Media en Cultuur in Dubbelperspectief



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina8/25
Datum20.08.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   25

2.2 Interculturele communicatieve vaardigheden


We hebben in het voorgaande gezien dat attributiefouten kunnen ontstaan door verkeerde informatie over de communicatiepartner, verkregen uit directe of indirecte ervaringen. Het gaat in het geval van interculturele communicatie om de ervaring met een communicatiepartner uit een andere cultuur. Door verschil in normen, waarden of gedragspatroon kan miscommunicatie ontstaan en dit kan worden toegeschreven aan de ander, terwijl dit heel onterecht kan zijn. Om attributie- en waarnemingsfouten te voorkomen is het noodzakelijk dat mensen de vaardigheden aanleren om te kunnen communiceren in een interculturele situatie.
In Nederland kunnen we wel degelijk spreken van een hoge culturele diversiteit. Zelfs onder de autochtone Nederlanders is verschil in cultuur aan te wijzen. Shadid spreekt in dit geval van subculturen. Verschillende groepen in dezelfde samenleving kunnen over uiteenlopende subculturen beschikken. Hij benadrukt ook dat dit niet hoeft te betekenen dat alle leden van iedere afzonderlijke groep een identieke opvatting hebben over de inhoud van hun groepscultuur. "De perceptie van de sociale werkelijkheid is in hoge mate individueel en subjectief van aard, ondanks gemeenschappelijke ervaringen". 50 Hieruit volgt, dat ieder mens beschikt over meerdere subculturen. "Aangezien iedere individu lid is van vele groepen in de samenleving, die gebaseerd zijn op criteria als beroep, religie en vrijetijdsbesteding en aangezien iedere groep haar eigen normen, regels en waarden heeft, kan men stellen dat iedere individu meerdere persoonlijke culturele visies heeft en derhalve als multicultureel beschouwd moet worden".51

2.2.1 Methodes voor het aanleren van vaardigheden


De theorie van Pinto over interculturele communicatie is nuttig in de bespreking van communicatieve vaardigheden. Pinto was verbonden aan het Intercultureel Instituut (ICI) in Groningen en publiceerde het boek interculturele communicatie zodat het als hulpmiddel kan dienen bij het inleidend onderwijs in communicatie en management. Ook al bestaat de beoogde doelgroep in deze scriptie niet uit managers maar uit scholieren, toch denk ik dat de theorie en de min of meer zakelijke aanpak van Pinto van belang kan zijn voor het uitwerken van een concept dat interculturele communicatie tot doel heeft. Vooral de dubbel-perspectief benadering en de drie-stappenmethode lijken effectief.
Pinto geeft de volgende definitie: "Interculturele communicatie is een discipline (in wording) die de interactie tussen mensen en/of groepen met verschillende culturele achtergronden bestudeert. Interculturele communicatie is erop gericht om intercultureel bewustzijn te vergroten, een dubbelperspectief benadering te bevorderen en om een methodische aanpak van cultuurverschillen aan te reiken. Zulks teneinde de effectiviteit van de communicatie tussen deze personen en/of groepen te vergroten".52
Bij effectieve interculturele communicatie gaat het er vooral om dat de communicatie zo veel mogelijk een doelgericht proces van informatie-uitwisseling is en dat er zo min mogelijk onbewust wordt gecommuniceerd.53 Pinto doelt hier op het feit dat vooroordelen en misvattingen kunnen ontstaan wanneer een zender en ontvanger niet bewust rekening houden met elkaars maatschappelijke of culturele context.
Pinto noemt vier voorwaarden voor effectieve communicatie. Ten eerste is het van belang dat men elkaars (gebaren)taal verstaat. Ten tweede moet het niveau waarop gecommuniceerd wordt voor zowel zender als ontvanger aanvaardbaar zijn. Ten derde moet de interpretatie die aan de gebruikte taal wordt toegekend voor beide partijen hetzelfde zijn en tenslotte is het ook van belang dat de gebruikte taal dezelfde emoties bij zender en ontvanger moet oproepen. Met taal worden alle vormen van taal bedoeld, zowel verbaal (woorden) als non-verbaal (gebaren en handelingen).
De dubbel-perspectief benadering beschrijft de competentie die een persoon heeft als deze een situatie vanuit twee verschillende standpunten kan bekijken. Het dubbel perspectief in interculturele situaties verkrijgt men door de situatie zowel vanuit het standpunt van de eigen cultuur als vanuit het standpunt van de andere cultuur te beschouwen. “Door in interculturele situaties te kijken vanuit een dubbel perspectief kunnen problemen opgelost worden, ervaringen kunnen erdoor worden verdiept en er kan een beter begrip ontstaan voor de processen die zich afspelen wanneer mensen uit verschillende culturen met elkaar omgaan".54 Baumann gaf al aan dat mensen 'dubbel competent' zijn en zich bewust zijn van hun eigen cultuur, maar daarnaast ook erkennen dat zij van andere bestaande culturen kunnen leren. De dubbel-perspectief benadering van Pinto gaat uit van dezelfde competentie, maar dan in het proces van communicatie.
Het erkennen is een eerste stap, Pinto ontwikkelde de drie-stappenmethode om vanuit een dubbel perspectief te leren kijken. Pinto geeft in een noot aan dat de drie-stappenmethode te gebruiken is door iedereen die met ‘andersdenkenden’ in aanraking komt, of deze nu uit de eigen of uit een andere cultuur afkomstig zijn.
De drie stappen zijn:

  1. het leren kennen van je eigen waarden en normen, dat wil zeggen de regels en codes die van invloed zijn op je denken, handelen en communiceren.

  2. het leren kennen van de (cultuurgebonden) normen, waarden en gedragscodes van de ander. Hierin is het belangrijk dat meningen en verwachtingen gescheiden worden van feiten. Als het gedrag van de ander je vreemd is, zul je moeten uitzoeken wat het betekent.

  3. het bepalen hoe je in de situatie met eventuele verschillen in normen en waarden omgaat. Waar liggen je grenzen wat betreft aanpassing en acceptatie van het gedrag van de ander. Het is belangrijk dat je die grens aangeeft aan de ander.

Uit de case-studies die Pinto beschrijft blijkt dat de drie-stappenmethode toe te passen is in veel sectoren van de maatschappij zoals het bedrijfsleven, het onderwijs, de gezondheidszorg, bij politie en justitie en hulpverlening.55 De cases uit de onderwijspraktijk gaan geen van allen in op communicatie tussen leerlingen, wel op situaties tussen docent en leerling en docent en ouders.

Het effect wat deze methode beoogt na te streven is dat vooroordelen worden weggenomen, omdat men leert over andermans normen en waarden en van zichzelf leert waar de eigen grens ligt. Omdat die grenzen duidelijk worden aangegeven, worden irritaties, onbegrip en overdreven tolerantie voorkomen.
De drie-stappenmethode van Pinto vertoont duidelijke overeenkomsten met de drie stappen die Hofstede beschrijft in zijn boek Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen.56 Hofstede gaat uit van Nederlanders in communicatie met migranten. Volgens hem bestaat er een grote behoefte aan eenvoudige trainingsprogramma's om te leren omgaan met anderen. Hij onderscheidt 3 fasen in het leren van intercultureel communiceren, namelijk


  1. bewustwording

  2. kennis

  3. vaardigheden

De eerste stap, bewustwording, begint met het herkennen van de eigen ‘mentale software’ die iedereen bij zich draagt. Deze zogenaamde ‘software’ is gecreëerd door de omgeving waarin iemand opgroeit en anderen kunnen met even goed recht andere mentale programma's hebben. Pinto spreekt hier over normen, waarden, regels en codes. De eerste stap van Hofstede beoogt hetzelfde doel te bereiken als bij stap 1 uit de drie-stappenmethode van Pinto.


Volgens Hofstede zijn cultuuruitingen te beschrijven aan de hand van 4 termen: symbolen, helden, rituelen en waarden. De eerste drie termen vat hij samen onder de noemer ‘praktijken’ en zijn waarneembaar, maar hun culturele waarde blijft onzichtbaar. De kern van een cultuur wordt gevormd door waarden. In de tweede stap van het intercultureel leren gaat het om het leren kennen van de praktijken van andere culturen. Hofstede benadrukt dat we de waarden van een andere cultuur vaak niet delen, maar we moeten wel proberen te begrijpen waar ze verschillen.57 Ook de tweede stap komt overeen met stap 2 uit de drie-stappenmethode van Pinto.
De derde stap herkennen we de praktijken van de andere cultuur en kunnen we die ook gebruiken in een communicatieve situatie. Pinto beschrijft in stap 3 ook de communicatiepraktijk, maar heeft het niet over het gebruiken van praktijken uit de andere cultuur. Een goede derde stap zou volgens mij een combinatie van de theorieën van Pinto en Hofstede zijn. Het is goed om in een interculturele communicatieve situatie aan te geven waar de grenzen met betrekking tot de eigen cultuur liggen, maar een bepaald aanpassingsgedrag is ook wenselijk. Hier speelt dan wel de vraag wie past zich aan wie aan? Wanneer we op vakantie gaan naar een land waar bijvoorbeeld het begroeten op een geheel andere wijze gebeurt dan in Nederland, vinden we het logisch dat wij ons aanpassen en de wijze van begroeten overnemen. Maar hoe zit dat in een interculturele situatie tussen twee bewoners van hetzelfde land? Wanneer er niet uitgegaan wordt van een dominante cultuur, zijn er geen duidelijke regels. Hofstede geeft aan dat hij uitgaat van intercultureel leren voor Nederlanders met als doel een betere omgang met migranten. In dit geval probeert de Nederlander zich aan te passen aan het gedrag van de migrant. Pinto geeft juist aan dat zijn drie-stappenmethode te gebruiken is in iedere interculturele situatie, en hij heeft het daarom ook niet over het overnemen van de praktijken (dus symbolen, helden en rituelen) van de ander. In zijn ogen ontstaat er een situatie waarin duidelijk is wat de gebruiken van de ander zijn en hoeven de gesprekspartners niet op dezelfde manier met elkaar te communiceren. Hier zien we weer dat het bij interculturaliteit gaat om begrip voor de praktijken van de ander en níet om het creëren van gemeenschappelijke praktijken. Een cultuur is opgebouwd uit lagen, waarvan waarden de basis aangeven. Die basis is het deel van iemands cultuur dat vaststaat.
Factoren die van belang zijn in een situatie waarin gecommuniceerd wordt zijn persoonlijke, culturele en situationele factoren. Pinto en Hofstede beschrijven de factor cultuur, maar houden beiden bij hun derde stap te weinig rekening met de persoonlijke en situationele factoren. Shadid gaat wél in op de persoonlijke dimensie van communicatie. In zijn artikel gaat Shadid in op de betekenis van interculturele communicatieve competentie en de vraag of deze aangeleerd kan worden omdat men te maken heeft met een heleboel persoonlijke factoren.

2.2.2 De persoonlijke dimensie


Shadid stelt de vraag wie eigenlijk bepaalt of iemand intercultureel communicatief vaardig is. Wat voor de een competent communiceren betekent hoeft door de ander niet als zodanig gezien te worden. “Iedereen heeft een eigen spreek- en luistergedrag, en specifieke persoonlijke invoel- en aanpassingsvermogens". Hij gebruikt de term ‘geschiktheid’ wanneer het gaat om communicatieve competentie: “Op het juiste moment de juiste dingen zeggen of doen, die geschikt zijn voor de specifieke situatie".58
Hij betoogt dat de meeste benaderingen en trainingen op dit gebied niet volledig zijn omdat daarin slechts rekening wordt gehouden met een deel van de factoren die interculturele competentie beïnvloeden, bij de methodes van Pinto en Hofstede is dit te zien. Hofstede gaat uit van een cultuurspecifieke benadering, waarin competentie gezien wordt als de mate waarin iemand zich de communicatieregels, rituelen, verbale en non-verbale uitingen die voor een bepaalde cultuur specifiek zijn, eigen heeft gemaakt en daarmee ook daadwerkelijk kan omgaan. De tegenhanger van deze benadering is de cultuuralgemene benadering, waarin uitgegaan wordt van de veronderstelling dat het kennen van een andere cultuur geen garantie geeft voor een competent optreden in die cultuur. Deze benadering sluit aan bij het feit dat communicatie niet alleen een culturele, maar ook een persoonlijke en situationele dimensie heeft.
Zoals in het eerste deel van dit hoofdstuk aangegeven, is gedrag een onderdeel van cultuur. Gedrag hoort bij de persoonlijke dimensie van cultuur en speelt een grote rol in een communicatieve situatie. Rubens59 onderscheidt voor het slagen van interculturele communicatieve competentie zeven gedragsfacetten. Deze facetten zijn het vermogen om (1) anderen met respect te benaderen en behandelen, (2) onbevooroordeeld op anderen te reageren, (3) te erkennen dat wat men weet subjectief en individueel van aard is, (4) de wereld via de bril van de ander te zien, (5) adequaat te kunnen handelen in situaties van probleemoplossing en relatieontwikkeling, (6) de interactie met anderen adequaat te beheren, met name door rekening te houden met hun wensen en (7) ambiguïteit te tolereren, hetgeen tot uitdrukking komt in het vermogen om zich aan nieuwe en onbekende situaties aan te passen. Deze gedragsfacetten zijn ook van toepassing in een ‘gewone’ situatie, waar leden van dezelfde cultuur met elkaar communiceren. Iedereen communiceert op zijn eigen manier. De sterkte van stem, gezichtsuitdrukkingen, woordenschat, de manier waarop je je lijf gebruikt om te communiceren, deze factoren zijn allemaal persoonsgebonden.
De vraag die Shadid stelt is in hoeverre deze factoren aan te leren zijn. Sommige factoren zijn genetisch bepaald of liggen in de aard van de mens. De een is extrovert en de ander introvert. Hiermee moet rekening gehouden worden in de bespreking van interculturele communicatieve competentie. Bij het scannen (Vink) van de communicatiepartner moet rekening gehouden worden met deze persoonlijke dimensie.
Shidad beschrijft naast gedrag, nog drie componenten van de persoonlijke dimensie van interculturele communicatie. Dit zijn motivatie, kennis en vaardigheden. Deze drie componenten staan nauw met elkaar in verband. Het hebben van kennis en motivatie om intercultureel te communiceren is niet nuttig wanneer men niet over de vaardigheden beschikt dit ook daadwerkelijk te doen. Andersom kan men niet communicatief vaardig worden zonder motivatie en kennis van de cultuur, waar de communicatiepartner toe behoort, te hebben. De bespreking van de persoonlijke dimensie zoals Shadid deze uitlegt in zijn artikel kan helpen bij het begrijpen van het ontstaan van miscommunicatie of vooroordelen. Het intercultureel communicatief vaardig worden zou vooroordelen, miscommunicatie, discriminatie en racisme tegen kunnen gaan. Met welke factoren moet rekening gehouden worden? Shadid noemt motivatie, in de zin van hoe gemotiveerd is iemand om met leden van een andere cultuur te communiceren? Kennis, in de zin van weten wat de verschillen zijn tussen jouw cultuur en die van een ander en als laatste vaardigheden, wat verwijst naar hoe je jezelf duidelijk kunt maken aan de ander. De drie componenten worden hieronder afzonderlijk toegelicht.
Motivatie slaat op de wil om sociale relaties aan te gaan. Hoewel we in Nederland dagelijks, in iedere situatie met andere culturen te maken kunnen krijgen, hebben we altijd nog de keus of we ook interactief met andere culturen willen omgaan. Dit heeft een aantal oorzaken. Ik verwijs hier nog eens naar de attributietheorie van Pinto of de scan-theorie van Vink, in de ontmoeting met leden van een andere cultuur. Mensen zijn geneigd bij voorbaat een definitie van de ander te hebben, en handelen als eerste vanuit hun eigen cultuur. Het toebedelen van al dan niet negatieve eigenschappen aan de ander is een gevolg van het niet kennen van de andere cultuur. Dit kan het ontstaan van stereotypen en vooroordelen in de hand werken en dit is niet bevorderlijk voor persoonlijke motivatie. Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen bij de motivatie voor intercultureel contact, zoals de eigen persoonlijke behoefte aan contact, de mate van onzekerheid en angst die men gewoonlijk in nieuwe situaties voelt.60 Het gaat in deze theorie om onzekerheid over het gedrag van de ander ten gevolge van het verschil in taal en cultuur. Shadid legt dit uit als een uitdaging die zich voordoet in een interculturele situatie, waarin er onzekerheid bestaat over het gedrag van de ander. “In interculturele contacten worden de eigen culturele vanzelfsprekendheden of aannames over de werkelijkheid uitgedaagd en worden de eigen culturele normen en waarden niet toereikend geacht om het gedrag van anderen te begrijpen en adequaat te voorspellen, met vrees als gevolg".61
Hieruit volgt, dat om effectief te kunnen communiceren met leden van een andere culturele groep, de mate van vrees voldoende laag moet zijn. Volgens Shadid zijn daar twee oplossingen voor, die overeenkomen met de eerste twee stappen uit de methodes van zowel Pinto als Hofstede. In de eerste instantie is het leren herkennen van culturele overeenkomsten tussen de communicatiepartners, maar ook bewust blijven van de verschillen. Hiervoor is het noodzakelijk dat men de eigen ‘praktijken’ en die van de ander kent. In de tweede instantie noemt Shadid de bewustwording van de eigen vooroordelen jegens zowel de eigen groep als andere groepen. Het is van belang dat generalisering voorkomen wordt en de communicatiepartner als autonoom individu beschouwd wordt en niet als representatief voor een hele groep.62 De vooroordelen die bestaan moeten dus genegeerd worden. Pinto spreekt niet zozeer van vooroordelen maar benadrukt in stap 2 van zijn plan wel dat bij het opmerken van ‘vreemd’ gedrag niet direct conclusies getrokken moeten worden, maar dat men moet uitzoeken wat dit zegt over het individu waarmee men communiceert.
De tweede component die Shadid verbindt aan interculturele competentie is kennis. Hieronder vallen kennis van de mogelijkheden om gegevens van anderen te verzamelen, kennis van de verschillen en overeenkomsten tussen de communicatiepartners en tussen de groepen waartoe ze behoren en kennis van alternatieve interpretaties van hun gedrag. Hofstede noemde kennis ook als een van de stappen in het bereiken van effectieve interculturele communicatie. Bij deze component is het vermijden van misverstanden grootste doel, vooral wanneer het gaat op normen, waarden en opvattingen. Wat is in de cultuur van de ander sociaal gewenst gedrag? Kleine gedragingen zoals oogcontact of een handgebaar kunnen al leiden tot misvattingen. Shadid benadrukt dat in alle vormen van training algemeenheden van een cultuur aan bod moeten komen. ”Het moet primair gaan om de normen en waarden met betrekking tot zaken als familierelaties, gastvrijheid, beleefdheid, vriendschap, de verhouding tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen en om de machtsafstand tussen hoger en lager geplaatsten en de religieuze voorschriften in de betreffende cultuur. Ook aspecten die te maken hebben met non-verbale communicatie dienen hier besproken te worden".63

Ten tweede moet specifiek aandacht besteed worden aan normen, waarden en gedragingen die in de betreffende sector voorkomen. Als derde moet er aandacht zijn voor sociaal-economische en culturele heterogeniteit binnen een groep. Shadid noemt als voorbeeld de moslimcultuur. Weinigen zullen weten dat onder Surinamers en Molukkers zich ook moslims bevinden. Verschillende bevolkingsgroepen vertonen onderling qua taal, gebruiken en gewoonten maar ook sociale verschillen. Op de vierde plaats zal in trainingen de sociaal-economische en juridische positie van een groep in kwestie. Welke positie neemt een groep in in bepaalde sectoren binnen de maatschappij? “De maatschappelijke positie heeft namelijk vele gevolgen voor de toekomstmogelijkheden en verwachtingen van leden van die groep, alsmede voor de interculturele contacten met hen".64

Het is daarnaast ook nog van belang te weten in welke mate de communicatiepartner waarde hecht aan de normen, waarden, gedragingen en opvattingen van de culturele groep waartoe hij of zij behoort. Het blijft van groot belang dat de kennis die iemand heeft van een cultuur, flexibel wordt toegepast, anders heeft stereotypering alsnog een kans.
Derde en laatste component van persoonlijke interculturele competentie zijn vaardigheden. Vaardigheden hebben betrekking op communicatieve competentie in het algemeen. Van de verschillende vaardigheden worden luistervaardigheid, bedachtzaamheid en empatisch- en aanpassingsvermogen als meest essentieel voor interculturele communicatie gezien. Het gaat bij bedachtzaamheid op het vermogen niet direct te generaliseren maar open te staan voor meerdere perspectieven. Niet de eigen cultuur of die van de ander wordt als uitgangspunt genomen, maar een derde perspectief waarin beide culturen verenigd worden wordt gebruikt. Deze theorie vertoont overeenkomsten met de dubbel perspectiefbenadering van Pinto. Men kan zich verplaatsen in en meevoelen met de ander. Dit wordt ook aangeduid met de term empathie.

Niet iedereen is even communicatief vaardig. Hoe vaardig je bent heeft te maken met aanleg en ook opvoeding, maar vaardigheden kunnen ook aangeleerd of verbeterd worden. In combinatie met motivatie en kennis zou men in trainingen naar culturele of maatschappelijke situaties kunnen kijken en op grond daarvan de juiste vaardigheden trainen.


Er zijn drie theorieën over interculturele communicatieve vaardigheden besproken en er zijn enkele begrippen die terugkeren. Communicatieve competentie komt tot uitdrukking in de mate waarin iemand in staat is tot effectieve communicatie. Communicatieve competentie gaat vooraf aan interculturele competentie omdat het kunnen slagen in een interculturele communicatieve situatie ook aan persoonlijke en situationele factoren toe te schrijven is. Zowel Pinto als Hofstede gaan in hun modellen niet in op de communicatieve vaardigheden van de personen in een situatie, zij lijken er van uit te gaan dat de personen in kwestie communicatief vaardig zijn en dat de interculturele component aangeleerd moet worden. Naar mijn mening kun je er niet van uit gaan dat iedereen communicatief vaardig is. Bij het aanleren van interculturele communicatieve vaardigheden moet eerst ingegaan worden op 'gewone' communicatieve competentie, en vooral de persoonlijke dimensie hiervan.
De theorie van Hofstede komt voor een groot deel overeen met die van Pinto, maar heeft als tekortkoming dat het uitgaat van de Nederlandse cultuur als dominante cultuur. Zijn theorie is niet op iedere interculturele situatie toepasbaar. Pinto vult de theorie van Hofstede op dit punt aan. Shadid bespreekt de persoonlijke factoren waar zeker rekening mee gehouden moet worden bij interculturele communicatie, namelijk motivatie, kennis en vaardigheden.


1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   25


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina