Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina4/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25

1.3 Intercultureel onderwijs


We hebben aan het begin van dit hoofdstuk gezien hoe de samenleving aan verandering onderhevig is geweest, en welke gevolgen dat heeft gehad voor het cultuurbegrip. De aandacht is verschoven van de instandhouding van verschil naar de uitwisseling van verschil. In deze paragraaf zal gekeken worden naar hoe het onderwijs zich heeft aangepast aan de toenemende culturele diversiteit in Nederland.

1.3.1 Benaderingen van intercultureel onderwijs


In 1994 deed Fase studie naar etnische segregatie in West-Europees onderwijs. Vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw kregen West-Europese landen te maken met de stroom van immigranten, wat gevolgen heeft gehad voor het nationale beleid van ieder land. Voor dit onderzoek is het vooral van belang wat de ontwikkeling in Nederland geweest is in het streven naar aandacht voor interculturaliteit in het onderwijs. Fase onderscheidt 5 ontwikkelingen en initiatieven in de realisatie van een intercultureel educatiebeleid in Nederland.7

  1. In de jaren '70 en '80 werd gepleit voor het introduceren van moedertaal- en cultuurlessen. Deze lessen waren vooral op het basisonderwijs gericht, om meertaligheid te bevorderen. Wanneer een kind zijn of haar moedertaal goed beheerst, is het makkelijker een andere taal (Nederlands) te leren. Deze manier van leren bleek later vooral in trek te zijn bij ouders van Turkse of Marokkaanse afkomst.

  2. Vanaf 1974 wordt er ruimte gecreëerd voor zogenaamde compensatie- en verrijkingsprogramma's. Deze 'bijlessen waren er eerst alleen voor Nederlandse kinderen met een leerachterstand, daarna ligt de focus ook op migrantenkinderen. Dit project slaagde niet omdat er een tekort was aan geld en voorzieningen en er bestonden geen juiste richtlijnen voor dit beleid waardoor geld verkeerd werd besteed.

  3. Eind jaren '80 ontstaat een variant op de moedertaallessen, waarin Nederlands als tweede taal wordt aangeleerd. Op zich is dit plan succesvol maar is er een tekort aan docenten die getraind zijn in het geven van Nederlands aan mensen die de Nederlandse taal helemaal niet beheersen.

  4. Het beleid dat tot eind jaren '80 succesvol is geweest, is gericht op migrantenkinderen van 12-14 jaar. Zij moeten gemakkelijk kunnen instromen in het voortgezet onderwijs en daarom wordt hen een cursus aangeboden van 1 á 2 jaar waarin hen de Nederlandse taal geleerd wordt en zij kennis kunnen nemen van de Nederlandse samenleving. Dit worden ook wel overgangsklassen genoemd. Dit beleid is populair gebleven, zeker nu in de afgelopen jaren de migratie sterker is geworden.

  5. Uiteindelijk wordt ook aandacht besteed aan een intercultureel educatiebeleid. De ambitie is een beleid te ontwikkelen dat aansluit bij alle groepen leerlingen binnen het onderwijs dat wil zeggen migrantenkinderen én Nederlandse kinderen, al dan niet met leerachterstand. De nadruk ligt op wederzijds begrip. Na 1987 worden nog andere doelen nagestreefd zoals het voorkomen van vooroordelen, racisme en discriminatie en de ontwikkeling van het zelfbeeld van kinderen.8

Waar begin jaren '80 de focus nog op de taal- en cultuurachterstand van allochtone leerlingen lag, is die focus nu verschoven naar het ontwikkelen van een beleid dat aansluit bij beide groepen leerlingen. De nadruk ligt op het creëren van wederzijds begrip. Dit wederzijdse begrip vonden we ook al terug bij Baumann en van Thijn in hun definitie van interculturaliteit. Voorheen was intercultureel onderwijs vooral gericht op integratieprocessen van migrantenkinderen. De nadruk lag op taalontwikkeling en het wegwerken van een leerachterstand en niet zozeer op het sociale vlak. Met het sociale vlak wordt bedoeld dat kinderen in de omgang met elkaar van elkaar en over zichzelf kunnen leren, oftewel intercultureel kunnen communiceren.9


Wat we hier zien is dat het landelijke overheidsbeleid dat streeft naar wederzijds begrip, ook in kleinere sectoren de volle aandacht krijgt. Fase maakt onderscheid tussen een univalent of polyvalent educatiebeleid en pleit voor een univalent educatiebeleid. Dit houdt in dat binnen het beleid geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende culturele achtergronden van leerlingen. Iedere leerling neemt deel aan dezelfde vorm van onderwijs. In een polyvalent educatiebeleid is dat onderscheid er wel. Een univalent beleid betekent niet dat er geen rekening wordt gehouden met een eventuele leerachterstand of taalbarrière van allochtone leerlingen. Die ruimte is er nog steeds in de vorm van bijscholing. Groot-Brittanïe en Frankrijk lopen voorop in het ontwikkelen van een univalent educatiebeleid, Nederland volgt op de voet. In 1994 zag Fase hoe de Franse overheid zich steeds meer in de richting van een polyvalent educatiebeleid bewoog, en hoe in Nederland juist steeds meer de nadruk op een univalent beleid kwam te liggen. Dit is heel wenselijk in het kader van wederzijds begrip maar is die constatering terecht geweest? Is dit streven naar een univalent beleid ook in de praktijk gebracht? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet gekeken worden naar hoe intercultureel onderwijs vorm heeft gekregen in Nederland.

1.3.2 Cultuuronderwijs


Nu moet intercultureel onderwijs niet verward worden met cultuuronderwijs. De overheid maakt duidelijk verschil tussen deze twee vormen van onderwijs. Het grootste verschil zit in de definitie van cultuur die gehanteerd wordt. Het ministerie van OC&W erkent de wisselwerking tussen cultuur en school. Door de toevoeging van de post cultuur in het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (vóór 1980 het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) wordt een eerste stap gezet in de ontwikkeling van een nieuw cultuurbeleid in Nederland, waar de onlosmakelijke verbinding tussen cultuur en onderwijs terug te zien is. Zoals in het eerste deel van dit hoofdstuk is aangegeven is cultuur niet eenduidig. Waar ligt het verschil tussen cultuuronderwijs en intercultureel onderwijs?
Cultuur is breder dan wat onder kunsten werd verstaan. De definitie van cultuur waarmee het ministerie werkt is vooral gebaseerd op kunst als cultuuruiting. “Cultuur omvat een breed terrein waarvan onder andere literatuur, media, musea, beeldende kunst en cultureel erfgoed deel uit maken".10 Ook wordt in de nota aangegeven dat de notitie in de eerste instantie bedoeld is om het draagvlak voor cultuureducatie te versterken. De samenwerking tussen cultuurinstellingen en onderwijsinstellingen creëert verschillende mogelijkheden. Een gezamenlijk cultuur- en onderwijsbeleid zou zich op drie terreinen moeten ontwikkelen. In de eerste instantie moet de aandacht liggen op de onderwijsinhoud. Het onderwijsprogramma kan verrijkt worden door materiaal van cultuurinstellingen. Aan de kerndoelen die aan een onderwijsrichting zoals het VMBO worden toegekend, worden verbeterd door een culturele dimensie toe te voegen. Ten tweede wordt er aandacht gegeven aan het klimaat van een school. In een goed schoolklimaat is er aandacht voor de culturele achtergrond van leerlingen, hun interesses en hun leefwereld. Dit is een voorwaarde voor de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. Het derde punt van aandacht is oriëntatie op de omgeving. Cultuur is overal aanwezig en het is van belang dat leerlingen zich daarvan bewust zijn en er op kunnen reageren.
In de Rapportage Jeugd 2003 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) wordt aangegeven dat het cultuurbeleid van de overheid op twee peilers rust. De ene peiler is de kunstontwikkeling en conservering van cultureel erfgoed bevorderen, met andere woorden het aanbod van kunst en cultuur vergroten. De tweede peiler is het bevorderen dat brede lagen van de bevolking het culturele aanbod benutten. "De overheid stimuleert burgers om deelgenoot van het culturele aanbod te zijn, zonder evenwel de deelname daaraan af te dwingen. Daartoe steunt de overheid het aanbod van culturele diensten en voert men flankerend beleid om de consumptie van die diensten te bevorderen".11 De overheid stimuleert het leren over en van cultuur door bijvoorbeeld de aanstelling van het vak Culturele Kunstzinnige Vorming (CKV) in het voortgezet onderwijs. CKV stimuleert de kunst- en cultuurconsumptie van jongeren. "Dit vak is bijzonder omdat leerlingen uit het klaslokaal naar buiten, naar de culturele omgeving gaan om kennis te nemen van kunst en cultuur".12
Wat bijna niet in de cultuurnota's is terug te vinden is de aandacht voor culturele diversiteit binnen de school. Er worden tal van middelen aangereikt om leerlingen in aanraking te laten komen met kunst en cultuur, maar hoe specifiek om te gaan met de culturele diversiteit en de mogelijkheden binnen de school van elkaars cultuur te leren wordt nauwelijks besproken. Hier is duidelijk een verschil aan te wijzen tussen cultuuronderwijs en intercultureel onderwijs. Cultuur en cultuureducatie in de definitie van de overheid hebben meer betrekking op cultureel erfgoed en cultuuruitingen in de kunst. Bij intercultureel onderwijs wordt meer uitgegaan van cultuur zoals in de definitie van Baumann, gericht op nationaliteit, etniciteit of religie. Cultuuronderwijs wil geen dialoog starten, het laat leerlingen kennismaken met cultuur maar zij maken er geen deel van uit. Bij intercultureel onderwijs speelt juist de dialoog een rol. De dialoog tussen leerlingen onderling, tussen docenten en leerlingen en tussen verschillende scholen.
In dit hoofdstuk ligt de aandacht op intercultureel onderwijs en mediaonderwijs. Eén van de redenen waarom in dit onderzoek geen aandacht wordt besteed aan cultuuronderwijs is omdat de rol van de media binnen het cultuuronderwijs zoals de overheid dit nastreeft minimaal is. Binnen CKV worden leerlingen gestimuleerd om op verschillende manieren kennis te maken met cultuur, maar niet via de media. Vooral musea, theater, dans en film spelen een grote rol in de vergroting van het cultuurhistorische besef van jongeren. De media kunnen juist wel ingezet worden om die andere kant van cultuur, waarin nationaliteit, etniciteit en religie een rol spelen, een rol in het onderwijs te geven. In hoofdstuk 4 zal dieper ingegaan worden op de rol van de media in intercultureel onderwijs, ik zal nu verder ingaan op de praktijk van intercultureel onderwijs in Nederland en in hoeverre het univalent educatiebeleid zoals Fase dit omschrijft hierin terug te vinden is.

1.3.3 Praktijk van Intercultureel onderwijs


In 1995 wordt de Projectgroep Intercultureel Onderwijs (ICO) opgericht door de ministeries van OC&W en VW&S. Binnen 4 jaar tijd moet een nieuwe impuls aan intercultureel onderwijs gegeven worden. In 1995 publiceerde de Projectgroep het rapport intercultureel onderwijs, impuls voor school en omgeving. Het belang van intercultureel onderwijs was al vastgesteld, maar nieuwe initiatieven in de nabije toekomst blijven welkom, zo stelt de projectgroep. De projectgroep ICO heeft tot taak "extra stimulansen te geven voor de invoering van intercultureel onderwijs, van basisonderwijs tot het hoger onderwijs".13 In het rapport worden actuele argumenten voor intercultureel onderwijs gegeven, als ook de huidige stand van zaken. Uiteindelijk geeft de projectgroep voorstellen voor verdere stimulering.
De projectgroep ICO benadrukt dat intercultureel onderwijs er niet alleen is voor allochtone leerlingen en pleit dus voor een univalent beleid. "In de visie van de Projectgroep is het de taak van alle scholen om hun leerlingen iets te laten leren over verscheidenheid en over verhoudingen tussen mensen met verschillende culturele, godsdienstige en talige achtergronden, omdat immers alle leerlingen moeten worden voorbereid op de multiculturele samenleving".14 Interculturaliteit houdt verband met de wisselwerking of communicatie tussen twee culturen. "Intercultureel onderwijs gaat uit van de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving, dus van een verscheidenheid van culturen en de uitwisseling van allerhande culturele uitingen. Dit kan, maar hoeft niet gebonden te zijn aan etniciteit. Leerlingen leren omgaan met overeenkomsten en verschillen die samenhangen met culturele achtergrondkenmerken. Die omgang moet gericht zijn op het gelijkwaardig en gezamenlijk functioneren in de Nederlandse samenleving".15
Algemene doelstellingen van intercultureel onderwijs zijn gebaseerd op de veranderende verhoudingen in de maatschappij. "Als de samenleving verandert moet het onderwijs mee veranderen. Dat hoort nu eenmaal bij de opvoedende taak van het onderwijs. De multiculturele samenleving schept aldus verplichtingen".16 Gevolgen van het ontstaan van de multiculturele samenleving zijn dat discriminatie of vooroordelen kunnen ontstaan. Eerste doel van de invoering van intercultureel onderwijs is dan ook het bestrijden van etnische vooroordelen en als tweede het voorkomen van racistisch gedrag. Derde doel is het bevorderen van kennis van en inzicht in etnische verhoudingen, dit is noodzakelijk om de eerste twee doelen te kunnen bereiken. Daarnaast houdt intercultureel onderwijs niet op bij het bereiken van deze doelstellingen: "Intercultureel onderwijs strekt zich ook uit tot de realisatie van enigerlei dialoog tussen leerlingen, ouders en onderwijsgevenden uit verschillende etnisch-culturele groeperingen".17
Een van de centrale ondernemingen van de projectgroep is het project Intercultureel Leren in de Klas (ILK). Het doel van ILK is het opsporen en ontwikkelen van nieuwe ideeën voor intercultureel leren in verschillende sectoren van het onderwijs.18 In het project worden twee benaderingen onderscheiden voor hoe je de doelstellingen van intercultureel onderwijs kunt uitwerken, bijvoorbeeld het verbeteren van de verhoudingen tussen leerlingen en docenten met een andere culturele achtergrond. De eerste benadering is de culturalistische, waarin het accent ligt op cultuurverschillen tussen groepen en is het doel van intercultureel onderwijs het leren kennen, begrijpen en respecteren van deze verschillen.19 Deze benadering werkt het denken van 'ik' tegenover 'de ander' in de hand. Cultuurverschillen worden uitvergroot, er is minder aandacht voor culturele diversiteit binnen culturele groepen en voor verschuivingen in tijd en generaties en daarmee het ontstaan van subculturen. De tweede benadering is de pluralistische benadering. Hierin ligt het accent meer op diversiteit in het algemeen, verschil in alle opzichten en niet alleen in etniciteit. Doel van intercultureel onderwijs is dan het realiseren van een pedagogisch klimaat, waarin groepsleden goed met elkaar omgaan en ieder individu geaccepteerd en gerespecteerd wordt.20 Het is wenselijk de pluralistische benadering in de klas na te streven omdat bij de culturalistische benadering de nadruk teveel ligt op het verschil tussen leerlingen in plaats van op overeenkomsten. De culturalistische en pluralistische benaderingen binnen de klas sluiten aan bij een polyvalent respectievelijk een univalent educatiebeleid zoals Fase deze beschrijft.
Wat we gezien hebben is dat vanaf de jaren '70 veel verschillen in beleidsvoering te ontdekken zijn. De focus lijkt nu te liggen op het bereiken van een univalent educatiebeleid met een pluralistische benadering in de klas. Het feit dat verschillende culturen naast elkaar aanwezig zijn wordt onderkend, maar de nadruk dient niet op dat verschil te liggen. De Nederlandse cultuur is net zo vreemd voor migrantenkinderen als hun cultuur dat is voor Nederlandse kinderen. In het onderwijs moet ruimte zijn voor dialoog tussen die culturen, zowel tussen leerlingen als tussen docenten en leerling of docenten en ouders. Ook hier ligt de aandacht op wederzijds begrip en gelijkwaardigheid, wat in de definitie van multicultureel steeds terugkerende factoren zijn.
De doelstellingen van de projectgroep zijn in 1995 geformuleerd, hoe worden deze tot uitvoer gebracht? De Projectgroep ICO is in 1998 opgeheven maar heeft in de korte tijd van haar bestaan veel in gang gezet. Zij stimuleerde vernieuwingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, de BVE en het hoger onderwijs en hield zich bezig met onderwerpen als de inhoud van het onderwijsmateriaal, de formulering van kerndoelen, het primaire proces in de klas en de relatie tussen school en omgeving.

Andere initiatieven en organisaties die helpen cultuur in het onderwijs te integreren zijn het Landelijk Platform Kleurrijke Scholen (LPKS), Tijm.nl en Parel.nl. Het LPKS is opgericht door Schoolmanagers Voortgezet Onderwijs21 (voorheen Vereniging voor het management in het Voortgezet Onderwijs (VVO)). In schooljaar 2001/2002 is de werkgroep Collegiale Consultatie opgericht omdat er meer behoefte was aan uitwisseling van ervaringen en vragen over (het proces van) verkleuring. "Waarom als schoolleider zelf opnieuw het wiel uitvinden als je veel van andere schoolleiders kunt leren door bij elkaar op bezoek te gaan en door ervaringen uit te wisselen?"22 De werkgroep ontvangt subsidie van het ministerie van OC&W. Het Collegiale Consultatieteam (CC-team) wordt nu als instrument ingezet om scholen die verkleuren in contact te brengen met reeds verkleurde scholen en zo van elkaar te leren. Tijm.nl is een site rond interculturaliseren en onderwijs. De site is erg actueel en behandelt thema's uit het actuele debat rond interculturalisering. Opinies, debatten, artikelen en links zijn hier te vinden.23 Parel is het landelijke adviescentrum voor interculturele lesmiddelen. Parel verzorgt voor het onderwijs workshops over onderwijs en multiculturaliteit.


In het tijdschrift Mesofocus wordt besproken hoe een aantal scholen met het proces van verkleuring is omgegaan. De publicatie is gebaseerd op bijeenkomsten van de werkgroep Collegiale Consultatie van LPKS. Scholen kunnen van elkaar leren als het gaat om kwesties zoals intercultureel onderwijs. Initiatieven zoals LPKS zijn noodzakelijk om de communicatie tussen scholen in gang te kunnen zetten. Het univalente beleid wordt in Nederland benadrukt: "je moet het onderwijs niet aanpassen aan de nationaliteit van de leerlingen".24 De vergelijking van het onderwijsbeleid van 5 verschillende scholen op het aspect van intercultureel onderwijs leverde een aantal opvallende overeenkomsten tussen de scholen op, die als voorwaarden voor het slagen van intercultureel onderwijs kunnen dienen. Ten eerste heerst een hoge mate van teamspirit, docenten zijn gemotiveerd om een succes van de school te maken. Ten tweede is 'kleur' geen issue meer maar leerachterstand en de bestrijding ervan wel, of de leerling nu allochtoon of autochtoon is. Als derde is er aandacht voor de specifieke situatie van iedere school, De scholen werken vanuit een eigen visie op de eigen situatie, waarbij aspecten zoals didactiek, fysieke ruimte en betrokkenheid van leerlingen en ouders een rol spelen. Ten vierde wordt veel aandacht besteed aan veiligheid op en rondom de school. Als vijfde wordt aangegeven dat hoewel externe partijen bij de school betrokken zijn, als het er op aan komt staat een school er alleen voor. Dat is de reden dat scholen hun eigen spoor volgen. Dit betekent niet dat zij niet leren van andere scholen, maar de toepassing van leermiddelen is individueel.25 Er is niet één succesformule voor intercultureel onderwijs. "Iedere school kent zijn eigen traditie, cultuur en omstandigheden. Oplossingen en veranderingen moeten passen binnen die traditie en cultuur van de school en aansluiten op (andere) ontwikkelingen die de school doormaakt".26
Het is moeilijk en waarschijnlijk onmogelijk om één landelijk beleid te hanteren wat betreft intercultureel onderwijs. Wel is het zo dat alle scholen in Nederland zich bezig zouden moeten houden met intercultureel onderwijs, ongeacht het percentage niet-westerse allochtonen. Het Stedelijk Gymnasium ‘Johan van Oldenbarnevelt’ in Amersfoort is hier een goed voorbeeld van. Op deze school zitten maar 5 allochtone leerlingen. “Deze school is geen afspiegeling van de samenleving. We willen onszelf ook op dit gymnasium kennis laten maken met andere culturen".27 In samenwerking met allochtone zelforganisaties wordt cultuur binnen de schoolmuren zichtbaar gemaakt. "Door scholen te stimuleren contacten met deze organisaties aan te gaan, ontstaan er netwerken buiten de eigen zuil".

Door de oprichting van verschillende projectgroepen en onderwijscommissies zoals de Projectgroep ICO, het LPKS en de werkgroep Collegiale Consultatie en verschillende websites zoals Tijm.nl en parel.nl, is er meer houvast voor docenten en schoolorganisaties om ook effectief te werken aan een intercultureel onderwijsbeleid op school.


Uit de bespreking van de theorie en ook de praktijk van cultuur in het onderwijs blijkt dat er consensus bestaat over hoe om te gaan met de culturele diversiteit in Nederland. Een univalent beleid met een pluralistische benadering in de klas is het beeld wat nagestreefd wordt, en dit heeft kans van slagen wanneer de juiste middelen aanwezig zijn en de motivatie voor het bereiken van dit beeld er is.

Wanneer we het onderwijsbeleid met het landelijk cultuurbeleid vergelijken zijn daar ook grote overeenkomsten te ontdekken. Sleutelwoorden in het omgaan met cultuur zijn gelijkwaardigheid en stimuleren van intercultureel en wederzijds begrip. Om dit te bereiken moet erkend worden dat er meerdere culturen naast elkaar aanwezig zijn en dat deze elkaar beïnvloeden. Het feit dat één cultuur binnen een land dominant zal blijven betekent niet dat deze cultuur zich hier ook naar moet gedragen. In het onderwijs wordt gestreefd naar een univalent beleid met een pluriforme benadering om de dialoog tussen leden van verschillende culturen in gang te zetten.


In de inleiding heb ik aangegeven dat media-educatie een geschikt middel zou kunnen zijn om interculturele communicatie te stimuleren. Het VMBO is de onderwijsvorm waar de culturele diversiteit het hoogst is en interculturaliteit onvermijdelijk is. In het eerste deel van dit hoofdstuk is het verschil tussen multiculturaliteit en interculturaliteit in de maatschappij duidelijk gemaakt, in het tweede deel stond het onderwijs centraal. Binnen intercultureel onderwijs zouden de media een grote rol kunnen spelen. Over mediaonderwijs ga ik het hebben in hoofdstuk 4, Er wordt nu verder ingegaan op waar binnen het VMBO de ruimte is voor media-educatie, zodat het ingezet kan worden om interculturele communicatie te stimuleren.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina