Mededeling aan de leden



Dovnload 42.58 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte42.58 Kb.










EUROPEES PARLEMENT

2009 - 2014


{PETI}Commissie verzoekschriften

{30/09/2011}30.9.2011

MEDEDELING AAN DE LEDEN

Betreft: Verzoekschrift 174/2008, ingediend door Mr. Jose Ortega (Spaanse nationaliteit), over de vermeende oneigenlijke toepassing van de Spaanse kustwet met betrekking tot eigendomsrechten

Verzoekschrift 303/2008, ingediend door Rosa Garcia Pose (Spaanse nationaliteit), ondersteund door 55 medeondertekenaars, over het verlies van de huizen van ondertekenaars als gevolg van kustbeschermingsmaatregelen in de provincie La Coruña

Verzoekschrift 631/2008, ingediend door Konrad Ringler (Duitse nationaliteit), over massale onteigening in Catalonië in Spanje

Verzoekschrift 867/2008, ingediend door Ms. Karin Koberling (Duitse nationaliteit), over vermeende verkeerde toepassing van de kustwet door de Spaanse autoriteiten

Verzoekschrift 1448/2008, ingediend door Ursula Czelusta (Duitse nationaliteit), over landmeting aan de Spaanse kust en haar vrees voor onteigening van haar huis in Spanje

Verzoekschrift 1485/2008, ingediend door Alan Hazelhurst (Britse nationaliteit), over de illegale toepassing van de Spaanse kustwet (Ley de Costas)

Verzoekschrift 1691/2008, ingediend door Oscar Maniaga Izquierdo (Spaanse nationaliteit), over de onteigening van zijn huis uit hoofde van de tenuitvoerlegging van de Ley de Costas in Alicante, Spanje

Verzoekschrift 103/2009, ingediend door Margarita García Jaime (Spaanse nationaliteit), over de Ley de Costas (wet betreffende de kustgebieden) in Spanje

Verzoekschrift 119/2009, ingediend door Jan Van Stuyvesant (Nederlandse nationaliteit), namens de vereniging van eigenaren van Vera Playa (Almería, Spanje), over de situatie die is ontstaan als gevolg van de Spaanse Ley de Costas (wet betreffende de kustgebieden)

Verzoekschrift 274/2009, ingediend door Tomás González Díaz (Spaanse nationaliteit), namens de buurtvereniging Las Calas, over de sloopwerkzaamheden ter uitvoering van de Ley de Costas (kustwet) in de kustplaats Cho-Vito in Candelaria, Tenerife, Spanje

Verzoekschrift 278/2009, ingediend door Gregorio Amo López (Spaanse nationaliteit), over de kustwet (Ley de Costas) in Asturië, Spanje

Verzoekschrift 279/2009, ingediend door Timoteo Giménez Domingo (Spaanse nationaliteit), over de gevolgen van de Spaanse kustwet

Verzoekschrift 296/2009, ingediend door Ingeborg Hoffman (Duitse nationaliteit), namens de Asociación de Proprietarios de Empuriabrava (APE), over verlies en beperking van eigendomsrechten als gevolg van de toepassing van de Spaanse kustwet aan de Costa Brava



Verzoekschrift 298/2009, ingediend door Wolfgang Ludwigs (Duitse nationaliteit), over de Spaanse kustwet

1. Samenvatting van verzoekschrift 174/2008

Indiener stelt de vermeende oneigenlijke toepassing van de Spaanse kustwet van 1989 aan de kaak, welke eigenaren van onroerend goed ernstig benadeeld heeft. Volgens indiener is de wet met terugwerkende kracht toegepast en heeft deze tot de afbraak van wettig gebouwd onroerend goed langs de Spaanse kust geleid. Indiener licht toe dat vele eigenaren, zowel Spaanse als EU-onderdanen, moesten meemaken dat hun gebouwen zonder schadevergoeding gesloopt werden, nog voordat de administratieve rechtbanken over hun zaak konden beslissen. Indiener stelt dat de Spaanse overheid inbreuk heeft gemaakt op de nationale wetgeving betreffende eigendomsrechten. Volgens indiener zou eveneens inbreuk zijn gemaakt op artikel 44, lid 2, letter e) van het EG-Verdrag, dat de verwerving en de exploitatie van op het grondgebied van een lidstaat gelegen grondbezit door een onderdaan van een andere lidstaat mogelijk maakt. Indiener verzoekt het Europees Parlement een onderzoek naar deze kwestie in te stellen.
Samenvatting van verzoekschrift 303/2008
Rekwestranten, die huizen hebben in los Areeiros, Riviera, in de provincie La Coruña, geven aan dat zij machteloos staan tegen de provinciale en nationale autoriteiten, die blijkbaar proberen hen te onteigenen in het kader van de wet voor kustbehoud uit 1988. Zij refereren aan de Spaanse grondwet en vragen om een beperking van het kustbeschermingsgebied tot 20 meter in plaats van 100 meter en vragen het Europees Parlement om een delegatie te sturen die de zaak ter plekke komt onderzoeken.
Samenvatting van verzoekschrift 631/2008
Indiener maakt melding van een massale onteigeningsoperatie in Santa Margarita in Catalonië (Spanje) in verband met de door de autoriteiten voorgenomen aanleg van een jachthaven. De betrokken bewoners kregen een termijn voor indiening van bezwaren tegen de plannen van slechts 15 dagen, terwijl veel van de bewoners (Duitsers, Nederlanders, Engelsen en Fransen) niet permanent aanwezig zijn. Indiener vermoedt dat de ontwikkeling van het gebied (mede)gefinancierd wordt met Europees geld. Hij vraagt zich af of de kustwet van 1998 mag worden toegepast op Sta. Margarita en of de plannen verenigbaar zijn met andere geldende wetgeving, waarin volgens hem is vastgelegd dat Sta. Margarita geen openbare jachthaven mag worden. Indiener stelt voorts dat niet duidelijk is wie de verantwoordelijkheid voor het project draagt, Catalonië of Madrid. Verder zijn er volgens hem vormfouten gemaakt bij de aankondiging van de onteigeningen. Indiener verzoekt het Europees Parlement deze kwestie te onderzoeken.
Samenvatting van verzoekschrift 867/2008
Volgens indienster wordt de Spaanse kustwet (Ley 22/1988) op een willekeurige wijze en met terugwerkende kracht toegepast, waarbij in veel gevallen panden zonder compensatie worden aangewezen voor onteigening. Volgens indienster slaan de Spaanse autoriteiten bij het toepassen van de wet geen acht op het specifieke historische karakter van bepaalde gebieden, zoals Puerto de la Cruz. Indienster stelt dat de meeste huizen in Puerto de la Cruz herbouwde oude vissershuizen zijn. Indienster legt uit dat eigenaren hun huizen om historische redenen niet in het kadaster konden laten opnemen, omdat het land in Puerto de la Cruz deel uitmaakt van het oude feodale gebied Jandía, dat eigendom is van de Sociedad Dehesa de Jandía. Ze vindt het onrechtvaardig dat dit vissersdorpje op dezelfde manier wordt behandeld als recente buitensporige en kolossale stadsontwikkelingsprojecten langs de Spaanse kust.

Samenvatting van verzoekschrift 1448/2008
Indienster heeft uit de pers vernomen dat er nieuwe landmetingen langs de Spaanse kust gaan plaatsvinden. Zij vreest voor onteigening van haar huis in Almeria in Andalusië in het kader van de nieuwe plannen. Zij stelt voorts dat de plannen niet ingezien mogen worden. Indienster verzoekt het Europees Parlement zich in te zetten voor de bescherming van haar eigendom.
Samenvatting van verzoekschrift 1485/2008
Indiener protesteert tegen de opname van de jachthaven van Empuriabrava onder het toepassingsgebied van de Spaanse kustwet, wat ertoe zou leiden dat zes meter kustlijn openbare eigendom zou worden. Indiener voert aan dat Empuriabrava een kunstmatige jachthaven is en hij beschuldigt de Spaanse overheid ervan dat zij de kustwet wil gebruiken om privé-eigendom in beslag te nemen.
Samenvatting van verzoekschrift 1691/2008
Indiener verklaart dat zijn huis, dat op openbare grond aan de kust staat, zal worden onteigend uit hoofde van de Ley de Costas (wet 22/1988 betreffende de kustgebieden). Indiener zal hiervoor van overheidswege schadeloos worden gesteld met een woonvergunning voor 30 jaar. Hij roept de hulp in van het Europees Parlement.
Samenvatting van verzoekschrift 103/2009
Indienster bezit een huis in El Puerto de Santa Maria, dat in 1980 is gebouwd met alle voorgeschreven vergunningen: een gemeentelijke bouwvergunning en een vergunning van de Administración de Costas (Kustbeheer). Het huis is derhalve gebouwd voordat de Ley de Costas in 1988 in werking trad. Op grond van latere afbakening door het kadaster is het perceel waarop dit huis staat echter ingedeeld in het domein "kustgebied". Indienster heeft reeds een beroep gedaan op alle rechtsmiddelen waarin de Spaanse wet voorziet en beklaagt zich over het feit dat zij is onteigend. Zij beklaagt zich voorts over het feit dat de Ley de Costas met terugwerkende kracht is toegepast, over de willekeur van overheidsinstanties en het ontbreken van rechtszekerheid. Indienster is van mening dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie met betrekking tot de bescherming van particulier bezit (artikel 17) niet is nageleefd.
Samenvatting van verzoekschrift 119/2009
Indiener bezit een huis te Vera (Almería), dat is gebouwd met alle voorgeschreven vergunningen: een gemeentelijke bouwvergunning en een vergunning van de Administración de Costas (Kustbeheer). In 2007 heeft het ministerie van Milieu op het strand werkzaamheden laten uitvoeren (met middelen uit de Europese begroting) om de natuur bij de monding van de Almanzora te herstellen. Door dit herstel en het zogeffect dat erop volgde, is zoveel strand weggespoeld dat het huis van indiener, dat tot dan toe 120 meter van het strand af lag en derhalve niet onder de Ley de Costas viel, tegenwoordig slechts 20 meter van het strand af ligt. Op grond van latere afbakening door het kadaster is het perceel waarop zijn huis staat, nu ingedeeld in het domein "kustgebied". Indiener beklaagt zich over het feit dat hij is onteigend, over de willekeur van overheidsinstanties en het ontbreken van rechtszekerheid. Indiener is van mening dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie met betrekking tot de bescherming van particulier bezit (artikel 17) niet is nageleefd.
Samenvatting van verzoekschrift 274/2009
Indiener vertegenwoordigt een groep huiseigenaren van de kustplaats Cho-Vito. Dit dorp is tijdens de jaren vijftig gebouwd en stond bekend om zijn landschappelijke en culturele waarde. Gedurende de maanden oktober tot en met december 2008 werden de woningen in het dorp op bevel van de rechter gesloopt, ter uitvoering van de Ley de Costas. Indiener is van mening dat deze sloopwerkzaamheden inbreuk maken op de fundamentele en constitutionele rechten van de dorpsbewoners.
Samenvatting van verzoekschrift 278/2009
Indiener, inwoner van Asturië, betreurt de manier waarop de traditionele bevolking, die op een legale manier op het platteland is gevestigd, wordt behandeld onder de kustwet. Indiener zegt dat de bewoners worden gediscrimineerd ten opzichte van stedelijke gemeenschappen en de eigenaars van tweede verblijven, aangezien de erfdienstbaarheid die op hen wordt toegepast vijf keer hoger ligt. Dit alles wordt gerechtvaardigd met het argument dat de eigendom wordt aangewend voor sociale doeleinden en dit zonder enige vergoeding. Hierdoor komen de grondrechten in het gedrang en is er geen sprake meer van wettelijke garanties.
Samenvatting van verzoekschrift 279/2009
Indiener verklaart dat de Spaanse kustwet van 1988 een schending betekent van een grondrecht als ze met terugwerkende kracht wordt toegepast op huizen die vóór die datum werden gebouwd. Bovendien heerst er juridische onzekerheid over de lijn die de grens bepaalt van het openbaar kustgebied. Die lijn werd door de kustwet verschoven tot waar het water is gekomen tijdens de zwaarste stormen die zich tot dusver hebben voorgedaan. De eigenaar is onteigend en zijn eigendom wordt bestempeld als openbaar bezit; het enige dat hij in de plaats krijgt is een vergunning voor een periode van dertig jaar om er te blijven wonen, die nog eens met dertig jaar kan worden verlengd. Indiener is van mening dat dit een inbreuk is op de Spaanse grondwet en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Samenvatting van verzoekschrift 296/2009
Indienster roept namens de APE (ca. 2010 leden) de hulp en steun in van het Europees Parlement om haar woning in Empuriabrava te beschermen tegen de toepassing van de Spaanse kustwet. Empuriabrava werd 20 jaar vóór het van kracht worden van de kustwet gebouwd en is een volledig kunstmatig gebouwd plezierhavenstadje. Als de kustwet zou worden toegepast, zou dat volgens indienster gepaard gaan met onteigeningen en milieuschade door het kappen van honderden bomen en de vernietiging van parken. Volgens indienster is er in Empuriabrava geen sprake van illegale bouw, milieuschade, corruptie, ongecontroleerde urbanisatie of gevaren bij slecht weer of hoog water. Daarom is er volgens haar geen reden om de kustwet toe te passen. Indienster is van opvatting dat eenieder recht heeft op eerbiediging van zijn eigendom en dat men in de EU moet kunnen vertrouwen op het kadaster en notariële aktes. Zij vraagt zich af hoe een koper kan weten dat een wet met dergelijke gevolgen bestaat wanneer notarissen, het kadaster, autoriteiten, gemeenten en banken hun fiat aan transacties geven en van niets weten. Indienster meent dat al wie na 1988 een huis heeft gekocht (en trouwens ook al wie een huis heeft gekocht vóór 1988, aangezien de wet terugwerkende kracht heeft), daarbij vertrouwend op de autoriteiten, door deze wet wordt bedreigd.
Samenvatting van verzoekschrift 298/2009
Indiener beklaagt zich over de gevolgen van de toepassing van de Spaanse kustwet in zijn woonplaats Empuriabrava.

2. Ontvankelijkheid

Verzoekschrift 0174/2008 ontvankelijk verklaard op 01 juli 2008.

Verzoekschrift 0303/2008 ontvankelijk verklaard op 18 juli 2008.

Verzoekschrift 0631/2008 ontvankelijk verklaard op 16 oktober 2008.

Verzoekschrift 0867/2008 ontvankelijk verklaard op 11 november 2008.

Verzoekschrift 1448/2008 ontvankelijk verklaard op 10 maart 2009.

Verzoekschrift 1485/2008 ontvankelijk verklaard op 13 maart 2009.

Verzoekschrift 1691/2008 ontvankelijk verklaard op 26 maart 2009.

Verzoekschrift 0103/2009 ontvankelijk verklaard op 13 mei 2009.

Verzoekschrift 0119/2009 ontvankelijk verklaard op 13 mei 2009.

Verzoekschrift 0274/2009 ontvankelijk verklaard op 27 mei 2009.

Verzoekschrift 0278/2009 ontvankelijk verklaard op 12 juni 2009.

Verzoekschrift 0279/2009 ontvankelijk verklaard op 12 juni 2009.

Verzoekschrift 0296/2009 ontvankelijk verklaard op 12 juni 2009.

Verzoekschrift 0298/2009 ontvankelijk verklaard op 12 juni 2009.

De Commissie is om inlichtingen verzocht overeenkomstig artikel 192, lid 4.



3. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 19 juni 2009

met betrekking tot de verzoekschriften 174/2008, 303/2008, 631/2008, 867/2008, 1448/2008, 1485/2008, 1691/2008, 103/2009, 119/2009, 274/2009, 278/2009, 279/2009, 296/2009 en 298/2009

Volgens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie heeft de Europese Commissie geen algemene bevoegdheid om te interveniëren in individuele gevallen van schending van de grondrechten. Zij kan alleen tussenbeide komen wanneer het om de toepassing van Gemeenschapsrecht door een lidstaat gaat. Afgaande op de door de indieners verschafte informatie is dat hier niet het geval.
In weerwil van het bestaan van Aanbeveling 2002/413/EG1 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2002, waarin de lidstaten wordt verzocht ten aanzien van de planning en het beheer van hun kustgebieden een strategische aanpak te volgen, waarbij moet worden uitgegaan van de volgende beginselen:
bescherming van het kustmilieu;

• erkenning van de bedreiging van kustgebieden door de klimaatverandering;

• toepassing van maatregelen ter bescherming van de kustgebieden, met inbegrip van bescherming van woongebieden langs de kust en van het cultureel erfgoed aldaar;

• duurzame maatregelen ter bevordering van economische ontwikkeling en werkgelegenheid;

• een functionerend maatschappelijk en cultureel systeem;

• voor het publiek toegankelijke gebieden, zowel voor recreatie als voor esthetische doeleinden;

• maatregelen ter bevordering van de samenhang van afgelegen kustgemeenschappen;

• betere coördinatie,


is dit geen bindend instrument waarbij langs Gemeenschapsrechtelijke weg specifieke maatregelen worden voorgeschreven zoals de instelling van zones waar niet mag worden gebouwd.
Indieners die van mening zijn dat hun rechten in het onderhavige geval zijn geschonden, moeten verhaal halen bij de op nationaal niveau bevoegde instanties, waaronder de rechtbanken.
Daarnaast kan eenieder die vindt dat zijn/haar grondrechten op enigerlei wijze zijn geschonden, een klacht indienen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa (Raad van Europa, 67075 Strasbourg-Cedex, Frankrijk). Het Hof kan echter alleen uitspraak in een zaak doen nadat alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput.
Conclusie
Op basis van de door de indieners verstrekte gegevens kan de Commissie in de onderhavige gevallen geen inbreuk op de communautaire wetgeving constateren. Derhalve kan de Commissie hiernaar geen nader onderzoek instellen.

4. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 8 oktober 2010,

met betrekking tot de verzoekschriften 119/2009 en 279/2009.


In de aanvullende inlichtingen die de Spaanse autoriteiten hebben verstrekt, wordt het volgende bevestigd:


  1. Het project "Recuperación ambiental de las playas entre la desembocadura del rio Almazora y el Puerto de Garrucha, Fase 1" is medegefinancierd door het EFRO (periode 2000-2006). De werkzaamheden begonnen in juni 2007 en eindigden in september 2008. De subsidiabele (en reeds door de Commissie gewaarborgde kosten) bedragen 1 643 420 EUR.

  2. Enerzijds zijn in de procedures voor openbare aanbestedingen, de communautaire richtlijnen op dit gebied geëerbiedigd (kennisgeving van de openbare aanbesteding, toegekend aan de onderneming DRAGADOS); anderzijds was de verklaring van milieueffectbeoordeling gunstig (BOE van 20/11/2003).

  3. De technici van de provinciale dienst van de kusten van Almeria hebben het volgende laten weten: "Er is geen enkele ongewone gedraging van de kustlijn waargenomen als gevolg van de werkzaamheden. Dit is bevestigd door de verzamelde topgrafische gegevens, die een periode van bijna twee jaar tot na de afronding van de werkzaamheden bestrijken. De variaties in breedte van het strand die zich hebben voorgedaan (vaak toenames) zijn niet aanzienlijk en passen binnen de klimatologische omstandigheden die kenmerkend zijn voor dit deel van de kuststrook van Almeria."

    Alles wijst er dus op dat er geen enkele communautaire richtlijn is geschonden tijdens de uitvoering van het door de structuurfondsen medegefinancierde project en dat het niet de oorzaak is geweest van de door indieners opgemerkte schade.



5. Aanvullend antwoord van de Commissie (REV II), ontvangen op 30 september 2011,

met betrekking tot de verzoekschriften 119/2009 en 279/2009.


Indiener heeft na de vergadering van de Commissie verzoekschriften van 25 mei 2011 aanvullende informatie verstrekt. De Commissie heeft in deze aanvullende informatie echter geen nieuwe elementen aangetroffen die herziening van de zaak noodzakelijk zouden maken.
De Commissie blijft dus bij het standpunt dat zij op 8 oktober 2010 aan de Commissie verzoekschriften heeft medegedeeld.
De Commissie neemt kennis van het feit dat indiener een tweede klacht heeft ingediend bij de Spaanse rechtbank in Almería, zodat zijn rechten kunnen worden gegarandeerd in geval van rechtsinbreuk of schending van de rechten van de indiener.



1 PB L 148 van 6.6.2002, blz. 24;

http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:32002H0413:EN:NOT


CM\878994NL.doc


PE426.967v03-00

NL In verscheidenheid verenigd NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina