Michael de Kok (1958 Hilvarenbeek) in Tilburg door Jetteke Bolten-Rempt opening tentoonstelling Studio van Dusseldorp, 23 mei 2010



Dovnload 12.46 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte12.46 Kb.




Michael de Kok (1958 Hilvarenbeek) in Tilburg door Jetteke Bolten-Rempt opening tentoonstelling Studio van Dusseldorp, 23 mei 2010
Tijdens ons gesprek zegt Michaël de zin waarmee hij zelf precies formuleert wat er in zijn werk gebeurt:
" Tijdens het schilderproces is er een moment waarop het geschilderde beeld het beeld van de herinnering verdringt; het reële van de herinnering maakt plaats voor de suggestie van het geschilderde."
Dat is de kern van het proces.
We spraken onlangs weer met elkaar, hier in Tilburg in zijn atelier in het voormalige kloosterziekenhuis Carré. (Zijn moeder was daar nog verpleegd, zei hij terloops). Hij beaamde mijn opmerking dat het goed gaat met het artistieke klimaat in Tilburg – afgezien natuurlijk van De Pont en het Textielmuseum - goede kunstenaars, interessante galeries en spannende initiatieven van jonge maar ook oudere kunstenaars. En dat al ondanks het recente gedoe rond de burgemeester en de gemeentelijke politiek …
We stelden vast dat we elkaar al 26 jaar kenden: op de Rijksakademie in Amsterdam begon ik in 1984 als docent kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing en Michaël was in 1983 begonnen aan een werkperiode daar. De Rijksakademie werd toen net gereorganiseerd van het zeer traditionele, nog 19de-eeuwse kunstacademiemodel in een postacademiaal instituut met deelnemers. De begeleiders bleven wel kroondocent, maar werden niet meer ‘professor’ genoemd!
Het was een turbulente periode voor de jonge kunstenaar die nog bij Paul Hugo ten Hope begon. Hij herinnert zich veel goeds van de veel te jong gestorven Jaap Hillenius die daar ook professor was. Met de komst van Ger Lataster als hoofd afdeling schilderen nam hij ook weer graag afscheid van het Amsterdamse instituut. Met het expressionisme van Lataster had Michaël immers niets. Het was voor hem een stoorzender. (Wel maakte hij daar een mooie tentoonstelling tezamen met beelden van Marc Koreman die nu in Breda woont en werkt. Het nog in zwart-wit gedrukte boekje is het bewijs.)
Veeleer Henk Visch was een belangrijke inspiratiebron, wat ook duidelijk te zien is in zijn werk uit die jaren rond 1990. Gestileerde figuren van hout bevestigde Michaël vóór het doek of paneel die hij wel ‘mee schildert’. Zo maakt de ruimte voor het schilderij fysiek deel uit van het beeld. Zo ontstaat een wel tastbaar maar niet realistisch beeld; eerder dromerig en enigszins surrealistisch, ook toen al. Veel van het werk uit die vroege periode heeft hij later hergebruikt als ondergrond van nieuwe werken. Overgeschilderd dus. Soms is dat wel erg jammer.
Vanaf het begin zoekt Michaël de Kok naar een beeld tussen figuratie en abstractie. Hij is net een kunstenaarsgeneratie jonger dan de fundamentele schilders die vooral het gedrag van handschrift en verf ‘onderzochten’. Voorstellingsloos zijn die werken als regel. Michaël de Kok uit Tilburg/Hilvarenbeek , zoon van de begaafde schilder Fons de Kok – die overigens koos voor een carrière als docent aan de academie alhier en nooit wilde exposeren – Michaël de Kok wilde meer. Hij zocht een vorm tussen abstractie en figuratie. Die zoektocht ondernam hij - na de talloze invloeden aan de Rijksacademie - vanuit zijn landelijk gelegen atelier in Hilvarenbeek, alleen en in stilte. En dat merk je als je zijn oeuvre overziet. Hij zoekt naar het beeld tussen de waarneming – dat wat hij ziet - en de fantasie of verbeelding – dat wat hij schildert… Er tussenin zit de herinnering.
Het landschap is en blijft een belangrijk thema in zijn oeuvre; het landschap van ver - kan ook uit de krant zijn! - , van dichtbij of vanuit het raam gezien, of een combinatie van die drie. Van de portretten van vrienden en familie die ik gezien heb, blijft dat van zijn zoontje van toen zo’n 5 jaar op mijn netvlies hangen. Ook een enkel stilleven schildert hij. Indrukwekkend lijkt de mansgrote makreel, eerder een portret van het prachtig gekleurde dier, vertikaal ten voeten uit in het midden van het grote doek… helaas overgeschilderd.
Die zoektocht naar een beeld tussen abstractie en figuratie kan je volgen in zijn fotodocumentatie, vanaf 1990 ongeveer. Het patroon van de makreel, het patroon van het Perzisch tapijt als achtergrond bij het portret van zijn vrouw: abstractie en figuratie. Opvallend zijn de werken met de twee afgesneden berkenboomstammen, die het horizontale doek verticaal in drie bijna gelijke delen verdelen. Herkenbaar als boom aan de bast en toch zo abstract mogelijk. Zijn handschrift lijkt dan stug, de kleur licht en poëtisch.
En dan is er 1997. Ineens laat Michaël de Kok zijn penseelstreek vloeien, laat hij zijn virtuositeit als schilder toe. Wellicht was het de tentoonstelling van Giorgio Morandi in dat jaar die hem daartoe de vrijheid gaf. U weet wel, de schilder van eindeloze reeksen stillevens van potjes en flesjes. Op de grens van abstractie en figuratie…

Na 1997 laat Michaël de Kok zijn schilderhandschrift vrij en concentreert zich op wat hij nadien ‘nabeelden’ noemt. Nabeelden zijn de beelden die zo pregnant zijn dat je ze, na de feitelijke waarneming ervan, met gesloten ogen toch nog ziet in het intieme duister van je eigen ogen. Maar dan in negatief. Essentieel voor het nabeeld is de intensiteit van het licht en daarmee de kleur van de waarneming. Iedereen kan zo’n nabeeld zien; erger nog, sedert Michaëls geschilderde nabeelden amuseer ik mij dikwijls door met gesloten ogen te kijken naar de nabeelden die verschijnen als je een sterk contrastrijk beeld hebt waargenomen…


Het was Bauhauskunstenaar Josef Albers (1888 – 1976) die als eerste dit optische effect zichtbaar maakte met zijn abstract-geometrische beeldtaal. Dat deed hij in kleurrijke reeksen vierkanten in vierkant: je ziet immers in het nabeeld de complementaire kleur van de oorspronkelijk waargenomen tint.

Ooit studeerde ik af op de scriptie ‘Over de veranderende functie van kleur in de 20ste-eeuwse kunst’. Toen al werd ik door de optische effecten van kleur en de in beeld gebrachte theorieën van Albers geboeid. Sedertdien is mijn visuele ervaring verrijkt met het zien met gesloten ogen.


Hoe verrassend waren voor mij de door Michaël de Kok geschilderde nabeelden van landschappen. In die landschapsbeelden verenigt hij optische wetmatigheden en kunsttheorieën uit de abstracte kunst uit het interbellum met de zo eigentijdse behoefte aan voorstellingen, geschilderde beelden met betekenis. Zijn nieuwe verbeelding van het landschap was voor mij reden om enkele werken op te nemen in de collectie van het Leidse stedelijk museum De Lakenhal waarin het landschap een groene draad vormt.
De ‘ontdekking’ van het landschappelijk nabeeld door Michaël de Kok is niet alleen een vondst en van voorbijgaande aard. Dat blijkt wel uit de tentoonstelling hier. De Kok weet telkens weer de beelden die hem, na waarneming, in de herinnering en op het netvlies blijven hangen zó gestalte te geven dat ze een eigen leven en bestaansrecht hebben. En dat komt door zijn schilderkunst.
En dan zijn fameuze zin:
" Tijdens het schilderproces is er een moment waarop het geschilderde beeld het beeld van de herinnering verdringt; het reële van de herinnering maakt plaats voor de suggestie van het geschilderde."
En dat is nu juist de kunst ervan….



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina