Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina8/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17

VIICluster Mobiliteit

1Inleiding


De mobiliteitssector oefent een belangrijke invloed uit op milieuverstorende processen als verzuring, fotochemische luchtverontreiniging, klimaatswijziging en gezondheidseffecten. De noodzakelijke infrastructuur, die instaat voor een ruimtebeslag van 7.6 % van het Vlaamse grondgebied, veroorzaakt versnippering, hinder, verontreiniging en verstoring van de omliggende (natuur)gebieden en verdroging, waardoor er barrière-effecten ontstaan (versnippering), de natuur aangetast wordt en biotoopverlies optreedt (biodiversiteit). Natuurlijk zijn ook geluids- en lichthinder eigen aan de mobiliteitsproblematiek.

Vermindering van de milieudruk kan worden bekomen door factoren te beïnvloeden die de vraag bepalen (door het voeren van een goed locatiebeleid, door substitutie van fysieke verplaatsingen), door de vervoerssystemen zelf te beïnvloeden (door verschuiving naar meer collectieve systemen of meer milieuvriendelijke vervoerswijzen of door private voertuigen efficiënter te maken), door het bewerkstelligen van een betere doorstroming of door vervoersmiddelen zelf milieuvriendelijker te maken.


2Wettelijk kader


  • Decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants.

3Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Retie ziet mobiliteit in de gemeente als een ernstig knelpunt. Door de ligging van Retie in de nabijheid van de A21/E34, de A13/E313 en op het snijpunt van drie belangrijke verkeerswegen wordt Retie weliswaar zeer goed ontsloten naar het hoofdwegennet en de nabijgelegen steden Turnhout, Mol en Geel, maar hierdoor wordt het centrum van Retie geconfronteerd met veel doorgaand verkeer met inbegrip van vrachtautoverkeer door haar centrum. Dit zorgt voor de volgende problemen op het grondgebied van Retie:

  • de N118 en N18 worden veelvuldig als alternatief gebruikt voor de N19, omdat deze N19 niet functioneel is;

  • de hoeveelheid verkeer welke samenkomt in het centrum van Retie, zorgt voor filevorming tijdens de spitsuren;

  • het aandeel zwaar verkeer op de Markt loopt op tot 25%;

  • een belangrijk probleem is het doorgaand vrachtverkeer op de relatie Geel – Retie – Arendonk;

  • om het centrum van Retie te ontwijken worden – voor de verbinding tussen de N118/verkeerswisselaar met de E34 enerzijds en Postel anderzijds – de Langedijk en Huisjes geconfronteerd met sluipverkeer;

  • tussen de N118 – Europalaan en de N18 – Turnhoutsebaan, ten noorden van Retie, bevindt zich een KMO-zone. De bereikbaarheid van de KMO-zone, komende van de N118 is moeilijk en noodzaakt thans tot het gebruik van de centrumstraten.

Dit alles leidt tot onleefbaarheid in het centrum van Retie (N18 - Markt). De verkeersdrukte (15.000 tot 17.000 per dag), het gebruik van de Markt als verkeersplein (25.000 per dag), de sterke aanwezigheid van vrachtauto’s in de verkeersstroom geven aanleiding tot problemen en klachten in verband met geluid, trillingen, omgevingskwaliteit, oversteekbaarheid, fietsonveiligheid en ongevallen. Daarbij komt nog het sluipverkeer dat voor een verhoogde verkeersbelasting zorgt op wegen die daarvoor niet zijn uitgerust.

Daarom heeft Retie het mobiliteitsconvenant ondertekend en stelde in dat kader een mobiliteitplan op. Al de bovenvermelde knelpunten, ook deze gelinkt aan milieu en natuur, worden immers bekeken in het mobiliteitsplan. De nodige oplossingen worden er in beschreven. Het opstellen van dit plan gebeurde in verschillende fasen. Fase 1, de oriëntatiefase, en fase 2, de opbouw van het plan, waarbij verschillende scenario’s werden uitgewerkt, geëvalueerd en bijgestuurd, werden eerst doorlopen. Vervolgens werd fase 3 opgestart: Beleidsplan. Hierin werd het gekozen mobiliteitsscenario verder uitgewerkt tot een mobiliteitsplan, dat na goedkeuring leidde tot een actieplan voor de uitvoering van concrete projecten. Momenteel bevindt Retie zich in de uitvoerende fase. In de stuurgroep bevindt zich eveneens de duurzaamheidsambtenaar van de gemeente, die moet toezien op het aspect milieu binnen het thema mobiliteit. Bovendien werkt Retie gelijktijdig aan een bovengemeentelijk mobiliteitsplan.

Inzake de voorbeeldfunctie van de gemeente dient te worden opgemerkt dat Retie de cluster Mobiliteit van de samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 heeft ondertekend. De gemeente heeft een fietsvergoeding en een terugbetaling van de abonnementen voor openbaar vervoer woon-werkverkeer heeft voorzien. Bovendien werd vastgesteld dat 80 % van het gemeentepersoneel elke dag te voet of met de fiets naar het werk komt. Ook komt de gemeente als derde betaler tussen (voor 25 %) bij de aankoop van een Omnipass door de inwoners van Retie. De verbinding via openbaar vervoer naar Turnhout, Mol en Geel is de voorbije jaren trouwens sterk verbeterd qua frequentie en aansluitingen. Er zijn ook bijkomende, uitgebreide en regelmatige verbindingen naar Arendonk, Kasterlee en Tielen en een Belbusnetwerk tot stand gebracht. Voor de scholen in Retie werd een schoolvervoerplan uitgewerkt, waardoor o.a. fietspooling naar school bestaat, ondersteund door de gemeente en ze werden uitgenodigd tot deelname aan de 10/10-sensibilisatiecampagne voor een verkeersactieve school.

Het wagenpark van Retie bestaat uit 3 vrachtwagens (waarvan 1 huisvuilwagen), 3 bestelwagens, 3 personenauto’s, 2 tractors, 2 graaflaadcombinaties, een zelfrijdende maaimachine en een kraan. Met betrekking tot dit wagenpark is er een registratie van de gereden kilometers per tankbeurt. Deze gegevens worden echter niet verder gebruikt voor bepaalde milieudoeleinden.

Een knelpunt i.v.m. het huidige mobiliteitsplan is dat de link met het milieu en de natuur in het bijzonder slechts aanwezig is als één van de criteria bij het maken van de beleidskeuzes. Bij de selectie van te nemen maatregelen en de uitvoering van acties gaat de link volledig verloren.

De discussie bestaat rond het toegankelijk maken van bepaalde zandwegen voor fietsers, zonder dat dit aanleiding mag geven aan een verhoging van het autoverkeer.


4Algemene visie


De druk van het steeds toenemende verkeer op het leefmilieu is aanzienlijk en acties in de sector verkeer en vervoer kunnen niet uitblijven als we ons leefmilieu willen verbeteren. Daarom moeten we een duurzaam mobiliteitsbeleid uitbouwen waarbij aandacht naar de milieuproblematiek uitgaat.

Als algemene doelstelling ten aanzien van de milieuproblematiek wordt een vermindering van de druk van het verkeer op het leefmilieu vooropgesteld. Enerzijds dienen volumemaatregelen ervoor te zorgen dat het volume wegverkeer daalt. Hiertoe kan men inspelen op het aantal verplaatsingen, de lengte van de verplaatsingen en de verschuiving van het wegverkeer naar meer milieuvriendelijke alternatieven.

Anderzijds dient het verkeer zo optimaal mogelijk beheerd te worden. Voertuigtechnische verbeteringen kunnen ervoor zorgen dat het verbruik en de emissie van voertuigen drastisch verminderen. Daarnaast kan men de druk van het verkeer op het milieu doen dalen door het verkeer vlotter te laten verlopen. Door de inpassing van de infrastructuur in de omgeving tracht men ten slotte de negatieve effecten van het verkeer te verminderen.

5Doelstellingen


De doelstellingen zijn, net zoals de knelpunten talrijk. Bij het oplossen van het mobiliteitsvraagstuk moet gewerkt worden vanuit een geïntegreerde benadering van ruimtelijke ordening, mobiliteit en infrastructuur. Hoewel de basismobiliteit moet worden gegarandeerd voor iedereen, zal vooral gewerkt worden aan een versterking van de alternatieven voor het autoverkeer zodat:

  • de verkeersleefbaarheid minstens op het huidige niveau wordt gehandhaafd en

  • de daling van de verkeersonveiligheid wordt verdergezet.

De leefbaarheid wordt verbeterd door het verkeer bewust te gaan beheren:

  • centra verkeersluwer maken;

  • een inbreidings- en verdichtingsbeleid voeren;

  • het evenwicht van de natuurlijke structuur, open ruimte, bebouwingsvormen en infrastructuur uitbouwen;

  • prioriteit geven aan fietsen en openbaar vervoer;

  • indelen van het wegennet in verkeersgebieden en verblijfsgebieden.

Uit mobiliteitsplan:

    De volgende doelstellingen worden naar voor geschoven i.v.m. openbaar vervoer:

  • een beïnvloeding van het verplaatsingsgedrag ten gunste van het openbaar vervoer;

  • een kwalitatief en kwantitatief hoger aanbod aan openbaar vervoerdiensten niet alleen in de verschillende motieven, maar ook inzake de te bedienen gebieden

  • een hoger niveau van comfort.

Het uitwerken van een fietsroutenetwerk beoogt de volgende doelstellingen:

  • een beïnvloeding van het verplaatsingsgedrag ten voordele van de fiets;

  • een verhoging van de objectieve en subjectieve verkeersveiligheid voor de fietsers;

  • een vermindering van het aantal woon-schoolverplaatsingen per auto om daarmee tevens de schoolomgevingen te beveiligen;

  • een toename van het aantal woon-werkverplaatsingen per fiets;

  • een bijdrage leveren tot een afname van de gemotoriseerde verkeers- en parkeerdruk op Retie en aldus een opwaardering van de centrumfunctie en de leefbaarheid in de woonzones;

  • betere ontsluiting van de tewerkstellingszones per fiets;

  • een complementariteit tussen recreatieve en functionele fietsroutenetwerken.

Als algemene eisen aan een fietsroutenetwerk kunnen worden gesteld: samenhang, direct, aantrekkelijk, veilig en comfortabel.

De doelstellingen met betrekking tot het autoverkeernetwerk zijn:



  • in eerste instantie is het autoverkeer niet bedoeld voor korte verplaatsingen. In tegendeel: het netwerk moet dergelijke verplaatsingen zelfs min of meer ontmoedigen;

  • het gemeentelijk netwerk moet zorgen voor een ontsluiting naar het hoofdwegennet. Het lokale netwerk moet het hoofdwegennet aanvullen;

  • doorgaand zwaar verkeer en sluipverkeer moeten worden geëlimineerd.

Dit alles dient gerealiseerd in functie van de verkeersveiligheid en -leefbaarheid. Een bijkomende doelstelling is daarom het opstellen van een verkeersveiligheidsplan. Belangrijkste objectief inzake het verkeersveiligheidsplan is uiteraard het verminderen van zowel de objectieve als de subjectieve verkeersonveiligheid.

De toetsingscriteria die specifiek voor de verblijfsgebieden en het voetgangersnetwerk gelden, zijn:



  • het verminderen van de verkeersdruk in het centrum van Retie;

  • veiligere schoolomgevingen;

  • betere voorzieningen voor de voetgangers in de kernen;

  • terugdringen van het sluipverkeer in de woonomgeving;

  • versterking alternatieve vervoerwijzen;

  • opwaardering centrumfunctie Retie;

  • vrijwaren van de leefbaarheid in de kernen;

  • verbeteren van de kwaliteit van het openbaar domein in de verblijfs- en centrumgebieden;

  • beheersing van het doorgaande verkeer;

  • verbeteren van de veiligheid voor voetgangers.

De toetsingscriteria die specifiek voor het fietsroutenetwerk gelden, zijn:

  • modal split in de verschillende verplaatsingsmotieven;

  • aantal en kwaliteit van de fietsvoorzieningen;

  • aantal fietsers;

  • verkeersveiligheid en meer specifiek m.b.t. het fietsverkeer.

Toetsingscriteria openbaar vervoer:

  • aantallen openbaar vervoerreizigers;

  • reissnelheid;

  • lijnvoering;

  • frequenties;

  • bediend gebied;

  • kwaliteit van halte-accommodatie.

Toetsingscriteria gemotoriseerd verkeer:

  • aantal voertuigen op de diverse in- en uitvalswegen zowel van Retie als van de afzonderlijke kernen;

  • de objectieve en subjectieve verkeersonveiligheid.

Toetsingscriteria verkeersveiligheid:

  • aantal ongevallen, onderscheiden naar:

  • gewestwegen en gemeentewegen;

  • materiële schade en letsel ongevallen als ook de aard van het letsel;

  • type van het ongeval in relatie tot de aard van de betrokken weggebruikers;

  • locatie van de ongevallen;

  • subjectieve verkeersonveiligheid (door enquêtering).

Toetsingscriteria parkeerbeleid:

  • gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen (bezettingsgraden, parkeerduur)

  • omzet van de handelaars.

Deze opvolging dient het voortdurend evalueren van de ingrepen, zodat bijsturingen en optimalisatie steeds mogelijk zijn.

6Actieplan

6.1Acties uit het mobiliteitsplan


Volgende acties maken deel uit van het mobiliteitsplan. Hoewel dit plan veel meer acties omvat, werd ervoor gekozen in dit milieubeleidsplan enkel de acties met een sterke link naar het milieu te vermelden. Voor de uitvoering van deze acties wordt verwezen naar het mobiliteitsplan. Voor een volledig overzicht van geplande acties wordt eveneens verwezen naar het mobiliteitsplan.

Maatregelen inzake ruimtelijke ontwikkelingen

Voor deze maatregelen wordt verwezen naar het mobiliteitsplan, de opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en de cluster Natuurlijke entiteiten van dit document.



Maatregelen ter ontwikkeling van de verkeersnetwerken

Actie MO.1: Maatregelen treffen ter verbetering van het openbaar vervoer (betere haltevoorzieningen).

Actie MO.2: Aanleggen van primaire en secundaire fietsroutes en andere maatregelen treffen die het gebruik van de fiets stimuleren (vb. plaatsen fietsenstalling).

Actie MO.3: Inrichten 70, 50 en 30 km/h zones.

Actie MO.4: Onderzoeken van de opportuniteit van de aanleg van een carpoolparking ter hoogte van de verkeerswisselaar nr 26.

Ondersteunende maatregelen

Actie MO.5: Informatiecampagne scholen verderzetten: schoolpooling, fietscolonnes.

Actie MO.6: Opmaken en verspreiden informatiebrochures fietsroutes.

Actie MO.7: Snelheidscontroles uitvoeren in combinatie met het gebruik van een snelheidsinformatiebord.

6.2Acties in het kader van de samenwerkingsovereenkomst


Actie MO.8: Milieutoetsing van het mobiliteitsplan.

Retie heeft een conform verklaard mobiliteitsplan en voert op niveau 1 daarom een jaarlijkse evaluatie uit van het mobiliteitsplan met daarbij een evaluatie naar de milieueffecten.

Op niveau 2 van de SO gebruikt de gemeente voor de 5-jaarlijkse milieutoetsing de fichepakketten uit de handleiding bij de cluster mobiliteit en volgt hiervoor de richtlijnen van de 5-jaarlijkse evaluatie in het kader van de mobiliteitsconvenant. Het resultaat is een toetsingsdocument met een overzicht van de werkwijze, knelpunten en aanbevelingen. Dit toetsingsdocument wordt voorgelegd aan de milieuraad en de gemeentelijke begeleidingscommissie.

Actie MO.9: Gedurende de samenwerkingsovereenkomst minstens 2 mobiliteitsacties uitvoeren.

Deze acties zijn het gevolg van de milieutoetsing van het mobiliteitsbeleid en kaderen in een visie. Het mogen geen zuivere mobiliteitsacties zijn. De link met het milieu moet duidelijk in de actie aanwezig zijn.



Actie MO.10: Uitwerken van minstens één milieuvriendelijk mobiliteitsproject.

Deze actie is een verplichting op niveau 2 van de SO. Het project vertrekt vanuit de knelpunten die aan het licht zijn gekomen door de milieutoetsing van het mobiliteitsplan en eventueel vanuit aanvullende analyses. Het project kadert in de module 15 van het mobiliteitsconvenant. De brochure “Voorbeelden milieu en mobiliteit” bevat een niet-limitatief overzicht van goede praktijken waaruit ideeën kunnen worden geput voor projecten in niveau 2.



Actie MO.11: Milieutoetsing voertuigenpark.

De gemeente zorgt voor een actualisatie van de inventaris van het wagenpark (aantal, type, brandstoftype, leeftijd, emissies,…) en voert hierop een gebruiksanalyse uit (hoe en waarom, afstanden, frequentie van gebruik, bezettingsgraad,…) (zie ook het programma ‘Milieutoetsing voertuigenpark’ in de bijlage van de handleiding van de SO).



Actie MO.12: Milieuvriendelijk vervoer eigen personeel.

Analyseren van het woon-werk- en dienstverplaatsingen binnen de gemeentelijke werking met als doel het om te buigen in de richting van duurzaam vervoer.

Uitvoeren van concrete acties om duurzaam verkeer te promoten.

Actie MO.13: Gerichte sensibilisatie rond milieu en mobiliteit naar de bevolking.

Deze actie begint bij de gemeente, die het goede voorbeeld geeft!

De gemeente neemt acties rond milieu en mobiliteit, waarbij naar de bevolking toe duidelijk wordt gecommuniceerd (actief en/of passief) rond de milieuaspecten van de acties. In het kader van haar voorbeeldfunctie zal de gemeente bij de sensibilisatieacties eraan toevoegen op welke manier zij het communicatieonderwerp toepast binnen de eigen gemeentelijke diensten of werking.

Deze actie vindt ook uitvoering in de acties MO.5, MO.6, MO.7.



Zie ook actie IN.2 (ondertekenen SO).

6.3Bijkomende acties


Actie MO.14: Milderen van het versnipperend effect van bepaalde wegen.

Door het verkeer op bepaalde wegen door al dan niet potentiële stilte-, groen- of rustgebieden te verminderen, wordt het versnipperend en storend effect van deze wegen terug gedrongen.

Een andere mogelijkheid is de wegeninfrastructuur op natuurvriendelijke manier inpassen in de omgeving zodat eveneens het versnipperende effect van de infrastructuur wordt verminderd.

Actie MO.15: Deelnemen aan de week van de zachte weggebruiker.

Sinds 1996 organiseert Komimo in samenwerking met de Vlaamse overheid elk jaar in mei de Week van de Zachte Weggebruiker. Tijdens deze week worden het fietsen en het te voet gaan gepromoot als deeloplossing voor het mobiliteitsprobleem. De Week van de Zachte Weggebruiker wil daarmee de weg vrijmaken voor een ander verkeersgedrag en een ander verkeersbeleid. Centraal hierbij staat de idee dat zowel overheden, maatschappelijke actoren, groepen als individuen hierin hun respectievelijke verantwoordelijkheid moeten opnemen. Concreet ondersteunt de Week van de Zachte Weggebruiker verschillende initiatieven rond verkeersleefbaarheid in stad en dorp. Aan de hand van voorbeeldacties wordt getimmerd aan een mens- en milieuvriendelijke mobiliteit, waarbij de toegankelijkheid en de bereikbaarheid van voorzieningen voor fietsers en voetgangers centraal staan.



Actie MO.16: Fietsvergoeding gemeentepersoneel verderzetten.

De aanmoedigingspremie voor fietsers is bedoeld om in het woon-werkverkeer de fiets te stimuleren.



Actie MO.17: Cursus energievriendelijk autorijden voor het gemeentepersoneel.

Het rijgedrag heeft een grote impact op het energieverbruik bij het autorijden. Zelfs al respecteert de weggebruiker de verkeersregels, dan nog verbruikt hij op landelijke en stedelijke wegen met een sportieve rijstijl 20 tot 50% meer brandstof dan met een gewone rijstijl. Behalve de rijstijl bepalen ook technische aspecten (bandenspanning, belading,…) het energieverbruik.

De gemeente kan voor haar personeel een cursus organiseren waarbij zowel de theorie als de praktijk van energievriendelijk en defensief autorijden aan bod komt.

Actie MO.18: Dienstfietsen.

Retie stelt reeds 1 fiets ter beschikking voor dienstverplaatsingen.

Gemeentepersoneel kan voor kleine dienstverplaatsingen beschikken over dienstfietsen. Iedere gemeentedienst of elk personeelslid kan er één aanvragen. Afhankelijk van de beschikbare voorraad worden de dienstfietsen geregeld verspreid. De fietsen blijven eigendom van de gemeente en de gebruikers, diensten of personeelsleden, gaan een bruikleenverbintenis aan met de gemeente.

Het is belangrijk dat het gemeentepersoneel de fietsen goed onderhoudt. De dienstfietsen zijn uitgerust met een gesloten kettingkast, degelijke en ruime fietstassen, gemakkelijk te bedienen versnellingen, een snel verplaatsbaar zadel en een achterlicht dat bij onvoldoende zichtbaarheid vanzelf gaat branden.



Zie ook actie HI.12.

7Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect




4.2 Sectorale doelstellingen vastleggen en uitvoeren in functie van de Vlaamse Kyoto-doelstelling voor CO², CH4, HFK’s, PFK’s en SF6

  • Stimuleren van rationeel energiegebruik in de residentiële sector

  • Reduceren van de uitstoot van broeikasgassen in de sector van handel en (openbare) diensten

  • Bewerkstelligen van een effectieve integratie tussen klimaat- en mobiliteitsbeleid.

Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen




4.3 Voor de sector verkeer en vervoer de VOS-emissies en de NOx emissies reduceren

  • Gebruik van milieuvriendelijke voertuigen en brandstoffen stimuleren

  • Een milieuvriendelijk rijgedrag bewerkstelligen

Thema 4: Verzuring




4.3 Huishoudelijke emissies reduceren

  • Sensibiliseringsacties verzuringsproblematiek

Thema 10: Hinder

Verstoring door geluid




4.2 Beperking van geluidshinder integreren in het beleid inzake ruimtelijke ordening en mobiliteit

  • Beleid stiltegebieden ontwikkelen en uitvoeren

Verstoring door geur




4.3 Ondersteunen van het beleid

  • De samenwerkingsovereenkomst met gemeenten en provincies opvolgen en bijsturen

  • Sensibiliseringscampagnes ondersteunen en voeren

Thema 11: Versnippering




4.2 Verwijderen of milderen van het versnipperend effect voor zoveel mogelijk bestaande (prioritaire) versnipperde elementen

  • Proefprojecten inzake het tijdelijk autoluw maken van gebieden door bundeling van verkeersstromen




4.3 Bevorderen van de migratiemogelijkheden van dieren en planten door ecologische versterking van de landschapsstructuur tussen leefgebieden

  • Aanleg en verbetering van randzones op de grens van ecologisch waardevolle biotopen en aangrenzend cultuurlandschap in relatie tot migratie en dispersie




PROJECT 29: milieu en mobiliteit

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • H 1.1.2: Bemonsteren van potentiële stiltegebieden in de provincie Antwerpen

  • D 1.1.5: Duurzame energie

  • D 2.1.4: Sensibilisering rond rationeel energiegebruik

  • M 1.1.1: Uitvoeren van een toetsing van het mobiliteitsbeleid

  • M 1.1.2: Milieu-impact van mobiliteit door het eigen bestuur verminderen

  • M 1.2.1: Ondersteunen van de gemeenten bij de cluster mobiliteit


1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina