Master Thesis Media & Journalism



Dovnload 1.19 Mb.
Pagina19/23
Datum22.07.2016
Grootte1.19 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23

March 7, 2009

zaterdag
Waterdruppel op de gloeiende plaat;

Spul
BYLINE: Bard van de Weijer

SECTION: ECONOMIE; Blz. 17

LENGTH: 429 woorden
SAMENVATTING:

Wekelijks wordt in deze rubriek een product bekeken dat zegt het milieu of het klimaat te sparen. Vandaag: een klok die op water loopt.


VOLLEDIGE TEKST:

Hij lijkt een beetje op een ouderwetse buizenversterker, deze klok. Aan de bovenzijde van de aluminium behuizing wijzen twee kunststof stolpjes fier omhoog, alsof het vacuümbuizen zijn. Dit zijn de batterijen van de klok, die, geloof het of niet, op water loopt. De twee buizen bovenop zijn de energiecentraletjes, die met behulp van een koper- en zinkelektrode een potentiaalverschil produceren. Daardoor gaat een stroompje lopen waarop de klok werkt.

Simpel, niet?

Het klokje is te koop in onder meer de webwinkel van Greenpeace. Het apparaat wordt als milieuvriendelijk beschouwd omdat er geen gewone batterijen nodig zijn om de tijd tikkende te houden. Zonnecellen zijn niet bruikbaar, omdat dan 's nachts de klok zou uitvallen.

Het idee is zó goed dat je je afvraagt waarom er nog geen auto's rondrijden met van die waterbollen op het dak. Dat komt doordat er maar heel weinig energie uit water te halen is. Genoeg om een lcd-klokje een paar weken op te laten lopen, maar bij lange na niet voldoende om de benodigde kilowatts voor een auto te ontwikkelen. De toepassing van de waterbatterij zal daarom vermoedelijk altijd beperkt blijven tot het gebruik in stroomnippertjes als lcd-klokken en rekenmachines.

Greenpeace zegt zich te realiseren dat de energiebesparing van de klok beperkt is. Maar het wil er mensen en bedrijven mee prikkelen na te denken over hun energieverbruik.

De milieuorganisatie heeft ook geïnformeerd naar de milieubelasting van de waterbatterijen en die is volgens de fabrikant lager dan die van de productie van gewone batterijen. De waterbatterijen kunnen levenslang meegaan als ze telkens goed worden gereinigd. Na verloop van tijd ontstaat namelijk een bezinksel, dat na een paar keer vullen moet worden verwijderd.

Een nadeel van de waterklok is dat de fut na een week of drie uit de batterijen is. Dan moeten ze hervuld. Wie de klus binnen twee minuten klaart, hoeft de klok niet opnieuw in te stellen.

Van alle hebbedingetjes die in deze rubriek de revue zijn gepasseerd, is de waterklok qua uitvoering een van de mooiere. Het design is goed, de aluminium behuizing geeft niet de indruk dat het ding na vier maanden uiteen zal vallen en de klok loopt ook nog eens precies. Alleen waar het allemaal om te doen is, het milieu, daar is de winst niet bijster groot. Als groen product scoort het apparaat daarom niet zo hoog, hoe klimaatkoosjer deze klok wellicht ook is.

Bard van de Weijer

41 of 50 DOCUMENTS

de Volkskrant


March 28, 2009

zaterdag
Duitsland maakt wél gebruik van de zon


BYLINE: Michael Persson

SECTION: ECONOMIE; Blz. 13

LENGTH: 1235 woorden

DATELINE: LeipzIG
SAMENVATTING:

Duitsland loopt voorop bij de productie van duurzame energie. Dankzij slimme wetgeving, die in Nederland niet zou misstaan. Door Michael Persson


VOLLEDIGE TEKST:

LeipzIG Het bosweggetje voert langs een verkruimeld betonnen hek naar een slagboom en een poortgebouwtje zonder dak. De barakken tussen de berken zijn verlaten - de laatste Rus liep hier in 1992. Op het terrein gaat de weg verder, langs oude hangars en een verkeerstoren zonder ruiten, om te eindigen op de strook asfalt die ooit een landingsbaan was. Er vliegt een leeuwerik op.

Dan: een enorme zee van blauw glas op stalen poten.

Hier, op een voormalige Russische luchtmachtbasis bij Leipzig, staat nu de grootste zonnekrachtcentrale van Noordwest-Europa. Het park, Waldpolenz, levert onder de wolkenhemel vandaag 16 megawatt (op een zonnige dag 40), de energiebehoefte van een klein dorp. Tienduizenden panelen in het gelid op de glooiende vlakte, als vooruitgeschoven post in de strijd tegen het broeikaseffect.

Het is het bewijs van het succes van de Duitse Einspeisegesetz, de wet die de opwekking van duurzame elektriciteit financieel levensvatbaar heeft gemaakt. In 2000 besloot het Duitse parlement dat eigenaren van windmolens en zonnepanelen hun stroom voortaan twintig jaar lang tegen een gegarandeerd tarief mochten gaan leveren aan het stroomnet. Sindsdien is de vraag naar windmolens ten zonnepanelen enorm gestegen, zowel van huishoudens als van investeringsmaatschappijen. Duitsland haalt nu 13 procent van zijn stroom uit duurzame bronnen.

En dus willen groene voorvechters overal ter wereld een Einspeisegesetz. Spanje heeft de regeling gekopieerd, Frankrijk, Italië en nog een stuk of dertig landen ook.

Nederland niet. Nog niet, hopen milieufanaten, zonnecellenbouwers, windinvesteerders. 'Als die Duitse regeling wordt gekopieerd, gaat de vergroening van de economie hier sneller ', zei investeerder Henk Keilman. 'In Nederland weet je nu niet waar je aan toe bent.'

Berlijn


In Berlijn zit de man bij wie het allemaal begon. Hermann Scheer is bij wijze van uitzondering op kantoor, voordat hij weer naar Abu Dhabi vliegt om zijn groene evangelie te prediken. Hij is allang niet meer het eenvoudige parlementslid dat tien jaar geleden een ogenschijnlijk onhaalbaar voorstel deed.

'Het geheim van de regeling is de zekerheid', zegt Scheer. 'Wie dit jaar een zonnepaneel op zijn dak legt, weet precies wat hij de komende twintig jaar krijgt voor de geleverde stroom. Bovendien is het een openeinderegeling. Er zit geen maximum op. Dat betekent dat fabrikanten van zonnecellen en zonnepanelen zeker weten dat er volgend jaar weer een potentieel oneindige markt is voor hun producten. Dat is een sterke impuls om een fabriek te bouwen.'

Een derde zekerheid is dat de subsidie niet wordt betaald uit de rijksbegroting, maar door de consumenten van gewone stroom. Dat betekent dat de regeling minder kwetsbaar is voor bezuinigingen. Wel zien consumenten een paar tientjes opslag op hun elektriciteitsrekening. 'Dat hebben ze geaccepteerd', zegt Scheer. 'Ze zien waar het geld heen gaat.'

Natuurlijk was het een gevecht de regeling erdoor te krijgen, zegt Scheer, die zichzelf een Möglichmacher noemt. 'Maar nu is iedereen voor. Ik heb de vakbonden aan mijn zijde. Behalve de mijnwerkers.'

De steun van de bonden komt niet uit de lucht vallen. De stimuleringsregeling voor groene energie is een Green New Deal avant la lettre gebleken. Volgens recente cijfers werken er zo'n zeventigduizend mensen in de Duitse zonne-energiebranche. Dat zijn er tien keer zoveel als in 1999, het jaar voordat de wet in werking trad.

Dus zijn in heel Duitsland bedrijfjes als paddestoelen uit de grond geschoten. Even ten westen van München, in het plaatsje Sulzemoos, is Phoenix Solar AG gevestigd in een oud kasteel, waar bouwvakkers net bezig zijn een extra vleugel bewoonbaar te maken. De weg erheen is een zandpad vol plassen, werknemers parkeren in de smeltende sneeuw voor de poort. In een hoekje van de hoeve eten werknemers in een gaarkeukentje Knödel met Krautsalat.

Zonnecentrale

In de jaren tachtig huurde de jonge ingenieur Andreas Hänel in een van de vleugels een kamertje van de kasteelheer, vanwaar hij zonnepanelen onder de aandacht bracht bij de leden van de Duitse energieconsumentenbond. In 1999 besloot hij het professioneler te gaan aanpakken. Hij stopte zijn vrijwilligerswerk in een NV, nam een technisch getalenteerde boerenzoon in dienst en begon zonnepaneelsystemen te bouwen. Nu werken er 230 man, die onder meer het grote zonnepark La Solana in Spanje hebben gebouwd. Hänel verdient volgens het laatste jaarverslag 338 duizend euro.

'We zijn nu op het gebied van zonnecentrales een van de leidende bedrijven in Europa', zegt woordvoerster Andrea Zopf, terwijl ze naar een nabijgelegen installatie rijdt. Die wordt, net als de installaties in Frankrijk en Spanje, vanuit een centrale in Zuid-Duitsland bestuurd. Als een konijn in Spanje een kabel doorknaagt, gaat hier een lichtje branden. 'Zonne-industrie is meer dan het bouwen van zonnepanelen. Het gaat om monitoring, en het gaat erom zoveel mogelijk modules op één onderstel te monteren. Of dat je slimme aluminiumprofielen ontwerpt, waarmee je gewicht bespaart. Zo kan de prijs van de panelen stukje bij beetje omlaag.'

Eenvoud is het sleutelwoord bij de grote zonneparken zoals die de laatste jaren op lege plekken in Europa zijn gebouwd. Ze draaien niet mee met de zon, zoals vroeger gebruikelijk was. Dat laatste verhoogt wel de opbrengst, maar is veel duurder in het onderhoud. Bovendien zijn ze meestal gemaakt van dunne-laag silicium. Die hebben een lager rendement (9 procent van de invallende zonnestralen wordt omgezet in energie) dan de panelen die particulieren vaak op hun dak hebben (die halen zo'n 16 procent), maar zijn eenvoudiger te maken en een stuk lichter. 'Dan zetten we liever een paar modules extra neer', zegt Zepf. 'Op een weiland is vaak ruimte genoeg.'

Thalheim

De opkomst van de zonne-industrie is vooral te merken in Oost-Duitsland. Ten noorden van Leipzig is een Solar Valley ontstaan, een gebied met een stuk of tien zonnebedrijven. Q-cells, de grootste fabrikant van zonnecellen - de vierkante tegels die samen een paneel maken - begon hier in 2001 met negentien mensen. Nu werken er 2.500. In een grote hal staan ze in witte pakken te kijken naar de flinterdunne siliciumtegels die in glazen kasten voorbijschuiven. Ze worden gewassen en met fosfor gebakken. Er wordt een oxidelaagje weggeëtst, een antireflectielaagje aangebracht, ze worden met een zilverpasta gezeefdrukt en weer gewassen, gedroogd en met een felle lichtflits getest. Het loopt prachtig, zoals lopende banden altijd prachtig lopen.

Als ze lopen. Want één productielijn ligt stil. 'Het zijn lastige tijden', zegt Frank Strümpfel. 'Er zijn veel concurrenten, onder meer uit Azië, die op de Einspeisegesetz afkomen. Ook worden door de crisis veel projecten afgezegd, omdat er geen investeerders te vinden zijn.'

Een andere tegenslag is dat Spanje, nadat vorig jaar 3.000 megawatt aan zonne-installaties werd neergezet (de capaciteit van vijf kolencentrales, red.), de subsidies heeft beperkt tor 500 megawatt. De garantieregeling is kennelijk niet overal onbeperkt. 'Er gaan bedrijven sneuvelen', zegt Strümpfel. Als Nederland nu een Einspeisegesetz zou instellen zou hij dat toejuichen. 'Het zou ons helpen. Maar of nu nog een Nederlandse industrie kan ontstaan, betwijfel ik.'


NOTES: xxx; xxx; xxx; Steun de uitvinders; Het crisispakket van deze week gaf fans van groene energie even hoop. Er staat dat de subsidieregeling voor duurzame energie (SDE) voortaan 'ruimer en robuuster zal worden gefinancierd' uit een opslag op het elektriciteitstarief. Dat lijkt verdacht veel op de Duitse regeling, en dus liet Milieudefensie weten gematigd positief te zijn over het crisispakket.; Toch lijkt er niet zo heel veel te veranderen. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Economische Zaken blijven de huidige quota gehandhaafd - en dus krijgen Nederlandse investeerders niet de zekerheid die ze in Duitsland hebben. Ook blijft Nederland werken met het financieren van de zogeheten 'onrendabele top', het verschil tussen kostprijs voor zonne-energie en de prijs voor gewone stroom. In Duitsland is de subsidie veel genereuzer. Dus is de 'robuuste' SDE-regeling vooral een verschuiving van vestzak naar broekzak (van belasting naar energierekening). Maar de SDE-regeling heeft ook voordelen, zeggen experts bij ECN: hij is zuiniger en efficiënter. Nederland kan met zijn quota beter sturen waar het geld heen gaat. Met 100 miljoen euro subsidie voor windenergie wordt vier keer zoveel CO2 bespaard als met 100 miljoen voor zonne-energie. Overigens staat in Nederland zo'n 60 megawatt aan zonnepanelen. Voor dit jaar is subsidie beschikbaar voor 20 megawatt extra.; Even hoop op Duitse regeling in Nederland; Wie: Carel Callenbach; Functie: Directeur Ingrepro; Stelling: 'Afval is de oplossing'; Ingrepro doet onderzoek naar algen als energiebron. 'Met algen kun je van rioolwater 20procent van de Nederlandse energiebehoefte opwekken. De techniek is er, we moeten haar nu op grote schaal toepassen.'; Even hoop op Duitse regeling in Nederland; Wie: Henk Keilman; Functie: Directeur RIG Investments; Stelling: 'Zet windmolens in de Markerwaard'; RIG investeert zijn kapitaal grotendeels in duurzame energie. 'Voor Nederland is wind dé perfecte oplossing. Niet op zee, daar zijn molens vier keer zo duur als op land. Daarom moeten we de Markerwaard inpolderen.'; Even hoop op Duitse regeling in Nederland; Wie: Harry Hendriks; Functie: Bestuursvoorzitter Philips Benelux; Stelling: 'Duurzaamheid is innovatie'; 'Nederland verliest zijn koppositie op het gebied van kennis en innovatie. De overheid kan de zoektocht naar duurzaamheid stimuleren door als eerste inovaties grootschalig te kopen. Dat kan effectiever zijn dan subsidies.'
42 of 50 DOCUMENTS

de Volkskrant


March 27, 2009

vrijdag
Crisispakket biedt het milieu weinig;

Groene maatregelen Experts delen enthousiasme van milieuminister Cramer niet

BYLINE: Michael Persson

SECTION: ECONOMIE; Blz. 7

LENGTH: 537 woorden

DATELINE: Amsterdam
SAMENVATTING:

Woningisolatie verlaagt CO2-uitstoot met 0,5 procent.

Voor windparken is 'veel meer geld nodig'.
VOLLEDIGE TEKST:

Amsterdam Het zou een groen crisispakket worden, en milieuminister Cramer gaf er woensdag dan ook hoog van op. 'Dit is een kentering in de manier waarop wij investeren in een nieuwe duurzame economie', zei ze. In het veld overheerst de twijfel. Hoeveel CO2 komt er minder in de lucht? Hoewel de details nog worden uitgewerkt, is de mogelijke klimaatwinst grofweg te schatten.

Energiebesparing woningen

Alle experts zijn het erover eens: met dubbel glas en de isolatie van muren, dak en vloer valt energie te besparen. Hiervoor is de komende twee jaar 320 miljoen euro uitgetrokken. Als het geld wordt besteed via een subsidie van 1.000euro per woning, kunnen 320 duizend huizen worden geïsoleerd. Daarmee kan 1megaton aan CO2 worden bespaard. Dat is ongeveer een half procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

Autosloopregeling

Ervan uitgaande dat de overheid straks 750 euro per oude auto betaalt, kunnen met het gereserveerde bedrag van 65 miljoen zo'n 85duizend auto's worden gesloopt. Als die worden ingeruild voor auto's die minimaal twee klassen zuiniger zijn, wordt 0,04megaton minder CO2 uitgestoten. Dat is 0,2 promille van de totale Nederlandse uitstoot.

Wind op zee

Het meest in het oog springt de aanleg van nieuwe windparken op zee. De komende vijftien jaar wordt daar jaarlijks 160 miljoen euro voor uitgetrokken. Met dat bedrag kan 500 megawatt aan nieuwe molens worden gebouwd, bovenop de al geplande 450 megawatt (en de al bestaande 200 megawatt). Mogelijke klimaatwinst: een kwart procent van de Nederlandse CO2-uitstoot.

Het paradoxale is dat het kabinet in het oorspronkelijke regeerakkoord al had afgesproken dat in 2020 6.000 megawatt aan windmolens op de Noordzee moet staan. De 'extra' investering die nu in het crisispakket is afgesproken, is bittere noodzaak om die doelstelling te halen, zegt Chris Westra, windexpert bij energieonderzoekcentrum ECN in Petten. 'Sterker nog: er is veel meer geld nodig. Om die 6.000 megawatt te bereiken moet het kabinet jaarlijks 1 à 2 miljard investeren. Dit is een druppel op een gloeiende plaat.'

Wat wel als voordeel wordt gezien, is dat de bestaande subsidieregeling voor duurzame energie (waarmee ook de nieuwe windmolenparken worden betaald) in de toekomst niet meer uit de rijksbegroting wordt gefinancierd, maar via een opslag op de energierekening. Dat maakt de subsidie minder kwetsbaar voor bezuinigingen. Voor de consument maakt het waarschijnlijk niet veel uit: in plaats van via de belasting betaalt hij voortaan via de energierekening.

Naast deze drie maatregelen zit er nog meer groens in het crisispakket, maar de milieueffecten daarvan zijn twijfelachtig. Zo valt onder het kopje 'Duurzame economie' ook een CDA-plan om 'ruimtelijk gebied te herstructureren'. Dat behelst onder meer de verbetering van bedrijventerreinen.

Ook is de afschaffing van de vliegtaks juist in tegenspraak met de groene pretenties. Voorzitter Mirjam de Rijk van de Stichting Natuur en Milieu komt tot de conclusie 'dat er meer geld wordt uitgetrokken voor plannen die slecht zijn voor het klimaat dan voor plannen die een positief effect hebben'.

43 of 50 DOCUMENTS

de Volkskrant


March 18, 2009
Shell 'worstelt' met winsten uit windenergie en stopt ermee
BYLINE: Michael Persson

SECTION: VOORPAGINA; Blz. 01

LENGTH: 307 woorden

DATELINE: LONDEN
SAMENVATTING:

Shell ziet wel brood in biobrandstoffen en CO2-opslag.

Bedrijf is niet bang voor imagoschade door keuze voor minder groene strategie.
VOLLEDIGE TEKST:

LONDEN Shell stopt met investeringen in windenergie. Eerder stapte het bedrijf al uit de fabricage van zonnecellen. Op een strategiebijeenkomst in Londen zei bestuursvoorzitter Jeroen van der Veer dinsdag dat Shell op groen gebied vooral heil ziet in biobrandstoffen en CO2-opslag.

Shell heeft wereldwijd 550 megawatt aan windmolens, evenveel als een kleine kolencentrale. Volgens bestuurslid Linda Cook 'worstelt' windenergie met zijn winstgevendheid, ondanks de subsidies van overheden. 'Dan geven we andere projecten voorrang.'

Shell wil zich concentreren op biobrandstoffen omdat die meer bij het bedrijf zouden passen: de logistiek lijkt meer op die van olie en je kunt ze gewoon tanken.

De huidige biobrandstoffen staan ter discussie, omdat ze vooral uit maïs en suikerriet worden gemaakt. Daarmee concurreren ze met de voedselvoorziening. Bovendien lijken de positieve klimaateffecten kleiner dan gedacht.

Ook ondergrondse kooldioxide-opslag, het tweede speerpunt uit Shells vernieuwde duurzame strategie, ligt onder vuur. Deze methode om het broeikaseffect tegen te gaan is duur en vreet energie. Volgens Cook is ondergrondse kooldioxide-opslag voor Shell noodzakelijk, omdat bijvoorbeeld de Canadese overheid gaat eisen dat de oliemaatschappij de CO2 gaat opslaan die vrijkomt bij de winning van olie uit teerzanden.

Cook is niet bang dat Shells imago beschadigd zal raken door de keuze voor minder groene opties. 'Als duurzame energie lucratiever zou zijn, steken we er graag geld in.'

Shell investeerde de afgelopen vijf jaar 1,7 miljard dollar (1,3 miljard euro) in alternatieve energie. Het bedrijf zegt geen plannen te hebben zijn huidige belangen in windparken af te stoten.

44 of 50 DOCUMENTS

de Volkskrant


March 25, 2009

woensdag
Algen als heilige graal


BYLINE: Evert Nieuwenhuis

SECTION: VOORKANT; Blz. 13

LENGTH: 1275 woorden
SAMENVATTING:

Hoe maken we van Nederland een duurzame economie? Wind- en zonne-energie zijn prachtig, maar vergeet ook afval als energiebron niet. 'Met algen maak je van rioolwater vliegtuigbrandstof.'

Door Evert Nieuwenhuis
VOLLEDIGE TEKST:

Diep in de Achterhoek, net buiten het dorpje Borculo, in een voormalige varkensstal op een doodlopend landweggetje, ligt een van de sleutels naar een duurzame economie. Althans, dat is de stellige overtuiging van algenkweker Carel Callenbach.

'Afval is de oplossing. Als we de Nederlandse economie willen klaarstomen voor de 21ste eeuw - waarin natuurlijke brandstoffen schaars zijn en de klimaatverandering zich verhevigt - moeten we op een compleet andere manier gaan denken. Afval is geen probleem, maar een bron van energie. Algen kunnen die energie ontsluiten. De potentie is enorm: algen kunnen 20 procent van de Nederlandse energiebehoefte leveren. En dat is nog lang niet alles. Over enkele jaren produceren wij brandstof voor de nieuwste vliegtuigen van Boeing of Airbus.'

Carel Callenbach (42) is geen bioloog of milieuactivist, maar een ondernemer die gouden bergen ziet in de groene micro-organismen. In 2000 richtte hij het bedrijf Ingrepro op dat algen kweekt en onderzoek doet naar de inzet van het groene goud als bron van duurzame energie. Nu heeft Ingrepro tien mensen in dienst, de omzet bedraagt 2 miljoen euro.

Op het erf van een oude hoeve is de green tech-firma Ingrepro ondergebracht. In de ene stal huist het kantoor, in de andere het laboratorium. Achter op het erf liggen enkele van de bassins waarin Europa's grootste algenkweker 'de energiebron van de toekomst' produceert.

Ingrepro heeft drie kerntaken: het produceren van algen, onderzoek naar nieuwe toepassingen van algen en het ontwikkelen van nieuwe vormen van duurzame energie.

Algen, een van 'swerelds oudste en eenvoudigste levensvormen, zijn buitengewoon veelzijdig. Je kunt ze in dure shampoos stoppen, er kleurstoffen van maken, koeien meer melk door laten geven en je kunt er de velden van voetbalclubs als Ajax en Vitesse schimmelvrij mee houden. 'Sinds kort leveren we ook aan AkzoNobel. Zij gebruiken de algen als ingrediënt in hun verven.'

Je kunt algen ook eten. Callenbach pakt een stripje groene pillen. 'Hierin zit omega 3 vetzuur, een voedingssupplement dat onder andere hart- en bloedvaten gezond houdt. De meeste omega-vetten komen uit gemalen vis. Dat is vreselijk inefficiënt, want dan worden vissen gevangen en vermalen tot olie om te leveren wat zij weer uit algen halen. Je kunt het ook direct uit algen halen - veel duurzamer.'

De meeste algen groeien sneller bij een hoge omgevingstemperatuur. Warme landen zijn dus het meest geschikt. 'Maar dat is een ouderwetse manier van algenkweken. In Nederland is zo veel restwarmte van bijvoorbeeld de industrie, die kun je heel eenvoudig gebruiken om het kweekwater te verwarmen.

'Overal in Nederland kun je algen kweken', zegt Callenbach als hij de bassins achter een oude schuur laat zien. 'Op braakliggend land, boven op een flatgebouw of langs een snelweg. Oogsten is eenvoudig: je filtert het water en centrifugeert of droogt het residu in de open lucht.'

Concurrentie met voedsel is er dan ook niet. 'En het regenwoud hoeft er ook niet voor plat.' Nog een voordeel: algen zetten relatief veel CO2 om, en dat maakt ze geschikt om het broeikasgas af te vangen. 'In Delfzijl spuit energiebedrijf Essent de CO2 niet in de atmosfeer, maar in onze algenkweekvijvers.'

De productie is groot: in Nederland kun je na 24 tot 48 uur oogsten. De opbrengst kan 140 duizend kilo per jaar per hectare zijn, 10 tot 20 keer meer dan conventionele gewassen als maïs of graan. Wellicht het grootste pluspunt van algen is dat je er olie van kunt maken.

Callenbach haalt een buisje tevoorschijn. 'Net als van fossiele olie uit Saoedi-Arabië of andere landen kun je van algenolie plastic maken. Van onze algen worden bijvoorbeeld autobumpers en het omhulsel van mobiele telefoons gemaakt. Bijkomstig voordeel: als je het weggooit, wordt het na een paar maanden door de natuur afgebroken.'

De heilige graal die bijna alle algenkwekers zoeken, is brandstof voor vliegtuigen. 'Van algen kun je biodiesel voor auto's maken, maar daar zit weinig toekomst in. Ik denk dat auto's uiteindelijk op elektriciteit gaan rijden. Dat is zuiniger en daarnaast kunnen veel meer soorten duurzame energie worden gebruikt. Alle stroom die zich in accu's laat opslaan, is geschikt om een auto te laten rijden. Vliegtuigen hebben veel meer energie nodig dan accu's kunnen leveren. De luchtvaart zal daarom aangewezen blijven op brandstof.'

Callenbach loopt naar de andere varkensstal en laat het laboratorium zien. In de kamer links naast de ingang zitten achter computerschermen twee biochemici. In de andere ruimte pruttelen, druppelen en centrifugeren buisjes algendrab. 'Dit zijn buitengewoon spannende tijden. We hebben het recept voor de perfecte vliegtuigbrandstof bijna gevonden. We zoeken naar de juiste algensoort en het juiste distilleerproces.'

Maar door 'compleet anders te denken' en een aantal bestaande technieken te combineren, kunnen de groene plantjes pas echt tot een revolutie leiden, zegt Callenbach. 'Het principe van recyclen moet opnieuw gedefinieerd worden. Nu betekent recycling het hergebruik van afval in een andere, minderwaardige vorm. Krantenpapier wordt hergebruikt als kattenbakvulling, daarna gooien we het weg. Doodzonde. Je kunt afval ook 'up cyclen' door het een andere, hogere waarde te geven. Met algen kun je van rioolwater bijvoorbeeld vliegtuigbrandstof maken.'

Zo zijn algen de verzinnebeelding van het sterk in opkomst zijnde concept Cradle to Cradle. Deze kijk op duurzaam produceren is geïntroduceerd door William McDonough en Michael Braungart. Uitgangspunt is dat afval niet bestaat: als een product 'op' is, moet het niet weggegooid worden, maar bron zijn voor een nieuw product. Van 'wieg tot wieg', in plaats van 'wieg tot graf'.

De uitwerking van dit concept bij Ingrepro heet AlgaePro. Callenbach pakt er een plaatje bij. 'Kijk, hier zie je hoe het werkt. Je stopt rioolwater, mest of afval uit de levensmiddelenindustrie in een bioreactor. Dit is een gesloten ruimte waarin organisch materiaal vergist, net zoals bij compost. Je hoeft er weinig voor te doen, behalve wat schoepen te laten draaien.

'Bij dit proces komt biogas - methaan, om precies te zijn - vrij. Daarmee kun je stroom opwekken als je het verbrandt. De restproducten zijn stikstof, fosfor en kalium, CO2 en warmte. Conventionele bioreactoren beschouwen dit als restproducten, oftewel afval. Voor ons is het de grondstof voor het kweken van algen, waarvan we weer olie of andere producten maken. Het water dat overblijft is schoon, de CO2 is omgezet door de algen. Op deze manier kun je van rioolwater brandstof voor een Boeing maken - om maar een toepassing te noemen.'

Het proces levert meer energie op dan erin gestopt hoeft te worden. 'Elke gemeente kan zo uit het eigen rioolwater ongeveer 20 procent van zijn eigen energiebehoefte produceren.'

Bedrijven of boeren die nu moeten betalen om van hun biologisch afbreekbare afval af te komen, krijgen een inkomstenbron. 'In uitgewerkte business cases moest een bedrijf 12 miljoen euro per jaar betalen om van zijn afval af te komen. Nu ontvangt het 2 miljoen aan inkomsten door deze installatie.'

Ingrepro heeft binnenkort vier van dergelijke opstellingen operationeel: bij een gemeente, een levensmiddelen-, composteer-, en een rioolzuiveringsbedrijf. 'In de toekomst zal niemand meer betalen om organisch afval kwijt te raken. Integendeel: er zal voor betaald worden. Dan heeft afval de waarde die het hoort te hebben: een bron voor energie.'



1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina