Mededeling aan de leden



Dovnload 25.7 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte25.7 Kb.










EUROPEES PARLEMENT

2009 - 2014


{ECON}Commissie verzoekschriften

{26/10/2009}26.10.2009

MEDEDELING AAN DE LEDEN

Betreft: Verzoekschrift 276/2008, ingediend door Roberto Giurastante (Italiaanse nationaliteit), namens Greenaction Transnational, over vervuiling door een stortplaats voor giftig afval in de badplaats Barcola bij Triëst (Italië)

1. Samenvatting van het verzoekschrift

Indiener uit zijn bezorgdheid over de vervuiling die veroorzaakt wordt door een afvalstortplaats in Barcola bij Triëst. Het gaat daarbij om diverse stoffen, waaronder dioxinehoudende as uit vuilverbrandingsovens. De stortplaats ligt vlak aan zee naast een door badgasten drukbezochte zwemlocatie. Indiener heeft officieel aangifte gedaan van het gevaar van de vervuiling. Het strafrechtelijk onderzoek is echter in 2007 geseponeerd en er zijn geen beschermende maatregelen genomen, ondanks het feit dat de autoriteiten de gevaarlijke situatie onderkennen. De zaak is terugverwezen naar de bestuurlijke autoriteiten. Indiener kan geen inzage krijgen in de stukken die gegevens bevatten over de mate van vervuiling. Hij is van opvatting dat hij recht heeft op inzage en verwijst naar het Verdrag van Aarhus. Ook stelt hij dat de Italiaanse autoriteiten hebben gehandeld in strijd met Europese milieuregelgeving. Hij verzoekt om ingrijpen van het Europees Parlement.

2. Ontvankelijkheid

Ontvankelijk verklaard op 18 juli 2008. De Commissie is om inlichtingen verzocht (artikel 202, lid 6 van het Reglement).



3. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 22 oktober 2008

Uitgaande van de door de indiener geuite beschuldigingen concludeert de Commissie dat op de bedoelde stortplaats in Barcola niet-voorbehandelde gevaarlijke afvalstoffen worden gestort die mogelijkerwijs schadelijke gevolgen hebben voor het milieu en de menselijke gezondheid.


Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen1 heeft ten doel maatregelen vast te stellen ter voorkoming of beperking van de negatieve gevolgen van afvalstortplaatsen voor het milieu en de risico's ervan voor de menselijke gezondheid.
Aangenomen wordt dat de stortplaats in Barcola reeds in gebruik was op het moment dat de afvalstoffenrichtlijn van kracht werd. In artikel 14 van deze richtlijn wordt bepaald dat de lidstaten maatregelen moeten treffen om ervoor te zorgen dat de exploitatie van stortplaatsen waarvoor een vergunning is verleend of die op het tijdstip van de omzetting van deze richtlijn in nationaal recht - 16 juli 2001 - reeds in gebruik zijn, niet wordt voortgezet tenzij een aanpassingsplan wordt opgesteld waarmee wordt gewaarborgd dat de stortplaats voldoet aan de voorschriften van de afvalstoffenrichtlijn (met uitzondering van de voorschriften die betrekking hebben op de ligging van de stortplaats). Het aanpassingsplan moet voltooid zijn op 16 juli 2009.
Indien in Barcola gevaarlijke afvalstoffen worden gestort, moet de stortplaats voldoen aan de specifieke voorschriften die in Bijlage I bij de afvalstoffenrichtlijn worden genoemd.
Artikel 6, letter a) van de afvalstoffenrichtlijn bepaalt dat alleen behandelde afvalstoffen mogen worden gestort. Voorts worden in Beschikking 2003/33/EG2 van de Raad criteria en procedures vastgesteld voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig de beginselen van Bijlage II bij de afvalstoffenrichtlijn.
Conclusies
Om de beschuldigingen van de indiener te onderzoeken zal de Commissie advies inwinnen bij de bevoegde Italiaanse autoriteiten.
4. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 20 februari 2009

Het beheer van afvalstoffen

Op grond van artikel 4 van de kaderrichtlijn afvalstoffen3 moeten de lidstaten de noodzakelijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen hergebruikt of verwijderd worden zonder gevaar voor de volksgezondheid en in het bijzonder zonder, onder andere, gevaar voor water, lucht, bodem, planten of dieren. Bovendien moeten de lidstaten maatregelen nemen om te verkomen dat afvalstoffen onbeheerd worden achtergelaten of ongecontroleerd worden geloosd of verwijderd.

In antwoord op een vraag van de Commissie over deze zaak, heeft Italië op 21 november 2008 per brief laten weten dat de saneringsprocedure voor deze gesloten stortplaats (gesloten sinds 31 mei 1983) nog gaande is en dat uit de risicoanalyse die door de verantwoordelijke partij uitgevoerd moet worden, zal blijken of en welke verdere actie ondernomen moet worden.

De oude stortplaats werd gebruikt voor het storten van inerte afvalstoffen en as uit de voormalige plaatselijke vuilverbrandingsoven. In 2005 nam de Havenautoriteit van Triëst, waar de afvalstortplaats onder ressorteerde, het initiatief tot sanering van de verontreinigde locaties. Particuliere laboratoria deden onderzoeken, die later herhaald werden door een overheidslaboratorium, ARPA. Bij de onderzoeken werden monsters genomen van bodem, grondwater, zeesediment, zeewater en lucht.

De voorlopige onderzoeksresultaten van ARPA wijzen het volgende uit:


  1. er zijn geen problemen geconstateerd met betrekking tot dioxine in de bodem of fijnstof;

  2. een deel van de as uit de vuilverbrandingsoven lag bloot;

  3. er is geen asbest gevonden;

  4. de mate van verontreiniging van de bodemlaag die in contact staat met het gestorte afval overschrijdt de normen;

  5. in het grondwater overschrijdt de verontreiniging de normen niet;

  6. het zeewater vertoont geen tekenen van verontreiniging;

  7. aangezien het zeesediment wordt beïnvloed door de activiteiten in de nabijgelegen haven van Triëst en door de scheepvaart op zee, is het ingewikkeld om daar uitspraken over te doen. De lokale overheden vinden dan ook dat dit aspect nog verder onderzocht moet worden.

Naar aanleiding van deze onderzoeksconclusies hebben de bevoegde autoriteiten snel passende maatregelen genomen om de veiligheid van de locatie te waarborgen. Zo werd bijvoorbeeld punt 2 opgelost door een 30 tot 50 cm dikke laag grind op de blootliggende as aan te brengen, zodat de wind geen vat kan krijgen op de as en er geen verspreiding door de lucht plaats kan vinden. Er werd ook toestemming gegeven voor de bouw van watersportvoorzieningen rond de bedijking rond op de stortplaats, waardoor deze afgedekt werd met asfalt. Ten slotte heeft de gemeente Triëst een verbod ingesteld op graafwerkzaamheden aan de hele wal rond de stortplaats.

Het Verdrag van Aarhus

De indiener stelt dat hij geen inzage kan krijgen in het onderzoeksdossier van de officier van justitie van Triëst, waarin ook een deskundigenrapport over de stortplaats in Barcola is opgenomen. Hij is van mening dat die weigering in strijd is met het Verdrag van Aarhus over de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden1.

Uit het verzoekschrift blijkt duidelijk dat dit dossier betrekking heeft op een onderzoek in een stafzaak. Het Verdrag van Aarhus gaat onder andere over de toegang van het publiek tot milieu-informatie van overheidsinstanties in de betekenis die in dit Verdrag wordt gehanteerd. Welnu, in artikel 2, lid 2, van het Verdrag staat: "Deze begripsomschrijving omvat geen organen of instellingen die optreden in een rechterlijke of wetgevende hoedanigheid".

Met Richtlijn 2003/4/EG1 is de communautaire wetgeving zodanig gewijzigd dat ze volledig overeenstemt met dit Verdrag. In artikel 2, lid 2 wordt "overheidsinstantie" op dezelfde wijze gedefinieerd als in het Verdrag, waaraan nog wordt toegevoegd dat "De lidstaten kunnen bepalen dat deze begripsomschrijving niet slaat op instellingen of organen die optreden in een rechterlijke of wetgevende hoedanigheid". Die bepaling is geheel in overeenstemming met het Verdrag.

Uit het voorgaande blijkt dat de gerechtelijke instanties op legitieme wijze de toegang mogen weigeren tot milieu-informatie in de betekenis van het Verdrag, die opgenomen is in dossiers, zoals het dossier dat in het verzoekschrift worden genoemd.

Conclusies

De Commissie realiseert zich dat de saneringsprocedures nog gaande zijn. De Commissie gaat ervan uit dat de risicoanalyse wordt afgerond door de verantwoordelijke partij en dat met name de hierboven genoemde punten 4 en 7 op afdoende wijze en tot tevredenheid van de bevoegde autoriteiten opgelost zullen worden. De Commissie zal te zijner tijd een update van de informatie over deze zaak vragen aan de bevoegde Italiaanse autoriteiten en zal daarover verslag uitbrengen aan de Commissie verzoekschriften.



5. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 26 oktober 2009

De resultaten van onderzoeken die zijn uitgevoerd door particuliere laboratoria en vervolgens zijn herhaald door ARPA, een overheidslaboratorium, zijn al opgenomen in de vorige mededeling van de Commissie van 20 februari 2009 (zie punten 1 tot 7 daaruit).

In een aanvullend schrijven van 3 juli 2009 heeft de Commissie aan de Italiaanse autoriteiten om opheldering en een follow-up gevraagd met betrekking tot de punten 4 en 7 hierboven aangaande het gestorte afval en het sediment.

Op 6 augustus 2009 heeft Italië in de volgende bewoordingen geantwoord:

Punt 4 ("de mate van verontreiniging van de bodemlaag die in contact staat met het gestorte afval overschrijdt de normen"): Volgens het samenvattende document dat is aangenomen door de regio Friuli Venezia Giulia lijkt de verspreiding van verontreinigende stoffen beperkt tot binnen de bedijking die is aangebracht rond de stortplaats in Barcola, waarbij op dit moment weinig of geen verontreinigende stoffen vrijkomen die schadelijk zijn voor de omgeving hierbuiten of voor mensen in die omgeving, noch in de zeegebieden in de omgeving van de bedijking.

In ieder geval heeft de Havenautoriteit van Triëst de stabilisatiewerkzaamheden in de omgeving voltooid en is hiermee de eventueel nog bestaande mogelijkheid weggenomen dat dioxinen worden meegevoerd door de wind en in contact komen met de menselijke huid en/of de omgeving vervuilen. Dit is bereikt door aan het oppervlak komende verontreinigende stoffen te asfalteren of te bedekken met lagen gravel.



Punt 7 ("aangezien het zeesediment wordt beïnvloed door de activiteiten in de nabijgelegen haven van Triëst en door de scheepvaart op zee, is het ingewikkeld om daar uitspraken over te doen. De lokale overheden vinden dan ook dat dit aspect nog verder onderzocht moet worden."): De Havenautoriteit van Triëst heeft het plan voor karakterisering van schadelijke stoffen in de zee rond de stortplaats voltooid. Dit plan bestond uit 31 inspecties op zee op zoek naar metalen, PCB’s, PAK’s, TBT, asbest, enz., alsook de uitvoer van toxologische tests en bioaccumulatiemetingen op tweekleppige organismen uit de zee rond de stortplaats. Het resultaat wijst erop dat de lage oplosbaarheid in water van dioxinen en de afwezigheid van dioxinen in luchtdeeltjes de verspreiding van dioxinen van land naar zee beperkt. Het is zelfs zo dat de dioxineconcentraties die gevonden zijn in zeesedimenten aanzienlijk lager liggen (honderden malen lager) dan de dioxinewaarden die op het land zijn aangetroffen.
Conclusies
Gelet op het voorgaande is de Commissie van mening dat de bevoegde autoriteiten actie hebben ondernomen teneinde de situatie op de stortplaats in Barcola te herstellen. De Commissie kan derhalve niet vaststellen dat er in dit geval enige inbreuk is gepleegd op de EU-afvalwetgeving.

1 PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1

2 PB L 11 van 16.1.2003, blz. 27

3 Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen, PB L 114 van 27.4.2006, blz. 9.

1 De beslissing van de Raad van 17 februari 2005 (2005/370/EG) heeft betrekking op het namens de Europese gemeenschap sluiten van het Verdrag van Aarhus over toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, gepubliceerd in het PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1. De Europese Gemeenschap is sinds 17 mei 2005 partij bij het Verdrag van Aarhus.

1 Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad, gepubliceerd in PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26.


CM\794527NL.doc
PE415.109v03-00

NL In verscheidenheid verenigd NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina