Media en Cultuur in Dubbelperspectief


‘Leren’ binnen de sociale omgeving



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina18/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   25

‘Leren’ binnen de sociale omgeving


De school voorziet in een verplicht leerstofaanbod. De overheid heeft bepaald dat het onderwijs, in dit geval de basisvorming, als taak heeft jongeren voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Hiertoe zijn zes algemene leerdoelen opgesteld. In het aanleren van interculturele communicatieve vaardigheden zijn twee algemene leerdoelen relevant. Dit is in de eerste plaats het werken aan vakoverstijgende thema's, dit houdt in dat jongeren kennis leren nemen over normen en waarden en zo zicht krijgt op de relaties in de persoonlijke en maatschappelijke omgeving. Dit is een voorwaarde om op de juiste manier te leren omgaan met die omgeving. In de tweede plaats leren communiceren, waarbij de aandacht ligt op het aanleren van mediavaardigheden en communicatieve competentie. Het gaat er hierbij onder andere om hoe jongeren kunnen leren zichzelf te presenteren in een communicatieve situatie.
De leerdoelen die centraal staan zijn niet alleen van toepassing binnen de school, maar vormen de basis voor het leren buiten school, in de vrije tijd. Ouders zijn een onderdeel van de vrije tijd, maar de rol van ouders in de ontwikkeling van jongeren is vergelijkbaar met die van de school. School en ouders zijn verantwoordelijk voor het 'basispakket' wat voor kinderen als primair referentiekader geldt tot ongeveer hun tiende levensjaar. Dit basispakket bestaat uit regels, verantwoordelijkheden, normen, waarden en gedragspatronen, die zowel de sociale als de eigen identiteit van kinderen bepalen: school en ouders zijn verantwoordelijk voor hoe kinderen zich relateren aan hun omgeving en aan zichzelf. Dit is de eerste vorm van ‘leren’. Andere factoren spelen nog nauwelijks een rol in de vorming van identiteit tot het tiende levensjaar.
De tweede vorm van 'leren' heeft te maken met de constructie van identiteit. Bij deze vorm van leren gaat het niet om verplichte leerstof maar juist om wat jongeren leren door directe en indirecte ervaringen en om datgene wat zij willen leren. In de vroege adolescentie wordt deze behoefte groter: jongeren ontwikkelen interesses en hobby's. Dit komt tot stand door de omgang met andere socialiserende instanties: Leeftijdsgenoten en de media. De omgang met leeftijdsgenoten en het gebruik maken van de media kunnen zorgen voor een nieuwe kijk op het 'basispakket'. Jongeren leren dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor wie ze willen zijn en hoe zij op anderen overkomen. Leeftijdsgenoten en de media zijn de instanties die de sociale identiteit van jongeren bepalen, en de eigen identiteit kunnen veranderen.
Er is een overeenkomst te vinden in de twee vormen van 'leren'. De eerste vorm wordt bereikt door het aanbieden van verplichte leerstof en de tweede vorm door eigen keuzes van jongeren, maar de doelen die bereikt worden komen overeen. De algemene onderwijsdoelen waarvan ik heb aangegeven dat deze van belang zijn voor interculturele communicatie worden in de vrije tijd ook geleerd. Door directe ervaringen met leeftijdgenoten, leren jongeren andere normen, waarden en gedragspatronen kennen waardoor zij opnieuw leren kijken naar hun relatie met de maatschappij en met henzelf, dit sluit aan bij het leerdoel werken aan vakoverstijgende thema's. Communicatieve vaardigheden worden aangeleerd door de omgang met de media, maar ook in sociale situaties met leeftijdsgenoten, wat aansluit bij leren communiceren.
Nu zijn er twee kanttekeningen verbonden aan dit proces van bewustwording. Jongeren kunnen zelf bepalen wat zij interessant vinden, waar zij behoefte aan hebben, wie zij willen zijn en hoe zij willen dat anderen hen beoordelen. De sociale omgeving biedt de informatie die ten grondslag ligt aan de keuzes die jongeren maken. Reclames zijn een voorbeeld van een referentiekader waaraan jongeren de informatie ontlenen wat op het moment 'in' is. Juist in de vroege adolescentie zijn jongeren gevoelig voor deze informatie. Zij beoordelen elkaar en zichzelf aan de hand van criteria die verbonden zijn aan de sociale groep waartoe zij behoren, namelijk 'jongeren'. Hoe je jezelf beoordeelt, is afhankelijk van je sociale identiteit.
De eerste kanttekening die ik maak is dat ik in dit onderzoek niet alleen praat over jongeren, maar over jongeren met verschillende etnische achtergronden. Jongeren ontwikkelen zich, ongeacht hun culturele achtergrond. Maar die culturele achtergrond is wél van belang bij de constructie van identiteit. De sociale groep 'jongeren' is onder te verdelen in verschillende subgroepen, op basis van etnische achtergrond. Etniciteit is een factor is die door jongeren wordt gebruikt in de beoordeling van zichzelf en anderen: welk oordeel jongeren aan anderen of zichzelf geven is afhankelijk van in hoeverre over de groep waartoe zij anderen of zichzelf rekenen, positieve of negatieve informatie verspreid wordt. Met negatieve informatie doel ik voornamelijk op negatieve representaties in de media. Wanneer de media negatief berichten over leden van een bepaalde etnische groep, kan een gevolg zijn dat álle leden die tot die etnische groep behoren negatief beoordeeld worden. Bij negatieve beeldvorming van een etnische groep zal de motivatie van jongeren die geen lid zijn van die groep, om te 'leren' van die groep, kleiner worden. Recentelijk zijn het in Nederland vooral de Islam en Marokkanen, die negatief in het nieuws verschijnen. Een gevolg hiervan is generalisering of stereotypering. Dit kan weer als gevolg hebben dat het voor jongeren die niet behoren tot de etnische groep Marokkanen, niet interessant is te leren over deze etnische groep. Marokkaanse jongeren, als lid van de negatief gerepresenteerde groep, zullen zich aangesproken voelen wat negatieve gevolgen heeft voor hun zelfbeeld. Deze ontwikkeling komt de interculturele communicatie tussen jongeren niet ten goede.
Dit brengt mij op een tweede kanttekening. Ik heb aangegeven dat alles wat jongeren leren, de basis vormt voor hoe jongeren betekenis geven aan zichzelf en aan de wereld om hen heen. Positieve zelfwaardering en een positieve sociale identiteit zijn voorwaarden voor het bereiken van effectieve interculturele communicatie. Hiervoor is het belangrijk dat de informatie die zij verkrijgen, juist is. Een kenmerk van media is dat zij verschillende of zelfs foutieve versies van de werkelijkheid construeren.

De rol van de media in het dagelijkse leven van jongeren is drieledig: allereerst zijn de media middel voor communicatie, in de tweede plaats zijn de media cultuurdragers omdat zij geconstrueerd zijn in een bepaalde culturele context en als derde zijn de media een onderwijsinstantie, vergelijkbaar met ouders en de school.


Het grootste verschil tussen de media en de overige socialiserende instanties is dat de informatie die jongeren verkrijgen via de media, indirecte ervaringen zijn, in dit geval met leden van een andere cultuur. Deze indirecte ervaringen zijn vaak levensecht wat het voor jongeren aannemelijk maakt het gerepresenteerde als ‘waar’ te beschouwen. Jongeren zijn mediacompetent maar nog niet mediakritisch. De omgang met de media is voor jongeren een vanzelfsprekende dagelijkse bezigheid maar het is moeilijk te controleren welke informatie zij door die omgang met de media verkrijgen en hoe zij deze beoordelen. Dit komt voornamelijk omdat de nieuwe media interactief zijn en het gebruik van Internet bijvoorbeeld de anonimiteit van de gebruiker waarborgt. Ik heb gesproken over twee soorten 'leren'. Als het gaat om 'leren' van de media kan dit in formele situaties zoals op school, bijvoorbeeld door het zoeken op Internet voor het maken van een werkstuk, maar ook in informele situaties zoals thuis bij het televisiekijken of 'chatten'. Juist de formele situatie is geschikt om jongeren te leren wat goede en wat foute informatiebronnen zijn. Tijdens het 'leren' op school is het mogelijk controle uit te oefenen en aandacht te schenken aan goede en foute representaties en positieve en negatieve beoordeling. Wanneer is je beoordeling gebaseerd op de juiste informatie en wanneer niet? Dit zou als basis kunnen dienen voor het zelf 'leren' in de vrije tijd. Concreet houdt dit in dat jongeren op school moeten aanleren hoe zij kritisch en bewust met mediaboodschappen kunnen omgaan. Dit is een doelstelling van media-educatie.
Ik wil aangeven dat in het bereiken van effectieve interculturele communicatie, drie stappen gezet moeten worden. Deze drie stappen zijn noodzakelijk in het bereiken van de positie waarin jongeren een interculturele communicatieve situatie, kunnen beoordelen vanuit twee perspectieven: die van henzelf en die van de ander. De eerste stap is bewustwording van het eigen perspectief oftewel de vorming van een eigen identiteit. De sociale identiteit is hiervoor deels verantwoordelijk. De tweede stap is het bewust worden van het perspectief van de ander. Dit houdt in dat jongeren van elkaar begrijpen op welke informatie de sociale identiteit van de ander gebaseerd is. Wat is het 'basispakket' van de ander? Ik heb in het voorgaande besproken hoe jongeren informatie verkrijgen en op basis hiervan bepalen wie zij zelf willen zijn en wie zij zijn in de ogen van anderen. Het bepalen van de identiteit van de 'ander' gebeurt op basis van dezelfde informatie. Ik ben van mening dat de school een grote verantwoordelijkheid heeft in het uitoefenen van controle op de informatievoorziening van jongeren. Binnen het onderwijs zou erop toegezien kunnen worden dat jongeren op een positieve manier met informatie omgaan. Positieve beeldvorming leidt tot positieve zelfwaardering en waardering voor anderen wat voorwaarden zijn voor het slagen van interculturele communicatie. Mijn mening wordt vertaald in de beschrijving van de ontwikkeling van intercultureel onderwijs. De doelstellingen van intercultureel onderwijs zijn dezelfde als de doelstellingen van interculturele communicatie: het realiseren van de dialoog tussen culturen en het voorkomen van vooroordelen en racistisch gedrag. Ik heb beschreven hoe een univalent educatiebeleid en een pluralistische benadering binnen de klas nodig zijn om deze doelstellingen te laten slagen. De nadruk moet liggen op het creëren van wederzijds begrip op het sociale vlak. Jongeren in de omgang met elkaar leren de positieve elementen kennen van elkaars cultuur door de aandacht niet te vestigen op alleen de verschillen tussen jongeren maar ook de overeenkomsten. Jongeren zijn uiteindelijk allemaal lid van dezelfde sociale groep.



1   ...   14   15   16   17   18   19   20   21   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina