Mededeling aan de leden



Dovnload 33.79 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte33.79 Kb.










EUROPEES PARLEMENT

2009 - 2014


{PETI}Commissie verzoekschriften

{30/05/2012}30.05.2012

MEDEDELING AAN DE LEDEN

Betreft: Verzoekschrift 335/2008, ingediend door Waldemar Preussner (Duitse nationaliteit), namens PCC SE, over vermeende schendingen van de EG-wetgeving inzake staatssteun door de Roemeense autoriteiten bij de privatisering van Oltchim Râmnicu - Vâlcea S.A. (Roemenië)

1. Samenvatting van het verzoekschrift

Indiener, een minderheidsaandeelhouder van de vennootschap naar Roemeens recht Oltchim S.A., stelt de wettelijke maatregelen van de Roemeense autoriteiten in het kader van het privatiseringsproces ter discussie en kwalificeert ze als onrechtmatige staatssteun. Volgens indiener strekken deze maatregelen ertoe overheidsschulden in aandelenkapitaal om te zetten en te ontkomen aan de verplichting boetes te betalen op leningen die tussen 2003 en de omzettingsdatum opeisbaar zijn geworden. Indiener betoogt dat deze maatregel in het voordeel werkt van de meerderheidsaandeelhouder, namelijk de autoriteit voor de ontwikkeling van staatsactiva (Autoritatea pentru Valorificarea Activelor de Stat – AVAS). Indiener verzoekt het Europees Parlement de Europese Commissie een onderzoek te laten doen naar mogelijke schendingen van de gemeenschapswetgeving op het stuk van staatssteun.

2. Ontvankelijkheid

Ontvankelijk verklaard op 18.07.08. De Commissie is om inlichtingen verzocht (artikel 192, lid 4, van het Reglement).



3. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 24 april 2009.

Oltchim is een Roemeense producent van chemische en petrochemische producten. Tot november 2003 was de Roemeense staat in het bezit van 53,26% van het totale aandelenkapitaal; de rest werd gehouden door particuliere aandeelhouders, onder wie indiener, PCC SE. In november 2003 besloot de Algemene Vergadering van Aandeelhouders de schuld van ongeveer 80 miljoen euro aan de autoriteit voor de ontwikkeling van staatsactiva (Autoritatea pentru Valorificarea Activelor de Stat - AVAS) in te ruilen voor aandelen. Bijgevolg nam de deelneming van AVAS toe van 53,26% tot 95,73%.

Nadat dit besluit van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders juridisch werd aangevochten door een van de minderheidsaandeelhouders, werd voornoemd besluit in 2005 nietig verklaard door het nationale gerechtshof op grond van het feit dat de preferente rechten van de minderheidsaandeelhouders waren geschonden.

In juni 2006 nam de Roemeense regering een noodverordening aan om de ruil ongedaan te maken en de oorspronkelijke situatie te herstellen. Deze noodverordening is gewijzigd en goedgekeurd bij Wet 30/2007, die erin voorziet dat de deelneming van de staat weer wordt teruggebracht naar de oorspronkelijke 53,26% en dat er een nieuwe ruiltransactie van schuld naar aandelen wordt opgezet, dit keer wel met volledig respect voor de preferente rechten van de minderheidsaandeelhouders. Deze laatste krijgen de mogelijkheid zich binnen 60 dagen hierop in te schrijven tegen de nominale waarde van hun aandelen, zodat hun deelneming naar rato gelijk blijft. Na deze 60 dagen kunnen de aandelen op de beurs openlijk aan elke geïnteresseerde belegger worden verkocht.

Op 6 maart 2008 heeft indiener de voorzitter van de Commissie een brief gestuurd, waarin deze uitdrukking geeft aan zijn zorgen als minderheidsaandeelhouder over de privatisering van Oltchim. Op 31 maart 2008 is aan indiener hierop een antwoord verstuurd.

Per brief van 10 maart 2008 heeft indiener officieel bij de Commissie een klacht ingediend over voornoemde ruiltransactie van schuld naar aandelen. Naar aanleiding van deze klacht heeft de Commissie de Roemeense autoriteiten om gedetailleerde informatie gevraagd ten aanzien van de ruiltransactie van schuld naar aandelen. Bijgevolg hebben de Roemeense autoriteiten het conversieproces stopgezet en de Commissie geïnformeerd dat het hun voornemen is de onderneming te privatiseren met de schuld.

In brieven gedateerd 2 februari 2009, 5 februari 2009, 24 en 25 februari 2009, 2 maart 2009 en 18 maart 2009, heeft indiener aanvullende gegevens verstrekt, waaruit zou blijken dat de Roemeense autoriteiten op het moment helemaal niet van plan zijn de onderneming te privatiseren; ze plannen verschillende steunmaatregelen om het bedrijf uit zijn financiële problemen te helpen geraken.

Naar aanleiding hiervan hebben de Roemeense autoriteiten de Commissie geïnformeerd dat zij op korte termijn informatie zullen verstrekken over de voorziene maatregelen.

Wat betreft de vermeende implicaties van staatssteun van de geplande ruiltransactie van staatsschuld naar aandelen, wachten de diensten van de Commissie momenteel de kennisgeving van de Roemeense autoriteiten af. Hierbij zij aangemerkt dat een ruiltransactie van publieke schuld naar aandelen niet zonder meer een vorm van staatssteun hoeft te zijn, aangezien de staat zijn eigendomsrechten kan uitoefenen en betrokken kan zijn bij commerciële transacties. Het beginsel dat aan deze beoordeling ten grondslag ligt, is het beginsel van de investeerder in een markteconomie, waarop de Commissie zich herhaaldelijk heeft beroepen en hetgeen voortdurend door het Hof van Justitie is bevestigd1. Het doel daarvan is te bepalen of de staat handelt onder de normale omstandigheden van een markteconomie (staat als commerciële partij) of dat de staat eerder optreedt als publieke overheid. Op basis van dit beginsel moet de Commissie verifiëren of de inmenging van de staat een onrechtmatig voordeel oplevert voor een bepaalde onderneming of economische activiteit, namelijk door het gedrag van de staat te vergelijken met het hypothetische gedrag van een particuliere investeerder.

Mocht de Commissie concluderen dat de transactie niet aan het beginsel voldoet en dus een vorm van staatsteun impliceert, kan zij een diepgaand onderzoek naar de maatregel instellen. Het besluit om een formeel onderzoek te openen is een procedurele stap die de Commissie moet nemen zodra zij twijfel heeft over de verenigbaarheid van een maatregel van de staat. Deze procedure zou een diepgaander onderzoek naar de kwestie mogelijk maken, hetgeen Roemenië, de begunstigde en alle overige betrokken partijen gelegenheid zou geven hun commentaar op het besluit te geven en aanvullende relevante informatie in te dienen, zodat de Commissie tot een definitief besluit kan komen op basis van een volledig pakket informatie.

Ten aanzien van de vermeende inbreuk op de rechten van minderheidsaandeelhouders, zoals bepaald in de nationale vennootschapswetgeving, de Roemeense grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van mens, zou de Commissie indieners aandacht willen vestigen op het feit dat deze zaken buiten het bereik van de bevoegdheden van de Commissie vallen en moeten worden behandeld op het desbetreffende nationale niveau.

Conclusies


De diensten van de Commissie bestuderen momenteel de informatie die door indiener is verstrekt en zijn in afwachting van de kennisgeving van de geplande maatregelen ten gunste van Oltchim door de Roemeense autoriteiten. Indiener zal op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen en alle eventuele besluiten die de Commissie ten aanzien van deze kwestie neemt.

4. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 20 november 2009.

Naar aanleiding van de officiële klacht van indiener verzocht de Commissie de Roemeense autoriteiten om meer informatie te verschaffen over de situatie van Oltchim. De diensten van de Commissie hadden verschillende ontmoetingen met vertegenwoordigers van de Roemeense autoriteiten en Oltchim. Daarnaast heeft indiener sinds maart 2008 nog meer informatie ingediend over de steunmaatregelen die de Roemeense autoriteiten voor Oltchim op het oog hebben.

Op 17 juli 2009 heeft Roemenië de Commissie ingelicht over twee steunmaatregelen ten gunste van Oltchim. De eerste maatregel betreft de bovengenoemde ruiltransactie van schuld naar aandelen voor een bedrag van ca. 135 miljoen euro. De tweede maatregel is een staatsgarantie voor 80% van een commerciële lening ten bedrage van 424 miljoen euro, dat bestemd is voor renovatie van het bedrijf en andere investeringen. De Roemeense autoriteiten stellen dat de twee bekendgemaakte maatregelen geen staatssteun inhouden in de zin van artikel 87, lid 1, van het Verdrag, aangezien de Roemeense staat respectievelijk als grootste aandeelhouder van Oltchim en belangrijkste schuldeiser van het bedrijf, handelt op een wijze die vergelijkbaar is met die van een particuliere marktdeelnemer (het zogeheten "investeerder-/schuldeiserbeginsel van de markteconomie").

Op 15 september 2009 opende de Commissie een formele onderzoeksprocedure uit hoofde van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag naar de door Roemenië aangekondigde staatssteunmaatregelen voor Oltchim. In haar besluit om de procedure te openen, plaatst de Commissie onder meer vraagtekens bij het feit dat de Roemeense autoriteiten na de toetreding van Roemenië op 1 januari 2007 geen rente en boetes hebben opgelegd over de lopende overheidsschuld van Oltchim. Op dit moment trekt de Commissie in twijfel dat de beide aangekondigde steunmaatregelen voor Oltchim geen staatssteun inhouden, zoals Roemenië beweert. Verder twijfelt de Commissie er op dit moment aan of deze maatregelen wel verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt.

Het besluit om een formeel onderzoek te openen is een procedurele stap die de Commissie moet nemen zodra zij twijfel heeft over de verenigbaarheid van een maatregel van de staat. In deze procedure kan een diepgaander onderzoek naar de kwestie worden gedaan, hetgeen Roemenië, de begunstigde en alle overige betrokken partijen de gelegenheid geeft hun commentaar op het besluit te geven en aanvullende relevante informatie in te dienen, zodat de Commissie tot een definitief besluit kan komen op basis van een volledig pakket informatie.

Conclusies


De diensten van de Commissie verwachten een reactie van de betrokken partijen te ontvangen (Roemenië, Oltchim, indiener en derden) na publicatie van het besluit tot inleiding van de procedure. Indiener zal op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen in het onderzoek.

5. Antwoord van de Commissie, ontvangen op 9 december 2010.

Naar aanleiding van de officiële klacht van indiener verzocht de Commissie de Roemeense autoriteiten om meer informatie te verschaffen over de situatie van Oltchim.

Op 17 juli 2009 heeft Roemenië de Commissie ingelicht over twee steunmaatregelen ten gunste van Oltchim. De eerste maatregel betreft een ruiltransactie van schuld naar aandelen voor een bedrag van ca. 135 miljoen euro. De tweede maatregel is een staatsgarantie voor 80% van een commerciële lening ten bedrage van 424 miljoen euro, dat bestemd is voor renovatie van het bedrijf en andere investeringen.

De Roemeense autoriteiten stellen dat de twee bekendgemaakte maatregelen geen staatssteun inhouden in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, aangezien de Roemeense staat als grootste aandeelhouder van Oltchim en belangrijkste schuldeiser van het bedrijf, handelt op een wijze die vergelijkbaar is met die van een particuliere marktdeelnemer (het zogeheten "investeerder-/schuldeiserbeginsel van de markteconomie").

Op 15 september 2009 opende de Commissie een formele onderzoeksprocedure uit hoofde van artikel 108, lid 2, VWEU naar de door Roemenië aangekondigde staatssteunmaatregelen voor Oltchim. De Commissie betwijfelde of de twee bekendgemaakte maatregelen ten gunste van Oltchim inderdaad vergelijkbaar zijn met wat een particuliere markdeelnemer in een vergelijkbare positie als die van de Roemeense staat (grootste aandeelhouder en belangrijkste schuldeiser van Oltchim) in soortgelijke omstandigheden zou hebben gedaan. Ook betwijfelde de Commissie of deze steunmaatregelen verenigbaar zijn met de interne markt.

Het besluit om een formeel onderzoek te openen is een procedurele stap die de Commissie moet nemen zodra zij twijfel heeft over de verenigbaarheid van een maatregel van de staat. In deze procedure kan een diepgaander onderzoek naar de kwestie worden gedaan, hetgeen Roemenië, de begunstigde en alle overige betrokken partijen - met inbegrip van indiener in zijn hoedanigheid van klager alsmede concurrenten van Oltchim - de gelegenheid geeft hun commentaar op het besluit te geven en aanvullende relevante informatie in te dienen, zodat de Commissie tot een definitief besluit kan komen op basis van een volledig pakket informatie.

Gelijktijdig met bovengenoemde gebeurtenissen diende indiener in juni 2009 in verband met Oltchim een tweede, andere klacht in. Deze tweede klacht betrof een staatsgarantie toegekend onder een Roemeens garantiestelsel dat in juni 2009 werd goedgekeurd uit hoofde van de Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun in de financiële crisis ("de tijdelijke kaderregeling") ter ondersteuning van een commerciële lening van 62 miljoen euro voor Oltchim.

Naar aanleiding van de informatie van indiener, waaruit zou blijken dat de Roemeense autoriteiten bindende toezeggingen hebben gedaan voor de toekenning van een garantie uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling ten gunste van Oltchim, opende de Commissie in november 2009 een tweede formele onderzoeksprocedure krachtens artikel 108, lid 2, VWEU, waarin zij ditmaal betwijfelde of Oltchim wel voor staatssteun uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling in aanmerking kwam (volgens de huidige voorschriften inzake staatssteun komen ondernemingen die al in moeilijkheden verkeerden voordat de financiële crisis in de zomer van 2008 toesloeg, niet voor dergelijke staatssteun in aanmerking).

Aangezien Roemenië echter herhaaldelijk heeft bevestigd dat deze steun uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling niet is toegekend, nam de Commissie er nota van dat dit onderzoek zonder voorwerp is en besloot zij op 30 september 2009 het te beëindigen.

Het besluit van 30 september 2009 betreffende garantie uit hoofde van het tijdelijk kader houdt geen verband met het lopend onderzoek naar de twee aangekondigde staatssteunmaatregelen ten gunste van Oltchim, zoals hierboven vermeld.



Conclusies

Na de publicatie van het besluit tot inleiding van de procedure over de twee door Roemenië aangekondigde staatssteunmaatregelen voor Oltchim, ontvingen de diensten van de Commissie commentaar van de belanghebbenden (Roemenië, Oltchim en vijf belanghebbende derden - met inbegrip van concurrenten van Oltchim, minderheidsaandeelhouders en een particulier persoon).


De diensten van de Commissie zijn verscheidene malen bijeengekomen met vertegenwoordigers van de Roemeense autoriteiten en van Oltchim. Voorts zijn zij zeer frequent bijeengekomen met vertegenwoordigers van indiener/klager. Indiener/klager dient regelmatig aanvullende informatie in over de door de Roemeense autoriteiten beoogde steunmaatregelen ten gunste van Oltchim.

De informatie die uit al deze bronnen is vergaard, wordt momenteel beoordeeld. Indiener zal op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen in het onderzoek.


6. Aanvullend antwoord van de Commissie, ontvangen op 30 mei 2012

Op 17 juli 2009 heeft Roemenië de Commissie ingelicht over twee steunmaatregelen ten gunste van Oltchim. De eerste maatregel betrof een ruiltransactie van schuld naar aandelen voor een bedrag van ca. 135 miljoen euro. De tweede maatregel was een staatsgarantie voor 80% van een commerciële lening voor een bedrag van 424 miljoen euro, bestemd voor renovatie van het bedrijf en andere investeringen.


Op 15 september 2009 opende de Commissie uit hoofde van artikel 108, lid 2, VWEU een formele onderzoeksprocedure betreffende de door Roemenië aangekondigde staatssteunmaatregelen voor Oltchim. De Commissie vraagt zich af of een privémarktdeelnemer er in de plaats van de Roemeense staat (namelijk als hoofdaandeelhouder en belangrijkste schuldeiser van Oltchim) voor gekozen zou hebben om een bedrijf in een dergelijke situatie onder dezelfde voorwaarden te steunen. Indien kon worden bewezen dat dit niet het geval is, zouden de aangekondigde maatregelen onrechtmatige voordelen verlenen aan Oltchim S.A. en beschouwd worden als staatssteun. Ook betwijfelde de Commissie in haar besluit tot inleiding van de procedure of deze steunmaatregelen verenigbaar waren met de interne markt.
In juni 2011 kwamen de Roemeense autoriteiten terug op de aankondiging met betrekking tot de geplande staatsgarantie voor 80% van een commerciële lening voor een bedrag van 424 miljoen euro aan Oltchim en bevestigden ze dat ze niet langer van plan waren om Oltchim een dergelijke staatsgarantie te verlenen. Hierop verviel de formele onderzoeksprocedure voor wat deze maatregel betreft; de procedure met betrekking tot de andere maatregel, namelijk de omzetting van publieke schuld naar aandelen, bleef echter lopen. Met betrekking tot de schuldomzetting hebben de Roemeense autoriteiten de Commissie in oktober 2011 geïnformeerd dat de publieke aandelen die na de schuldomzetting werden verkregen, tegen eind mei 2012 zullen zijn geprivatiseerd. In februari hebben ze dit opnieuw bevestigd.
In de loop van de formele onderzoeksprocedure hebben de Roemeense autoriteiten bewijs aangeleverd ter ondersteuning van hun standpunt dat de Roemeense staat, als hoofdaandeelhouder en tegelijkertijd belangrijkste schuldeiser van Oltchim, op een vergelijkbare wijze handelt als een particuliere marktdeelnemer (het zogeheten "investeerder-/schuldeiserbeginsel van de markteconomie").

Het bewijs dat door de Roemeense autoriteiten tijdens de formele onderzoeksprocedure werd aangeleverd, toonde aan dat het bedrijf geen enkel onrechtmatig voordeel zal halen uit de schuldomzetting, omdat de inkomsten voor de staat als gevolg van de volledige privatisering na de schuldomzetting naar schatting hoger zullen zijn dan wat de staat zou hebben verkregen door het bedrijf te liquideren. Een particuliere schuldeiser in een situatie die gelijkaardig is aan die van de staat, zou er ook de voorkeur aan hebben gegeven om de schuld in aandelen om te zetten en die aandelen te verkopen (privatiseren), mochten de inkomsten gegenereerd door deze methode hoger zijn dan door de liquidatie van het bedrijf.

Op grond van deze bevindingen is de Commissie op 7 maart 2012 tot een definitief besluit gekomen ter afsluiting van de formele onderzoeksprocedure naar de staatssteun voor de omzetting van publieke schuld voor Oltchim S.A.1 Het besluit stelt dat de schuldomzetting geen staatssteun inhoudt in de zin van artikel 87, lid 1, VWEU.
Indiener heeft in juni 2009 een tweede, andere klacht ingediend in verband met Oltchim. Deze tweede klacht betrof een staatsgarantie toegekend onder een Roemeens garantiestelsel dat in juni 2009 werd goedgekeurd uit hoofde van de Tijdelijke kaderregeling voor staatssteun in de financiële crisis ("de tijdelijke kaderregeling") ter ondersteuning van een commerciële lening van 62 miljoen euro voor Oltchim.
Naar aanleiding van de informatie van indiener, waaruit zou blijken dat de Roemeense autoriteiten bindende toezeggingen hebben gedaan voor de toekenning van een garantie uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling ten gunste van Oltchim, opende de Commissie in november 2009 een tweede formele onderzoeksprocedure krachtens artikel 108, lid 2, VWEU. Daarin betwijfelde de Commissie ditmaal of Oltchim wel in aanmerking kwam voor staatssteun uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling (volgens de huidige voorschriften inzake staatssteun komen ondernemingen die al in moeilijkheden verkeerden voordat de financiële crisis in de zomer van 2008 toesloeg, niet voor dergelijke staatssteun in aanmerking).
Aangezien Roemenië echter herhaaldelijk heeft bevestigd dat deze steun uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling niet is toegekend, stelde de Commissie vast dat dit onderzoek zonder voorwerp is en besloot zij op 30 september 2010 het te beëindigen.
Het besluit van 30 september 2009 met betrekking tot een garantie uit hoofde van de tijdelijke kaderregeling houdt geen verband met het definitief besluit van de Commissie van 7 maart met betrekking tot de omzetting van de publieke schuld uitgevoerd voor Oltchim S.A.


1Zie bijvoorbeeld: de zaken T-228/99 en T-233/99, WestLB/Commissie; zaak T-366/00, Scott SA, de zaken C-328/99 en C-399/00, Italië en SIM 2 Multimedia/Commissie; Zaak T-358/94, Air France/Commissie.

1 Zie zaak in http://ec.europa.eu/competition/elojade/isef/case_details.cfm?proc_code=3_C28_2009.

CM\903631NL.doc


PE423.905v04-00

NL In verscheidenheid verenigd NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina