Mentaliteit, een "modewoord" of de sleutel naar succes ?



Dovnload 45.25 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte45.25 Kb.






1
Mentaliteit, een "modewoord" of de sleutel naar succes ?


Wanneer er bij wedstrijden over winst of verlies wordt gesproken, heeft men het bijna altijd over "de mentaliteit".

Techniek, tactiek en vaardigheid dreigen ondergesneeuwd te worden.


Sommigen spreken over de slechte mentaliteit van tegenwoordig. Dan volgt onmiddellijk daar achter; van de jeugd.

Wanneer ik dan vraag: "Wat bedoel je met "slechte mentaliteit" dan wordt gezegd:



Geen pit! Wanneer je (positieve) kritiek levert, gaan ze onmiddellijk in de verdediging alsof ze aangevallen worden!

Ze weten niet meer wat incasseren is!

Bij het minste geringste stoppen ze er mee!

Ze hebben er niets meer voor over!
Dit heeft mij aan het denken gezet en is de reden dat ik het onderwerp mentaliteit in twee afleveringen wil belichten,

zoals ik dat als trainer/coach heb ervaren.


Wat is mentaliteit?

Verschillende auteurs geven aan dat mentaliteit eigenlijk een verzamelnaam is voor verschillende begrippen, die vooral in de sport ingeburgerd zijn. Zoals:


Motivatie;

Angst;


Spanning;

Aandacht;

Concentratie;

Afleiding;

Zelfvertrouwen.
Mentaliteit heeft ook te maken met:

Doelen stellen;

Verwachtingen hebben;

Prioriteiten stellen;

Normen hanteren;

Moeilijkheden inschatten;

Problemen oplossen.
Bovenstaande begrippen bestaan al jaren. De invulling van deze begrippen wordt aangepast aan de situatie waarin ze op dat moment beleefd worden.

Vergelijk maar een aantal begrippen zoals:

Motivatie, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, angst, problemen oplossen, normen hanteren enz. met 40 jaar geleden.

Wanneer je dan deze begrippen vergelijkt, zie je dat ze hetzelfde zijn gebleven. Ook de omschrijving is niet veel veranderd.

De invulling, gezien de veranderde maatschappij, is anders.

Je kunt dan ook niet spreken van goed of fout. Het was/is anders.

De maatschappij verandert, de mens verandert, dus de mentaliteit verandert ook. Er worden andere prioriteiten gesteld. Elke verandering stuit op weerstanden, maar dat wil absoluut niet zeggen dat ze daarom ook verkeerd zijn. Wij (trainers) krijgen ook te maken met deze maatschappelijke veranderingen.

Je zult je als trainer moeten aanpassen aan deze veranderingen. Doe je dat niet, dan krijg je problemen.

Je kunt geen krant, trainers-, sport- of weekblad opslaan, een sportprogramma op de TV zien, of er wordt, in het bijzonder over sport, wel gesproken over mentaliteit, zonder dat daar verder op ingegaan wordt.

Dat winst en verlies in de sport kennelijk te maken hebben met mentaliteit, blijkt wel uit de volgende uitspraken.

In een periode van 14 dagen heb ik onderstaande voorbeelden gehoord of gelezen.
Johann Olav Koss in een TV programma.

"Je moet mentaal goed voorbereid zijn, want elke schaatser traint hard, dus de mentaliteit zal de doorslag geven".

Tijdens de voetbal wedstrijd Auxerre - Twente zei de verslaggever bij een 1-0 achterstand voor Twente:



" Ze wonen vlak bij de grens, Twente zal nu de Duitse mentaliteit moeten tonen, willen ze nog winnen".
Tijdens een uitzending "Jong" van de EO, waarin 2 jonge topsporters, een gymnaste en de volleyballer Martijn Dielenman, aan het woord kwamen werd door de verslaggever gezegd:

"Je moet dus over een "win-mentaliteit" beschikken".
In een interview met Morten Olsen, toen nog trainer van Ajax, reageert Olsen op de vraag: "Bestaat er een groot verschil tussen de Nederlandse en Duitse voetballer"? Morten Olsen zegt daarin onder meer:

"De Nederlandse voetballer is technisch/tactisch beter opgeleid. Een Duitse voetballer leeft van zijn mentaliteit.

Dat is zijn sterke punt. Ze hebben een ongelooflijke mentaliteit. Net als de Engelsen. Dat heeft met cultuur te maken, met de mentaliteit van het volk".

Olsen spreekt zich tegen doordat hij direct daarna zegt:



"Dat vind ik onzin. Mentaliteit kun je aanleren, door gesprekken en gerichte trainingen".

Even verder in het artikel de volgende vraag:



"Mentaliteit is ook omgaan met druk.

Bij een topclub als Ajax moeten de sporters elke wedstrijd de stress het hoofd kunnen bieden.

Sommige sporters kunnen dat niet leren. Van bepaalde sporters weet je voor honderd procent zeker dat ze in het systeem passen. Maar of ze het mentaal aankunnen, is onzeker".
De trainer van PZ/Dynamo zegt in een interview in de Apeldoornse Courant, nadat zijn ploeg een plaats in de Champions League heeft afgedwongen:

"We lopen op alle teams mentaal achter. Zij zijn de Champions League gewend, voor ons zal het nieuw zijn".
Mart Smeets in "sportleven" in de nieuwe Revue van december 1997:

"Gezien de tijden die nu op de klapschaats gemaakt worden, werd mij duidelijk, Henk Gemser zal niet alleen op puur schaatsvlak moeten werken, maar hij zal zijn raspaarden ook mentaal goed in de hand moeten houden". Even verder zegt Mart Smeets:

"Ids Postma lijkt weinig mentale drempels tegen te komen in zijn loopbaan.
Tijdens de rust tussen de voetbalwedstrijd PSV - Barcelona gaf Johan Cruijff zijn visie weer. Mart Smeets vroeg o.a: " Waarom loopt PSV steeds achter de feiten aan? Cruijff antwoordde daarop: "Het is een mentaliteits-kwestie".
Wanneer je al deze uitspraken leest roepen de woorden mentaal/mentaliteit steeds een ander begrip op, zoals: verantwoordelijkheid, angst, motivatie, zelfvertrouwen.
De lezer zal zelf moeten uitzoeken welke begrip de schrijver/gebruiker er aan geeft.

De gebruiker hiervan heeft dan altijd wel een begrip waarop terug gevallen kan worden.

Het team of sporter krijgt dan, ongewild, een etiket opgeplakt wat niet terecht is.
Natuurlijk zijn niet alle begrippen die het woord mentaal inhouden van toepassing op die sporter of dat team. Het gaat vaak maar om één begrip. Waarom wordt dan niet dat begrip genoemd?

Als voorbeeld neem ik de uitspraak van de speler van PZ/Dynamo. Wat bedoelt hij hiermee?


Na de overwinning van Piet Zoomers/Dynamo op VC Remote IT/Zwolle

zei hij in een interview in de Telegraaf:



"Voor ons is deze overwinning, mentaal gezien, heel belangrijk.
Heeft het team nu meer zelfvertrouwen gekregen door deze overwinning?

Is de motivatie teruggevonden?

Is de angst overwonnen?

Zijn de problemen opgelost?


Alleen de spreker kan uitleggen wat hij met het woord mentaliteit bedoelt. Ik denk dat het voor de duidelijkheid beter zou zijn exact aan te geven wat de reden van winst of verlies is.

Wees duidelijk.


Want, wat wordt er bedoeld met:
De Duitse mentaliteit?

Een win-mentaliteit?

We lopen mentaal achter?

Mentaal in de hand houden?

Mentale drempel?

Mentale belemmeringen.
Is "mentaliteit" de belangrijkste factor voor sporters om tot winst te komen?

Is mentaliteit alleen een persoons-aangelegenheid of hoort dat ook bij een groep, de groepsmentaliteit?


Wil je het begrip mentaliteit duidelijk maken aan een ander, dan zal je een antwoord op al deze vragen moeten kunnen geven.
Individuen samen bepalen bij teamsporten uiteindelijk de groepsmentaliteit.

Daarom is het belangrijk dat een team uitgebalanceerd is. Je hebt niets aan alleen aanvoerders maar ook niets aan alleen waterdragers. Wat ik hiermee wil zeggen is, dat niet alleen de technische en tactische eisen bepalend voor een team zijn, maar ook de persoonlijke eigenschappen.

Deze persoonlijke eigenschappen vormen ook weer de individuele mentaliteit.

Geen enkele persoon is gelijk, dus heeft niemand dezelfde mentaliteit. Ieder heeft zijn sterke en zwakke kanten. Wanneer de zwakke kanten van een sporter zijn functioneren negatief beïnvloeden, dan zal je als trainer er samen met deze sporter aan moeten werken deze zwakke kanten sterker te maken.

Een sporter die weinig zelfvertrouwen heeft, kan met steun van de trainer dat zelfvertrouwen terug winnen.

Als voorbeeld neem ik een sporter, die onafhankelijk van een medespeler een balbehandeling moet uitvoeren zoals een strafbal bij handbal of een opslag bij volleybal.

Stel dat een sporter te veel fouten maakt. Je kunt dan als trainer de keus maken uit bijv. de strafbal niet laten uitvoeren door die speler of het wisselen van de speler.
Je kunt ook als trainer gaan kijken of er technische oorzaken te vinden zijn. Wanneer de fouten alleen bij wedstrijden gemaakt worden, zullen het geen vaardigheidsoorzaken zijn.

Het ligt dan op het mentale vlak. Welk begrip is voor deze sporter van toepassing. Dat kunnen diverse redenen zijn, zoals: faalangst, te veel spanning, weinig zelfvertrouwen enz.

Een dergelijk sporter moet ook het vertrouwen van zijn trainer krijgen. Wisselen van een dergelijk sporter is vaak makkelijker. Maar uiteindelijk zal je deze sporter "verliezen".

Wanneer je toch besluit om te wisselen, zul je dit naar de sporter toe altijd moeten motiveren.


Wanneer je besluit tot een gesprek, voer dat dan niet tijdens de training. Het risico is erg groot dat het gesprek langer duurt dan beoogd. Je moet dan misschien het gesprek afbreken. De sporter kan denken dat hij niet belangrijk genoeg is.
Vragen die vaak door bestuur, verslaggevers gesteld worden zijn:
Hoe denk je het team mentaal te begeleiden?

Hoe bereid je het team mentaal op de komende wedstrijd voor?

De mentale weerbaarheid van sommige sporters is niet groot, wat denk je daar aan te doen?
Als deze vragen gesteld worden, vraag dan door. In negen van de tien gevallen zal je geen duidelijk antwoord krijgen.

Geef dan zelf aan wat jij onder mentaliteit verstaat. Je kunt dan aangeven dat je per sporter al een goede inventarisatie gemaakt hebt en dat je per persoon bezig bent om zijn zwakke plekken te versterken.

Kunnen wij als coaches de mentaliteit veranderen of is mentaliteit aangeboren en moeten we het maar accepteren.
Zoals eerder gezegd, iedereen is mentaal veranderd. Deze veranderingen zijn het gevolg van de maatschappelijke veranderingen.

Is dat verkeerd? Neen, alleen wanneer het functioneren daardoor negatief beïnvloed wordt.


Als je de mentaliteit wil veranderen, zal je per sporter moeten kijken waarin hij/zij te kort schiet. Je moet je dan afvragen:

Welk van de genoemde begrippen moet veranderen, wil de sporter beter gaan presteren?


Wanneer je deze begrippen zichtbaar kunt maken, kun je ook de sporter mentaal in zijn voordeel veranderen. Hij moet het zelf willen, maar jij kunt hem daarin steunen en adviseren.

Het beste is wanneer de sporter zelf ervaart waarin hij te kort schiet, want dan is de bereidheid tot verandering groter.

Een andere vraag die nu boven komt is: Ben jij als trainer/coach de aangewezen persoon om mentale training te geven?
Fred Lindauer in zijn boek "Mentale training" zegt daar o.a. over:
"In eerste instantie is de trainer de persoon om mentale training te geven. Hij kent zijn spelers. Er is dikwijls een persoonlijke betrokkenheid met elkaar, een band waarin een bepaalde mate van openheid is.

Er kunnen zich situaties voordoen waarbij meer deskundige hulp is vereist bijv:

* De trainer heeft weinig belangstelling voor de mentale training. Hij houdt zich uitsluitend bezig met zijn vakgebied de technische en tactische aspecten van zijn sport.

* De trainer heeft de kennis en ervaring niet om een analyse van de mentale belemmeringen van een speler te maken.

* De oorzaken van mentale belemmeringen liggen aanwijsbaar buiten de sport".
Tot zover Fred Lindauer.
Samenvattend:
Alleen een positieve, persoonlijke benadering van de trainer zal een begrip uit het woord mentaliteit naar de sporter toe, helpen om dat begrip te verbeteren. Hierdoor zal zowel de sporter als zijn omgeving daar voordeel van hebben.
Ik zal nu aangeven hoe ik mijn spelers mentaal probeer te trainen.
Wanneer je merkt dat sommige spelers onvoldoende presteren, moet je wat doen.

Een individueel gesprek met de speler is noodzakelijk om de oorzaak boven water te krijgen. Ik heb gemerkt dat de oorzaak voor 90% valt onder wat wij noemen: mentaliteit.


Ik heb bij mijn team het volgende gedaan:
Ik heb individuele gesprekken met alle spelers gevoerd.

De vragen waarop de spelers antwoord moesten geven waren:


1) Wat verwachtte je van dit seizoen en is dat tot nu toe uitgekomen?;

2) Heb je de taakstelling voor jou, als speler en als persoon, kunnen uitvoeren?

3) Wat vind je van het team; zowel technisch als mentaal?;

4) Wat zijn je negatieve en positieve ervaringen toe nu toe?;

5) Wat zie je graag veranderen, of wat zou je graag willen veranderen?;

6) Opmerkingen van jouw kant.
Ik heb de vragen niet te voren aan de spelers gegeven. Ze moeten spontaan reageren op deze vragen.
Samenvattend kwam het hier op neer:
Drukke werkzaamheden door verandering van functie binnen het bedrijf waren voor een speler de reden voor het minder presteren. (Motivatie en concentratie).
Een speler was in zijn eigen beleving al 3 jaar achtereen in de maand november geblesseerd geraakt. (Angst).

Ook nu, in februari, gaf hij aan dat het in november wel weer "fout" zou gaan.


Een andere speler had verwacht in het 2e team te komen. Hij legde zich nu een te grote druk op om te presteren. Het lukte niet; hij begon aan zichzelf te twijfelen. (Zelfvertrouwen, faalangst).
De vierde speler moest een cursus volgen van het bedrijf waar hij werkte. Hierdoor verslapte de aandacht en kon hij weinig rust vinden. (Aandacht en concentratie).
Nu ik dit wist, kon ik samen met de spelers aan gaan werken om de negatieve invloed van motivatie, concentratie, angst, zelfvertrouwen, faalangst, aandacht en concentratie, om te buigen tot positieve invloed.
Hoe doe je dat?
Geef de sporter:
* aandacht;

* vertrouwen;

* kijk naar de technische uitvoering;

* geef geen opdrachten die hij niet aan kan;

* evalueer regelmatig;

* toon belangstelling.
Helaas zijn er maar weinig verenigingen waarin een coach steun kan zoeken bij en adviezen kan krijgen van specialisten zoals: psychiater, psycholoog, pedagoog. Je zult het zelf moeten doen.
Hieronder tref je een omschrijving aan van de meeste begrippen die problemen kunnen veroorzaken.

Motivatie:

Wanneer er wat schort aan de motivatie van de sporter is het zelden één factor die deze veroorzaakt. Factoren kunnen zijn:

Externe factoren zoals: Kleine zaal. De tegenstander staat bovenaan.

Interne factoren kunnen zijn:

Afgelopen wedstrijd ging het ook al niet.

Ik heb geen vervanger op de bank zitten, dus ik speel toch wel, enz.

De motivatie, de wil om te winnen, moet van binnenuit komen.
Uitgaan van je eigen kracht en accepteren als de tegenstander te sterk is. Vaak verschuilt men zich achter externe factoren zoals zaal, licht en scheidsrechter om het eigen slechte spel te verdoezelen of om niet aan te geven dat het zelfvertrouwen ontbreekt. Bespreek dit met deze speler en geef aan dat hij heel belangrijk voor het team is en motiveer dat ook.
Angst:

Angst produceert adrenaline, waardoor de hersenen minder goed gaan functioneren.

Opgewektheid echter lijkt een stof in het bloed te brengen, die, volgens de Duitse bioloog Dr. Frederik Vester, een activerende invloed op de hersenen heeft. Bij faalangst bestaat de mogelijkheid dat de spieren elke vorm van spanning niet goed kunnen verwerken. Bij positieve faalangst is er ook angst aanwezig. De speler is wel bang om fouten te maken, maar kan daar goed mee omgaan. Hij weet dat hij het vertrouwen van de coach heeft. Dat geeft zelfvertrouwen.

Angst is een reactie op situaties die als bedreigend worden ervaren. Denk maar bij het nemen van een strafschop in de laatste minuut bij een stand van 1-1, of in het rally-point-systeem bij volleybal bij een opslag, de stand is 13-14.

Het blijkt dat bij angst veranderingen in de coördinatie van de bewegingspatronen optreden. Vooral voor technische sporten is dit heel nadelig.

Ik heb een speler die bij de trainingen een goede, vrij stabiele indruk maakt bij zijn sprongopslag.

In de wedstrijd moet hij vaak van deze opslag afzien omdat hij te veel fouten maakt. Tijdens een gesprek daarover vertelde hij mij dat hij steeds bang was fout te serveren. Dit hield hem zo bezig dat hij niet meer aan de techniek en vanuit zijn eigen vaardigheid ging werken, maar alleen bezig was met het feit dat de opslag goed moest zijn. Ik gaf hem het advies alleen aan de uitvoering van zijn slag te denken. Hij maakt nu veel minder fouten.
Stress:

Stress is per persoon verschillend. Wat de één als belastend ervaart, is voor de ander zeer goed te verdragen en kan zelfs een uitdaging vormen.

Stress = draaglast/draagkracht.
Dat houdt in dat een zekere mate van stress onlosmakelijk verbonden is met het leveren van optimale prestaties.

De aanvoerder ging steeds minder goed spelen. Tijdens een gesprek kwam naar voren dat hij ontzettend met het team bezig was, waardoor zijn eigen functioneren er onder leed.


Door deze "last" van hem af te nemen, ging deze speler beter functioneren.
Overspanning:

Wanneer er te veel stress is, spreken we van overspanning. Wanneer dat gebeurt, (ik heb het over, overspanning die ontstaat tijdens een wedstrijd en niet het medisch overspannen zijn) moet je de sporter leren zich te ontspannen. Het zou te ver voeren om hier allerlei ontspanningsoefeningen uit te leggen. Voor meer informatie verwijs ik naar de literatuurlijst.

Één voorbeeld wil ik geven vanuit de praktijk: Na een actie waarbij veel lichamelijke inspanning wordt gevraagd moet na een korte rustperiode, 5 tot 10 seconden, de opslag van de tegenpartij worden aangenomen. Bij die pass-aanname van een opslag, een goede ontspannende houding aannemen, de ademhaling goed toepassen; d.w.z. 1 seconde diep inademen, 3 seconden vasthouden en in 2 seconden weer uitademen. Doe dit in rustmomenten tijdens trainingen en wedstrijden.
Aandacht:

Vermoeidheid en emoties hebben veel invloed op de aandacht.

Een sporter kan te emotioneel zijn en te snel reageren op prikkels van buitenaf. Bijv. door een in zijn ogen verkeerde beslissing van de scheidsrechter.

Je kunt dan tijdens de teamtraining zelf als scheidsrechter optreden en bewust verkeerde beslissingen nemen.

Vermoedelijk zal de sporter dan ook emotioneel reageren en fouten maken. Je hebt dan tijd om te reageren en aan te geven hoe hij er mee om moet gaan.

Maak van het "slechte" fluiten geen gewoonte, anders word je als trainer op een gegeven moment niet meer serieus genomen.


Concentratie:

Er wordt gezegd dat de belangrijkste component van concentratie je vaardigheid is. Wanneer je over een goede vaardigheid beschikt, hoef jij je daarop niet meer te concentreren. Je concentratie hoeft alleen maar op het resultaat gericht te zijn. Bijv: waar serveer ik en welke opslag zal ik gebruiken.

Je moet je niet laten afleiden door externe factoren (publiek, dweilorkest, scheidsrechter enz.)

Je kunt dit trainen door tijdens de trainingen met muziek te werken of tijdens het serveren achter de sporter te gaan staan en tegen hem te praten of te zingen. Probeer hem af te leiden.

Ook bij concentratie is de ademhaling erg belangrijk. Een tip: Op het moment van balbehandeling de adem inhouden.
Zelfstandigheid:

De sporters moeten in staat zijn zonder toezicht te werken.

In een wedstrijd moeten ze, als het verkeerd gaat, zelf oplossingen zoeken. De trainer kan niet direct ingrijpen.

Ik pas dat toe door tijdens de trainingen de sporters het besef bij te brengen van hun verantwoordelijkheid en zelfstandigheid. Ik geef daarom een oefening op, maar de uitvoering mogen de spelers vaak zelf bedenken.

Hierdoor leer je ze zelfstandig werken en beslissingen nemen. Komen ze er niet uit dan kun je alsnog advies geven.
Tot slot nog enkele kanttekeningen en adviezen:
De trainingen moet je aanpassen aan de mentaliteit en afstemmen op hun doelstellingen. Kun je dat niet of kun jij je daar niet in vinden, stop dan als trainer bij dat team.
Carrière maken, (winnen in de sport) is in deze tijd heel belangrijk.
Je moet jouw spelers erop wijzen dat het niemand komt aanwaaien.

Je moet hard trainen, wil je de top bereiken. Deze top ligt voor elke sporter anders. Dat kan voor de één het Nationale team zijn, terwijl bij de ander de top veel lager ligt. Voor beiden is het hard werken.


Probeer als trainer er voor te zorgen dat het plezier aanwezig blijft. Vooral in de sport is plezier één van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste, factor om optimaal te presteren.
Samenvattend:
Tijden veranderen.

Je zult in deze veranderingen mee moeten gaan.


Je zult moeten erkennen en herkennen dat ook op mentaal gebied het e.e.a. veranderd is.
Sport heeft nooit zoveel aandacht gekregen als de laatste tijd. Elke TV zender heeft zijn eigen sportprogramma.

Dat is ook een reden dat er zoveel over mentaliteit gesproken wordt. Er staan grote belangen op het spel. Ook deze belangen beïnvloeden de mentaliteit, zowel van bestuur, trainers en sporters.


Wij, trainers, zullen daarmee moeten leren omgaan.
Dit artikel is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, maar op persoonlijke ervaring. Ik ben nu 30 jaar trainer en heb het begrip mentaliteit zien veranderen. Ik heb deze veranderingen niet gezien als verslechteringen, maar als anders.
Ik ben mij er van bewust dat ik niet compleet geweest ben.
Dat mijn wijze van werken niet voor iedereen zal gelden is heel begrijpelijk en is tevens afhankelijk van iemands eigen inzicht en ervaringen en van de sporter die hij/zij onder zijn/haar hoede heeft.
Als trainers over dit onderwerp gaan nadenken en/of praten heb ik mijn doel bereikt.
Wilhelm de Ruiter
Geraadpleegde literatuur:

* Handboek coachen, aspecten van leiding geven in de sport.

Uitgegeven door Samson (blz. 3500 3)

* Mentale training Fred Lindauer ISBN 90-73312-01-9

* Mentale begeleiding in de sport Ferdy Oyen e.a.

ISBN 90-14-03690-6

* Faalangst Pieter Langedijk ISBN 90-202-4963-0










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina