Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina5/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25

1.4 Het VMBO en de basisvorming


Per 1 augustus 1999 zijn Voorbereidend Beroepsonderwijs (VBO), Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs (MAVO) en sommige vormen van Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) samengevoegd tot het VMBO, het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs. Deze vernieuwing is erop gericht de aansluiting tussen het voormalige MAVO/VBO/VSO op het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) te verbeteren. Op het VMBO wordt ruim zestig procent van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs voorbereid op een vervolgopleiding of op een plaats op de arbeidsmarkt.28 Door de fusie van deze verschillende onderwijstypen was een nieuwe opzet in onderwijsdidactiek noodzakelijk. Het ministerie van OC&W is verantwoordelijk voor de doelstellingen en eindtermen die per onderwijstype worden nagestreefd. Vanaf het schooljaar 2006 zal de basisvorming van structuur veranderen en zal iedere school vrijer zijn in het invullen van vrije uren en kan er meer aandacht besteed worden aan bijvoorbeeld mediaonderwijs. Voor mijn onderzoek is het relevant om te weten hoe die nieuwe basisvorming eruit zal gaan zien en wat de eindtermen voor de basisvorming en specifiek voor het VMBO zijn. Waar is ruimte voor media-educatie?
Nederland heeft een breed onderwijsaanbod. Ik zal uiteenzetten hoe de onderbouw van het voortgezet onderwijs is gestructureerd. Het VMBO komt specifiek aan bod, dit is de onderwijsvorm waar dit concept op gebaseerd is. Omdat de doelgroep leerlingen in de leeftijd 12 tot 14 jaar is, zal alleen de basisvorming behandeld worden.
In Nederland bestaan naast het VMBO ook het HAVO, waarbinnen leerlingen voorbereid worden op een vervolgstudie in het hoger beroepsonderwijs, en het VWO waarop het wetenschappelijk onderwijs aansluit. Alle onderwijsvormen beginnen met een basis van minimaal 2 jaar, de basisvorming. De basisvorming rust leerlingen uit met de kennis, het inzicht en de vaardigheden die ze nodig hebben in het vervolgonderwijs en hun toekomstige werk. Tot en met het schooljaar 2005/2006 krijgen leerlingen op de meeste scholen in principe in de periode van de basisvorming (de onderbouw) les in 15 verschillende vakken.29 "De basisvorming werd in 1993 ingevoerd om leerlingen beter voor te bereiden op het vervolgonderwijs, hun toekomstige werk en hun rol in de samenleving. Alle scholen in het voortgezet onderwijs (VMBO, HAVO en VWO) bieden de leerlingen van 12 tot 15 jaar dezelfde vakken en programma's aan. Daardoor kunnen leerlingen gemakkelijker doorstromen van de ene naar de andere schoolsoort. Tegelijkertijd biedt de basisvorming scholen de ruimte om hun aanbod af te stemmen op uiteenlopende groepen en individuele leerlingen".30 Sinds 2001 zijn er nieuwe ontwikkelingen doorgevoerd die de invulling van het onderwijs per school en schooltype vergemakkelijken. Omdat niet één school hetzelfde is, is het van belang dat docenten en het schoolbestuur de ruimte hebben om de leerstof op een voor hun leerlingen geschikte manier aan te bieden. De overheid heeft hiertoe een aantal maatregelen getroffen. "Scholen hoeven niet meer alle kerndoelen aan te bieden en mogen zij zelf kiezen uit het geheel van de kerndoelen. Scholen verantwoorden in hun schoolplan en schoolgids de samenstelling van het volledige programma aan ouders, leerlingen en Onderwijsinspectie. Een andere maatregel was dat scholen jaarlijks ruim € 34 miljoen extra ontvangen voor het schoolbudget. Scholen kunnen ervoor kiezen dit geld te gebruiken om planmatig te werken aan vernieuwingen".31 De vernieuwingen en maatregelen die worden getroffen helpen mee aan een onderwijsvorm die aansluit bij de leefwereld van leerlingen. Op dit moment is het ministerie bezig met vernieuwingen, die vanaf september 2006 worden doorgevoerd. In de bespreking van de structuur binnen het VMBO zal ik al ingaan op de vernieuwingen, voor zover deze al concreet zijn.
Naast het verplicht leerstofaanbod kent het lesprogramma ook een vrije ruimte. Per onderwijsvorm kan de vrije ruimte anders ingevuld worden, waardoor scholen zich van elkaar kunnen onderscheiden. Scholen in VMBO moeten een deel van deze vrije ruimte inzetten voor beroepsvoorbereidende vakken. Scholen mogen die uren ook gebruiken voor extra lessen en andere onderwijsactiviteiten, die ze ook belangrijk vinden voor hun leerlingen. Bijvoorbeeld steunlessen om zwakke leerlingen bij te spijkeren, studievaardigheid, extra uren voor levensbeschouwelijke vorming, beroepsvoorbereidende vakken of studie- en beroepskeuze.
Wat zijn nu voor leerlingen de leermogelijkheden op het VMBO? Omdat het VMBO is ontstaan uit verschillende onderwijsvormen, zijn er verschillende 'leerwegen' te onderscheiden. Een leerweg is de route die een leerling volgt van de basisvorming naar het onderwijs dat daarop aansluit. Er zijn 4 leerwegen namelijk de theoretische, de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg. De theoretische leerweg komt overeen met de oude MAVO, de kaderberoepsgerichte leerweg was voorheen het VBO. Ná de basisvorming, die op het VMBO 2 jaar duurt, kiezen leerlingen voor één van de vier leerwegen. Grootste punt van aandacht binnen het VMBO is dat leerlingen worden voorbereid op een opleiding op MBO niveau, oftewel beroepsgerichte opleidingen. De verschillende leerwegen bestaan uit 3 onderdelen. Allereerst is er het Gemeenschappelijk deel, waar Nederlands, Engels, Maatschappijleer, Kunstvakken en Lichamelijke Opvoeding deel van uitmaken. Dan is er het Sectordeel, waar leerlingen een keus moeten maken uit de sector Techniek, Zorg en Welzijn, Economie, of Landbouw. Als derde is er het Keuzedeel, waarin iedere leerling één of twee keuzevakken kiest die aansluiten bij zijn of haar leerweg en sectordeel.

Tot 2006 staat het onderwijsmodel, zoals hierboven beschreven, vast. Vanaf schooljaar 2006/2007 vinden er een aantal veranderingen plaats die wellicht stimulerend kunnen werken in de ontwikkeling van mediaonderwijs. Niet het onderwijsmodel zelf, maar de organisatie van het onderwijs gaat veranderen. Tot nu toe is het overheidsbeleid bepalend voor de organisatie van bijvoorbeeld de basisvorming. Scholen mogen tot op bepaalde hoogte zelf invullen welke vakken zij voorrang geven, maar het blijft de overheid die bepaalt hoe het onderwijs op school plaatsvindt. Nu wordt dit de keus van de school. De overheid bepaalt alleen het 'wat' en niet het 'hoe'. Concreet betekent dit dat de overheid 58 kerndoelen zal voorschrijven. Docenten kunnen zelf bepalen hoe zij die kerndoelen uitwerken. Op deze manier zal het onderwijs steeds dichter bij de leerling komen te staan omdat het individueler wordt. De verhouding tussen kerndoelen en vrije ruimte is dat minstens tweederde van de basisvorming aan kerndoelen wordt besteed en dat de rest van de tijd door scholen en leerlingen zelf kan worden ingevuld. Iedere leerling kan zich in die vrije ruimte bezig houden met vakken die aansluiten bij hun interesse of een eventueel toekomstig beroep.32


In de omschrijving van de basisvorming wordt gezegd dat leerlingen niet alleen voorbereid worden op het vervolgonderwijs en hun toekomstige werk, maar ook op hun rol in de samenleving. We hebben gezien dat de samenleving cultureel divers is, de basisvorming zou leerlingen moeten leren omgaan met die culturele diversiteit. De kerndoelen die de overheid beschrijft zijn algemene kerndoelen en vakspecifieke kerndoelen. Het is van belang voor dit onderzoek dat de algemene kerndoelen en de kerndoelen per vak besproken worden om te kijken waar eventueel ruimte is voor media-educatie en ook waar de aandacht gelegd kan worden op interculturaliteit en communicatie. Niet alle kerndoelen worden behandeld maar ik geef een samenvatting van de belangrijkste punten. Daarbij wordt vooral de aandacht gelegd op kerndoelen die ingaan op het belang van het leren kennen van andere culturen en het aanleren van mediavaardigheden. De kerndoelen per vak dragen bij aan het bereiken van de algemene kerndoelen. Binnen welke vakken is er ruimte om te leren over interculturele verbindingen en kunnen ook mediavaardigheden worden geleerd?
Er zijn zes algemene onderwijsdoelen of algemene vaardigheden. Deze zijn:

  1. Werken aan vakoverstijgende thema's

  2. Leren uitvoeren

  3. Leren leren

  4. Leren communiceren

  5. Leren reflecteren op het leerproces

  6. Leren reflecteren op de toekomst

Vooral onderwijsdoel 1 en 4 gaan in op het belang van het aanleren van vaardigheden waarmee leerlingen bewust met andere identiteiten, culturen en talen leren omgaan. Doel van werken aan vakoverstijgende thema's is dat "de leerling leert, in het kader van brede en evenwichtige oriëntatie op mens en samenleving, enig zicht te krijgen op relaties met de persoonlijke en maatschappelijke omgeving"33. Het gaat hierbij dus om de sociale en maatschappelijke context van de leerlingen. In 'Leren communiceren' wordt ingegaan op communicatieve vaardigheden, wat weer gekoppeld kan worden aan het leren omgaan met de eerdergenoemde vakoverstijgende thema's. Ook het leren omgaan met ICT wordt genoemd, er wordt rekening gehouden met de mogelijkheden die kunst en de media bieden voor het onderwijs. ICT kan helpen bij het aanleren van verschillende vaardigheden.


De speerpunten die worden genoemd onder kerndoel 1, gaan in op normen en waarden en het samenleven met andere culturen. Er wordt hier vooral gedoeld op de competentie om met je omgeving, cultureel divers of niet om te gaan. Het is van belang dat kinderen leren communiceren met hun omgeving. Dit kan via directe communicatie, maar ook via de media. Kerndoel 1 en 4 bevestigen dit. Kerndoel 4 gaat in op het aanleren van sociale en communicatieve vaardigheden. Kerndoel 2 en 3 gaan om het aanleren van schoolse vaardigheden waardoor het leerproces verbeterd kan worden. Ik laat kerndoel 5 en 6 achterwege omdat media-educatie niet direct kan bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen die onder deze kerndoelen genoemd worden.


De belangrijkste doelstellingen waarmee gewerkt zou kunnen worden in zowel intercultureel onderwijs als mediaonderwijs en die onder de kerndoelen 1 t/m 4 worden genoemd staan hieronder samengevat.34

1.1 het kennen van en omgaan met eigen en andermans normen en waarden;

1.2 het onderkennen van en omgaan met de overeenkomsten en verschillen tussen de seksen;

1.4 het functioneren als democratisch burger in een multiculturele samenleving, ook in internationaal verband;

1.6 de maatschappelijke betekenis van de technologische ontwikkeling, waaronder moderne informatie- en communicatietechnologie;

1.8 de verworvenheden en mogelijkheden van kunst en cultuur, waaronder ook de media.

2.7 computervaardigheden;

3.1 informatie beoordelen op betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid, en informatie verwerken en benutten;



    1. persoonlijke ervaringen en opdrachten van anderen verwerken in woord, klank, beeld en beweging;

    1. elementaire sociale conventies in acht nemen;

    1. passende gesprekstechnieken hanteren;

    2. verschillen in meningen en opvattingen benoemen en hanteren;

    3. culturele en seksegebonden overeenkomsten en verschillen tussen mensen herkennen en hanteren;

    1. zichzelf en eigen werk presenteren.

    2. de verworvenheden en mogelijkheden van kunst en cultuur, waaronder ook de media.

In de folder kerndoelen basisvorming wordt in tabellen aangegeven welke vakken geschikt zijn om een bepaald doel na te streven. Omdat ICT in ieder vak is toe te passen, zijn de doelstellingen die met het aanleren van ICT-vaardigheden van doen hebben, binnen ieder vak na te streven. Voor het bereiken van doelstellingen die te maken hebben met communicatieve vaardigheden (vooral onder kerndoel 4 te vinden) zoals presentatie en beoordeling, worden vooral de vakken Nederlands en Moderne Vreemde Talen genoemd en ook de kunstvakken Drama en Muziek. Aardrijkskunde en Geschiedenis zijn geschikt voor het behandelen van meer vakoverstijgende thema's, en kunnen helpen bij het bereiken van begrip voor de samenleving en ons functioneren in die samenleving. De exacte vakken worden weinig genoemd bij bovenstaande doelstellingen.


Het inventariseren van de kerndoelen en vakken die in de basisvorming centraal staan levert een beeld op van welke vakken geschikt zijn om de doelstellingen die aan media-educatie kunnen worden toegeschreven, te bereiken. Vooral de kunstvakken, Aardrijkskunde, Geschiedenis en Staatsinrichting, Nederlands en de Moderne Vreemde Talen zijn geschikt, ook omdat daarbinnen al aandacht wordt besteed aan communicatie en cultuur. Het is een stuk lastiger om binnen het vak Wiskunde interculturele communicatie tot stand te brengen via media-educatie, omdat cultuur geen thema is binnen dit vak. De overheid gaat uit van media-educatie als vakoverstijgend middel maar kan niet binnen ieder vak doeltreffend worden ingezet als het gaat om het stimuleren van interculturele communicatie. De mogelijkheden voor dit doel liggen binnen de vakken die al enigszins ingaan op de thema's cultuur en communicatie.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina