Massagetal, protonen(+), elektronen & neutronen



Dovnload 11.01 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte11.01 Kb.
Massagetal, protonen(+), elektronen(-) & neutronen:

Atoomnummer + naam: 11, Natrium:

11 protonen en 11 elektronen.

Massagetal: 23: 23 – 11 protonen = 12 neutronen.


Lading: +1. Omdat het aantal protonen uitmaakt dat het Natrium is, moet het aantal elektronen dus kleiner zijn: 10 elektronen.
Periodiek systeem der elementen:

Horizontale vakken: perioden

Verticale vakken : Groepen
Stroomgeleiding:

Metalen:


  • Geleiden in vaste en vloeibare vorm

  • Opgebouwd uit metalen

  • Binding: - Metaalbinding: Doordat er altijd 1/meer atomen ontbreken moeten de elektronen de protonen met elkaar delen. Tussen 2 atomen ontbreekt er dus altijd 1/meerde atomen, wat betekend dat er altijd 1 proton tussen zit dat uit beide atomen elektronen aantrekt. Dit is een erg sterke binding.

  • Metaal geleid goed omdat de elektronen vrij kunnen bewegen.


Zouten:


Moleculaire stoffen:

- Stoffen die alleen maar uit moleculen zijn opgebouwd, niet uit losse atomen.

  • Geleiden niet

  • Opgebouwd uit niet-metalen

  • Binding: - Vanderwaalsbinding: Vrij zwakke binding.

  • Als je een moleculaire stof smelt dan laten de moleculen los van elkaar.

  • Als het smeltpunt van deze stoffen hoog ligt, zijn ze dus moeilijk te scheiden en is de vanderwaalsbinding dus erg sterk.


Kristalrooster: De rangschikking waarin de deeltjes op elkaar gestapeld zijn in een stof:


Macromoleculen:

  • Bestaan uit duizenden atomen

  • Erg sterke Vanderwaalsbinding

  • Hierdoor altijd vaste stof bij kamertemperatuur. (O.a. Plastic/Zetmeel)

Significante cijfers:

Bij Vermenigvuldigen/Delen: Afronden op getal met kleinste aantal significante cijfers:

4 × 0,5 = 2 4,0 × 0,5 = 2,0

Bij Optellen/Aftrekken: Afronden op decimalen, zelfde als het getal met het minste aantal decimalen: 2,2 – 3,34 = -2,9 3,3 + 2 = 5


LET OP: Bij telwaarde telt dat niet: 8 pakken koekjes van 24 euro: 8 × 24 = 1,9 × 10²
Massapercentage:

Om te kijken hoeveel H er in H²O zitten:

Formule: H²O

Moleculemassa: 2 × 1,008 + 16,00 = 18,02

Massa-aandeel van element: 2 × 1,008 = 2,016

2,016 : 18,02 × 100 = 11,19%


Molaire massa:

NH³: 17,03µ zwaar = 17,03 Mol¯1



Hoeveel G is 1,6 mol ammoniak?:

NH³

1,00

1,60

Molaire Massa

17,03

27,2

27,2: 17,03 × 1,60 = 27,2
Molair volume gassen:

  • 1 mol gas neemt bij bepaalde temperatuur en druk altijd hetzelfde volume aan, ongeacht het soort gas. (Vm)

  • Dit volume is afhankelijk van de temperatuur en de druk, niet van het soort gas.

  • Bij een temperatuur van 273 K en 0p (1,00 bar): Vm= 22,4 dm³ mol¯1


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina