Mens-, gods- en wereldbeeld 3



Dovnload 201.81 Kb.
Pagina1/7
Datum22.07.2016
Grootte201.81 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7

Mens-, gods- en wereldbeeld 3

1. Algemene bedenkingen 3



Mensbeeld 3

Godsbeeld 5

Wereldbeeld: 5

de utopie 6

1. Begrip 6

2. Definitie en gemeenschappelijke kenmerken 6

3. geschiedenis 7

4. Typologie 8

5. bekende utopieën en dystopieën 9

6. conclusie 9

Godsdienstoorlogen: Europa 10

1) Frankrijk 10



1. Kampen tot 1590 10

2. Spanningen tussen Hugenoten en Katholieken 11

3. Bartholomeusnacht (1572) 11

4. Drie Hendrikkenoorlog 11

5. Hendrik IV 12

6. Lodewijk XIII en Richelieu 12

2) Engeland (1550-1650) 13



1. Katholieke zuivering 13

2. Elizabeth (1558-1603) 13

3. Oorlog met Spanje 15

3) De Nederlanden en Spanje: tachtigjarige oorlog (1568-1648) 16



1555: troonsafstand Karel V 16

1. voorgeschiedenis 16

2. Oorzaken van de opstand der Nederlanden 16

3. Aanleiding van de opstand 18

4. De opstand: tachtigjarige oorlog (1568-1648) 19

5. De Zuidelijke Nederlanden en de Noordelijke Nederlanden 20

4) Het Duitse rijk 21



Frankrijk: vorstelijk absolutisme 21

1) De voorbereiding was gemaakt... 21

2) Lodewijk XIV: de zonnekoning 21

3) Lodewijks beleid: binnen- en buitenland 23

4) Lodewijks opvolgers: de erfenis (18de eeuw) 23

Engeland: vorstelijk absolutisme 24

1) De Stuarts 24



1. James Stuart 24

2. Karel I 24

2) burgeroorlog 24

3) De restauratie: monarchie hersteld 25

1. Karel II 25

4) Glorious Revolution (1688-1689) 25



1. James II 25

2. Willem III van Oranje 25

5) Engeland in de 18de eeuw 25



1. Dynastie van Hannovers 25

3 grootmachten in wording: Oostenrijk, Pruisen, Rusland 26

1. Oostenrijk 26

2. Pruisen 26

3. Rusland 26



Sociaal-economische evolutie (1500-1750) 26

1) Resistanten van middeleeuwse organisatie van de samenleving 26



1. landbouw 26

2. industrie/nijverheid 26

3. standenmaatschappij 27

2) landbouw 27

3) demografische evolutie 27

4) industrie 28

5) Handel 28

Verlichting 30

1) Enkele Verlichte denkers (18e eeuw) 30



1. Jean Jaques Rousseau 30

2. Montesquieu 30

3. Voltaire 30

“Wat is Verlichting?” 30

De Verlichting op hol geslagen 31

1) Spanningen met cultuur (traditie, geloof, opinies, meningen, gewoonten en gebruiken) 31

2) Spanningen met zichzelf: dialectiek van de Verlichting (Horkheimer en Adorno) 34



De Franse revolutie (1789) 35

Napoleon 35


Mens-, gods- en wereldbeeld

Evolutie tijdens het ancien régime (12e/13e eeuw - eind 18e eeuw)

(zie extra document)

1. Algemene bedenkingen


- De middeleeuwer heeft geen ‘beeld’ van mens, God of wereld (M. Heidegger): vereist reeds afstandelijkheid. De wereld is voor de middeleeuwer geen beeld. Een beeld is afstandelijk, er is afstand nodig. Voor de middeleeuwer is er geen afstand.

- Klassieke visie:

middeleeuwen nieuwe tijd

↓ ↓


Theocentrisme (God centraal) antropocentrisme (mens centraal)

MAAR: complexer, meer genuanceerd (het is een rivier, geen worst)





Mensbeeld





  • 12e-13e eeuw:

  • De middeleeuwer gebruikt het woord ‘natura’  schepping

Bij schepping ga je ervan uit dat er een plan achter zit.

Franciscus van Assisi: Zonnelied

 Welk woord is opvallend afwezig?

‘ik’


 Hoe ziet Franciscus zijn positie tegenover de natuur of de schepping?

- hij is een onderdeel van de schepping.

- overal mee verbonden



  • 14e eeuw:

Petrarca:

  • Verschillen tussen Franciscus van Assisi en Petrarca:

 Franciscus (natuurervaring): schoonheid van de schepping en God

 Petrarca (natuurervaring): - over zichzelf en uitzicht

- introspectie: binnen zichzelf kijken

 AFSTAND: top van de berg, Petrarca kijkt neer op de natuur.





  • 15e eeuw:

  • heilige Drievuldigheid: 1e schilderij in de westerse cultuur dat een perfect wiskundig dieptezicht laat zien.

  • Doorbraak is maken van afstand door dit soort schilderijen kan de wereld voor het eerst een beeld vormen dat …

 m.a.w. meer afstand t.o.v. de wereld en zichzelf.  je staat buiten het beeld, je maakt er geen deel van uit.

  • Deze stap is nodig geweest om van schepping tot natuur te komen. De verandering van de kunst verandert heel de mentaliteit van de mens.

AFSTAND stijgt = individualiseringsproces

- Petrarca is eenzaam. Hij voelt zich minder verbonden met de schepping Franciscus is wel verbonden met de schepping.

- Waarom is Descartes verder in het individualiseringsproces?

 De basis van alle kennis ligt in het ‘ik’



1e axioma: denkende ik

2e axioma: GOD bestaat

Descartes leidt het bestaan van God af uit de zekerheid van ik. In ‘denkende ik’ ligt de basis van de menselijke kennis.



  • 17e eeuw:

  • Hij wil een zeker vertrekpunt van kennis (=axioma).

Zijn methode zal zijn: radicale twijfel (aan alles twijfelen tot hij een zeker punt vindt.)

De twijfel kan niet twijfelen aan de twijfel (= hij is zeker van 1 ding waar hij zeker van is). Twijfelen is een vorm van denken. De zekerheid = ‘ik denk’ (=axioma) dus ik ben.

Denken leidt ook niet tot zekere kennis (zoals dromen – echte wereld)


  • 18e eeuw:

  • Iets is pas kenbaar als het door de mens tot een kennisobject gestructureerd wordt. De mens ontwerpt tot op zekere hoogte de werkelijkheid.



Godsbeeld





  • 12e-13e eeuw:



  • *1: argumenten:

  1. bedevaart  niet de aankomst, maar de weg ernaartoe telt.

  2. in de middeleeuwse literatuur speelt de weg een belangrijke rol.

vb. - beklimming petrarca mons Ventoux

Dante: de goddelijke komedie = reisverhaal: hel  vagevuur  paradijs (belangrijk middeleeuws werk).



  1. middeleeuwse filosofie van Thomas van Aquino: 5 godsbewijzen (A: Latijn: Quinque viae) Hij wil 5 wegen schetsen waarlangs de mens met z’n denken dichter bij God kan komen.

Relatie Franciscus tussen God en de schepping:

- Je loopt op de heide, spoor in het zand.

- reactie: 1. er is een dier geweest.

2. je gaat het spoor volgen, proberen het dier te vinden.

Heel de schepping is voor Franciscus dat spoor. Voor Franciscus verwijst heel de schepping naar het bastaan van God.  God is aanwezig in zijn schepping zoals een vos in zijn spoor.


  • 18e eeuw:

  • *2: deïsme = God bestaat nog steeds. God wordt gezien als schepper van de cosmos en als fundament van de moraal (vraag naar wat is goed of kwaad). God houdt zich niet meer bezig met de schepping.

Deïsme: kwade = schuld van de mens

Descartes was al deïstisch.

*3: < agnoscere: onwetendheid  bestaat God of niet? We weten het niet.

*4: ontstaan atheïsme: 18e eeuw: God bestaat niet (a+theos)

Opm: niet de main stream (minderheid) die zegt dat God niet bestaat.

Wereldbeeld:





  • 16e eeuw:

*1: heliocentrisme: zon = centrum van de kosmos (niet de aarde)  aarde uit centrum dus ook de mens uit centrum.

opm: in de 16e eeuw mocht hij dit nog zeggen, wel discussie maar geen proces. Gallilea krijgt 100 jaar later inquisitie (contrareformatie).

*2: Begint te experimenteren. Hij is gefascineerd door vliegen. Hij heeft een gestorven zwangere vrouw opengesneden, lijken opengesneden  anatomie.


  • 17e-18e eeuw:

*3:

- kwantificerend: in cijfers uitdrukken (zoals godsdienst, geschiedenis) (het kwalitatieve heeft weinig plaats)

- oog voor het meetbare

- instrumenteel denken (manipulatief): nut denken: kennis om via wetenschap te werken aan de wereld.

- accent op delen (niet op het geheel)

- gevolg: mens gaat ook denken als een ‘machine’ of mechanisme.

-: verwerpen zin voor schoonheid

+: geneeskunde: transplantatie, …

- beeld van de ‘horloge’ vaak gebruikt




  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina