Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina6/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

VCluster Natuurlijke entiteiten

1Inleiding


Bij de opmaak van een visie, doelstellingen en een actieplan met betrekking tot het gemeentelijk beleid inzake natuur, bos, groen en landschappen, werd rekening gehouden met volgende plannen, projecten, richtlijnen en documenten:

  • het gewestplan;

  • ruimtelijke structuurplannen (provinciaal en gewestelijk);

  • ruimtelijke uitvoeringsplannen;

  • het Vlaams Ecologisch Netwerk VEN;

  • decreet betreffende natuurbehoud en het natuurlijk milieu;

  • het Bosdecreet;

  • vogelrichtlijn (vogelrichtlijngebied “Het Reties Goor”);

  • habitatrichtlijngebieden (Vallei van de Witte Nete, de Desselse Nete en de Zwarte Nete);

  • Gemeentelijk milieubeleidsplan 2000-2004;

  • het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (GNOP);

  • het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (vnl. de deelnota’s Natuur en Landschap);

  • het bermbeheersplan;

  • beheersplan Bosreservaat “De Goorbossen”;

  • … .

    Voor gedetailleerde gegevens (achtergrond, inventarissen, …) inzake natuur, landschap, bos en groen wordt verwezen naar het GNOP en het ruimtelijk structuurplan van Retie. In dit hoofdstuk Natuurlijke entiteiten zal in hoofdzaak aandacht besteed worden aan:



  • de huidige knelpunten (situatie 2004);

  • de visies en doelstellingen die de gemeente daar tegenover stelt;

  • de acties die in de komende planperiode 2005-2009 zullen worden uitgevoerd, kaderend in de visies en antwoordend op de doelstellingen.

    Naast natuur, bos en groen en landschappen wordt in deze cluster eveneens een hoofdstuk landbouw opgenomen. Vooral duurzame landbouw (maar ook landbouw in zijn totaliteit) sluit nauw aan bij wat wordt verstaan onder natuur in de ruimste betekenis. Aangezien ongerepte natuur niet meer voorkomt in Vlaanderen, moet bij het ter sprake brengen van natuur in Vlaanderen steeds verstaan worden, één of andere graad van natuurlijkheid. In die gedachtegang kan landbouw gezien worden als een onderdeel van de Vlaamse natuur.


2Wettelijk kader


  • Wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij.

  • Wet van 12 juli 1973 op natuurbehoud.

  • Decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten.

  • Wet van 22 februari 1979 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn in het bijzonder als woongebied voor watervogels, opgemaakt te Ramsar (Iran) op 2 februari 1971.

  • Koninklijk Besluit van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaams gewest.

  • Besluit van de Vlaamse Executieve van 27 juni 1984 houdende maatregelen inzake natuurbehoud op de bermen beheerd door publiekrechtelijke rechtspersonen.

  • Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, VLAREM I en II.

  • Wet van 20 april 1989 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa en van de Bijlagen I, II, III en IV, opgemaakt te Bern op 19 september 1979.

  • Wet van 27 april 1990 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten, en van de Bijlagen I en II, opgemaakt te Bonn op 23 juni 1979.

  • Decreet van 13 juni 1990 betreffende bossen (gewijzigd bij decreet van 30 september 1999).

  • Decreet van 24 juli 1991 betreffende de jacht.

  • Decreet van 16 april 1996 houdenden de bescherming van landschappen.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 1996 tot instelling van een vergunningsplicht voor de wijziging van vegetatie en van lijn- en puntvormige elementen.

  • Decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

  • Besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.

  • Decreet van 21 december 2001 tot wijziging van het decreet van 16 april 1996 houdende bescherming van landschappen.

3Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Bij het inventariseren van de Retiese knelpunten inzake natuur, bos, groen, landschap en landbouw wordt al snel vastgesteld dat de meeste problemen niet gemeentespecifiek zijn. Zoals de meeste Vlaamse gemeenten kent ook Retie de problematiek van verdroging, verzuring, versnippering, eutrofiëring, recreatiedruk, … Het zijn beurt om beurt kenmerken van een dichtbevolkt gebied waar ruimte schaars is en daarom maximaal wordt benut. Hoewel de problematiek het gemeentelijk niveau vaak overstijgt, hoeft dit niet noodzakelijk ook zo te zijn voor de oplossingen.

In 1996 heeft Retie daarom werk gemaakt van het opstellen van een gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (GNOP), waaruit een hele reeks projecten voortkwamen die in de daaropvolgende jaren (gedeeltelijk) werden uitgevoerd. Ook beschikt Retie over een bermbeheersplan, zodat ook langs de gemeentelijke wegen kansen gegeven worden aan natuurontwikkeling. Voor de eerder beperkte oppervlakte bos in Retie (totale bosoppervlakte bedraagt 742 ha of ongeveer 15 % van de gemeente), met een sterk versnipperde eigendomsstructuur, werden en worden bosbeheersplannen opgesteld en tot uitvoering gebracht, in samenwerking met de eigenaars en de bosgroep Kempische Heuvelrug.



Recent is Retie ook gestart met de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRSP). De bedoeling hiervan is om orde te brengen in de ruimtelijke structuur van de gemeente. De grote druk op onze ruimte maakt het noodzakelijk om deze ruimte gestructureerd te gaan indelen. Alleen op deze wijze kan die beperkte ruimte ook in de toekomst al haar functies blijven vervullen.

    De geleidelijke bewustwording van het belang van de natuur, de bossen, het groen, de landschappen deed het besef groeien dat deze waarden moeten worden beschermd.

4Algemene visie


Retie wordt gekenmerkt door een enorme natuurlijke verscheidenheid, zowel in graad van natuurlijkheid (gaande van zeer waardevol vengebied en hoogwaardige waterlopen tot een door landbouw gedomineerde open ruimte) als op gebied van fysische structuur (vb. de valleien van de bovenlopen van de Kleine Nete worden afgewisseld met drogere interfluvia en zandduinen). Deze verscheidenheid wil Retie bewaren. Daarvoor zijn het vrijwaren van de open ruimte in en buiten de natuurlijke structuur, met waardevolle kwaliteiten als rust en uitgestrektheid, en het duurzaam behoud en de versterking van de bestaande natuurconcentratiegebieden, belangrijke uitgangspunten. Retie geeft daarom aan de cluster Natuurlijke entiteiten de hoogste prioriteit. Een eerste belangrijk instrument voor het duurzaam behoud van deze complexen is het vrijwaren en versterken van de kleine landschapselementen in gebieden met een hoofdfunctie anders dan natuur. Een tweede belangrijk instrument is het draagvlak voor natuur, in de eerste plaats bij de recreanten en de landbouwers. Er zal daarom voortdurend gebouwd worden aan dit draagvlak. Landbouwers als hoofdbeheerders van de open ruimte moeten betrokken worden bij de realisatie van natuurdoelstellingen in de rand. Recreanten zullen door natuureducatieve ontsluiting van natuur toegang krijgen tot de natuur. Een gebiedsgerichte afstemming van de intensiteit van het recreatieve gebruik is daarbij aangewezen. Om beleidsmatige garanties te kunnen geven voor de realisatie van de gewenste natuurlijke structuur zullen gebieden worden afgebakend waaraan specifieke ontwikkelingsperspectieven worden gekoppeld.

5Doelstellingen


Retie is gelegen in het buitengebied van Vlaanderen en nog zeer rijk aan open ruimte en waardevolle natuur. Het is de doelstelling om dit zo te houden, wat betekent dat de nodige maatregelen zullen worden getroffen om dit behoud te kunnen verzekeren, op korte, middellange én lange termijn. Retie zal door middel van relevante milieuparameters (zie 6.4.1 van het hoofdstuk Instrumentarium) nagaan welke vorderingen worden gemaakt.

6Overkoepelende acties

6.1Acties in het kader van de samenwerkingsovereenkomst


Actie NA.1: Voor de uitvoering van de cluster Natuurlijke entiteiten advies vragen aan de milieuraad en/of acties laten opvolgen en begeleiden door een lokale technische opvolgingscommissie.

Actie NA.2: Voeren van een specifieke communicatie-actie naar de burgers en de doelgroepen toe.

Actie NA.3: Uitvoeren van minimaal 1 actie per milieujaarprogramma, die niet kadert binnen een juridische verplichting.

Zie ook actie IN.2 (ondertekenen SO).

6.2Andere acties


Actie NA.4: Verder naleven en doen naleven van alle wettelijke bepalingen inzake natuurbehoud, beheer van open ruimte, bosbeheer, jacht en vogelvangst, bescherming van landschappen, stads- en dorpsgezichten, monumenten.

Dit gebeurt onder meer door de natuurwachters.



Actie NA.5: Sensibiliseren door o.m. het plaatsen van randinfrastructuur.

Vb. infoborden, banken, vuilnisbakjes, infobrochures en sensibilisering in het algemeen



Actie NA.6: Aanpassen van en controle op gemeentelijke reglementen inzake natuur.

Aanpassen van reglementen (politieverordeningen, gemeentelijke reglementen, subsidiereglementen) volgens de noden zodat de gemeentelijke beleidsvisie inzake natuurbehoud en -ontwikkeling alle kansen krijgt.



Actie NA.7: Afsluiten van beheers- of onderhoudsovereenkomsten.

Dit is een belangrijk voorbeeld van een zeer gerichte en nuttige actie maar die niet subsidieerbaar is. Beheersovereenkomsten hebben als doel een aantal maatregelen op het vlak van natuur, landschap en ecologie te realiseren door de bevolking. Dit kunnen landbouwers zijn, particulieren, en anderen. Gekende voorbeelden van beheer in overeenkomst zijn weidevogelbeheer, perceelsrandenbeheer, beheer van kleine landschapselementen, botanisch beheer, natuur- en waterbeheer, … . Het Vlaamse Gewest sluit beheersovereenkomsten kaderend in het Programma voor Plattelandsontwikkeling ter uitvoering van Verordening Nr. 1257/99, met aangifteplichtige landbouwers. De provincies en gemeenten kunnen andere beheersovereenkomsten sluiten met diezelfde landbouwers of beheersovereenkomsten sluiten met niet-landbouwers. Door het sluiten van deze beheersovereenkomsten wordt er op (middel)lange termijn natuurwinst gerealiseerd ten opzichte van de situatie zonder beheersovereenkomsten. Met betrekking tot de landbouw kan hiermee natuur- en landschapsbeheer als ondergeschikte functie in agrarisch gebied gestimuleerd worden. Beheersovereenkomsten op basis van vrijwilligheid zijn steeds het uitgangspunt. Beheersovereenkomsten kunnen worden gesloten in specifiek daartoe aangewezen beheersgebieden (vb. gronden in eigendom van de gemeente) of gewestplanbestemmingen of zij kunnen overal van toepassing zijn.

Als alternatief voor het afsluiten van nieuwe overeenkomsten kan de gemeente ook beheersovereenkomsten die worden afgesloten met de VLM bijkomend ondersteunen. De gemeente sluit daartoe een protocol af met de VLM: voor elke beheersovereenkomst (alle soorten) die door de VLM wordt afgesloten, wordt een supplement van 20 % bovenop de beheersvergoeding uitgekeerd.

Actie NA.8: Erfpachtovereenkomsten.

Deze overeenkomsten kunnen gebruikt worden om bijkomende kansen te bieden aan natuurontwikkeling in gebieden waar natuur geen hoofdfunctie heeft. ikoorbeeld en stimulans voor de bevolkingers van dit plan, zoals staat samengevat in onderstaand



Actie NA.9: Geleide wandelingen, info-avonden.

In de eerste plaats worden natuurverenigingen en eventueel de bosgroep aangemoedigd om deze taak op zich te nemen. Wel zal de gemeente zorgen voor logistieke ondersteuning.


7Natuur

7.1Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


De natuurconcentratiegebieden (= groenkernen) zijn de voornaamste groengebieden in en rond de gemeente die als habitat en verbreidingskern fungeren. Het zijn biologisch waardevolle gebieden van enige omvang, met een grote graad van natuurlijkheid, maar ook rust en afwezigheid van bedreigingen als indringende bebouwing. De natuurconcentratiegebieden van Retie worden in Tabel 3 opgesomd. Bijkomend of overlappend met deze gebieden werden recent de VEN-gebieden afgebakend (eerste fase). Dit zijn gebieden met hoofdfunctie natuur. In Retie werden 4 gebieden afgebakend, waarvan 2 in de vallei van de Witte Nete (VEN-gebied 22) en 2 in het noord-oosten van Retie (de Goorbossen en het gebied nabij de Ronde Put; VEN-gebied 27). Rondom deze natuurconcentratiegebieden zorgen kleine landschapselementen (KLE’s) voor een matrix die in meer of mindere mate voor een natuurlijke ontsluiting van de groenkernen zorgen. In Tabel 4 staan de belangrijkste verbindingselementen (i.e. uitgesproken netwerk van KLE’s) van Retie weergegeven. Dit zijn valleigebieden die van oudsher verbindingselementen vormen. Ook in de gebieden Ten Aard, Kinschot, Duinberg, Werbeek-Hodonk, Looiend, Berkenstrand en Obroek komt nog een matrix van KLE’s voor. De natuurconcentratiegebieden vormen samen met de KLE’s de ecologische infrastructuur.

Belangrijke elementen in de ecologische infrastructuur zijn ook de wegbermen. Hoewel vele bermen sterk vergrast of verstoord zijn, treft men toch een heel aantal zeer waardevolle bermen aan, vb. langs landelijke wegen of plaatsen waar de bermen breed zijn. Bovendien kennen vele bermen een hoge potentiële waarde, die door gepast beheer naar voren kan komen. De meest waardevolle bermen liggen volgens een inventaris van Daemen en Van der Veken in het Reties Goor, nabij de Schaapsgoorbrug, Straaleind, Berkenstrand en het Prinsenpark.

Tabel 3: natuurconcentratiegebieden in en rond Retie

Naam

oppervlakteklasse

Evaluatie

Prinsenpark

> 100 ha

Een uitgestrekt bos met loof- en naaldhout, heiderelicten en open waters, middenin een landbouwgebied dat plaatselijk ook kleinschalig is. Zeer interessante avifauna (o.a. rond de vijver)

Beverdonkse Heide-Duinbergen

50 – 100 ha

Naaldbossen op duinenrug tussen gebieden met intensieve landbouw. De bebouwing (weekendverblijven) in het gebied zorgt voor verstoring en versnippering van het bosecosysteem.

Looiendse Bergen

50 – 100 ha

Naaldbossen op duinenrug tussen gebieden met intensieve landbouw. De bebouwing (weekendverblijven) in het gebied zorgt voor verstoring en versnippering van het bosecosysteem.

Straaleind (gedeeltelijk gelegen in Kasterlee)

> 100 ha

Potentieel waardevol naaldbos op duinenrug tussen de Wamp en de Looiendse Nete en nabij het Reties Heiken, waar belangrijke natuurwaarden voorkomen. De weekendverblijven zorgen voor verstoring van het bosecosysteem.

reservaat

'sGravendel en Witte Nete + Reties Heiken (gedeeltelijk gelegen in Kasterlee)



> 100 ha

Gevarieerd waterrijk biotoop met zeer zeldzame moerasvegetaties temidden van een kleinschalig landbouwgebied en nabij de Vallei van de Witte Nete. Faunistische waarde

Goorbossen – Watering bossen (gedeeltelijk gelegen in Arendonk)

10 – 50 ha

Bosgebied met vennen en een vijver met zeer waardevolle oevervegetatie, tussen intensieve landbouw met beperkte KLE. Belangrijke faunistische waarde (libellen, reptielen, amfibieën...)

Plasneetje

1 – 10 ha

Waardevol soortenrijk vochtig hooiland langs Plasneetje; enkele houtkanten; belangrijk voor weidevogels en amfibieën.

Park Dufour

1 – 10 ha

Gevarieerd bos met vijver en grasland: vormen een steunpunt in het open landbouwlandschap en nabij de woonkern.

Reties Goor – Ronde Put

> 100 ha

Uitgestrekt landbouwgebied met gave open ruimte. Plaatselijk komen enkele kernen met grote natuurwaarden voor (moeras, bos en heide). Plaatselijk komt nog een vochtig hooiland met soortenrijke graslandvegetatie voor. Het Reties Goor heeft een faunistische waarde voor weidevogels.

Goor (gelegen in Dessel)

50 – 100 ha

Gevarieerd gebied met vijvers, moerasvegetaties en verschillende bossen. In het zuiden domineren weiden. Belangrijke faunistische waarde.

Bron: GNOP, 1996.

Voor vele kleine diersoorten als amfibieën of insecten maar ook vb. weidevogels, is het landgebruik buiten de groenkernen vaak te intensief. Het bijkomend verdwijnen van KLE’s als ruige perceelsranden, soortenrijke bermen, poelen, heideveldjes of houtkanten isoleert deze populaties steeds meer. Vooral bij soorten met een klein dispersievermogen (bosvogels, reptielen) treedt daardoor isolatie op. Bovendien is de functie van KLE’s niet beperkt tot verbindingsgebied tussen de natuurkerngebieden. KLE’s fungeren ook als fourageergebied, als refugium én als buffer. Naast het geleidelijk verdwijnen van KLE’s moet ook een toename van migratiebarrières vastgesteld worden. De dorpskommen van Retie, Schoonbroek, Werbeek en Hodonk met hun uitwaaierende bebouwing zijn voorbeelden van vlekvormige barrières. Lijnvormige barrières zijn het kanaal Dessel-Schoten, de E34, de N18, de N118 en de lintbebouwingen.

De huidige situatie heeft tot gevolg dat buiten de natuurconcentratiegebieden een banalisatie optreedt (vb. van insecten), waarbij slechts enkele weinig specifieke soorten zich kunnen handhaven, ten nadele van indicatorsoorten. Het afbrokkelen van de natuurlijke matrix buiten de concentratiegebieden verhoogt de druk op de groenkernen, waardoor ook in deze gebieden de natuurwaarde moet inboeten.

Tabel 4: belangrijkste verbindingselementen



Verbindingselement

oriëntatie

Evaluatie

Afwateringskanaal

N - Z

Uitgesproken lijnvormig element met bomenrijen en houtkanten en oevervegetaties in een landbouwgebied met intensieve landbouw en plaatselijk weinig KLE.

Kanaal Dessel-Schoten

N - Z

Bomenrijen en bospercelen op en langs de kanaaldijken zorgen voor een uitgesproken lijnvormig element in het oosten van Retie.

Zwarte nete, Desselse Nete, Plasneetje, Goorneetje

O -W

Intensieve landbouw tot aan de rivieroever verzwakt het valleikarakter en zo ook het verbindend karakter van de beken. Buffervegetaties langs de oevers zijn schaars. Het beekekosysteem is daardoor teruggedrongen tot binnen de bedding. KLE (bomenrijen, houtkanten) liggen voornamlijk in het oosten van de vallei.

Witte Nete

O - W

Plaatselijk komen nog valleibossen, moerasvegetaties en extensief gebruikte beemden voor langs de waterloop. Ook verschillende waardevolle bomenrijen en houtkanten liggen nog in de vallei.

Kleine Nete

NO -ZW

Verbindend karakter afgezwakt doordat intensieve landbouw tot aan de oever komt en bufferzones ontbreken. Het kasteelpark vormt een belangrijke stapsteen.

Bron: GNOP Retie, 1996.

Samenvattend kan de toenemende druk op de nog resterende Retiese ecologische infrastructuur door volgende fenomenen worden aangeduid:



  1. Recreatieve infrastructuur (in de eerste plaats weekendverblijven) en recreatie (o.a. mountainbiking en motorcross) in en rondom waardevolle en/of kwetsbare gebieden. Dit zorgt voor potentiële verontreiniging van grond- en oppervlaktewater, verstoring (visueel, door geluid en betreding, bodemomwoeling in open duinzanden, …) en versnippering, introductie van gebiedsvreemde fauna en flora, verdroging, zwerfvuil, … De bestemming verblijfsrecreatie van nog onbebouwde delen kan daarom ook als bedreiging weerhouden worden. Een systematisch onderzoek van het probleem is nog niet gebeurd (maar wel wenselijk). Voorbeelden zijn de weekendverblijven van Looiendse bergen, Duinberg, Witte Nete. Permanente bewoning zorgt voor een nog hogere druk.

  2. Nivellering van landschappelijke diversiteit in oude ruilverkavelingsgebieden (uniformisering van de landschappen), waardoor KLE’s verdwijnen. Verstoring van het microreliëf door nivellering gebeurt vaak in combinatie met intensivering van agrarisch gebruik, bijvoorbeeld na ontwatering van extensieve hooilanden. Dit komt voor in alle agrarische gebieden en vormt een knelpunt vb. in het Reties Goor, de valleien (Kleine Nete, Looiendse Nete, Zwarte Nete).

  3. Achteruitgang rivier-valleirelaties en structuurkenmerken (ontwatering van valleigronden, hertekening van de natuurlijke meandering van waterlopen) waardoor vb. vochtige graslanden werden genivelleerd, gescheurd en omgevormd tot maïsakker. Een heel aantal beken zijn nog gekenmerkt door een waardevolle tot zeer waardevolle structuurkwaliteit. Vooral de Wamp en Looiendse Nete zijn echter door rechttrekkingen gekenmerkt en hebben een slechte structuurkwaliteit.

  4. Verdroging als gevolg van een afgenomen waterbuffering en versnelde waterafvoer (kanalisatie en verharding) en bebouwing van voormalige infiltratiegebieden. In een aantal gebieden zijn de symptomen van verdroging duidelijk waarneembaar op het terrein. Dit is ondermeer het geval in:

  • de Kleine Nete, Desselse Nete: daling van de waterstand in de beek

  • verdroging van het 'sGravendel: droogvallen beken, sloten en kleine waterlopen

  1. Versnippering en barrièrewerking door intensieve landbouw, bebouwing, (wegen)infrastructuur. Het verdwijnen van KLE kan over het volledige grondgebied van Retie als knelpunt aanzien worden. Voorbeelden zijn de vallei van de Witte, Desselse en Zwarte Nete, het Reties Goor, 'sGravendel, …

    Bovendien zorgt het beheer van (potentieel) waardevolle gebieden voor enkele meer specifieke knelpunten:

  • Een belangrijk vochtig heiderestant situeert zich in het gebied 'sGravendel. Het is echter gekenmerkt door verbossing of veroudering. Heiderestanten in de duingebieden zijn eveneens verbost.

  • Het gebrek aan natuurlijke oeverzones bij vijvers is een beperkt voorkomend knelpunt. Bijna steeds is de oeverversteviging hiervan de oorzaak (artificieel aangelegde (vis)vijvers, vb. Vallei van de Witte Nete, of Desselse Nete).

  • Voorbeelden van verlanding van moerassen (natuurlijke evolutie) zijn beperkt te vinden in 'Gravendel.

  • Hoewel het slibruimen plaatselijk al vervangen is door een kruidmaaiing, is het ruimen van de beken nog niet optimaal. Bij de maaiing wordt geen differentiatie naar gelang beektype, of fasering in ruimte en tijd in acht genomen. Het eutrofiërend effect van het storten van ruimingsslib op de beekoever is o.m. goed merkbaar langs de Wamp, waar stikstofminners zoals brandnetels hoogtij vieren.

  • De gemeente beschikt sinds 1999 over een goedgekeurd bermbeheersplan. Het afwachten van het tijdstip van maaien van wegbermen en het afvoeren van het maaisel wordt vrij goed opgevolgd. Een evaluatie van het bermbeheersplan dringt zich wel op.

    Ten slotte kan worden opgemerkt dat sensibilisatieacties in verband met natuur en milieu tot nu toe vooral betrekking hadden op het voorkomen of sorteren van afval, voorkomen van zwerfvuil, enz. Specifieke sensibilisatieprojecten rond natuurbehoud (belang van KLE, natuurvriendelijke tuinen, faunabeheer, enz.) zijn nog niet opgestart. Daardoor is er momenteel een onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor natuur.

    Uiteraard is deze uitgebreide problematiek niet nieuw en heeft Retie in de voorbije jaren al tal van inspanningen gedaan in het kader van haar natuurbeleid. Vooral rond het behoud en de uitbreiding van de natuurlijke infrastructuur buiten de groenkernen werd initiatief genomen (aanleg amfibieënpoel, bermbeheersplan, haagplantactie, groene buffers, kapreglement, …). Zo werd ook geleidelijk uitvoering gegeven aan verschillende GNOP-actieplannen (Projecten 1, 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 12, 15). Voor de uitvoering op het terrein werden MINA-werkers ingezet.

7.2Visie


Retie is een gemeente, gelegen in het buitengebied, met nog relatief veel open ruimte en een rijkdom aan natuur (met een variërende graad van natuurlijkheid), die bovendien heel divers is (droge heide, veengebieden, zandduinen, beemden, …). In een landelijke, milieubewuste gemeente als Retie is het behoud van deze natuur een minimale vereiste. Door de grote druk uit de omgeving (milieuverontreiniging, bebouwing, recreatie, …) op deze kwetsbare natuur volstaat behoud alleen echter niet meer. Het herstel, de ontwikkeling en de uitbouw van bestaande natuurwaarden (bestaande en potentiële groenkernen en verwevingsgebieden) én een gericht beheer van de omliggende ruimte, zijn essentieel om te komen tot een duurzaam natuurbehoud. De gemeente erkent hierin zijn verantwoordelijkheid en neemt die verantwoordelijkheid ook op zich. Zoals ook al in het verleden is gebeurd, worden de nodige initiatieven verder uitgewerkt en uitgevoerd, zodat ook in de toekomst de voorbeeldfunctie van Retie een bron van inspiratie is voor al zijn inwoners.

Omdat de waterlopen en hun valleien in Retie nog een aanzienlijke natuurwaarde bezitten, mag niet voorbijgegaan worden aan de problematiek daarvan. De uitbouw van de “blauwe hoofdstructuur” maakt daarom deel uit van de beleidsvisie. Dit betekent concreet dat waterkwaliteitsdoelstellingen zullen worden nagestreefd en dat er naast een actief behoud van de goede structuurkenmerken ook een gericht herstel van de beekstructuur zal zijn (zie ook cluster Water).

Als antwoord op het geleidelijke verdwijnen van kleine landschapselementen in het recente verleden, zal Retie haar beleid, dat deze ecologische infrastructuur opnieuw zal versterken, verderzetten. De valleien moeten zo veel mogelijk hun verbindende functie kunnen vervullen, in de agrarische gebieden wordt de “natuurontwikkeling in de rand” versterkt en de aanwezige barrières moeten worden overbrugd.

Verder zal de betrokkenheid van de bevolking bij het gemeentelijk natuurbeleid maximaal gestimuleerd worden. Het communiceren van gemeentelijke activiteiten, het mobiliseren van de bevolking door ze een actieve rol te laten spelen in de uitvoering van het gemeentelijke natuurbeleid én het (oordeelkundig) toegankelijk maken van de natuur zijn hiervan de peilers.


7.3Doelstellingen


Behoud en uitbouw van bestaande en potentiële natuurconcentratiegebieden en verwevingsgebieden

Ruimtelijk beleid voeren conform de principes van het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen:



  • grondgebonden agrarische activiteiten;

  • weren van nieuwe bebouwing en nieuwe infrastructuur;

  • uitsluitend passieve recreatievormen.

Ontwikkelen van een medebeheer:

  • beheersovereenkomsten en subsidiereglementen.

Inpassen van de natuurbeleidsvisie in het ruimtelijk structuurplan bij invulling op gemeentelijk niveau:

  • behoud van ecologisch waardevolle vegetaties;

  • behoud van de structuurkenmerken van bestaande waterlopen in ecologisch waardevolle gebieden;

  • geen ingrepen in het hydrologisch milieu;

  • behoud van de bestaande topografie van het terrein (geen reliëfwijzigingen).

Uitbouw van de “blauwe hoofdstructuur”

Zie cluster Water.



Overbruggen van barrières en creëren van verbindingen

  • gemeentelijke reglementen: evaluatie en bijsturing;

  • beekbeheer: bekenbeheersplan;

  • bermbeheer: bermbeheersplan;

  • opstellen van subsidiereglementen KLE, perceelsrandbeheer;

  • prioritair opstarten van ecologisch oeverbeheer en bermbeheer;

  • aanleg poelen.

Mens en natuur / sensibilisatie

Opzetten van specifieke sensibilisatie- en educatieacties, ook (en vooral) rond de projecten binnen het GNOP.


7.4Actieplan

7.4.1GNOP

Actie NA.10: GNOP Project 1: Levendbarende hagedis.

Doel van deze actie is het behoud van de levendbarende hagedis en zijn biotoop, de heidevegetatie.

Heidebeheer op percelen in eigendom (Looiendse bergen):


  • uitwerking van een beheersplan voor de prioritaire percelen;

  • kappen van boomopslag (signaalinitiatief), het maaien of plaggen van sterk vergraste percelen;

  • uitbreiding van heidepercelen: beperkte ontbossing en beheer van het perceel als heide (plaggen, maaien), creatie van zoomvegetaties langs brede zandwegen;

  • het hout van de gekapte boomopslag kunnen tot enkele takkenbossen (mijten) gestapeld worden, die een nestplaats en schuilplaats vormen voor kleine zoogdieren en reptielen en ook voor insecten zeer interessant zijn.

Sensibilisatie van privé-eigenaars van heiderelicten (Duinberg).

Dit GNOPproject werd in de planperiode 2000-2004 opgestart en zal verdergezet worden in de planperiode 2005-2009.



Actie NA.11: GNOP Project 3: ‘sGravendel.

De gemeente stelt een intentieverklaring op waarbij ze de eventuele aankoop door het Gewest/de provincie steunt. Het gebied dient daarna als natuurreservaat beheerd te worden en moet afgeschermd blijven tegen hoge recreatiedruk.

Het gebied is een prioritair gebied voor het opstarten van heidebeheer. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid om het beheer door de eigenaars te ondersteunen: inhoudelijke ondersteuning, logistieke ondersteuning, ... . Hierbij kan de eigenaar ook gewezen worden op het initiatief dat het provinciebestuur in de nabije toekomst zal nemen en waarbij, analoog aan het bosverplegingsproject, een "natuurverplegingsproject” kan opgestart worden. Voor de gebieden binnenin en rondom het reservaatgedeelte worden beheersovereenkomsten op vrijwillige basis opgesteld: centraal staat het beheer van weiden voor weidevogels.

Ook het herstel en behoud van de landschappelijke waarde van ’sGravendel zal de nodige aandacht krijgen. Het gebied is een belangrijk, goed bewaard restant van het kleinschalige bocagelandschap, ontstaan door individuele ontginningen van heide. Natuur en landbouw zijn in belangrijke mate verweven, door de grote dichtheid aan KLE. De invulling is sterk geïntensiveerd, waarbij de aanplanting van maïs plaatselijk een invloed op het landschap heeft.



Actie NA.12: GNOP Project 8: Bermbeheersplan.

In het kader van het bermbeheersplan werd een inventaris van de bermen opgemaakt en wordt een gepast maaibeheer gevoerd.

Doel van de actie is het beschermen of verhogen van de ecologische waarde van bermen.

Actie NA.13: GNOP Project 9: Beschermingsproject KLE.

Opmaken van een inventaris van de nog bestaande KLE en waardevolle bomen in de gemeente en onderzoeken waar KLE kunnen hersteld of opnieuw aangelegd worden. Dergelijke inventarisaties zouden sensibiliserend kunnen werken naar de bevolking toe, zodat de gemeente in de toekomst niet meer voor onvoldongen feiten komt te staan van omgekapte bomen of verwijderde KLE.



Actie NA.14: GNOP Project 11: Geelgors.

Doel van deze actie is het behoud en herstel van het kleinschalig bocagelandschap als biotoop voor de geelgors.



Actie NA.15: GNOP Project 12: Patrijs.

Doel van de actie is het biotoopherstel van de patrijs (i.e. halfopen landschap met losse punt- en lijnvormige elementen).



Actie NA.16: GNOP Project 13: Brochure over het GNOP.

Uitwerken van sensibilisatie rond de uitgevoerde en uit te voeren acties van het GNOP. De bevolking wordt gesensibiliseerd rond het gemeentelijk beleid inzake natuurbehoud en –ontwikkeling in het algemeen, en het GNOP in het bijzonder. De brochure informeert de mensen over de lokale natuurproblematiek en haar oplossingen en nodigt de mensen uit om een kijkje te gaan nemen naar de op het terrein uitgevoerde acties. De brochure wordt verdeeld onder de bevolking en in de scholen.



Actie NA.17: GNOP Project 14: Uitwerken van sensibilisatie rond de andere projecten.

Er worden in het gemeentelijk infoblad geregeld artikels gepubliceerd over de uitvoering van het natuurbeleid in al zijn aspecten.

Eigenaars van vijvers worden gewezen op de mogelijkheden van natuurvriendelijk inrichten van vijvers (vb. door het al dan niet gedeeltelijk verwijderen van natuuronvriendelijke oeverversteviging, het afschuinen van oevers, aanplanting van gepaste vegetatie of het spontaan laten ontwikkelen van de oevervegetatie).

Actie NA.18: GNOP Project 15: Haagplantactie.


    Er werden pakketten voor beplantingen van gemeentelijke eigendommen (begraafplaatsen, parken en plantsoenen, langs loodsen of containerparken, langs waterlopen van 3e categorie, langs gemeentelijke wegen...) aangekocht.

De haagplantactie is een signaalinitiatief:

    1. in het voorjaar:

  • gedetailleerde uitwerking en voorstelling van de actie: keuze plantpakketten, taakverdeling, organisatieschema, ... ;

  • onderzoek van de mogelijkheden om op gemeentelijke eigendommen enkele projecten voor educatie en sensibilisatie op te zetten rond het planten van hagen;

  • begin van promotie naar bevolking toe.

    2. in het najaar (september):

  • verspreiding van deelnemingsformulieren (bestelformulieren) onder de inwoners waarop deze haagplanten kunnen bestellen;

  • na de inzameling van deze formulieren wordt de gezamenlijke bestelling uitbesteed;

  • tegelijk worden verschillende sensibilisatie- en promotiecampagnes gevoerd rond de actie.

    3. enkele weken later:

  • afhaling door de inwoners van de planten;

  • uitvoering van de gemeentelijke sensibilisatieprojecten (vb. met scholen).

Deze actie dient een uitgangsbasis te zijn voor natuureducatie, vb. in gemeentescholen. Zo kunnen scholen betrokken worden bij het aanplanten van de pakketten op gemeentelijke eigendommen.

Actie NA.19: GNOP Project 16: Aanleg natuurleerpad.

Doel van deze actie is om via een wandelpad verschillende natuurwaarden te tonen en het belang van het behoud en het beheer ervan aan te brengen.


7.4.2Andere acties

Acties in het kader van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:

Actie NA.20: Creëren van grote aaneengesloten gebieden met homogene natuurfunctie in natuurconcentratiegebieden.

Dit gebeurt in het kader van het GRSP.

Volgend op de afbakening van het VEN kan de gemeente de natuurconcentratiegebieden en/of natuureilanden van de gewenste natuurlijke structuur die daarin eventueel niet opgenomen zijn afbakenen. De gemeente kan via RUP’s, verordeningen, … aangepaste bestemmingen en inrichtingsprincipes vastleggen of laten vastleggen voor die gebieden.

Actie NA.21: Uitbouwen van verweving van natuur met andere functies.

Dit gebeurt in het kader van het GRSP. Het doel van deze actie is het nastreven van een duurzame verweving tussen de verschillende gebruiksfuncties van de open ruimte: natuur, landbouw en recreatie. De verweving houdt in dat elke functie behouden kan worden zonder andere functies te verdringen of door andere functies verdrongen te worden. Het beleid is gericht op de ruimtelijke ondersteuning van de verweving van de open ruimtefuncties.



Actie NA.22: Vrijwaren ecologische processen.

Dit gebeurt in het kader van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.

Bij de opmaak van ruimtelijke uitvoeringsplannen kan de gemeente een systematische toetsing aan de bestaande ecologische processen inbouwen met volgende aandachtspunten:


  • vermijden van bijkomende verharding in aandachtsgebieden infiltratie en kwel;

  • vermijden van snelle ontwatering in aandachtsgebieden veenvorming.

Actie NA.23: Zonering ten voordele van paaiplaatsen, rustgebieden.

Een dergelijke zonering bestaat al.

De actie houdt in, de huidige zonering van vb. paaiplaatsen en rustgebieden evalueren, instandhouden en eventueel uitbreiden, waarbij rekening wordt gehouden met activiteiten als de hengelsport en het mountainbiken.

Acties gericht op inrichting en beheer van gemeentelijke eigendommen of terreinen van derden (mits overeenkomst) en in Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied:

Actie NA.24: Aankoop van gronden met het oog op het opstarten van een natuurgericht beheer of het inrichten van een reservaat.

De gemeente maakt een inrichtingsvisie op, die later wordt aangevuld met een beheersplan dat op het terrein tot uitvoering komt.



Acties in het kader van de uitvoering van een soortenbeschermingsplan:

Actie NA.25: Acties in participatie met de bevolking inzake kerkuilen, nestgelegenheden voor huis- en boerenzwaluwen, enz.

Actie NA.26: Sensibiliseren van de bevolking inzake beschermingsmaatregelen waarin lokale accenten worden gelegd.

Actie NA.27: Meewerken aan de provinciale campagne rond vleermuizenbescherming.

In het provinciaal milieubeleidsplan is het Project N3.3.1 opgenomen: “Ondersteuning gemeenten bij vleermuizenbescherming”. Sinds begin 2002 loopt een campagne naar de gemeenten die zich richt op de aanwezigheid van vleermuizen in de gemeente. Na het bekijken waar beschermings- of inventarisatie-inspanningen wenselijk zijn, zal gestreefd worden naar concrete maatregelen. Daarnaast is het de bedoeling op regelmatig tijdstip de gemeentelijke inspanningen te bundelen en te verspreiden.



Actie NA.28: Plaatsen van wildspiegels en –reflectoren.

Dit is reeds gebeurd in de Goorbossen.



Actie NA.29: Schoolactie.

Retie combineert de haagplantactie met een schoolactie. Leerlingen mogen tijdens de haagplantactie enkele hagen zelf aanplanten in de gemeente.

Leerlingen van scholen laten kennismaken met de natuur en natuurbeheer door in een natuurgebied beheerswerken uit te voeren, in combinatie met geleide natuurwandelingen.

8Bos

8.1Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Retie kent een goede samenwerking met de bosgroep Kempense Heuvelrug voor de opmaak en de uitvoering van bosbeheersplannen:

  • 20 perceeleigenaars en de gemeente namen deel aan het initiatief (d.i. 25 % van de totale oppervlakte) in de Looiendse bosssen.

  • 31 perceeleigenaars en de gemeente namen deel aan het initiatief (d.i. 30 % van de totale oppervlakte) ter streke Duinberg/Beverdonk.

    Voor het beheer van het bosreservaat de Goorbossen staat Bos en Groen in.

    Ondanks deze samenwerking worden de Retiese bossen nog steeds gekenmerkt door versnipperde eigendomsstructuren:


  • hoewel een deel van de bossen in Retie in handen is van enkele grote eigenaars (provincie, gemeente) is dit knelpunt sterk aanwezig. Grote delen van de bossen op de stuifduinen zijn gekenmerkt door kleine kavels, verspreid over vele eigenaars. Zeker de delen met weekendverblijven zijn meestal gekenmerkt door kleine percelen.

    Een ander knelpunt is het feit dat de ecologische functie zelden expliciet aanwezig is in het vroegere bosbeheer. Een idee over de ecologische waarde van de bossen krijgt men vooreerst door de gegevens van de boskartering: naaldhoutaanplanten en populierenakkers beslaan zowat 65% en 5% van de bosoppervlakte, loofbossen en gemengde bossen dus slechts ongeveer 30 %. De bossen in de duingebieden zijn dominerend naaldhoutaanplanten; plaatselijk komen meer gemengde bostypes voor. Exoten in de ondergroei bestaan meestal uit Rododendron (bij weekendverblijven en parkbossen) en vooral Amerikaans Vogelkers die plaatselijk de ondergroei overwoekeren. Ook nabij weekendverblijven komen allerlei sierplanten (cypressen, Sneeuwbes, bamboe,....) in de bossen en langs de vijvers voor.


8.2Visie


De deels uitgestrekte bosgebieden in Retie vormen natuurlijke zwaartepunten in de gemeente, die moeten worden gevrijwaard en verder ontwikkeld. Dit vereist een meer gestructureerde aanpak, als antwoord op het versnipperde beheer uit het verleden. Samenwerking tussen de boseigenaars is daarvoor een noodzaak en zal worden gepromoot vanuit de gemeente. Om de ecologische waarde van de bossen te verhogen wordt voor de bossen in eigen beheer gestreefd naar een ecologisch beheer. Dit beheer moet ook in de andere bossen worden gestimuleerd. Daarnaast dient ook aandacht te worden besteed aan de mogelijkheden en beperkingen van het recreatieve gebruik van de bossen. Hierbij mogen geen bijzondere natuurwaarden verloren gaan.

8.3Doelstelling


Van het bosgebied van Retie is in 2003 slechts een beperkte oppervlakte in beheer van de bosgroep Kempense Heuvelrug. Wel neemt die oppervlakte jaarlijks traag toe (zie Milieujaarprogramma 2004). Retie zal ernaar streven geleidelijk het volledige bosgebied op haar grondgebied in beheer van de bosgroep te brengen.

Bij de uitvoering van het actieplan wordt rekening gehouden met het beleid dat door het Vlaamse Gewest wordt gepromoot in de vorm van gesubsidieerde acties via een uitvoeringsbesluit van het Bosdecreet: bebossing van landbouwgronden, bebossing en herbebossing, bevordering van de ecologische bosfunctie, opstellen van een beheersplan dat voldoet aan de criteria voor Duurzaam Bosbeheer.


8.4Actieplan


Actie NA.30: GNOP Project 2: Bosbeheer.

Dit project krijgt reeds uitvoering.

Doel van deze actie is het vergroten van de ecologische waarde van de naaldhoutaanplanten door het opstarten van enkele bosbeheersmaatregelen. Dit project dient te gebeuren in samenspraak met Bos en Groen en de Bosgroep Kempense Heuvelrug.

Opstarten overleg: evaluatie en eventueel bijstellen van het beheersplan.

Daarnaast kan er gewerkt worden aan natuurontwikkelingsprojecten en sensibilisatieprojecten.

Actie NA.31: Samenwerking met bosgroep Kempense Heuvelrug verderzetten en stimuleren bij boseigenaars.

Actie NA.32: Inrichting/aankoop van bestaande bossen bestemd voor de aanleg van een speelbos voor jeugdbewegingen.

Het terrein moet worden opengesteld voor publiek.

De gemeente zorgt voor de aankoop en/of aanleg van het terrein zodat het kan worden benut als speelzone. De gemeente stelt een inrichtingsplan op in samenspraak met de jeugdraad. De speelzone(s) moeten officieel zijn en officieel afgebakend worden (voor een openbaar (niet domein-) bos is een advies nodig van de Jeugdraad en van de afdeling Bos en Groen, voor een privébos is een advies van de afdeling Bos en Groen nodig). Voor terreinen die gelegen zijn in Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden dient voorafgaandelijk overleg gepleegd te worden met de afdeling Natuur inzake de mogelijke impact van de speelzone op deze Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.

De speelzone(s) moet(en) opgenomen zijn in een goedgekeurd toegankelijkheidsreglement.

Deze actie komt in aanmerking voor subsidiëring, indien de speelzone(s) een blijvend karakter hebben. Een stuk speelzone kan maar verdwijnen wanneer een even groot nieuw stuk speelzone ingesteld wordt.

Actie NA.33: Actief en/of passief sensibiliseren in functie van het creëren van een maatschappelijk draagvlak voor en het stimuleren van duurzaam bosbeheer.

Deze actie is een operationele doelstelling van het provinciaal milieubeleidsplan (N3.1).


9Groen

9.1Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Retie is als landelijke gemeente niet gekenmerkt met grote wijken waar een tekort aan stedelijk groen heerst. Wel zijn plaatselijk verfraaiingen en aanplanten mogelijk van straten, hoeken, parkeerplaatsen of individuele huizen en tuinen. Speciale aandacht dient ook in Retie te gaan naar de omschakeling naar ecologisch interessante soorten (inheemse soorten), en naar het opstarten van een natuurvriendelijk beheer van bepaalde groenwaarden zoals het parken, kerkhof, aanplantingen nabij scholen, .... Inperking van de natuurwaarden in stedelijke gebieden kan opgemerkt worden langs de Kleine Nete en Zwarte Nete. De industriezones langs de Kleine Nete zijn gekenmerkt door een gebrek aan groenschermen en een grote impact op het landschap.

9.2Visie


Tekort aan groen wordt in vele studies aangeduid als een belangrijke beslissende factor bij het verlaten van de stad. Het is daarom belangrijk dat acties worden ondernomen om in verstedelijkt gebied bijkomend groen te creëren, groene structuren te versterken en deze kwaliteitsvol te beheren.

Retie is een landelijke gemeente waar niet echt sprake is van verstedelijkt gebied. Daarom is het creëren van extra groen binnen de dorpskernen minder prioritair. Bovendien is het aanwezige groen (vb. het gemeentepark) al ingericht, rekening houdend met de regels van harmonisch groenbeheer. De gemeentelijke visie beperkt zich aldus tot het behoud en het plaatselijk uitbreiden van de bestaande natuurwaarden in de dorpskernen met bijzondere aandacht voor de stinzenmilieus, parken, tuinen en oude muren van historische gebouwen. Daarbij werden en worden adviesvragen voorgelegd aan de Vereniging voor Openbaar Groen (VVOG), vb. voor het aanplanten van bomenrijen langs gemeentewegen.

Bij het ontwikkelen van groenprojecten gaat ook steeds de aandacht naar het versterken van het maatschappelijk draagvlak.

9.3Actieplan


Actie NA.34: GNOP Project 18: Ecologische inrichting van parken.

Doel van de actie is het verhogen van de natuurwaarde van parken.



Actie NA.35: GNOP Project 20: Aanleg buffervegetaties rond industriezones met landschappelijke impact.

Zie ook actie NA.13.

Actie NA.36: Milieuvriendelijke teelt stimuleren.

De groendienst kan de milieuvriendelijke teelt stimuleren door bij aankoop van groen milieubewuste siertelers te bevoordelen via bestekken. Een mogelijk criterium om bij de selectie van een teler te gebruiken is het MPS-vignet van VMS-telers. VMS-telers zijn milieubewuste siertelers die volgens de criteria van het Vlaams Milieuplan Sierteelt (VMS) tewerk gaan. Het MPS-vignet geeft aan dat bij de teelt de voorgeschreven milieunormen werden gerespecteerd.



Actie NA.37: Bekendmaken van de groenbon en ondersteunen van initiatiefnemers.

Wanneer een groep burgers ingaat op het aanbod en een GROENBON reserveert ontstaat ook een band met zijn gemeente. Want die gemeente wordt betrokken bij het project. Niet alleen neemt ze kennis van de groene verlangens van haar burgers maar ze wordt ook echt betrokken partij. Het project moet door de gemeente worden goedgekeurd vooraleer het kan worden uitgevoerd. Immers, sommige ingrepen in het publieke domein zijn sowieso onderworpen aan een vergunning die door de gemeente moet worden afgeleverd.

Maar de winst is wederzijds. Voor de gemeente kunnen groene initiatiefnemers nu - of op termijn - medestanders worden voor het verder uitbouwen van het groenbeleid. Ze kunnen effectieve mee denkers, mee doeners en mee verdedigers worden voor het creëren van groene leefbare steden en gemeenten. Een project met een hoog ‘democratisch’ gehalte.

10Landschap

10.1Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Kleinschalige landschappen zijn grotendeels verdwenen. Nabij de Witte Nete treffen we de voornaamste restanten aan. Het landbouwgebied rond 'sGravendel en het valleigebied van de Witte Nete vormen landschappelijk zeer waardevolle gebieden, met een belangrijke verbindende functie voor natuurgebieden als het Prinsenpark, het Reties Heiken, Zandbergen, en de andere valleigebieden. Het gebied ’s Gravendel, waarvoor reeds een bosbeheersplan werd opgesteld, is momenteel nog in privé-handen maar het Vlaamse Gewest heeft de intentie het gebied aan te kopen. Een ander waardevol gebied is zeker het Reties Goor, dat door de bomenrijen, enkele kleine reservaatgebieden en het onbebouwde karakter een goede ecologische infrastructuur heeft.

Elders is het merendeel van hagen en houtkanten verdwenen. Zo valt op dat voornamelijk in het westen (nabij de woonkern Retie) van de valleien van de Plasnete en de Goornete en Nonnennete het landschap grootschaliger geworden is.

Naast het geleidelijk verdwijnen van KLE’s zijn ook de opkomst van weekendverblijven in de jaren ‘50-‘60 (Looiendse bergen, Duinberg-Beverdonkse heide, Straaleind), bebouwing (Kinschot) en intensieve landbouw (Witte Nete, Werbeek-Hodonk), schaalvergroting (Desselse Nete, Zwarte Nete, Ten Aard), indringende verstedelijking (Nonnenete, Plasnete, Berkenstrand, Berg-Obroek) en infrastructuurwerken zoals de E34 (Looiend) bedreigingen voor de landschappelijke eigenheid.

Reliëfverstoring werd beleidsmatig nog niet aangepakt.


10.2Visie


Retie is gelegen in het buitengebied en is daarom volgens Vlaamse normen nog relatief rijk aan open ruimte. Doordat open ruimte in het dichtbevolkte Vlaanderen een steeds schaarser goed wordt, wordt de druk op deze gebieden van rust en grootschaligheid ook in de buitengebieden steeds groter. Retie ziet daarom het belang in van het vrijwaren van de nog bestaande open ruimte en vertaalt dit inzicht in een gepast ruimtelijk beleid.

Naast het vrijwaren van de open ruimte zal ook rekening gehouden worden met visueel landschappelijke kwaliteiten (eigenheid van een landschap door de ligging van vb. een boscomplex, landruggen, …) en de natuurlijke (rand)voorwaarden die het fysisch systeem oplegt. Retie gebruikt aldus deze (rand)voorwaarden als sturende, structurerende kracht bij het opstellen van haar GRSP. Historiciteit, diversiteit en herkenbaarheid worden erkend als landschappelijke kwaliteiten. Landschappelijke grenzen en overgangen, landschapselementen en – componenten (valleien, ruggen, depressies), traditionele landschappen en landschapspatronen worden daarom gevrijwaard en versterkt. Daardoor wordt de nog resterende landschappelijke diversiteit bewaard of eventueel opnieuw ontwikkeld.


10.3Doelstellingen


Maximaal vrijwaren van de bestaande open ruimtegebieden.

Bundelen van gebouwen: aansluiten op bestaande kernen.

Resterende verwijzingen naar traditionele landschappen maximaal behouden.

10.4Actieplan

10.4.1GNOP

Actie NA.38: GNOP Project 17: Open ruimte.

Dit gebeurt in het kader van het GRSP.

Afbakenen van de prioritaire open ruimtegebieden, die moeten gevrijwaard worden, in de uitwerking van het gemeentelijk structuurplan.

Waar een gebied met harde bestemming in de vallei of ander open ruimtegebied ligt dient de bestemming in afwachting bewust niet ingevuld te worden: opmaak van een intentieverklaring en voeren van een vergunningenbeleid.

Uitwerken van een uitdovingsbeleid voor illegale weekendverblijven in prioritaire open ruimtegebieden.

Zie ook actie NA.11, NA.13.

10.4.2Acties in functie van de ruimtelijke landschappelijke structuur

Actie NA.39: Behoud en versterken van gave landschappen.

Behouden van de herkenbaarheid van het valleikarakter van valleilandschappen.

Vermijden van volledige verbossing van heidelandschappen.

Behouden van kleinschaligheid van kleinschalige landschappen.

Integraal behoud van het rustige en uitgestrekte, afwisselende openruimtelandschap.

Actie NA.40: Behoud van openruimteverbindingen.

Openruimteverbindingen zijn niet of weinig bebouwde ruimten in de buurt van sterk bebouwde (verstedelijkte) gebieden.



Actie NA.41: Weren van harde infrastructuur uit valleien.

Het aanduiden van bouwvrije zones op alluviale gronden staat ook voor een afstemming op het fysisch systeem en garandeert het vrijwaren van verharding. Bovendien ondersteunt het de resterende landschappelijke kwaliteiten.


10.4.3Andere acties

Acties gericht op het behoud van cultuurhistorische waarden en de verbetering van het landschapsbeeld:

Actie NA.42: Herstelbeheer van specifieke landschapselementen gekenmerkt door een lokale streekeigen specificiteit.

O.a. gevlochten haag, weerhaag, sierhaag, kaphaag, gelijkgrondse houtkant, houtkant op talud, houtwal, individuele bomen, opgaande bomenrijen en bomen in ander verband.

Bij het gebruik van plantgoed gaat alle aandacht uit naar autochtoon plantmateriaal en naar de juiste plantkeuze, gezien de standplaats en de historische context.

Actie NA.43: Behoud en herstel van klein, onroerend historisch erfgoed.

Vb. hekwerk, parkornamenten, fonteinen, pompen, putten, kruisen, calvaries, veldkapellen, standbeelden, wegwijzers, schandpalen, grenspalen, lantaarnpalen, uurwerken, klokkenspelen, zonnewijzers, hekken, luifels, graven en herkenningstekens van merkwaardige gebeurtenissen uit het verleden, balies, straatmeubilair, waterkunstwerkjes, fetisjbomen, vrijheidsbomen, gerechtsbomen, grensbomen en bomen die een historische eenheid vormen met één van de hierboven opgesomde bouwkundige elementen.

Bij het herstelbeheer dient zoveel mogelijk gebruik gemaakt te worden van evenwaardige milieuvriendelijke producten en alternatieven.

Actie NA.44: Herstelbeheer van buurtwegen, kerkwegels en andere historische paden en routes.

Actie NA.45: Ontwikkelen van een beleidsvisie inzake reliëfverstoringen en ontginningen.

11Landbouw

11.1Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Open ruimte is schaars in Vlaanderen. De landbouwer is de belangrijkste beheerder van de open ruimte en biedt als sterk gestructureerde sector garanties voor het behoud ervan. Getuige daarvan zijn de nog uitgestrekte agrarische gebieden waar bebouwing nagenoeg volledig ontbreekt.

Naast de sterke vertegenwoordiging van de grondgebonden landbouw kent Retie ook een belangrijke vertegenwoordiging van de grondloze sector (intensieve veeteelt). Met een totale veebezetting van 5.27 GVE per hectare in 2000 is er een overschrijding van de draagkracht van de gronden. Dit betekent dat er een onevenwicht is ontstaan tussen mestproductie en de beschikbaarheid van gronden waarop de mest kan uitgespreid worden. Dit heeft tot gevolg dat de mestoverschotten in Retie moeten worden afgevoerd of worden verwerkt, conform het Mestdecreet. Zo wordt voorkomen dat overbemesting van de gronden zou kunnen aanleiding geven tot het verzuren van waters en bodems, eutrofiëring van waterlopen en verontreiniging van grondwater door nutriënten.

Ruilverkavelingen en intensivering van de landbouw hebben op hun beurt geleid tot een nivellering van het landschap (i.e. het verdwijnen van landschappelijke diversiteit), het geleidelijk verdwijnen van kleine landschapselementen en verdroging door ontwatering van vochtige gebieden.

De laatste jaren wordt vanuit Europa, Vlaanderen en de provincie de landbouw echter steeds meer gereguleerd vanuit een ecologisch perspectief en wordt duurzame landbouw uitvoerig gepromoot. Ook Retie gaat mee in die evolutie. Een voorbeeld daarvan is het feit dat de milieuraad het platform biologische landbouw heeft ondertekend.


11.2Visie


Retie heeft als doel te komen tot een duurzame landbouw. Dit betekent o.a. op milieuvriendelijke wijze kwaliteitsvolle producten en diensten leveren, de open ruimte op verantwoorde wijze beheren en ervoor zorgen dat deze activiteiten aan de landbouwers een volwaardig inkomen verschaffen.

Uitgangspunt hiervoor is dat de landbouw in de gemeente gebeurt volgens de code van goede praktijken. Bijkomend zal aan de verweving van natuur en landbouw gewerkt worden. Beheersovereenkomsten op basis van vrijwilligheid zijn hiervoor een uitgelezen instrument. Daarom zal de gemeente de nodige sensibilisering voeren naar de landbouw toe, opdat:



  • de code van goede landbouwpraktijken ingang vindt in de dagdagelijkse bedrijfsvoering en

  • landbouwers bekend en vertrouwd geraken met het instrument van de beheersovereenkomsten.

Om de wensen en noden van de landbouw af te stemmen op deze van het milieu, is goede communicatie essentieel. De gemeente zal deze communicatie verzorgen, zodat de milieuraad, de milieudienst, … optimaal kunnen overleggen en samenwerken.

11.3Actieplan


Actie NA.46: Streven naar dominant graslandgebruik in agrarisch gebied met alluviale bodem.

Alluviale gronden vormen de van nature overstroombare gebieden met een permanent hoge grondwaterstand en een natuurlijke bodemgeschiktheid voor graslandgebruik.

Ombuigen van de trend om steeds meer graslanden om te zetten in maïs. Het wijzigen van historisch permanent grasland is vergunningsplichtig.

Zones voor dominant graslandgebruik kunnen afgebakend worden op basis van de Bodemkaart van België.



Actie NA.47: Promoten van duurzame landbouw.

Landbouwfolie wordt ingezameld en de code van goede landbouwpraktijken inzake bestrijdingsmiddelen werd reeds verspreid via de landbouwtelling.

Het verzoenen van land- en tuinbouw enerzijds en natuur en milieu anderzijds. Dit betekent op de eerste plaats land- en tuinbouwers ertoe brengen meer natuur- en milieuvriendelijk te werken zonder dat dit bedrijfseconomisch nadelige gevolgen heeft, m.a.w. duurzaamheid aanprijzen.

Actie NA.48: Promoten van biologische landbouw en biopakketten.

De gemeentelijke milieuraad ondertekende de platformtekst “10 op 10 voor de biologische landbouw”.

Door de promotie van de lokale biopakketten steunt Retie de plaatselijke bioboeren en bevordert ze de afzet van biologische landbouwproducten. Dankzij de biopakketten hebben bioboeren een rechtstreekse en verzekerde afzet. Retie werkt samen met een lokale milieuvereniging en diverse bioboeren die pakketten aanbieden op het gemeentelijk grondgebied voor de opmaak en uitgave van een folder (ruime verspreiding).

Ondertekenen van het Platform voor de Biologische Landbouw. Het Vlaams Platform voor de Biologische Landbouw verenigt meer dan 170 organisaties, gemeenten en bedrijven en voert de campagne ‘10/10 voor de biologische landbouw’. Het Platform organiseert jaarlijks de Week van de Biologische Landbouw. Voor meer info zie: http://www.bio10op10.be.



Actie NA.49: Subsidiëring aanleg en onderhoud veedrinkpoelen.

Actie NA.50: Landbouwleerpad.

Boerderijen bepalen in sterke mate het uitzicht in het landschap. De activiteit van de landbouwer is voor velen vreemd geworden of zelfs onbekend. Het landbouwleerpad moet bijdragen tot een betere kennis en waardering van de landbouw in het algemeen en van de gemeentelijke landbouwbedrijven in het bijzonder. Het zal ongetwijfeld ook een verrijking zijn voor iedereen die dit landelijk gebied aandoet, zij het nu bewoners, recreanten, fietsers, toeristen, ... Deze landelijke route is niet alleen een gids op "landbouwontdekkingstocht", het is een uitnodiging om even stil te staan bij de hedendaagse landbouw.



Deze actie kan gebruikt worden om duurzame landbouw te promoten.

12Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect




4.2 Sectorale doelstellingen vastleggen en uitvoeren in functie van de Vlaamse Kyoto-doelstelling voor CO², CH4, HFK’s, PFK’s en SF6

  • Afstemmen van de wisselwerking tussen het bos- en klimaatbeleid

Thema 4: Verzuring




4.1 NH3 emissie in de landbouwsector reduceren




4.4 Gebiedsgerichte aanpak

  • Effectgerichte maatregelen nemen

Thema 5: Vermesting




4.1 Mestoverschotten wegwerken

  • Handhaving versterken




4.2 Specifieke vermestingsproblemen van de tuinbouwsector aanpakken




4.3 De landbouwsector verder gevoelig maken voor de mestproblematiek

  • Sensibiliseren inzake mestproblematiek

  • Vergoedingen en beheersovereenkomsten toepassen




4.4 De gebiedsgerichte bepalingen in functie van natuur en water realiseren

Thema 11: Versnippering




4.1 Tegengaan of milderen van het versnipperingseffect bij nieuwe ingrepen met een potentieel sterk versnipperde invloed

  • Toepassen en verfijnen van de preventieve instrumenten die het versnipperd effect van nieuwe ingrepen tegengaan




4.2 Verwijderen of milderen van het versnipperend effect voor zoveel mogelijk bestaande (prioritaire) versnipperde elementen

  • Natuurtechnische milieubouw: verdere integratie binnen de reguliere werking van instanties bevoegd voor (spoor)wegen- en waterlopenbeheer, en planning en uitvoering van nieuwe (proef)projecten en doelmatigheidsanalyses




4.3 Bevorderen van de migratiemogelijkheden van dieren en planten door ecologische versterking van de landschapsstructuur tussen leefgebieden

  • Aanleg en verbetering van randzones op de grens van ecologisch waardevolle biotopen en aangrenzend cultuurlandschap in relatie tot migratie en dispersie




PROJECT 18: prioriteiten ontsnippering.

Thema 12: Verlies aan biodiversiteit

4.1 Gebiedsgericht beleid




4.1.1 Ecologische waardevolle gebieden ruimtelijk veilig stellen

  • VEN en IVON volledig afbakenen

  • Natuurrichtplannen ontwikkelen voor de afgebakende gebieden van de natuurlijke structuur




4.1.2 Realiseren van gebieden met effectief natuurbeheer

  • 15.000 ha natuur- en bosgebieden verwerven tegen 2008

  • Reservaten erkennen en het beheer van reservaten subsidiëren

  • Duurzaam beheer uitvoeren in de gebieden in eigendom of in beheer

  • Bijkomende impuls voor beheerwerk (o.a. MINA-werkers)

  • Natuurlijke structuur door middel van verscheidene inrichtingsinstrumenten (natuurinrichting, landinrichting en ruilverkaveling) inrichten

  • Beleidsplanning en –uitvoering in grensoverschrijdende natuurgebieden

  • Belangrijke leefgebieden van zoetwatervissen inrichten en beheren




4.1.3 Biodiversiteit in het stedelijke milieu behouden en versterken

  • Concretiseren en uitdragen van de principes van harmonisch park- en groenbeheer

4.2 Natuurgerichte milieukwaliteit



4.2.1 Milieukwaliteit afstemmen op de behoeften van kwetsbare soorten en habitats

  • Actieplannen voor aanpak van verschillende thema’s binnen de natuurlijke structuur uitwerken en uitvoeren (verzuring, vermesting, verontreiniging van oppervlaktewater, verdroging en versnippering)

4.3 Soortenbescherming




4.3.1 Huidige soortendiversiteit bestendigen en bevorderen

4.4 Doelgroepenbeleid




4.4.1 Verhogen van de verweving met andere functies en optimale ecologische inpasbaarheid van menselijke activiteiten

  • Toepassing van beheerovereenkomsten versterken en bevorderen

  • Steunmaatregel voor bebossing van landbouwgronden

  • Gebruiksvormen in het buitengebied (recreatie, sport, militair gebruik, extensieve landbouw) afstemmen op de ecologische randvoorwaarden

  • Een netwerk van bosgroepen realiseren en ondersteunen




4.4.2 Een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak realiseren

  • Natuur- en bosgebieden toegankelijker maken

  • Communicatiebeleid ontwikkelen en uitvoeren

  • Zorgplicht bekendmaken

4.5 Lokale besturen




4.5.1 Ondersteuning van lokale besturen bevorderen

  • Samenwerking met lokale en provinciale besturen




PROJECT 19: ruimte voor natuur




PROJECT 20: soortendiversiteit




PROJECT 21: bosbeleid




PROJECT 22: zorg voor natuur

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • N 1.1.1 Opvolging opmaak methodiek voor afbakening en inrichting natuurverbindingsgebieden

  • N 1.1.2 Inrichten van natuurverbindingsgebieden

  • N 1.2.1: Uitbreiden van bestaande natuurkernen

  • N 1.2.2: versterken natuurfuncties in eigen domeinen en toepassen harmonisch park- en groenbeheer

  • N 2.1.2: Integratie van soortenbeleid in andere beleidsdomeinen

  • N 2.2.1 Stimuleren van en samenwerken rond natuurstudie (ANKONA)

  • N 2.2.2: Inventarisatie vleermuizen

  • N 3.1.1: Oprichten van nieuwe bosgroepen in de provincie Antwerpen

  • N 3.2.1: Agrarisch natuurbeheer

  • N 3.3.1: Ondersteuning gemeenten bij vleermuizenbescherming

  • N 3.4.1: Informatie en sensibilisatie over soorten


1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina