Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina3/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25



1 Cultuur en Onderwijs in Nederland

Dit onderzoek gaat over de mogelijkheden van media-educatie als stimulans voor interculturele communicatie in het voortgezet onderwijs. Media-educatie ten behoeve van interculturele communicatie heeft te maken met onderwijs, de samenleving en cultuur. In Nederland wonen iets meer dan 3 miljoen allochtonen, uit alle hoeken van de wereld, uit verschillende culturen. De multiculturele samenleving vraagt om een andere manier van communiceren. Het is onvermijdelijk dat de manier van omgaan met elkaar verandert als gevolg van de groeiende culturele diversiteit. Het is van belang dat iedereen zich bewust is van die diversiteit en daar ook mee leert om te gaan. In het onderwijs is plaats om hierover te leren. Interculturele communicatie gaat over de uitwisseling van en het leren over elkaars normen, waarden en gebruiken.


In het eerste deel van dit hoofdstuk zal Nederland als multiculturele samenleving besproken worden. Multicultureel verwijst naar het naast elkaar bestaan van verschillende culturen, de term intercultureel naar de communicatie tussen die culturele groepen. Het artikel van Baumann bespreekt in hoeverre cultuur veranderlijk is of juist een vaststaand gegeven is en daarmee of multiculturaliteit mogelijk is. Is het terecht dat Nederland multicultureel genoemd wordt? En hoe kan daar mee worden omgegaan? Van Thijn schetst vier scenario's van hoe een overheid met culturele diversiteit in een land kan omgaan. Welk scenario is op Nederland van toepassing? Hoe denkt men in Nederland over de invulling van cultuur in de samenleving?
Mijn aandacht gaat vooral uit naar het onderwijs. Het ministerie koppelt onderwijs en cultuur aan elkaar, hoe ziet dat er in de praktijk uit? Hoe zijn cultuur en interculturaliteit in het onderwijs terug te vinden? Hier gaat het tweede deel van dit hoofdstuk over. In de publicatie Cultuur en school van het ministerie van OC&W wordt aandacht besteed aan de wisselwerking tussen cultuur en onderwijs: “Cultuur en onderwijs zijn geen gescheiden werelden. Zij zijn onverbrekelijk met elkaar vervlochten, zij stimuleren en beïnvloeden elkaar".1 Wanneer de samenleving verandert, zal het onderwijs mee veranderen. Dit is gebleken uit de ontwikkeling van intercultureel onderwijs vanaf de jaren '70. Fase beschrijft de verschillende typen beleidsvoering van 1970 tot eind jaren '80. Hoe heeft intercultureel onderwijs zich daarna ontwikkeld? Welke trends in beleid in het onderwijs zijn aan te wijzen? Hoe kunnen scholen inspelen op de culturele diversiteit?
Daarna zal specifiek worden ingegaan op één onderwijsvorm, namelijk het VMBO. Deze vorm staat centraal in dit onderzoek. Om een media-educatief concept te kunnen ontwikkelen voor deze vorm van onderwijs is het in de eerste plaats noodzakelijk te onderzoeken binnen welke vakken mogelijk ruimte is voor media-educatie.
Dit hoofdstuk geldt als context voor mijn onderzoek. Na de bespreking van de drie bovengenoemde onderwerpen zal een duidelijk beeld ontstaan van hoe cultuur en interculturaliteit in Nederland een rol spelen, en dan voornamelijk in het onderwijs.

1.1 Nederland als multiculturele samenleving


De samenstelling van de bevolking in West-Europa, en dus ook in Nederland, is de laatste decennia sterk veranderd door migratie. Immigranten in Nederland komen uit verschillende gebieden in de wereld, die zich tijdens verschillende periodes in Nederland hebben gevestigd.

Pas na de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland structureel te maken met een instroom van migranten, ook wel 'allochtonen', 'minderheden' of 'etnische groepen' genoemd. Gruppelaar2 onderscheidt 4 soorten groepen migranten. Direct na de oorlog kwamen er veel migranten uit de voormalige koloniën van het Nederlands Koninkrijk naar Nederland toe, In de jaren '50 waren dit mensen uit Nederlands-Indië en Molukkers. Vanaf de jaren '70 waren het migranten uit Suriname en van de Antillen die naar Nederland trokken. Een tweede groep migranten zijn de gastarbeiders. In de jaren '50 komt deze stroom op gang met migranten uit Italië en Spanje, en later uit Marokko en Turkije. Veel van deze migranten hebben zich, vaak samen met hun gezin, permanent in Nederland gevestigd. De derde groep zijn (politiek) vluchtelingen en asielzoekers die voor hun veiligheid naar Nederland komen en als laatste noemt Gruppelaar de migranten als gevolg van het vrije verkeer binnen de Europese Unie. De bevolkingssamenstelling van Nederland is door de migratiestromen ingrijpend veranderd. Wanneer in dit onderzoek de term allochtonen, minderheden of etnische groepen wordt gebruikt, verwijs ik daarmee naar de migrantengroepen zoals Gruppelaar deze beschrijft.


In dit onderzoek wordt uitgegaan van Nederland als een multiculturele samenleving. De vraag of Nederland wel een multiculturele samenleving is, is nog steeds onbeantwoord. De oorzaak ligt bij de grilligheid van het begrip cultuur. Volgens sommigen is de multiculturele samenleving al een feit: er leven immers steeds meer mensen van verschillende etnisch-culturele achtergrond in Nederland, zonder grote spanningen of conflicten. Anderen vinden dat er van een 'echte' multiculturele samenleving pas sprake kan zijn als er niet alleen sprake is van en min of meer vreedzaam naast elkaar leven, maar ook van wederzijdse erkenning en begrip, van gelijkwaardigheid, van integratie van minderheden en 'van een andere kijk op de kleur van een Nederlander'. Er is erkenning voor de culturele diversiteit in Nederland, de aandacht verschuift nu naar de wisselwerking tussen de aanwezige culturen, waarmee de focus komt te liggen op de communicatie tussen culturen en gestreefd wordt naar een interculturele benadering van cultuur.

1.2 Multiculturaliteit en interculturaliteit


Baumann schreef het artikel Culture: having, making or both?3. Hierin benadert hij multiculturaliteit als een driehoek van verschillende elementen. Deze elementen zijn nationaliteit als cultuur, etniciteit als cultuur en religie als cultuur. Deze drie elementen bepalen iemands cultuur, maar kunnen ook aan verandering onderhevig zijn. Is cultuur iets wat iemand heeft en dat vaststaat of is cultuur onderhevig aan constante verandering? Baumann beschrijft twee theorieën over cultuur; de essentialistische theorie en de procestheorie.
De essentialistische theorie richt zich op nationale culturen, etnische culturen en religieuze culturen als voltooide objecten. Cultuur is iets wat men heeft, waar men deel van uitmaakt. Deze theorie verwaarloost echter het feit dat we allemaal deel uitmaken van meer dan één cultuur.

Bij de procestheorie wordt cultuur benaderd als een altijd veranderend verschijnsel. De twee theorieën zijn niet tegenovergesteld, de procestheorie omvat impliciet de essentialistische theorie. Er bestaan in een multiculturele samenleving meerdere culturen naast elkaar, die elkaar beïnvloeden: mensen kunnen elementen van elkaars cultuur overnemen. In die zin is cultuur aan verandering onderhevig.


Baumann onderscheidt twee vormen van multiculturaliteit, namelijk 'difference multiculturalism' en 'critical multiculturalism'. Bij het eerste wordt cultuur als een stabiel verschijnsel gezien dat niet zal veranderen en waarbij sociale, politieke en economische omstandigheden buiten bereik blijven. De nadruk ligt vooral op etnische kenmerken van cultuur. Baumann koppelt deze vorm aan de essentialistische theorie. 'Critical multiculturalism' ziet cultuur als een altijd veranderend fenomeen, dat wordt benaderd vanuit de sociale, economische en politieke flexibiliteit van een samenleving. Baumann koppelt deze vorm aan de procestheorie.4
Baumann gebruikt alleen het begrip multicultureel. De procestheorie echter, gaat uit van communicatie tussen culturen en is dus een interculturele benadering. Volgens Baumann is het niet zo dat multiculturaliteit en interculturaliteit twee losstaande begrippen zijn. We kunnen de essentialistische theorie een multiculturele benadering noemen: het bestaan van meerdere culturen naast elkaar wordt erkend. De procestheorie is een interculturele benadering. Nu maakt Baumann een punt door te zeggen dat er een wisselwerking bestaat tussen de procestheorie en de essentialistische theorie. Cultuur is een veranderend verschijnsel waar iedereen in een multiculturele omgeving aan onderhevig is, maar een gedeelte van iemands cultuur staat vast. De overlevering van geschiedenis, normen en waarden van ouders op hun kinderen vormt de basis voor de dominante cultuur waartoe iemand behoort. Maar mensen erkennen het bestaan van andere culturen waarvan men dingen kan leren of zelfs overnemen. Op deze manier maken mensen gebruik van beide theorieën van cultuur. Baumann noemt dit 'dubbel competent'. Culturele verschillen zijn volgens Baumann dan ook niet gegeven door de natuur, maar ontstaan door sociale interactie. In het interactieproces ontdekken mensen welke verschillen aanwezig zijn. Het erkennen van het bestaan van onderlinge verschillen is een basisvoorwaarde in het bereiken van het ideaal van een multiculturele samenleving.
In dit onderzoek ga ik uit van de theorie van Baumann. Hoewel de Nederlandse samenleving nog niet volgens iedere definitie multicultureel genoemd mag worden, komen we in het dagelijkse leven met tal van culturele uitingen in aanraking. Zoals eerder aangetoond, is Nederland in bevolkingssamenstelling enorm veranderd. Autochtone Nederlanders delen het nationale erfgoed (kunst, geschiedenis, taal) wat de basis zal blijven van de Nederlandse cultuur. De theorie van Baumann geeft aan dat het onvermijdelijk is dat onze cultuur verandert door de komst van andere culturen. Mensen zullen, door directe of indirecte ervaringen met andere culturen, elementen van die culturen overnemen of ervan leren.
Communiceren met mensen van een andere cultuur is in Nederland bijna geen kwestie meer van kiezen. Van Thijn gaat in zijn rede Ons kostelijkste cultuurbezit5 in op de verschillende manieren waarop we in Nederland om kunnen gaan met cultuur. De focus ligt op tolerantie en wederzijds begrip. De overheid moet verantwoordelijk geacht worden voor de realisering van cultureel begrip in alle sectoren van de samenleving. Van Thijn schetst een intercultureel scenario dat de overheid zou kunnen hanteren met betrekking tot de vorming van de Nederlandse culturele samenleving. In zijn rede bespreekt hij vier mogelijke scenario's, waarvan het interculturele scenario zijn voorkeur heeft. Het eerste scenario is het segregatiescenario. Hiermee wordt bedoeld dat sommige culturen zich afschermen binnen de Nederlandse samenleving. Voorbeelden hiervan zijn zwarte en witte scholen en een duale arbeidsmarkt. Het tweede scenario is gericht op inburgering en integratie. In 1997 was dat het scenario waar de Nederlandse overheid zich aan kon meten. Het model gaat uit van een plurale samenleving, waarin alle burgers als individu gelijke rechten en plichten hebben en waarin gemeenschappelijke normen en waarden gelden. Het derde scenario is het verzuilingsmodel. Het gaat hier om behoud van eigen identiteit en wordt er eerst emancipatie in eigen kring gerealiseerd voordat er interactief wordt omgegaan met andere culturen. Subculturen blijven naast elkaar bestaan maar blijven wel vreemd voor elkaar. Dit scenario staat dicht bij het segregatiescenario, en belemmert economische en sociale integratie.
Het vierde scenario is het interculturele scenario, dat zich baseert op een samenleving waarin het recht van iedere burger vooropstaat om op eigen wijze invulling te geven aan de eigen identiteit, al dan niet in groepsverband. Hierin heeft geen enkele groep heeft de wil om te domineren en wederzijds respect en een gemeenschappelijk respect voor de grondwet heersen.
Het interculturele scenario van van Thijn gaat echter nog een stapje verder dan het in stand brengen van de communicatie tussen culturen. Mijn interpretatie van het interculturele scenario is dat men opnieuw moet kijken waar culturen overeenkomen en aan de hand daarvan een nieuwe gemeenschappelijkheid kan creëren, waarmee iedereen zich verbonden voelt, ongeacht culturele identiteit. Ik denk dat iedereen kennis kan nemen en kan leren over elkaar, ongeacht taal, geloof, opleiding, etniciteit, geslacht, huidskleur etc. als daar de juiste middelen voor aangereikt worden. Van Thijn pleit voor tolerantie voor andere culturen, die door de overheid moet worden overgebracht in alle sectoren van de samenleving. Het verschil met het tweede scenario, of met de procestheorie van Baumann, is dat in het interculturele scenario wordt gestreefd naar iets gemeenschappelijks. We zijn met verschillende culturen in één land aanwezig, en dat zou in alle sectoren moeten terugkomen. In het tweede scenario, waar de aandacht ligt op inburgering en integratie, wordt nog uitgegaan van een bepaalde keuze die mensen kunnen maken: het bestaan van andere culturen wordt erkend, maar men heeft de keus om intercultureel te communiceren. Volgens van Thijn zorgt die keuze juist voor maatschappelijke ongelijkheid en sociale uitsluiting. In het interculturele scenario is die keuze er niet maar wordt iedereen, allochtoon of autochtoon, gewezen op de aanwezigheid van verschillende culturen en daarmee op normen, waarden en gedragspatronen. “Een manier van samenleven, pluraal, maar met een aantal gemeenschappelijk ontwikkelde bouwstenen, waar we ook een beetje trots op kunnen zijn. Want trots zijn op en je thuis voelen in een samenleving is mede bepalend voor het gevoel van eigenwaarde en dat is bepalend voor je houding ten opzichte van de samenleving en belangrijker nog, je medeburgers".6 Een nieuwe gemeenschappelijkheid is niet waarnaar gestreefd zou moeten worden, maar wel naar hoe culturen binnen één gemeenschap van elkaar kunnen leren en welke middelen daarvoor nodig zijn. Mijn visie op cultuur komt meer overeen met de procestheorie van Baumann. Er blijft altijd een dominante cultuur blijft bestaan, vooral wanneer er een culturele meerderheid in een land aanwezig is. Het is mogelijk dat culturen en culturele identiteiten veranderen, maar het creëren van een gemeenschappelijkheid is dan een grote volgende stap. De autochtone bevolking van een land heeft al een gemeenschappelijkheid wat bestaat uit onder andere geschiedenis en taal. In Nederland is er nog steeds sprake van een dominantie van de Nederlandse cultuur over andere culturen die in Nederland voorkomen, en dit is ook niet erg. De manier waarop naar gemeenschappelijkheid gestreefd kan worden is dat iedere inwoner van Nederland recht heeft op dezelfde behandeling en dezelfde rechten heeft, zoals het recht op onderwijs.
Het onderwijs is één van de sectoren waar aandacht moet zijn voor culturele diversiteit en waar de overheid een grote rol kan spelen wanneer het gaat om de realisering van intercultureel begrip. In het tweede deel van dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op interculturaliteit in het onderwijs. Het is speciaal van belang om in te gaan op de sector onderwijs omdat dat de plaats is waar kinderen geleerd kan worden hoe om te gaan met de culturele diversiteit die ze in hun dagelijkse realiteit tegenkomen. Het onderwijsbeleid en de veranderende samenstelling van de samenleving moeten op elkaar afgestemd zijn. Alleen op deze manier kan intercultureel begrip bereikt worden. De bespreking van intercultureel onderwijs is van belang om dat het één van de manieren is waarop intercultureel begrip bereikt kan worden. Intercultureel begrip is, zoals we in hoofdstuk 2 zullen zien, een voorwaarde voor interculturele communicatie. In dit onderzoek staat het stimuleren van interculturele communicatie centraal. Dit kan enerzijds door de ontwikkeling van intercultureel onderwijs en anderzijds door media-educatie. Media-educatie komt in hoofdstuk 4 aan de orde, ik ga nu eerst in op intercultureel onderwijs.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina