Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina14/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17

XIBijlagen

1Verklarende woordenlijst en afkortingen


Actieve sensibilisering

Actieve sensibilisering omvat sensibilisering waarbij het doelpubliek actief benaderd wordt. Het uitgeven van een foldertje of een artikel in het gemeentelijke informatieblad volstaan niet. Daarentegen zullen infoavonden, workshops, opleidingen, aanwezigheid op een beurs, e.d. wel het doelpubliek op een actieve manier benaderen.



Afgedankte elektronische en elektrische apparatuur (AEEA)

Afgedankte apparatuur bestemd voor huishoudens of vergelijkbaar professioneel gebruik, die werken op elektrische stroom of elektromagnetische velden om op zichzelf te kunnen werken.



ALT

Administratie Land- en Tuinbouw.



AMINAL

Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap



ANKONA

Antwerpse koepel voor natuurstudie.



ANNET

Antwerps netwerk voor natuur- en milieueducatie.



AO

Ambtelijk overleg.



AROHM

Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen



BATNEEC

Best beschikbare techniek die geen overmatige kost met zich meebrengt (best available technologie not entailing excessive costs).



BBT

Best beschikbare technieken.



Belgische Biotische Index (BBI)

Bij de beoordeling van de biologische waterkwaliteit wordt gebruik gemaakt van de Belgische Biotische Index. Deze is gebaseerd op de aan- of afwezigheid van zoetwaterongewervelden (met het blote oog waarneembare ongewervelden als insecten, weekdieren, kreeftachtigen, wormen e.d.) in het water. Er wordt hierbij zowel rekening gehouden met de aan- of afwezigheid van verontreinigingsgevoelige soortengroepen als met de diversiteit.



Biologische landbouw(producten)

In de biologische landbouw worden geen kunstmest en geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Daarnaast worden dieren onder zo natuurlijk mogelijke omstandigheden gehouden, ook wat hun voeding betreft. Doel van de biologische landbouw is het in stand houden van het natuurlijke evenwicht tussen mens, plant en dier. Het gaat daarbij niet alleen om de landbouw maar ook om onze leefomgeving als geheel.



Bocagelandschap

Een kleinschalig landschap met verspreide dorpen en hoeves, verspreide bosjes en bossen en daartussenin een landbouwlandschap dat een groene dooradering kent van lineaire kleine landschapselementen (hagen, houtkanten, bomenrijen, wegbermen, beekvalleien, graften ...) en verspreide puntvormige KLE's (poelen, solitaire bomen, …).



Bosgroep

Een bosgroep is een vrijwillig samenwerkingsverband tussen verschillende boseigenaars (zowel openbaar als privé) binnen de grenzen van een werkingsgebied met 4.000 tot 10.000 hectaren bos. In deze samenwerking staat de beheersvrijheid van de eigenaar centraal. Zo’n bosgroep kan optreden als organisator van gezamenlijke beheerswerken en houtverkoop. Daarnaast is de bosgroep een bron van allerlei bosbouwkundige informatie onder de vorm van individueel advies, cursussen en excursies. Omdat ze een neutrale positie inneemt tussen overheden, eigenaars en bosgebruikers, is de bosgroep een geschikte plaats voor overleg tussen verschillende boseigenaars en bosgebruikers. Afspraken rond bosrecreatie en ecologische aspecten van het bos kunnen hier gemaakt worden.



BPA

Bijzonder plan van aanleg.



Breekpuin met COPRO-label

Het gaat hier om breekpuin dat aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden moet voldoen vooraleer het als secundaire grondstof kan aangewend worden. Recyclage heeft immers slechts echt zin indien dit leidt tot de productie van grondstoffen die qua kwaliteit even hoog scoren als alternatieve producten. Indien men opteert om breekmateriaal (breekpuin) aan te wenden van een afbraak van wegen - en/of bouw van een locatie en deze materialen wenst te hergebruiken op deze locatie, dient een keuring te worden uitgevoerd door COPRO. COPRO voert een staalname uit zodat na analyse eventueel het attest wordt afgeleverd dat het breekmateriaal geschikt is voor gebruik als secundaire grondstof.



Brownfields

Brownfields zijn terreinen die door aanwezigheid van een bodemverontreiniging niet meer gebruikt kunnen worden. Het betreft dikwijls voormalige industriële terreinen die nochtans goed gelegen zijn en in aanmerking komen voor een nieuwe bestemming. Ze zouden kunnen herontwikkeld worden als nieuwe ambachtelijke zone, als woonzone, als groenzone, als recreatiegebied, enz. De aanwezige bodemverontreiniging en een hele reeks wettelijke en administratieve voorwaarden verhinderen evenwel een vlotte reconversie van het gebied.



Buitengebied

Op niveau van Vlaanderen is het buitengebied dat gebied waarin de open, onbebouwde ruimte overheerst.



Compostmeesters

Compostmeesters zijn vrijwillige burgers die door Vlaco (Vlaamse Compostorganisatie) worden opgeleid tot "specialisten" in het composteren en in het voorkomen van organisch afval. Samen met de milieudienst stimuleren ze het thuiscomposteren en het afvalarm (kringloop)tuinieren in hun gemeente.



COPRO

COPRO is een vzw met als voornaamste doel het organiseren, harmoniseren en bevorderen van de kwaliteit en controles van bouwproducten. COPRO werd in 1983 opgericht door twee groepen stichtende leden: de openbare instellingen en de gebruikers (wegenbouwaannemers) van de producten die COPRO controleert. COPRO verzorgt onder meer de certificatie en de keuring van asfaltmengsels, puingranulaten, schanskorven, vangrails, geotextielen,... . Door aanwending van een COPRO-gekeurd product weet U dat U aan de normen voldoet!



DIFTAR

DIFTAR staat voor gedifferentieerd tarief voor huisvuilverwijdering. Dit wil zeggen dat de burger betaalt afhankelijk van het soort en de hoeveelheid afval dat hij aanbiedt, overeenkomstig het principe “de vervuiler betaalt”. De burger betaalt dus minder naarmate hij minder afval aanbiedt of “de voorkomer wordt beloond”. Te verwijderen afvalfracties zoals grofvuil moeten steeds de duurste fracties zijn en de tarieven moeten een weerspiegeling zijn van de reële verwerkingskost. Bepaalde vermijdbare te recycleren afvalfracties, zoals groenafval, moeten ook aan de burgers aangerekend worden. Deze tarieven moeten evenwel lager liggen dan de tarieven voor te verwijderen afvalstoffen. Het doel van een gedifferentieerd tarief is om de burger te stimuleren tot afvalpreventie en een beter sorteergedrag.



Duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die tegemoet komt aan de noden van de huidige generatie zonder de behoeftenvoorziening van de komende generaties in het gedrang te brengen.



DWA

Droogweerafvoer of afvalwaterafvoer, omvat de afvoer van huishoudelijke- en industriële afvalwaters. Bij een gescheiden rioleringsstelsel wordt een afvalwaterleiding met de kenletters "DWA" aangeduid.



Ecolife

Ecolife vzw ontwikkelt modellen en campagnes om diverse doelgroepen aan te zetten tot duurzame ecologische gedragsverandering.



Ecologische infrastructuur

De minimale fysische en biologische karakteristieken in een landschap in functie van het voorkomen en de verspreiding van een bepaalde soort (vb. groenkernen, natuureilanden en kleine landschapselementen).



EMIS

Energie en Milieu Informatiesysteem voor het Vlaamse Gewest.



Eutrofiëring

Eutrofiëring is de natuurlijke verrijking van waterlopen en rivieren met voedingsstoffen. Deze verrijking wordt doorgaans versterkt door menselijke activiteiten, zoals de landbouw (vermesting). Na een tijd worden meren voedselrijker als gevolg van een toename in voedingsstoffen. Eutrofiëring wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename in nitraten en fosfaten, en dit heeft een negatief effect op het waterleven. Door de verrijking van het water met voedingsstoffen groeien waterplanten zoals algen enorm. Het gevolg hiervan is dat er minder licht minder diep in het water door kan dringen en sommige anaërobische (niet zuurstofverbruikende) bacteriën meer actief worden. Hierdoor kunnen sommige vissen en andere organismen niet meer blijven leven.



Exoot

Al sinds eeuwen zijn soorten van elders al dan niet opzettelijk door de mens in België geïntroduceerd, zowel op het land als in het water. Deze ingevoerde, uitheemse soorten noemt men exoten. Er zijn inmiddels honderden exoten bekend. Deze uitheemse soorten kunnen:



  • de inheemse flora en fauna schaden;

  • ziekten meebrengen die de inheemse soorten schaden;

  • schade toebrengen aan inheemse gewassen.

Een deel van de exoten is bewust door de mens in Europa ingevoerd, zoals de Japanse oester voor de oestercultuur, de muskusrat voor bont en de Amerikaanse vogelkers voor bosverbetering. Andere soorten zijn onbedoeld hier terecht gekomen, zoals de Japanse zakpijp en de Amerikaanse zwaardschede die met schepen meeliftten, de paarse buisjesspons die waarschijnlijk met de import van oesters meekwam en soorten die na de aanleg van kanalen tussen rivieren België bereikten.

Fost Plus

FOST Plus neemt als erkend organisme de uitvoering op zich van de terugnameplicht van de verantwoordelijken voor het huishoudelijk verpakkingsafval die zijn aangesloten bij FOST Plus.



FSC: Forest Stewardship Council

Dit is een international NGO met hoofdzetel in Mexico, die ondersteund wordt dor sociale organisaties en milieubewegingen, houtinvoerders, -handelaars en verwerkers, bosbeheerders en –groeperingen, organisaties voor de rechten van inheemse volkeren, enz. De FSC bestaat uit drie kamers : een economische, ecologische en sociale kamer. Door deze structuur wordt het evenwicht tussen sociale, economische en ecologische belangen gerespecteerd.

De Vlaamse regering steunt initiatieven zoals FSC omdat: 1) het systeem vertrekt vanuit globaal perspectief en de concrete implementatie kan aanpassen aan lokale omstandigheden 2) duurzaam bosbeheer is verantwoordelijkheid voor elke boseigenaar en –beheerder 3) de nadruk ligt sterk op participatie en op die manier kan de communicatie tussen beheerders, handelaars en consumenten worden verbeterd.

Fysisch systeem

Het fysisch systeem is het geheel van eigenschappen , processen en onderlinge relaties van klimaat, geologie, reliëf, bodem, oppervlakte- en grondwater.



GeDIS

Gemeentelijk Samenwerkingsverband voor Distributienetbeheer.



Gemeentelijk milieubeleidsplan (GMBP)

Wanneer er sprake is van het gemeentelijk milieubeleidsplan of GMBP, dan wordt steeds het voorliggende GMBP 2005-2009 bedoeld, tenzij duidelijk wordt verwezen naar vb. het GMBP 2000-2004.



GEMPA

Vereniging van en voor gemeentelijke milieuambtenaren van de provincie Antwerpen.



GFT-afval

GFT staat voor groente-, fruit- en tuinafval en bestaat uit het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat in feite het keukenafval en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal.



GIS

GIS staat voor Geografisch InformatieSysteem, een technologie die zich volledig baseert op de koppeling tussen digitale kaarten enerzijds en databanken anderzijds. Met een GIS is het niet alleen mogelijk gegevens over een bepaalde locatie gestructureerd te verzamelen maar ook consultatie en analyse van deze gegevens zijn mogelijk.



GNOP of Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan

In uitvoering van het eerste gemeentelijke milieuconvenant 1992-1996 hebben vele gemeenten een GNOP-plan opgesteld. Het GNOP bevat een lange termijnplanning om onze natuur, ook buiten de reservaten, te laten ontwikkelen. Dit plan heeft als doel een duidelijk inzicht te verwerven in de actuele toestand van natuur en landschap in de gemeente. Het plan bevat een volledige inventarisatie van de toestand van het landschap en de flora en fauna van de gemeente in 1996. Tevens is een actieplan opgesteld dat concrete aanbevelingen of voorstellen bevat om de kwaliteit van natuur en landschap te behouden en, daar waar nodig, te verbeteren.



Groenafval

Dit is het composteerbaar organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs wegbermen. Groenafval omvat snoeihout met een diameter kleiner dan 10 cm, plantenresten, haagscheersel, bladeren, gazon- en wegbermmaaisel.



Groenkernen

Zie natuurconcentratiegebieden.



Groot huisvuil

Groot huisvuil is de fractie restafval die omwille van volume, grootte, gewicht, aard,… niet in de huisvuilzakken kan (vb. matrassen, tapijt, piepschuim groot formaat, vloerbekleding,..).



Grootvee-eenheden (GVE)

Op basis van de gegevens uit het mestdecreet van 23/01/91 wordt elk veetype tot eenzelfde eenheid herleid. Deze eenheid noemt men de grootvee-eenheid. De productie difosforpentoxide (P2O5) per jaar van een melkkoe wordt als basis genomen.



GRSP

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan.



Hah

Huis-aan-huis (i.v.m. de huis-aan-huis-ophalingen van afvalfracties).



Halonen

Koolwaterstoffen waarop alle waterstoffen door halogenen (de chemische elementen fluor, chroom, broom, jood, astaat) vervangen zijn. Halonen worden vooral ingezet als brandbestrijdingsmiddel.



Hemelwater

Verzamelnaam voor regen, sneeuw, hagel, met inbegrip van dooiwater.



HFK

Deelgroep van zachte chloorfluorkoolwaterstoffen die uitsluitend fluor bevatten.



HVAC

Heating, ventilation, airconditioning.



Hydronaut

De hydronautstudie omvat alle noodzakelijke gegevens over het rioolstelsel als de toestand, de ouderdom, de impact op het milieu en het hydraulisch gedrag.


Hydronaut brengt knelpunten en risicogebieden aan het licht. Verder is het een uitstekend instrument om het netwerk van riolen optimaal te onderhouden en te beheren. Bij uitbreiding aan het rioolstelsel of de inplanting van een nieuw RWZI gaat Hydronaut ondubbelzinnig de invloed hiervan op het zuiveringsgebied na.

IBA

Individuele behandeling van afvalwater.



IBI

Index van Biotische Integriteit. Aan de hand van de bekomen gegevens over o.a. soortensamenstelling, biomassa, trofische samenstelling, conditie, enz…. wordt een index berekend die de kwaliteit van het visbestand weergeeft, hetgeen als een maat voor de ecologische kwaliteit van het aquatisch biotoop beschouwd kan worden. Deze Visindex of Index voor Biotische Integriteit (IBI) geeft aan in welke mate het visbestand afwijkt van een vooropgezet streefbeeld (referentietoestand zonder antropogene verstoring).



IBW

Instituut voor bosbouw en wildbeheer.



IE

Inwoner-equivalent



IGEMO

Intercommunale voor ontwikkeling van het gewest Mechelen en omgeving.



IMD

Intercommunale Milieudienst.



Intergraal waterbeheer

Water dient niet alleen als bron van drinkwater. Het geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en haar infrastructuur of watersysteem, vervult vele functies. Een watersysteem zorgt o.a. voor de aan- en afvoer van water, voor ecologische functies (woonomgeving van planten en dieren), economische functies (bron voor drinkwater, scheepvaart, irrigatie, koelwater) en voor recreatie (hengelaars, pleziervaart, zwemmen). Alle componenten van een watersysteem zijn met elkaar verbonden waardoor het als een geheel (geïntegreerd) moet beheerd worden. Integraal waterbeheer tracht het behoud en herstel van watersystemen ter verzoenen met het gebruik ervan door de mens, rekening houdend met de behoeften van de komende generaties. Het gaat om een geïntegreerd beleid waarbij de verschillende betrokken beleidsmakers, beheerders en watergebruikers samenwerken om zo te komen tot een breed gedragen planning en beheer. De opgave bestaat eruit het beheer van watersystemen op een goede en duurzame manier op elkaar af te stemmen.



IOK

Intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij der Kempen.



IPZ

Interpolitiezone.



IVON

Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk. Het IVON bestaat uit natuurverwevings- en natuurverbindingsgebieden en omvat gebieden waarbij natuur een nevenfunctie uitmaakt, naast andere functies zoals landbouw, bosbouw, recreatie, wonen,… . In de natuurverwevingsgebieden komen hoge natuurwaarden voor naast andere functies. De natuurverbindingsgebieden zijn gebieden die - ongeacht hun oppervlakte - van belang zijn voor de migratie van planten en dieren tussen de gebieden van het VEN en/of de natuurreservaten. Ze zijn strook- of lijnvormig met een aaneenschakeling van kleine landschapselementen. Hier gelden stimulerende maatregelen om de verbindingsfunctie te behouden of te verbeteren en kleine landschapselementen en bestaande natuurelementen in stand te houden of te ontwikkelen.



KGA

Klein gevaarlijk afval: de afvalstoffen zoals opgesomd in onderafdeling 5.5.2 van VLAREA.



Kleine landschapselementen (KLE’s)

Onder kleine landschapselementen verstaan we lijn- of puntvormige elementen, met inbegrip van de bijhorende vegetaties, waarvan het uitzicht, de structuur of de aard, al dan niet door toedoen van de mens, tot stand is gekomen, en die deel uitmaken van de natuur zoals: bermen, bomen, bosjes, bronnen, drijken, graften, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen.



KMO

Kleine en middelgrote ondernemingen.



Komimo

De Koepel Milieu en Mobiliteit (Komimo vzw) is een permanent overlegforum, opgericht in 1987 door een aantal organisaties die actief zijn in de milieu- en/of de mobiliteitssector. Ze wilden hiermee hun inspanningen op het raakvlak tussen milieu en mobiliteit coördineren.



KWZI

Kleinschalige waterzuiveringsinstallatie.



Ladder van Lansink

De Ladder van Lansink stelt een rangorde op voor onze omgang met afval: hoe hoger op de ladder, des te beter voor het milieu. Afvalpreventie staat bovenaan de ladder. De beste manier om met afval om te gaan is afval vermijden. Vaak speelt de overheid hierin een belangrijke rol. Bij afvalpreventie horen onder andere stickers rond 'Geen reclamedrukwerk', de brooddoos in plaats van wegwerpverpakkingen,... Hergebruik vereist weinig of geen energie of nieuwe grondstoffen. De mooiste voorbeelden hier zijn de kringloopwinkels, tweedehands pc's, retourflessen, navulbare potloden of vulpennen... waar producten hergebruikt worden of een nieuw leven krijgen. Sorteren en recycleren komt op de derde plaats. Veel afvalsoorten bevatten grondstoffen die opnieuw gebruikt kunnen worden. Denk hierbij maar aan het inzamelen van glas, papier, plastiek... Misschien schrijf je zelfs op een cursusblok gemaakt uit gerecycleerd papier! Verbranden van restafval staat op de voorlaatste plaats. Storten staat helemaal onderaan de ladder en dient zoveel mogelijk vermeden te worden. Het zorgt voor een ernstige hinder in de natuur, het gaat gepaard met stank, bodem- en waterverontreiniging, enz…



LOGO

LOGO is de afkorting van LOkaal GezondheidsOverleg. Het is een ‘samenwerkingsverband voor ‘gezondheidsoverleg en –organisatie’ dat zich op een bovenlokaal niveau (regio’s van 250.000 tot 300.000 inwoners) situeert, en instaat voor de coördinatie en ondersteuning van het lokale gezondheidsoverleg. Het accent komt vooral te liggen op lokaal gerichte acties, netwerkvorming en het op elkaar afstemmen van organisaties. Niet alleen de gezondheidssector, maar ook de lokale besturen, de OCMW’s, de welzijns-, de sociaal-culturele en de onderwijssector worden hierin betrokken. Verder staat een LOGO ook in voor de lokale informatieverzameling, mits sturing vanuit de Vlaamse overheid. Bij deze LOGO’s werken sinds kort milieugezondheidskundigen, waarbij men terecht kan voor vragen rond Milieu en Gezondheid.



MD

Milieudienst.



Milieujaarprogramma (MJP)

Het milieujaarprogramma wordt jaarlijks door de gemeente opgesteld en rapporteert eenvormig over de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en het milieubeleidsplan. Meer in detail omvat dit document de rapportering over het milieubeleid van de gemeente van het afgelopen jaar en de doelstellingen, stappenplan, acties, middelen en timing voor het milieubeleid voor het volgende jaar. Elk jaar wordt dit document aan het Vlaamse Gewest bezorgd en vormt het de basis waarop het gewest het milieubeleid van de gemeente zal evalueren.



Milieuverantwoord productgebruik

Onder milieuverantwoord productgebruik verstaan we dat in de mate van het mogelijke milieuschadelijke effecten voor een bepaald product(groep) moeten afgewogen worden vooraleer een milieuverantwoorde keuze te maken. De gemeente kan hieraan werken door enerzijds de bevolking of doelgroepen voor milieuverantwoord productgebruik te sensibiliseren en anderzijds door de werking van de eigen diensten op een milieuverantwoorde manier te organiseren. Dit laatste betekent dat het aankoopbeleid en de werkingsprocedures binnen de eigen diensten in deze zin moeten worden aangepast. Dit geldt zowel voor taken uitgevoerd in eigen beheer als deze uitgevoerd door derden in opdracht van de gemeente (opname in de bestekken).



MINA - 3 plan

Het Vlaams Milieubeleidsplan 2003-2007 (MINA 3) bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid van het Vlaamse Gewest. Centraal in dit milieubeleidsplan staat duurzame ontwikkeling en het is opgebouwd uit 12 thema’s. Voor elk thema zijn er doelstellingen voor lange en korte termijn uitgewerkt. Daarnaast komen er verspreid over de verschillende thema’s 40 projecten aan bod om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren. De inhoudelijke klemtonen liggen op klimaat, biodiversiteit (met inbegrip van bodem), gezondheid (met inbegrip van stedelijk milieubeleid) en natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van de afvalproblematiek).

In tegenstelling tot het vorige milieubeleidsplan (MINA 2) wordt er veel aandacht besteed aan integratie met andere beleidsdomeinen en aan de samenwerking met andere actoren/doelgroepen. Deze laatste kunnen zowel veroorzakers als oplossers voor een bepaald milieuprobleem zijn. Omdat sommige gebieden extra aandacht vragen en een beleid dat afgestemd is op de lokale situatie, is er ook aandacht voor een gebiedsgericht beleid. Ten slotte gaat de aandacht naar de verschillende instrumenten voor het milieubeleid, internationale samenwerking, geïntegreerd overheidsbeleid, kosten en financiering.

MINA-werkers

Milieu- en natuurwerkers, dit zijn werkers die behoren tot de doelgroepwerknemers, zoals beschreven in artikel 5.1.2.1.3.7 § 6 van de samenwerkingsovereenkomst.



MKROS

Milieuklachten, registratie- en opvolgingssysteem.



MMIS

Het Milieu Management Informatisysteem. Het MMIS startte in maart 2000 en is een initiatief van de minister van Leefmilieu om milieuinformatie beter en efficiënter beschikbaar te stellen naar alle overheidsinstanties die hierbij betrokken zijn.



MOS of Milieuzorg Op School

Milieuzorg Op School is een milieuzorgproject van de kleuter- tot de hogeschool. MOS wil een school helpen om een eigen milieuzorgsysteem uit te bouwen. Dit is een geheel van maatregelen en acties waaraan iedereen (directie, leerkrachten, ouders, leerlingen …) meewerkt om de school milieuvriendelijker te maken. MOS biedt hiervoor alvast praktische en educatieve ondersteuning rond 5 thema’s: afvalpreventie, water, energie, verkeer, natuur op school.



MPS-vignet

Zie VMS-telers.



Mulchmaaien

Mulchmaaien is een techniek waarbij het gemaaide gras volledig wordt verpulverd en vervolgens tussen de grasmat wordt teruggeblazen. Het fijngesnipperde maaisel komt tussen de grassprietjes op de bodem terecht waar het een dunne mulchlaag vormt, vandaar de naam. Met de mulchmaaier héb je dus gewoon geen maaisel meer. Het verteert ter plaatse en geeft zijn voedingsstoffen terug aan de bodem en het gras.



Natuurconcentratiegebieden

Dit zijn groenkernen, de voornaamste groengebieden in en rond de gemeente die als habitat en verbreidingskern fungeren. Het zijn biologisch waardevolle gebieden van enige omvang, met een grote graad van natuurlijkheid, maar ook rust en afwezigheid van bedreigingen als indringende bebouwing. Het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden krijgen prioriteit terwijl de andere functies ondergeschikt zijn aan de natuurfunctie.



Natuureiland

Natuureilanden onderscheiden zich van natuurconcentratiegebieden door beperktere afmetingen en de geïsoleerde ligging tussen andere vormen van bodemgebruik. Het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden krijgen prioriteit terwijl de andere functies ondergeschikt zijn aan de natuurfunctie.



NGO’s

Niet-gouvernementele organisaties.



NME

Natuur- en milieueducatie (zie http://www.milieueducatie.be/).



OCMW

Openbaar centrum voor maatschappelijk werk.



Oorspronkelijke gemeentelijke productiedruk (OGP)

Deze wordt berekend door de fosfaatproductie van de veestapel in de gemeente in het jaar 1992 te delen door de oppervlakte cultuurgrond in die gemeente in 1992. Een gemeente met een oorspronkelijke productiedruk van meer dan 100 kg fosfaat is een zogenaamde donkergrijze of zwarte gemeenten.



Open ruimte

Open ruimte is een relatief begrip. Wij hanteren de volgende definitie: "die ruimte waarin het onbebouwde gedeelte een wezenlijk onderdeel vormt en waar de natuurlijke landschappelijke elementen in hun onderlinge samenhang bepalend zijn voor de structuur". De open ruimte, als contramal van de gebieden met aaneengesloten bebouwing, bevat landschappen waarin "vergezichten" of "groen" domineren.



OVAM

Openbare Afvalstoffenmaatschappij van het Vlaamse Gewest.



PAK’s

Polyaromatische koolwaterstoffen.



Passieve sensibilisering

Onder passief sensibiliseren verstaan we het eerder passief benaderen van de doelgroepen door o.a. de uitgave van een folder of de publicatie van een artikeltje in het gemeentelijke informatieblad.



PCB’s

Polychloorbifenylen.



Pesticidenreductieplan

Zoals opgelegd door hogere wetgeving is de gemeente verplicht om een pesticidenreductieplan op te stellen. Dit plan omvat maatregelen om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in openbare ruimtes geleidelijk aan af te bouwen. Eerst wordt er gestart met een proefproject in een gedeelte van de gemeente. Geleidelijk aan zal dit proefproject uitgebreid worden naar de hele gemeente zodat er vanaf 2009 geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruikt worden in gemeentelijke domeinen.



PFK’s

Fluorkoolstof.



PIH

Provinciaal Instituut voor Hygiëne.



PMD

PMD-afval: plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen (inclusief kroonkurken) en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (= definitie FOST Plus).



Prati-Index voor zuurstofverzadiging (PIO)

Een belangrijke parameter voor de bespreking van de waterkwaliteit is de opgeloste zuurstof. De aanwezigheid van een voldoende hoge concentratie aan opgeloste zuurstof is van zeer groot belang voor het leven in het water en speelt een grote rol in zelfzuiverende processen van de waterloop. De Prati-index is een parameter die een beeld geeft over de zuurstofconcentratie in het water. Hoe minder zuurstof er in het water aanwezig is, hoe hoger de waarde van deze index en hoe slechter de kwaliteit van het water. Deze index krijgt een slechte score bij lage zuurstofconcentraties, maar ook bij oververzadiging; die treedt immers op bij eutrofiëring – een verschijnsel dat de kwaliteit aantast.



Provinciaal Overlegplatform voor Afval van de Provincie Antwerpen (POAA)

Het POAA is een werkgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de provincie, intercommunales, steden en gemeenten. Dit platform streeft naar een betere afstemming van het afvalbeleid en een betere samenwerking tussen de intercommunales, steden en gemeenten van de provincie Antwerpen.



REG

Rationeel energiegebruik.



Relighting

Relighting heeft tot doel om minder energie te verbruiken, de onderhoudskosten van de verlichtingsinstallatie te verlagen en het lichtcomfort te verhogen.



Relightingstudie

Omvat gedetailleerde berekeningen die een juist overzicht geven van de mogelijke besparingen op energie- en onderhoudskosten. Tevens toont de studie aan wat het totale investeringsbedrag is voor de relighting, voor een bepaald luxniveau, aangepast aan elk van de lokalen.



ROB

ROB staat voor Rustig Op de Baan. Wie ROB is, past zijn rijstijl aan, voor een veiliger verkeer én een betere leefomgeving (zie www.ikbenrob.be).



Robinsonlijst

Door u in te schrijven op de Robinsonlijst, geeft u aan de bedrijven te kennen dat u geen reclame op naam meer wenst te ontvangen van geen enkel bedrijf (zie http://www.robinsonlist.be/).



RUP

Ruimtelijk Uitvoeringsplan.



RWA

Regenwaterafvoer.



RWG

Rationeel watergebruik.



RWZI

Rioolwaterzuiveringsinstallatie.



Samenwerkingsovereenkomst (SO)

Hoewel er tal van samenwerkingsovereenkomsten worden afgesloten met de gemeente, wordt in dit document met deze term steeds verwezen naar de samenwerkingsovereenkomst “Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling”, afgesloten tussen gemeente en Vlaams Gewest. Hierbij kan er sprake zijn van de voorbije samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 en de nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de periode 2005-2007.



Secundaire grondstof

Secundaire grondstoffen zijn afvalstoffen die onder bepaalde voorwaarden hergebruikt kunnen worden. Deze voorwaarden zijn vermeld de wetgeving van het Vlarea.



Sonometer

Een sonometer is een geluidsmeter waarmee op een objectieve wijze de sterkte van één of andere geluidsbron kan gemeten worden.



Stiltegebied

Een ‘stiltegebied’ wordt meestal gedefinieerd als een gebied waarin de natuurlijke geluiden, afkomstig van zowel fauna als flora, overheersen. Het begrip ‘stilte’ is in deze context geen synoniem voor ‘afwezigheid van geluid’ maar wel voor ‘afwezigheid van verstorende, omgevingsvreemde geluiden’. Natuurlijke geluiden kunnen voor hoge geluiddrukniveaus zorgen maar zijn niet verstorend en passen perfect in een stiltegebied. Denk maar aan het ruisen van bomen, het tsjirpen van krekels op een warme zomeravond of het loeien van koeien in de wei … . Ook gebiedseigen geluiden afkomstig van de bewoners, landbouw, natuur- of bosheer blijven mogelijk in een stiltegebied. Onder verstorende, omgevingsvreemde geluiden worden o.a. vliegtuiglawaai, lawaai van drukke verkeersaders, lawaai afkomstig van industriezones … verstaan. Een stiltegebied dient tevens een voldoende grote oppervlakte te hebben: minstens enkele vierkante kilometer. Verstorend lawaai laat zich immers niet tegenhouden door een grens. In het ideale geval bestaat een stiltegebied uit een ‘kerngebied’, waar de akoestische kwaliteit prima is, met daarrond een ‘buffergebied’. Uit de reeds uitgevoerde studies is gebleken dat het achtergrondgeluidsniveau in de potentiële stiltegebieden overdag tussen 35 en 40 à 45 dB(A) ligt. Het achtergrondgeluidsniveau of LA95 is het geluidsniveau dat in 95 % van de tijd wordt overschreden.



Stinzenmilieu

Stinzenplanten zijn verwilderde cultuurplanten die in de middeleeuwen bij oude buitenplaatsen (‘stins’ is Fries voor stenen huis) om allerlei redenen (geneeskrachtig, pittig, mooi) werden aangeplant en van daaruit zich al dan niet spontaan (of dankzij een bloembollenactie van Velt) in de omgeving hebben gevestigd. Veel stinzenplanten op één plek tezamen zijn dus soms ook een indicatie voor een archeologische site. Stinzenplanten zijn gebonden aan een bepaald milieu, een plek waar ze zich thuisvoelen en waarbuiten ze niet of nauwelijks voorkomen. Dit milieu, het stinzenmilieu, treffen we aan in de tuinen en parken van oude buitenplaatsen, pastorieën, oude boerderijen, kerkhoven, bolwerken en kloostertuinen. Het specifieke milieu dat zich in de parken en tuinen door de eeuwen heen heeft ontwikkeld kenmerkt zich door de aanwezigheid van (aangeplante) loofbomen en een door de mens beschermde en bewerkte standplaats waardoor een vruchtbare en doorlatende bodem ontstaat. Al deze aspecten spelen een essentiële rol bij het ontstaan van een stinzenmilieu.



STIP

Steunpunt en informatiecentrum voor preventie van afval. STIP ondersteunt intermediaire organisaties, die werken naar burger - of bedrijf door het organiseren van preventieworkshops en studiedagen, de projectendatabank, website-informatie en de uitwerking van preventiedossiers. Informatiedoorstroming: STIP verzamelt en verspreidt informatie over afvalpreventie bij huishoudens, bedrijven, overheidsinstanties, … . Het biedt een loketfunctie aan, die kan geraadpleegd worden door intermediairs voor advies en ondersteuning bij hun activiteiten; het steunpunt kan ook een coördinerende rol spelen bij het afstemmen van nieuwe initiatieven of doorverwijzen naar een relevant contact. Waar mogelijk geeft STIP feedback aan de overheid over knelpunten, mogelijkheden of resultaten van het preventiebeleid.



TANDEM

Tandem is een samenwerkingsverband van zeven milieu- en natuurverenigingen: Bond Beter Leefmilieu, het Centrum Voor Natuur- en milieueducatie, Ecolife, Natuurpunt, Velt, VIBE en WWF. Tandem ondersteunt lokale overheden bij het oprichten van duurzame lokale samenwerkingswerkingsprojecten.



Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen (UHA)

Dit plan behandelt de preventie, selectieve afvalinzameling en eindverwerking van huishoudelijk afval voor de periode van 2003 – 2007 in het Vlaamse Gewest. De nadruk wordt gelegd op het voorkomen en hergebruik van afvalstoffen.



Verzuring

Door het wegverkeer, grote fabrieken en door mest uit onder meer varkens- en kippenstallen komen grote hoeveelheden 'verzurende' stoffen in de lucht en de bodem. Het gevolg van deze uitstoot is verzuring, ook wel zure regen genoemd. Zure regen zorgt ervoor dat de bodem verzadigd raakt met een grote hoeveelheid schadelijke stoffen, waardoor bomen en planten niet goed meer kunnen groeien. Dit zorgt er weer voor dat het voor sommige dieren steeds lastiger wordt te overleven. Daarnaast worden oude boeken en monumenten door verzuring aangetast.



Verdroging

Vooral de onttrekking van grondwater voor drinkwater, industriële toepassingen (koelwater voor machines) en het besproeien van gewassen zorgen ervoor dat de grondwaterstand op vele plaatsen in België daalt van enkele centimeters tot vaak meer dan een meter. Dit leidt tot verdroging van de bodem, wat nadelige gevolgen heeft voor veel planten die van een hoog waterpeil afhankelijk zijn. Bovendien neemt ook de kwaliteit van het aanwezige water af. Met name natuurgebieden worden bedreigd door verdroging van de bodem. Tijdens droge zomers krijgen natuurgebieden vaak een extra klap, omdat veel boeren water uit rivieren halen om hun akkers te besproeien. Hierdoor verandert de samenstelling van het al aanwezige water ingrijpend, wat schadelijk is voor de natuur.



VIBE

Vlaams instituut voor bio-ecologisch bouwen en wonen. VIBE vzw promoot mens- en milieuvriendelijke bouwwijzen en woonvormen. Hiervoor verenigt VIBE vzw de ontwerpers, producenten, aannemers, handelaars en consumenten die de bezorgdheid om het milieu delen.



VITO

Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek.



Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN)

Het VEN is een selectie van bestaande waardevolle en gevoelige gebieden in Vlaanderen. Het streefdoel is zoveel mogelijk grote aaneengesloten gehelen te vormen. Het vormt de ruggengraat van de natuurlijke structuur in Vlaanderen en bestaat uit gebieden met een hoge natuurkwaliteit.



VLACO

VLACO, de Vlaamse Compostorganisatie, is een vzw die helpt de uitvoering van de opeenvolgende beleidsplannen inzake organisch-biologisch afval (groenafval, GFT-afval en bedrijfsorganisch afval) ondersteunen en coördineren.



Vlarea – wetgeving

De wettelijk basis van het Vlaamse Afvalbeleid bestaat uit het Afvalstoffendecreet van 2 juli 1981. Het Vlarea of Vlaams Reglement voor Afvalvoorkoming en -beheer is het uitvoeringsbesluit van dit Afvalstoffendecreet. Het reglement regelt het afvalbeleid op Vlaams niveau en richt zich zowel op huishoudelijke als industriële afvalstoffen.



VLAREBO

Vlaams reglement betreffende bodemsanering.



VLAREM

Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning.



VLM

Vlaamse Landmaatschappij.



VMM

Vlaamse Milieumaatschappij.



VMS-telers

Dit zijn milieubewuste siertelers die volgens de criteria van het Vlaams Milieuplan Sierteelt (VMS) tewerk gaan. Producten van VMS-deelnemers zijn herkenbaar aan het MPS-vignet. Dit vignet geeft aan dat bij de teelt de voorgeschreven milieunormen werden gerespecteerd. De garantie op zich volgt uit bedrijfsinspecties door het onafhankelijke en internationaal erkende keuringsorganisme bedrijf SGS AgroControle. Een bezoek van een SGS-team aan een deelnemend bedrijf betekent een grondige controle. Daarbij worden specifiek de volgende punten nagekeken:



  • de geregistreerde verbruiksgegevens, de voorraden en de aankoopfacturen van gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, brandstof en elektriciteit;

  • het afvalvervoer.

Verder wordt ook de teeltplanning overlopen en wordt de opgegeven bedrijfsoppervlakte gecontroleerd. Mogelijk worden blad- en/of grondmonsters genomen voor labo-controle op residu's. Zie ook http://www.vms-vzw.com voor meer informatie.

VOS

Vluchtige organische stoffen.



VVOG

Vereniging voor openbaar groen v.z.w. is een vereniging van Vlaamse steden en gemeenten. De Vereniging stelt zich tot doel 1. het openbaar groen in al zijn vormen te promoten, te ondersteunen en te pleiten voor een maximale uitbreiding en behoud; 2. de werkende leden te ondersteunen bij het realiseren van een goed groenbeleid; 3. de werkende leden te helpen bij het oplossen van problemen inzake groenbeheer; 4. het organiseren van vorming en het stimuleren van onderzoek inzake openbaar groen.



VVSG

Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten.



Watersysteem

Het geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en haar infrastructuur.



WEB

Kringloopwinkel die actief is te Retie, Turnhout en Hoogstraten.




1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina