Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina20/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   25



6 Werkwijze en reflectie

Mijn keuze voor het onderwerp van deze scriptie is omvangrijk, wat het noodzakelijk maakte mijn onderzoek te verdelen in vier hoofdstukken. Ieder hoofdstuk behandelt een nieuw onderwerp en de samenhang tussen de hoofdstukken komt in hoofdstuk 5 naar voren. Ik heb de meeste moeite gehad met het vinden van een lijn binnen mijn onderzoek. Ik heb steeds opnieuw moeten zoeken naar hoe literatuur over de verschillende onderwerpen van belang kon zijn voor de beantwoording van mijn hoofdvraag, die de vier onderwerpen aan elkaar verbindt. De hoofdvraag heeft als rode draad gefungeerd. In de eerste instantie ben ik uitgegaan van media-educatie als onderwerp van mijn scriptie. Al gauw bleek dit niet het geval. Mijn onderzoek gaat niet over media-educatie als doel, maar media-educatie als middel. Ik ben mijn scriptie begonnen met het beschrijven van de Nederlandse multiculturele samenleving en de situatie in het onderwijs, specifiek het VMBO. Met dit hoofdstuk heb ik aangegeven dat de cultureel diverse omgeving van jongeren een feit is en dat dit niet genegeerd mag worden. Hoofdstuk 3 heeft hetzelfde doel gehad als hoofdstuk 1: aangeven wat de context is waarbinnen media-educatie als instrument moet worden ingezet. Ik ben niet ingegaan op gedetailleerde informatie over de diverse aanwezige culturen en culturele verschillen in normen en waarden omdat deze niet eenduidig zijn en ik niet wil generaliseren. Ik vond het voldoende aan te geven dat er verschil bestaat op diverse niveaus, en vond het niet noodzakelijk deze verschillen uit te diepen. Dit geldt ook voor het onderwerp interculturele communicatie. Hoofdstuk 2 bevat verschillende algemene theorieën die binnen de literatuur nooit zijn toegepast op de doelgroep jongeren. Omdat ik de beschrijving van de doelgroep algemeen heb gehouden heb ik de theorieën over cultuur en communicatie gemakkelijk kunnen toepassen op de doelgroep.

Ik heb het onderwerp ‘representaties van cultuur’ maar kort besproken, hoewel ik wel heb aangegeven dat beeldvorming door de media invloed heeft op de identiteit van jongeren. Het is voor mijn onderzoek voldoende geweest aan te geven dat de media subjectief zijn en dat recent onderzoek naar negatieve beeldvorming in de media aangeeft dat minderheden in Nederland in de media vaak het onderspit delven. Nagaan hoe jongeren van verschillende etniciteiten in de media worden gerepresenteerd zou mijn onderzoek té omvangrijk maken. Dit is ook de reden waarom ik mijn theoretisch kader vooral heb gebaseerd op theorieën die mijn standpunt verduidelijken. Mijn theorie wat betreft interculturele communicatie wordt bepaald door de visies van Vink, Pinto, Hofstede en Shadid. Ik vond dat vooral Pinto en Hofstede tekort schoten in hun modellen voor interculturele communicatieve vaardigheden en heb aansluiting gevonden bij Shadid en Vink, die sterk de persoonlijke dimensie van communicatie benadrukken. Juist de persoonlijke kant van communicatie is wat dit onderwerp interessant maakt maar dit is óók de factor die de communicatie tussen jongeren kan bemoeilijken, ongeacht culturele achtergrond. Bij het onderwerp media-educatie heb ik de sociale en communicatieve benadering centraal gesteld, waardoor ik gemakkelijk kon toewerken naar een praktische beschrijving van media-educatie als instrument. Vrijwel alle literatuur die te vinden is over het onderwerp media-educatie is interessant maar ik heb niet alles kunnen gebruiken. De keuzes die ik gemaakt heb, hebben het onderwerp voor mij verduidelijkt.

In mijn zoektocht naar een vorm voor media-educatie heeft de persoonlijke dimensie centraal gestaan. Ik heb gemerkt dat de Nederlandse maar ook andere nationale overheden betrokken zijn bij de culturele diversiteit binnen het onderwijs en de invulling van media-educatie, maar dat dit nauwelijks verder komt dan een uitwerking op papier. Het gat tussen theorie en praktijk is nog lang niet gedicht. Ik ben van mening dat vanuit de persoonlijke dimensie gewerkt moet worden. De leerdoelen en vaardigheden die aan het onderwijs verbonden zijn kunnen bereikt worden door dicht bij de leefwereld van jongeren te blijven en de mogelijkheden binnen een specifieke onderwijssituatie te benutten. Dit is het uitgangspunt geweest voor het schrijven van mijn conclusie en het vinden van een antwoord op de hoofdvraag. Ik heb voor deze vorm gekozen omdat ik op deze manier de vier verschillende onderwerpen aan elkaar kon verbinden. Ik ben uitgekomen bij een visie op media-educatie als instrument in een cultureel diverse context. Ik ben van mening dat deze visie een geschikt uitgangspunt is van waaruit media-educatieve projecten gerealiseerd kunnen worden.146 De veranderende onderwijssituatie vanaf het schooljaar 2006/2007 en de aandacht voor ICT-onderwijs kunnen nieuw perspectief bieden op de invulling van lesuren, en de keuze voor didactische werkvormen. Een praktische maar ook interculturele benadering is wenselijk.

7 Bijlagen

Deze Bijlage fungeert als illustratie bij het media-educatief concept. Het bestaat uit de beschrijving van verschillende instellingen in Nederland en gerealiseerde projecten ten behoeve van interculturele media-educatie.


Instellingen


Zowel het Platform, de Stuurgroep als de Stichting media-educatie zijn overkoepelende organisaties en opereren op landelijk niveau. Vanuit het Platform en de Stuurgroep, worden andere instellingen gemotiveerd materiaal en werkvormen te ontwikkelen die bruikbaar zijn in verschillende onderwijssituaties. Zoals eerder genoemd moet bij deze instellingen gedacht worden aan omroepen, mediatheken, nieuwe mediaorganisaties, steunpunten voor cultuureducatie, educatieve uitgevers en filmorganisaties. Ik zal hieronder kort aangeven welke instellingen dit zijn en wat hun doelstelling en werkwijze is. Omdat er talloze instellingen zijn op zowel landelijk, regionaal als lokaal niveau, beperk ik mij tot de instellingen die landelijk actief zijn en van belang zijn bij de invoering van media-educatie in het VMBO. De meeste instellingen zijn via Internet te bereiken. Het gebruiksgemak van Internet zorgt dat kennis, informatie en ook bijvoorbeeld lespakketten snel binnen het bereik van docenten zijn.147


  • Teleac/NOT heeft als doelstelling kinderen, jongeren en volwassenen educatie aan te bieden door middel van kwalitatief hoogwaardige educatieve radio- en televisieprogramma's gericht op scholing en vorming, bij voorkeur multimediaal ondersteund.148 Schooltv staat voor multimediale projecten. Alle tv-programma's hebben begeleidend materiaal. Afhankelijk van het project bestaat dat uit een handleiding voor docenten en leerlingenmateriaal, cd, cd-rom en de websites. Via de Internetsite kunnen leerlingen zelfstandig het Internet op en informatie zoeken en testen doen.




  • Miramedia, voorheen Stichting Omroep Allochtonen (STOA). Mira Media streeft naar gelijkwaardige deelname van etnisch culturele minderheden in de audiovisuele media op alle functieniveaus. Daarnaast zet de organisatie zich in voor een kleurrijke programmering.149 Miramedia verzorgd cursussen en workshops door het hele land waarin media en multiculturaliteit centraal staan.




  • Het Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF) is een landelijke netwerkorganisatie die met diverse partijen in de film- en onderwijswereld samenwerkt aan het ontwikkelen van filmeducatieve activiteiten voor kinderen, jongeren, studenten, volwassenen en docenten.150




  • Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid beheert een zeer omvangrijke en veelzijdige AV-collectie. Het instituut legt zich erop toe om zowel professionele gebruikers als particulieren op verschillende wijzen toegang tot deze collecties te verschaffen. De educatieve producten van Beeld en Geluid hebben als uitgangspunt het kundig, creatief en kritisch leren omgaan met audiovisuele materialen.151




  • Stichting Kijken zich bezig met het ontwikkelen van de kijkvaardigheid; het leren verwerken van visuele informatie; het leren genieten van het visuele; het presenteren van het visuele. Hierdoor wordt bewust en kritisch mediagebruik gestimuleerd.152




  • Het Expertisecentrum Jeugd en Media doet onderzoek naar kinderen en media. De onderzoeksrapporten en artikelen van het centrum zijn op de site te vinden. Doel is een goed media-aanbod voor de jeugd bevorderen, en ouders en andere opvoeders steunen bij de mediaopvoeding.153




  • Kennisnet is dé Internetorganisatie voor het primair, voortgezet en beroepsonderwijs. Het laat leerlingen en docenten kennis maken met de enorme mogelijkheden van Internet voor het onderwijs.154 Kennisnet faciliteert en stimuleert het online leren. Via www.kennisnet.nl kunnen organisaties hun onderwijs gerelateerde diensten aanbieden. Met de diensten van Kennisnet wordt educatief webmateriaal geordend en transparant, veilig en op maat aan de gebruiker aangeboden.




  • SLO helpt met de inhoud, de organisatie en de toetsing van het onderwijs. De belangrijkste functie van SLO is ondersteunen en adviseren van docenten, opleiders, managers en beleidsmakers. Het vertaalt het onderwijs -en opleidingsbeleid en pedagogisch-didactische ontwikkelingen naar de dagelijkse praktijk in klaslokalen, voorlichtingscentra, kantoren en op andere plekken waar het draait om informatieoverdracht en vormgeven aan leerprocessen.155




  • Cultuurnetwerk Nederland is het landelijke expertisecentrum voor cultuureducatie. De taak van deze instelling is het verzamelen van kennis en informatie over theorie, beleid en praktijk van cultuureducatie en dit door onderzoek uit te breiden. De website speelt een centrale rol in het toegankelijk maken van deze kennis. Cultuurnetwerk Nederland werkt voor iedereen die in werk of in studie met cultuureducatie te maken heeft.156 Het cultuurnetwerk heeft een loketfunctie: Scholen met vragen over het formuleren van een goed cultuurbeleid, de inbedding hiervan in het onderwijs en het vinden van goede voorbeelden etc. kunnen hier terecht.




  • De Stichting Media-Educatie wil zich praktijkgericht bezig houden met de problematiek die rondom media-educatie bestaat. Haar belangrijkste doelgroep is het onderwijs, omdat daar de basis wordt gelegd voor de mediacompetentie van de toekomst; jonge mensen moeten leren bewust, kritisch en selectief om te gaan met de vele media(boodschappen) die hen omringen.157 Deze doelstelling moet bereikt worden door het verzamelen van informatie over media-educatie, het coördineren van bij- en nascholingen voor docenten, ontwikkelen van trainingsmateriaal en het geven van voorlichting over media-educatie. In samenwerking met andere maatschappelijke organisaties wil stichting media-educatie ook bijdragen aan de beleidsvorming.

Op Internetsites van de bovengenoemde instellingen staan vaak verwijzingen ('links') aangegeven naar andere instellingen met gelijke doelstellingen. Sommige instellingen zijn alleen voor docenten interessant, maar anderen hebben ook een 'ingang' ('portal') voor leerlingen. Door aansluiting bij de projectgroepen wordt de samenwerking tussen de instellingen bevorderd.


De instellingen en hun doelstellingen kunnen als volgt worden weergegeven:





Advies/beleid

Materiaal

Docenten

Leerlingen

Teleac/NOT

Nee

Ja

Ja

Ja

Miramedia

Nee

Ja

Ja

Ja

NIF

Nee

Ja

Ja

Ja

Beeld en Geluid

Nee

Ja

Ja

Ja

Stichting Kijken

Nee

Ja

Ja

Nee

Jeugd en Media

Ja

Nee

Ja

Nee

Kennisnet

Nee

Ja

Ja

Ja

SLO

Ja

Ja

Ja

Nee

Cultuurnetwerk NL

Ja

Ja

Ja

Nee

Stichting media-educatie

Ja

Ja

Ja

Nee

Advies/beleid: Houdt de instelling zich op een bepaalde wijze bezig met het formuleren van beleid, het doen van onderzoek of het inventariseren van educatief materiaal?

Materiaal: Is via deze instelling lesmateriaal beschikbaar?

Docenten: Kunnen docenten bij deze instelling terecht voor vragen met betrekking tot mediaonderwijs?

Leerlingen: Worden er door deze instelling diensten aangeboden, speciaal voor leerlingen in het voortgezet onderwijs?



1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina