Midden Oostenrijk. Keltische en Romeinse opgravingen



Dovnload 83.86 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte83.86 Kb.

Midden Oostenrijk.



Keltische en Romeinse opgravingen.

  • Het begin van de zogeheten Hallstatt cultuur (800 450 v. Chr.) markeert de overgang van de Bronstijd naar de Oude IJzertijd.

  • De Hallstatt cultuur is ons overgeleverd doordat de Illyriërs en Kelten hun doden op grote begraafplaatsen ter ruste legden, omringd door voorwerpen uit het dage­lijks leven.

  • In hun grafheuvels zijn potten, schalen, wapens, gereed­schappen en vruchtbaarheidsbeeldjes gevonden.

  • De Dürrnberg bij Hal­lein is de belangrijkste vindplaats van Keltische cultuur in Oostenrijk.

  • De nederzetting bij de hier aanwezige zoutmijnen werd al vóór de Se eeuw bewoond.

  • De bevolking werd tussen 450 en 400 v. Chr. bijna verdubbeld; in dezelfde periode begon de cultuur typisch Keltische trekken te verto­nen.

  • Hun wapens, sieraden, rituele en gebruiksvoorwerpen verraden Griekse (onder meer via de kolonie Massilia (Marseille) en vooral Scythi­sche invloeden; het laatste komt vooral tot uitdrukking in het gebruik van planten  en dierenmotieven in de ornamentiek, die echter op een geheel eigen manier werden verwerkt.

  • Typisch Keltisch zijn de rijke geo­metrische, vooral cirkel  en spiraalvormige versieringen.

  • De Romeinse beschaving (ca. 15 v. Chr.   5e eeuw) heeft meer sporen nagela­ten.

  • In Karinthië zijn delen van de Romeinse nederzettingen Virunum op de Magdalensberg en Teurnia (bij Spittal aal. Drau) opgegraven.

  • Musea ter plekke geven een indruk van het wel en wee.

  • In Virunum is een kopie te zien van het bronzen beeld van een Romeinse jongeling (origi­neel in Wenen).

  • Aguntum in Oost Tirol en Flavia Solva in Stiermarken zijn eveneens Romeinse nederzettingen, die zijn blootgelegd.

  • Opgravin­gen en musea zijn niet de enige plaatsen waar de Romeinse cultuur is te zien.

  • In vele christelijke kerken zijn Romeinse grafstenen in de buiten­muur gemetseld om de boze geesten te verdrijven.

  • Bij Villach is een oude 'Römerweg' te bewonderen, in een fontein in St. Veit is een Romeins bek­ken ondergebracht en de Herzogstuhl op het Zollfeld is opgebouwd uit Romeinse stenen.

  • Bij Hartberg zijn de fundamenten van de Villa Rustica, een Romeinse villa, blootgelegd.

  • Spaarzame overblijfselen van vroegchristelijke cultuur vindt u in Salzburg in de catacomben op de Mönchs­berg, geheime kapellen uit de 3e eeuw, en in de overblijfselen van een kerkje in Lavant.

  • Een stenen priesterbank is het restant van een 5e­eeuwse basiliek in Teurnia.


Romaanse bouwkunst.

  • Deze middeleeuwse kunststijl heeft pas laat wortel geschoten in Oosten­rijk (vanaf 12e eeuw), maar heeft ook een langere uitloop gehad dan in de meeste andere landen.

  • De stijl, die werd geïntroduceerd door de klooster­orden, werd vooral toegepast in de sacrale architectuur.

  • De stroming ken­merkt zich door een robuuste bouw, soberheid en ronde bogen.

  • Het schip van de kerk is hoger dan de zijbeuken (basiliekvorm).

  • De heilige crypte onder het hoofdaltaar is een ander wezenlijk element.

  • Veel kerken heb­ben verbouwingen in een latere bouwstijl ondergaan, zodat zuiver rom­aanse kerken nauwelijks meer voorkomen.

  • Het belangrijkste romaanse bouwwerk is de Domkirche in Gurk, een pijlerbasiliek met drie beuken, een transept en twee torens.

  • In de crypte dragen zo'n 100 marmeren zuilen het plafond.

  • Andere voorbeelden zijn de Domkirche in Seckau, de parochiekerk van St. Paul int Lavanttal, en de crypten in de kerken in St. Veit in Defereggen en Irschen.

  • Een gaafvoorbeeld in het klein is de een­beukige kerk en de hiermee verbonden Annakapel in Karnburg.

  • Elemen­ten van deze bouwstijl zijn ook nog te vinden in Völkermarkt (twee west­torens), Maria Wörth (Winterkirche) en Treffen, Feldkirchen, St. Kanzian en Bad Radkersburg.

  • Typerend voor de romaanse stijl is ook de ronde of achthoekige Karner, een knekelhuis waar de botten van de doden worden bewaard en waarin zich bovendien een kapelletje bevindt.

  • Voorbeelden van de profane bouwkunst zijn de stadswallen in enkele ste­den en dorpen: Gmünd, Friesach, Althofen en Oberwölz.

  • In de kruisgang met romaanse ornamenten van planten en dieren in het voormalige klooster in Millstatt ziet u de overgang van romaans naar gotisch.

  • In Salz­burg en Oberösterreich vindt u het romaans alleen terug in een enkel portaal (Sankt Peter Stiftskirche, Salzburg) of in het schip (Franziskanerkirche, Salzburg).


Romaanse beeldende kunst.

  • De romaanse beeldende kunst komt vooral tot leven in fresco's (muur­schilderingen) en in steenreliëfs.

  • Het Samson timpaan en het trechterpor­taal in de Domkirche van Gurk dateren beide van circa 1200 en zijn de zui­verste voorbeelden van romaanse steensculpturen.

  • Reliëfs zijn verder nog te zien boven de portalen van de kerken in St. Paul im Lavanttal, Seckau en Pürgg.

  • De abdijkerk van Seckau bezit een houten Kruisiginggroep die door de soberheid haast modern aandoet.

  • De frescokunst i stond in de laatromaanse periode op hoog niveau.

  • In de 13e eeuw werden de fresco's uitgevoerd in de Zackenstil, een puntige, hoekige manier van tekenen.

  • De frescocyclus uit het begin van de 13e eeuw in de Bischofska­pelle in de Domkirche in Gurk is wereldberoemd.

  • Stilistisch verwant hiermee zijn de fresco's in de kerken van Göss en Pürgg.

  • De fresco's in de Nikolauskirchlein in Matrei zijn eerder beïnvloed door de Byzantijnse frescostijl.

  • Romaanse 12e eeuwse fresco's bleven verder bewaard in het Stift Nonnberg (Salzburg) en het Stift Lambach (Oberösterreich).

  • De in de 7e-8e eeuw gestichte kloosters Sankt Peter en Nonnberg (Salz­burg), Mondsee en Kremsmünster vormden in de Vroege Middeleeuwen de belangrijkste centra van kerstening en beschaving.

  • Het Stift Krems­münster herbergt nog enkele kunstschatten uit deze periode, waaronder de fraaie Tassilokelk.

  • De glasschilderkunst werd nog niet in groten getale bedreven.

  • In het Diözesanmuseum in Klagenfurt hangt het oudste exem­plaar, een beschilderd kerkraam uit Weitensfeld, dat in Oostenrijk is gevonden


Gotische bouwkunst.

  • De gotiek komt in Oostenrijk rond de 14e eeuw op en ook hierbij zijn de kloosterorden de voortrekkers.

  • In de daaropvolgende eeuw ontplooien de hertogen evenwel ook initiatieven.

  • In de gotische stroming in Oosten­rijk lopen de twee internationale richtingen van Lombardije en Bohe­men in elkaar over.

  • Robuustheid maakt plaats voor elegantie, ronde bogen worden vervangen door spitsbogen.

  • Het accent wordt gelegd op een hemelwaartse ruimtewerking en de hallenkerk doet haar intrede (schip en zijbeuken van gelijke hoogte).

  • De gotische bouwvorm is in de kerken nog redelijk zichtbaar, alleen de slanke, spitse torens hebben de barok veelal niet overleefd.

  • Vroeggotische kerken zijn de Leechkirche in Graz, de kerk van het domi­nicanenklooster in Friesach en de kloosterkerk van Stift Neuberg.

  • De rijpe gotiek is te bewonderen in de pelgrimskerk van Mariazell, de St. Jak­obskapel van het Franziskanerkloster in Graz, de abdijkerk van Göss, de Gailtaler Dom in Kötschach Mauthen, de kerk in Laas en in de St. Leon­hardkirche in Bad St. Leonhard.

  • De gotische toren in Mariazell wordt geflankeerd door twee pompeuze baroktorens, waardoor de verfijndheid van de gotiek nog meer geaccentueerd wordt.

  • Andere interessante goti­sche kerken staan verder nog in: Maria Saal, Metnitz, Gmünd, Lava­mund, Maria Wörth, Obervellach, Laas en Frauenberg.

  • De parochiekerk van Steyr is een basiliek (een hoge middenbeuk met aan weerszijden lagere zijbeuken), in de vroege gotiek de meest voorkomende kerkvorm.

  • Onder invloed van bedelorden, als de franciscanen, kwamen in de late gotiek bouwvormen op als de (eenbeukige) zaalkerk, soms aan weerszij­den door kapellen geflankeerd, zoals in Braunau, of de uit drie even hoge beuken bestaande hallenkerk.

  • Het koor van de Franziskanerkirche (Salz­burg) heeft een zeer fraai laatgotisch netgewelf. Bijzondere aandacht ver­dienen de gewelven met in elkaar verstrengelde ribben, bekend als het Schlangenrippengewölbe, in Königswiesen (Mühlviertel).

  • Soms gaan de gewelven van de twee hallen van het schip over in een driebeukig koor.

  • De Wallseer Kapelle van de Pfarrkirche Maria Schnee (Enns) is een fraai staaltje van een dergelijke 'versmeltings techniek'.

  • De cultuur van de gebrandschilderde ramen hangt nauw samen met de gotiek.

  • De door heldere kleuren gefilterde lichtinval bepaalt mede de charme van de gotische kerken.

  • Voorbeelden hiervan zijn te vinden in Karinthië: Maria Saal, Lieding, Friesach, St. Leonard im Lavanttal en Vik­tring, en in Stiermarken: St. Michaël ob Leoben, Judenburg en St. Erhard bei Mixnitz.

  • Wat er aan profane bouwkunst verrees, verdween later meestal achter barokke gevels.

  • In het beste geval is de middeleeuwse oorsprong van stadshuizen te herkennen aan een enkel kielboogportaal, een hoekerker of een gotisch arcadenhof.

  • Pure gotiek vindt u alleen nog in Steyr, waar het gave Bummerlhaus (fraai maaswerk) de Stadtplatz siert en   eenvou­diger   bij enkele huizen in de kleine historische kern van Freistadt in het Mühlviertel.

  • Onmiskenbaar gotisch zijn ook de trotse huizen van de mijnbazen in het gouddelversstadje Rauris in de Hohe Tauern.

  • Het Kornmesserhaus in Bruck an der Mur, een burgerpaleisje naar Vene­tiaanse bouwtrant, laat door de bogengalerij de overgang tussen late gotiek en Renaissance zien.


Gotische beeldende kunst.

  • Typerend voor de gotiek in deze Alpenstreken zijn de houten, beschil­derde, driedelige vleugelaltaren, waarbij schilder  en beeldhouwkunst samengaan.

  • De omraming bestaat meestal uit houtsnijwerk, terwijl de vleugels aan beide kanten beschilderd zijn.

  • De belangrijkste beeldhou­wer van vleugelaltaren was de invloedrijke Tiroler Michael Pacher, wiens meesterwerk het vleugelaltaar (1480) in de parochiekerk van St. Wolf­gang (Salzkammergut) is.

  • Uit de paneelschilderingen blijkt dat Pacher het perspectief al onder de knie had.

  • Een ander beroemd vleugelaltaar is dat van Kefermarkt.

  • De houten beelden bezitten een maximum aan realistisch uitdrukkingsvermogen. Artistiek van een minder gehalte, maar duidelijk verwant aan Pachers creaties zijn de altaren van Wald­burg bei Freistadt en de Sankt Michael even buiten Ober Rauchenödt in het Mühlviertel en van Hallstatt en Gampern in het Salzkammergut.

  • Het vleugelaltaar (1420) in de kerk in Heiligenblut (Karinthië) met houtsculp­turen van de Tiroolse kunstenaar W. Asslinger en schilderingen op de panelen van de Salzburger M. Reichlich en de Tiroler Simon von Taisten doet niet voor dat van Pacher onder.

  • Fraaie voorbeelden staan verder in Maria Gail, Seeboden, Rangersdorf, Obervellach (beschilderd door de Hollandse kunstenaar jan van Scorel) en Ossiach (alle in Karinthië), in Gröbming en Bad Aussee (Stiermarken) en Thal Assling (Oost Tirol).

  • In Karinthië floreerde de frescocultuur door de Villacher Schule, een 15e /16e eeuwse schildersschool die zijn meester had in Thomas von Villach en een latere vertegenwoordiger in Urban Görtschacher (Weltfresco in Mill­statt).

  • Meester Thomas verluchtigde vele kerken in Karinthië met zijn fresco's in pasteltinten. Pronkjuwelen zijn die in de kerken van Gerla­moos, Maglern Thörl en St. Paul im Lavanttal en het Landplagenbild op de buitenkant van de Domkirche in Graz.

  • Prachtige gotische fresco's vindt u ook in één van de kapellen van het Schloss Klam (eind 14e eeuw; Mühlviertel).




  • Aan het begin van de 15e eeuw kwam de zogenaamde Weiche Stil ('weke stijl') op: afgeronde vormen, lieflijke gelaatsuitdrukkingen.

  • In de beeld­bouwkunst komt deze stijl het duidelijkst naar voren in de Schöne Madonna: Maria als tedere moeder, die zowel als onderdeel van het vleu­geltaan voorkomen als losstaand.

  • Salzburg was een belangrijk centrum van deze Schöne Madonnakunst (in vele kleuren beschilderde, houten beelden).

  • Andere voorbeelden zijn te bewonderen in Maria Luggau en Bad St. Leonard (Stiermarken).

  • In de tweede helft van de eeuw werden schilder  en beeldhouwkunst zwaarder en expressiever (Schwerer Stil of dunkle Zeit).

  • In en om Salzburg en Passau verdienen de paneelschilderingen van Rueland Frueauf der Ältere zeker de aandacht.

  • Onder het bewind van keizer Maximiliaan I begon de beeldende kunst renaissancetrekken te vertonen.

  • Het gebied tussen Pas­sau en Wenen vormde het centrum van de Donauschool, een richting in de schilder  en grafiekkunst met als belangrijkste vertegenwoordigers Albrecht Altdorfer (altaar in het stift Sankt Florian), Frueauf der jüngere en Lukas Cranach der Ältere.

  • Een sfeervolle weergave van het streekland­schap, sprekende kleuren en levensechte figuren zijn de belangrijkste stijlkenmerken van deze Oostenrijkse Vroege Renaissance, die echter geen vervolg kreeg.


Renaissance bouwkunst.

  • De 'wedergeboorte' van klassieke vormen en gedachten vond in Oosten­rijk weinig weerklank.

  • Hoofdthema van de Renaissance is het nastreven van ideale proporties, harmonie en doelmatigheid.

  • De mathematiek bepaalde de plattegrond en de indeling.

  • De schaarse voorbeelden in Oos­tenrijk waren scheppingen van Noord-Italiaanse bouwmeesters.

  • Een en ander wordt wel in verband gebracht met interne troebelen als gods­diensttwisten en boerenopstanden en het dreigende gevaar van de Tur­ken dat het land tot ver in de 17e eeuw in zijn greep hield.

  • Voor de kerkelijke architectuur is dat verband zeer direct te leggen.

  • Door de Reforma­tie kwam de klad in de kerkbouw.

  • Kloosters raakten ontvolkt en als gevolg daarvan in verval.

  • Waar nieuwe kerken werden gebouwd, hield men lang vast aan gotische vormen; vaak spreekt alleen uit ornamentiek en fresco's de invloed van de Renaissance.

  • In de profane bouwkunst kwam de nieuwe stijl sterker tot uitdrukking, alhoewel ook hier nauwe­lijks iets groots werd verricht.

  • Een uniek voorbeeld van de Vroege Renais­sance is het Schloss Porcia in Spittal an der Drau.

  • Graz heeft naast de vele huizen en stadspaleizen met renaissance elementen als belangrijkste voorbeelden van deze bouwstijl het Schloss Eggenberg, het Landhaus en Zeughaus.

  • De Italiaan Domenico dell'Allio was daar de verantwoorde­lijke bouwmeester.

  • Naast het Landhaus, paleizen en huizen was hij ver­antwoordelijk voor de verdedigingsgordel om en in Graz.

  • Ook de gebou­wen van het Landhaus in Klagenfurt en Linz vertonen duidelijke renaissance invloeden evenals de torens, poorten, gevels en arcadenho­ven van de steden Wels, Enns en Steyr, veelal versierd met sgrafitto.




  • De barok is de eerste stijl in Oostenrijk die in een latere fase niet teerde op Italiaans vakmanschap maar op Oostenrijkse creativiteit.

  • De drie grootste Oostenrijkse barokarchitecten waren: de uit Graz afkomstige Johann Fischer von Erlach (kasteel Schönbrunn in Wenen en de Dreifál­tigkeitskirche in Salzburg), Johann Lukas von Hildebrandt (het Belvedère in Wenen en Schloss Mirabell in Salzburg) en Jacob Prandtauer (deel Stift Florian).

  • Zij zijn de vertegenwoordigers van de rijpe barok en bepalen het stadsgezicht van Wenen en Salzburg.

  • De 17e-18e eeuwse barok bevestigde de grandeur van de Oostenrijkse Habsburgers en was de artistieke expressie van de triomf over Turken en Fransen.

  • Maar bovenal wordt de Oostenrijkse barok gezien als uitdruk­king van de zege van de Contrareformatie over het protestantisme.

  • De afvalligen werden gelokt met zwierige pracht en praal, die in de plaats kwam van de ingetogenheid van de gotiek.

  • De nieuwe vroomheid uitte zich in Mariadevotie en heiligenverering.

  • Extroverte en extravagante uit­bundigheid en een dramatische spanning deden een stevig beroep op de zintuigen die doordrongen werden van het hemelse en goddelijke.

  • In de barok vloeiden bouw , beeldhouw  en schilderkunst in elkaar over en vor­men één geheel.

  • Beweging, ruimtewerking, een voorliefde voor bogen en voor ellipstische en ovale vormen, sier en praal zijn de belangrijkste ele­menten.

  • Dit komt het sterkst tot uiting in de grote, beschilderde viering­koepel (een nieuw element), die het illusionistische perspectief ver­sterkt, en in het monumentale hoogaltaar, dat de apsis van een kerk bijna uit haar voegen drukt.

  • De ruimtewerking wordt vergroot door de vele kapelletjes, die als een krans om het centrale deel van de kerk wer­den gegroepeerd.

  • Het beeldhouwwerk heeft veelal een omhulsel van bladgoud. Blanke muren zijn taboe.

  • Bijna elke ondergrond wordt ver­sierd met fresco's en stucwerk.

  • Op ingenieuze wijze wordt met de licht­inval gespeeld, zodat een spectaculaire tegenstelling tussen licht en i schaduw ontstaat.

  • De stijl heeft ook zijn eigen kleuren: lichtgroen, lichtblauw, okergeel en oudroze.

  • De barok heeft haar stempel gedrukt op duizenden parochiekerken in Oostenrijk naast de keizerlijke residentiesteden en bisschopssteden.

  • Menige dorpskerk werd 'barockisiert'.

  • De slanke, spitse, gotische toren kreeg een ronde, uivormige bekroning, een teken van waardigheid, ter­wijl het ingetogen interieur van de bestaande kerken bedolven werd onder versieringen.

  • Waar de tering naar de nering gezet moest worden, beperkte men zich tot minder vergaande ingrepen, hetgeen soms tot een niet onaardige combinatie van stijlen leidde.

  • Bij de stadshuizen uit de 'Barockisierung' zich veelal in de gevels.

  • De fraaiste staaltjes van deze burgerbarok vindt u in Steyr, Schärding, Braunau en oorden in het Innviertel.




  • De vroege barok is nog een Italiaanse zaak.

  • De dom van Salzburg (1614­'26) van de Italiaanse bouwmeesters Santino Solari en Vincento Sca­mozzi is het eerste barokke bouwwerk benoorden de Alpen.

  • Prille barok, met nog maniëristische trekjes, is in het bisschoppelijk lustslot Hell­brunn bij Salzburg, tezelfdertijd gebouwd naar voorbeeld van de Itali­aanse villa architectuur, nog veel duidelijker aanwezig.

  • Het hart van de stad onderging in deze periode een complete metamorfose door de aanleg van een pleinencomplex en de bouw van een aantal vrij sobere vroeg­barokke paleizen (Residenz, Neugebäude, Primogeniturpalais, Alte­nau/Mirabell).

  • De barokke bouwlust in Salzburg, dat zich buiten de Dertigjarige Oorlog wist te houden, vond aanvankelijk weinig weerklank in de omringende, door krijgsgewoel en boerenopstanden geteisterde streken.

  • Op uitzonderingen na, zoals de vroege barok van Stift St. Lam­brecht en de verbouwing van de bedevaartskerk van Mariazell in Stier­marken.

  • Pas toen na de Vrede van Westfalen (1648) de rust weerkeerde, deed de barok zijn intrede.

  • De jezuïeten lieten als grootste voorvechters van de Contrareformatie kerken in recht toe recht aan barok bouwen, zoals de Michaelskirche (Steyr) en de jesuitenkirche (Linz).

  • Belangrijker voor de artistieke ontwikkeling van de barok waren de bouwactiviteiten van de rijke kloosters in het hart van Oberösterreich: Lambach, Kremsmünster, Schlierbach, Garsten en Sankt Florian.

  • Achter veelal nog rechte, strak gelede gevels gaan hier interieurs met een overdaad aan zwaar sierstucwerk schuil.

  • Deze Stuckbarock was het specialisme van de oorspronkelijk uit Como afkomstige, sinds één generatie in het Steiri­sche Leoben woonachtige familie Carlone: Pietro Francesco met zijn zonen Carlo Antonio en Giovanni Battista.

  • De laatste nam meestal het stucwerk voor zijn rekening.

  • De kloosterkerken van Garsten en Schlierbach (Oberösterreich) vormen het hoogtepunt van de Stuckbarock.

  • Wanden en gewelven zijn zo vol vruchten, loof en putti, dat er bijna geen vlak stuk muur meer te zien is.

  • In latere creaties van de Carlones als de stiftskerk van Sankt Florian is de stuc van de gewelven verdwenen en heeft plaats­gemaakt voor plafondvullende fresco's met schijnarchitectuur.




  • In de bouwgolf die op het ontzet van het door de Turken belegerde Wenen (1683) volgde, kwam een nieuwe generatie architecten op: Oos­tenrijkers die hun leerjaren veelal in Italië hadden doorgebracht.

  • In het vroege werk van Johann Bernhard Fischer von Erlach (1656 1723) zijn nog Ita­liaanse invloeden te bespeuren, bijvoorbeeld in de Dreifáltigkeitskirche (Salzburg).

  • Dat geldt ook de andere kerken die in de jaren 1690 naar Fischers ontwerpen in Salzburg verrezen.

  • Hij verzorgde het interieur van het mausoleum voor Ferdinand II in Graz en bouwde het hoogaltaar van de bedevaartskerk in Mariazell.

  • Later zou hij ook elementen van de Franse, al bijna classicistische, late barok in zijn stijl verwerken.

  • In de gevel van de Markuskirche (Salzburg) geeft hij hier al een voorproefje van.

  • Ook Johann Lukas von Hildebrandt (1668 1745), Fischers jongere collega en concurrent, wist uit Italiaanse en Franse elementen een eigen stijl te ontwikkelen.

  • Zijn werkterrein lag primair in Wenen.

  • In zijn kerken (o.a. de Deutschordenskirche in Linz) staat vaak een in de lengterichting geplaatste ovale koepel centraal.

  • Rond 1735 maakten ook in Steiermark Italiaanse bouwmeesters plaats voor Oostenrijkers.

  • Joachim Carlone (geen Italiaan) bouwde de Stiftskirche in Pöllau, Johann Georg Stengg (1689 1753) maakte de bedevaartskerk Maria Trost in Graz en de voorgevel van de abdijkerk van Stift Rein.

  • Josef Hueber (1715 '87) vervaardigde de pelgrims­kerken in St. Veit am Vogau en Weiz, de voorgevel van de Maria Hilfkirche in Graz en de bibliotheek van het klooster Admont.

  • In Karinthië en in Oost Tirol verrees geen barokarchitectuur van grote betekenis.

  • Werkten Fischer en Von Hildebrandt vooral voor het hof en de adel, Jakob Prandtauer (1660 1726) had prelaten als belangrijkste opdrachtgevers.

  • Hij voltooide de door C.A. Carlone begonnen bouw van het stift Sankt Flo­rian.

  • Van zijn hand zijn hier de Marmorsaal en de keizersvleugel met het trappenhuis, waarin hij door een vrij eenvoudige ingreep de al te dik opgelegde diagonale beweging uit Carlones ontwerp doorbrak.

  • Onder sterke invloed van Prandtauer staat het werk van de Linzer bouwmeester Johann Michael Prunner (1669 1739).

  • Kerken van zijn hand komt u overal in Oberösterreich tegen; in Linz ontwierp hij menig stadspaleisje.

  • Ook Prunner maakte graag gebruik van half ovale inbuigingen, zoals uit de voorgevels van de Karmelitinnenkirche (Linz) en de kapel van het Schloss Lamberg (Steyr) mag blijken.

  • Zijn oorspronkelijkste creatie is de Dreifáltigkeitskirche (Stadl Paura), een centraal opgezette koepelbouw waarin alles in drievoud aanwezig is.

  • Meer dan deze grote namen hebben min­dere goden het Oostenrijkse stads  en dorpsbeeld bepaald.

  • In het klooster Admont werkte de beeldhouwer Joseph Thaddaüs Stammel (1695 1765).

  • Vooral het interieur van de befaamde decoraties van de bibliotheek zijn geweldig.




  • De barokschilderkunst begon met de op linnen geschilderde altaarreta­bels, maar kwam tot volle bloei toen de frescoschilders koepels en koor­gewelven mochten verfraaien.

  • Op vaak geraffineerde wijze werd door een geschilderde schijnarchitectuur de illusie van een rijzige ruimte gewekt.

  • Tot de eerste generatie schilders behoren C. Carlone, Martin Alto­monte en Johann Michael Rottmayr.

  • Johann M. Schmidt (naar zijn geboorte­plaats Krems meestal Kremser Schmidt genoemd; 1718 1801) is de belang­rijkste laatbarokke altaarschilder van Oostenrijk.

  • Zijn retabels schil­derde hij in een stemmig halfdonker in navolging van het clair obscur van Rembrandt.

  • Voorbeelden zijn de kerken in Wolfsberg, Bad Mittern­dorf en Rottenmann in Steiermark.

  • In de schilderkunst komen ook de namen naar voren van Daniel Gran (1694 1757; dom in Klagenfurt), Barto­lomeo Altomonte (1701 '83; bibliotheek Admont) en Paul Troger (1698 1762; dom in Klagenfurt, kerk in Anras).

  • In Kärnten is de schilder Josef Ferdinand Fromiller (1693 1760) niet over het hoofd te zien, zijn fresco's in het Land­haus in Klagenfurt en in de voormalige abdij van Ossiach zijn van een ongekende schoonheid.

  • Zijn hoofdkleuren zijn goudbruin en oker.

  • In Steiermark werkten Hans Adam Weisenkirchner (Schloss Eggenberg in Graz), J.C. Hackhofer (Vorau) en Josef Adam von Mölk (Aflenz, Deutsch­Feistritz, Frohnleiten) en in Oost Tirol Franz Anton Zeiller (Matrei en Strassen).




  • De barokke beeldhouwkunst vindt zijn hoogtepunt in het werk van Tho­mas Schwanthaler (1634 1707) en Meinrad Guggenbichler (1649 1723).

  • De familie Schwanthaler uit Ried im Innkreis bracht verspreid over zeven generaties 21 beeldhouwers voort.

  • Hun werk vindt u in het Innviertel en het Salzkammergut. Thomas is de bekendste: zijn belangrijkste schep­pingen bevinden zich in de parochiekerk van Ried en de bedevaartskerk van Sankt Wolfgang am See.

  • Guggenbichlers altaren vindt u voorname­lijk in en om het klooster van Mondsee, waar hij zijn atelier had: Mond­see, Abtsdorf, Irrsdorf, Kirchberg, Sankt Gilgen en wederom Sankt Wolf­gang.

  • Georg Rafael Donner en Thaddäus Stammel waren beeldhouwers die in de bekende abdij van Admont werkten.


Rococo, classicisme en biedermeier.

  • Oostenrijk ontwikkelde in de loop van de 18e eeuw zo'n sterk eigen stijl­gevoel dat andere invloeden minder doordrongen.

  • Zo vond de Franse rococo hier veel minder ingang dan in Beieren.

  • De rococo is lichter en luchtiger dan de barok, en wordt gekenmerkt door speelse asymmetri­sche vormen (de schelpvorm) en het gebruik van lichte pastelkleuren.

  • Tot de weinige voorbeelden van deze stijl in het in deze gids beschreven gebied behoren het interieur van de Sankt Peter Stiftskirche (Salzburg) en de stiftskerken van Suben, Engelhartszell (beide in het toen nog tot Beieren behorende Innviertel) en Wilhering (bij Linz).

  • Op de barok volgt het classicisme waarin werd terug gegrepen op de Klas­sieke Oudheid (zuilen, timpanen).

  • Het strenge, nuchtere classicisme, de favoriete bouwstijl van de verlichte keizer Joseph II was hier slechts een kort leven beschoren; het bleef beperkt tot het hof, de adellijke residen­ties en overheidsgebouwen.

  • Direct na Josephs dood volgde een reactie in de vorm van een pronkzuchtige bouwstijl.

  • De geest van het biedermeier­tijdperk komt vooral tot uitdrukking in het gerieflijke en degelijke inte­rieur van de burgerwoning.

  • Een intieme huiselijke stijl met warme kleu­ren, met sobere maar stijlvolle burgermeubelen die de afgelopen jaren door tentoonstellingen in Oostenrijk weer volop in de belangstelling kwam.

  • Maar de burgerklasse die deze stijl droeg (1815 '50), was vooral in de grote steden te vinden.

  • Buiten Wenen was die invloed veel minder sterk met uitzondering misschien van de kuuroorden.

  • In Bad Ischl zijn het classicisme en biedermeier bepalend voor de bouwstijl van de plaats.

  • Stijlkamers in musea getuigen nog van de chique en strakke burgerinte­rieurs.

  • Grote vraag was in die tijd naar geschilderde portretten en minia­turen in naturalistische trant.

  • Ook landschappen  aanvankelijk natuur­getrouw, later meer geromantiseerd weergegeven   vormden een geliefd onderwerp.

  • De bergen en meren van het Salzkammergut (Waldmüller, Alt, Stifter) en de stad Salzburg (Fischbach, Sattler) werden in deze tijd veelvuldig op het doek vastgelegd.


Bouw  en beeldende kunst ná 1850.

  • In de tweede helft van de 19e eeuw groeiden de steden.

  • De stadsuitleg ging gepaard met een ongekende bouwwoede voor de behuizing van de nieuwe midden  en arbeidersklasse, overheids  en bedrijfsgebouwen in allerlei neostijlen.

  • Dat is nog het best te zien in elke willekeurige provin­ciale binnenstad langs ringwegen en zijstraten die de oude binnenstad omhullen.

  • Achteraf zag men al die neoclassicisme, neogotiek, neorenais­sance teruggrijpend op bouwstijlen uit het verleden en versierd met veel tierlantijnen dikwijls als geestelijke armoede van een tijdperk dat gebukt ging onder een gebrek aan fantasie.

  • Deze neostijlen samen kreeg als naam Historisme of Eclecticisme.

  • Men kan het ook beschouwen als de architectonische uitdrukking van de Romantiek.

  • De Salzburger Hans Makart (portretten, landschappen) was in de periode van de Romantiek één van de belangrijkste schilders.

  • In de jaren '70 en '80 ging de Oosten­rijkse schilderkunst de eerste impressionistische trekjes vertonen.

  • De 19e eeuwse Oostenrijkse schilderkunst vindt u onder meer in Salzburg (Museum Carolino Augusteum en Residenzgalerie) en Linz (Oberösterrei­chisches Landesmuseum annex Schlossmuseum).


De moderne tijd.

  • Progressieve schilders en architecten uit kringen rond Künstlerhaus scheidden zich in 1897 af en richten de Wiener Sezession op waarin de esthetiek centraal stond.

  • De kunst moest alle facetten van het leven door­dringen want rond de eeuwwisseling leefde het ideaal van een totaal afgerond kunstwerk waarin het bouwwerk en binnenhuis een eenheid vormen.

  • De ontwerpers en kunstenaars van de Wiener Werkstätte rond Josef Hoffmann werden beroemd om hun sobere en baanbrekende ontwer­pen op gebied van kleding, schoenen, meubels, lampen, glas, en servies­goed die een radicale breuk met het verleden betekenden.

  • In de architec­tuur kwam de nieuwe visie vooral tot uitdrukking in een sierlijke, verfijnde ornamentiek van planten, bloemen en vrouwenfiguren en het gebruik van ijzer als constructiemateriaal.

  • De ontwikkelingen gingen snel en verschillende oude en nieuwe (bouw)stijlen bestonden zij aan zij of vloeiden over in elkaar over.

  • De architect Otto Wagner (1841 1918) maakte de weg vrij voor de contemporaine architectuur; zijn ontwikke­ling begint met laathistorisme en gaat via Jugendstil over in de Nieuwe Zakelijkheid, evenals dat van Joseph Olbrich en Josef Hoffmann.

  • Na 1900 werden hun creaties strak en zonder opsmuk, met gebruik van glas en staal.

  • Adolf Loos (1870 1933) is de belangrijkste vertegenwoordiger van de Nieuwe Zakelijkheid.

  • De schilder en beeldhouwer Gustav Klimt (1862 1918) was als medeoprichter van de Wiener Sezession één van de leidende kun­stenaars van de Jugendstil.

  • Het late werk van Klimt gaat over in het expres­sionisme.

  • Het vroege expressionisme ontwikkelde zich rond 1905 en ken­merkt zich door een bonte kleurenpracht met een psychologische inhoud.

  • Egon Schieie (1890 1918), Oskar Kokoschka (1886 1980) en Richard Gerstl zijn de belangrijkste vertegenwoordigers.

  • Een uitbundig, ritmisch gebruik van kleuren kenmerkt Kokoschka's portretten en stadsgezich­ten.

  • Schiele doorbrak seksuele taboes met zijn expressieve, sterk eroti­sche naakttekeningen en  schilderijen. Surrealistisch, met vaak een macabere symboliek, zijn de tekeningen en het grafisch werk van de Oberösterreicher Alfred Kubin (1877 1959).

  • Het latere expressionisme komt tijdens de Eerste Republiek tot bloei.

  • Oostenrijkse varianten van deze stroming brengen onder meer Herbert Boeckl en de Osttiroler Albin Egger Lienz (1868 1926) die furore maakt met zijn schilderijen van het boe­renleven, de oorlog en het menselijk bestaan.

  • Maar in die tijd dringen ook andere internationale kunststromingen door in Oostenrijk als het kubisme, futurisme en de abstracte schilderkunst.

  • Met een onderbre­king in de nazi-tijd startte het moderne kunstleven na 1945 met de kring rond de surrealist Albert Paris Gütersloh, die later bekendheid verwierf als 'de Weense school van het fantastische realisme'. Arik Brauer en Frie­densreich Hundertwasser (geb. 1928) komen uit deze groep voort.

  • Hundertwasser (woningbouw in Wenen, kerk in Bärnbach) geniet de grootste bekendheid.

  • Hij ontwikkelde een geheel eigen abstractaornamentele beeldtaal, waarin spiraalvormen, felle kleuren, goud en zilver een grote rol spelen.

  • De Weense actionisten schokten de burgerij met nietsont­ziende performances.

  • Wat er Oostenrijks is aan de hedendaagse kunst van de afgelopen decennia is moeilijk te zeggen.

  • Daarvoor zijn de vor­men, genres en begrippen te verwant met die in West Europa.




  • De beeldhouwkunst beleefde na de Tweede Wereldoorlog een opleving onder invloed van de uit ballingschap teruggekeerde Fritz Wotruba (1907­'75) die grote invloed uitoefende op de naoorlogse generatie als Avrami­dis, Hoflehner, Pillhofer, Eder en Urteil.

  • Alfred Hrdlicka komt uit deze kring die voortbouwde op de vooroorlogse traditie van het monumen­tale expressionisme en is wel de bekendste levende beeldhouwer.

  • Zijn monument voor de verdreven en/of vermoorde Weense joden was medio jaren '90 aanleiding voor lange en verhitte discussies in de media.

  • Het belangrijkste centrum van de beeldende kunst is zoals altijd Wenen.

  • Salzburg genoot in dit opzicht in de jaren'50 en '60 ook een zekere faam, toen Kokoschka hier de zomeracademie Schule des Sehens leidde.




  • Jugendstil en Nieuwe Zakelijkheid bleven in de bouwkunst in hoofdzaak Weense ontwikkelingen hoewel Linz meer voorbeelden van bekende 20ste ­eeuwse stromingen uit de tijd tot 1938 kent dan Salzburg, Klagenfurt of Graz. Moderne architecten van naam als Glemens Holzmeister (Festspiel­haus in Salzburg), Ernst Plischke, Josef Frank, Oskar Strnad gingen na de 'Anschluss' in 1938 in ballingschap.

  • Direct na de oorlog was Roland Rainer (de tuinstad Puchenau bij Linz) de toonaangevendste architect.

  • Wilhelm Holzbauer kwam uit de Arbeitsgruppe 4' en kreeg in Nederland de wind van voren na de oplevering van de Stopera in Amsterdam.

  • Hans Hollein is een andere internationaal bekende architect die veel projecten uitvoert in het buitenland (zoals nieuwbouw van Duitse musea maar ook het Haas Haus in Wenen).

  • In Salzburg was hij betrokken bij projecten als de universiteit, een school en een kerk.

  • In de moderne architectuur is de architectengroep Coop Himmelblau internationaal veel gevraagd. Zover die in een stroming gecategoriseerd kan worden, is die het deconstructivisme.

  • De Grazer Schule (o.a. Günther Demenig, Klaus Kada, Carla Kowal­ski) maakten Graz in de afgelopen twintig jaar een centrum van span­nende en speelse moderne bouwkunst, een metropool waardig.

  • Warenhuizen, originele straatverlichting (van lantaarn tot plaveisel), universiteitsgebouwen, scholen, vormgeving van winkels en cafés en een botanische tuin verrijkten de oude stad.

  • Interessante collecties van biedermeier tot moderne kunst vindt u in Midden Oostenrijk in Salzburg (Rupertinum, Galerie Welz), Linz (Neue Galerie), Graz (Neue Galerie) en Klagenfurt (Kärntner Landesgalerie).








Samengesteld door: BusTic.nl






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina