Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina5/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

IVCluster Water

1Inleiding


De cluster water omvat alle aspecten die te maken hebben met het watersysteem. Dat gaat van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems tot het verzorgen van de oevers. Ook de waterketen (watergebruik en waterzuivering) speelt een belangrijke rol.

Gemeenten zijn een belangrijke actor in het waterbeleid. Als beheerders van de waterlopen 3de categorie, bevoegd voor het beheer van het fijnmazig rioleringsstelsel, mede verantwoordelijken voor de opmaak van deelbekkenbeheersplannen, initiatiefnemers voor de opmaak van lokale erosiebestrijdingsplannen, verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen voor het lozen van afvalwater,… beschikken de gemeenten over heel wat opportuniteiten om het theoretisch begrip ‘duurzaam waterbeleid’ in praktijk te brengen. Ter ondersteuning van haar beleid heeft de gemeente een aantal instrumenten ter beschikking:



  • communicatie met de doelgroepen;

  • ruimtelijke instrumenten, zoals het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, uitvoeringsplannen, gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, recht van voorkoop;

  • financiële instrumenten (vb. premies of subsidies om de uitvoering van maatregelen op het terrein te stimuleren, belastingen);

  • juridische en beleidsmatige instrumenten.

Natuurlijk is ook dit gemeentelijk milieubeleidsplan 2005-2009 en meer bepaald de cluster Water, een belangrijk instrument ter ondersteuning van het gemeentelijk waterbeleid. Voor het opstellen van dit hoofdstuk werden volgende informatiebronnen geraadpleegd:

  • Decreet Integraal Waterbeleid;

  • Europese Kaderrichtlijn Water;

  • het GNOP van Retie;

  • Integraal waterbeheersplan gemeente Retie: deel 1 – maart 2002;

  • het ontwerp gemeentelijk ruimtelijk structuurplan;

  • het oppervlaktewater- en waterbodemmeetnet van de VMM;

  • de reeds beschikbare documenten in het kader van de opmaak van het deelbekkenbeheersplan Bovenlopen Kleine Nete (Projectorganisatie, Gebiedsanalyse november 2003, ontwerp doelstellingennota maart 2004) en Middengebied Kleine Nete;

  • Masterplan provincie Antwerpen;

  • dienst Waterbeleid van de Provincie Antwerpen en hun website;

  • Algemeen waterkwaliteitsplan Nete;

  • meetdatabanken i.v.m. oppervlaktewaterkwaliteit en waterbodemkwaliteit (VMM) en visbestanden (IBW).

Voor een uitgebreide beschrijving en analyse van het deelbekken van de Bovenlopen van de Kleine Nete, wordt verwezen naar de reeds beschikbare documenten in het kader van de opmaak van het deelbekkenbeheersplan (zie daarvoor de deelbekkenwerking op de website http://www.provant.be/waterbeleid/home/total.htm). In dit hoofdstuk zal in hoofdzaak aandacht besteed worden aan de visies en doelstellingen van de gemeente en de acties die in de komende planperiode 2005-2009 zullen worden uitgevoerd, kaderend in de visies en antwoordend op de doelstellingen.

2Wettelijk kader


  • Wet van 3 juni 1957 betreffende de polders.

  • Koninklijk besluit van 30 januari 1958 houdende algemeen politiereglement van de polders en de wateringen.

  • Wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen.

  • Wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging (gewijzigd bij decreet van 22 januari 1995).

  • Wet van 24 mei 1983 betreffende kwaliteitsobjectieven voor oppervlaktewater.

  • Decreet van 21 april 1983 houdende de ruiming van onbevaarbare waterlopen.

  • Wet van 25 mei 1983 betreffende kwaliteitsobjectieven voor oppervlaktewater.

  • Decreet van 24 januari 1984 houdende de maatregelen inzake grondwaterbeheer.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1985 houdende de reglementering van de handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen.

  • Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning en het Vlaams Reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM I).

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).

  • Decreet van 23 januari 1991 tot bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 1996 houdende de voorwaarden voor bijdrage van het Vlaams gewest in de kosten van de gemeente voor rioleringswerken.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en –beheer (VLAREA).

  • Besluit van 29 juni 1999 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake hemelwaterputten.

  • Europese kaderrichtlijn water van 22 december 2000.

  • Europese richtlijn 91/271/EEG inzake de behandeling van stedelijk afvalwater.

  • Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

  • De samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 tussen de gemeenten en het Vlaams Gewest.

3Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Retie ondertekende in de samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 de cluster water op het niveau 1. De gemeente had daarmee als doel te komen tot een duurzaam lokaal (gemeentelijk) waterbeleid. Duurzaam lokaal waterbeleid betreft de brongerichte en geïntegreerde aanpak m.b.t. het remediëren en voorkomen van wateroverlast, waterverontreiniging, verdroging, aantasting van het natuurlijk milieu van watersystemen en erosie.

Door uitvoering te geven aan verschillende acties uit de cluster Water in het GMBP 2000-2004, uit het GNOP en uit de samenwerkingsovereenkomst en door actief mee te werken aan de opmaak van het bekkenbeheersplan en de deelbekkenbeheersplannen, heeft Retie reeds verschillende stappen gezet in de richting van een integraal waterbeheer. Bovendien tracht de gemeente met behulp van subsidiereglementen haar bevolking te motiveren ook deel te nemen aan dit waterbeheer. Toch waren de voorbije jaren vooral gericht op het planmatig voorbereiden van acties. Omdat zowel het bekken- als het deelbekkenbeheersplan in 2006 afgewerkt zullen worden, zijn concrete realisaties op het terrein zeker te verwachten in de planperiode van dit GMBP 2005-2009.


4Algemene visie


Retie streeft een duurzaam lokaal waterbeleid na, waarbij volgende aspecten in rekening worden gebracht:

  1. maximale retentie van hemelwater aan de bron: het hemelwater wordt zo veel mogelijk aan de bron opgevangen, gebruikt, geïnfiltreerd en zo nodig vertraagd afgevoerd, gescheiden van het rioleringsstelsel;

  2. sanering van afvalwaterlozingen: deze doelstelling houdt in dat afgezonderde afvalwaterlozingen die buiten het bestaande riolerings- en zuiveringsnetwerk vallen, gesaneerd worden;

  3. bewaking en verbetering van de kwaliteit van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur: de rioleringsinfrastructuur wordt op een degelijke manier onderhouden, verbeterd en uitgebouwd zodat hydraulische overbelasting en biologische onderbelasting van het rioleringsstelsel en de zuiveringsinfrastructuur zoveel mogelijk wordt tegengegaan;

  4. voorkomen en beperken van diffuse verontreiniging: er wordt gestreefd naar het voorkomen van het gebruik van waterschadelijke producten of, indien dit niet mogelijk is, ze te vervangen door het gebruik van minder schadelijke alternatieven. Afstromend hemelwater van potentieel vervuilde oppervlakken wordt opgevangen en gezuiverd;

  5. voorkomen en beperken van erosie en sedimenttransport naar de waterloop;

  6. kwantitatief, kwalitatief en ecologisch duurzaam waterlopenbeheer: het ontwikkelen en instandhouden van gezonde watersystemen die aan de behoeften van de karakteristieke ecosystemen en de eisen van gevoelige soorten kunnen voldoen en een verantwoord menselijk gebruik voor de huidige en toekomstige generaties waarborgen;

  7. duurzaam (drink)watergebruik.

Voor Retie in de cluster Water van hoogste prioriteit. Retie heeft daarom de cluster water van de samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 ondertekend. Ook neemt Retie actief deel aan deelbekkenwerking, zodat begin 2006 de deelbekkenbeheersplannen voor het deelbekken van de bovenlopen van de Kleine Nete en het deelbekken van het Middengebied Kleine Nete klaar zullen zijn voor uitvoering. Bovendien wordt bij de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan ernstig rekening gehouden met de behoeften van een gezond watersysteem. Dit betekent vooral dat infiltratie- en kwelgebieden worden gevrijwaard en dat in de valleigebieden de bufferende functie van de vallei maximaal wordt ontwikkeld (vb. door verweving van landbouw en natuur, reïntroductie winteroverstroming) waardoor deze gebieden ook hun natuurlijke rol van corridor kunnen vervullen.

Daarbij aansluitend heeft de gemeente tevens een visie i.v.m. de inspanningen van de individuele burger. Als er riolering aanwezig is, dan is het verplicht het huishoudelijk afvalwater te lozen in de openbare riolering. Als het technisch mogelijk of noodzakelijk is, moet hemelwater uit de openbare riolering worden gehouden. Het hemelwater wordt bij voorkeur opgevangen in een hemelwaterput en hergebruikt voor laagwaardige doelstellingen zoals het spoelen van het toilet, de wasmachine, kuisen en het sproeien van de tuin. Indien er niet voor geopteerd wordt het hemelwater te hergebruiken of wanneer teveel hemelwater opgevangen wordt, wordt dit bij voorkeur geïnfiltreerd in de bodem of geloosd in een gracht of oppervlaktewater of in een gescheiden riolering. Slechts bij ontstentenis van deze mogelijkheden mag het hemelwater geloosd worden in de gemengde riolering.


5Doelstellingen


Volgende parameters worden opgevolgd:

  • zuiveringsgraad huishoudelijk afvalwater (RWZI, aangevuld met KWZI en IBA): procentuele verdeling aantal inwoners volgens lozingssituatie;

  • drinkwatergebruik per aangesloten inwoner (kleinverbruik);

  • waterboekhouding in gemeentelijke gebouwen: waterverbruik;

  • emissies landbouw naar oppervlaktewater;

  • PIO (zuurstofhuishouding o.b.v. Prati-index opgeloste zuurstof).

Deze parameters worden gebruikt om na te gaan hoe de situatie in de gemeente evolueert. Retie zal streven naar het bereiken van de MINA-doelstelling van 80 % zuiveringsgraad voor huishoudelijk afvalwater tegen 2007 en naar een rationeel watergebruik in de eigen gebouwen en bij haar bevolking. Ook wil Retie de basiskwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater halen.

6Overkoepelend actieplan


Actie WA.1: Actief deelnemen aan de opmaak, uitvoering en opvolging van de deelbekkenbeheersplannen van het deelbekken van de bovenlopen van de Kleine Nete en het middengebied van de Kleine Nete en verderzetten van de samenwerking met het Netebekkenteam voor de opmaak van het bekkenbeheersplan voor het Netebekken.

De knelpunten, doelstellingen, acties en communicatiestrategie worden uitgewerkt in de deelbekkenbeheersplannen. De opmaak van de plannen is een zesjaarlijks uit te voeren opdracht.



Actie WA.2: Bekendmaken van de gemeentelijke subsidie- en andere reglementen in het kader van haar duurzaam lokaal waterbeleid (SO).

De gemeente geeft de nodige ruchtbaarheid aan de verschillende subsidieregelingen en het gemeentelijk reglement m.b.t. het overwelven van baangrachten door middel van een jaarlijkse publicatie in het gemeentelijk infoblad. Indien de gemeente over een website beschikt is het aangewezen de verschillende subsidieregelingen ook hier op te nemen.



Actie WA.3: Uitvoeren van de watertoets voor projecten binnen de gemeente.

De watertoets moet er voor zorgen dat overheden die over vergunningen, plannen en programma’s beslissen, bij hun goedkeuring rekening houden met hun mogelijk schadelijk effect op het watersysteem. Door het weigeren van een goedkeuring, het opleggen van voorwaarden of de vraag tot aanpassing of compensatie moeten schadelijke effecten op het watersysteem geminimaliseerd worden.

De gemeente zal daarom o.a. de watertoets toepassen in haar ruimtelijke structuur- en uitvoeringsplannen. Gezien de belangrijke relatie tussen het watersysteem enerzijds en het ruimtegebruik anderzijds is het van zeer groot belang dat wanneer men structuur- of uitvoeringsplannen opstelt, deze steeds worden getoetst aan de gevolgen voor het watersysteem. Een sturende rol vanuit ‘water’ richting ruimtegebruik is bijgevolg een essentiële randvoorwaarde voor een duurzaam waterbeleid en ruimtegebruik. Bij de opmaak van ruimtelijke structuurplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen kan een gemeente veel aandacht besteden aan het terug creëren van ruimte voor water. Voldoende ruimte vrijhouden in de valleien is erg belangrijk. Deze ruimte kan best op die plaatsen vrijgehouden worden waar overstromingen ook in het verleden plaatsgevonden hebben.

Maatregelen die hiervoor ingezet kunnen worden, omvatten dus onder andere de voorziening van ruimte voor de overstroombaarheid van valleien, voor oeverzones, bufferstroken, grachtenstelsels, natuurlijke ontwikkeling van waterlopen, behoud en herstel van waterrijke gebieden,… . Perceelsrandenbeheer via Beheerovereenkomsten VLM, is ook een middel dat ingezet kan worden ter bescherming van de waterlopen. Landbouwers bekomen een vergoeding voor het aanleggen van een bufferstrook van 5-10 m langsheen de te beschermen waterloop. Dergelijke beheersovereenkomsten worden tevens gestimuleerd door de gemeente (zie actie NA.7).

Ook bij elke bouwaanvraag van particulieren wordt de watertoets uitgevoerd.

Zie ook actie IN.2 (ondertekenen SO).

7Maximale retentie van hemelwater aan de bron

7.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


De gemeente Retie beschikt over:

  • een subsidiereglement voor de aanleg van hemelwaterputten of infiltratievoorzieningen bij bestaande woningen;

  • de verplichting van een hemelwaterput bij aflevering van de stedenbouwkundige vergunningen voor nieuwbouw;

  • een gemeentelijke verordening betreffende de afkoppeling van regenwater, dat het hergebruik van het in de hemelwaterput gecapteerde water verplicht;

  • een gemeentelijk reglement betreffende het overwelven van baangrachten.

Bovendien voert de gemeente controles uit op de installatie van hemelwaterputten of infiltratievoorzieningen. Strikte voorwaarden m.b.t. de afvoer van hemelwater worden opgelegd in milieuvergunningsdossiers. Via stedenbouwkundige vergunningen kunnen voorwaarden worden opgelegd inzake het aanleggen van ondoorlaatbare oppervlakken. De gemeente heeft hier rond echter geen gemeentelijke bouwverordening. In gemeentelijke projecten werd tot op heden ook nog geen rekening gehouden met het type van verhardingen. Rond het herwaarderen van beken en grachten bestaan vooroordelen bij de bevolking, die vreest dat er daardoor terug stinkende beken in hun voortuin zullen komen. Toch werden reeds enkele projecten gerealiseerd en werd er gesensibiliseerd rond dit vooroordeel. Bij de aanleg van een gescheiden riolering wordt indien mogelijk wel voorzien dat het afgeleide hemelwater kan infiltreren.

Ook werden acties ondernomen in het kader van GNOPproject 5:



  • aanleg van enkele bodemvallen op de Looiendse Neet (signaalinitiatief).

  • opstarten van een gepast maaibeheer (cfr. bekenbeheersplan) om een licht opstuwend effect te verkrijgen en zo het zomerpeil te verhogen.

7.2Visie/doelstellingen


Om de kwantiteit van het grondwater te beschermen, zal de gemeente de infiltratie van oppervlaktewater bevorderen door o.a. een aangepaste stedenbouwkundige verordening voor het overwelven van baangrachten, het terugdringen van ondoorlaatbare oppervlakken en de subsidie voor infiltratievoorzieningen. Bij openbare werken zullen in plaats van het aanleggen van ondoorlaatbare oppervlakken, materialen gebruikt worden die het regenwater de kans geven om in de bodem te sijpelen.

Op lange termijn wil Retie alle illegale grondwaterwinningen opsporen, in kaart brengen en aanpakken. De kwantitatieve toestand van het grondwater moet ten minste goed zijn in 2015 (Europese kaderrichtlijn Water). Er wordt gestreefd naar een evenwicht tussen onttrekking en aanvulling van grondwater die voldoen aan de door de Vlaamse regering vastgestelde milieukwaliteitsnormen. Gezinnen die nog steeds putwater als drinkwater gebruiken, zullen gestimuleerd worden om dit te melden en om de kwaliteit van hun putwater te laten analyseren.


7.3Actieplan


Actie WA.4: Verder ter beschikking stellen van het premiereglement inzake infiltratie van hemelwater in de bodem (SO).

De gemeente verbindt zich ertoe het gemeentelijke premiereglement voor de aanleg van een infiltratievoorziening voor niet verontreinigd hemelwater verder ter beschikking te stellen. De gemeente zorgt voor de nodige ondersteuning van de bouwheer bij het dimensioneren van de infiltratievoorziening.



Actie WA.5: Stimuleren van waterdoorlaatbare oppervlakten en terugdringen van ondoorlaatbare oppervlakten.

De gemeente streeft er naar om op haar grondgebied de oppervlakte ondoorlaatbare oppervlakten zo veel mogelijk te beperken en het regenwater van ondoorlaatbare oppervlakten af te koppelen van de riolering en elders te laten infiltreren.



Actie WA.6: Opleggen van strikte voorwaarden m.b.t. de afvoer van hemelwater in milieuvergunningsdossiers.

Actie WA.7: Verder inventariseren van grondwaterwinningen.

Zie ook acties WA.14, WA.18, WA.19, WA.21, WA.23, NA.22, NA.41.

8Sanering van afvalwaterlozingen

8.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Retie is een landelijke gemeente met veel lintbebouwing. Dit zorgt voor een verspreide bewoning en dus ook een sterke verspreiding van lozingen. Deze situatie heeft nefaste gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, daar verspreide bebouwing de aansluiting op de rioleringsinfrastructuur vrijwel onmogelijk maakt. Bovendien beschikt Retie niet over een actuele inventaris van lozingen in de gemeente (in 2000 gebeurde wel een inventarisatie van lozingspunten in de openbare waterlopen) en ligt in de Hofstraat in het gehucht Schoonbroek nog een riolering die niet is aangesloten op de RWZI. De aansluiting is voorzien in 2005.

Het is een hele opgave om het afvalwater afkomstig van de niet-gerioleerde zones gezuiverd te krijgen. IBA biedt hiervoor de oplossing en de toepassing ervan moet worden gestimuleerd. Daarom beschikt de gemeente over een subsidiereglement voor de aanleg van een systeem voor de IBA in woningen waarvoor dit niet wettelijk is opgelegd.

De huidige rioleringsgraad in de gemeente bedraagt 65,4% en de huidige zuiveringsgraad 65,1% (percentages bepaald op basis van inwonersaantallen - stand van zaken, januari 2005, gegevens VMM). Naar schatting bestaat het rioleringsnetwerk momenteel voor zowat 5% uit gescheiden riolering.

8.2Visie


Een goede kwaliteit van het oppervlaktewater vereist een maximale sanering van lozingen en een gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater. De gemeente zal het rioleringsnetwerk verder uitbouwen, zoveel mogelijk volgens het gescheiden stelsel en er zal gewerkt worden aan controle op stedenbouwkundige verordeningen inzake waterbeleid.

Aan de hand van het ontwerpzoneringsplan voor afvalwaterlozing in Retie zal de gemeente de waterzuiveringzones definitief afbakenen (tegen eind 2006) en de inwoners informeren over de juiste manier van afvalwaterafvoer. In gebieden waar er nooit riolering komt, zal Retie KWZI’s (kleinschalige waterzuiveringsinstallaties, die tevens de aanleg van plaatselijke, kleinschalig rioleringsnetwerk vereisen) en IBA’s (individuele behandeling van afvalwater) stimuleren. Op die manier wordt al het geproduceerde afvalwater gezuiverd vooraleer het in het oppervlaktewater geloosd wordt.

De gemeente zal erop toegezien dat, indien er riolering aanwezig is, daadwerkelijk aangesloten wordt, dat het huishoudelijk afvalwater gezuiverd wordt conform de gestelde voorwaarden en dat het hemelwater maximaal gescheiden en hergebruikt wordt.

8.3Doelstellingen


Retie zal streven om de doelstelling van MINA-plan 3, nl. 80% zuiveringsgraad voor huishoudelijk afvalwater, te bereiken tegen 2007.

8.4Actieplan


Actie WA.8: Verder uitbouwen van het rioleringsstelsel.

Er kan pas een effectief rioleringsbeleid gevoerd worden wanneer de zuiveringszones definitief afgebakend zijn. De VMM zal het voorontwerp van zoneringsplan in de loop van 2005 aan de gemeente Retie overmaken.



  • Woningen die niet aangesloten zijn, maar dat toch verplicht zijn, worden over de geldende wetgeving ingelicht.

  • Jaarlijks zal er een inventaris opgemaakt worden van straten en wegen die uitgerust zijn met een openbare riolering, alsook van de huishoudens die voor de lozing van hun afvalwater op deze openbare riolering aangesloten zijn.

  • De verplichte aansluiting op de riolering gebeurt door de gemeentediensten. Op die manier is de gemeente zeker dat de aansluiting correct gebeurd is.

  • De riolering in de Hofstraat in het gehucht Schoonbroek zal in de loop van 2005 worden aangesloten op de RWZI.

Actie WA.9: Verder ter beschikking stellen van een subsidie voor individuele afvalwaterzuivering (SO).

De gemeente verbindt zich ertoe het gemeentelijk premiereglement voor de bouw van een individuele afvalwaterzuiveringsinstallatie verder ter beschikking te stellen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:



  • de individuele zuivering is aangelegd voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater van een woning buiten de zuiveringszones A en B;

  • de individuele zuivering is na 1 januari 1999 gebouwd volgens, of in overeenstemming gebracht met, de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen, individuele voorbehandelingsinstallaties en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;

  • de individuele zuivering wordt geëxploiteerd volgens de code van goede praktijk voor de aanleg van openbare riolen, individuele voorbehandelingsinstallaties en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Van zodra de wijziging van de zuiveringszones bekrachtigd is door de gemeente of in het deelbekkenbeheersplan moet het gemeentelijk subsidiereglement voor individuele afvalwaterzuivering hieraan aangepast worden.

Actie WA.10: Gradueel uitvoering geven aan de sanering van alle afvalwaterlozingen.

Fase 1: vaststelling van het zoneringsplan van het Vlaams Gewest.

Dit is een expliciete contractuele bepaling in de samenwerkingsovereenkomst tussen het Vlaams Gewest en de gemeenten. Het zoneringsplan moet leiden tot een plan waarbij voor elk bouwperceel (dus tot op detail van de individuele woning) wordt vastgelegd op welke wijze (individueel of collectief) het huishoudelijk afvalwater zal worden gesaneerd. Dit gebeurt op basis van een bekrachtiging (na verfijning en/of bijsturing) van het zoneringsvoorstel van het Vlaams Gewest. De VMM zal het voorontwerp van zoneringsplan in de loop van 2005 aan de gemeente Retie overmaken;



Fase 2: opmaak van een plan voor het collectieve gebied.

Na vaststelling van het zoneringsplan kan men een detailplan opmaken voor het gebied dat in aanmerking komt voor collectieve zuivering. Dit plan leidt voor het collectieve gebied tot een bepaling op niveau van de individuele woning met welk type stelsel men het afvalwater zal inzamelen en de keuze voor een aansluiting op een KWZI of een RWZI. Als vertrekpunt kan men uitgaan van het zoneringsplan dat voor het collectieve gebied reeds een voorstel van type sanering aangeeft;



Fase 3: opmaak van een uitvoeringsplan.

Na vaststelling van het zoneringsplan en het detailplan voor het collectief te saneren gebied en na het oplijsten van de problemen van het rioleringstelsel kan men overgaan tot het opmaken van een uitvoeringsplan. In dit plan zal door de gemeente een oplijsting gebeuren van alle projecten die noodzakelijk zijn om een volledige sanering van hun grondgebied uit te voeren. Deze projecten omvatten niet enkel de projecten voor nieuw aan te leggen riolering en bouw van KWZI’s maar omvatten ook de renovatieprojecten en afkoppelingsprojecten die noodzakelijk zijn om het afvalwaterinzamelingsstelsel goed te laten functioneren. In het plan wordt eveneens een volgorde van uitvoering vastgelegd;



Fase 4: opmaken gemeentelijk RUP voor KWZI’s (voor grotere installaties dient dit te gebeuren in een provinciaal of gewestelijk RUP);

Fase 5: opnemen van gebieden voor KWZI’s en stedenbouwkundige voorschriften in verband met de aansluiting op de gemeentelijke rioleringsinfrastructuur, de scheiding van hemelwater en afvalwater, en i.v.m. IBA’s in RUP’s of BPA’s met betrekking tot woongebieden, bedrijventerreinen, recreatiegebieden, …

9Bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur

9.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Jaarlijks werkt Retie aan een verdere uitbouw en verbetering van het rioleringsnetwerk, volgens de code van goede praktijken. Hoewel de gemeente niet beschikt over een databank, is ze wel op de hoogte van de toestand van het rioleringsnetwerk. Via een hydronautstudie (en voortdurende actualisatie ervan) worden de werken systematisch aangepakt. Toch zijn er nog een aantal knelpunten die dringend moeten worden opgelost. Zo zijn er nog steeds grachten die aangesloten zijn op de riolering en zijn er gebieden waar riolering nog moet worden aangelegd. In de Hofstraat ligt een riolering die nog niet is aangesloten op een RWZI.

In Retie ligt 1 RWZI die via een retentiebekken loost op de Zwarte Nete. Op de Witte Nete op de grens Retie-Dessel loost een 2de RWZI. Hoewel de frequentie van het in werking treden van overstorten niet is gekend, werden toch maatregelen genomen. Zo is momenteel een sanering van het overstort in de Pijlstraat in uitvoering en wordt een retentiebekken voorzien voor het overstort op het kruispunt Oude Arendonkse Baan – Europalaan – toekomstige ring. In het kader van GNOPprojecten 4 en 5 werd een beleidsprotocol opgemaakt inzake gescheiden rioleringsstelsels om overstortfrequenties te verminderen. Momenteel bestaat het rioleringsnetwerk voor zowat 5% uit gescheiden riolering. Voor het afleiden van het regenwater worden waterdoorlatende buizen, gelegen in een grindkoffer gebruikt, zodat infiltratie vanuit de buizen mogelijk is. Tot slot wordt opgemerkt dat bij de Vlaamse Milieumaatschappij een nieuw meetnet riooloverstorten werd opgestart. Dit meetnet wordt uitgebouwd aan de hand van kleine onafhankelijke meetstations. De bedoeling is om in Vlaanderen op enkelen honderden locaties metingen uit te voeren op het overstortgebeuren. In de gemeente Retie worden 2 stations geplaatst:



  • op de Hodonk t.h.v. de Zwarte Nete;

  • aan de Molsebaan t.h.v. de Zwarte Nete.

9.2Visie/doelstellingen


De rioleringsinfrastructuur wordt op dergelijke manier onderhouden, verbeterd en uitgebouwd dat hydraulische overbelasting en biologische onderbelasting van het rioleringsstelsel en de zuiveringsinfrastructuur zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Het gaat hierbij om de uitbouw van het gescheiden rioleringsstelsel, het afkoppelen van parasitaire debieten (vb. grachten aangesloten op de riolering), maximale aansluiting van particulieren, verbeterde overstorten, enz.

9.3Actieplan


Actie WA.11: Inventariseren van de toestand in de gemeente inzake de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur.

Om een goede planning mogelijk te maken voor de werken ter bewaking en verbetering van de kwaliteit van de riolerings- en zuiveringsinfrastructuur, is een goede, geactualiseerde inventaris noodzakelijk.



Actie WA.12: Monitoring van overstorten.

De overstorten in de gemeente werken regelmatig bij hevige regenval. Er wordt daarom op initiatief van de VMM sinds 2004 werk gemaakt van het opvolgen van de werking van overstorten (overstortfrequentie, het overstortdebiet en de stand van het afvalwater in de riolen ter hoogte van overstorten). Ook in het kader van de deelbekkenbeheersplannen wordt er aandacht aan de overstorten besteed.

Retie volgt de resultaten van deze monitoring op, zodat samen met de VMM en binnen het deelbekkenoverleg gezocht kan worden naar duurzame oplossingen.

Zie ook actie WA.8.

10Voorkomen en beperken van diffuse verontreiniging

10.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Vooral het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen door de landbouw, maar ook bijvoorbeeld het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij de bevolking, geven aanleiding tot diffuse verontreiniging van grond- en oppervlaktewater. De nitraatproblematiek in Vlaanderen als gevolg van overbemesting is een voorbeeld van de gevolgen die slechte praktijken met zich meebrengen. De landbouwers in Retie zijn zich bewust van de problematiek en voeren daarom maandelijks zelf controles uit op het nitraatgehalte in de waterlopen. Uit het MAP-meetnet van de VMM (zie www.vmm.be), waarvan 3 meetpunten gelegen zijn in Retie (meetpunt 307100 op het Loeijens Neetje; meetpunt 307400 op het Klein Neetje; meetpunt 307600 op het Metse Neetje), blijkt dat er in Retie in de periode 1999-2004 geen overschrijdingen zijn geweest van de 50 mg nitraat/liter-drempel uit de Nitraatrichtlijn en het Mestactieplan. De gegevens van het grondwatermeetmet MAP (zie http://dov.vlaanderen.be/html/) melden dat op één van de acht meetpunten in Retie een overschrijding van de maximaal toelaatbare concentratie voor nitraat werd vastgesteld. De richtwaarde wordt voor nitraat 2 keer overschreden. Voor fosfaat wordt op 3 van de 8 meetpunten een overschrijding van de richtwaarde vastgesteld. De maximaal toelaatbare concentratie voor fosfaat wordt nergens overschreden.

Retie geeft het voorbeeld en is overgeschakeld tot een nulgebruik inzake bestrijdingsmiddelen. Door middel van sensibilisatie tracht ze haar bevolking en de landbouw (via het verspreiden van de code van goede landbouwpraktijken) te overtuigen tot een milieuverantwoord productgebruik.


10.2Visie/doelstellingen


Op lange termijn wil Retie alle mogelijke grondwaterverontreinigingen lokaliseren, controleren en tot een minimum herleiden. De kwalitatieve toestand van het grondwater moet ten minste goed zijn in 2015. Het voorkomen van het gebruik van waterschadelijke producten en het vervangen door minder schadelijke alternatieven vindt deels zijn concrete uitwerking in het milieuverantwoord productgebruik zoals dit uiteengezet is in de Cluster Vaste stoffen. Retie neemt de taak van het vervullen van een voorbeeldfunctie op zich. Daarnaast zal ze bepaalde doelgroepen aanzetten tot milieuverantwoord productgebruik.

Specifiek voor de landbouw, in het kader van de Vlaamse problematiek van eutrofiëring en verzuring van waterlopen door overbemesting, en voor diffuse verontreiniging via het verkeer zal de gemeente een gericht doelgroepenbeleid voeren. De doelgroepen worden geïnformeerd over het na te leven Mestdecreet, de 5m-zone langs waterlopen, de code van goede landbouwpraktijken, … .

Er wordt onmiddellijk en streng opgetreden bij vaststelling van illegale lozingen en dit wordt duidelijk gecommuniceerd.

10.3Actieplan


In de eerste plaats wordt verwezen naar het actieplan van het hoofdstuk milieuverantwoord productgebruik in de cluster Vaste stoffen.

Ook wordt verwezen naar acties HI.26, HI.27 en HI.28, waarin naast de preventie van bodemverontreiniging ook de preventie van grondwaterverontreiniging wordt nagestreefd.



Actie WA.13: Sensibiliseren van de landbouwers als doelgroep inzake diffuse waterverontreiniging.

Aangezien landbouwpraktijken een belangrijke invloed op de kwaliteit van zowel oppervlakte- als grondwater hebben, zal er ook aandacht aan deze doelgroep geschonken worden. Het instrument perceelsrandenbeheer via Beheerovereenkomsten VLM, is ook een middel dat ingezet kan worden ter bescherming van de waterlopen. Landbouwers bekomen een vergoeding voor het aanleggen van een bufferstrook van 5-10 m langsheen de te beschermen waterloop. Dergelijke beheersovereenkomsten worden tevens gestimuleerd door de gemeente (zie actie NA.7).


11Kwantitatief, kwalitatief en ecologisch duurzaam waterlopenbeheer

11.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Retie ligt voornamelijk in het deelbekken van de bovenlopen van de Kleine Nete en voor een klein deel in het deelbekken van het middengebied van de Kleine Nete. De waterlopen worden gekenmerkt door een algemeen goede tot zeer goede waterkwaliteit. Dit blijkt duidelijk uit de resultaten van waterkwaliteitsmetingen, uitgevoerd door de VMM in verschillende waterlopen in Retie (zie www.vmm.be).

De meeste waterlopen herbergen momenteel nog een waardevolle watervegetatie en invertebratengemeenschap. Voorbeelden van biologisch waardevolle waterlopen in Retie zijn:



  • het grachtenstelsel van Het Goor en Reties Goor, gelegen in vogelrichtlijngebied;

  • Looiendse Neet, Plasneetje en Colateur1, omwille van hun water- en oevervegetatie en hun (potentiële) visfauna.

Waterlopen met waardevolle structuurkenmerken zijn delen van de Zwarte Nete en de Desselse Nete en het meest stroomafwaartse deel van het Klein Neetje. In het kader van de afbakening van traditionele landschappen werden de Colateur, de Kleine Nete, de Zwarte Nete, de Desselse Nete als lijnrelicten aangeduid.

In vergelijking met de oppervlaktewaterkwaliteit is de situatie iets minder rooskleurig wanneer de resultaten van het VMM-meetnet voor waterbodems wordt bekeken (zie www.vmm.be). Hoewel er heel wat minder gegevens beschikbaar zijn, blijkt toch dat ecotoxicologische, maar ook fysisch-chemische verontreiniging wordt gevonden in verschillende waterbodems. De biologische waterbodemkwaliteit daarentegen is net als de oppervlaktewaterkwaliteit goed.

Naast oppervlaktewater- en waterbodemgegevens zijn er ook heel wat gegevens bekend inzake het visbestanden in de Retiese waterlopen (gegevens afkomstig van onderzoek gevoerd door het IBW: rapport “Visbestandopnames op enkele beken in het Netebekken (2004)”). Algemeen voor het Netebekken geldt dat de beken een overwegend matige kwaliteit scoren. De Zwarte Nete heeft een goede kwaliteit. Zorgwekkend in deze campagne 2004 is dat op de 3 locaties waar in 1996 nog kleine modderkruiper werd gevangen, deze soort niet meer voorkomt.

Voor meer uitgebreide informatie wordt verwezen naar het “Integraal waterbeheersplan gemeente Retie: deel 1 – maart 2002” .



Enkele specifieke knelpunten die nog kunnen worden gemeld zijn de volgende:

  • heel het gebied van de Kleine Nete stroomopwaarts van de Aa is als prioritaire zone aangeduid wegens een groot aaneengesloten verspreidingsgebied van vele vissoorten, met voor Vlaanderen zeldzame soorten zoals de kleine modderkruiper en de rivierdonderpad. Achteruitgang van de waterkwaliteit en de structuurkwaliteit van de waterlopen in dit gebied zorgen echter voor een opmerkelijke achteruitgang van de beekprik. Nagenoeg alle waterlopen in het stroomgebied zijn gekanaliseerd en vaak rechtgetrokken;

  • vismigratieknelpunten:

  • op de Kleine Nete, ter hoogte van de Watermolen. De aanleg van een vistrap wordt in overweging genomen;

  • op de Looiendse Neet: 3 stuwen en een duiker;

  • op het Klein Neetje: de aanwezigheid van een bodemplaat en een hindernis;

  • op de Zwarte Neet zijn 7 knelpunten (vooral stuwen en sifons).

  • in het gebied waar de Kleine Nete en de Desselse Nete samenkomen, is de vallei van de Kleine Nete aangeduid als risicozone voor overstromingen. Toch zorgt dit niet voor overlast, daar dit gebied zich bevindt in landbouw- en natuurgebied. Van nature overstroombare gebieden bevinden zich langs de Looiendse Neet en het Klein Neetje;

  • nabij het centrum van Retie is een woonuitbreidingsgebied gelegen in laag gelegen (overstromings)gebied. De bestemming van dit gebied zal echter nooit ingevuld worden;

  • slibruiming en inventarisatie van de kwaliteit van de waterbodems. Een planning rondom de aanpak van dit probleem gebeurt binnen het (deel)bekkenoverleg. In afwachting van een definitieve planning gebeurt in de gemeente geen slibruiming, enkel kruidruiming.

Hoewel heel wat acties momenteel op een geïntegreerde wijze voorbereid worden binnen het (deel)bekkenoverleg, toch werden de voorbije jaren ook al een aantal acties uitgevoerd. In het kader van het GNOPproject 4 (bekenbeheersplan) werden een tweetal projecten (signaalinitiatieven) uitgevoerd:

  • Looiendse Neet: ter hoogte van de Goorbossen wordt een droogvallende zijgracht ingericht als rust- en paaiplaats. Hierbij wordt ook een kleine kom in het bos betrokken. Stroomafwaarts worden een tweetal stroomdeflectoren geplaatst om meer variatie in de bedding en de oevers (door erosie op de linkeroever) te verkrijgen;

  • Plasnete: ter hoogte van ‘t Plasneetje wordt de oever afgeschuind, ter hoogte van het bosperceel stroomopwaarts ervan wordt het ruimingsbeheer aangepast, en stroomopwaarts van de weg wordt eveneens een oever afgeschuind.

Ook het GNOPproject 5 werd gedeeltelijk uitgevoerd, onder meer door het verwijderen van een stuw en de aanleg van een vistrap op de Kleine Nete. Verder werd ook gewerkt aan de hermeandering van de Breiloop, worden oevers gemaaid en werden paaiplaatsen aangelegd. Wat betreft het GNOPproject 7 (Gracht), waarin een natuurvriendelijke visie op het beheer van de Gracht moet worden uitgewerkt, is Retie eerder een passieve partner. De uitvoering van het project, gestart in oktober 2004, hangt af van de verantwoordelijke hogere overheden.

11.2Visie


Op lange termijn streeft Retie naar een optimale oppervlaktewaterkwaliteit met een gezond evenwicht tussen de menselijke gebruiksfuncties en de landschapsecologische functies. De natuurlijke werking van watersystemen wordt zoveel mogelijk behouden en hersteld. Zowel in openruimtegebieden als in bebouwde gebieden zal gestreefd worden naar een maximaal behoud van de natuurlijke structuur van de waterlopen.

Met betrekking tot waterbodems werden in de gemeente tot nog toe weinig acties ondernomen en zijn er maar weinig gegevens beschikbaar over de kwaliteit ervan in de gemeente. Retie gaat daarom verder met het inventariseren van de waterbodemkwaliteit, zodat een duidelijk beeld verkregen wordt van de saneringsmogelijkheden en –problemen.

Inzake structuurkwaliteit van waterlopen zal de gemeente verderwerken aan een integraal beekbeheer, projecten rond de aanleg van oeverzones en paaiplaatsen. Dit gebeurt in eigen beheer (waterlopen 3de categorie) en in overleg met hogere overheden (2de en 1ste categorie) of aangelanden (niet-geklasseerde waterlopen).

11.3Doelstellingen


Ten minste wordt er gestreefd naar een goede ecologische en chemische kwaliteit van het oppervlaktewater en de waterbodem in 2015 (Europese kaderrichtlijn Water).

Als parameter geldt het percentage van het oppervlaktewater dat de basiskwaliteitsnormen haalt. In 2002 was dit voor de biologische oppervlaktewaterkwaliteit 80 % (8 van de 10 meetpunten).


11.4Actieplan


Actie WA.14: Onderhoud van de waterlopen en grachtenstelsels (SO).

Het onderhouden van elke waterloop en grachtenstelsel moet specifiek afgestemd zijn op de verschillende functies en kenmerken van de waterloop. Vanuit kwantitatief, kwalitatief en ecologische duurzaam waterlopenbeheer moet het onderhoud van de waterlopen en de oevers uitgevoerd worden conform de richtlijnen uitgewerkt in de methodologie voor de opmaak van de deelbekkenbeheersplannen. Dit geldt in het bijzonder voor het maai- en ruimingsbeheer van waterlopen en voor natuurvriendelijke oeverinrichting en –bescherming.

De gemeente rapporteert in het milieujaarprogramma hoe er bij het onderhoud van de waterlopen rekening gehouden werd met de richtlijnen. Bovendien geeft de gemeente weer hoe dit in de toekomst zal gebeuren.

De gemeente zal daartoe een specifiek onderhouds- en ruimingsprogramma opmaken afgestemd op de werking van het watersysteem, eerder dan gebruik te maken van 'standaard'-ruimen. De opmaak van een onderhouds- en ruimingsprogramma dient voor elke beek afgestemd te worden op de verschillende functies van de beek (ecologische, hydrologische, enz.) en de specifieke kenmerken van de beek. Vanuit ecologisch oogpunt dient rekening gehouden te worden met het voortplantingsseizoen van amfibieën, paaitijd van vissen, bloeitijd en zaadzetting van planten.



In het onderhouds- en ruimingsprogramma dient er aandacht gegeven te worden aan:

  • preventie van ruimingen. Om het ruimen te beperken dient in eerste instantie de nodige preventiemaatregelen genomen te worden. Voorbeelden hiervan zijn anti-erosiemaatregelen op de omliggende percelen, oeverzones naast de waterloop en de inrichting van slibvangen in de waterloop. Ter hoogte van een slibvang is de waterloop breder, waardoor het water trager stroomt en het sediment bezinkt. Het ruimen kan bijgevolg beperkt worden tot het ruimen van de slibvang. Een mogelijkheid om de kruidgroei in waterlopen te beperken, is de eutrofiëring van waterlopen voorkomen door gebruik te maken van de schaduwwerking van bomen en struiken langs de beek. Vooral vanaf de zuidzijde kan het beschaduwen van waterlopen voor een sterke afname van het aantal waterplanten zorgen;

  • kruidruiming. Als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit stelt men een sterke toename van het aantal waterplanten vast. Hierdoor wordt het water opgestuwd. Dit kan eventueel leiden tot wateroverlast. Het kruid ruimen is hier aan te raden;

  • beheer oeverzones : voor het beheer van de oevers dient het Bermbesluit (27/6/1984) gerespecteerd te worden. Dit betekent dat:

  • geen bestrijdingsmiddelen gebruikt mogen worden;

  • de bermen niet voor 15 juni gemaaid mogen worden;

  • een tweede maaibeurt slechts na 15 september uitgevoerd mag worden;

  • het maaisel verwijderd moet worden binnen de tien dagen;

  • ondergrondse delen niet beschadigd mogen worden."

Het maaibeheer van oevers wordt bij voorkeur uitgevoerd op basis van een inventarisatie van de berm. De keuze voor een bepaalde vorm en beheer van oeverzones wordt in theorie voornamelijk bepaald door de functie die de zone vervult in het herstel van het watersysteem. In de praktijk zullen de mogelijkheden tot verweving met de aangrenzende functie van het gebied en de eigendomssituatie van de oeverzone een belangrijke rol spelen. Verschillende types oeverzone kunnen onderscheiden worden, gaande van oeverzones die hun landbouwkundige karakter behouden (bemestingsvrije, onbespoten akkerland; braakzone; graszone) en natuurlijke oeverzones (graszone; moeraszone; boszone; vrije zone). Ook combinaties zijn natuurlijk mogelijk.

  • machinaal onderhoud. Bij machinaal onderhoud dient men met verschillende zaken rekening te houden:

  • maaien (enkel waterplanten verwijderen) krijgt de voorkeur boven ruimen (waterplanten en bovenste bodemlaag verwijderen);

  • machinaal onderhoud dient omwille van de negatieve invloed op andere organismen best zo laat mogelijk in het jaar toegepast te worden;

  • indien laat maaien onmogelijk is omwille van overstromingsrisico’s, kan maaien volgens blokpatronen een goed compromis vormen tussen de ecologische en hydraulische gevolgen. Grote delen van de watervegetaties blijven staan waardoor ook de overige levensgemeenschappen minder verstoord worden. Studies tonen aan dat het maaien volgens blokpatronen een voldoende hoge afvoercapaciteit kan garanderen. De keuze voor een bepaald maaipatroon moet afgestemd zijn op de noden van de omgeving. Ook moet rekening worden gehouden met de haalbaarheid van het werken in blokpatronen op het terrein zelf. Zo mag de lengte van de vegetatieblokken niet te kort zijn.

Actie WA.15: Voorkomen van vismigratieknelpunten (SO).

De gemeente verbindt zich ertoe om bij alle geplande werken rekening te houden met de doelstelling bedoeld in artikel 5, 4°, c° inzake vrije vismigratie van het decreet integraal waterbeleid, zodat bij het herstel van bestaande of de aanleg van nieuwe infrastructuur geen verval, noch te hoge stroomsnelheid en noch te lage waterstand gecreëerd wordt. Indien dit niet mogelijk is, worden compenserende maatregelen aangebracht.



Actie WA.16: Remediëren van bestaande vismigratieknelpunten van waterlopen derde categorie.

Actie WA.17: Inventariseren van de oppervlaktewaterkwaliteit.

Er zal een inventaris opgemaakt worden van de kwaliteit van het oppervlaktewater, de aanwezige gemeenschappen (planten en dieren) en de structuurkenmerken van de waterlopen in gemeentelijk beheer. Resultaten van bestaande meetnetten worden aangevuld met eigen metingen. Er zal een kaart opgemaakt worden waarop de locaties van wateroverlast aangeduid zijn. Ook de oorzaken worden genoteerd.



Actie WA.18: Herwaarderen van beken en grachten.

Grachten waarin infiltratie kan optreden worden behouden en heraangelegd. Het overwelven of rechttrekken van beken wordt zoveel mogelijk vermeden.

Dit thema zal verder uitgewerkt worden in het deelbekkenbeheersplan.

Actie WA.19: Ecologisch inrichten en herstellen van waterlopen.

Ecologische inrichting en herstel van waterlopen wordt uitgevoerd met het doel het verbeteren van het functioneren van watersysteem. Dit is zowel belangrijk vanuit kwantitatief, kwalitatief als ecologisch oogpunt:



  • kwantitatief: dankzij een hogere retentie en mogelijkheden voor gecontroleerde overstromingen kunnen ongewenste overstromingen voorkomen worden;

  • kwalitatief: het zelfreinigend vermogen van een waterloop kan hersteld worden;

  • ecologisch: het habitatherstel van waterloop en vallei biedt mogelijkheden voor herstel van natuurwaarden (zowel flora als fauna).

De meeste waterlopen hebben naast een ecologische doelstelling ook andere functies waar rekening mee gehouden moet worden. Toch zijn in veel gevallen de mogelijkheden voor een ecologisch herstel in mindere of meerdere mate mogelijk zonder dat er disproportionele gevolgen zijn voor andere functies. Zeker dient steeds brongericht en duurzaam gewerkt te worden met systeemeigen oplossingen.

Voorbeelden zijn oeverherstel, hermeandering, overstromingsgebieden inrichten, actief peilbeheer,….



Actie WA.20: GNOPproject 4: Bekenbeheersplan.

Dit bekenbeheersplan past binnen de opmaak van de deelbekkenbeheersplannen.

Opstarten overleg met alle betrokkenen. Voor de beken van 2e categorie wordt overleg opgestart met provinciale diensten.

Opmaak van een inventaris van de beken en beekoevers: vegetatie, structuur, knelpunten, eigendomsstructuur, bodemgebruik en aangelanden.

Een optimalisering van het maai- en ruimingsschema.

Voorstelling en bespreking van enkele maatregelen inzake verbetering van de beekstructuur, waterkwaliteit of oeverbeheer in de overlegcommissie.

Opstarten of verderzetten van ecologisch beekbeheer op enkele prioritaire beken.

Uitwerken van enkele maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren of de kwaliteit van de beekstructuur te verbeteren. Mogelijkheden zijn inrichting van bedding of oevers, kleinschalige waterzuivering, afkoppeling overstorten, enz. Een overzicht wordt gegeven in het GNOP-project Beekprik.

Ecologische randvoorwaarden ruimtelijke ordening: opmaak van een beleidsprotocol inzake verkavelingen:


  • de gemeente streeft naar minimale inbuizing van waterlopen;

  • de afstandsregels t.o.v. waterlopen (5 en 10 m zones) worden strikt gerespecteerd (de 5 meter zone moet bouwvrij blijven en hersteld worden waar nodig);

  • de gemeente kiest principieel voor gescheiden rioleringsstelsels.

Voor de uitvoering van deze actie, zie ook de acties WA.14, WA.17, WA.18, WA.19.

12Duurzaam (drink)watergebruik

12.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Retie heeft een subsidiereglement voor de aanleg van een hemelwaterput en tracht zo o.a. het gebruik van regenwater voor laagwaardige toepassingen (vb. WC-spoeling) te stimuleren. Bij (ver)nieuwbouw is de aanleg van een hemelwaterput verplicht. Retie maakt deze reglementen bekend en sensibiliseert de bevolking inzake rationeel watergebruik via het gemeentelijk informatieblad en een tentoonstelling. Ook het eigen personeel wordt gesensibiliseerd via het verspreiden van tips. Via een inventarisatie van het waterverbruik in de gemeentelijke gebouwen worden abnormale verbruiken opgespoord. Verdere analyse van de gegevens gebeurt niet. Bij de uitbreiding van het gemeentehuis resulteerde het overleg inzake RWG in verschillende waterbesparende maatregelen (o.a. toiletspoeling met regenwater).

12.2Visie


Zoetwater is een kostbaar goed. Minder dan 1% van de totale hoeveelheid water op aarde is zoetwater en geschikt voor menselijke consumptie. Het is belangrijk dat we deze zoetwaterbronnen beschermen en rationeel aanwenden. Hiertoe zal de gemeente eerst zelf het goede voorbeeld geven om zo de inwoners te stimuleren tot eenzelfde gedrag.

De gemeente registreert het waterverbruik, voert wateraudits uit en pakt verspillingen aan in de gemeentelijke gebouwen. De bewoners worden aangezet tot rationeel watergebruik door o.a. een aangepaste reglementering (conform de nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen), een subsidie voor de aanleg van een hemelwaterput en door sensibilisatie via de gemeentelijke kanalen.

De gemeente zal bovengenoemde acties blijven uitvoeren zodat op lange termijn de principes van rationeel watergebruik zowel in de gemeentelijke diensten als bij de bewoners ingeburgerd zijn en toegepast worden.

12.3Doelstellingen


Door verspilling van hoogwaardig water tegen te gaan en het gebruik van regenwater te stimuleren worden volgende doelstellingen nagestreefd:

  • daling van het eigen leidingwaterverbruik met 25 % t.o.v. het verbruik in de jaren 2002-2003;

  • daling van het leidingwaterverbruik van de bevolking.

12.4Actieplan


Actie WA.21: Verder ter beschikking stellen van subsidie voor aanleg van een hemelwaterinstallatie, gekoppeld aan het gebruik van het opgevangen hemelwater.

Actie WA.22: Uitvoeren van een wateraudit in gemeentelijke gebouwen bij nieuwbouw, herbouw of verbouwing (SO).

De gemeente verbindt zich ertoe om in het geval van nieuwbouw, herbouw of verbouwing van gemeentelijke gebouwen een audit van het gebouw in kwestie uit te voeren m.b.t. de mogelijkheden van een duurzaam watergebruik.

De gemeente verbindt zich ertoe om conform de resultaten van deze wateraudit concrete maatregelen te implementeren in het ontwerp.

Actie WA.23: Rationeel watergebruik in de gemeentelijke gebouwen.

Met het oog op de voorbeeldfunctie van de gemeente worden gemeentelijke gebouwen zoveel mogelijk uitgerust met waterbesparende apparatuur. De gebouwen kunnen dan als voorbeeld dienen voor de burgers of andere doelgroepen zoals scholen.



Een concrete invulling van deze actie is de aanleg van een hemelwaterput bij de sporthal. Hiervoor worden eerst de mogelijkheden onderzocht, onmiddellijk gevolgd door een realisatie van het project op het terrein.

Actie WA.24: Sensibiliseren van het eigen personeel inzake rationeel watergebruik.

Actie WA.25: Sensibiliseren van de bevolking en doelgroepen inzake rationeel watergebruik.

13Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden

13.1Integraal waterbeheer


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 9: Verstoring van watersystemen

1. Integraal waterbeleid




4.1 Een juridische en organisatorische basis voor integraal waterbeleid creëren

  • Verdere ontwikkeling van het juridische instrumentarium voor integraal waterbeleid

  • Het integraal waterbeleid op gewestelijk niveau verzekeren

  • Samenwerking op lokaal niveau bevorderen




4.2 Geïntegreerde milieudoelstellingen vastleggen voor watersystemen tegen eind 2006




4.3 Geïntegreerde analyse voor watersystemen en het geheel van menselijke en maatschappelijke gebruiksfuncties en activiteiten dat ermee samenhangt opmaken




4.4 Opmaak van gebiedgerichte integrale waterbeleidplanning

  • Opmaak deelbekkenbeheersplannen (zesjaarlijks)




4.5 Watersysteemkennis verder uitbouwen

  • Geïntegreerde monitoringprogramma’s tegen eind 2006 operationaliseren




4.7 De publieke participatie op verschillende niveau’s gecoördineerd aanpakken

  • Participatie bij de opmaak van de bekken- en deelbekkenbeheersplannen

Thema 11: Versnippering




4.2 Verwijderen of milderen van het versnipperend effect voor zoveel mogelijk bestaande (prioritaire) versnipperde elementen

  • Natuurtechnische milieubouw: verdere integratie binnen de reguliere werking van instanties bevoegd voor (spoor)wegen- en waterlopenbeheer, en planning en uitvoering van nieuwe (proef)projecten en doelmatigheidsanalyses




4.4 Vrije vismigratie mogelijk maken in zoveel mogelijk prioritaire waterlopen

  • Sanering van prioritaire vismigratieknelpunten

  • Zoveel mogelijk voorkomen van nieuw migratieknelpunten




PROJECT 18: prioriteiten ontsnippering.

Thema 12: Verlies aan biodiversiteit

4.1 Gebiedsgericht beleid




4.1.2 Realiseren van gebieden met effectief natuurbeheer

  • Belangrijke leefgebieden van zoetwatervissen inrichten en beheren

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • W 1.1.1: Uitbouwen watersysteemkennis

  • W 1.1.2: Correctie Vlaamse Hydrografische atlas

  • W 1.1.3: Ontwikkeling van een provinciale hydrografische atlas

  • W 1.1.4: Watertoets

  • W 1.3.1: Sanering vismigratieknelpunten

  • W 3.1.1: Opmaak deelbekkenbeheersplannen

  • W 3.1.2: Organisatie van periodiek wateroverleg

  • W 3.1.3: Watersysteemgebonden communicatie en sensibilisatie

  • W 3.2.1: Vorming lokale waterbeheerders

  • W 3.2.2 Subsidiëring projecten lokale waterbeheerders

13.2Oppervlaktewater


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 5: Vermesting




4.3 De landbouwsector verder gevoelig maken voor de mestproblematiek

  • Sensibiliseren inzake mestproblematiek

  • Vergoedingen en beheersovereenkomsten toepassen




4.4 De gebiedsgerichte bepalingen in functie van natuur en water realiseren




4.6 Vermestingsproblemen in de industrie en huishoudens aanpakken

  • Afvalwaterzuivering door de industrie en de huishoudens

Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen




4.1 Uitvoering maatregelenprogramma’s metalen, dioxines, PAK’s en bestrijdingsmiddelen

  • Uitvoering verzekeren van het ‘decreet tot vermindering van het gebruik van pesticiden door openbare diensten in het Vlaamse Gewest’

  • Verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen bij industrie, landbouw, particulieren en openbare diensten stimuleren via voorlichting en sensibilisering

Thema 9: Verstoring van watersystemen

2. Verontreiniging van oppervlaktewater




4.1 Realiseren van een zuiveringsgraad van 80%

  • Optimalisatie huidige zone-indeling

  • Subsidiëringsprogramma’s bijsturen en de subsidies voor de gemeentelijke rioleringen en gemeentelijke KWZI’s verhogen

  • Controle op gemeentelijk niveau organiseren

  • Controle op niveau van de individuele burger vormgeven

PROJECT 14: zuivering huishoudelijk afvalwater




4.3 Een gecoördineerde reductieaanpak voor diffuse lozingen uitwerken




4.4 Efficiënt ondersteunend beleid uitbouwen

  • Databanken voor emissiebeleid uitbouwen

3. Verdroging




4.1 Natuurlijke werking en hydromorfologische structuur van watersystemen beschermen, herstellen en verbeteren




4.2 De bescherming en het herstel van de watervoorraden

  • Watervoerende lagen beschermen en herstellen

  • Illegale grond- en oppervlaktewaterwinningen




PROJECT 16: strategische visie watervoorziening en watergebruik

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • W 1.2.1: Structurele herstellingswerken

  • W 1.2.2 Gedifferentieerd waterlopenbeheer

  • W 1.2.3: Duurzaam sedimentbeheer

  • W 1.2.4: Duurzame waterbeheersingswerken

  • W 1.3.1: Sanering vismigratieknelpunten

13.3Grondwater


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 5: Vermesting




4.3 De landbouwsector verder gevoelig maken voor de mestproblematiek

  • Sensibiliseren inzake mestproblematiek

  • Vergoedingen en beheersovereenkomsten toepassen




4.4 De gebiedsgerichte bepalingen in functie van natuur en water realiseren

Thema 9: Verstoring van watersystemen

3. Verdroging




4.1 Natuurlijke werking en hydromorfologische structuur van watersystemen beschermen, herstellen en verbeteren

  • Waterlopen goed beheren en onderhouden

  • Subsidiëren en samenwerken bij uitvoering van lokale waterbeheerprojecten




4.2 De bescherming en het herstel van de watervoorraden

  • Watervoerende lagen beschermen en herstellen

  • Illegale grond- en oppervlaktewaterwinningen

  • Groot- en kleinschalige infiltratie bevorderen




PROJECT 16: strategische visie watervoorziening en watergebruik

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • W 1.2.1: Structurele herstellingswerken

  • W 1.2.2 Gedifferentieerd waterlopenbeheer

  • W 1.2.3: Duurzaam sedimentbeheer

  • W 1.2.4: Duurzame waterbeheersingswerken

13.4Waterbodem


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen




4.1 Uitvoering maatregelenprogramma’s metalen, dioxines, PAK’s en bestrijdingsmiddelen

  • Uitvoering verzekeren van het ‘decreet tot vermindering van het gebruik van pesticiden door openbare diensten in het Vlaamse Gewest’

  • Verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen bij industrie, landbouw, particulieren en openbare diensten stimuleren via voorlichting en sensibilisering




4.2 Eliminatie van asbest, PCB’s, kwik en cadmium, lindaan, endosulfan, tributyltin en gebromeerde brandvertragers

Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem




4.3 De historische ruimingsachterstand van hydraulische en ecologische aard wegwerken en bagger- en ruimingspecie verwerken volgens BATNEEC

  • De waterlopen ruimen en/of saneren

  • Verwerking van ruimingspecie volgens BATNEEC




4.4 Ondersteuning van het beleid rond waterbodems

PROJECT 7: waterbodemverontreiniging



Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • W 1.2.3: Duurzaam sedimentbeheer

13.5Duurzaam (drink)watergebruik


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 9: Verstoring van watersystemen

1. Integraal waterbeleid




4.6 Sensibiliseren rond duurzaam waterbeheer- en gebruik

  • Campagne, ‘Water, elke druppel telt’

  • Steunpunt duurzaam water




4.7 De publieke participatie op verschillende niveau’s gecoördineerd aanpakken

  • Participatie bij de opmaak van de bekken- en deelbekkenbeheersplannen

3. Verdroging




4.3 Duurzaam watergebruik

  • Concreet uitwerken van het gebruik van tweedecircuit water

  • Duurzaam watergebruik verhogen




PROJECT16: strategische visie watervoorziening en watergebruik

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • W 3.1.3: Watersysteemgebonden communicatie en sensibilisatie


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina