Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina16/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   25

4.4 Media-educatie in Nederland


In Nederland zijn een aantal organisaties en instellingen die zich bezig houden met de invoering van media-educatie. In Stand van zaken media-educatie142 uit 2000 worden termen zoals ‘wildgroei’, ‘doolhof’ en ‘versnipperd aanbod’ gebruikt om aan te geven hoe het gesteld is met media-educatie en de inpassing ervan in het Nederlands onderwijs. In dit rapport wordt aangegeven dat coördinatie en structurering noodzakelijk zijn om media-educatie te laten slagen. Welke initiatieven zijn hiertoe ontstaan?
De Nederlandse overheid en onderwijsinstellingen zijn bekend met het fenomeen media-educatie, het is alleen nog geen vanzelfsprekend onderdeel van de verschillende opleidingscurricula en is het vanzelfsprekend dat er op verschillende niveaus, een verschillende invulling aan mediaonderwijs gegeven wordt. De ontwikkeling van leerlingen in het basisonderwijs is anders dan die van leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hiermee de omgang en begrip van de media. Omdat het onderwijs zich ontwikkelt, en de media ook, blijft het structurele gebruik van de media in het onderwijs lastig en meer incidenteel.
Het ministerie van OC&W staat boven aan de lijst met instellingen die zich bezig houden met de invoering van media-educatie in het onderwijs en de recente ontwikkelingen in beleid. Veranderingen in de samenleving of in de onderwijsstructuur hebben invloed op het media-educatiebeleid. De overheid heeft een aantal taken uit handen gegeven, er zijn verschillende instellingen die zich namens de overheid bezighouden met media-educatie en een schakel tussen overheid en scholen vormen. De overheid speelt vooral een belangrijke taak in het financieren van projecten en geeft andere taken zoals de realisering van die projecten uit handen. Sturende instellingen zijn de ‘Stuurgroep Media-educatie’ en het ‘Platform Media-educatie’. Deze worden in 2000 opgericht, ten behoeve van bevordering van media-educatie in het onderwijs. Het platform media-educatie is opgeheven en heeft plaats gemaakt voor twee projectgroepen. De Stuurgroep en de projectgroepen media-educatie zorgen ervoor dat het aanbod van initiatieven voor media-educatie in kaart gebracht worden. Dit zorgt ervoor dat een eenduidige beleidsvoering mogelijk is.
Zowel het Platform, de Stuurgroep als de Stichting media-educatie zijn overkoepelende organisaties en opereren op landelijk niveau. Vanuit het Platform en de Stuurgroep, worden andere instellingen gemotiveerd materiaal en werkvormen te ontwikkelen die bruikbaar zijn in verschillende onderwijssituaties. Zoals eerder genoemd moet bij deze instellingen gedacht worden aan omroepen, mediatheken, nieuwe mediaorganisaties, steunpunten voor cultuureducatie, educatieve uitgevers en filmorganisaties. Voorbeelden hiervan zijn Teleac/NOT, Miramedia, Het Nederlands Instituut voor filmeducatie, Kennisnet, SLO, Stichting Kijken, Cultuurnetwerk Nederland en Stichting media-educatie. De meeste instellingen zijn via Internet te bereiken. Het gebruiksgemak van Internet zorgt dat kennis, informatie en ook bijvoorbeeld lespakketten snel binnen het bereik van docenten zijn. Op Internetsites van de bovengenoemde instellingen staan vaak verwijzingen ('links') aangegeven naar andere instellingen met gelijke doelstellingen. Sommige instellingen zijn alleen voor docenten interessant, maar anderen hebben ook een 'ingang' ('portal') voor leerlingen. Door aansluiting bij de projectgroepen wordt de samenwerking tussen de instellingen bevorderd.
In Nederland heeft media-educatie kans van slagen. De ontwikkeling van materiaal, om doelstellingen die aan media-educatie verbonden zijn te bereiken, is in volle gang. Lockwood Summers beschrijft in Media Alert 9 criteria voor succesvolle invoering van media-educatie binnen een nationaal onderwijscurriculum. Aan de hand van deze criteria zal ik de initiatieven en daarmee de situatie in Nederland bespreken.
Negen criteria die gehandhaafd moeten worden in het bereiken van een succesvol media-educatiebeleid:143

  1. Media-educatie moet - net als andere innovatieve programma’s – starten vanuit de basis en leerkrachten dienen de belangrijkste initiatiefnemers te zijn als het gaat om de totstandkoming van dit onderwijs.

  2. Onderwijsautoriteiten moeten dit soort programma’s ondubbelzinnig ondersteunen door media-educatie als verplicht onderdeel van het leerplan te doen opnemen, door het vaststellen van richtlijnen en leermethodes en door ervoor te zorgen dat er leerplannen worden ontwikkeld en dat er leermiddelen beschikbaar zijn.

  3. Opleidingsinstellingen dienen docenten aan te trekken die in staat zijn om toekomstige leerkrachten op dit gebied op te leiden. Ook dient er theoretische ondersteuning te worden verleend bij het schrijven van leerplannen door instituten buiten het onderwijs waarmee ook voortdurend overleg plaats vindt.

  4. Bijscholing op regionaal niveau moet een integraal onderdeel vormen bij de verwezenlijking van het programma.

  5. Per regio is er behoefte aan deskundigen die gespecialiseerd zijn in media-educatie en die zorgen dat er communicatienetwerken komen.

  6. Er dienen geschikte studieboeken en audiovisuele leermiddelen te komen die relevant zijn voor de Nederlandse onderwijssituatie.

  7. Er dient een ondersteunende organisatie in het leven te worden geroepen voor het organiseren van workshops en congressen, voor de verspreiding van nieuwsbrieven en voor leerplanontwikkeling. Een dergelijke professionele organisatie moet school- en regio-overstijgend zijn teneinde een dwarsdoorsnede van belangstellenden in mediaonderwijs erbij te betrekken.

  8. Er moet passend evaluatiemateriaal worden ontwikkeld dat geschikt is voor de unieke kwaliteit van de mediawetenschappen.

  9. Omdat media-educatie zulk een diversiteit van vaardigheden en expertise omvat, dienen leerkrachten, ouders, onderzoekers en mediadeskundigen nauw samen te werken.

De invulling van deze criteria wat betreft de situatie rond media-educatie in Nederland:



  1. In Nederland zijn het niet de scholen zelf maar de overheid die de noodzaak voor media-educatie in Nederland bepleit. Om media-educatie te laten slagen, moeten docenten de belangrijkste initiatiefnemers te zijn. De overheid heeft vooral een financiële en beleidsmatige taak, de vorm van mediaonderwijs is afhankelijk van het soort onderwijs en de behoeftes van leerlingen. Docenten kunnen bij de genoemde instellingen terecht om materiaal te verzamelen wat zij denken dat aanslaat en bruikbaar is in de klas.

  2. Media-educatie is nog geen verplicht onderdeel van het leerplan in Nederland. Omdat het geen op zichzelf staand vak is en de invoering ervan van verschillende factoren afhankelijk is, is het moeilijk scholen te verplichten media-educatie in te voeren. De voorwaarden hiervoor is dat docenten geschoold worden en lesmateriaal en ruimte beschikbaar is. Hier wordt aan gewerkt.

  3. Sleurink en van den Berg deden onderzoek naar hoe de media en media-educatie een plaats hebben gekregen in het curriculum van de PABO en de LERO VO.144 Zij concluderen dat er een groot gebrek aan kennisuitwisseling is op het terrein van onderwijs en ICT. Veel projecten zijn gericht op lokale onderwijsvernieuwingen of op de invoering van ICT. Bij lerarenopleidingen is behoefte aan de beoordeling en productie van educatieve software en het delen van ervaring en kennis met collega's. Daarnaast wordt het werken aan een overkoepelende visie op media-educatie en het werken aan samenhang in beleid en beleidsuitvoering genoemd. Initiatieven die hiervoor ontstaan zijn congressen of themadagen voor docenten, zoals de dag van de media.145 Dit soort initiatieven zouden er meer moeten komen, op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau. (criteria 4 en 5 zijn hieraan verbonden)

  1. De verschillende instellingen, in het voorgaande genoemd, houden zich bezig met de ontwikkeling van studiemateriaal en audiovisuele leermiddelen.

  2. De stuurgroep media-educatie is een landelijke overkoepelende organisatie die zich bezig houdt met alle initiatieven met betrekking tot media-educatie in Nederland. Behalve naar de overheid toe, zou de stuurgroep een ondersteunende en evaluerende functie naar onderwijsinstellingen toe moeten hebben. Nu is dit nog de taak van de stichting media-educatie. De stuurgroep en de stichting media-educatie vervullen gezamenlijk de taak die Lockwood Summers als criteria stelt.

  3. De verschillende doelstellingen die aan media-educatie worden verbonden, zouden als uitgangspunt kunnen dienen voor evaluatiemateriaal.

  4. Door de ontwikkeling van verschillende landelijke initiatieven om media-educatie een intergraal onderdeel van het onderwijs te maken, wordt het voor de verschillende betrokken partijen gemakkelijker in contact te komen met 'lotgenoten'. Uitwisseling van kennis, informatie, vragen en antwoorden wordt mogelijk door de publicatie van onderzoeken en literatuur, de beschikbaarheid van Internetsites en Forums voor mediaexperts, docenten, ouders én leerlingen.

De basis zoals deze in Nederland voor media-educatie gelegd is, voldoet niet aan alle criteria, maar lijkt nuttig en vooruitstrevend. De verschillende instellingen hanteren dezelfde definities en doelstellingen wat betreft media-educatie. De werkwijze van de instellingen is vaak tweeledig: zij hebben een loketfunctie wat inhoudt dat docenten en leerlingen terecht kunnen met vragen, opmerkingen of nieuwe ideeën. Aan de andere kant wordt media-educatie gestimuleerd door het houden van workshops en lezingen, het doen van onderzoek en het organiseren van themadagen.





1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina