Mei 2005 colofon intercommunale Ontwikkelingsmaatschappij voor de Kempen (iok) Antwerpseweg 1, 2440 Geel tel: 014/58 09 91 – fax 014/58 97 22 opdrachtgever: Gemeentebestuur Retie project: Opmaak milieubeleidsplan projectteam: Intercommunale Milieudienst



Dovnload 1.37 Mb.
Pagina9/17
Datum20.08.2016
Grootte1.37 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   17

VIIICluster Energie

1Inleiding


Het groeiend energieverbruik heeft zeer nadelige gevolgen voor het milieu. Gekende milieuthema’s als het broeikaseffect, fotochemische verontreiniging, de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen en verzuring hebben een rechtstreekse link met het hoge energieverbruik. Daar tegenover staat het feit dat het Westers comfort grotendeels afhankelijk is van dit hoge energieverbruik. De uitdaging bestaat er dus uit het verbruik aan energie terug te schroeven zonder implicaties voor levenskwaliteit. Dit idee vertaalt zich in het rationeel gebruik van energie, kortweg REG. Voorbeelden van REG zijn het beter isoleren van huizen, energiezuinig omgaan met energiezuinige systemen, … . Een andere, complementaire oplossing, is meer gebruik te maken van de zogenaamde groene energie (vb. zonne- en windenergie), een energiebron die niet alleen minder vervuilend is maar tevens hernieuwbaar.

De talloze voorbeelden van REG en groene energie vragen in de eerste plaats een mentaliteitswijziging bij de energieverbruiker. De voorbeeldfunctie van de overheid is daarvoor een ideaal instrument. Vooral lokale overheden kunnen ervoor zorgen dat REG een vanzelfsprekendheid wordt en dat de bevolking vertrouwd geraakt met groene energie.


2Wettelijk kader


  • Besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002 inzake de openbare dienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik.

  • Besluit van de Vlaamse regering van 26 september 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002 inzake de openbare dienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik.

  • Besluit van de Vlaamse regering van 26 maart 2004 tot vaststelling van de openbare dienstverplichting, opgelegd aan de netbeheerders met betrekking tot de openbare verlichting.

  • Decreet van 2 april 2004 tot vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in het Vlaamse Gewest door het bevorderen van het rationeel energiegebruik, het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de toepassing van flexibiliteitsmechanismen uit het Protocol van Kyoto.

3Actuele toestand/knelpunten van de gemeente


Retie voert reeds een bewust maar ook realistisch energiebeleid en heeft daarom de cluster Energie in de samenwerkingsovereenkomst op niveau 1 ondertekend. Zo onderhoudt de gemeente een energieboekhouding waarin het energieverbruik van alle gemeentelijke gebouwen wordt opgevolgd. Toch werden deze gegevens nog niet gebruikt voor een grondige analyse van het energieverbruik, zodat vb. het resultaat van energiezuinige maatregelen kan worden aangeduid. De gemeente rekent hiervoor op de ondersteuning van GeDIS (Gemeentelijk Samenwerkingsverband voor Distributienetbeheer, t.t.z. de intercommunales van de vroegere 'gemengde' sector).

Een energieaudit werd uitgevoerd in de gemeentelijke basisschool en de sporthal, wat in de school leidde tot de vernieuwing van de verwarmingsinstallatie door een condensatieketel. Ook werd de beglazing aangepast, de zolder geïsoleerd en werd de verlichting energiezuinig gemaakt (spaarlampen). Alle andere gebouwen worden verwarmd met gas, met uitzondering van het mortuarium dat nog elektrisch verwarmd wordt.

Ook de openbare verlichting in Retie werd reeds energiezuinig gemaakt door vervanging van de armaturen en het instellen van een energiebewust regime (slechts 1/3de van de verlichting blijft branden na 23.00h).

Hoewel Retie het Hoofd technische dienst heeft aangeduid als energiecoördinator, ervaart deze die bijkomende taak in de eerste plaats als een extra belasting die hem werd opgelegd. Beter zou het zijn deze taak te laten invullen door de duurzaamheidsambtenaar, die ook meer betrokken is bij dit thema.

De gemeente heeft geen premies/subsidiereglementen inzake REG of hernieuwbare energie, maar maakt regelmatig de acties van GeDIS bekend.

Recent heeft het gemeentebestuur van Retie via GeDIS een aanbesteding gedaan voor levering van elektriciteit voor de eigen gebouwen en installaties (vb. openbare verlichting, enz.). De levering werd toegewezen aan SPE nv. Het gaat om een overeenkomst van 2 jaar. Bij deze aanbesteding werd echter geen voorwaarde opgenomen omtrent het aandeel groene energie.

Wel zijn er op grondgebied van Retie plannen omtrent het plaatsen van windmolens voor de productie van groene energie. Als eerste stap werd daarvoor een Quickscan Windenergie uitgevoerd in en rondom Retie. Het instrument quickscan windenergie maakt een snelle zoektocht naar geschikte locaties voor windenergie mogelijk. Schoonbroek werd door deze analyse aangeduid als geschikte locatie. De volgende stappen moeten nog gezet worden.

4Visie/doelstellingen


De gemeente verbindt er zich toe een beleid te voeren dat erop gericht is om aan de hand van haar energiebeleid het milieu zo weinig mogelijk te belasten. Tegelijk onderneemt ze acties en maatregelen naar haar bewoners of doelgroepen toe om een gelijkaardig gedrag te stimuleren. Hierbij wordt aandacht besteed aan de volgende aspecten:

  • duurzaam energiebeleid;

  • rationeel energiegebruik ter vermindering van de CO2 – uitstoot;

  • hernieuwbare energiebronnen, groene energie.

Belangrijk is dat de gemeente een voortrekkersrol opneemt.

5Actieplan

5.1Acties in het kader van de samenwerkingsovereenkomst


Actie EN.1: Verder ondersteunen van de activiteiten van de energiecoördinator.

Hoofd technische dienst is momenteel aangesteld als energiecoördinator. Het takenpakket zal in 2004 worden samengesteld (vb. inzamelen van gegevens, alle initiatieven nodige inzake energieboekhouding en het energiezorgsysteem evenals de communicatie, intern en extern).

Retie overweegt de taak van energiecoördinator over te hevelen van het Hoofd technische dienst naar de duurzaamheidsambtenaar. Deze persoon staat in voor de coördinatie van diverse projecten rond rationeel energiegebruik.

Actie EN.2: Opmaken (of actueel houden) van een inventaris van de entiteiten met een bepaald elektriciteit- en brandstofverbruik.

De gemeente maakt een inventaris op van alle entiteiten, waarbij zij het elektriciteit- en brandstofverbruik per entiteit vermeldt. Hiervoor kan zij gebruik maken van het rekenblad ‘Inventaris gebouwen’ dat als bijlage is terug te vinden in de handleiding ‘Energiezorg lokale overheden’. Entiteiten met een jaarlijks elektriciteitsverbruik beneden de 17.000 kWh of een jaarlijks warmteverbruik lager dan 50.000 kWh (50.000 kWh verwarming komt overeen met 180 GJ of ongeveer 5000 m³ gas) moeten niet opgenomen worden in de inventaris. Aan de hand van de inventaris wordt een prioriteitenlijst van te boekhouden gebouwen opgemaakt. Indien dit reeds gebeurd is en er zijn geen wijzigingen opgetreden volstaat een verwijzing naar het milieujaarprogramma waarin dit werd gerapporteerd.



Actie EN.3: Verder bijhouden van de energieboekhouding.

Energieboekhouding wordt opgevolgd in alle gemeentegebouwen. Maandelijks wordt het water-, elektriciteit- en gasverbruik genoteerd door de gebouwverantwoordelijken. De verbruiken van voorgaande jaren worden vergeleken met huidige data zodat ongewone verbruiken opgespoord kunnen worden. Op basis van deze resultaten wordt er een overzicht opgesteld van de gedetecteerde knelpunten.

De gemeente zet de energieboekhouding verder voor gemeentelijke entiteiten. Deze energieboekhouding omvat alle entiteiten met een jaarlijks elektriciteitsverbruik boven de 17.000 kWh of een jaarlijks warmteverbruik hoger dan 50.000 kWh (50.000 kWh verwarming komt overeen met 180 GJ of ongeveer 5000 m³ gas), met een minimum van 1 entiteit per aangesneden schijf van 8000 inwoners (6000 inwoners op niveau 2).

Praktisch houdt de energieboekhouding in: maandelijkse inventarisatie, ontwikkelen van software voor de verwerking, analyse en rapportering van de gegevens, analyse van het normale verbruik en signaleren van abnormale verbruiken, jaarlijks energieverslag.

Er zal worden overlegd met consulent GeDIS en de gemeentelijke diensten inzake mogelijke en technisch haalbare oplossingen bij vaststelling van knelpunten.

Actie EN.4: Energetisch optimaliseren van de gemeentelijke entiteiten.

De gemeente werkt rond het energetisch optimaliseren van haar entiteiten, waarbij zij voorrang geeft aan knelpunten die naar voren zijn gekomen bij de energieboekhouding en/of energieaudits. In het bijzonder schenkt zij aandacht aan knelpunten die zij op een relatief eenvoudige en op een economisch haalbare manier kan verhelpen. Hierbij heeft zij aandacht voor organisatorische, technische en gedragsmaatregelen.

Deze actie zal uitvoering kennen in volgende gebouwen: het gemeentehuis, het OCMW-gebouw, de gemeenteschool en de sporthal (vb. bij opzetten alarm ook automatisch doven van alle lichten, verwarming op minimale temperatuur, verschillende tellersom buitensporig verbruik onmiddellijk te melden, …).

In de aanbouw van het gemeentehuis zal zo veel mogelijk gewerkt worden met spaarlampen en zal de verwarming gebeuren met 2 condensatieketels.

Voor bijkomende inspanningen worden de resultaten van de reeds uitgevoerde en geplande maatregelen afgewacht.

Actie EN.5: Sensibiliseren rond rationeel energiegebruik.

Er is een overleg met de gebouwverantwoordelijken over het gemeten energieverbruik en mogelijkheden om het verbruik in te perken. Daarnaast sensibiliseert de gemeente haar personeel en de bevolking d.m.v. een tentoonstelling, een infoavond, via het infoblad en brochures en het verspreiden van een wekelijkse duurzaamheidstip.

Ter ondersteuning van het beleid rond duurzaam energiegebruik neemt de gemeente zelf een voortrekkersrol op. Daartoe zal zij jaarlijks minstens één sensibilisatieactie (actief of passief) voeren binnen de eigen gemeentelijke/stedelijke diensten of werking waarin zij het onderwerp duurzaam energiegebruik toepast.

De gemeente onderneemt jaarlijks minstens één sensibilisatieactie (actief of passief) naar de burgers of andere doelgroepen toe over duurzaam energiegebruik.

De gemeente vermeldt in het milieujaarprogramma of zij samenwerkt met de netbeheerder. Er zal een samenwerking komen met GeDIS inzake de energieboekhouding, het energiezorgsysteem en REG.

Actie EN.6: Screenen en aanpassen van bestaande gemeentelijke lastenboeken.

Lastenboeken werden zoveel mogelijk aangepast in functie van duurzame omgang met grondstoffen en energie.

Op dit niveau moet in de uitwerking van een energiezorgsysteem ook de screening en aanpassing van bestaande gemeentelijke lastenboeken met betrekking tot energie-efficiëntie zowel voor renovatiewerken als bij nieuwbouw uitgevoerd worden. Indien dit reeds gebeurd is en er zijn geen wijzigingen opgetreden volstaat een verwijzing naar het milieujaarprogramma waarin dit werd gerapporteerd.

Actie EN.7: Voortrekkersrol opnemen rond hernieuwbare energie.

Ter ondersteuning van haar beleid rond hernieuwbare energie (actieve en passieve zonne-energie, windkracht, …) neemt de gemeente zelf een voortrekkersrol op. Daartoe zal zij jaarlijks minstens één actie uitvoeren binnen de eigen gemeentelijke diensten of werking waarin zij hernieuwbare energie toepast. De actie kan zowel een sensibilisatieactie (actief of passief) als een concrete actie op het terrein (plaatsen van passieve of actieve zonnepanelen, hoogrendementsketel, doorgedreven isolatie…) omvatten. Gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 wordt er minstens één concrete actie op het terrein uitgevoerd.

Bovendien onderneemt de gemeente jaarlijks minstens één actie naar de burgers of andere doelgroepen toe over hernieuwbare energie. De actie kan zowel een sensibilisatieactie (actief of passief) als een concrete actie op het terrein (opstellen subsidiereglement duurzaam energiegebruik, vormingssessies…) omvatten. Gedurende de looptijd van de samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 wordt er minstens één concrete actie op het terrein uitgevoerd.

5.2Andere acties

5.2.1Energiezorg

Actie EN.8: Organiseren energieoverleg met gebouwverantwoordelijken.

Bij gelegenheid (minstens jaarlijks) worden alle gebouwverantwoordelijken samengeroepen en overleggen ze over het energieverbruik in de gebouwen en hoe het energieverbruik kan verminderd worden.



Actie EN.9: Toepassen K45 bij gemeentelijke (ver)nieuwbouw.

Het K-peil van een gebouw is een norm voor de isolatiegraad van dit gebouw. Met het toepassen van K45 voldoet de gemeente reeds aan de toekomstig wettelijk opgelegde minimum isolatiegraad (K45).



Actie EN.10: Verbannen van elke vorm van elektrische verwarming in gemeentelijke gebouwen.

Actie EN.11: Uitvoeren van een energieaudit.

Uitvoeren van een energieaudit indien blijkt uit de boekhouding dat er problemen zijn. Op basis van de audit worden de problemen gelokaliseerd en aangepakt.



Actie EN.12: Jaarlijks opstellen van een energienota.

Jaarlijks opstellen van een energienota die, aan de hand van de resultaten van de energieboekhouding, aangeeft welke maatregelen genomen zullen worden ter beperking van het energieverbruik.



Actie EN.13: Audit verwarming.

HVAC staat voor Heating, Ventilation, Airconditioning. Een modernisering van de HVAC-installatie heeft tot doel om minder energie te verbruiken.

Een HVAC-audit omvat gedetailleerde berekeningen die een juist overzicht geven van de besparingen die mogelijk zijn op energie- en onderhoudskosten. Tevens toont ze wat het totale investeringsbedrag is van een modernisering van de installatie voor een bepaald comfortniveau.

Actie EN.14: Integreren van energieaspect in het lokale ruimtelijk structuurplan.

Onder zongericht verkavelen verstaat men het op die manier indelen van percelen zodat een optimaal gebruik van de zon mogelijk wordt. Er kan daarbij een onderscheid gemaakt worden tussen passieve en actieve zonne-energie.

Bij het passieve gebruik van zonne-energie staat de optimale noord-zuidoriëntatie van de woning centraal. Met grote ramen of een veranda op het zuiden kan veel warmte en licht worden binnengehaald. Door het glasoppervlak aan de noordkant van een huis te beperken, blijven de energieverliezen beperkt. Dat kan ondersteund worden door het gebruik van hoogrendementsglas. Door de gerichte toepassing van passieve zonne-energie kan men tot 10% besparen op verwarmings- en verlichtingskosten.

Actieve zonne-energie omvat het gebruik van zonneboilers of fotovoltaïsche cellen.

Bij het afleveren van de verkaveling- en bouwvergunning is de oriëntatie van de woningen naar de zon dan ook een belangrijk criterium, met een niet te onderschatten weerslag in kwestie het gebruik van zonne-energie gedurende de volledige levensduur van de gebouwen. In het Bijzonder Plan van Aanleg van verkavelingen, bedrijventerreinen en kantoorparken worden richtlijnen met betrekking tot de indeling en oriëntatie van de kavels, bouwhoogten en gebouwafstanden opgenomen die de optimale toepassing van zonne-energie bewerkstelligen.

Actie EN.15: Werken aan de voorbeeldfunctie van de gemeente inzake REG.

Bij alle nieuwbouwprojecten of verbouwingen door of in opdracht van het gemeentebestuur, systematisch de principes van energiezuinig bouwen toepassen (zie ook actie VS.2 en EN.9). Een concreet uitgewerkt project waar de gemeente deze principes toepast, is de installatie van een duurzaam systeem om de lucht in het nieuwbouwproject van het gemeenschapscentrum te verwarmen en te koelen. Een ondergronds buizensysteem zorgt ervoor dat aangezogen buitenlucht opwarmt of afkoelt door de constante bodemtemperatuur. Het principe is vrij eenvoudig. Op ongeveer twee meter onder de grond zitten betonnen buizen met een diameter van zestig centimeter en een totale lengte van veertig meter. Het systeem zuigt de buitenlucht naar de vrij constante temperatuur van de ondergrond. De zomerse buitenlucht koelt onder de grond af en de winterse lucht warmt dan weer op. Op deze manier kan dit systeem de hele zaal bij warme dagen laten koelen. Voor de verwarming kan de gemeente 23 procent van de aardgaskosten besparen. Het systeem is niet alleen erg milieuvriendelijk, maar vooral ook kostenbesparend voor de uitbater. Op vijf jaar tijd wordt de installatiekost terug verdiend.

Daarnaast kunnen ook kleinere maatregelen uitgevoerd worden. Onderscheid maken tussen nacht- en dagtemperatuur: in ongebruikte ruimten wordt gekozen voor een lage temperatuur of geen verwarming. Lokalen, werkplaatsen, … worden regelmatig verlucht zodat schimmel en vochtproblemen voorkomen worden. Een droog lokaal verwarmen kost minder energie. Voor de lokalen verlucht worden, wordt de verwarming uitgeschakeld. Aanwenden van energiezuinige kantoormaterialen zoals computers, printers, rekenmachines op zonnecellen, … (zie ook milieuverantwoord productgebruik in cluster Vaste stoffen).

5.2.2Hernieuwbare energie

Actie EN.16: Aankoop signalisatie op zonne-energie.

Voor de uitvoering van deze actie wordt gedacht aan de verlichting van nieuwe informatieborden (vb. stratenplan Retie). Voor dergelijke toepassingen met een beperkt energieverbruik en relatief grote afstand tot het elektriciteitsnet, is het gebruik van fotovoltaïsche voeding misschien een goed alternatief. De plaatsingskosten ervan zijn veel lager dan bij gewone toepassingen met elektrische bekabeling, waarbij men het voetpad moet openbreken om een aansluiting te maken met het elektriciteitsnet. De procedure om een plaatsingsvergunning te krijgen is daardoor ook minder omslachtig. Bovendien zijn zulke toepassingen ook een symbool van het lokale duurzame energiebeleid.



Actie EN.17: Zonnethermisch systeem in overheidsgebouw.

Gemeentelijke gebouwen met een hoog en gelijkmatig warmwaterverbruik lenen zich zeer goed voor het gebruik van zonthermische systemen. Door het gebruik van dergelijke systemen in sporthallen, zorginstellingen, scholen, … kan de gemeente een voortrekkersrol spelen.



Actie EN.18: Energiebeleidsplan met betrekking tot hernieuwbare energie.

De activiteit wil een duidelijke visie en planning uitwerken met betrekking tot het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en de productie van milieuvriendelijke energie op het grondgebied van de gemeente.

Het strategische plan heeft als doel inzicht te verwerven in de mogelijkheden en de voorwaarden voor de implementatie van hernieuwbare energie in de gemeente. Het strategische plan legt de ambities van de gemeente vast en bepaalt het potentieel voor hernieuwbare energieproductie binnen elk van de doelgroepen:


  • huishoudelijke sector;

  • bedrijven;

  • gemeentelijke infrastructuur.

Voor elk van deze doelgroepen worden de meest efficiënte maatregelen tot stimulering van hernieuwbare energieproductie opgezocht en wordt een actieplan uitgewerkt.

Actie EN.19: Realisatie van hernieuwbare energieprojecten.

Voor deze actie wordt gedacht aan de realisatie van een klein windmolenpark in Schoonbroek.

Lokale overheden kunnen een voortrekkersrol spelen door zelf projecten van hernieuwbare energie te realiseren of ondersteuning te bieden bij projecten die gerealiseerd worden door inwoners of bedrijven.

Energieopwekking uit zon, wind of water kan een belangrijke impact hebben op landschap, natuur en leefbaarheid. Bij het toewijzen van een aanbesteding mogen daarom niet enkel financiële criteria een rol spelen, maar moet ook voldoende aandacht gaan naar mogelijke milieuhinder.

Er moeten ook voldoende participatiemogelijkheden voor de bevolking worden ingebouwd. Informatie en overleg zijn immers cruciaal voor de aanvaarding. Daarnaast kan de lokale overheid haar inwoners uitnodigen om te participeren in de projecten en de energiewinsten te delen. Ze kan aandelen voorbehouden voor de eigen inwoners, waardoor ze de kans krijgen ethisch te investeren in een duurzaam gemeentebeleid. Bovendien leidt betrokkenheid bij duurzame energieprojecten tot een spaarzamer energieverbruik.

De gemeente kan coöperaties van inwoners ondersteunen door actief op zoek te gaan naar vestigingsplaatsen en de coöperatieve uitbating vanaf de start van het project als criterium naar voor te schuiven.

Voor de brede verspreiding van hernieuwbare energie is een versterking van het draagvlak bij de bevolking noodzakelijk.

Actie EN.20: Opvolgen van hernieuwbare energieinitiatieven.

Bestaande of nieuwe installaties m.b.t. hernieuwbare energie op gemeentelijk grondgebied worden opgevolgd naar efficiëntie, blijvende toepassing, kosten en gebruikskwaliteiten. Dit zal gebeuren voor het energiezuinig verluchting- en verwarmingssysteem dat zal worden toegepast in het nieuwbouwproject van het gemeenschapscentrum (zie EN.15).


5.2.3Informatie en sensibilisatie van eigen personeel

Actie EN.21: Bezoek organiseren naar Isotopolis te Dessel en het Centrum voor Duurzaam Bouwen.

Actie EN.22: Opleiding REG voor ambtenaren van de gemeente.

De opleiding richt zich tot de leden van de gemeentelijke milieuadviesraad, gemeenteraadsleden en gemeentelijke ambtenaren. Ze heeft tot doel het gemeentepersoneel te motiveren om op een rationele manier met energie om te springen en zo een voorbeeldfunctie te vervullen voor de bevolking.

Een opleidingsprogramma behandelt o.m. de volgende thema's:


  • mogelijkheden voor een gemeente om rationeel energiebeheer door te voeren bij de eigen gebouwen, wagenpark en/of openbare verlichting;

  • mogelijkheden van "alternatieve" conventionele technieken (warmtekrachtkoppeling, warmtepompen,…);

  • mogelijkheden van hernieuwbare energiebronnen (zonne- en windenergie);

  • optimalisering van (gemeentelijke) reglementen en premies.
5.2.4Informatie en sensibilisatie van de bevolking en doelgroepen

Actie EN.23: Varia aan sensibiliserende activiteiten uitvoeren.

Sensibiliseringscampagne om de verenigingen die gebruik maken van gemeenschapslokalen, bewust te maken hoe ze kunnen meewerken aan REG en RWG. Dit gebeurt via informatie en overlegvergaderingen waar de conclusies van de meetcampagne besproken wordt en waar gepeild wordt naar hun reactie op de door het beleid voorgestelde energie- en waterbesparingsmaatregelen. Verder sensibilisatie via gemeentelijk infoblad, website.



Actie EN.24: Actief sensibiliseren m.b.t. de energieprestatieregelgeving.

Actie EN.25: Ondersteunen van Ecoteams.

Een Ecoteam is een groep van een tiental huisgezinnen, dat met behulp van een werkboek en met ondersteuning van een Ecoteamgids gedurende zeven maanden vrijwillig werken aan een meer duurzame levensstijl. Het is een initiatief van Ecolife.

In acht bijeenkomsten werken de deelnemers rond diverse praktische tips die leiden tot een besparing van water en elektriciteit, vermindering van afval, een milieuvriendelijker koopgedrag, zuiniger verwarmen en een verstandig gebruik van vervoermiddelen. Om na te gaan of de inspanningen daadwerkelijk iets uithalen, meten de gezinnen bijvoorbeeld hoeveel afval ze op de stoep zetten, hoeveel water het huis in en uit stroomt en hoeveel elektriciteit er wordt verbruikt. Uiteraard raakt men extra gemotiveerd als men merkt dat met weinig moeite en zonder verlies van comfort de verbruikscijfers gaan dalen.

Ecoteams beginnen in Vlaanderen een begrip te worden. In Vlaanderen besparen mensen die aan een Ecoteam hebben deelgenomen gemiddeld 12 % elektriciteit en water. Het restafval wordt met 30% verminderd.

De lokale overheid is goed geplaatst om de organisatie van Ecoteams te ondersteunen en te promoten naar de inwoners.

Actie EN.26: Energiewijken.

De gemeente daagt gezinnen uit om 10% energie te besparen tijdens het stookseizoen. De deelnemende gezinnen krijgen hierbij steun van de gemeente.

De gemeente zoekt telkens 50 gezinnen in Retiese wijken/deelgemeenten die willen deelnemen aan het project 'Energiewijken'. Deze 50 gezinnen vormen samen een ‘Energiewijk’. Zij proberen samen om tijdens het komende stookseizoen tussen 1 november en 28 februari, tien procent energie te besparen ten opzichte dezelfde periode van het vorige jaar.

Het project wil aantonen dat je door energiezuinig gedrag en kleine aanpassingen aan de woning al veel geld en energie kan besparen. Niet alleen het milieu wint erbij, maar ook de deelnemende gezinnen. Zij krijgen een startpakket met spaardouchekop en spaarlamp, kunnen jaarlijks 125 euro op hun energiefactuur besparen en maken kans op een wijkprijs van 5.000 euro.



Actie EN.27: Demonstratie van technologieën voor energie-efficiëntie of duurzame energie ter sensibilisering van particulieren.

In een openbaar gebouw wordt een technologie voor energie-efficiëntie of duurzame energie toegepast die ook in de particuliere woningen kan worden gebruikt. De installatie wordt dan ook opengesteld voor bezoek door de inwoners.



Actie EN.28: Sensibilisering van architecten en installateurs voortzetten.

De kennis van architecten en installateurs over REG en hernieuwbare energie is vaak nog ondermaats. De lokale overheid kan deze tussenpartijen ertoe aanzetten meer aandacht te besteden aan energiezuinige ontwerpen. Dat kan onder meer gebeuren via brochures, informatievergaderingen of een mailing.

Naast algemene informatie over REG en hernieuwbare energie kan de sensibilisering betrekking hebben op subsidiereglementen en specifieke reglementeringen voor de ruimtelijke ordening.

5.2.5Premies

Actie EN.29: Belonen van energiebespaarders.

Energiebesparing moet aangemoedigd worden. Een wedstrijd uitschrijven om de beste energiebespaarder op te sporen kan daartoe een zeer efficiënte sensibiliseringsmaatregel zijn (“energiekampioen”).


5.2.6Energiebesparing via mobiliteit

Voor energiebesparende maatregelen via de mobiliteit wordt verwezen naar de cluster Mobiliteit van dit plan. Volgende acties uit die cluster komen ook voor de cluster Energie in aanmerking: zie MO.11, MO.17.

6Link met milieubeleidsplannen van hogere overheden


Link met Vlaams milieubeleidsplan 2003 – 2007

DEEL 2: THEMABELEID

Thema 2: Verandering van het klimaat door het broeikaseffect




4.1 Strategische onderbouwing Vlaams klimaatbeleid

  • Inventarisatie en prognoses van broeikasgasemissies optimaliseren




4.2 Sectorale doelstellingen vastleggen en uitvoeren in functie van de Vlaamse Kyoto-doelstelling voor CO2, CH4, HFK’s, PFK’s en SF6

  • Bevorderen van duurzame vormen van energievoorziening in Vlaanderen

  • Stimuleren van rationeel energiegebruik in de residentiële sector

  • Reduceren van de uitstoot van broeikasgassen in de sector van handel en (openbare) diensten

  • Bewerkstelligen van een effectieve integratie tussen klimaat- en mobiliteitsbeleid.

  • Afstemmen van de wisselwerking tussen het bos- en klimaatbeleid

Thema 3: Verontreiniging door fotochemische stoffen




4.3 Voor de sector verkeer en vervoer de VOS-emissies en de NOx emissies reduceren

Thema 4: Verzuring




4.3 Huishoudelijke emissies reduceren

  • Vervanging van verwarmingsinstallaties (branders en ketels)

  • Sensibiliseringsacties verzuringsproblematiek




4.4 Gebiedsgerichte aanpak

Thema 6: Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen




4.1 Uitvoering maatregelenprogramma’s metalen, dioxines, PAK’s en bestrijdingsmiddelen

  • Maatregelenpakket gebouwenverwarming uitvoeren

Link met provinciaal milieubeleidsplan 2003 – 2007

  • D 1.1.5: Duurzame energie

  • D 2.1.4: Sensibilisering rond rationeel energiegebruik

  • M 1.1.1: Uitvoeren van een toetsing van het mobiliteitsbeleid

  • M 1.1.2: Milieu-impact van mobiliteit door het eigen bestuur verminderen


1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina