Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina3/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

IIInstrumentarium

1Inleiding


Het instrumentarium vormt de basis voor de uitvoering van het milieubeleid. Het omvat alle mogelijke beleidsuitvoerende, -onderbouwende en evaluerende instrumenten die de gemeente kan aanwenden ter uitvoering van haar milieu- en natuurbeleid.

In dit hoofdstuk wordt, na een bondige schets van de bestaande wetgeving rond instrumentarium, de actuele toestand anno 2004 in de gemeente besproken. Op basis hiervan wordt een gemeentelijke visie en doelstelling geformuleerd voor de nieuwe planperiode 2005-2009. Om de nadruk te leggen op de mogelijkheid om gebruik te maken van verschillende soorten van instrumenten, werd het vervolg van de tekst onderverdeeld in volgende onderdelen:



  • beleidsondersteunende instrumenten: hieronder kaderen 1. de planningsdocumenten, 2. de instrumenten die uitvoering moeten geven aan het milieubeleid en 3. het databeheer dat dient ter ondersteuning van die uitvoering;

  • sociaal-communicatieve instrumenten: dit zijn de instrumenten die als doelstellingen hebben aan het gemeentelijk beleid een maatschappelijk draagvlak te geven;

  • juridische instrumenten en controlesystemen: deze instrumenten moeten zorgen voor een zekere afdwingbaarheid van de beleidskeuzes. Daartoe zijn regulering en controle noodzakelijk.

Elk van deze onderdelen omvatten een schets van de huidige toestand en een actieplan voor de planperiode 2005-2009.

2Wettelijk kader


  • Decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid.

  • Uitvoeringsbesluit van 14 juni 2002 betreffende de provinciale en gemeentelijke milieubeleidsplanning en de milieuraad.

  • Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ 2005-2007.

3Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Uit de evaluatie van de door de gemeente Retie uitgevoerde acties gedurende de vorige planperiode 2000-2004, blijkt dat gaandeweg het instrumentarium verder werd uitgebouwd. Dit gebeurde vooral in het kader van de ondertekende samenwerkingsovereenkomsten (milieuconvenanten en de samenwerkingsovereenkomst 2002-2004). Steeds meer is het belang gebleken van een doordacht en praktisch toepasbaar instrumentarium als ondersteuning van de taken van de milieudienst.

4Visie


De ervaring leert dat een goed milieubeleid staat of valt met een goed instrumentarium. Het hoofdstuk Instrumentarium in het GMBP 2005-2009 zal ervoor zorgen dat nog meer aandacht gaat naar de degelijkheid van de beleidsondersteunende, beleidsonderbouwende en beleidsevaluerende instrumenten.

5Doelstelling


De gemeente Retie zal in de mate van het mogelijke de nodige structuren, mankrachten, financiën en het juridische instrumentarium voorzien voor de uitvoering van het gemeentelijke milieubeleidsplan 2005-2009.

6Beleidsondersteunende instrumenten

6.1Planning

6.1.1Milieujaarprogramma

Het milieujaarprogramma wordt jaarlijks door de gemeente opgesteld en rapporteert eenvormig over de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en het milieubeleidsplan. Meer in detail omvat dit document de rapportering over het milieubeleid van de gemeente van het afgelopen jaar en de doelstellingen, stappenplan, acties, middelen en timing voor het milieubeleid voor het volgende jaar. Elk jaar wordt dit document aan het Vlaamse Gewest bezorgd en vormt het de basis waarop het gewest het milieubeleid van de gemeente zal evalueren.

De gemeente Retie rapporteert sinds 1992 via milieujaarprogramma’s.



Actie IN.1: Jaarlijks evalueren van het gevoerde gemeentelijk milieubeleid.

In het jaarlijks op te stellen milieujaarprogramma, volgens het clustermodel met bijhorende actiefiches en volgens de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, zal een evaluatie gebeuren van:



  • de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’;

  • het milieubeleidsplan.
6.1.2Milieubeleidsplan

Sinds de inwerkingtreding van uitvoeringsbesluit betreffende de provinciale en gemeentelijke milieubeleidsplanning en de milieuraad van 8 augustus 2002 zijn ook provincies en gemeenten verplicht een milieubeleidsplan op te maken. Het definitieve plan moet uiterlijk op 1 mei 2005 ter kennis gegeven worden aan het Vlaamse Gewest. Via milieujaarprogramma’s wordt het milieubeleid jaarlijks geëvalueerd, bijgestuurd en wordt het beleid van opeenvolgende jaren op elkaar afgestemd. Het gemeentelijke milieubeleidsplan moet nadere uitwerking geven aan het Gewestelijk en Provinciaal milieubeleidsplan. Binnen de perken van de gemeentelijke bevoegdheden kunnen deze hogere plannen ook aangevuld worden door de gemeente. Inhoudelijk mag het gemeentelijke milieubeleidsplan niet afwijken van de bindende bepalingen van de milieubeleidsplannen op een hoger beleidsniveau.

De gemeente Retie heeft reeds een eerste milieubeleidsplan 2000-2004 opgemaakt.



Knelpunten:

  • het GMBP 2000-2004 werd enkel in het kader van de samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 als naslagwerk geraadpleegd. Bij deze raadpleging deed zich evenwel het probleem voor dat de verschillen in structuur van het plan en de samenwerkingsovereenkomst zorgden voor veel opzoekingswerk;

  • het milieubeleidsplan is niet gebonden aan de termijn van de gemeentelijke legislatuur.

Actie: zie Actie IN.1.
6.1.3Samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’

Deze samenwerkingsovereenkomst is een vrijwillige overeenkomst die de gemeente kan afsluiten met de Vlaamse overheid op vlak van milieu. Als een gemeente deze overeenkomst ondertekent, krijgt ze in ruil voor het uitvoeren van een aantal taken, financiële en inhoudelijke ondersteuning van de Vlaamse overheid. De gemeente kan - binnen zekere marges - zelf kiezen welke onderdelen van de overeenkomst ondertekend worden en welke ambitieniveaus ze wenst te behalen. Er zijn 3 ambitieniveaus waarop kan ingetekend worden: niveau 1 is het minst ambitieuze en niveau 3 het meest ambitieuze niveau. Elk gekozen niveau verplicht het lokaal bestuur om acties op verschillende vlakken (clusters) te ondernemen. De clusters zijn: instrumentarium, energie, mobiliteit, hinder, natuurlijke entiteiten, water, vaste stoffen en gebiedsgericht beleid. Doelstelling van de samenwerkingsovereenkomst is om lokale overheden te stimuleren om een meer duurzaam lokaal beleid te voeren.

De Gemeente Retie heeft in 2002 de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar Duurzame Ontwikkeling’ ondertekend op niveau 1. Ze heeft ingetekend op het Instrumentarium en de clusters Vaste Stoffen, Water, Natuurlijke Entiteiten, Hinder, Mobiliteit, Energie en de opties afval en bodem en sinds 2003 ook op de cluster Burgers en Doelgroepen.

Gezien de huidige stand van zaken in de gemeente Retie lijkt het een haalbare kaart om voor bepaalde clusters over te stappen naar een ambitieuzer niveau 2. Deze overweging zal de gemeente maken in de loop van de nieuwe planperiode 2005-2009, dit op basis van de nieuwe contracttekst 2005-2007 van de samenwerkingsovereenkomst.

Actie IN.2: Ondertekenen van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst 2005 – 2007 ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ en eventuele opvolgers.

Gedurende de planperiode van het milieubeleidsplan zal blijvend gestreefd worden om voor alle clusters niveau 1 te behalen en desgevallend over te stappen naar het ambitieuzere niveau 2.


6.2Uitvoering


De samenwerkingsovereenkomst legt aan de gemeenten op hun gemeentelijke diensten zo te organiseren dat ze de volgende taken kunnen uitvoeren:

  • milieu- en natuurklachtenbehandeling;

  • natuurontwikkeling;

  • ecologisch bermbeheer;

  • geïntegreerd waterlopenbeheer;

  • toezicht op en verlening van adviezen i.v.m. milieu- en natuurvergunningen;

  • afvalbeheer;

  • milieubeleidsplanning;

  • medewerking aan milieu- en natuuracties van Gewestelijke of Provinciale besturen;

  • sensibilisering en educatie rond natuur- en milieu- en duurzaamheidsthema’s;

  • bijscholing i.v.m. hierboven vermelde acties.

Bovendien moeten ten minste ook de volgende taken gerealiseerd worden:

  • samenwerkingsovereenkomst uitvoeren op een geïntegreerde manier;

  • uitbouw van een milieuloket voor eerstelijnsmilieuzorg;

  • instaan voor interne milieuzorg waarbij de gemeente zelf de voorbeeldfunctie uitoefent en deze communiceert naar de gemeentelijke diensten, de doelgroepen en de bevolking.
6.2.1Milieudienst

De loketfunctie, de milieuvergunningen en kapvergunningen zijn in handen van de dienst grondgebiedszaken. Voor wat betreft milieu, natuur en duurzaamheid beschikt de dienst over volgende personen: het diensthoofd stedenbouwkundige ambtenaar, die tevens de taak van milieuambtenaar op zich neemt en de duurzaamheidsambtenaar. Zij staan in voor de verder uitbouw van een milieuloket, eerstelijns milieuzorg en de interne milieuzorg (via ambtelijk overleg). De milieudienst heeft volgende taken:

  • dienstverlening op het vlak van milieu en de daarmee gepaard gaande vergunningen, en het verstrekken van informatie;

  • toezien op en administratieve opvolging van alle activiteiten en inrichtingen welke betrekking hebben op het milieu en milieuwetgeving. Naar de bevolking toe controle op het grondgebied;

  • onderhandelingen op vlak van milieu met architecten, studiebureaus en adviesverlening aan het college;

  • ontvangen en bespreken aanvragen milieuvergunningen;

  • verwerking aanvragen, onderzoek conformiteit van dossier en aanvullend adviezen formuleren of aanvragen bij de betrokken instanties;

  • kapvergunningen;

  • controle en opvolging klachten;

  • begeleiding gemeentelijk natuurontwikkelingsplan;

  • uitwerken van het jaarlijkse milieujaarprogramma;

  • vertegenwoordiging gemeente bij diverse vergaderingen i.v.m. milieu, duurzaamheid en mobiliteit;

  • advies inwinnen bij intercommunales en advies verlenen aan het schepencollege;

  • organisatie van ophalen en verwerken afvalstoffen;

  • voorkoming van huishoudelijke afvalstoffen organiseren;

  • het duurzaam gebruik van water / integraal waterbeheer in praktijk brengen;

  • het gebruik van duurzame grondstoffen in praktijk brengen;

  • het gebruik van bestrijdingsmiddelen coördineren;

  • zuinig energiegebruik in praktijk brengen;

  • samenwerkingsoverkomst en milieujaarprogramma in praktijk brengen;

  • opgelegde taken van hogere overheden uitvoeren;

  • gemeentelijke MINA-raad begeleiden;

  • zwerfvuilacties, milieuacties, schoolbegeleiding en verenigingenbegeleiding i.v.m. milieu en duurzaam organiseren;

  • … .

Knelpunten:

  • het eventueel toekomstig gebruik van het Geografisch InformatieSysteem (GIS) binnen de milieudienst is een complexe ingreep. Het zal niet enkel veel voorbereidend werk vragen, maar tevens een voortdurende opvolging en actualisering van het systeem vereisen. Dit vraagt heel wat organisatie;

  • om het toezicht op de naleving van vergunningen, verordeningen en andere verplichtingen te kunnen uitvoeren is bijkomende ondersteuning noodzakelijk. Momenteel is er geen tijd of personeel om dit toezicht te doen.

Actie IN.3: Bestaffing en ondersteuning van de milieudienst.

In het kader van de opmaak van een nieuw personeelsbehoeftenplan zal ook worden nagekenen wat de noden zijn binnen de milieudienst.


6.2.2Duurzaamheidsambtenaar

Retie stelt sinds 1 september 2002 een duurzaamheidsambtenaar niveau B tewerk. Deze moet minimaal toezien op de geïntegreerde aanpak van een aantal aspecten van het gemeentelijk milieubeleid, zijnde:

- de voorkoming van huishoudelijke afvalstoffen;

- het duurzaam gebruik van water / integraal waterbeheer;

- het gebruik van duurzame grondstoffen;

- het gebruik van bestrijdingsmiddelen;

- zuinig energiegebruik.

Het is vooreerst een coördinerende functie waarbij doelgroepenoverleg en sensibilisatie van essentieel belang zijn.

Knelpunten:


  • het takenpakket van de duurzaamheidsambtenaar is te vaag omschreven;

  • de tewerkstelling van de duurzaamheidsambtenaren in gemeenten is rechtstreeks gelinkt aan het (her)ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst. Dit zorgt voor een algemene onzekerheid en onduidelijkheid i.v.m. de continuïteit van de tewerkstelling van deze ambtenaren.

Actie IN.4: Vastleggen van een voldoende in detail uitgewerkt takenpakket van de duurzaamheidsambtenaar door het gemeentelijke bestuur.

Deze actie zal deel uitmaken van het op te maken personeelsbehoeftenplan.


6.2.3MINA-werkers

Retie maakt sinds 1 juli 1998 gebruik van MINA-werkers. Deze werkers zijn essentieel voor de uitvoering van beheerswerken in de groengebieden. I.s.m. de gemeente Arendonk, Provinciebestuur Antwerpen en Strategisch Plan Kempen werd in 2003 een ploeg van 6 MINA-werkers (4 voor Retie) en 1 ploegbaas tewerkgesteld.

Actie IN.5: Verder inzetten van MINA-werkers voor de uitvoering van acties in het kader van het gemeentelijk milieubeleid.
6.2.4Samenwerkingsverbanden

De gemeente participeert in de werking van de Intercommunale Milieudienst (IMD) van de IOK, die in 1992, op vraag van de bij de IOK aangesloten gemeenten, werd opgericht. De IMD is een multidisciplinair verlengstuk van de gemeentelijke milieudienst. De intercommunale milieudienst geeft ondersteuning aan de gemeentelijke milieudienst, gaande van zuiver juridisch advies tot technische bijstand.

Er is een samenwerking met de milieucel van de interpolitiezone IPZ Kempen Noord-Oost met betrekking tot de behandeling van milieuklachten en milieuovertredingen en ontwijkgedrag.

Er is een goed lopende samenwerking met


  • het kringloopcentrum WEB (o.a. tonnagevergoeding);

  • met de compostmeesters (deze werking is beginnend en wordt nog verbeterd via samenwerking met de IOK);

  • met de Bosgroep Kempische Heuvelrug (zeer goede samenwerking). De gemeente zorgt voor een administratieve ondersteuning van de bosgroep.

    Er is een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) (o.m. Regiowerking, loketwerking (eerste lijnsadvies), regiovergaderingen, vormingswerken, studiedagen, duurzaam loket, technische ondersteuning milieuhandhaving, begeleiding bij de opmaak van een gemeentelijk integraal waterbeheersplan).



De gemeente participeert eveneens via de IOK aan het Provinciaal Overlegplatform Afval voor de provincie Antwerpen (POAA).

Ook werkt Retie samen met de directie van het Prinsenpark via vertegenwoordiging van de gemeente in de stuurgroep van het bosbeheerplan van het Prinsenpark.

Voor de cluster natuurlijke entiteiten wordt er beroep gedaan op de mensen van Natuurpunt (Samenwerkingsovereenkomst voor het natuurgebied Goorbossen). De groenwerking in de gemeente wordt ondersteund door de vereniging voor openbaar groen (VVOG).

Samenwerking met Fost Plus inzake selectieve afvalophaling huis-aan-huis van glas, karton en PMD via de IOK.

De gemeente Retie heeft een administratief bediende en een schepen van sociale zaken en welzijn, die beide contacten onderhouden met LOGO Noorderkempen (LOGO = LOkaal GezondheidsOverleg). Rond verschillende initiatieven werd in het verleden dan ook al samengewerkt met deze LOGO.

Ook is er samenwerking tussen de gemeente en GeDIS (Gemeentelijk Samenwerkingsverband voor Distributienetbeheer), voornamelijk via overleg tussen de duurzaamheidsambtenaar en de provinciale vertegenwoordiger van GeDIS.



Knelpunten:

  • de samenwerking met het kringloopcentrum WEB verloopt goed, maar sensibilisatie naar de burgers moet blijvend onderhouden worden. Bovendien zou een verhoogde transparantie van het kringloopcentrum wat betreft zijn werking naar de milieudienst toe deze werking kunnen verbeteren.

Actie IN.6: De reeds bestaande samenwerkingsverbanden onderhouden en indien nodig uitbreiden/optimaliseren.

Zie ook actie IN.19, VS.21, NA.31.
6.2.5Integratie op gemeentelijk vlak

Milieubeleid is geen eenheid op zich, maar heeft ook raakvlakken in andere domeinen zoals ruimtelijke ordening, mobiliteit, … . Hiertoe is het belangrijk dat de verschillende diensten samenwerken in de vorm van een ambtelijk overleg (AO). Dit overleg bestaat volgens de SO uit gemeentelijke ambtenaren inzake minstens milieu, landbouw, energie, ruimtelijke ordening, stedenbouw, mobiliteit, technische diensten en de duurzaamheidsambtenaar.

De gemeente Retie beschikt over een ambtelijk overleg. Dit overleg bestaat, al naargelang de onderwerpen die besproken worden, uit:



  • één of meerdere vertegenwoordigers van het beleid van de gemeente;

  • diensthoofden van de verschillende gemeentelijke administratieve diensten (secretariaat, grondgebiedszaken, burgerzaken, ontvangerij, cultuur/jeugd/sport en technische dienst);

  • duurzaamheidsambtenaar;

  • vertegenwoordig(st)er OCMW;

  • vertegenwoordig(st)er gemeentelijke basisschool;

  • vertegenwoordig(st)er bibliotheek;

  • politie;

  • veiligheidsdiensten zoals brandweer;

  • … .

Het AO gebeurt tijdens de wekelijkse diensthoofdenvergaderingen. Hierover wordt gerapporteerd in de milieujaarprogramma’s.

Knelpunt:

  • een goede integratie op gemeentelijk vlak wordt gehinderd door het feit dat het vaak onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor welke taken, dit zowel binnen dezelfde diensten als tussen de diensten onderling.

Actie IN.7: Het ambtelijk overleg gedurende de planperiode actief en blijvend inzetten voor de integratie van het gemeentelijk milieubeleid op gemeentelijk vlak.

Het AO vervult o.a. volgende taken:



  • maximale afstemming tussen milieubeleid en andere beleidsplanningprocessen;

  • coördinatie voor de opmaak en uitvoering van milieujaarprogramma’s en het milieubeleidsplan;

  • communicatie van het lokale milieubeleid naar eigen diensten en haar bevolking.

Actie IN.8: Gedurende de planperiode, toetsen van de toekomstige beleidsbeslissingen en beleidsuitvoeringen aan de principes van duurzame ontwikkeling. Dit wil o.m. zeggen dat de milieudienst wordt betrokken bij planvorming en uitvoering van acties in andere diensten.

6.3Databeheer

6.3.1Inventarissen en Milieu Management Informatiesysteem (MMIS)

Met MMIS wil het Vlaamse Gewest i.s.m. onder meer gemeenten en provincies via het internet de bestaande milieu-informatie bij de overheid ter beschikking stellen voor een breder publiek, zowel beleid als bevolking. Dit algemeen, geïntegreerd systeem is nog in volle ontwikkeling en bestrijkt veel meer dan de databanken opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. Een vlotte internettoegang voor milieu- en duurzaamheidsambtenaren is daarom een verplicht onderdeel van het Instrumentarium.

Via de samenwerkingsovereenkomst verbindt de gemeente er zich toe een bijdrage te leveren tot de volgende vier databanken:



  • milieuvergunningloket: dossieropvolging van milieuvergunningen;

  • milieuklachten, registratie- en opvolgingssysteem (MKROS): invoer en dossieropvolging van milieuklachten;

  • rioleringsdatabank: opbouw van een uniforme en geografische databank van de rioleringsinfrastructuur in Vlaanderen;

  • natuurvergunningloket: dossieropvolging van natuurvergunningen.

De opgestelde “milieuverwante” inventarissen worden permanent geactualiseerd.

De klachten worden in een registratieregister genoteerd, onderzocht (ev. plaatsbezoek) en opgevolgd indien noodzakelijk. Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.



De milieuambtenaar onderzoekt de aanvragen en verzorgt de dossieropvolging van milieu- en natuurvergunningen.

Knelpunten:

  • de gemeente is niet op de hoogte van de stand van zaken rond het MMIS. Ook de beloofde communicatie van de bevindingen van de 10 proefgemeenten omtrent MMIS blijven uit. Het is niet duidelijk wie daarvoor verantwoordelijk is (provincie of gewest);

  • door de vertragingen in deze systemen zullen nieuwe opleidingen nodig zijn vooraleer tot invoering kan worden overgegaan.

Actie IN.9: Het betrokken personeel zal opgeleid worden zodat de invoering van de systemen van MMIS optimaal verloopt.

Actie IN.10: Starten met de gegevensinvoer volgens de bepalingen in de samenwerkingsovereenkomst, van zodra de databanken van MMIS operationeel zijn.

6.4Evaluatie van het gevoerde beleid

6.4.1Milieuparameters

Volgende parameters (meetbare doelstellingen) worden in de handleiding van de SO aanbevolen om het gevoerde milieubeleid op gemeentelijk niveau te kunnen evalueren:

  • aangeboden (totale) hoeveelheid huishoudelijk afval in kg/inwoner/jaar;

  • restafval/inwoner/jaar;

  • aantal verkocht compostvaten en zakjes compost;

  • hoeveelheid per inwoner door VLAREA erkende kringloopcentra in hergebruik gebrachte goederen;

  • selectief ingezamelde afvalfracties;

  • zuiveringsgraad huishoudelijk afvalwater (RWZI, aangevuld met KWZI en IBA): procentuele verdeling aantal inwoners volgens lozingssituatie;

  • PIO (zuurstofhuishouding o.b.v. Prati-index opgeloste zuurstof);

  • drinkwatergebruik per aangesloten inwoner (kleinverbruik);

  • emissies landbouw naar oppervlaktewater;

  • percentage oppervlakte biologisch waardevolle en biologisch zeer waardevolle gebieden t.o.v. totale oppervlakte. Dit geeft een inschatting van de waardevolheid van het gemeentelijk gebied;

  • percentage oppervlakte wettelijk beschermd natuurgebied t.o.v. gewenste oppervlakte (op basis van GRSP en VEN). Deze parameter informeert over de wettelijke bescherming van natuurgebieden in de gemeente;

  • oppervlakte natuurbeheerde terreinen en gemiddelde grootte van deze terreinen, rekening houdende met de connectiviteit. Dit geeft een overzicht van de hoeveelheid natuurbeheerde terreinen;

  • totale bosareaal. Dit meet de hoeveelheid bos;

  • percentage oppervlakte openbaar groen dat door de gemeente beheerd wordt op milieuvriendelijke (extensieve/natuurlijke) wijze. Dit geeft informatie over het natuurvriendelijk beheer van de gemeente, zonder bestrijdingsmiddelen en zonder mest;

  • evolutie van de bebouwde oppervlakte;

  • aantal soorten verdeeld over de verschillende rodelijstcategorieën voor alle groepen waar tot nu toe Rode Lijsten voor zijn opgesteld. Dit geeft een indicatie van planten- en diersoorten in de gemeente;

  • aantal klachten geluid;

  • aantal geluids- en geurklachten tengevolge van verkeer;

  • aantal dagen met goede en gezonde luchtkwaliteit;

  • energieboekhouding: water-, elektriciteit- en gasverbruik;

  • energieverbuik door openbare verlichting.

Actie IN.11: Geselecteerde milieuparameters aanwenden ter evaluatie van haar milieubeleid en eventueel uitbreiden naar andere parameters. Indien in de loop van de planperiode overgestapt wordt naar niveau 2 van de samenwerkingsovereenkomst, zullen deze parameters gebruikt worden als “Milieubarometer”.

Zie ook Actie IN.1.

6.5Educatie


Retie heeft altijd het belang ingezien van een goede opleiding en voortdurende bijscholing van zijn personeel. Daarom werd in het verleden deelgenomen door de betrokken personen aan opleidingen, studiedagen, workshops, overlegvergaderingen, … .

Visie

Ook naar de toekomst toe onderkent Retie de noodzaak om haar personeel te laten deelnemen aan opleidingen, studiedagen, workshops, overlegvergaderingen, … . Dit zorgt voor een gemotiveerd personeel dat met kennis van zaken naar de burger kan toestappen.

Uitvoerend personeel voor tuin- en groenaanleg volgt cursussen rond onkruidbeheer en nieuwe producten en ontwikkelingen in openbaar groen. Schilders volgen een cursus rond milieuvriendelijke verdunners en wateroplosbare verven. Er is een opleiding compostmeester en thuiscomposteren voor de gemeentearbeiders.

Actie IN.12: Zorgen voor een goede, actuele opleiding van het personeel.

Deze opleidingen moeten aansluiten op de acties en noden die blijken uit het GMBP 2005-2009.



Actie IN.13: Actief deelnemen aan de acties uitgaande van de regiowerking milieu en natuur.

Het ondersteunen en stimuleren van duurzaam lokaal beleid maakt een belangrijk deel uit van de regiowerking milieu en natuur van het provinciaal instituut voor Hygiëne (PIH), dit d.m.v. vormingsmomenten, 3-maandelijkse overlegvergaderingen voor milieu- en duurzaamheidsambtenaren, aanmaak van sensibilisatiemateriaal, postersessies, brochures, voorbeeldteksten, website (http://www.provant.be/forum/index2.html), GEMPA (vereniging van en voor gemeentelijke milieuambtenaren van de provincie Antwerpen), ANNET (Antwerps netwerk voor natuur- en milieueducatie).



Zie ook actie IN.9, IN.20, VS.29.

7Sociaal – communicatieve instrumenten

7.1Adviesraad voor milieu en natuur


De gemeente beschikt over een milieuraad die advies geeft over alle zaken die te maken hebben met milieu of duurzame ontwikkeling. Ook op eigen initiatief kan deze raad advies geven over alles waarvan ze zelf vindt dat er milieubelangen in het geding zijn. Er wordt verplicht advies gevraagd over de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst, opstellen van een ontwerp milieujaarprogramma en milieubeleidsplan, over de begroting en begrotingswijzigingen voor milieu en over natuur acties.

Deze milieuraad is een belangrijke actor in het creëren van een draagvlak voor het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid en in het stimuleren van het maatschappelijk debat m.b.t. het gemeentelijk natuur- en milieubeleid.

De gemeente beschikt over een actieve milieuraad. De algemene vergaderingen van deze raad zijn steeds openbaar. Bovendien zijn er regelmatig gezamenlijke vergaderingen tussen de verschillende adviesraden van de gemeente.

Knelpunten:

Met betrekking tot de samenstelling van de milieuraad, zoals aangegeven in de samenwerkingsovereenkomst, zijn er binnen de gemeente problemen. In de eerste plaats blijkt de ten minste één derde vertegenwoordiging door vrouwen niet haalbaar. Ten tweede is de vertegenwoordiging door milieu- en natuurverenigingen eveneens niet haalbaar. Desondanks werden de statuten in 2004 in de mate van het mogelijke aangepast conform de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst.



Actie IN.14: Met het oog op het verbreden van het maatschappelijk draagvlak voor het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid, worden bijkomende participatiekanalen gestimuleerd en financieel ondersteund.

7.2Interne milieuzorg


Hiertoe zal de gemeente een intern milieuzorgsysteem oprichten binnen haar eigen diensten dat rekening houdt met de inhoud van de gekozen clusters. Ter ondersteuning van haar beleid zal de gemeente ervoor zorgen dat ze zelf een voortrekkersrol opneemt.

Onder impuls van de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse Gewest is interne milieuzorg een belangrijk aandachtspunt geworden in de gemeente. Door middel van een afvalpreventieplan, rationeel watergebruik, gebruik van duurzame grondstoffen, een reductieplan pesticiden, een energieboekhouding en REG wordt hieraan reeds uitvoering gegeven.



Knelpunten:

  • vaak zijn er vooroordelen t.a.v. nieuwe producten, methoden, principes die de implementatie van het interne milieuzorgsysteem bemoeilijken;

  • deelname aan provinciale acties, zoals de actie rond sluikstorten, zorgen vaak voor een minder spontaan verloop van de acties, omdat in die gevallen vaak meer administratieve verplichtingen worden opgelegd (vb. opstellen gedetailleerde namenlijsten e.d.).

Visie:

Duurzame ontwikkeling is de rode draad doorheen het gemeentelijke beleid. Door het opzetten van een intern milieuzorgsysteem, worden de principes van duurzame ontwikkeling geïmplementeerd in het eigen beleid. Een goede werking van het interne milieuzorgsysteem vraagt een nauwe samenwerking tussen de verschillende diensten. De dienst Grondgebiedszaken neemt de taak op zich om goede communicatie tussen de verschillende diensten te verwezenlijken. Als we anderen willen overtuigen van een duurzame levensstijl, moeten we eerst zelf het goede voorbeeld geven. Daarom bestaat een tweede prioriteit uit het vervullen van de gemeentelijke voorbeeldfunctie naar de burger toe.

Om aan de tijdsnood van de gemeentelijke diensten tegemoet te komen, zal in de toekomst veel overleg informeel gebeuren. Het samenroepen van de volledige werkgroepen en het ambtelijke overleg zal beperkt worden tot het nodige minimum. Om vooroordelen van het personeel naar nieuwe producten en principes tegen te gaan, zal het personeel goed geïnformeerd en gesensibiliseerd worden via tips via e-mail, opleidingen, informatievergadering en -avonden, brochures, … . De gemeente zal haar voorbeeldfunctie naar de burger toe flink in de verf zetten door middel van informatie- en sensibilisatiecampagnes via het gemeentelijke infoblad, de toekomstige website, uitdelen van brochures via de milieudienst, tentoonstellingen, milieueducatie, informatieavonden, deelname aan gemeentegrensoverschrijdende acties (vb. zwerfvuilactie, …), … .

In onderstaande Tabel 1 wordt verwezen naar de verderzetting van inspanningen die Retie gepland heeft voor de planperiode 2005-2009 inzake interne milieuzorg, zoals deze zijn terug te vinden in de verschillende clusters van dit milieubeleidsplan.

Tabel 1: interne milieuzorg in de gemeente per cluster

Cluster

Actiecode

Vaste stoffen

VS.1, VS.2, VS.3, VS.4, VS.5, VS.8, VS.18, VS.31

Water

WA.7, WA.25, WA.26

Natuur

NA.12

Hinder

HI.3, HI.16, HI.21, HI.28, HI.29

Mobiliteit

MO.8, MO.11, MO.12, MO.18, MO.21, MO.22

Energie

EN.1, EN.2, EN.3, EN.4, EN.5, EN.6, EN.7, EN.8, EN.9, EN.10, EN.11, EN.12, EN.13, EN.15, EN.16, EN.17, EN.18, EN.19, EN.22

Actie IN.15: De goede interne milieuzorg binnen een bepaalde gemeentedienst uitspelen als voorbeeld naar de andere gemeentediensten en de bevolking.

Uit een audit van de interne milieuzorg binnen de gemeentediensten in 2003, uitgevoerd door de IOK, is gebleken dat vooral het OCMW zeer goed scoort.

Wanneer blijkt dat bepaalde inspanningen rond interne milieuzorg beter worden uitgevoerd binnen een zekere gemeentedienst, dan zal hiervan gebruik gemaakt worden door deze goede werking te communiceren naar de andere diensten en de bevolking. Dit moet een aanzet zijn om elders ook meer inspanningen te leveren.

Actie IN.16: Alle inspanningen van de gemeente rond interne milieuzorg zullen als voorbeeldfunctie naar de burgers toe flink in de verf gezet worden door middel van actieve sensibilisering in de vorm van informatie- en sensibilisatiecampagnes.

7.3Gemeentelijke kanalen


De gemeente Retie beschikt over het gemeentelijke informatieblad en de afvalkrant van IOK om haar burgers te informeren en te sensibiliseren rond haar milieubeleid. Een intern e-mail netwerk werd door de duurzaamheidsambtenaar uitgebouwd, langs waar hij gebruik maakt om milieutips te verspreiden.

Knelpunt:

    Communicatie met de burgers en doelgroepen verloopt momenteel enkel via het gemeentelijk informatieblad. Dit blad is bovendien door zijn eerder saaie uitstraling geen document dat uitnodigt om gelezen te worden. Desondanks was de communicatie rond het thuiscomposteren wel een succes.

Actie IN.17: Gebruiken van de nieuwe gemeentelijke website om de burgers te informeren en te sensibiliseren rond het gevoerde milieubeleid.

8Juridische instrumenten en controlesystemen

8.1Milieu- en natuurvergunning


De milieuvergunningsaanvraag wordt voor advies voorgelegd aan de bevoegde diensten, waarbij specifieke aandacht gaat naar mogelijke hinder die een inrichting kan veroorzaken. Indien nodig worden dan bijkomende verplichtingen opgelegd. De uitvoering hiervan zit vervat in het takenpakket van de dienst grondgebiedszaken. De aanvragen voor milieu- en natuurvergunningen worden door de milieuambtenaar onderzocht en in opvolgingsdossiers bijgehouden.

8.2Subsidiereglementen


De gemeente Retie beschikt over de volgende subsidiereglementen:

  • aanleg van hemelwaterput of infiltratievoorzieningen bij bestaande woningen;

  • aanleg van een systeem voor de IBA in woningen waarvoor dit niet wettelijk is opgelegd;

  • aankoop van natuurgebieden door natuurverenigingen;

  • voor jeugdverenigingen (ev. ook volwassenenverenigingen) bij de uitvoering van beheerswerken.

Knelpunt:

In het geheel van de financiële inspanningen op lokaal vlak, wordt een subsidie voor aankoop van natuurgebieden door natuurverenigingen niet ervaren als een noodzakelijke impuls.



Zie acties EN.29 (energiekampioen), NA.6, NA.7 (beheersovereenkomsten), NA.49 (veedrinkpoelen), WA.4 (infiltratievoorzieningen), WA.9 (IBA), WA.21 (hemelwaterput).

8.3Stedenbouwkundige en politieverordeningen


De gemeente Retie beschikt over een stedenbouwkundige verordening voor de overwelving van baangrachten, waarbij een maximum van 7.5 meter is voorzien. Tevens is er een gemeentelijke verordening betreffende de lozing van huishoudelijk afvalwater, de verplichte aansluiting op de riolering en de afkoppeling van hemelwater afkomstig van particuliere woningen.

Zie acties VS.34, NA.6, HI.5, HI.15, HI.17.

8.4Retributie- en belastingsreglementen


De gemeente Retie beschikt over retributie- en belastingsreglementen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’: huisvuilbelasting (50 €), huisvuilzakken (1 € per zak van 50l, 0.5 € per zak van 25l), GFT-container met jaarsticker (25 € voor 120l-container, 10 € voor 40l-container), 0.25 € retributie voor extra PMD-zakken en rest-plastiek, retributie ingevoerd op het containerpark voor harde plastiek, gazon, afbraakhout en grof vuil, auto- en motobanden. Daarnaast is er een reglement rond de belasting op het weghalen door het gemeentebestuur van allerhande afvalstoffen, gestort of achtergelaten op daartoe niet-geëigende plaatsen.

Actie IN.18: Het retributie- en belastingsreglement inzake afval zal indien nodig worden aangepast volgens de richtlijnen in het UHA 2003-2007 en de aanbevelingen van de IOK.

Voor de uitvoering van deze actie, zie ook actie VS.40.


8.5Toezicht


De gemeente beschikt over een persoon met een Vlarem-bekwaamheidsbewijs die instaat voor de controle op de als hinderlijke ingedeelde inrichtingen van tweede en derde klasse, conform art. 58 van Titel I van het Vlarem. Indien de gemeente niet beschikt over een persoon met een Vlarem-bekwaamheidsbewijs, sluit de gemeente een overeenkomst af met de politiezone, waarin een samenwerking wordt afgesproken.

Bovendien zal de gemeente binnen de grenzen van haar territoriale bevoegdheid overtredingen op natuurvergunningen, vrije velddelicten en illegale verwijdering van huishoudelijk afval opsporen en vastleggen. Ook zal ze optreden als conflictbemiddelaar bij lokale hinderproblemen, veroorzaakt door alle inrichtingen en handelingen met uitzondering van klasse 1.

In de mate van het mogelijke wordt de geldende wetgeving gecontroleerd en wordt er toezicht gehouden in samenwerking met de politiediensten. De stedenbouwkundig ambtenaar beschikt over een Vlarem bekwaamheidsbewijs.

Knelpunten:


  • er is nog geen overeenkomst afgesloten met de interpolitiezone Kempen Noord-Oost;

  • de gemeente heeft niet de nodige tijd om de nodige controles op het terrein te gaan uitvoeren. Controle gebeurt daarom op basis van de betalingsbewijzen van de onkosten.

Actie IN.19: De samenwerking met de interpolitiezone Kempen Noord-Oost verbeteren door onderling duidelijke afspraken te maken.

Er is een modelovereenkomst opgesteld door de Vlaamse overheid die de gemeente eventueel kan gebruiken om het protocol met de politiezone af te sluiten.



Actie IN.20: Opleiding van de milieuambtenaar/duurzaamheidsambtenaar i.v.m. de (ver)nieuw(d)e taken van de gemeente in het kader van het nieuwe decreet op de milieuhandhaving.

Zie ook actie HI.6 (Conflictbemiddeling).

9Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 5: Vermesting




4.1 Mestoverschotten wegwerken

  • Handhaving versterken

Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem




4.2 Ondersteuning van het beleid rond bodemverontreiniging

  • Handhaving

DEEL 3: GEBIEDSGERICHT BELEID




4.3 Lokale en regionale overheden bijstaan inzake gebiedsgericht milieubeleid

  • Uitbouw van informatienetwerk voor eerstelijnszorg voor Vlaanderen

DEEL 4: ACTOREN

B. Burgers




4.1 De participatiedrempel verlagen bij openbaar onderzoek en inspraakprocedures




4.2 Experimenten met interactieve beleidsvorming opzetten




4.3 Openbaarheid beleid verhogen

C. Maatschappelijke organisaties




4.1 De actieve rol versterken van de milieu- en natuurverenigingen en socioculturele organisaties

  • Het verder structureren en stimuleren van de samenwerking tussen lokale overheden en NGO’s en NGO’s onderling




4.2 Advies en overleg met maatschappelijke organisaties (socioculturele en socio-economische)

DEEL 5: GEINTEGREERD OVERHEIDSBELEID

D. Samenwerking met lokale overheden




4.1 Milieu- en natuurbeleidskader voor gemeenten en provincies versterken: milieu als katalysator voor duurzame ontwikkeling op lokaal vlak

  • Nieuwe samenwerkingsovereenkomst ontwikkelen en opvolgen

  • Integrale milieubeleidsplanning stimuleren

  • Participeren aan en stimuleren van projecten met het oog op meer externe integratie zowel op lokaal als op Vlaams niveau

  • Milieu-indicatoren voor lokale overheden ontwikkelen

  • Statuut milieudiensten en personeel aanpassen




4.2 Intenser betrekken van bevolking en milieu- en natuurverenigingen

  • Participatie op lokaal vlak bevorderen

  • Werking van milieu- en natuurverenigingen ondersteunen




4.3 Uitbouw van een ondersteunend beleid

  • Milieuoverleg Lokale Overheden en andere overlegfora

DEEL 7: INSTRUMENTEN

B. Beleidsonderbouwende instrumenten

1. Kennisverwerving

2. Informatiebeheer

3. Rapportering

C. Beleidsuitvoerende instrumenten

1. Sociale instrumenten

  • Coördinatie en planning communicatiebeleid verbeteren

  • Natuur- en milieueducatie uitbreiden naar nieuwe doelgroepen

  • Interne milieuzorg bij de overheid verbeteren

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • D 1.1.1:Uitbouwen van een intern milieuzorgsysteem

  • D 1.1.2: Milieuverantwoord productgebruik

  • D 1.1.3: Hergebruik en selectieve inzameling van eigen bedrijfsafvalstoffen

  • D 1.1.4: Wateraudit bij nieuwbouw, herbouw en verbouwing

  • D 1.1.5: Duurzame energie

  • D 1.1.6: Provinciale evenementen zo milieuvriendelijk mogelijk organiseren

  • D 1.2.1:Een communicatiebeleid rond het intern milieuzorgsysteem uitwerken naar het eigen personeel toe

  • D 2.1.5: Een communicatiebeleid rond ons intern milieuzorgsysteem uitbouwen naar doelgroepen toe

  • D 2.1.6: Milieuzorg op school

  • D 2.1.7: Duurzaam leven

  • D 2.1.8: Duurzaam bouwen en verbouwen stimuleren

  • D 2.1.9: Duurzame landbouw

  • D 2.2.1: Gemeenten ondersteunen inzake de thema’s milieuverantwoord productgebruik, afvalpreventie, hergebruik van afvalstoffen, illegaal ontwijkgedrag, duurzaam watergebruik, duurzame energie, duurzaam bouwen en duurzame ontwikkeling in het algemeen

  • D 2.2.2: Een communicatiebeleid rond ons intern milieuzorgsysteem uitbouwen naar de gemeenten toe en de gemeenten ondersteunen bij de communicatie over hun intern milieuzorgsysteem

  • G 2.1.1: Verdere uitbouw van de regiowerking milieu en natuur

  • G 2.1.2: Uitbouw van een provinciaal aanspreekpunt voor steden en gemeenten in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met het Vlaamse gewest

  • G 2.1.3: Ondersteuning GEMPA

  • N 2.1.1: Kennisnetwerk natuur en soortencoördinator

  • M 1.1.2: Milieu-impact van mobiliteit door het eigen bestuur verminderen

  • M 1.2.2: Verder uitvoeren van gemeentegrensoverschrijdende sensibiliseringsprojecten


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina