Med. & Design academie Medium- cmd Weg naar As 50 3600 Genk genres



Dovnload 129.02 Kb.
Pagina1/3
Datum21.08.2016
Grootte129.02 Kb.
  1   2   3




Med. & Design academie

Medium- Cmd

Weg naar As 50

3600 Genk




GENRES

Zowel film als televisie name theatrale genres over en pasten het aan hun medium aan. Vandaar dat wij met een kort historisch over­zicht van de oorsprong van theater genres. We zullen zien hoe film en televisie deze genres hebben geïntegreerd.

Film en televisie hebben daarnaast ook eigen genres die wij apart zullen behande­len.

Genres uit het theater


  1. Historische indeling van het theater volgens vormgeving

Gebaseerd op de uiterlijke vormgeving van het theater:

DRAMA: kenmerk van drama is DIALOOG en CONFLICT: de dialo­gische uit­beelding van een handeling. Er is meestal een climax aanwezig. De klassieke dramatische structuur is van deze stukken afkom­stig.

EPIEK: kenmerk van epiek is het monologisch bericht van een handeling. De Handeling wordt verteld (bv. B. Brecht, volks­verhalen). De epische structuur is van deze vertellingen afkomstig.

LYRIEK: monologische uitbeelding van een toestand, aandoenin­gen en gemoeds­stemmingen (voor­beeld: de romantische opera).




  1. De oorsprong van het theater

De klassieke tijd

- Het Oude Egypte:

* toneel uit dodencultus: symbolische pathetische handelingen, gespeeld door priesters in openlucht en in tempels.

- Tibet:

* door monniken en leken in kloosters. Zij droegen maskers. Voorstel­lingen konden dagen duren. Soms waren er intermezzi, die door optre­den van clowns opgevuld werden (komisch nummer).

- Hebreeën:

* Jiddisch theater

* religieuze hoogliederen

- Java & Bali: ook van religieuze oorsprong.

- Japan:

* ook van godsdienstige oorsprong (bv. No spelen);

* poppenspelen (poppen 2/3 lengte van de mens, door drie mensen voortbewogen); spelen waren langdradig maar wel voor­zien van prachti­ge kostuums;

* volkstoneel:gewone dagelijkse realiteit (overdreven ge­bracht).

- De Oude Grieken:

* gemeenschappelijke plechtigheden van godsdienstig-feestelijk karakter (drie à viermaal per jaar) waarbij de burgerij zich ver­enigden (opgedragen tot een god: bv. Dyonisos).

Voorbeelden:

* tragedies (treurspelen): Aischulos, Sofocles, Euripides;

* blijspelen (komedies) : Aristofanes (maakte onderscheid tussen politieke, sociale en litteraire blijspelen).

- Theater in Rome:

* overgenomen uit de Griekse beschaving, maar heeft nooit zo gebloeid als in Griekenland.

Voorbeelden:

* Seneca (10 tragedies, ver- en bewerkingen van Griekse trage­dies);

* Titus Marcus Plautus: (blijspelen). Hij was van geringe af­komst en maakte gebruik van de actualiteit. Eén van zijn stukken stond model voor "L'Avare" (de Vrek) van Molière.
Middeleeuwen

- Europa:

* Bij val Romeinse Rijk keert de Kerk zich tegen het toneel. Theater­ge­bouwen worden omgebouwd om er kerken van te maken.

* Ontstaan van rondtrekkende gezelschappen: ener­zijds onder Kerke­lijke invloed (met stichtelijke, didactische en moralis­tische bood­schappen, bijvoorbeeld mysteriespelen) en ander­zijds wereldlijk theater (bv. ook in Vlaanderen: "Kluch­ten"). Eén der meest bekende Engelse klucht is " Robin Hood".

- India, China Japan en Perzië:

* Verdere ontwikkeling van het religieuze theater. Drama werd dik­wijls voor­afgegaan door gebeden.

Voorbeeld: Schimmen­spelen in India en Perzië en China. Een voorstel­ling kon zes uur duren.

* In China ontstond er in de achtste eeuw een school voor ac­teurs (vanaf 5 à 6 jarige leeftijd).



Renaissance

* Tijdens de Renaissance grijpt men terug naar de Klas­sieke Oudheid. Men beleeft een wedergeboorte van het klassieke toneel (treurspelen).

* Voor het eerst ook "volksblijspelen" door beroepsmensen: "Commedia del Arte: improvisatietoneel door rondreizende acteurs. Een acteur moet kunnen spreken, improviseren, acro­baat zijn, etc...

* Treurspelen werden in zalen, paleizen gebracht (in Italië zalen voor 3000 mensen), blijspelen nog steeds op openbare plaatsen.



- Engeland

* Hoogtepunt van het Elysabethaans theater valt rond het begin van de 17de eeuw met Shakespeare. Hij bracht klassieke stuk­ken, koningsdra­ma's, sprookjes, Grote treurspelen, blijspelen, enz.



- Frankrijk

* Met het Classicisme in Frankrijk greep men ook terug naar het Grieks toneel en naar treurspelen. voorbeelden: Pierre Corneille en Racine. Later ook Voltaire.

* Molière creëerde:

Kluchten ('comédie des moeurs' – zedencomedies, tegen snobisme van zijn tijd)

Karak­ter stukken, waarin mense­lijke types op toneel worden gebracht (bv. Tartuffe). 'La comédie Française' werd gesticht onder zijn invloed.

* Het blijspel evolueert na Molière terug naar Commedia dell’ Arte situa­ties (bv. Carlos Coldoni: "De knecht van twee mees­ters". Ook ver­schijnt vanaf 1684 de vrouw op het toneel.



- Nederlanden

* In de 'gouden eeuw van de Nederlanden kennen wij Bredero, Pieter Corne­lis­zoon Hooft, Joost Van den vondel, Constantijn Huyg­hens. Ook zij brengen treur­spelen en blijspelen.

* In die tijd evolueert ook de enscenering: bv. gebruik van water op het toneel, kamelen die over de scène liepen.
18de Eeuw

- In heel Europa, en vooral in Engeland en Frank­rijk verschijnt het Burger­lijk Drama (verheerlijking van de burger­lijke maat­schappij), onder invloed van de burgerlijke revolutie op het einde van de 18de eeuw en de vestiging van de burgerij. Men gaat inwerken op sociale stromin­gen van het volksge­moed. Het "happy end" wordt geïntrodu­ceerd. In Engeland ontstaat het "domes­tic tragedy". Ook Duitsland kent het burger­lijk drama onder invloed van de "Aufklärung". Nieu­we ideeëngoed werd in het theater verwerkt: ideeën rond gewe­tensvrijheid en poli­tieke vrijheid (bv. Maria Stuart en Willem Tell). Nog voor­beelden: Johan Wolfgang Goethe, Johan Schil­ler.


19de Eeuw

- Als reactie op het classicisme, het rationalisme en de aufklä­rung breekt in de 19de eeuw in verschillende landen de Roman­tiek door. Het is een uit­vloeisel om het alledaagse te ont­vluch­ten. Gevoel en verbeel­ding overheer­sen

Voorbeelden: het werk van Victor Hugo en de Romantische Opera (Ver­di).

- Ook in de 19de eeuw ontwikkelde zich het Melodrama. De uiterlijke actie op toneel werd onderstreept door muziek. Zo bv. de trompet begeleidt de slechte, de fluit de goede...

Vader van het melodrama: Gilbert de Pixericourt. Rond 1850 zal het melodra­ma het Frans toneel beheersen.

- Uit het Classicisme en Romantisme ontstond ook het Realis­me. Men wil de werkelijkheid uitbeelden.

Voorbeelden. Frankrijk:Honoré de Bal­sac; Engeland: Oscar Wilde, George Bernard Shaw; Neder­land: Frederik Van Eeden.

- Uit het Realisme ontstond het Naturalisme. Een naturalist belicht de schaduwzijde van het leven. Zij hechten grote waarde aan milieuschil­derin­gen.

Voorbeelden Emile Zola, in Vlaanderen: Cyriel Buysse (Het gezin Van Paemel).
20ste Eeuw

- Ontstaan van tendensstukken, nieuwe expressievormen in het theater in de 20ste eeuw, onder meer met Bertolt Brecht (Ver­fremdung). Theater moest een verzet zijn tegen bestaande toestanden. Via vervreemdings­technieken moet de toeschouwer bewust worden gemaakt van zijn eigen situatie.


Besluit

- Godsdienstige spelen - die evolueren naar treurspelen - en blij­spelen zijn van bij het ontstaan van het theater aanwezig.

- Onder invloed van maatschappelijke stromingen ontstonden er andere genres zoals de Romantiek en het Naturalisme.

- Prototypische plaatsen waar de handelingen van het theater door de eeuwen heen zich afspeelden, waren:

Griekse paleisplein, Romeinse straat, Franse Antichambre en het moderne salon.

Het paleisplein behoorde bij de Oude Grieken tot een godsdiensti­ge, sacrale plaats. In het Burgerlij­ke theater is de plaats van handeling het salon.


Het theater heeft steeds onder invloed gestaan van de stromin­gen in de tijd. Film en tv-series hebben veel van deze genres overgenomen en aange­past. Bovendien hebben zij ook eigen genres ontwikkeld. Maar ook zullen zij beïnvloed worden door stromingen van hun tijd. Dit heeft te maken met cul­tuur. Het zijn culturele uitingen. In het begin van de cursus hebben wij gezien dat zij als cultureel product diverse functies kan hebben:

- het A/V product kan een expressie zijn van het we­reld-, mens- en maatschap­pijbeeld van zijn makers;

- een rechtvaardiging, verklaring, justificatie geven van dat wereld-, mens- maatschappijbeeld;

- een idealisering of een vorm van escapisme (vlucht uit de realiteit) zijn;

- een kritische functie hebben.

Een cultureel product is dus nooit neutraal, het geeft een reactie op het maatschappelijk tijdsgebeuren.





  1. Invloed van theatergenres op film en televisie.

Dit kort overzicht theatrale genres is verre van volle­dig. Sommige auteurs beweren dat er eigenlijk maar twee genres bestaan: tragedie (het vroegere treurspel) en de komedie. In ieder geval zijn zij de oorspronke­lijkste genres.

Aristo­teles stelde dat er zes elementen nodig zijn in elk drama: "het verhaal, karakters, ideeën (opinies), taal, muziek en "mise en scène". Deze elementen zijn nodig omwille van de aard van het medium: een 'actie' voor een publiek gebracht door acteurs.





Tragedie

Kenmerken en citaten

Citaten uit THE NATURE OF THEATRE by Vera Mowry Roberts, uitg. Harper & Row, Publishers).



  • "tragedy is a matter of life and death. The "virtual future" of every man is death, and he knows it deep down whether he admits it or not. Tragedy is life lived in the shadow of death, death experienced in a triumph of life". It the tension and the para­dox from which arises beauty and exaltation. (Tragedie gaat over leven en dood. De ‘virtuele toekomst’ van elke mens is “de dood” en hij weet dat diep in zichzelf’ of hij dat nu erkent of niet. Tragedie is het leven, gezien vanuit de schaduw van de alomtegenwoordige dood. Tragedie is als een overwinning van het leven op de dood. Van de spanning en paradox tussen leven en dood ontstaat er een creatie van schoonheid en vervoering.)

  • It is thus that tragedy is rooted in nature - in the nature of man. Political and social structures, metaphysical and ethical systems evolve and change. The paradox of life and death is seen in various configurations in various times and places. And the theatre, being of all art forms the most lifelike, mirrors forth these varied configu­rations. But at any given moment it 's tragedies that can tell us of man's deepest concern and how he deals with it. (Tragedie heeft zijn wortels in de natuur van de mens. Politieke, metafysische en sociale systemen evolueren en veranderen door de eeuwen heen, maar steeds wordt de mens geconfronteerd met de zijn eindigheid. Je kan de paradox (schijnbare tegenstelling) tussen leven en dood in de loop van de geschiedenis op een verschillende manieren voorgesteld zien. Vermits dat het theater het dichtst bij het leven staat, zal die paradox ook in het theater afgespiegeld worden. In het theater zal vooral de tragedie weerspiegelen hoe de mens met zijn diepste gevoelens omgaat).

  • Tragedy is the triumph of the human spirit which fights against all odds for an idea in which it believes, and sinks to glorious defeat (nederlaag) with head still high and fist raised against the lowering heavens. (Tragedie is de overwinning van de menselijke geest op het slechte. De mens vecht voor een idee waarin hij sterk gelooft. Zelfs wanneer hij wegzinkt in een glorierijke nederlaag (wanneer hij ten onder gaat), is dit met het hoofd omhoog en blijft zijn vuist gericht tegen elke dreiging van het slechte.)

  • In ancient Greece (Classic Tragedy), the tragedies dealt with the replace­ment of the blood feud (bloed vete) by rule of law, with the nature of the polis, or with the conflict between duty to one's state and to one's family. (In de klassieke tijd (het oude Griekenland) ging de tragedie over de vervanging van bloedvete door wetgeving, door de polis (de politiek, destadstaten), of door het conflict tussen je verplichtingen naar de staat toe en naar je familie toe. )

In Elyzabethan times (Neoclassic Tragedy & Romantic Tragedy), the great human motivations came in for scrutiny (nauwkeu­rig onderzoek): ambition, jealousy, gratitu­de, love. (In de neoklassieke en romantische tragedie (Elysabethaans Engeland) kwamen andere menselijke waarden aan bod zoals ambitie, jaloersheid, dankbaarheid, liefde…)

In Ra­cin's France, the conflict between love and duty was uppermost. In modern times it is man versus himself, his environment, or heredi­ty (erfe­lijkheid), or his sense of futility (nietigheid), or loss of identity. But it is always a life and death struggle. (In het Frankrijk van Racine ging de tragedie vooral over het conflict tussen liefde en je morele verplichtingen. In de moderne tijd gaat de tragedie over de mens tegenover zichzelf, tegenover zijn omgeving (zijn milieu), zijn erfelijkheid, zijn gevoel van nietigheid, over het verlies van identiteit. Maar het zal altijd een gevecht blijven tussen leven en dood.)

  • The tragic hero - protagonist (volgens Aristoteles):

" a man whose charac­ter is good, whose misfortune is brought about (veroorzaakt) not by vice (ondeugd) or depravity (ver­dorven­heid) but by some error or frailty (zwakheid)." ( De tragische held (protagonist) volgens Aristoteles: Hij is een mens met een goed karakter, die tegenslagen te verwerken krijgt. Zijn ongeluk wordt niet door “ondeugd” of “verdorvenheid” veroorzaakt maar wel door zijn eigen “zwakheid”.)

- H.A. Myers in the Idea of Tragedy, 1956:

Tragedy is not a spectacle of evil (het kwade), it is a spectacle of a constant and inevitable relation (conflict) between good and evil, a dramatic representation of a law of values. (Tragedie is niet een schouwspel van het kwade, het is een onvermijdelijk conflict tussen goed en kwaad, een dramatische voorstelling van het conflict van “waarden”.)
Besluit:

In de vele definities lijken steeds enkele ideeën terug te komen.

- Tragedie heeft te maken met een innerlijk conflict van waarden. Deze waarden variëren naargelang de invloed van maatschappelijke gebeurte­nissen.

- tragedie lijkt aan te nemen dat ons leven op één of andere wijze toch zinvol is, een waarde heeft.

- een tragedie lijkt er altijd op te wijzen dat de mens (hoe complex hij ook mag zijn) toch een vrije wil heeft. In zekere zin blijft de mens verantwoordelijk voor zijn daden.

- tragedie lijkt aan te nemen dat er een bovenmenselijke kracht bestaat (of moraal, of noodlot, of bestemming).

Vandaar, een tragedie is bekommerd omtrent het kwade, een eeuwigdu­rend mysterieuze vraag. Met het "kwaad" vecht de mens. Door het "kwaad" en door zijn zwakheid lijdt hij pijn en wordt hij gedood. Maar hij is nooit over­won­nen, want "het leven is zinvol".

- Bij een tragedie komt het con­flict vanuit de mens zelf: vanuit de kwellingen in zijn ziel.

- Een tragedie is voorzien van de drie eenheden: eenheid van tijd, plaats en handeling.

Naast de klassieke, neoklassieke en romantische tragedie worden er ook in onze eeuw tragedies geschreven (moderne tragedies). De ideeën achter de moderne tragedies worden door huidige maatschappelijke stromingen bepaald. Arthur Miller's "Death of a Salesman" (dood van een Handelsreiziger) is een van de meest gerenommeerde moderne tragedies. Van dit stuk werd er een film gemaakt met Dustin Hoffman in de hoofdrol. Een ander bekend stuk is 'Night Mother' van Marsha Norman. Ook van dit stuk werd er een film gemaakt. Beide films komen echter nogal theatraal over. Ook "Leaving Las Vegas" (Mike Figis) wordt als een moderne tragedie beschouwd.

Typisch aan deze drie films, is, dat ze alledrie over de zinvolheid van het bestaan gaan, en over zelfmoord.

Tragedie is niet echt een filmgenre geworden. Films zijn tegenwoordig te dynamisch. Tragedies die verfilmd zijn, beschouwt men meestal als trage, theatrale films. Wat men vroeger in het theater als een tragedie beschouw­de, noemt men in de moderne film een realistische - of een psychologi­sche films (zie verder bij filmgenres).


Komedie

Ook komedie heeft de eeuwen overleefd. In de klas­sieke tijden werden er maskers gebruikt. Er zijn ontelbare facetten van komedie: pam­fletair, scheldend, verbaal, geestig, karikaturaal, kluchtig, satirisch, ironisch, fantas­tisch, burlesk, ridi­cuul, gemaniëreerd (met maniertjes)... Er zijn komedies over een tiranniek karakter, een gierig personage (Molière: L'Avare), over slagen en misluk­ken, enz.

In de geschiedenis onderscheiden wij een "sociale komedie (bv. een satire), met daarbij: 'comedy of manners'(stukken van Molière), een Romantische komedie (is nooit satirisch, eerder humoris­tisch). Bij een Romantische komedie is er een complex plot met spanning, met intrige.

De komische schrijver neemt meestal zijn personages uit de maatschappij waarin hij leeft. De toeschou­wer herkent persona­ges uit de dagdagelijkse reali­teit.


Kenmerken en citaten

  • Film comedy has always had an affinity for the malfunctio­ning gadget­ry of our modern world. (Film komedie heeft altijd iets met het slecht functioneren van onze moderne wereld te maken gehad).

  • Comedy has always had a special affinity for the physical. Comedy enjoys outhouses, body itces and scratces, toothaches, bellyaches (buikpijn), gout (jicht, druppel), ice packs, mummy-like bandages, sneezes, fingers stuck in holes, feet caught in doors or wastebas­kets, kicks in the pants, farts, enormously endowed women and men toupees, smashed hats, long underwear and fallen trousers. (Komedie heeft altijd iets gehad met het fysische. Komedie houdt van vrijheid, van jeuk op ongewenste plaatsen, tandpijn, buikpijn, jicht, van pakijs, zoals mummies ingebonden mensen, niezen, vingers die vaststeken, voeten tussen de deur, schoppen in de reet, winden laten, enorme dikke vrouwen tegenover tengere mannen, verpletterde hoeden, lang ondergoed en afgezakte broeken).

- According to Evanthius, then, a narrative comedy consists of the follo­wing components of functions in the following order: protasis (exposition), epitasis (complication), and a cata­strophe or resoluti­on ( climax ). A catastasis, a new and further element of complica­tion was proposed during the Re­nais­sance. (Naar Evanthius, een komedie verhaal bestaat uit de volgende componenten: de protasis of expositie, de epitasis (complicatie), een catastrofe of resolutie (climax). Een catastasis, een bijkomend element van complicatie kwam in voege gedurende de Renaissance).

The catastrophe comes at the last minute. According to neo­classical theory, the catastrophe consists of a definitive peripeteia or REVERSAL OF FORTUNE (from better to worse). ). (De catastrofe komt opde laatste minuut. Volgens neoclassieke theorieën bevat de catastrophe een definitieve peripeteia of ommekeer – de kansen keren.)

Expo­sitie wordt meestal tot een minimum herleid, complicatie tot een maximum. De climax is meestal helemaal op het einde en is dikwijks katastrofaal.

Een komedie heeft meestal drie bedrijven en lijdt naar het einde toe naar een grote comedie-scène (resolution).


Komedie technieken

- Plot patterns (type komische plots) and Comic Suspence (komische suspens)

- Suspence of anticipation. (suspens door anticipatie)

The spectator knows what is to happen.(De toeschouwer is op de hoogte wat ergaat gebeuren).

- Suspence of uncertainty (suspens door onzekereheid)

The spectator remains in a state of ignorance and curiosity about the later action. (De toeschouwer blijft onwetend over wat er gaat gebeuren en zijn nieuwsgierig wat er gaat gebeuren).

Consequently: revealing knowledge. In order to produce suspense or surprise (in comedy), narrati­ve knowled­ge has to be distri­buted among and between the characters and the spectator in certain patterns. (Bijgevolg: langzaam onthullen. Om suspense of verrassing (in komedie) te creëren moeten de onthullingen gebeuren door verschillende personages en verspreid over heel het verhaal.)



  • Comic suspense as a result of misunderstanding. (komische spanning als een resultaat van misverstand).

Misunderstanding and ignorance are the consequence not of delibara­te planning, but of the disposition of events, a disposition of which the spectator, but none of the characters, is fully aware (accident and coincidence). Events are the result of chance rather than human manipu­lation and mistake. ( Misverstand en onwetendheid zijn niet het gevolg van een opzettelijke menselijke planning, maar zijn het resultaat van opeenvolgende gebeurtenissen, waarvan de toeschouwer volledig op de hoogte is, terwijl de personage dat niet zijn. Gebeurtenissen zijn eerder toevallen, geen opzettelijke menselijke manipulatie of vergissing).

- Goals (doeleinden) fail or need to be modified (dramatische doelen die gewijzigd worden).

A final plot pattern used as the basis of comic sus­pence is one in which a number of charac­ters are engaged in sche­mes whose interac­tion ac­cross the pattern of events tend to ensure that each of their goals (doel) either fails or need to be modi­fied. The cha­rac­ters each have a partial awareness of, and influence on, the course of events, but their awware­ness and influence are limi­ted. The spectator knows their plans.

(bv. clockwi­se) (Tenslotte een plottype waarbij komische suspens wordt gecreëerd, is dat, waarbij personages falen in het bereiken van hun dramatisch doel door hun wederzijdse interactie in de loop van het verhaal. Daardoor moeten zij hun dramatisch doel wijzigen. Alle personages zijn maar voor een deel bewust van het plot, en hebben invloed het verloop van de gebeurtenissen in het verhaal. Niettemin zijn zij elk maar voor een deel van het plot bewust, en hun invloed om de loop ervan te wijzigen is beperkt. De toeschouwer is volledig op de hoogte van hun plan.


- Scenische komedie technieken

- Misunderstanding & Mistake (zie ook hierboven)

Vrij vertaald: communica­tiestoornis­sen, de vergissing, de verwarring... misverstanden creëren.

bv.iemand denkt iemand anders aan de telefoonlijn te hebben; en­kel de toe­schouwer weet dat 2 personages, die met mekaar praten, allebei over iets anders bezig zijn.

- Accident & coincidence (samenloop van omstandigheden creëren)

Een komedie maakt veel gebruik van "toevallige samenloop van omstan­dighe­den".

- Comic build and pay off climax (opzetten en inlossen).

Fysisch of verbaal. Korte scenische opbouw met meestal een verrassing op het einde.

- Overdrijvingen

Personages, situaties, reacties zijn net iets te extreem, te karikaturaal om normaal te zijn. Je kan overdrijven tot in het absur­de.

- Eavesdroppers (luistervinken)

Zeer veel gebruikt. Toevallig luistert iemand de verkeerde informatie af.

- The Reverse or Switch (een omgekeerde verdraaiing)

Een omgekeerde verdraaiing op een ver­wachte ontwikkeling. Situatie of karakter wordt totaal gedraaid.

bv. "ik ben niet bang voor... " ... "ik ben niet bang voor..." later blijkt: "ik ben bang wel voor ...".

Of nog: een timide en zeer 'kuis' personage komt met vrou­wen in contact in een vrij delicate situa­tie.

- The Recall (herroepen)

Iets wordt in een be­paal­de context gebruikt en later opnieuw in een totaal verschil­lende context, waar het niet thuis hoort, opnieuw gebruikt.

- De regel van drie

Twee is te weinig, vier te veel.

- The Running Gag

Een visueel of komisch stuk dat regelmatig in variaties her­haald wordt.

- Jokes, 0ne-liners, Wisecracks (geestigheden)...

Een geestig antwoord.

- Satire, Irony, Parody and Burlesque.

Burlesk en parodie zijn grove (platte) komische imitaties (er wordt gespot met esthetische conventies).

Satire: spotten met sociale conventies.

Ironische communicatie: wanneer men net het tegengestelde bedoelt als wordt gezegd.

- The Insult, Cut and Put-down (een toontje lager doen zingen).

Kome­die maakt dikwijls gebruikt van beledigingen.

- Clowns en slapstick + Comedia del Arte situaties.

- Het "komisch-excentriek karakters".

bv : een preutse dient écht tot in het absurde preuts te zijn.

- The delay (de vertraagde reactie)

voorbeeld: Spanjaard in Fawlty Towers.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina