarom ga ik in mij scriptie verder met de vraag wat hiphopmuziek eigenlijk is. Alvorens onderzoek gedaan kan worden naar het huidige straattaal-gebruik van een van de bekendste hiphopformatie van tegenwoordig moet het veld van hiphop eerst afgebakend worden. Hoppenbrouwers (1999: 67) gaat ervan uit dat hiphop in de tweede helft van de jaren zeventig onder de zwarte jongeren in New York is ontstaan. Dit fenomeen heeft zich zeer snel verspreid naar de rest van de wereld en het bevat tevens de kunstuitingen zoals songteksten, literaire werken en de kunst van graffiti. Agressieve optreden en cultuur met machogedrag zijn de markante kenmerken van de navolgers van deze stroming. Hip-hop is ook de muzieksoort waarbinnen straattaal vaak gebruikt wordt.
    Er wordt benadrukt dat een goede rap in de hiphop-muziek door de blanke mensen niet juist gedaan kan worden en dat het grootste talent in dezelfde mensen zit dankzij wie hiphop is ontstaan. Het veronderstelt dat de identiteit door allochtone groepen sterk wordt geproclameerd. In dit opzicht is mijn geanalyseerde groep een beetje anders omdat twee derde van de bandleden blank zijn. Ze zijn de voorbeelden voor de huidige Nederlandse jeugd. Qua kleding, qua houding en zelfs qua taal.

1.4 ´Voorgangers´ van de straattaal in Nederland in het twintigste eeuw

In dit subhoofdstuk zal ik bondig laten zien hoe de geschiedenis verliep wat de groepstalen in het twintigste eeuw in Nederland betreft. Zoals de straattaal worden deze taalvariëteiten als groepstalen beschouwd. Ze worden zoals straattaal door een groepsgebonden lexicon gekenmerkt. Min of meer hebben ze ook het hedendaagse lexicon van de straattaal beïnvloed. Het vocabulaire van deze groepstalen heeft vroeger geen onderdeel van het Standaardnederlands uitgemaakt en deze groepstalen  zijn tevens in dit opzicht een soort voorgangers van de straattaal. Daarom zal ik ze in het kort introduceren uit aan de hand van het boek Jongerentaal- De tipparade van de omgangstaal (1999)  van Cor Hoppenbrouwers.



Soldatentaal
Dit soort geheimtaal is in de jaren vijftig onder soldaten ontstaan. Binnen deze groepstaal ontstond al een paar diminutieve vormen van bepaalde woorden die veel op de huidige Nederlandse straattaal leken. Bijvoorbeeld een partner met wie iemand een bed deelde, heette slapie. Misschien kwam het door de geliefdheid van de soldatentaal door jongeren. Douw staat voor iemand die de grenzen overschrijdt (Hoppenbrouwers 1991:19). Dit woord is vaak te vinden in de teksten van de hiphop-groepen en ook in mijn corpus teksten.

Bargoens
    Bargoens staat tevens als de geheime taal van dieven, zwervers of  kermistoeschouwers bekend. Het was gebruikt door mensen die laag op de maatschappelijke ladder stonden. De wortels van het Bargoens liggen in het Jiddisch en het Hebreeuws. Jongeren speelden een belangrijke rol in het verspreiden van een deel van deze taal naar een normale spreektaal, in het bijzonder in de Randstad. (idem:19-20) Dat wil zeggen dat het eigenlijk de wieg van de straattaal had kunnen zijn. Uit het Bargoens zijn in de hedendaagse straattaal bijvoorbeeld de woorden als gozer( of verkleinvorm gappie) en mazzel te vinden.      
     Jongerentaal was er altijd en voor elke generatie specifiek, maar voor het jaar 1990 kreeg niemand het idee om dat te onderzoeken. Vandaag is het een zeer gediscussieerd thema op allerlei gebieden. In Amsterdam bestond al voor de Tweede Wereldoorlog een type ´straattaal´ maar die was alleen met één groep gebonden – met de Joden. In die tijd waren de Joden de bekendste groep in Nederland die een eigen taalvariëteit had. In het huidige Nederland zijn nog behoorlijk veel woorden ervan terug te vinden. De bekendste zijn mazzel hebben en jatten (van hand) (idem:25). De eerste is vaak te horen bij het groeten aan het eind van een afspraak.

   

 

2. Wat is straattaal ?



2.1 Definitie van de term ´straattaal´ en algemene kenmerken ervan

In dit hoofdstuk wordt de term straattaal zelf uitgelegd en gedefinieerd.Veel aandacht is ook besteed aan voorbeelden van talen die de straattaal beïnvloeden. Omdat de straattaal sterk beïnvloed wordt door verschillende minderheidstalen, in het bijzonder door het Surinaams, Marokkaans-Arabisch, Engels en Antilliaans, zal ik hier een aantal voorbeelden ervan laten zien. De invloed van de straattaal op de huidige Nederlandse maatschappij wordt ook in dit hoofdstuk geschetst.


De term ‘straattaal’ werd in de taalkundige literatuur ingevoerd door de taalwetenschapper René Appel (Nortier 2001:7). Aan het eind van de jaren negentig heeft hij deze term in het artikel “Straattaal. De mengtaal van jongeren in Amsterdam” voor het eerst geïntroduceerd. Hij was ook de eerste, die deze 'jongerenomgangstaal’ bestudeerde en en het in Amsterdam onderzocht waar toen veel jongeren tot de tweede of derde generatie migranten behoorden. Volgens hem was de straattaal de “taal die al meer dan tien jaar wordt gesproken door jongeren met gemengde achtergrond” (Appel 1999:39). Dat kan wijzen op het feit dat er vroeger niemand bezig met het bestuderen van dit aanvankelijk genoemd “nieuw Amsterdams” was. Wij kunnen daaruit de conclusie trekken hoe lang de straattaal ongeveer al in gebruik is hoewel het geen benaming had. Deze variëteit is eigenlijk meteen ontstaan wanneer de golf van immigranten in de jaren zestig naar Nederland begon te komen want “talen en culturen veranderen wanneer ze met elkaar in contact komen” (Nortier 2001:10).
    Volgens Appel is de straattaal tevens een “mengtaal met Nederlandse taal als een basis” (ibidem). Hij hanteer verder de straattaal als een taal´register´ wat signaleert dat het alleen in specifieke situaties wordt gebruikt (Cornips 2003:1)Nortier (2001: 23) gaat in Murks en straattaal verder in op einige grammaticale aspecten van de straattaal. Zij onderzoekt vooral het Nederlands van een groep allochtone jongeren in de Utrechtse wijk Lombok. Deze variëteit van het Nederlands en tevens van de straattaal wordt door haar het Murks genoemd. Wat het Murks  verschillend maakt van de gewone straattaal is de bedoeling. De autochtone jongeren omgaan daar met de straattaal op een spottende manier. Ze gebruiken het om de allochtone jongeren uit te lachen door hen te imiteren (Nortier 2001: 25).
Volgens de definitie die Van Dale is de straattaal een “platte en ruwe taal; taal zoals die men op straat hoort´ (vandale.nl ). Van Dale stelt dus vast dat de straattaal als agressief wordt gezien of als zo'n  taalgebruik waarmee de spreker zijn negatieve emoties kan uitdrukken. Bovendien vooral in de straten.
In mijn opvatting van de straattaal wordt de straattaal niet alleen tot de straten beperkt. In de volgende hoofdstukken zal ik laten zien dat het ook in de kunst zoals muziek of poëzie is doorgedrongen. Het wordt tevens in toenemende mate ook in de klas gebruikt (Cornips 2010:3).
     De onderzoeker Duurkoop suggereert dat de straattaal zeker “het mooiste product van de multi-etnische samenleving is” (2010). De onderzoekster Cornips voegt toe :“Straattaal is gewoon het mengen van culturen. Het is een prachtige vorm van integratie” (van Steenbergen 2010). De straattaal wordt tevens door het Meerstens Instituut als multi-etnische jongerenregister genoemd.
      Hierboven heb ik een aantal definities van de straattaal gegeven die uit de vakliteratuur komen waarmee ik in deze scriptie werk. Wat is de mening van de straattaalsprekers of straattaalliefhebbers over het taalfenomeen zelf? Volgens hen is het :”een creatieve en poëtische omgang met de taal”(van der Braak, 2004). Talen mixen is volgens hen de basis van  communicatie (Kempen 2000:332). Ze omschrijven zichzelf uitstekend want iedereen die straattaal gebruikt en die in bepaalde situaties makkelijk naar andere talen kan ´switchen´ is een soort artiest. Voor de meeste straattaalsprekers geldt de straattaal als een boeiendere taal dan het gewoon Nederlands. Vaak gaat het om een taalspel en “alleen degene die een taal werkelijk goed spreken, in staat is om met die taal te spelen” (Nortier 2009:158). Ze voegen echter toe: “Wij spreken allemaal ABN. Geen nieuwe taal. We missen gewoon creativiteit en bepaalde woorden. Wij vullen de taal aan.” (van Steenbergen 2010).
In de navolging van Appel neem ik als basis voor mijn onderzoek zijn definitie over. Ik zal naar de straattaal elementen oftewel woorden, uitdrukkingen en zinnen waar de Nederlandse taal basis zal vormen in de liedteksten van De Jeugd van Tegenwoordig zoeken. Ik beschrijf de criteria van het onderzoeken verder in subhoofdstuk 4.1 - Methodologie.

2.2 Algemene kenmerken van de straattaal

Er zijn vier belangrijke kenmerken van de straattaal. Ten eerste, is de straattaal niet overal hetzelfde, straattalen verschillen per steden. Vooral in de grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam of Utrecht zien de straattalen er verschillend uit. Nortier (2001:10) constateert dat het belangrijkste verschil in het lexicon is. Het is voor de Amsterdamse straattaal typisch dat het vooral een combinatie van het Engels, Surinaams, Papiaments, Marokkaans en Nederlands is (van der Braak 2004). Daarentegen de jongeren in Utrecht bedienen het meest van het Turks en het Marokkaans Arabisch. De straattalen krijgen in verschillende steden ook eigen bijnamen. Onder andere heet bijvoorbeeld de Amsterdamse straattaal ook de Damsko taal en in de Utrechtse wijk Lombok kreeg de straattaal een speciale benaming het Murks- de afkorting en samenvoeging van het Turks en het Marokkaans (ibidem:25). In dit opzicht hoort mijn geanalyseerde hiphopgroep De Jeugd van Tegenwoordig bij de Amsterdamse straattaal al vanwege hun woonplaats (Amsterdam-Noord) en werkterrein (het centrum van Amsterdam). Ze worden soms ook wel als “jongens uit Amsterdam Noord” aangeduid (Middag 2011:28).     


        Ten tweede bevat straattaal veel leenwoorden. Eerst ga ik in mijn analyse van de liedteksten die uit het (Amerikaans) Engels behandelen. De Engelse taal is globaal geworden en het wordt vandaag als lingua franca beschouwd. Het wekt dan ook geen verbazing op dat ook Nederland vooral dankzij media onder invloed van het Engels staat. Zolang de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog een patroon voor de wereld vertegenwoordigt, is vooral dat soort Engels in opmars. In Nederland zijn de meest gebruikte leenwoorden uit het Amerikaans shit en cool (van der Braak 2004:2).
      Deze twee meest gebruikte woorden en veel meer worden uit het Engelse of Amerikaanse slangtaalgebruik letterlijk overgenomen en ze werden door jongeren in het dagelijks taalgebruik ingevoerd. De betekenis blijft dus in het Nederlands hetzelfde. Andere uitdrukkingen die geleverd worden aan de straattaal zijn checken (kijken), chick (meisje), dough (geld), bitch (hoer) chill (relax), dope (leuk, geweldig), phat (vet,cool) en da/the bomb (te gek, het einde) (idem).
       Voort komen letterlijke Nederlandse vertalingen van Engelse uitdrukkingen vaak voor in de straattaal. Een illustratief voorbeeld ervan is: ‘zie je later’ uit de uitdrukking see you later.
     Ten derde krijgen soms al bestaande woorden een geheel nieuwe betekenis. Ik zal hier drie voorbeelden behandelen; de woorden vet, gaaf en hot chocolate. Het woord vet was altijd met het eten of met het menselijk lichaam verbonden. Toen het woord vet de mensen heeft betroffen, wist iedereen dat iemand het over dikte had. Eten met veel vet was altijd een synoniem voor ongezond eten. Als iets gaaf was, betekende dat een zeer positief bericht, dat ´iets´onbeschadigd en in een goede staat is. In de laatste jaren kregen deze woorden een nieuwe dimensie en bij het geval van het woord vet is het een meer positieve betekenis. Vandaag beteken ze allebei cool, mooi, leuk, respectabel, indrukwekkend of te gek. Het voorbeeld van de uitdrukking hot chocolate (van der Braak 2004:3) komt uit het Engels maar in de normale vertaling naar het Nederlands betekent het warme chocolademelk. Maar in het straattaalvocabulaire krijgen we de betekenis van een aantrekkelijke jongen.
Behoorlijk veel woorden in de straattaal, met name vooral de scheldwoorden, verlichten soms de originele platte betekenis die ze oorspronkelijk hebben gekregen. Jacomien Nortier somt in “Murks en´ laters´, met ´s´erachter” (2003)op: “Wij vinden jongeren grof in de mond, maar sommige woorden verliezen hun zwaarte. Het Engelse woord ´shit´ is zo´n voorbeeld. Hoe vaak zeggen we zelfs niet ´shit´als iets tegenzit? Het heeft een nieuwe interpretatie gekregen in de taal” (Nortier 2003). ´Shit´ lijkt een hedendaagse versie van Nederlandse ´potverdorie´ te zijn. Andere voorbeelden uit de reeks van deze woorden zijn gruwelijk, kapot en wreed die allemaal in de straattaal heel erg goed betekenen. Deze film is wreed betekent dus dat het een zeer goed gemaakte film is (Cornips 2007:2).
    Een ander kenmerk is dat de straattaal leenwoorden uit de minderheidstalen in Nederland opneemt. De eerste minderheidstaal die ik ga behandelen en die van grote populariteit in de straattaal geniet is het Sranatongo. Wat maakte deze taal zo aantrekkelijk al vanaf het begin van het vormen van de taalvariëteit die straattaal heet? Cornips en de Rooi (2002) zijn het met elkaar eens dat de ´zangerige klankstructuur´ (Cornips 2002:290) van Surinaamse woorden het perfect geschikt voor de begeerde ´lekkerbekkende´ conversaties maakt. Ze geven toe: “Linguïstische factor is in het spel. De structuur van veel Surinaamse woorden is opgebouwd uit de opeenvolging van een medeklinker, een klinker, een medeklinker en weer een klinker”(ibidem). En omdat straattaal in de eerste instantie was gemaakt om heerlijk klinkende woorden over te nemen zodat de conversatie een plezier wordt, is het Surinaams daarvoor zeer geschikt. Het doel was een gemakkelijke stroom van woorden te beheersen die makkelijk zullen zijn om uit te spreken. Het is bewezen dat er een algemene neiging is om met woorden die op een open lettergreep eindigen te spreken (ibidem). Volgens van der Braak (2002) zou er nog een andere reden voor de populariteit van het Surinaams kunnen zijn en dat is de oorsprong van veel Surinaamse woorden die Nederlandse is (Suriname was een vroegere kolonie van Nederland).
Voorbeelden van het voor het Sranan typische klankstructuur zijn: “doekoe (geld), foto (stad), pipa (pistool) of loesoe (weg(gaan)), loko (trein), scotoe (politie), fatoe (grapje), fittie (ruzie), afoe (stukje), osso (thuis), koeta (hond/lelijkerd), soetoe (trek van een sigaret)” (van der Braak 2004:2). Dat zijn de Surinaamse woorden die veel worden gebruikt in de straattaal. Ook de jongerentaal die Hoppenbrouwers beschrijft, telt woorden die deze klankstructuur hebben zoals: giga (reusachtig) en popie (iemand die populair is of het graag wil worden) (Hoppenbrouwers 1999: 27). De woorden gevormd op die manier zijn in mijn analyse vaak terug te vinden.
     Woorden uit het Marrokaans komen minder vaak voor. Onder de bekendste vinden we bij voorbeeld: Azji (kom), djade (heks), habibi (liefje, schatje), floes (geld), helloef (varken), jemek ( je moeder), salamualikum (goeidedag), zebi (lul), woella (ik zweer het), tezz (shit, poep), zaama (zeker) (Nortier 2001:135).
     Leenwoorden uit het Turks komen in de straattaal des te minder voor. In het subhoofdstuk “Wie praat straattaal” geef ik een mogelijke verklaring waarom. Overigens, omdat deze groep woorden niet in mijn geanalyseerde teksten voorkomen, zal ik deze taal niet verder bespreken. Aangezien De Jeugd van Tegenwoordig Amsterdamse straattaal gebruikt, kan dit bijdragen aan het feit dat het Turks in hun teksten niet is doorgedrongen.    
   Als het vierde punt is er nog de invloed van andere talen op de straattaal die nog niet zo verspreid zijn. Ik wil hier laten zien welke van de overige talen een stempel drukten op de teksten van De Jeugd van Tegenwoordig. Dat is met name het Spaans en het Duits. Wat het Spaans betreft, weerspiegelt het zich in de teksten op zowel het lexicaal als morfologisch niveau. Er zijn samenstellingen van bestaande Nederlandse woorden en Spaanse affixen te vinden. Bovendien vinden we vooral in één van de gekozen liederen hele zinnen en uitdrukkingen in het Spaans. In dit geval raakt het ook de fonetische kant van het lied. Weliswaar komt dat door het feit dat een van de leden van de groep van Colombiaanse afkomst is maar dat zal ik pas in de beschrijving van De Jeugd van Tegenwoordig als een groep bespreken.
     Ten slotte is het belangrijk om toe te geven dat het definiëren de term straattaal problematisch is. De belangrijkste reden is het feit dat de taal zeer vluchtig en dynamisch is en verandert dus heel snel (Nortier 2009:160). De populariteit van de bepaalden uitdrukkingen kan van dag tot dag verdwijnen. Op het internet valt het het meest op. Daar zijn tegenwoordig varierende webpagina’ s met straattaal forums en discussies over de betekenis van nieuwe straattaalwoorden te vinden.

Vervolgens is  het door de deskundigen  verzonnen en niet door de straattaalgebruikers zelf. Voor de sprekers zelf is de straattaal leuker en stoerder dan het ‘gewoon’ Nederlands, en ze vinden dat ze zich ermee beter kunnen uitdrukken dan in het Nederlands. Wij krijgen dus zowel classificatie uit het taalkudige gebied als een classificatie van de gebruikers zelfs schrijven ons in de laatste jaren al die onderzoekers, media en onderwijs verschillende betekenissen van de straattaal voor. Het is een nieuwe zaak dat de taalkundigen en media beschouwen de jongerenvariëteiten als een uniforme. Zo voelen ze een behoefte om het te codificeren en grenzen vast te stellen. Daarom proberen ze altijd de lijst met nieuwe straattaalwoorden te pikken en de straattaalwoordenboeken dankzij te aktualiseren (Cornips 2010:5). Met name op het internet valt het op. Er zijn vandaag varierende webpagina’ s met forums en discussies te vinden.



2.3 Morfologische, syntactische en lexicale en fonologische kenmerken van de straattaal in Nederland

 Straattaal als taalvariëteit heeft typische lexicale, morfologische, syntactische en fonologische kenmerken. In het vorige subhoofdstuk bij de introductie van de term straattaal kwamen al enkele voorbeelden van lexicale en semantische kenmerken aan bod. Het meest creatief is de straattaal op het lexicaal en morfologisch niveau en daarom zal ik met deze twee beginnen. In dit hoofdstuk laat ik zien hoe bewust gebruikte taalelementen in de straattaal worden ingevoerd. Ik zal van voorbeelden van Kießling en Mous uit het artikel van Cornips “Straattaal: Sociale betekenis en morfo-syntactische verschijnselen” (2004) gebruik maken. Ze waren de eersten die zich niet alleen met het lexicaal gebied maar met morfologie en syntaxis van de straattaal bezig hielden. Daarvoor werd vooral zijn verzameling van talrijke gegevens geraadpleegd. De voorbeelden komen van spontane gesprekken van de straattaalsprekers van Creolse afkomst uit Rotterdam. Aan de hand van de voorbeelden van Kießling en Mous wil ik de theorie wiens hun termen en voorbeelden toelichten, omdat de theorie een belangrijk deel uitmaken van de analyse. Bij de latere analyse van de liedteksten wordt naar deze kenmerken gezocht.

Cornips heeft de manipulatie met woorden in 6 onderdelen verdeeld die als volgt achternalopen:
    
2.3.1 Bewuste lexicale, morfologische en syntactische manipulaties


 • Truncatie
De term truncatie wordt als volgt gedefinieerd: het vervangen van een bepaald gedeelte van het woord zodat een woordstam of code overblijft waarop alle variaties gezocht kunnen worden. Het is een proces van woordformatie zodat een deel of delen van een woord worden afgesneden.
“Het gaat om het afbreken van de woorden van achteren (rechtszijdig) of van voren (linkszijdig)” (Anoniem 4, 1984). In het kort is de basis van truncatie het afkorten van woorden.
Dus bijvoorbeeld het werkwoord “balli” in de zin "kom, we gaan balli" betekent voetballen en het is waarschijnlijk onstaan door het afbreken van de kern van het woord- een “ball”. Daarna werd er een i-uitgang aan toegevoegd.
     Een ander woord Damsko betekent Amsterdam en het bestaat ook in het Sranantongo (Cornips 2004:172). Bij de kern “dam” werd de uitgang eindigend op o- aan het woord toegevoegd.

 2.3.2 Dummy affixatie zonder truncatie


Anders dan bij truncatie alleen, wordt bij dummy affixatie een deel van een woord niet afgebroken. Aan de kern van een woord is dan een uitgang toegevoegd.

   -o-uitgang


"dat is gewoon een Surinaamse stylo" -stijl (ibidem)



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina