Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina13/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   25

3.4 Conclusie hoofdstuk 3


Het is van belang te weten te komen waar jongeren zich op hun twaalfde mee bezig houden om te kunnen bepalen hoe media-educatie in het VMBO ingezet kan worden voor de stimulering van interculturele communicatie. Hiervoor zijn in de eerste plaats cognitieve, sociale en psychologische ontwikkeling besproken. Gebleken is dat in de vroege adolescentie, de periode waarin de doelgroep zich bevindt, mensen op zoek gaan naar hun eigen identiteit. Vóór het tiende levensjaar spelen vooral de ouders nog een grote rol in de persoonlijke ontwikkeling, vanaf die leeftijd leren mensen vaardigheden waardoor zij zelf kunnen gaan bepalen wat zij belangrijk en interessant vinden. Deze vaardigheden vinden op alle drie de niveaus van ontwikkeling plaats. Belangrijk is, welke aangeleerde vaardigheden van belang zijn in het proces van interculturele communicatie.
Ten tweede is gekeken naar het mediagebruik van jongeren. Uit de cijfers blijkt dat de media een groot aandeel hebben in het dagelijkse leven van jongeren. Het blijkt dat vooral de informatie uit representaties van invloed is op de persoonlijke ontwikkeling van jongeren. De doelgroep van dit onderzoek wordt gevormd door VMBO-leerlingen van verschillende etniciteiten in de leeftijd 12 tot 14 jaar.
Interculturele communicatie veronderstelt competenties op verschillende vlakken. Zowel op communicatief als op sociaal niveau moeten jongeren vaardig genoeg zijn om interculturele communicatie te kunnen laten slagen. In dit hoofdstuk is aangetoond dat jongeren mediavaardig zijn, en op deze manier communicatieve vaardigheden beheersen. Jongeren zijn nog niet altijd mediakritisch en beschikken nog niet over de vaardigheden informatie vanuit verschillende invalshoeken te interpreteren. Voorwaarde voor effectieve interculturele communicatie is het bekijken van een situatie vanuit twee perspectieven. Wat de cognitieve ontwikkeling betreft, zou media-educatie ingezet moeten worden om jongeren te leren bewust en kritisch met mediaboodschappen om te gaan om zo de tweeledigheid van een communicatieve situatie te begrijpen.
De sociale ontwikkeling van jongeren is afhankelijk van de informatie die jongeren verkrijgen door de verschillende socialiserende instanties, waaronder de media. Het stimuleren van een kritische en bewuste kijk op mediaboodschappen draagt ook bij aan de sociale ontwikkeling door het stimuleren van dit kritische bewustzijn: datgene waar jongeren hun keuzes en interesses op baseren is juist geïnterpreteerde informatie. Dit komt het oordeel over datgene wat gerepresenteerd wordt, ten goede.
De psychologische ontwikkeling is verbonden aan de persoonlijke dimensie van interculturele communicatie. De eigen identiteit wordt gevormd door normen, waarden en gedrag maar ook door interesses en de sociale identiteit. In het proces van communicatie kan die identiteit benadrukt worden en ook veranderen. De cognitieve en sociale ontwikkeling gaan vooraf aan de identiteitsvorming. Wat het doel van media-educatie zou kunnen zijn is dat door kritisch en vaardig om te leren gaan met de media, de communicatie tussen jongeren op een dergelijke manier beïnvloed wordt dat dit positieve gevolgen heeft voor de zelfbeleving van jongeren. Zowel het oordeel over zichzelf als over anderen kan positief gestimuleerd worden.
In dit hoofdstuk is geprobeerd een duidelijk beeld van de belevingswereld van jongeren weer te geven en hoe deze van invloed is op hun ontwikkeling. Deze beschrijving is noodzakelijk omdat nu kan worden nagegaan welke vorm media-educatie moet krijgen om jongeren voor te bereiden op hun rol in de samenleving, waarin cultuur een grote rol speelt. Effectieve interculturele communicatie is wenselijk, media-educatie moet dit mogelijk kunnen maken. In het volgende hoofdstuk staat media-educatie centraal. Definitie, benaderingen, doelstellingen en vormen zullen worden besproken.

4 Media-educatie

In de voorgaande drie hoofdstukken zijn 3 onderwerpen besproken die vooraf gaan aan de bespreking van media-educatie als middel voor interculturele communicatie in het onderwijs.


In hoofdstuk 1 hebben we gezien dat het van belang is dat in Nederland aandacht is voor interculturaliteit. De samenstelling van de Nederlandse bevolking is dusdanig cultureel divers, dat ontmoeting tussen mensen uit verschillende culturen onvermijdelijk is. Het Nederlands beleid speelt in op deze diversiteit, door zowel op landelijk als in onderverdeelde sectoren zoals het onderwijs de dialoog tussen de aanwezige culturen tot stand te brengen en wederzijds begrip te stimuleren. De ontwikkeling van intercultureel onderwijs is een middel wat in de onderwijssector wordt aangewend om die dialoog mogelijk te maken. De vraag die aansluit op dit thema is hoe media-educatie in intercultureel onderwijs kan inspelen op de culturele diversiteit. Welke benadering van mediaonderwijs moet aangewend worden om de dialoog tussen jongeren van verschillende culturen in gang te zetten? Om deze vraag te beantwoorden zal in dit hoofdstuk ingegaan worden op de ontwikkeling van verschillende benaderingen van mediaonderwijs.
In hoofdstuk 2 is het begrip interculturele communicatie besproken. In het Nederlands cultuurbeleid ligt de aandacht op de verschillende doelstellingen die interculturele communicatie kan nastreven. Om deze vorm van communicatie in stand te kunnen brengen is wederzijds begrip en een pluralistische benadering van cultuur vereist. Er bestaan verschillende methodes om intercultureel communicatief vaardig te worden. De vraag die hierbij gesteld kan worden is hoe media-educatie als instrument kan worden ingezet om deze vaardigheden aan te leren. Ook hebben we gezien dat scholen en leerlingen steeds meer vrijheid hebben in het invullen van het leertraject en werkvormen. De aandacht verschuift van docentgestuurde naar leerlinggestuurde lessen. In dit hoofdstuk zal ik verschillende werkvormen van media-educatie bespreken, welke sluiten aan bij de nieuwe didactiek?
Hoofdstuk 3 beschrijft de doelgroep van dit onderzoek, namelijk jongeren in de leeftijd van 12 tot 14 jaar van verschillende etniciteiten op het VMBO. Gebleken is, dat in deze periode van de vroege adolescentie zich een aantal belangrijke ontwikkelingen voordoen, op zowel cognitief als op sociaal en psychologisch niveau. De media zijn een deel van de sociale omgeving en spelen een belangrijke rol in die ontwikkelingen. Representaties in de media vormen een belangrijk referentiekader voor de manier waarop jongeren betekenis geven aan datgene wat om hen heen gebeurt. De Raad voor Cultuur schrijft: "in de omgang met de media is betekenisgeving een centraal begrip. Die betekenisgeving wordt bepaald door de representaties in de media zelf, maar ook door de culturele en maatschappelijk-historische context".113 Media-educatie kan bijdragen aan het leren over betekenisgevende elementen van de media. Juist omdat de media een bijdrage leveren aan de beeldvorming van anderen maar ook van invloed zijn op de eigen identiteit, moet media-educatie al in het vroege onderwijs ingezet worden om kinderen te wijzen op de subjectiviteit van de media. Het is van belang dat zij leren om mediaboodschappen op waarde te kunnen schatten en zich bewust te worden welke invloed de media kunnen hebben op het denken over maatschappelijke thema’s, in dit geval cultuur. Hoe moet de praktijk van media-educatie vormgegeven worden om deze doelstelling te bereiken?
In dit hoofdstuk ga ik in op media-educatie. Media-educatie in Nederland kent nog geen lange geschiedenis. De Raad voor Cultuur publiceerde in 1996 een advies waarin de definitie en doelstellingen van media-educatie beschreven staan. Het advies begint met de vraag: "wat is media-educatie, wat kan het betekenen als onderwijsfacet in de curricula voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, en daarmee uiteindelijk voor onze maatschappij?"114 In dit onderzoek staat dezelfde vraag centraal, met een specifieke aanpassing namelijk: wat kan media-educatie betekenen voor de stimulering van interculturele communicatie op het VMBO en daarmee voor de maatschappij?
Om deze, en de andere hierboven gestelde vragen te kunnen beantwoorden is het eerst noodzakelijk om de ontwikkeling van media-educatie als instrument in het onderwijs uiteen te zetten. Door de jaren heen zijn er verschillende benaderingen ontstaan, afhankelijk van het paradigma waarin de media een plaats hebben. Hoe er over de invloed van de media wordt nagedacht is van grote invloed op de invulling van mediaonderwijs. Welke benaderingen zijn er door de jaren heen ontstaan? En wat is de huidige situatie in het debat over de media en onderwijs?
Het uiteen zetten van benaderingen en doelstellingen van media-educatie zal mij helpen een antwoord te geven op de volgende vraag: welke vorm van mediaonderwijs is geschikt om te voldoen aan de doelstellingen die aan mediaonderwijs worden toegekend? Masterman was de eerste die in de jaren '80 inspeelde op de behoeftes van docenten om in de klas met praktisch materiaal te kunnen werken. Welke andere initiatieven zijn daarna ontstaan? Hoe heeft dit de lespraktijk en de invoering van media-educatie beïnvloed? Ik zal eerst verschillende vormen van mediaonderwijs bespreken, om daarna in te gaan op de praktijk in Nederland. De algemene benaderingen en vormen zoals deze in literatuur over media-educatie besproken worden, kunnen als uitgangspunt dienen voor het media-educatiebeleid in Nederland. Hoe wordt in Nederland vorm gegeven aan media-educatie, welke initiatieven zijn er genomen?
De eerste 3 paragrafen van dit hoofdstuk zullen voornamelijk algemene theorieën van media-educatie bespreken, paragraaf 4 zal ingaan op de situatie in Nederland. In de conclusie van dit hoofdstuk zal ik de belangrijkste bevindingen uiteen zetten.


1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina