Mechelen, hoofdstad der Nederlanden Vijfhonderd jaar geleden



Dovnload 30.44 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte30.44 Kb.
EM Mechelen Classico – 11 maart 2006
Paleizen van Margareta van York en van Margareta van Oostenrijk
Mark Hendrickx – TG1


Mechelen, hoofdstad der Nederlanden
Vijfhonderd jaar geleden ...
Echte Mechelaars zijn tot op de dag van vandaag nog steeds trots en fier op de periode waarin Mechelen zowaar de hoofdstad der Nederlanden was. Deze periode, al ligt zij intussen al 500 jaar achter de rug, laat nog steeds luisterrijke sporen in het historische stadsgedeelte na.

Stel je je de Keizerstraat even voor 500 jaar geleden, dus op 11 maart 1506 . Mechelen is dan al meer dan 30 jaar hoofdstad van de Nederlanden en het zal dat nog zowat 25 jaar blijven. Voor de katholieke kerk is Mechelen nu nog steeds hoofdzetel van (de kerkprovincie) België, wellicht een troostprijs aan deze stad voor vergane glorie ?


Op 11 maart 1506 sprak men helemaal nog niet van de Keizerstraat, trouwens Karel van Habsburg was toen nog maar amper 6 jaar en zeker nog geen keizer.
In de kontekst van toen bevinden we ons hier op een soort paleizenplein, tussen twee vorstelijke verblijven. Als goede vaderlander weten we maar al te goed dat we voor de continuïteit van ons vorstenhuis best over twee paleizen beschikken : één voor het regerende paar en het andere voor het komende vorstelijk gezin.
Zo wonen Filip, Mathilde en hun snaken

vandaag op het kasteel van Laken

en op het groot kasteel van Belvedère

daar wonen onze vorsten Paola en Albert


Zo ook verdeelden de toenmalige hofgeneraties zich over de twee residenties. In het hof van Kamerijk woonden op dat moment het jonge echtpaar Filips de Schone en Johanna van Castilië met hun kinderen. Enkele maanden later echter (op 26 september 1506) sterft Filips de Schone tijdens een dienstreis naar Spanje; zijn jonge weduwe verwerkt deze catastrofe niet en wordt waanzinnig. Zij keert niet meer weer naar de Nederlanden. Hun kinderen blijven verweesd achter in Mechelen. Hun tante Margareta van Oostenrijk , intussen reeds voor de tweede maal weduwe geworden, komt uit het verre Brou (in Savoie) over om de achtergebleven kinderen Karel, Eleonora, Isabella en Maria op te voeden. Een jaar nadien wordt zij door haar vader aangesteld als landvoogdes van de Nederlanden en vestigt zij zich aan de overzijde van de straat, waar zij de herenwoning waarin haar stief-grootmoeder Margareta van York de laatste jaren van haar leven doorgebracht heeft, uitbreidde en uitbouwde tot een luisterrijk modern renaissance-paleis, het hof van Savoie.


Het Parlement van Mechelen (1473)
Onze vierde Bourgondische hertog, Karel de Stoute, stond op het punt om de lang gekoesterde “Bourgondische Droom” uiteindelijk te verwezenlijken. Deze droom heeft elke Bourgondische hertog beziggehouden en behelsde de herinstelling van het oude Middenrijk van Lotharius, zoals dat door de verordeningen van het Verdrag van Verdun van 843 was uitgestippeld. De landen

van herwaarts en van derwaarts had hij zopas geografisch verenigd door de verovering van

Bar en Lotharingen en om tot een echt gecentraliseerde eenheidsstaat (zoals Frankrijk en Duitsland toen al waren) te komen, moest hij volgende resultaten nog halen :
- consolidatie van de zopas veroverde gebieden

- centralisatie van rekenkamer en van opperste gerechtshof

- instelling van een centrale hoofdstad

- bekomen van de koningskroon

- zorgen voor een mannelijke troonopvolger
Voor de instelling van een centrale hoofdstad had Karel de Stoute zijn oog laten vallen op Mechelen. De twee hoofdregio’s van zijn nieuw noordelijk rijk, Vlaanderen en Brabant betwistten mekaar deze eer. Mechelen, dat eeuwenlang een Luikse enclave in Brabant geweest was, en nu rechtstreeks aan de hertog leenroerig horig was, stelde dus minder problemen op dit vlak. Aldus richtte hij in 1473 het Parlement van Mechelen op. Deze instelling had zowel de bevoegdheid van opperste gerechtshof als van centrale rekenkamer.

Einde van de Bourgondische Droom (1477)
Op 5 januari 1477 werd de Bourgondische Droom echter abrupt beeindigd : een leger van vijfduizend Bourgondiërs wordt door de Zwitsers en hun bondgenoten voor de poorten van Nancy volledig in de pan gehakt. Anderhalve dag na de veldslag vond men het naakte lichaam van Karel de Stoute terug onder de sneeuw aan de rand van een poel. Een deel van zijn gezicht was weggevreten door de wolven.
Karel liet een net geen twintigjarige dochter na, Maria van Bourgondië. Ongeveer rond 10 januari 1777, de berichtgeving ging toen heel traag, wordt zij op de hoogte gesteld van het schielijke overlijden van haar vader.
Het land is volop in oorlog met Zwitserland en Frankrijk. Lodewijk XI heeft Bourgondië (een apanagegebied) reeds ingelijfd bij zijn Franse koninkrijk en ook in Artesië vallen de Fransen reeds binnen. De staatskassen zijn leeg, het land staat aan de rand van het bankroet, en bij de machtige steden is haar vaders centralisatiepolitiek in het verkeerde keelgat geschoten. De gewesten en steden zijn haar vijandig gezind en voor vorsten en hun familie is het uiterst onveilig zich zonder escorte in volle stad te vertonen, het gevaar van geschaakt en gevangen genomen te worden door stedelijke milities is verre van denkbeeldig. Zonder enige vorm van voorbereiding, noch opleiding wordt van haar verwacht dat ze de ambitieuze taak van haar vader overneemt.
Hoe heeft Maria dit aangepakt ?
Vooreerst heeft ze zich een echtgenoot gezocht en deze gevonden in Maximiliaan van Oostenrijk, zoon van de keizer van het Heilig Roomse Rijk. Deze heeft voor haar het grootste gedeelte van haar Bourgondische erfenis nog kunnen redden. Na verloop van jaren

wist hij zelfs hun rivaal geografisch in de tang te zetten door een uiterst uitgekiende huwelijkspolitiek van hun kinderen (dubbel huwelijk Habsburg – Aragon).


Ten aanzien van de gewesten streefde zij naar een politiek van ontspanning en verleende zij hen het “Groot Privilege”, dit herwaardeerde de gewesten terug in hun oude privileges en had o.m. de ontbinding van het Parlement van Mechelen tot gevolg.

Zij stelde haar stiefmoeder, Margareta van York, als jonge weduwe in het genot van haar weduwegoed (douaire). Deze kocht van Jan van Bougondië, aartsbisschop van Kamerijk en bastaardzoon van Jan zonder Vrees, het zogenaamde hof van Kamerijk.



Paleis van Margareta van York
Wie er allemaal gewoond heeft
In 1777 nam de hertogin-weduwe Margaretha van York haar intrek in het hof van Kamerijk en liet er uitgebreide verbouwingswerken uitvoeren, o.a. de grote ontvangstzaal (de huidige schouwburg) werd door haar ingericht. Zij vond er echter nauwelijks de rust waar zij naar

verlangde, want met de dood van haar stiefdochter Maria van Bourgondië in 1482 begon er een onafgebroken reeks van problemen, waarvan zij in een belangrijke mate persoonlijk de weerslag zou ondervinden. De moeilijkheden van haar stief-schoonzoon Maximiliaan met de Vlamingen , noodzaakten hem zijn kinderen bij haar onder te brengen. In 1497 echter werd het drukke leven in dienst van haar stief-kleinkinderen Filips de Schone en Margareta van Oostenrijk haar stilaan te veel en bovendien meende zij hen nu op eigen benen te kunnen laten lopen, vooral na het huwelijk dat Filips in 1496 aangegaan was met Johanna van Castilië. Dit jonge echtpaar heeft er samen met hun kroost Karel, Eleonora, Isabella en Maria tien jaar gewoond. Deze kinderen werden na het overlijden van hun vader en het vertrek van hun moeder er opgevoed door hun tante Margareta van Oostenrijk.


In 1497 kocht Margareta van York een herenwoning in de Voochtstraat , dicht bij de Oude Sint-Pieterskerk gelegen. Deze kerk was wellicht de reden van haar verhuizing naar dit huis. De stad liet zelfs tot haar behoef een houten overdekte galerij tussen haar huis en de kerk ter hoogte van de eerste verdieping maken om haar het bijwonen van de diensten te vergemakkelijken. Ze overleed in 1503.
In 1507 zal Margareta van Oostenrijk, na haar aanstelling tot landvoogdes, deze woning betrekken en laten uitbreiden tot het luisterrijke paleis van Savoie.
Bestemmingen na 1530
Na 1530 werd het paleis van Margareta van York bewoond door een jurist, een zekere Charles Mouchet, daarna door begijnen en in 1611 schonken de toenmalige eigenaars, het aartshertogelijk echtpaar Albrecht en Isabella, het domein aan de jezuïeten. Deze orde bouwde de kerk links van de schouwburg. En naar befaamde jezuïetentraditie bouwden zij in hun klooster een humaniora-college uit. De grote ontvangst- zaal werd toneelzaal voor hun leerlingen. Sindsdien heeft de zaal deze funktie tot op heden blijven bewaren. De jezuïetenorde werd afgeschaft in 1773 en in de nu verdwenen en ook gedeeltelijk in de nog overblijvende gebouwen kwamen er militaire invalieden terecht, nadien werd het geheel een wapendepot om vervolgens academie voor beeldende kunst te worden.

De toneelzaal kwam in de 19de eeuw onder stadsbeheer en nu nog altijd ressorteert ze – zij het dan via het Cultureel Centrum om – onder de stadsbanier. In 1981 moest ze omwille van veiligheidsmaatregelen gesloten worden en na een lange restauratie ging zij in 2000 terug open.


Rondgang
Als we de voorgevel van het paleis bekijken, ontwaren we helemaal links tegen de kerk aan een barok raam en een barokke poort. Dit zijn de overblijfselen van het oude jezuïetenhuis. Hierachter ligt er een moderne koepel langswaar de huidige schouwburgbezoekers naar hun plaatsen beneden of boven kunnen gaan.
Het Brabantse gotiek gebouw van 1480 begint aan het achthoekig torentje. Op dit torentje ontwaren we een gedenksteen met de wapenschilden van Karel de Stoute en Margareta van York. Een tekst erbij verhaalt ons dat Margareta en beroemde nakomelingen van haar hier woonden.
De hele bouw van 1480 is in natuursteen. De deuren werden afgesloten en enkel de kelderluik biedt nog toegang, al was het enkel maar voor televisiekabels tijdens opnamen. De ramen werden blind gemaakt, dit om zo veel mogelijk straatlawaai uit de zaal te houden.
De oostelijke zijgevel is in baksteen. Gust van Thillo, de architekt die de recente restauratiewerken leidde, voegde er een reeks dienstvertekken aan toe. Volkomen in overeenstemming met het charter van Venetië werd deze laatste constructie eenvoudig en functioneel gehouden. Een glaspartij scheidt deze vertrekken van de oude zijgevel.
Paleis van Margareta van Oostenrijk
Eerste renaissance in onze kontreien
In 1507 vestigde Margareta van Oostenrijk , dochter van Maximiliaan, zich als landvoogdes in Mechelen. Als weduwe van Philibert van Savoie, kwam zij uit het verre Brou. Momenteel ligt Savoie in Zuid-Frankrijk, in die tijd echter hoorde dit gebied bij Italië, bakermat van de nieuwe renaissancestijl. Zij bracht als het ware deze stijl mee naar onze kontreien om hem hier ingang te doen vinden.
Zij heeft tijdens haar regeerperiode een belangrijke stempel nagelaten op onze gewesten. Niet alleen als gewiekste politica, maar zeer zeker als cultuurkenner en mecennas met uiterst verfijnde smaak. Gedurende haar regeerperiode was Mechelen niet alleen politieke, maar tevens culturele hoofdstad van de Nederlanden.
Het hof was een belangrijk trefpunt voor musici, letterkundigen, humanisten, beeldhouwers en schilders uit verscheidene landen. Vermaarde kunstenaars zoals Jan Mone, Conrat Meit, Guyot de Beaugrant, Jan Gossaert, Bernard van Orley en Jan Vermeyen werkten voor Margareta en verbleven soms geruime tijd in de Dijlestad. Zij speelden een vooraanstaande rol bij de verspreiding van de Italiaanse renaissancekunst in onze gewesten.

Bouwgeschiedenis
In 1507 werd, naar een ontwerp van Antoon Kerdermans de Jonge, het huis, waarin Margareta van York haar laatste levensdagen doorgebracht had, totaal verbouwd met puntgeveltjes en traptorens tot aan de huidige vleugel aan de westkant. Nadien werd de hoekvleugel opgericht aan de zijde van de Korte Maagdenstraat en de Voochtstraat en de aansluitende zuidervleugel.
De tweede bouwcampagne had plaats van 1517 tot 1530 onder leiding van Rombout Keldermans. Toen werden het poortgebouw aan de Keizerstraat en de dwarsvleugel in renaissancestijl opgetrokken, evenals de trap, de bijbouw aan de rechterzijde, de galerij met de bovenverdieping aan de zuidelijke vleugel, en het gebouw ten oosten van de binnentuin. In hetzelfde jaar werd ook het zogenaamde “kabinet van Granvelle” verbouwd.
Na haar overlijden wordt de landvoogdes opgevolgd door haar nicht Maria van Hongarije. Deze geeft echter, evenals haar broer keizer Karel, de voorkeur aan Brussel (Coudenbergpaleis) als residentie om van daaruit het land te besturen. Het jaartal 1530 betekent dan ook het einde van de periode 1473 – 1530, de periode tijdens dewelke men Mechelen de hoofdstad van de Nederlanden noemde.

Bestemmingen na 1530
Kardinaal Granvelle, eerste aartsbisschop van Mechelen, bewoonde het pand tussen 1561 en 1563. Van 1616 tot 1795 fungeerde het als zetel van de “Grote Raad van Mechelen”. Na de institutionele hervormingen van de Franse Revolutie werd binnen de muren van dit niet alleen historisch, maar ook architecturaal interessant pand, de traditie van rechtspraaak in de hoedanigheid van “Rechtbank van Eerste Aanleg” verdergezet.
Gebouwd en verbouwd, aangepast en gerestaureerd op diverse tijdstippen en ten behoeve van uiteenlopende functies, heeft het gebouw een complexe structuur en plattegrond. De oudste delen kwamen tot stand in de overgangsperiode tussen de gotiek en de renaissance en dateren uit het begin van de zestiende eeuw. Ze gelden daarom als een referentie voor de Brabantse baksteengotiek en de vroeg-renaissance in ons land. Aanpassingen tussen 1611 en 1615 werden in traditionele bak- en zandsteenstijl uitgevoerd. Het complex werd in 1876 – 85 grondig in neo-renaissancestijl gerestaureerd. Enkele jaren geleden kregen de gevels een nieuwe onderhoudsbeurt en werden de binnenpleinen heraangelegd.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina