Met God op weg Jacoben La ba n



Dovnload 109.66 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte109.66 Kb.


Met God op weg

J a c o b e n La ba n

leven met elkaar


volgens PEGO leerplan eerste graad 1A 3

samengesteld door Jart Voortman

Abraham
vertrouwen





hieronder zie je twee cirkels.

Vul in wanneer en in welke opzichten je je wel eens angstig voelt.

En wanneer voel je vertrouwen?






Voor joden christenen en moslims is Abraham een belangrijk persoon. Je kunt zeggen dat de eigenlijke geschiedenis van Israel begint bij Abraham, de stamvader. Abraham is een voorbeeld voor de gelovigen. Met hem is het allemaal begonnen.

In het Nieuwe Testament wordt Abraham de vader van de gelovigen genoemd (Mat 3:9, Gal 4:7, Jac 2:21).

Het verhaal van het geloof begint met Abraham.


Genesis 12 In Genesis 12:1-3 lezen we dat God tot Abraham sprak.

* Welke opdracht kreeg Abraham?


.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
In dit gedeelte wordt niet duidelijk gemaakt hoe God tot Abraham heeft gesproken. Waarom niet? Misschien, omdat het besef hebben dat God tot je spreekt iets heel persoonlijk is. Het is ook heel gevoelig. Je zegt niet zo snel dat je voelt dat God tot je spreekt. Wat zullen mensen niet van je denken.

Daarom houden velen ook hun geloof voor zichzelf. Ze spreken er niet zo snel over in het openbaar.


* hoe is dat met jou? Kom jij uit voor je geloof, of houd jij je liever wat op de vlakte?

* Maakt het veel uit of je wel of niet gelooft? Is het eigenlijk wel belangrijk om te geloven?




.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
Zijn mensen die geloven betere mensen dan mensen die niet geloven? Dat is ook een gespreksonderwerp. In ieder geval kunnen we wel in de Bijbel ontdekken, dat gelovige mensen ook kunnen struikelen in hun leven. Ze kunnen grote fouten maken. En wat je niet zou verwachten: ook over Abraham worden zulke dingen verteld.

* Beschrijf wat er gebeurt als Abraham in Egypte is (Gen 12:10-20).
.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
De grote worsteling in het leven van Abraham gaat over vertrouwen. Kun je op God vertrouwen als het tegen zit. Als je bang bent of bezorgd, heb je dan nog wat aan je geloof?



Genesis 15 Het is nacht. Abram ligt in zijn tent. Hij kan de slaap niet vatten. Hem is een land beloofd en een zoon. Zou er nog wat van komen? Valt er nog iets te hopen? Want je wilt toch ergens wonen, en je wilt ook vruchtbaar zijn, iets maken, je ergens aan wijden. Zit dat er nog wel in? Is er nog heil te verwachten? Hij is bang van niet.

Abram, de geroepene, is zijn roeping kwijt. De hoop is verdampt, de verwachting gedoofd. Het kan zomaar gebeuren. Het is donker om hem heen. Het is nacht.


De nacht van de ziel, wie weet daar niet van? Zoals die priester in Amsterdam: Ík weet het niet, hoor, het zal wel met mijn geloof te maken hebben, maar het gaat niet goed met mij. Je moet weten, mijn geboorte was een vergissing. Ik had er eigenlijk helemaal niet moeten zijn. En zo denk ik er zelf langzamerhand ook over, dat het beter zou zijn als ik er niet meer was.’

Geen grond onder de voeten. Seelisch heimatlos. En wat zijn vruchtbaarheid betreft: ‘Wat ik maak, maak ik ook weer kapot.

Die priester heeft natuurlijk gelijk: het heeft met zijn geloof te maken. Met roeping. Ben ik gewild, gewenst, bemind? Met die verdrietige levensgeschiedenis van hem kan hij het maar niet geloven. Af en toe, het zij in liefde gezegd, komt dat ongeloof hem ook wel goed uit, omdat het zijn luiheid sanctioneert en hem de pijn van verandering bespaart. Maar tegelijk wil hij het ook weer wel graag geloven. Én ik preek het ook, ik verkondig het aan het kerkvolk en aan mijzelf: ‘Maakt u dan niet bezorgd,’roep ik naar beneden en: Het is volbracht.’ En het is natuurlijk ook waar, wat ik preek, wis en waarachtig, wat zullen we nou hebben, het is echt waar. Maar…’

‘Maar je zou zo graag voelen dat het waar is. Want nu ben je waarschijnlijk meer aan het bezweren dan dat je uit eigen ervaring put.’

‘Ja,’zei hij. ‘Wat je zegt.’
Zo heeft iedereen zijn eigen verhaal. Het verhaal van de nacht van de ziel. Veel gelovigen kunnen erover meepraten. Om te beginnen de vader van de gelovigen. Hij ligt in zijn tent. Het is nacht. Hij ziet het niet meer.

Zo vergaat het alle aartsvaders. Zieners zijn het, maar soms zien ze niets meer. Isaak zal blind zijn. Jakob worstelt in het duister om de zegen. ’s Nachts zijn de dingen altijd het ergst.


Het is nacht. Abram kan niet slapen. Te droevig en te kwaad. En zo onzegbaar alleen. Naast hem ligt Sarai. Ook wakker, weet hij. Ook alleen. En zij kunnen elkaar niet troosten.

Abram staat op. Opstandig. Loopt naar buiten. Of heeft God hem uit zijn tent gelokt, zoals daarnet Abram God uit zijn tent zat te lokken, met zijn vermetele vragen? Wil God Abram zo hebben, zo uitdagend, zo weerbaar, niet berustend, maar vechtend om de zegen?

Abram staat op en loopt naar buiten. Bladstil is het. Hij ziet omhoog, naar de sterren. Ontelbare onsterfelijke sterren boven zijn sterfelijk hoofd. Wie zou die sterren hebben bedacht en gemaakt? Wat zit erachter? Wie zit erachter? Wat een wondere wereld toch, die de onze zo majesteitelijk overkoepelt en stralend verlicht.

Abram zit niet nar de Grote en de Kleine Beer te kijken. Abram kijkt met andere ogen. Hij geeft de sterren geen namen, de sterren vertellen hem wat. Abram kijkt zoals je nar de vogelen des hemels kunt kijken of naar de leliën des velds, naar een rots of naar een braambos. Door zo te kijken neem je niet in bezit, maar word je in bezit genomen. Abram kijkt ernaar met de ogen van het geloof.

Ja vraag niet hoe, maar die nacht is Abram een licht opgegaan. De raadselen van zijn levenslot verdiepten zich tot mysterie. De wanhoop die doorklonk in zijn vermetele klacht, week.
‘Waar was je?’vroeg Sarai.

Éven naar buiten. Ik heb naar de sterren zitten kijken.’

‘Wat is daaraan te zien?’

Álles Sarai. Alles. Ze vertellen van God. We moeten niet bezorgd zijn. God zal niet laten varen wat zijn hand begon. Dat geloof ik echt. Slaap wel, Sarai.’

Uit: Nico ter Linden, het verhaal gaat…
* Wat spreekt je aan in deze tekst?

* Is er iets dat je niet begrijpt?




Genesis 16 De tijd gaat verder.

Nog steeds geen kind..

Toen bedacht Sara een plan.

Als Abraham nu eens de slavin Hagar tot tweede vrouw zou nemen, dan kunnen er

misschien op die manier nakomelingen komen.
* En wat gebeurde er toen?
.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................

Vriendschap

Er zijn veel mensen die zeggen: ik heb veel vrienden. Daar kun je dan van onder de indruk zijn. Maar zijn die vrienden dan echte vrienden? Hoeveel echte vrienden kun je hebben?



* Hoeveel vrienden heb jij?

* Wie zijn je beste vrienden? Hoe vaak zie je elkaar?

* Wat doe je samen met vrienden?

* Heb jij wel eens steun gehad aan je vrienden?

.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
Vriendschap heeft verschillende niveau’s. Vrienden die je van een kamp kent, betekenen vaak meer voor je, dan mensen van de sportclub of de muziekacademie. Als je elkaar vaak ziet dan beteken je over het algemeen ook meer voor elkaar dan als dat maar sporadisch is.

En soms ben je vrienden, omdat je elkaar helpt.






Kijk eens naar de vrienden van Abraham.

Wat betekenden ze voor hem? Waarom?





tekst

en naam


omschrijving van de vriendschap

Gen 14:13


. . . . . . . . .



Gen 14:17-20


. . . . . . . . .



Gen 15:2
. . . . . . . . .










Izaäk



liefde en trouw
We gaan nu met wat grote stappen door de bijbelse geschiedenis.

Uiteindelijk krijgen Abraham en Sara toch een zoon. Ze noemen hem Isaak, want ze kunnen weer lachen (21:6). Over die Isaak wordt niet zo veel verteld in de Bijbel. Wat wel een mooi verhaal is hoe een vrouw voor hem wordt gezocht (Gen 24).

Gezocht? Ja, gezocht!

Dat klinkt ons erg vreemd in de oren. Wij willen graag zelf beslissen met wie we gaan trouwen, maar in sommige culturen is dat helemaal niet zo. In India bijvoorbeeld is het normaal als de ouders een partner voor hun kind zoeken. Ook jongere mensen in India vinden zo’n ‘arranged marriage’ beter dan een ‘love-marriage’. Dat geldt ook voor de christelijke minderheid in India.

Een Indiër zei eens:

Jullie westerlingen zetten een warme pan op een koude kookplaat en hij koelt langzaam maar zeker af. Wij zetten de koude pan soep op een hete kookplaat en langzaam maar zeker wordt hij warm.



* Bespreek deze opvatting
In onze samenleving wordt erg openlijk omgegaan met seksualiteit. Dat is niet altijd zo geweest. Er zijn tijden geweest in de geschiedenis dat de hele samenleving zo was ingericht dat niets verwees naar seksualiteit. Men deed alsof het niet bestond.

Je zou verwachten dat de Bijbel in een zelfde denkklimaat is geschreven. Toch is dat niet zo. Vaak wordt heel openlijk in de Bijbel gesproken over sexualiteit.

In het boek Genesis zijn we al tegengekomen hoe openlijk over de zwaktes van Abraham wordt gesproken. Verder wordt er in Genesis gesproken over incest (Gen 19:30-38), seksuele intimidatie (Gen 19:5), verkrachting (Gen 34:2) en prostitutie (Gen 38).

Wat zijn dat allemaal voor vreemde woorden?

Dat leggen we je uit in bijlage 1.

Jacob en Ezau



conflicten, jaloezie en herstel
Gen 25:19... twee karakters
* Beschrijf het verschil tussen Jacob en Ezau


j


acob

Ezau





o

Als wij zo kortzichtig zijn dat wij alleen maar denken aan wat ons goed uitkomt, op de korte termijn, dan kan dat veel gevolgen hebben. In de Tweede Wereldoorlog lieten velen de Duitsers hun gang gaan. Velen dachten dat het ook geen zin had om je te verzetten, je kon op dat moment maar beter gewoon meewerken.



nverschilligheid

Ezau verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een schoteltje met linzensoep.

Hij had honger, dat was het enige wat voor hem op dat moment van belang was.

Je hebt mensen met ambitie en met een ideaal. Ze willen iets bereiken. Ze zetten zich in.

Maar daarnaast zijn er ook velen die zich niet zo druk maken. Ze houden van hun potje voetbal, of zitten het liefst achter hun computer en voor de rest laat de wereld hen koud. Nog steeds is het de makkelijkste weg om de wereld op zijn beloop te laten. Maar God wil dat wij vechten, dat we wij onze idealen vasthouden.


Mijn bood­schap is be­schei­den en eenvou­dig.

Hij richt zich tegen onver­schil­lig­heid.

De groot­ste bron van kwaad en gevaar in de wereld is onver­schil­lig­heid.

Ik heb altijd geloofd dat tegen­over liefde niet haat staat, maar onver­schil­lig­heid.

Het tegen­overge­stelde van kunst is niet le­lijk­heid, maar onver­schil­lig­heid ten opzichte van schoonheid

Het tegen­overge­stelde van leven is niet dood, maar onver­schil­ligheid ten op­zich­te van leven en dood.

Het tegen­overge­stelde van oorlog is niet vre­de, maar onver­schil­lig­heid jegens oorlog en vrede.

Cul­tuur, schoon­heid, vrijge­vigheid hebben hun tegen­gestel­de in onver­schi­llig­heid.

Onver­schil­ligheid is het univer­sele tegen­overge­stelde.

Het is de vijand.

We wapenen ons tegen de vijand door te geden­ken.

Zolang wij geden­ken is er een kans.

Als we verge­ten dan zal men onze herin­nerin­gen verge­ten.

Want wij zelf zullen verge­ten zijn.

Elie Wiesel

Winnaar Nobelprijs voor de Vrede 1986
In Hebreeën 12:16 staat dat wij niet onverschillig moeten zijn als Ezau.

Elie Wiesel is een jood die in zijn boek De nacht als een van de eersten een beschrijving heeft gegeven van wat hij in de tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het citaat over onverschilligheid heeft veel te maken met zijn oorlogsverleden, omdat velen wel tegen Hitler waren, maar desondanks meewerkten (ook joden) aan de uitvoering van zijn plannen.




* Wat zie jij als een gevaar van onverschilligheid in onze tijd?


Genesis 27 de gestolen zegen
Al bij de geboorte van Jacob en Ezau was er een gevecht wie er het eerste was. Ezau was de eerste (25:26). Maar later stond de rossige jager Ezau, die zijn maag wilde vullen tegenover de berekenende Jacob. Zo werden de rechten van Ezau verkocht voor een portie rode soep.

Ook nu nog kunnen wij elkaar de zegen ontstelen.

Kinderen kunnen aan eigen ouders de zegen ontstelen, door niet aan dat verstramde en vaak geslagen leven de vervoering van de eerbied te geven.

Kunnen ouders ook zegen ontstelen aan kinderen?

Ja, dat kan. Het gebeurt niet zelden. Nog onlangs hoorde ik het verhaal van een verliefd meisje: nu ik mijn hart wil volgen zegt mijn vader: mijn zegen heb je niet, hoor.

Als kinderen van 35 jaar in de stroomversnelling van de geschiedenis dieper zijn gewond dan zijzelf of hun ouders ooit hadden vermoed, bijv. in een huwelijk dat in duigen ligt, dan vragen zij aan die ouders: zegen mij. Och, misschien zijn ouders er niet voor het geven van richtsnoeren, misschien zijn zij er alleen om ten eeuwige dage de brokken te zegenen...

Jan van Kilsdonk, Gezegend de Onzienlijke
* verklaar deze tekst
Genesis de droom

28:10-22

Het moment dat Jacob moet vluchten voor zijn broer, die hem wil vermoorden, is het dieptepunt in het leven van Jacob. Alles wat hij had raakt hij kwijt. Hij kan alleen nog het vege lijf redden.

Onderweg gaat hij slapen; zijn kussen is een steen.

Dan krijgt hij een droom en een belofte: hij ziet een stenen trap die neerdaalt naar de aarde.

Zie bijlage 2.
Genesis 29 de bedrieger bedrogen

Het boek Genesis lijkt op het eerste gezicht een droge vertelling, maar als je je erin verdiept ontdek je dat er veel verborgen verbanden zijn. Jacob bedroog zijn broer Ezau, maar later wordt hij zelf bedrogen.

Jacob wordt verliefd op Rachel. Hij wil met haar trouwen. Haar vader Laban zegt: als je zeven jaar voor mij werkt, mag je haar hebben. Die zeven jaar vlogen voorbij en toen zou eindelijk Jacob met Rachel trouwen. Laban gaf echter stiekum zijn andere dochter Lea. Jacob was boos en teleurgesteld en moest nog eens 7 jaar werken om met Rachel te trouwen.

Maar hoe zou dat voor Lea zijn?


de worsteling van Lea
* Vul hieronder in de namen die Lea gaf aan haar zonen (Gen 29:31 e.v.)

naam


betekenis













Gen 30,31 uitgebuit
Jacob werd door zijn schoonvader Laban uitgebuit. Hij werkte zonder loon 14 jaar voor hem. Later werd het loon steeds veranderd (31:7). Toch bouwde hij met hulp van God een eigen bestaan op. Zo worden Jacob en Laban rivalen. En de verhoudingen werden steeds slechter. Daarom vertrekt Jacob met zijn vrouwen en kinderen.

Genesis 32 gevecht bij de rivier
Je kunt zeggen dat Jacob een groot gedeelte bezig is geweest om goed te krijgen wat tussen hem en zijn broer verkeerd is gegaan. De geschiedenis van Jacob laat zien hoe moeilijk het is om conflicten die langdurig bestaan op te lossen.
* Ken je uit je eigen familie voorbeelden van langdurige conflicten?

Een delegatie van de Gereformeerde Kerk bezocht een kerk in Afrika. Ze werden rondgeleid in het kerkgebouw. Veel dingen waren anders. Veel dingen stemden overeen.

Op een gegeven ogenblik liep het gezelschap langs een zandbak in de kerk.

Ah...’, zei er een, ‘dus dat is de plaats van de kindernevendienst!’

Nou, eigenlijk niet’, zei de afrikaan, ‘hier vechten mensen met God’.

Vechten met God??’

Ja, als er mensen zijn die iets uit willen vechten met God, dan kunnen ze hier naar toe’.




* Hebben ze in jullie kerk een zandbank?
Jarenlang heeft Jacob ermee geleefd: dat zijn broer een vijand was en dat dat eigenlijk zijn schuld was. En jarenlang heeft hij gedacht: hoe kan het ooit nog goed komen?

Nu gaat Jacob voor het eerst zijn broer ontmoeten. Wat moet hij zeggen?

Hij besluit voor die ontmoeting een fors cadeau op te sturen, om zijn broer goed te stemmen.
* Een cadeau om het goed te maken. Mannen doen het als ze het goed willen maken

met hun vrouw – dan geven ze een grote bos bloemen. Ouders doen het soms ook, ze verwaarlozen hun kinderen – en dan is daar op eens een duur cadeau.

Heb jij daar wel eens iets van meegemaakt?
* Lees Gen 32:22-32, waarin Jacob opnieuw worstelt om de zegen, de zegen van God die hij alleen maar via zijn broer kan krijgen
Het is diep in de nacht, hij staat voor de grensrivier, heeft stuk voor stuk have en goed, geheel de Zegen, aan de overkant gezet... Dan staat hij alleen, zonder Zegen! En op dat ogenblik, in het donker, zonder Zegen, worstelt met hem een man die hem niet aan kan. Het beslissende woord van Jacob dat alles samenvat en verheldert is: ‘ik laat je niet gaan tenzij jij mij zegent’.

Wie is in deze nacht ‘de man’ met wie Jacob worstelt?

Het behoort tot de zeggingskracht van de tekst, om beurten onthullend en verhullend, zoiets niet pardoes, niet eenzinnig en onproblematisch, prijs te geven. Zo hanteerbaar is openbaring niet. De joodse geschriften spreken altijd aarzelend, onrechtstreeks over God. Bij God begint de taal te hinken, net zoals straks de heup van de voet.

De man in de nacht is God en Esau in onontrafelbare parallellie.

De Zegen, die uit de hand van Esau is weggetruct, kan alleen door Esau aan Jacob worden teruggeschonken en hij is de enige die de Nieuwe Naam geeft, zo zelfs dat Israel nooit Israel zou mogen heten, tenzij een broer als Ezau hem zegent met deze naam.

uit: Jan van Kilsdonk, Gezegend de Onzienlijke


* met wie vocht Jacob?
* waarom wordt de naam niet bekend gemaakt? (vgl Ri 3:18)
* Wat is de nieuwe naam van Jacob?
* wat betekent het dat Jacob gezegend wordt, maar tegelijk de rest van zijn

leven mank loopt?

Het stuk over het gevecht van Jacob heeft veel betekenis voor ons leven.

Jacob moet het uitvechten. Maar met wie vecht hij eigenlijk? Het is een dubbele bodem in het verhaal dat dat niet helemaal duidelijk wordt. In het geloof is niet alles altijd duidelijk. God openbaart zich, maar in die openbaring blijven er ook geheimen, verborgenheden. In ons leven kunnen we ook tegen de vragen oplopen, maar soms overkomt je iets waarvan je weet: dit betekent wat; dit is geen toeval.

De rivier waar het gebeurt, de Jabbok is tegelijk een woordspeling op de naam van Jacob. En Jacob krijgt een nieuwe naam: vechter. Soms wordt het voorgesteld alsof het in het geloof alleen maar gaat om overgave, dat je accepteert wat je overkomt, om wachten en verwachten, enz. Dat is niet juist. Soms moeten we vechten in het leven. En soms hebben we het zo moeilijk dat we juist alleen maar door te vechten eruit kunnen komen. In zulke periodes is het een troost te weten dat de naam van het volk van God Israel is.




Jozef



Trouw
Genesis 37 voorgetrokken en afgewezen

Jozef was het lievelingetje van zijn vader Jacob en dan weet je zeker dat er problemen komen. Hij verklikte het naar zijn vader als zijn broers wat verkeerds deden en had de mooiste kleren van iedereen. Daarbij kwam nog dat hij twee dromen had, waarin hij zelf het middelpunt was...

Op een gegeven ogenblik wilden zijn broers hem vermoorden.

Het liep erop uit dat hij als slaaf werd verkocht naar Egypte. Met alleen zijn kleren kwamen zijn broers terug bij hun vader.


Genesis betrouwbaar blijven en doorzetten

39-49 Jozef was betrouwbaar en kreeg in Egypte een goede positie. Er werd hem steeds meer

toevertrouwd. Toen werd hij verleid door de vrouw van Potifar. Hij liet zijn kleed achter (opnieuw!) en vluchtte weg.

Zo kwam Jozef door een valse beschuldiging in de gevangenis.

Ook daar kreeg Jozef na verloop van tijd verantwoordelijkheden. Bovendien bleek hij dromen te kunnen uitleggen. Ook de droom van de Farao.

Zo werd Jozef onderkoning van Egypte. Hij mocht er voor zorgen dat er geen gebrek aan graan kwam in het land.

Toen er een hongersnood kwam, kwamen uiteindelijk ook zijn broers langs.

Op een emotioneel moment zegt Jozef tegen zijn broers dat hij Jozef is.
Genesis 50 Gods leiding

Als je jong bent heb je allemaal plannen. Je wilt wat bereiken. En als het goed is ben je

een beetje radicaal in je geloof. Als je met oudere mensen spreekt hoor je wel eens: het loopt in het leven altijd anders dan je het verwacht.

Jozef heeft veel moeilijkheden meegemaakt in zijn leven. Maar hij is trouw gebleven aan God en God aan hem. Zo kan hij gelovig terugzien op zijn leven. Het is de kunst, dat we in datgene wat we ervaren Gods hand kunnen zien, ook als het misschien moeilijk is.






Interview een oud familielid of gemeentelid over conflicten die ze in hun leven gehad hebben, hoogte en dieptepunten en hoe alles uiteindelijk toch tot een oplossing is gekomen



* Schrijf hieronder de conclusie die Jozef trekt over zijn leven (50:20)











herhalingsvragen


M

aak een stamboom van de belangrijkste namen (in kleur omcirkeld) van Abraham tot Jozef

Wat voor opdracht kreeg Abraham van God (12:1-3)?

Wat gebeurde er met Abraham in Egypte (12:10-20)?

Hoe ontstond er ruzie in het gezin van Abraham (16:1-6)?

Wat is het verhaal van Jacob en Ezau?

Hoe keert het motief van bedriegen later terug in de geschiedenis van Jacob (29)?

Wie was Laban (30,31)?

Wat is de levensloop van Jozef. Wat is zijn conclusie (50:20)?



Bijlage 1: Liefde, verliefdheid en sexualiteit





* heb je wel eens meegemaakt dat een van je vrienden/vriendinnen verliefd was?

Hoe merkte je dat?




* Ben je zelf wel eens verliefd geweest?

Is verliefdheid een gevoel dat vanzelf voorbijgaat, of geloof je in eeuwige liefde?

seksualiteit

Als je in de eerste klas van het secundair zit, begin je de wereld een klein beetje te ontdekken. Je ontdekt dat je lichaam verandert. Je denkt er misschien iets meer over na waarom sommige mensen niet gelukkig zijn. Je begint voor jezelf een eigen mening te vormen over je geloof.

Je begint ook meer aan jezelf te ontdekken, wat het betekent om jongen of meisje te zijn.

Verder begin je langzamerhand iets te ontdekken over datgene waar eigenlijk niet zoveel over gesproken wordt: over verliefdheid en seksualiteit.
* Is er bij jullie thuis wel eens gesproken over seksualiteit?


* Heb je wel eens een keer iets op televisie gezien, waarvan je dacht: dat had ik beter niet kunnen zien?





Hieronder willen we jullie een paar begrippen uitleggen die op jullie leeftijd al nuttig kunnen zijn om te kennen.


De meeste mensen worden verliefd op iemand van het andere geslacht.

Bij sommigen is dat niet zo; we noemen hen: homo’s, holebi’s. Vrouwelijke homo’s worden ook wel lesbisch genoemd. Een scheldwoord voor hen is pot.

Mannelijke homo’s worden ook wel genoemd: gay. Een scheldwoord is nicht.

* Zou je homoseksualiteit zonde kunnen noemen?
Er zijn mensen die graag de kleren aan doen van het andere geslacht. We noemen hen travestieten.

Anderen verzamelen graag attributen van het andere geslacht, mannen bijvoorbeeld, die beha’s bewaren van vrouwen en daarbij seksuele fantasieën hebben. Dit noemen we fetisjisme.

Een graadje erger is het dat mensen het gevoel hebben dat ze niet in het goede lichaam zitten: transseksuelen. Ze zijn bijvoorbeeld man, maar voelen zich vrouw. Als ze echt van geslacht willen veranderen moeten ze een aantal operaties ondergaan en krijgen ze de rest van hun leven hormonen toegediend.

Een zeldzame afwijking waarmee sommige mensen geboren worden is dat ze zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtelijke eigenschappen hebben. Dit zijn zogenaamde hermafrodieten. Ze zijn niet volledig man en ook niet volledig vrouw. In hun puberteit kunnen deze mensen grote innerlijke conflicten krijgen. Het is vooral afhankelijk van de houding van de ouders en de begeleidende artsen of ze daar goed doorheen komen.


Er zijn verschillende gradaties waarin sprake is van ongewenst gedrag op het vlak van seksualiteit.

Als mannen zich op het werk als haantjes gedragen dan spreken we van ongewenste intimiteiten. Het gaat dan om suggestieve opmerkingen, aanraken, enz. Op de meeste werkplekken bestaan vertrouwenspersonen tegen ongewenste intimiteiten. Ongewenste intimiteiten op het werk kunnen leiden tot ontslag.

Anderzijds komt het soms voor dat vrouwen valse aanklachten indienen en op die manier veel verwarring brengen.

Stalkers zijn mensen die verliefd zijn en de betrokken personen volgen waar hij of zij heen gaat en op deze manier overlast veroorzaken.

We spreken van aanranding als een man een vrouw tegen haar wil seksueel betast en van verkrachting als het komt tot geslachtsgemeenschap of penetratie. Aanranding en verkrachting zijn strafbaar voor de wet.



Pedofielen (pd’s) zijn mannen die minderjarigen dwingen of verleiden tot seksuele handelingen. Dit is een ernstige vorm van seksueel misbruik, omdat er een machtsongelijkheid is tussen volwassenen en minderjarigen.

Incest is als een vader zijn dochter misbruikt, of een oom zijn nicht.

Pedofilie en incest zijn ernstige misdrijven, die voor de wet strafbaar zijn.

Het is wel eens een keer voorgekomen dat iemand laat op een camping aankwam en toen hij de volgende dag de rits van zijn tent opendeed zag hij tot zijn schrik…. allemaal naakte mensen! Mensen die (vooral op vakantie) graag naakt lopen noemen wij naturisten (vroeger nudisten). Met seksualiteit heeft het over het algemeen niet zo veel te maken. Op bepaalde afgeperkte terreinen is naturisme toegestaan. Gewoon in het openbaar is naaktlopen bij de wet verboden.
Misschien heb je wel eens opgevangen dat de overheid reclame maakt voor veilig vrijen. Veilig vrijen betekent dat je geslachtsgemeenschap hebt met een condoom, dat is een plastic omhulsel om de penis. Hierdoor kun je niet zwanger worden, maar kunnen ook geen geslachtsziekten en het Aids-virus verspreid worden.

Mensen die onveilig vrijen en veel van partner verwisselen lopen grote risico’s om geslachtsziekten of het Aids-virus te krijgen.

Geslachtsziekten kunnen genezen, maar soms is de vrouw de rest van haar leven onvruchtbaar, dat wil zeggen: ze zal nooit meer kinderen kunnen krijgen.

Het Aids-virus kan ook doorgegeven worden van moeder op kind.

Voor het Aids-virus bestaat geen geneesmiddel. Er bestaan wel Aidsremmers, die de verspreiding van het virus in het lichaam tegengaan. Het is verschrikkelijk als je aids hebt, omdat je met aids niet lang meer hebt te leven – in ieder geval niet zo lang als je normaal als gezond mens gemiddeld leeft.
Als jongere van 12,13 ben je bezig je eigen lichaam te ontdekken. Sommigen roepen bij zichzelf seksuele gevoelens op door masturbatie. Ze betasten zichzelf op intieme plaatsen om zo seksuele gevoelens op te wekken.

* Is dat volgens jou verkeerd?
Apart noemen we hier nog sadomasochisme (SM), een geweldadige beleving van sexualiteit, waarbij de een de ander vastbindt, in een bepaalde mate pijn doet, enz.
Bij het vak biologie krijg je voorlichting over seksualiteit, over hoe ons lichaam in elkaar zit en hoe kinderen worden verwekt.

Maar seks is niet alleen iets lichamelijks. Het raakt het diepste van onze emoties.

Door seks kunnen mensen elkaar en zichzelf grote schade toebrengen.

Dat gebeurt als seks op een manier wordt toegepast, waarvoor het niet bedoeld is.

God heeft seks gegeven als een manier waarop een man en een vrouw elkaar hun liefde en trouw kunnen bewijzen.

Maar vaak wordt seks op een heel andere manier gebruikt. Alleen maar voor de kick, de ervaring.

Wat gebeurt er dan?

Het meisje kan zich heel angstig voelen, of vuil, omdat ze het gevoel heeft dat het verkeerd is.

De jongen beleeft eigenlijk altijd wel plezier aan seks. Toch kan hij later een schuldgevoel krijgen of hij wordt relationeel gestoord, omdat hij een obsessie heeft van seks.

Met het woord pervers geven we aan dat er sprake is van een ongezonde vorm van seksualiteit.






* In het bovenstaande zijn er veel belevingen van seksualiteit naar voren

gekomen. Welke beleving zou je als pervers omschrijven?
Er is veel te zeggen over hoe de Bijbel spreekt over liefde en seksualiteit.

Maar voor het ogenblik is het belangrijk dat we weten dat God seksualiteit bedoeld heeft als een teken van liefde tussen een man en een vrouw, die hun leven met elkaar delen. God wil dat we de ander met respect behandelen. Als we ons met ons lichaam niet houden aan Gods geboden spreken we van ontucht.

Er is veel voor te zeggen om voorzichtig te zijn op het vlak van seksualiteit, want ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest (1 Cor 6:19).

Bijlage 2 Dromen



Er is de laatste vijftig jaar veel onderzoek naar de manier waarop wij mensen slapen en het verschijnsel dat wij daarbij dromen.

Men kan met een EEG de elektrische aktiviteit van de hersenen meten en zo meer te weten komen over dromen. Het blijkt dat de mens tijdens het slapen een aantal keren een cyclus doorloopt. Er zijn periodes van diepe slaap en periodes van oppervlakkige slaap. Als we oppervlakkig slapen dan bewegen onze ogen. We noemen deze slaap de REM-slaap (van Rapid Eye Movements). Tijdens de REM-slaap dromen wij. Dat weten we omdat er veel mensen nooit zich iets herinneren van wat zij gedroomd hebben, zich wel hun droom herinneren als ze tijdens hun REM-slaap worden wakker gemaakt. In de loop van de nacht worden de periodes van de REM-slaap langer. In het begin van onze slaap duurt de REM-slaap ongeveer 10 minuten, aan het einde van onze nachtrust duurt de REM-slaap een half uur.

De inhoud van onze dromen wordt bepaald door wat we meegemaakt hebben en door wat ons emotioneel raakt. De lichamelijke situatie kan ook invloed hebben op onze dromen, bijv. als we bepaalde medicijnen gebruiken of als we koorts hebben.

Soms kunnen de dingen die hoort je dromen beïnvloeden. Bijvoorbeeld iemand belt aan en jij droomt dat de schoolbel gaat en je te laat bent.

Dromen zijn belangrijk.

Als we niet dromen, gaat onze geestelijke gezondheid achteruit. Als mensen voortdurend wakker gemaakt worden tijdens hun REM-slaap krijgen ze overdag stoornissen. Ze zien dingen die er niet zijn en hebben wanen. Waarschijnlijk zijn dromen ook therapeutisch en helpen ze ons de spanningen die wij overdag hebben te verwerken. Vandaar de uitdrukking: ik zal er eens een nachtje over slapen. Dat is een tip: als je erg boos bent op iemand, dan kan je maar beter een dagje wachten om het uit te praten.




* Wat heb jij het laatste gedroomd?

Kun je verklaren waarom je die droom had?




* Heb je wel eens een bijzondere droom gehad?
In de Bijbel komen ook dromen voor. Maar dan zijn het niet gewone dromen, maar dan zijn het dromen waardoor God ons wat wil zeggen. Denk maar eens aan de dromen van de Farao, die Jozef kon uitleggen (Gen 41:1-45) of Daniël (Dan 2).

In het N.T. kreeg Jozef twee keer een droom (Mat 1,2) en in het boek Handelingen kregen onder andere Cornelius, Petrus (Hand 10) en Paulus (Hand 16:9) een droom.


Vaak denken mensen dat God alleen maar in de tijd van de Bijbel dromen gaf.

Hieronder het verhaal van Rosali Klomp die van God een bijzondere droom kreeg:


`Ik droomde dat ik in een gevangenis was en dat ik bij een jongen in de cel zat, terwijl hij zijn levensverhaal vertelde. Toen ik wakker werd besefte ik dat het een heel bijzondere droom was; ik droom meestal niet zo dat ik het me kan herinneren. Daarbij kwam dat ik diezelfde morgen de Bijbel opensloeg en las over een visioen dat Paulus kreeg. Hij zag een man en die zei: `Kom over en help ons.' Daardoor had ik het idee dat het een droom van God was en dat ik de jongen die ik in die droom gezien had, zou gaan helpen.
Een paar dagen tevoren had ik in de krant gelezen over het huis van bewaring in Assen. Nadat ik de bewuste droom had gehad, heb ik een brief naar die gevangenis geschreven. Twee dagen later belde de direc­teur me op en zei: `We hebben een experiment in de gevangenis. Normaal mogen de gevangenen maar 40 minuten bezoek hebben van naaste familieleden, met bewaking erbij. Maar nu mogen ze één keer in de week praten met een volslagen vreemde, twee uur lang in de cel, zonder bewaking erbij. Is dat wat u wilt?' `Ja, 'zei ik. Maar ik wist helemaal niet of die jongen bestond en of hij daar zat. Veertien dagen later kreeg ik een gevangene toegewezen. Op het moment dat ik zijn cel binnenkwam was ik in mijn droom. Alles was exact zoals ik het in die droom gezien had. Toen hij begon te vertellen was ik nog verbaasder, want dat verhaal had ik al een keer gehoord: in mijn droom. Ik besefte dat God iets heel bijzonders gedaan had, maar ik heb er niets over gezegd.

De daaropvolgende nacht kon ik er niet van slapen. Ik vroeg me af wat God ermee wilde. De derde keer dat ik kwam (want ik ging elke week) zei die jongen: 'Rosalie, ik vind het toch zo geweldig datje hier komt.' Nu was ik zwanger en eerlijk gezegd voelde ik me akelig. Datgene waar ik mee bezig was, was wel het laatste waar ik zin in had. Je gaat het hart van een gevangenis binnen en er gaan drie zware deuren achter je dicht. Ik vond het niet leuk en dat zei ik ook. 'Als God me hier niet naartoe gestuurd had, was ik nooit gekomen, ' zei ik. `Dus denk maar niet dat ik zo geweldig ben. Ik ben naar je op zoek gegaan omdat ik over je gedroomd heb.'

Toen trok hij een beetje wit weg. Nadat ik hem over mijn droom had verteld, zei hij dat hij al eens eerder iemand had ontmoet, die een speciaal woord van God voor hem had. Dat was toen hij in Stadskanaal op een bankje zat. Iemand kwam naar hem toe en zei: `God zoekt jou.' En nu was ik de tweede. Hij vroeg me of ik nog wist wanneer ik over hem gedroomd had. Dat wist ik nog precies. Het bleek te zijn geweest in de nacht waarin hij gevangen was genomen. Toen zei ik: 'Dan geloof ik dat God wil datje je leven aan Hem overgeeft.' `Dat kan ik niet,' zei hij. `Ik ben al zo ver weggezakt.' 'Dat was ik ook en God heeft mij ook teruggehaald,' antwoordde ik. Maar hij zei: `Ik kan God niet volgen, ik ben te slecht. ' We hebben nog wel samen gebeden, en daarna ben ik weggegaan. Twee dagen later lag er een kaartje in de bus waarop hij schreef: `Toen je weg was heb ik mijn knieën gebogen en mijn leven aan God gegeven.'

uit: Betty Heynis, Omega, wonderen in deze tijd, verhalen uit de televisieserie, Kok Kampen, 1996

Irina vertelt het volgende:
Ik ben in Rusland geboren en op latere leeftijd in België gekomen.

In Rusland behoorde ik tot een etnische minderheid. Als kind merkte ik al dat wij niet gelijk waren ten opzichte van de anderen. Wij waren tweederangs.

Toen ik 9 jaar was kreeg ik een droom. Niet een gewone droom die je snel vergeet, maar een heel heldere droom.

Ik zag een grote menigte mensen en ze keken allemaal naar omhoog. alsof daar iets bijzonders te zien was. Ik wilde ook kijken, maar ik kon niets zien, want ik was te klein. Bovendien zouden de mensen mij toch niet helpen, want ik had een andere afkomst.

Toen gebeurde er iets bijzonders. De mensenmenigte opende zich in het midden en opeens had ik vrij uitzicht. Aan het einde van het pad door de menigte stond een man met witte kleren. Hij straalde liefde uit en wenkte mij dat ik naar hem toe mocht komen.
De volgende dag ging ik gewoon naar school. Toen ik thuis kwam van school zag ik een boek liggen van mijn oom. Mijn oom volgde een opleiding aan de kunstacademie en was erg zuinig op dat boek. Ik deed het boek voorzichtig open en toen zag ik precies dezelfde persoon als waar ik die nacht van gedroomd had. Zijn haar, zijn wenkbrauwen, zijn ogen en vooral zijn neus waren precies hetzelfde. Alleen de uitdrukking van zijn gezicht was anders. Op het schilderij keek hij een beetje streng en afstandelijk, maar de man die ik had gezien was een en al liefde.

Er stond in het Russisch een tekst onder: Jezus komt tot de mensen. Rusland was in die tijd communistisch en van Jezus had ik nog nooit gehoord. Dus ik heb Jezus gezien, dacht ik bij mijzelf. Als kind stel je jezelf geen vragen, daarom weet ik dat deze ervaring echt is.
Er was nog een ander element in het visioen dat ik nog niet verteld heb. Nadat ik door Jezus aangeraakt was, keken de mensen van de menigte opeens heel anders naar mij. Ze wilden met mij omgaan. Ze sloegen hun arm om mij heen. Ze wilden van mij leren.
Pas veel later ben ik lid geworden van een kerk.

Nu meer dan dertig jaar later, weet ik nog steeds niet wat alles betekent van deze droom.

Ik heb in bibliotheken gezocht naar een afbeelding van het schilderij dat ik in het boek van mijn oom heb gezien, maar ik heb het nooit gevonden.

Ik heb door deze droom het gevoel dat God mij een taak heeft gegeven, maar ik weet nog niet welke. Bovendien: ik ben niet bijzonder. Ik ben maar een gewoon mens.
Irina

Bijlage 3 Stamboom









abraham

Izaäk
jacob
jozef

Inhoudsopgave


Abraham..................................................................................................................................1


Izaäk 6

Jacob en Ezau 7

Jozef 12

herhalingsvragen 13

14

Bijlage 1: Liefde, verliefdheid en sexualiteit 15



Bijlage 2 Dromen 19

Bijlage 3 Stamboom 23










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina