Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina19/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   25

5.2 Media-educatie als instrument voor ‘Leren’


Ik heb mij afgevraagd hoe media-educatie als middel kan worden ingezet om de voorwaarden voor interculturele communicatie te bereiken. Media-educatie heeft twee belangrijke algemene doelstellingen, gebaseerd op twee dominante benaderingen van media-educatie namelijk mediacompetentie, gebaseerd op de communicatieve benadering, en het bereiken van een kritisch bewustzijn ten opzichte van de media (media literacy) wat gebaseerd is op de sociale benadering. Deze twee doelstellingen komen overeen met de twee algemene leerdoelen binnen de basisvorming: leren communiceren en het werken aan vakoverstijgende thema's. Deze leerdoelen vormen gezamenlijk de basis voor interculturele communicatie.
Ik heb in het voorgaande uiteen gezet hoe de leefwereld van jongeren bijdraagt aan hun persoonlijke ontwikkeling en daarmee hoe een positieve benadering van de leefwereld van belang is voor het slagen van interculturele communicatie. Omdat het VMBO cultureel divers is, heeft media-educatie niet alleen de taak om over de media te onderwijzen, maar kan het ook worden ingezet in het leren van cultuur. Media-educatie zou ingezet moeten worden om kennis en inzicht in etnische verhoudingen te bevorderen. Dit is de interculturele benadering van media-educatie.
De derde stap in het intercultureel communicatief vaardig worden is de vaardigheden aanleren om binnen de communicatieve situatie aan te geven waar je grenzen liggen: wat accepteer je wel en niet van de ander wanneer het gaat om normen, waarden en gedragsvormen. Dit leidt tot een dialoog waarin cultuur niet genegeerd wordt maar juist ter sprake kan komen zonder dat dit tot vooroordelen leidt.
Ik maak een terugkoppeling naar de voorwaarden voor interculturele communicatieve competentie. Shadid geeft aan dat het noodzakelijk is dat iemand communicatief vaardig is, voordat de aandacht gelegd kan worden op of deze persoon in een interculturele communicatieve situatie kan slagen oftewel: communicatieve vaardigheden gaan vooraf aan interculturele communicatieve competentie. Daarna kan de aandacht gelegd worden op zogenaamde 'beoordelingsvaardigheden' die in de derde stap van toepassing zijn. Dit is te koppelen aan de drie vormen van media-educatie. De actieve en interactieve vorm van media-educatie zijn gericht op het zelf construeren van mediaboodschappen. Interactieve media-educatie heeft als bijkomstigheid dat de gebruiker niet alleen boodschappen construeert, maar ook direct communiceert met het medium. Bij de passieve vorm gaat het om het kunnen deconstrueren van media-uitingen. Bij interculturele communicatie gaat actief vooraf aan passief. Dit betekent dat de vorm van media-educatie gericht moet zijn op het aanleren van mediavaardigheden, waar communicatieve vaardigheden deel van uit maken, en daarna op het kunnen plaatsen van representaties in een context.

5.3 ‘Leren’ in de praktijk


Mijn vraag is nu hoe dit er in de praktijk uit moet zien. Ik heb in de vorige paragrafen twee soorten 'leren' onderscheiden en aangegeven dat leren in formele situaties als basis kan dienen voor het leren in informele situaties. Dit kan in de praktijk gebracht worden door in een formele situatie (in de klas) aandacht te besteden aan dat wat jongeren leren van de media in informele situaties. Media-uitingen zijn een geschikt communicatiemiddel: aan de hand van media-uitingen kunnen jongeren onderling met elkaar een dialoog aangaan, waardoor de voorwaarden voor interculturele communicatieve competentie kunnen worden bereikt. Waar moet rekening mee gehouden worden?


  1. De sleutelaspecten van Bazalgette moeten zowel bij (inter)actieve als passieve media-educatie centraal staan: Wie heeft deze boodschap geproduceerd en waarom? Wat voor soort boodschap is dit? Hoe is de boodschap gemaakt, via welk medium? Binnen welke context is de boodschap ontstaan en hoe moet deze boodschap gelezen worden? Voor wie is deze boodschap bedoeld? hoe kan deze boodschap in zijn context geïnterpreteerd worden?

  2. Om effectieve interculturele communicatie tussen jongeren van verschillende etniciteiten te bereiken, moet de nadruk liggen op gemeenschappelijke thema’s. De gemeenschappelijke thema’s van jongeren op het VMBO zijn verbonden aan populaire cultuur: media, maar ook muziek en kleding. Etnische groepen hebben vaak een gemeenschappelijke stijl wat het uiterlijk van de groep bepaalt en daarmee de sociale identiteit. Ook zijn er overeenkomsten aan te wijzen in het ‘basispakket’: geloof, normen en waarden, taal en gedrag. Wat centraal moet staan in de verwezenlijking van een media-educatief model is het leren over elkaars ‘basispakket’. Informatie waar jongeren vragen over hebben, zich over irriteren, of die hen interesseert, moet als uitgangspunt dienen voor de inhoud van die mediaboodschappen.

  3. Binnen de vakken Nederlands, Moderne Vreemde Talen, Drama en Muziek, Aardrijkskunde en Geschiedenis kunnen thema’s aan de orde komen zoals taal, politieke dilemma’s, eetgewoontes, uitoefening van geloof en culturele waarden, die terugkeren in de sociale omgeving van jongeren. Dergelijke thema’s kunnen aangewend worden voor media-educatieve opdrachten: vanuit de lesstof kan de docent de leerlingen de opdracht geven een thema vanuit een persoonlijk standpunt te bespreken. De media kunnen hier voor gebruikt worden: het maken van een werkstuk op Internet, een filmpje, een fotocollage of een presentatie zijn media-activiteiten waarbij de nadruk ligt op de zelfbeleving van jongeren. Ook informatie uit de media kan gebruikt worden bijvoorbeeld muziekvideo’s, foto’s uit de krant of een site op het Internet.

  4. De belangrijkste media voor informatievoorziening in het dagelijkse leven van jongeren zijn televisie en de computer met het Internet. Voor de realisering van media-educatie betekent dit dat in de klas niet meer de nadruk gelegd hoeft te worden op mediavaardigheden in de zin van hoe de media gebruikt kunnen worden, jongeren zijn hierin vaak verder gevorderd dan hun docenten of ouders. Wel kunnen zij leren hoe zij hun mediavaardigheden kunnen omzetten in het bewust construeren van mediaboodschappen. De 6 sleutelaspecten moeten terugkomen in het product. Het leren omgaan met media die in het dagelijkse leven minder aanwezig zijn, zoals een filmcamera, kan gerealiseerd worden door deskundige hulp van buitenaf.

  5. In de klas moet ruimte gecreëerd worden voor jongeren om met elkaar in dialoog te kunnen gaan over de thema’s. Evaluatie in de klas maakt de dialoog mogelijk. Er is een belangrijke rol voor de docent weggelegd: docenten moeten de belangrijkste initiatiefnemers zijn in de stimulering van de dialoog tussen de leerlingen in een klas. Zij kunnen voorzien in het materiaal dat nodig is om de media op een actieve en creatieve manier in de klas te gebruiken en zijn de discussieleiders in de communicatieve situaties in de klas. Ook hier kunnen de sleutelaspecten worden gebruikt. De mediaproducten worden vertoond en de leerlingen hebben de mogelijkheid om vragen te stellen of opmerkingen te maken over vorm en inhoud.

  6. De school moet in nauw verband samenwerken met de aanwezige instellingen die didactisch materiaal en deskundige hulp kunnen verschaffen. De meeste instellingen werken vanuit de overheid of worden gesubsidieerd door de overheid. De communicatie met andere scholen kan door deze instellingen in stand worden gebracht.

Om mijn visie kracht bij te zetten zal ik een media-educatief project als illustratie gebruiken. Children in Communication About Migration (CHICAM) is een project wat duidelijk overeenkomsten vertoont met de interculturele benadering van media-educatie zoals ik deze in dit onderzoek beschreven heb. Het doel van dit project is om de media in te zetten als instrument, waardoor vluchtelingen- en migrantenkinderen uit verschillende landen hun ervaringen met leeftijdsgenoten, school, familie en interculturele communicatie kunnen representeren. De kinderen maken in groepsverband of individueel mediaproducten (filmpjes, foto’s) die in groepsverband besproken worden. CHICAM wordt begeleid door mediawetenschappers en docenten die de kinderen wegwijs maken in het gebruik van media. Hoe bedien je een camera en welke mogelijkheden zijn hieraan verbonden? Aan de hand van thema’s, zoals vriendschap en discriminatie, krijgen de kinderen de opdracht om filmpjes te maken. Daarna wordt met de kinderen individueel, maar ook binnen de groep, gepraat over het thema: wat betekent vriendschap voor jou? De producten worden online gezet, waardoor discussie met leden van de andere CHICAM-clubs mogelijk wordt. Vragen die gesteld worden hebben betrekking op de inhoud en de vorm van de mediaproducten. Op deze manier leren de kinderen van elkaar hoe zij over universele onderwerpen nadenken en hoe zij daarin, ondanks hun verschillende culturele achtergrond, daarin overeenkomen. De voorwaarden voor interculturele communicatie zijn in dit project gerealiseerd: bewustwording van jezelf en van de ander en het kunnen aangaan van de dialoog.


Media-educatie is nog geen integraal onderdeel binnen het Nederlands onderwijscurriculum. De overheid is bereid om initiatieven en projecten te financieren om de ontwikkeling van media-educatie binnen het onderwijs te laten slagen. Er zijn in Nederland genoeg aanknopingspunten voor onderwijsinstellingen om binnen hun eigen onderwijssysteem met de media bezig te kunnen zijn. Het is in Nederland mogelijk om media-educatie als vast onderdeel binnen het VMBO in te zetten, maar dan zou iedere school vrij moeten zijn in het maken van keuzes op welke manier dit gebeurt. De doelstellingen van media-educatie zijn gemeenschappelijk, de uitwerking ervan niet.

Van Thijn sprak over het streven naar gemeenschappelijkheid. Ik denk dat die gemeenschappelijkheid niet moet gaan over het streven naar gelijke normen, gedragspatronen of naar een gelijk onderwijsbeleid in Nederland. Het is in Nederland onmogelijk om één onderwijsbeleid te voeren, scholen onderling verschillen van elkaar in grootte, klassensamenstelling en niveau. Wanneer er gesproken wordt over gemeenschappelijkheid moet de nadruk liggen op ieders vrijheid in het creëren van zijn of haar eigen culturele identiteit, met de nadruk op wederzijds begrip en dat er consensus over moet bestaan dat dit niet hoofdzakelijk negatieve gevolgen hoeft te hebben. 'Verschil' heeft vaak een negatieve lading, door het kleiner maken van verschillen krijgen vooroordelen minder kans. Ik denk dat met een positieve benadering van verschil, dit resultaat eerder te bereiken is. Hiervoor moet uitgegaan worden van de bestaande verschillen. In het VMBO bestaat verschil in cultuur tussen jongeren onderling. Laat de behoeftes van jongeren zelf centraal staan, laat hen zoeken naar wat zij interessant vinden en wat niet, maar laat er ook ruimte zijn voor discussie. Op deze manier worden de drie stappen naar interculturele communicatie gezet: Leer wie je bent, leer wie anderen zijn en leer daarover praten!




1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina