Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina7/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   25

2.1 Het proces van communicatie


Verschillende wetenschappen houden zich bezig met het communicatieproces. Communicatie vindt dan ook op alle mogelijke niveaus en verschillende contexten in de samenleving plaats. Ik richt mij in dit onderzoek op communicatie tussen leerlingen in een klas. Communicatie vindt dan plaats op het sociale vlak en daarom beperk ik mij tot het proces van alledaagse communicatie. Het is naar mijn mening niet noodzakelijk dat ik inga op formele situaties. Omdat we te maken hebben met communicatie binnen een groep is de sociale benadering van communicatie voor mij het meest relevant. Een gesprek is niet te scheiden van de sociale context waarin het plaatsvindt. Ook de psychologische kant van communicatie speelt een rol. Hierbij gaat het om de beoordeling van het communicatieproces wat kan leiden tot bijvoorbeeld vooroordelen. In een gesprek tussen kinderen met verschillende etnische achtergronden wordt 'de ander' beoordeeld op zijn doen en laten.

2.1.1 De basis van communicatie


Vink schrijft in zijn boek Grenzeloos Communiceren dat het van belang is eerst het proces van interpersoonlijke communicatie uiteen te zetten voordat interculturele communicatie besproken kan worden en daarmee uit te gaan van verschillen tussen gesprekspartners. "Ook al groeit de rol van e-mail en tv, toch is het tweegesprek nog altijd de primaire vorm van communiceren die ons inzicht kan geven in hoe communicatie werkt".35
Communiceren is het overbrengen van informatie. Communicatie kan plaats vinden tussen twee individuen, tussen groepen mensen of tussen een groep en een individu. Mensen zijn in staat met elkaar te communiceren via verschillende middelen: de eigen zintuigen of met hulpmiddelen zoals de verschillende media. In het proces van communicatie is er een zender aanwezig, die via een medium een boodschap verzendt naar een ontvanger. Communicatie kan verbaal zijn, maar ook non-verbaal. Wanneer wij praten, gebruiken we ook de rest van ons lichaam. Nu zijn er een aantal kanttekeningen verbonden aan dit proces. Een gecommuniceerde boodschap is altijd subjectief en geproduceerd in een bepaalde context waarin normen, waarden en gedragsregels gelden. De communicatie kan verstoord worden als de ontvanger de boodschap interpreteert en zogenaamd 'decodeert' vanuit een ander perspectief. Gebaren, houding en aanraken zijn geen universele codes en kunnen verkeerd geïnterpreteerd worden. Een voorbeeld uit de (Nederlandse) beeldtaal is het schudden van het hoofd als men 'nee' bedoelt en het knikken als men 'ja' bedoelt. In sommige landen is dit precies andersom.
Het bereiken van effectieve communicatie kan in een interculturele situatie soms nog moeilijk zijn. Pinto beschrijft in zijn boek Interculturele Communicatie36 wanneer er sprake is van effectieve communicatie. Dat is wanneer een boodschap door de ontvanger begrepen wordt zoals die door de zender bedoeld was en de presentatie van de boodschap niet zodanig afwijkt van de communicatiecodes van de gesprekspartner dat deze schadelijk is voor de relatie en daarmee voor de uiteindelijke bedoelingen van de communicatie. Helaas is effectieve communicatie niet vanzelfsprekend, wanneer men niet op de hoogte is van de verschillen in context bij het interpreteren van een boodschap ontstaat miscommunicatie. Miscommunicatie hoeft niet altijd vervelende gevolgen te hebben. Wanneer iets niet goed begrepen wordt kan men door vragen (b.v. wat bedoelt u?) toch effectieve communicatie bereiken. Maar wat kan er gebeuren als deze oplossing niet toereikend genoeg is? Wanneer taal als middel tekort schiet? Het kan ook zijn dat de intonatie of een gebaar wat een van de gesprekspartners maakt, de ander niet aanstaat of niet begrepen wordt. Hierin kan de factor cultuur een rol spelen. Cultuurverschillen kunnen de oorzaak zijn van miscommunicatie.

Hoe werkt dit dan? Zijn mensen zich in een communicatieve situatie zo sterk bewust van hun cultuur? In de communicatiewetenschappen wordt het proces van attribueren beschreven. In dit proces wordt de situatie waarin gecommuniceerd beoordeeld. Het is nuttig deze theorie te bespreken met betrekking tot het proces van interculturele communicatie omdat het aangeeft hoe effectieve communicatie verstoord kan worden en vooroordelen kunnen ontstaan.



2.1.2 Attributietheorie


Pinto legt uit dat wanneer mensen gedrag van een ander waarnemen, dit waargenomen gedrag ook altijd willen verklaren. Dit doet hij door aan degene(n) die dit gedrag vertoont (vertonen) bepaalde eigenschappen toe te schrijven, ook wel attribueren genoemd. Het doel is te komen tot een verklaring voor het getoonde gedrag, een oordeel. Dat oordeel is van belang om te kunnen nagaan of het communicatieproces doeltreffend verloopt.37 Het attribueren is te vergelijken met de theorie van het scannen zoals Vink deze beschrijft. "Omdat micro en macro, het psychologische en het sociale niveau in de communicatie niet te scheiden zijn, is communiceren te vergelijken met scannen. (…) Door de buitenkant van het gesprek heen moeten we de verhoudingen zichtbaar maken zoals ze op een dieper niveau vastgelegd zijn. Het gaat daarbij om sociale positie en afstand, machtsrelaties en identiteit".38 Een vergelijkbaar verhaal is te vinden bij Shadid. Hij beschrijft hoe mensen tijdens het communiceren bezig zijn met het interpreteren van elkaars gedrag en het vergelijken van dit gedrag met dat van henzelf. "In een interactiesituatie verkeert de mens in een continu proces van interpretatie waarbij zowel het eigen gedrag als dat van anderen wordt geïnterpreteerd. Gedrag is een onderdeel van cultuur, wat is gepast binnen het patroon van onze normen en waarden? Op basis van deze interpretatie wordt een betekenis aan de situatie toegekend".39
In het proces van attribueren kunnen fouten gemaakt worden, wat leidt tot een verstoring van de interculturele communicatie. In interactie met anderen, plaatst de mens zichzelf op de voorgrond en handelt in de eerste plaats vanuit zijn eigen belang. Mensen nemen hun eigen cultuur als uitgangspunt in de beoordeling van de ander. Wanneer de interactie plaatsvindt tussen mensen uit dezelfde cultuur, heeft dit weinig tot geen negatieve gevolgen. Wanneer er sprake is van interculturele communicatie, kunnen de factoren die de communicatie beïnvloeden zo verschillend zijn, dat effectieve communicatie niet bereikt wordt. Het gevolg kan zijn dat vooroordelen over de ander (of de andere groep) ontstaan, omdat men vanuit de eigen context handelt. Als de communicatie wordt verstoord, zal de fout bij de ander liggen.
Shadid noemt attributiefouten als één van de oorzaken voor het ontstaan van vooroordelen. Bij attributiefouten gaat het om het feit dat mensen geneigd zijn, het ongewenste gedrag van de eigen groep toe te schrijven aan de omstandigheden, terwijl dat van andere groepen gezocht wordt in tekortkomingen van de groep zelf.40 Vooroordelen ontstaan altijd binnen een bepaalde context en zijn gebaseerd op het niet kennen van en het generaliseren van directe of indirecte ervaringen met een andere groep (cultuur). Bij directe ervaringen gaat het om persoonlijk contact, indirecte ervaringen kunnen bijvoorbeeld beelden uit de media zijn. Wat vooroordelen betreft moet gedacht worden aan negatieve beeldvorming of stereotyperingen. Vooroordelen kunnen ook ontstaan wanneer een groep als een bedreiging of als concurrentie wordt ervaren. Waarnemingsfouten kunnen ook oorzaak zijn. Waarnemingsfouten zijn het gevolg van foutieve informatie over een bepaalde groep of van een regelmatige benadrukking van ongewenst gedrag van haar leden. Zo ontstaat er een samenhang tussen dat ongewenst gedrag en de centrale kenmerken van de groep in kwestie.
In dit onderzoek gaat het om het proces van communicatie tussen jongeren uit verschillende culturen. We hebben nu gezien welke factoren een rol spelen in dit proces. In hoofdstuk 3 zal verder worden ingegaan op die verschillende factoren. Waar halen jongeren hun informatie vandaan om een communicatieve situatie te kunnen beoordelen? Welke directe en indirecte ervaringen hebben zij al opgedaan? Wat we zien is dat vooral culturele verschillen in communicatiestijl een rol kunnen spelen bij het toekennen van fouten en het ontstaan van waardeoordelen. Veel elementen van communicatieve middelen zoals taal en gebaren zijn universeel. Ieder mens gebruikt zijn stem en lijf om informatie over te brengen. Maar de betekenis van de gebaren of woorden zijn niet gemeenschappelijk. Het eerder genoemde voorbeeld van ja knikken en nee schudden is een passend voorbeeld van de niet-gemeenschappelijkheid van communicatie.

2.1.3 Persoonlijke factoren


Zoals eerder vermeld is gedrag is een onderdeel van cultuur. "Cultuur wordt dus niet alleen door mensen geleerd, maar wordt ook door dezelfde mensen in onderlinge communicatie gemaakt en gewijzigd".41 Shadid citeert Oomkes, die meent dat communicatie zowel de voorwaarde is om tot een gemeenschappelijke cultuur te komen, alsook een onderdeel van die cultuur. "Cultuur kan alleen via communicatie van de ene naar de andere generatie overgedragen worden en geleidelijk veranderen, anderzijds ontwikkelen zich de unieke communicatiestijlen als onderdeel van iedere cultuur".42 Ook hier wordt aangegeven dat een gemeenschappelijke cultuur zoals van Thijn in zijn intercultureel scenario beschrijft, moeilijk te realiseren is. Iedere cultuur heeft zijn eigen gemeenschappelijkheid, bijvoorbeeld richtlijnen of regels voor communiceren. Die regels kunnen door andere culturen geleerd en begrepen worden, maar deze eigen maken is een tweede stap. Bij het leren van interculturele communicatieve vaardigheden moet de nadruk ook liggen op het wederzijds begrip. Ik kom hier later in dit hoofdstuk op terug.
Niet alleen het gedrag van de ander is bepalend voor de interpretatie van de situatie, tal van andere factoren zijn van invloed op de communicatie. In het proces van communicatie moet rekening gehouden worden met een aantal factoren, welke de oorzaak kunnen zijn van verschillen in sociale context. Vink noemt sociale positie en afstand, machtsrelaties en identiteit. Om het ontstaan van negatieve waardeoordelen over culturen tegen te gaan is het noodzakelijk dat men inzicht verkrijgt over die verschillende factoren of dimensies binnen cultuur. De factoren die Vink onderscheidt, zijn afgeleid van de theorie van Bourdieu (1979). De mate waarin mensen in maatschappelijke positie verschillen, bepaalt de visie op de maatschappij. Bourdieu pleit ervoor de maatschappij te zien als een driedimensionale ruimte, waarin mensen ten opzichte van elkaar verschillende posities innemen: hoger of lager, dichterbij of verder weg. Deze posities worden bepaald door het geheel van sociaal, cultureel of economisch kapitaal waarover iemand beschikt.43 De afstand tussen mensen in die driedimensionale ruimte wordt bepaald door de verschillende factoren. Bij economisch kapitaal gaat het om geld. Hoe meer geld iemand heeft, hoe hoger deze persoon in de driedimensionale ruimte geplaatst wordt. Bij sociaal kapitaal moet gedacht worden aan sociale relaties en cultureel kapitaal is de erkenning en waardering van iemands kapitaal in zijn totaliteit door anderen.44 In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op de sociale context van jongeren van 12 tot 14 jaar. Waar bestaat hun kapitaal uit? Welke factoren zijn van invloed op de invulling van dit kapitaal?
Vink benoemt de verschillende soorten kapitaal anders, hij heeft het over sociale positie en afstand, machtsrelaties en identiteit om de sociale context te beschrijven. "Om de interactie te kunnen begrijpen tussen mensen die cultureel van elkaar verschillen, moeten we kijken naar de sociale context van hun communicatie".45 Cultuur is vaak een oorzaak voor het verschil in machtspositie of sociale positie. In Nederland is de Nederlandse cultuur nog altijd dominant en zijn er verschillende minderheidsgroepen die lager geplaatst worden dan de dominante cultuur. Etniciteit, religie, taal, huidskleur en soms ook sekse zijn elementen waar minderheidsgroepen op beoordeeld worden. Het is onvermijdelijk dat in een maatschappij zoals deze, verschillen ontstaan. In hoofdstuk 1 heb ik aangegeven dat de Nederlandse cultuur dominant zal blijven en dat dit helemaal niet erg is, zolang respect en begrip voor elkaar ook dominant is. Vink beschrijft het verschil tussen positieve en negatieve sociale verschillen. Bij positieve verschillen wordt het verschil beschouwd als een distinctie: de een heeft een hogere status dan de andere, zoals de directeur van het bedrijf verschilt van zijn medewerkers. Hier is geen sprake van het onderwaarderen van de lagere groep, het verschil is er en dat is ook niet erg. Negatieve verschillen hebben te maken met bestaande verschillen in huidskleur, taal of sekse.46 Deze kenmerken worden aangewend om een groep ondergeschikt te maken of te houden. In Nederland is dit de situatie van bijvoorbeeld migranten, moslims, en soms nog homoseksuelen. Generalisering en stereotypering van deze groepen is een probleem en leidt tot negatieve beeldvorming.

2.1.4 Representaties en beeldvorming


We hebben nu gezien dat effectieve communicatie niet altijd vanzelfsprekend is. Miscommunicatie en attributiefouten komen voor, maar wat gaat hieraan vooraf? Waardoor kan iemand bevooroordeeld raken? Hoe ontstaat een beeld van de communicatiepartner? Welke factoren zijn hier in het spel? De 'bepaalde eigenschappen' die mensen aan elkaar toekennen komen ergens vandaan. Zoals Shadid beschreef kunnen zowel directe als indirecte ervaringen een rol spelen. Het lezen van de krant, televisie kijken en het gebruik maken van Internet zijn dagelijkse bezigheden geworden. We halen onze informatie vooral uit deze media. Maar de media geven niet altijd een accuraat beeld van datgene wat gerepresenteerd wordt, stereotypering bijvoorbeeld komt nog steeds voor. Shadid spreekt van een schaduwcultuur. "De gevolgen voor interculturele communicatie zijn ernstiger wanneer de kennis van elkaars cultuur en de inhoud van de aan elkaar toegekende identiteiten gebaseerd zijn op generalisaties en vooroordelen, die ik in dit verband een `schaduwcultuur' wil noemen. Generalisaties en vooroordelen over anderen zijn, zoals bekend, van alle tijden en alom aanwezig en worden onder andere verklaard vanuit het gegeven dat mensen beter in staat zijn gedragsvariaties binnen de eigen groep waar te nemen dan binnen outgroups".47
Zeker wanneer het gaat om etniciteit als cultuur worden nog wel eens fouten gemaakt. Op de site van Palet, een steunpunt voor multiculturele ontwikkeling, wordt gesteld dat de media niet de schuld gegeven mag worden van discriminatie en racisme maar "anderzijds weerspiegelen de gezamenlijke media wat zich afspeelt in de samenleving en hebben zij wel degelijk een rol en een verantwoordelijkheid in de beeldvorming van allochtonen".48
Shadid deed onderzoek naar hoe de media een rol spelen in het reproduceren van vooroordelen over minderheden. Kinderen krijgen op steeds jongere leeftijd te maken met door media geconstrueerde beelden die verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden. Shadid beschrijft een aantal punten waarop de media tekortkomingen kunnen vertonen. Hij noemt een aantal voorbeelden van negatieve representaties:49


  1. De media hanteren een generaliserend en statisch cultuurbegrip. In de media wordt al heel snel gesproken over groepen in het algemeen zonder rekening te houden met individuele verschillen. Er wordt gemakkelijk gesproken over de Islam, in relatie tot gedrag van individuele leden van Marokkaanse, Turkse of zelfs Surinaamse groepen. Men kan niet spreken van 'de Marokkaan' als vertegenwoordiger van de Islamitische cultuur.

  2. De media dragen bij aan het ontstaan van vooroordelen via de inhoud en opmaak van de berichtgeving en met name wanneer hierin de etnische afkomst van de hoofdpersoon wordt vermeld. In de berichtgeving worden minderheden als probleemgroep gerepresenteerd. In nieuwsberichten wordt bijvoorbeeld vaak de etnische achtergrond van de betrokkenen genoemd, terwijl deze informatie niet noodzakelijk is.

  3. De plaats die minderheden in de berichtgeving innemen, net als de wijze waarop allochtonen aan het woord komen, laat veel te wensen over. Een persoon uit een bepaalde cultuur die aan het woord komt, hoeft niet noodzakelijk representatief voor die cultuur te zijn. Andersom is het zo dat deskundigen uit deze groepen alleen aan het woord als het gaat om hun cultuur en minder wanneer het gaat om maatschappelijke problemen in de samenleving.

  4. Elementen van een cultuur, zoals religie, worden te vaak gebruikt om de punten waarop de cultuur met de Nederlandse cultuur verschilt, te verklaren. Andere sociaal-economische of culturele factoren komen hierbij niet aan bod.

De vraag is nu: met welke media komen jongeren het meest in aanraking en welke ideologie staat daarin centraal? In dit hoofdstuk wordt de algemene theorie rondom interculturele communicatie besproken. Het tweede deel van dit hoofdstuk gaat verder in op wat communicatief vaardig worden inhoudt. Er zal wederom uitgegaan worden van een algemene situatie. De situatie van jongeren is veel specifieker, in hoofdstuk 3 zal ik verder ingegaan op de communicatietheorie vanuit dit perspectief.





1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina