Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina7/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   17

VICluster Hinder

1Inleiding


In deze cluster worden achtereenvolgens de fenomenen geluids-, geur-, en lichthinder, bodemaantasting en luchtverontreiniging behandeld. Hoewel deze vormen van hinder een probleem vormen voor zowel mens als natuur, toch zal in deze cluster de aandacht vooral gaan naar de mens als verwekker en slachtoffer. Dergelijke milieuhinder definiëren is geen gemakkelijke opgave, zeker wat betreft geluids-, geur- en lichthinder. Het is immers een beleving met zowel een objectief als een subjectief karakter. Het gevolg is dat hinder die de ene persoon als zeer storend ervaart, door anderen nauwelijks opgemerkt wordt. Het is dan ook niet steeds even eenvoudig voor de gemeente om te bepalen wanneer er tegen een bepaalde vorm van hinder moet worden opgetreden. Voor luchtverontreiniging, bodemaantasting en geluidshinder bestaan er milieukwaliteitsnormen. Voor licht- en geurhinder bestaan dergelijke kwaliteitsnormen niet.

Hoewel hinder niet altijd een onmiddellijke bedreiging vormt voor de gezondheid van de mens, kan het wel op drastische wijze de menselijke leefkwaliteit aantasten. Omdat het vaak gaat om zeer lokale problemen is de gemeente goed geplaatst om deze vorm van milieuvervuiling, indien mogelijk, terug te dringen en te voorkomen.


2Wettelijk kader


  • De milieuvergunning (VLAREM I).

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II).

  • Besluit van de Vlaamse regering van 28 november 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne en van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 1996 houdende Vlaams reglement betreffende de bodemsanering.

geluidshinder

  • Wet van 18 juli 1973 op de geluidshinder.

  • Koninklijk Besluit van 24 februari 1977 houdende de vaststelling van geluidsnormen voor muziek in openbare en private inrichtingen.

  • Koninklijk Besluit van 16 juni 1982 betreffende vaststelling van de algemene methode voor het bepalen van geluid dat door bouwterreinmachines en –materiaal wordt uitgestraald.

  • Koninklijk Besluit van 10 december 1998 betreffende het toelaatbare geluidsvermogensniveau van gazonmaaiers.

geurhinder

  • Decreet van 23 januari 1991 tot bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.

bodem

  • Decreet van 23 januari 1991 tot bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.

  • Decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering.

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 1996 tot vaststelling van het Vlaamse Reglement betreffende bodemsanering (VLAREBO).

  • Decreet houdende vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten in het Vlaamse Gewest van 21 december 2001 .

lucht

  • Wet van 28 december 1964 op de bestrijding van luchtverontreiniging.

  • Koninklijk Besluit van 26 juli 1971 tot oprichting van zones voor speciale bescherming tegen luchtverontreiniging.

  • Koninklijk Besluit van 6 januari 1978 tot voorkoming van luchtverontreiniging bij het verwarmen van gebouwen.

  • Koninklijk Besluit van 16 maart 1983 tot vaststelling van grenswaarden en richtwaarden van luchtkwaliteit van zwaveldioxide en zwevende deeltjes.

3Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Zoals alle gemeenten in Vlaanderen wordt ook Retie geconfronteerd met hinderproblemen van allerlei aard. Lokale problemen van hinder door geluid, licht of geur zijn van alle tijden, kenmerkend voor een dichtbevolkte regio als Vlaanderen. Een doordachte aanpak (reglementering, toezicht en bemiddeling), gecombineerd met de nodige verdraagzaamheid zijn de hoofdingrediënten om aan deze problematiek het hoofd te bieden, in het verleden als in de toekomst. Bodemaantasting door verontreiniging en reliëfverstoring kreeg de voorbije jaren steeds meer aandacht maar gaat ook gepaard met een zeer complexe wetgeving. Luchtverontreiniging tot slot is een probleem dat Retie niet volledig zelf in de hand heeft. Toch zijn inspanningen op lokaal niveau essentieel. Daarbij wordt in deze gemeente in de eerste plaats gedacht aan het vervuilende wegverkeer.

Om hinderproblemen aan te pakken heeft Retie de cluster Hinder uit de samenwerkingsovereenkomst ondertekend op niveau 1. Om op de hoogte te zijn van de knelpunten in de gemeente worden klachten geregistreerd. De klachten worden in een klachtenregister genoteerd, onderzocht (ev. plaatsbezoek) en opgevolgd indien noodzakelijk. Het register ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren. Toch valt het op dat in Retie het aantal klachten zeer beperkt blijft. Soms komen er geluidsklachten binnen over tentfuiven in de omgeving, andere klachten gaan over geurhinder door verwarmingsinstallaties. Er zijn geen klachten bekend over lichthinder. Verder hanteert de gemeente een aantal reglementen die hinder moeten voorkomen. Zo is er bijvoorbeeld een politiereglement inzake sluikstorten, gekoppeld aan een retributiereglement.

Een ander aspect van milieuhinder is de hinder veroorzaakt door hinderlijke inrichtingen. Hoewel de hinder, eigen aan de werking van deze inrichtingen, wordt beperkt door middel van milieuvergunningen en toezicht, toch is het onmogelijk deze hinder volledig weg te nemen. In Retie neemt de landbouwsector, naast een houtbedrijf, bijna alle hinderlijke inrichtingen klasse 1 en 2 voor haar rekening.

Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat Retie beschikt over een persoon met een Vlarem-bekwaamheidsbewijs. Bovendien wordt een goede samenwerking met de politie nagestreefd zodat op een optimale manier dagelijks toezicht problemen kan voorkomen en controle overtredingen in de kiem kan smoren. Bij lokale hinderproblemen treedt de gemeente op als conflictbemiddelaar.


4Algemene visie/doelstellingen


De gemeente verbindt er zich toe een beleid te voeren dat erop gericht is om:

  • bij gemeentelijke activiteiten zo weinig mogelijk milieuhinder te veroorzaken;

  • tegelijkertijd maatregelen te treffen (o.a. efficiënte reglementering) en acties te ondernemen (o.a. gestandaardiseerde aanpak van/controle op hinder, sensibilisering) om bij haar inwoners of bij groepen van inwoners eenzelfde gedrag te stimuleren. Dergelijke aanpak is brongericht en werkt preventief;

  • bij conflicten als gevolg van hinder in de eerste plaats bemiddelend op te treden;

  • efficiënt en effectief op te treden bij vaststelling van een acuut geval van milieuhinder.

5Overkoepelend actieplan


Actie HI.1: Opvolgen van klachten.

De gemeente volgt klachten over milieuhinder op via MKROS of via een eigen dossieropvolgingssysteem. Jaarlijks analyseert de gemeente de geregistreerde en opgevolgde klachten. Hiervoor kan ze gebruik maken van de rapporteringstool die voorzien is in MKROS. Indien relevant zal bij klachten ook LOGO Noorderkempen worden gecontacteerd, zodat de link tussen milieuhinder en gezondheid op een objectieve manier kan worden gerapporteerd.



Actie HI.2: Een centraal meldpunt voor milieuhinderklachten instellen in de gemeente.

De gemeente zal een centraal meldpunt voor milieuklachten instellen en de burgers hiervan via de geschikte kanalen op de hoogte brengen. Binnen de gemeentelijke diensten zullen afspraken gemaakt worden om tot een vlotte doorstroming te komen van milieuklachten naar het meldpunt.



Actie HI.3: Aanpakken van de milieuhinder die in eigen beheer kan worden teruggedrongen (voorbeeldfunctie).

De milieuhinder die in eigen beheer kan worden teruggedrongen, wordt aangepakt. De gemeente onderneemt in dit verband ten minste 1 concrete actie gedurende de periode van het contract. Ze neemt in de planning op welke actie ze wenst te ondernemen.



Actie HI.4: Sensibilisatie van doelgroepen i.v.m. milieuhinder.

De gemeente onderneemt jaarlijks minstens 2 sensibilisatiecampagnes (passief en/of actief) naar specifieke doelgroepen m.b.t. 2 verschillende milieuhinderthema's. In de planning neemt de gemeente jaarlijks op welke 2 sensibilisatieacties ze wenst te ondernemen, deze mogen dezelfde zijn als in de jaren voordien. In het kader van haar voorbeeldfunctie voegt ze aan de sensibilisatieacties toe hoe ze het communicatieonderwerp toepast binnen de eigen gemeentelijke diensten of werking.



Actie HI.5: Opstellen van een algemeen hinderreglement.

De IOK is bezig met het opstellen van een algemeen hinderreglement dat aan de gemeenten zal aangeboden worden op het einde van 2004. De gemeente zal overwegen of het dit modelreglement zal gebruiken om een gemeentespecifiek hinderreglement op te maken. Indien dit modelreglement niet gebruikt wordt, zal de gemeente zelf zo een hinderreglement opmaken i.s.m. de politiezone.



Actie HI.6: Conflictbemiddeling.

De gemeente treedt op als bemiddelaar bij conflicten ten gevolge van milieuhinder en stelt bemiddelingsdossiers samen bij haar taak als conflictbemiddelaar. De taak van de gemeente bestaat onder meer uit het opmeten en beschrijven van milieuhinder, contact opnemen met de betrokkenen en het formuleren van een bemiddelingsvoorstel. De opvolgingsmodule van MKROS kan hiervoor als hulpmiddel worden gebruikt. Bemiddeling kan worden georganiseerd zowel bij niet-ingedeelde inrichtingen, voor zover de gemeente hiervoor bevoegd is, als bij meldingsplichtige en klasse II-vergunningsplichtige inrichtingen. De gemeente bepaalt hierbij zelf haar prioriteiten. Het is in elk geval niet de taak van de gemeente alle mogelijke burenruzies te helpen oplossen.



Actie HI.7: Opruimen van kleine partijen achtergelaten gevaarlijke afvalstoffen.

Om het handhavingsbeleid op het lokaal niveau te ondersteunen wil het Vlaamse Gewest kleine partijen achtergelaten gevaarlijke afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREA, laten opruimen. Deze partijen moeten het voorwerp zijn van een proces-verbaal lastens onbekenden, opgemaakt op basis van artikel 12 van het Afvalstoffendecreet door een toezichthoudende ambtenaar overeenkomstig artikel 54 van datzelfde decreet.

De verplichtingen van de gemeente hiertoe zijn:


  • ze moet beschikken over een proces-verbaal op basis van artikel 12 dat lastens onbekenden werd opgemaakt;

  • ze laat de partij in kwestie overeenkomstig de terzake doende wetgeving, inclusief de wetgeving op de overheidsopdrachten, opruimen en verzoekt per delictgeval afzonderlijk om de verwerkingsattesten en de factuur;

  • ze bezorgt per proces-verbaal, het proces-verbaal-nummer met vermelding van de naam van de instantie die het proces-verbaal heeft opgesteld, de documenten verbonden aan de opdracht, met inbegrip van de verwijderingsattesten en de daarbijbehorende facturen, aan de OVAM;

  • ze informeert de OVAM zodra ze kennis heeft van gegevens in verband met de identiteit van de overtreder van artikel 12 van het Afvalstoffendecreet met het oog op een terugvorderingprocedure lastens de overtreder.

De verplichtingen van het Vlaamse Gewest zijn de volgende:

  • overeenkomstig de wettelijke bepalingen terzake verifieert de OVAM de overgemaakte gegevens en vergoedt de gemeente overeenkomstig de ingediende facturen;

  • overeenkomstig de wettelijke bepalingen en met toepassing van de beginselen van behoorlijk bestuur voert de OVAM de terugvorderingsprocedure lastens de vermeende overtreder.

Actie HI.8: Beperking van geluids- en geurhinder integreren in het beleid inzake ruimtelijke ordening en mobiliteit.

De ruimtelijke ordening speelt een cruciale rol in de omvang van verstoring. Om de problematiek gestructureerd aan te pakken is een geïntegreerd beleid voor geluids- en geurhinder, ruimtelijke ordening en mobiliteit noodzakelijk. De dienst grondgebiedszaken zal daartoe samenwerken met de dienst ruimtelijke ordening en mobiliteit om ook via planningsinstrumenten de mogelijke hinder te beperken.

Bij het opstellen en toepassen van het ruimtelijke structuurplan en het mobiliteitsplan wordt de nodige aandacht besteed aan de bestrijding van geluids- en geurhinder. Hierbij zullen de concepten ‘integrale milieuzonering’ bij de inrichting van bedrijven en bij verdichting op bestaande bedrijventerreinen worden onderzocht en zal zuinig ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen ingevuld worden. Brownfields vormen een bijkomend instrument. Deze aanpak kadert in de voorbereiding van invoering van de EU-richtlijn over Omgevingslawaai: inventarisatie door berekeningen en metingen, een gegevensbank geluid, het ontwikkelen van een juridisch kader, richtwaarden en specifieke maatregelen. Voor geurhinder beoogt de richtlijn de verdere onderbouw van afstandsregels en doelvoorschriften voor agrarische en industriële sectoren.

Zie ook actie IN.2, IN.19.

6Geluidshinder

6.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


De belangrijkste bronnen van geluidshinder in Vlaanderen zijn het verkeer, economische activiteiten (industrie en bedrijven), recreatie en burenlawaai. Geluidshinder is met andere woorden een fenomeen waarmee iedere gemeente geconfronteerd wordt. Bovendien kan deze vorm van hinder ook een invloed op de menselijke gezondheid hebben via slaapverstoring, stress, concentratiestoornissen, hoofdpijn.

Het verkeer is in Retie de belangrijkste bron van geluidshinder. Dit wordt veroorzaakt door verschillende belangrijke verkeersassen die de gemeente doorkruisen (E34, N118, N123 en N18). De gemeente pakt dit probleem aan in haar mobiliteitsplan, onder meer door de aanleg van een rondweg en controle op de snelheidsbeperkingen. Geluidsklachten in de gemeente zijn vooral het gevolg van tentfuiven. Om geluidsoverlast ten gevolge van tentfuiven en café’s te beperken heeft de gemeente een sluitingsuur ingesteld en is er een politiereglement inzake rumoer en lawaai in voegen, die beide strikt worden gecontroleerd. Aanvragen voor de organisatie van muziekactiviteiten worden bekeken door de gemeentelijke diensten. Andere, minder frequente geluidshinderbronnen zijn het motorcrossen (wildcrossen) en laag overvliegend luchtverkeer. Door controle en sensibilisatie van haar bevolking tracht Retie de geluidshinder terug te dringen. Ook het probleem van geluidshinder als gevolg van glascontainers werd aangepakt. De gebruikers van de glascontainers worden erop gewezen dat het glas uitsluitend gedeponeerd mag worden tussen 8:00u en 20:00u en niet op zondag. Bij iedere glascontainer wordt een bordje geplaatst met deze mededeling. De erkende ophaler van de glascontainers mag de glascontainers uitsluitend ledigen tussen 8:00u en 20:00u.

Hoewel het verkeer voor heel wat geluidsoverlast zorgt in bepaalde delen van de gemeente, wordt tegelijkertijd in andere delen van Retie de omgeving gekenmerkt door stilte. Zo werd het zuidwesten van de gemeente (het Prinsenpark) afgebakend als potentieel stiltegebied. Sinds deze afbakening in 1996 werden door de gemeente echter geen maatregelen meer getroffen om de stilte in dit gebied te behouden.

6.2Visie


Veruit de meeste activiteiten in onze samenleving gaan gepaard met een zekere geluidsproductie. Vandaar dat er regels moeten zijn en worden nageleefd om dit land leefbaar te houden voor iedereen. De gemeente zal ervoor zorgen dat de totale geluidshinder ervaren door haar bevolking niet meer toeneemt en zal zo mogelijk trachten om die hinder terug te dringen. Ze zal trachten in de eerste plaats een bemiddelingsrol te spelen en de naleving van de reglementering op te volgen. Dit dient uiteraard te gebeuren in nauwe samenwerking met de lokale politie. Naast het terugdringen van geluidshinder zal ook de nodige aandacht gaan naar het behoud van die waardevolle gebieden waar stilte een kostbaar kenmerk is.

6.3Doelstellingen


Doelstellingen (langetermijn)

  • Het percentage potentieel ernstig gehinderden door geluid (rekening houdend met het verschil in hinder veroorzaakt door verschillende types van geluidsbronnen) verminderen tot maximaal 10% van de totale bevolking.

  • Het percentage van de totale bevolking dat blootgesteld wordt aan wegverkeerslawaai overdag buiten voor de gevel van de woning reduceren tot ten hoogste 15% van de bevolking.

Doelstellingen (planperiode)

  • 2007: het aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid ligt niet hoger dan 15% van de bevolking.

  • Creëren en beschermen van een (potentieel) stiltegebied.

6.4Actieplan


Actie HI.9: Uitwerken van een beleidskader geluidshinder.

De gemeente heeft een overeenkomst met het PIH inzake het uitvoeren van geluidsmetingen.

De gemeente werkt een beleidskader betreffende de bestrijding van geluidshinder uit. Zij zorgt in dit kader voor:


Indien de gemeente niet beschikt over een persoon met de nodige bekwaamheidsbewijzen (o.a. Vlaremopleiding, hernieuwing vervallen bekwaamheidsbewijzen in het kader van het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 tot aanwijzing van ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op de regelen ter bestrijding van geluidshinder) zorgt ze voor de opleiding van haar personeel en koopt ze een sonometer aan óf gaat ze na op wie ze beroep kan doen voor het uitvoeren van geluidsmetingen. De gemeente stelt een politiereglement betreffende de bestrijding van geluidshinder in of neemt bepalingen betreffende de bestrijding van geluidshinder op in het algemeen gemeentelijk politiereglement. Dit reglement dient ingesteld van zodra het Vlaams Gewest in overleg een modelreglement heeft opgesteld.

Actie HI.10: Sensibilisatiecampagne ter bestrijding van geluidshinder door het uitgaansleven verderzetten.

Tentfuiven, de cafés en sfeer in de gemeente trekken mensen aan uit heel de gemeente en erbuiten. Na een avondje plezier en vrolijkheid, stil huiswaarts keren blijkt soms nogal moeilijk, met overlast voor de omwonenden tot gevolg. Door duidelijke afspraken tussen de gemeente, uitbaters, burgers en politie moet het mogelijk zijn om de problemen op een goede manier aan te pakken.



Actie HI.11: Bestrijden van geluidshinder door burenlawaai verderzetten.

Via het gemeentelijke infoblad wordt regelmatig opgeroepen om het burenlawaai te beperken (grasmachines, radio, enz…).

Sensibilisatie–actie rond burenlawaai o.a. door een vrijwillige beperking van gemotoriseerde tuinmachines en het gebruik van individueel gemotoriseerde voertuigen voor korte verplaatsingen.

Actie HI.12: Bestrijding geluidshinder door auto- en motorverkeer.

Tijdens de aanleg van de ring rond Retie wordt rekening gehouden met de geluidsproblematiek van de werken en het verkeer tijdens en na de werken. Ook worden systematisch acties ondernomen om kleine ongemakken te verhelpen (verzakkingen, riooldeksels).



Actie HI.13: Toepassen van het stand-still beginsel in de potentiële stiltegebieden.

De gemeente neemt maatregelen om de potentiële stiltegebieden te behouden.



Zie ook acties MO.3, MO.14.

7Geurhinder

7.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Zo nu en dan geven landbouwactiviteiten aanleiding tot klachten over geurhinder. Deze klachten moeten echter genuanceerd worden. Door de oprukkende lintbebouwing en de behoefte om te wonen "in het groen", zijn er mensen komen wonen in "woongebied met landelijk karakter". Zij vergeten soms dat de geur van landbouwactiviteiten deel uitmaakt van dat landelijk karakter. Anderzijds kunnen onoordeelkundige landbouwactiviteiten door geurhinder een belangrijke overlast veroorzaken. De gemeente heeft hier in de eerste plaats een verzoenende functie.

Verder zijn er sporadisch klachten over geurhinder veroorzaakt door verwarmingsinstallaties en enkele hinderlijke inrichtingen. Ook het gebruik van allesbranders of het verbranden van afval kan voor geurhinder zorgen.

De gemeente voert een communicatie- en sensibilisatiecampagne over geurhinder, registreert de klachten en volgt ze op en laat overtredingen verbaliseren door de politie. Met deze aanpak wil de gemeente het probleem van geurhinder optimaal beperken.

7.2Visie/doelstellingen


Tot op heden heeft de gemeente niet noemenswaardig te kampen met klachten rond geurhinder. Desalniettemin zal de gemeente bestaande acties blijven uitvoeren en aanvullen met een aantal nieuwe maatregelen om geurhinder zoveel mogelijk te beperken en verhinderen. Deze doelstelling wordt verwezenlijkt door het opstellen van een politiereglement rond afvalverbranding en het voeren van sensibilisatiecampagnes naar verschillende doelgroepen toe.

7.3Actieplan


Actie HI.14: Sensibiliseren rond geurhinder veroorzaakt door de landbouw.

Actie HI.15: Herhalen van sensibilisatiecampagnes en eventueel opstellen van politiereglementen rond mogelijke bronnen van geurhinder.

Zie ook actie VS.35.

8Lichthinder

8.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Lichthinder kan bijvoorbeeld door het verstoren van de slaap invloed hebben op de menselijke gezondheid. Daarom stelt de gemeente op gebied van openbare verlichting als op gebied van de verlichting van openbare gebouwen een voorbeeld door beide tot een minimum te beperken. Door een aanpassing door te voeren van de armaturen is de verlichting energiezuiniger en goed gericht, zodat lichtvervuiling maximaal wordt vermeden. Ook nam de gemeente deel aan de Nacht van de duisternis, hoewel dit niet als een succes werd gezien door de gebrekkige opvolging van deze actie in andere gemeente uit de omgeving. Hierdoor zijn de kosten van deze activiteit onredelijk hoog. De actie zou een groter succes zijn, indien vanuit een groter werkingsgebied werd uitgegaan, zodat het eigenlijke doel van de actie effectief wordt bereikt.

Het uitgesproken landelijk karakter van Retie zorgt ervoor dat er tal van donkere gebieden in de gemeente zijn. Retie heeft de princiepsbeslissing genomen om deze waardevolle situatie in de toekomst veilig te stellen.


8.2Visie/doelstellingen


Tot op heden heeft de gemeente niet te kampen met klachten rond lichthinder. Desalniettemin zal de gemeente bestaande acties blijven uitvoeren en aanvullen met een aantal nieuwe maatregelen om lichthinder zoveel mogelijk te beperken en verhinderen. De gemeente zal erop toezien dat de VLAREM-bepalingen strikt worden nageleefd en dat er sensibilisatiecampagnes naar de doelgroepen toe georganiseerd worden. Ook zal de gemeente haar voorbeeldfunctie verder blijven vervullen.

8.3Actieplan


Actie HI.16: Beperken van de lichthinder door klemtoon- en decoratieve verlichting.

Decoratieve of klemtoonverlichting is de verlichting van monumenten, historische gebouwen of pleinen. Net zoals bij andere openbare verlichting is het gebruik van goede verlichtingstoestellen en efficiënte lichtbronnen van groot belang. Daarnaast is het zeer belangrijk om zoveel mogelijk van boven naar onder te belichten, net zoals het gebruik van goed afgeschermde projectoren die enkel het monument of gebouw belichten. Het is ten slotte wenselijk dat voor gebouwen en monumenten de verlichting tijdens de nachtelijke uren wordt gedoofd, aangezien het nutteloos en energieverslindend is om heel de nacht door te verlichten.

Retie geeft het voorbeeld door geen enkele vorm van klemtoonverlichting de hele nacht te laten branden bij de eigen gebouwen.

Actie HI.17: Naleven en controleren van de VLAREM– wetgeving en zonodig tekortkomingen zelf aanvullen met politieverordeningen.

VLAREM II geeft de algemene voorschriften om de lichthinder te beperken, zowel voor ingedeelde inrichtingen als voor de niet–ingedeelde inrichtingen, zoals tuinverlichting, verlichte monumenten e.a.

De gemeenten vervullen een belangrijke rol in het handhaven van de geldende VLAREM–voorschriften. Aangezien lichthinder in grote mate veroorzaakt wordt door inrichtingen die onder het gemeentelijke toezicht vallen, is de gemeente bevoegd om de voorschriften strikt te controleren.

Actie HI.18: Sensibiliseringscampagne inzake lichthinder naar handelaars toe.

Lichtverontreiniging is een milieuprobleem dat volgens een aantal principes en met weinig middelen al aanzienlijke besparingen kan opleveren. De boodschap naar handelaars zal dan ook zijn: minder licht = minder kosten. Een specifieke bron van lichtverontreiniging is de kerstverlichting. Door rekening te houden met een 3-tal eenvoudige principes voor efficiënte verlichting kan heel wat lichthinder voorkomen worden: hoe verlichten, wanneer verlichten en waar verlichten.

Bij het eerste principe “Hoe gaan we verlichten” kunnen richtlijnen gegeven worden voor de lamp, de spiegel en de armatuur. Het tweede principe behandelt de vraag wanneer men verantwoord kan verlichten. In verband met de plaatsing van het verlichtingstoestel kunnen richtlijnen gegeven worden voor de richting van de hoofdstraal.

Actie HI.19: Sensibilisatie van de burgers en doelgroepen inzake de problematiek van lichthinder.

Actie HI.20: Inventarisatie van en sensibiliseren rond lichtverontreiniging in Retie.

Een inventaris van de knelpunten inzake lichtverontreiniging kan worden opgemaakt door tijdens een avond/nachtwandeling het grondgebied van de gemeente “uit te kammen”. De bevolking kan hierbij actief betrokken worden, eventueel in combinatie met een andere activiteit: sterren kijken, uilen zoeken, nachtlawaai, nachtelijke natuurgeluiden, … . Een checklist wordt ingevuld, daar waar mogelijk sprake is van overbelichting van bedrijventerreinen, sportterreinen, handelszaken e.d. op het ogenblik dat de activiteiten stilliggen. Na afloop van het project wordt een overzicht van de vaststellingen opgesteld. Nadat de verantwoordelijken van de lichthinder zijn geïdentificeerd, worden ze via een schriftelijke raadgeving door de burgemeester herinnerd aan de bestaande wetgeving en verzocht om binnen een bepaalde tijdspanne de maatregelen mee te delen die ze zullen treffen om in de toekomst deze lichthinder te vermijden. De actie heeft tot gevolg dat de veroorzakers van de hinder worden attent gemaakt op hun hinderlijk gedrag. Hierdoor hebben ze de mogelijkheid, voor het optreden van klachten, de problemen te verhelpen. Het geeft ook een duidelijk signaal naar de bevolking doordat de actie een vrij direct resultaat oplevert.



Actie HI.21: Maatregelen nemen om de lichtverstrooiing veroorzaakt door verlichting in eigen beheer tegen te gaan en de lichtintensiteit tot het noodzakelijke te beperken.

De gemeente zal het interne milieuzorgsysteem uitbouwen met aandacht voor lichthinder bij parkeerterreinen, ingangsdeuren, open procesinstallaties (vb. doven van verlichting als er geen werkzaamheden meer zijn, de verlichting wordt gedimd tot een bepaalde lichtintensiteit, …). Ook zal de nodige aandacht gegeven worden aan het lampenvermogen. Het lampenvermogen moet zo laag mogelijk gehouden worden, afhankelijk van het verlichtingsniveau. Teveel aan lampenvermogen is immers nutteloos. Het veroorzaakt meer weerkaatsing, meer verblinding, meer hinder, meer niet-functioneel licht, meer lichtvervuiling en kost extra geld.



Actie HI.22: Onderzoek voeren naar het afbakenen van potentiële donkertegebieden.

Analoog aan het afbakenen van potentiële stiltegebieden kan de gemeente (in samenwerking met andere omliggende gemeenten) donkertegebieden afbakenen. De gemeente onderzoekt daarvoor op haar eigen grondgebied welke gebieden daarvoor eventueel in aanmerking komen.


9Bodemaantasting

9.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Met betrekking tot bodemaantasting door verontreinigende stoffen in Retie zijn in het register van verontreinigde gronden van de OVAM 25 kadastrale percelen opgenomen. Retie heeft hiervoor nog geen erkende bodemsaneringsdeskundige aangesteld. De gemeente tracht naar de toekomst toe bodem- (en grondwater-)verontreinigingen te voorkomen door de bevolking te sensibiliseren i.v.m. milieuvriendelijke opslag van stookolietanks.

Verder kent Retie een overproductie van mest door de intensieve veeteelt op haar grondgebied. Deze grote gemeentelijke mestproductiedruk heeft ertoe geleid dat de gemeente sinds 1992 behoort tot de zwarte gemeenten. In Tabel 5 is te zien dat de veranderingen in het aantal dieren op gemeentelijk grondgebied sinds 1997 niet drastisch is gewijzigd.

Tabel 5: verandering in het aantal dieren op gemeentelijk grondgebied

Diersoort

Aantal dieren 1997

Aantal dieren 2002

% verandering

Runderen

17711

15930

- 10 %

Varkens

17098

21220

+ 24 %

Pluimvee

86644

77803

- 10 %

Andere (paarden, schapen, konijnen, geiten, …)

2006

492

- 75 %

Bron: Mestbank, VLM

9.2Visie/doelstellingen


Bodemaantasting vraagt een zeer specifieke aanpak, waarbij preventie prioriteit moet zijn, terwijl sanering op termijn bestaande knelpunten moet oplossen. De gemeente zal de bepalingen van het VLAREBO strikt naleven en een geactualiseerde inventaris bijhouden van alle potentieel verontreinigde bodems. De inwoners worden bijgestaan door de gemeente om accidentele bodemvervuilingen op een efficiënte wijze aan te pakken teneinde de overlast en de kosten van mogelijke bodemsaneringen zo beperkt mogelijk te houden. Wat betreft de hoge mestproductiedruk zal de gemeente de situatie opvolgen en samen met de VLM en de landbouw zoeken naar oplossingen.

9.3Actieplan


Actie HI.23: Inventariseren van de gemeentelijke bodemkwaliteit en van potentieel verontreinigde gronden.

Opmaak van een (permanent geactualiseerde) inventaris van de kadastrale percelen waarop een VLAREBO-plichtige inrichting of activiteit plaatsgrijpt of heeft plaatsgegrepen. Deze gegevens laten toe om bij verkoop van eigendommen de notaris daarover te berichten.

Digitaliseren van de inventaris van potentieel verontreinigde gronden.

Inventarisatie van de voormalige legale en illegale stortplaatsen, ook diegenen die niet meer met het blote oog waar te nemen zijn.

Inventarisatie van de gemeentelijke bodemkwaliteit. Hiervoor kunnen verschillende bodemstalen genomen worden op specifiek uitgekozen percelen (nabij woonwijken, scholen en speelplaatsen). De resultaten kunnen worden verwerkt in een kaartje.

Actie HI.24: Vaststellen van bodemverontreiniging.

De gemeente kan een beroep doen op een erkend bodemsaneringsdeskundige om de nodige vaststellingen te doen met betrekking tot een acuut geval van bodemverontreiniging en indien nodig om verdere maatregelen in het kader van het Bodemsaneringsdecreet te laten voorstellen. De vaststellingen en de eventuele aanbevelingen met betrekking tot een bepaald schadegeval dienen in het verslag, opgesteld door de erkende bodemsaneringsdeskundige, opgenomen te worden.

De aanstelling van deze erkende bodemsaneringsdeskundige gebeurt overeenkomstig de vigerende wetgeving op de overheidsopdrachten.

Actie HI.25: Potentieel verontreinigde gronden in privé–eigendom.

Eigenaars van potentieel verontreinigde gronden worden op de hoogte gebracht wanneer hun grond wordt opgenomen in de inventaris van risico–gronden. Ze worden tevens op de hoogte gebracht van de acties die ze kunnen ondernemen.



Actie HI.26: Verderzetten van de controle op de aflevering van vergunningen en de uitvoering van de exploitatievoorwaarden in functie van het voorkomen van bodemaantasting.

Actie HI.27: Mestdruk.

De meeste Kempische gemeenten worden geconfronteerd met een grote mestdruk. Op langere termijn zal het wettelijke uitdovingsbeleid voor de vergunningen ervoor zorgen dat de mestdruk kleiner wordt. Op korte termijn dient er voorzichtig met mest omgesprongen te worden om het milieu niet te veel schade te berokkenen.

Mogelijke uitvoering: de gemeente zal de resultaten van onderzoeken van VMM of VLM bij eventuele problemen voorleggen aan de landbouwers met het oog op het zoeken naar een oplossing. De resultaten van metingen zullen ook bekend gemaakt worden aan de gemeentelijke milieuraad.

De gemeente zal in samenspraak met VLM gerichte controle–acties uitvoeren op de naleving van het mestdecreet.



Actie HI.28: Stookolietanks.

Oudere ondergrondse stookolietanks die zich op het grondgebied van de gemeente bevinden, kunnen bij mogelijke lekkage een risico vormen voor bodem en grondwater. Retie zelf heeft nog drie olietanks in eigen bezit die op een verantwoorde wijze moeten worden onschadelijk gemaakt (voorbeeldfunctie).



Zie ook acties VS.6, VS.9, VS.34, WA.13, NA.45, NA.47.

10Luchtverontreiniging


De belangrijkste oorzaak van luchtverontreiniging in Vlaanderen is het verbranden van fossiele brandstoffen in het gemotoriseerd verkeer, de gebouwenverwarming en energieproductie. Daarnaast dragen de vaste afvalverbranding en tal van industriële processen bij tot luchtverontreiniging. Veranderingen in de concentraties van bepaalde verbindingen in de atmosfeer onder invloed van de mens leiden tot tal van nadelige effecten. SO2, NOx en NH3 dragen bij tot zure neerslag. NOx en vluchtige organische stoffen (VOS) leiden tot fotochemische smog. Broom-, chloor- en fluorverbindingen zoals CFK’s dragen bij tot de aantasting van de ozonlaag. CO2, H2O-damp, CH4, N2O en CFK’s liggen aan de basis van het broeikaseffect.

De beste oplossing om de emissie van luchtverontreinigende componenten te reduceren is vermijden dat ze gevormd worden. Voor NH3 en CH4 kan dit door vb. een reductie van de veestapel en voor SO2, NOx en CO2 door een overschakeling op andere brandstoffen, wijzigingen in industriële productieprocessen en energie nuttiger aan te wenden (rationeel energiegebruik). Voor een NMVOC-reductie (niet-methaan vluchtige organische componenten) komen de acties neer op een terugdringen van organische solventen in verven en onderhoudsproducten in het huishoudelijk en industrieel gebruik en de vermindering van opslag- en overslagverliezen. Het rationeel omspringen met energie en allerhande producten steunt op een gedragsverandering bij elk van ons.


10.1Actuele toestand/knelpunten in de gemeente


Plaatselijke gegevens over de verontreiniging van de lucht zijn bijna niet te vinden. Natuurlijk heeft dit te maken met het feit dat luchtvervuiling een grensoverschrijdend fenomeen is. Daarom moet de toestand in Retie afgeleid worden uit metingen in de brede omgeving van de gemeente.

In Vlaanderen staat de VMM in voor het meten en opvolgen van de luchtkwaliteit. Uit het jaarrapport 2002 van de VMM blijkt dat er aanzienlijk minder verontreinigende stoffen in de lucht geloosd worden dan pakweg 10 jaar geleden. Dit is vooral te danken aan de inspanningen van industrie en landbouw, aan de gewijzigde samenstelling van brandstoffen en aan het groeiend aantal auto's uitgerust met een katalysator. Die verminderde uitstoot reflecteert zich, zij het in mindere mate, in de onderzoeksresultaten van de algemene luchtkwaliteit. De actuele grenswaarden worden overal, behalve in Beerse, gerespecteerd. Toch zal Vlaanderen zich moeten inspannen om een aantal toekomstige, strengere normen te halen.

Toch kunnen op basis van specifieke kenmerken van de gemeente ook zeer plaatselijke verontreinigingen afgeleid worden. Omdat Retie een gemeente is met intensieve veeteelt kan er vanuit gegaan worden dat de ammoniakconcentraties in de lucht dan ook plaatselijk hoog zijn. Ook het drukke verkeer op belangrijke verkeersassen die Retie doorkruisen zorgt voor de ermee samenhangende luchtverontreiniging. Een zeer lokale, tijdelijke en vaak ernstige bron van luchtverontreiniging is bijvoorbeeld het verbranden van afval door particulieren.

Tegenover de vaststelling van de luchtverontreiniging in de gemeente staan de inspanningen die de gemeente doet om deze verontreiniging steeds verder terug te dringen. Deze inspanningen komen reeds in de andere clusters van dit plan aan bod: de opmaak en uitvoering van het mobiliteitsplan, het rationeel omgaan met energie (REG), het milieuverantwoord productgebruik, het natuurbeleid. Meer specifiek werd als antwoord op de regelmatige klachten over luchtverontreiniging als gevolg van het verbranden van afval in open lucht, door de gemeente in opdracht van het Vlaamse Gewest een sensibilisatiecampagne gevoerd naar de burgers toe.


10.2Visie/doelstellingen


De luchtverontreinigingsproblematiek is ingewikkeld en overschrijdt de gemeentegrenzen. Toch kiest de gemeente ervoor om dit niet als excuus te gebruiken om de situatie verder te laten verkommeren. Met gerichte ingrepen, die goed uitvoerbaar zijn op gemeentelijk niveau, wil de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen bij het verbeteren van luchtkwaliteit.

Hiertoe besteedt de gemeente aandacht aan het analyseren van lokale bronnen van luchtverontreiniging, aangevuld met de nodige reglementering en controle, en het sensibiliseren van burgers en doelgroepen. Deze aanpak kan op termijn, gemeente per gemeente, uiteindelijk ook regionaal een oplossing bieden aan de luchtverontreiniging.

Deze aanpak van lokale luchtverontreiniging vertaalt zich in de eerste plaats in een doordacht mobiliteitsbeleid, waarbij het auto- en vrachtverkeer maximaal uit het centrum zullen worden geweerd (aanleg rondweg gecombineerd met toepassing van het mobiliteitsplan). Ook gaat de nodige aandacht uit naar het stimuleren van alternatieve verplaatsingen voor de auto, het terugdringen van luchtvervuiling veroorzaakt door de eigen werking en naar het op regelmatige tijdstippen (laten) bemonsteren van de luchtkwaliteit van de gemeente.

10.3Actieplan


Zie ook acties VS.1, VS.7, VS.8, VS.11, VS.35, VS.49, verschillende acties uit de cluster mobiliteit (vb. MO.11) en de inspanningen zoals beschreven in de cluster energie.

Actie HI.29: Luchtverontreiniging door verwarming van de gebouwen van de eigen diensten tegengaan.

Door verwarming van gebouwen komen broeikasgassen en zwaveldioxide vrij. Nochtans kan door goed onderhoud, efficiënt materiaal en het gebruik van zuivere brandstoffen een deel van de verontreiniging vermeden worden. Dit kan door in het kader van REG weinig vervuilende, hoogenergetische brandstoffen te gebruiken, door goede isolatie om het brandstofverbruik te verminderen en door andere technieken zoals zonneboilers en condensatieketels te installeren.



Actie HI.30: Sensibilisatie in functie van jaarlijkse controle door burgers van hun verwarmingsketel.

De jaarlijkse controle is een wettelijke verplichting die wel eens over het hoofd wordt gezien. De gemeente zal hier jaarlijks de burgers aan herinneren door een sensibilisatie–actie zoals de publicatie van een artikel in het gemeentelijke infoblad. Ook voor toestellen waarvoor momenteel geen onderhoudsverplichting bestaat is het nuttig periodiek een controle (van de verbranding en van de verluchting van het stooklokaal) te laten uitvoeren door een erkende technicus of door een vakman.



Actie HI.31: Meting van de luchtkwaliteit.

Volgende stoffen kunnen worden onderzocht: NH4 – N gehalte, NOX – deposities, chloride- en sulfaatdeposities, fluoridengehalte. De resultaten worden tot een kaartje verwerkt.


11Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden

11.1Geluid


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 10: Hinder

Verstoring door geluid




4.1 Beleid inzake de vermindering van hinder ten gevolge van omgevingslawaai formuleren en uitvoeren




4.2 Beperking van geluidshinder integreren in het beleid inzake ruimtelijke ordening en mobiliteit

  • Beleid stiltegebieden ontwikkelen en uitvoeren




4.3 Beleidsondersteuning

  • Sensibilisering en ondersteuning via samenwerkingsovereenkomst

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • H 1.1.1: Verder ondersteunen en uitbouwen onderzoeksgebied hinder binnen het PIH

  • H 1.1.2: Bemonsteren van potentiële stiltegebieden in de provincie Antwerpen

  • H 1.2.1: MKROS en provinciaal meldpunt voor milieuklachten

  • H 1.2.2: Inventarisatie van hinderbronnen in probleemregio’s

11.2Geur


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen




4.1 Uitvoering maatregelenprogramma’s metalen, dioxines, PAK’s en bestrijdingsmiddelen

  • Informatiecampagnes voeren naar kleinere bronnen van dioxines en particulieren

Thema 10: Hinder

Verstoring door geur




4.1 Introduceren van regelgeving inzake geurhinder voor puntbronnen en verspreide bronnen




4.2 Bevorderen van een standaardaanpak voor geurproblemen




4.3 Ondersteunen van het beleid

  • Standaardmeetsysteem voor hinder toepassen en inventaris van potentiële hinderbronnen bijhouden

  • De samenwerkingsovereenkomst met gemeenten en provincies opvolgen en bijsturen

  • Sensibiliseringscampagnes ondersteunen en voeren

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • H 1.1.1: Verder ondersteunen en uitbouwen onderzoeksgebied hinder binnen het PIH

  • H 1.2.1: MKROS en provinciaal meldpunt voor milieuklachten

  • H 1.2.2: Inventarisatie van hinderbronnen in probleemregio’s

11.3Licht


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 10: Hinder

Verstoring door licht




4.1 Organiseren van een structurele samenwerking met andere overheden




4.2 Sensibiliseren van andere overheden en actoren

  • Sensibiliseren van de actoren

  • Sensibiliseren van de overheden

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • H 1.1.1: Verder ondersteunen en uitbouwen onderzoeksgebied hinder binnen het PIH

  • H 1.2.1: MKROS en provinciaal meldpunt voor milieuklachten

  • H 1.2.2: Inventarisatie van hinderbronnen in probleemregio’s

11.4Bodem


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 7: Verontreiniging en aantasting van de bodem




4.1 Gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen of activiteiten verder in kaart brengen en onderzoeken en de sanering van gronden met historische bodemverontreiniging opstarten




4.2 Ondersteuning van het beleid rond bodemverontreiniging

  • Handhaving

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

11.5Afvalhinder


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 8: Verontreiniging door afvalstoffen




4.5 Storten en verbranden beperken




4.7 Toepasbaarheid van het afvalstoffenbeleid optimaliseren en illegale praktijken van afvalbehandeling en ontwijkingsgedrag verminderen




PROJECT 12: Uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • D 2.1.1: Burgers sensibiliseren inzake afvalpreventie en illegaal ontwijkgedrag


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina