Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving



Dovnload 37.21 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte37.21 Kb.


Ministerie van Justitie




Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving




Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden







Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.









Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag





Bezoekadres

Schedeldoekshaven 100

2511 EX Den Haag

Telefoon (070) 3 70 79 11

Fax (070) 3 70 79 00











Datum

4 september 2008




Ons kenmerk

5561395/08




Uw kenmerk

2070825400




Bijlage(n)

1




Onderwerp

Beantwoording vragen over notarissen in criminele netwerken











































In antwoord op uw brief van 16 juli 2008, deel ik u mee, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en de Minister voor Wonen, Werk en integratie dat de vragen van de leden Van Velzen en De Wit (SP) van uw Kamer over notarissen in criminele netwerken, worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage bij deze brief.

De Minister van Justitie,


Antwoorden op de vragen van de leden Van Velzen en De Wit (beiden SP) aan over notarissen in criminele netwerken. (Ingezonden 16 juli 2008)


Vraag 1

Wat is uw reactie op het artikel in het Financieel Dagblad over notarissen in dertig criminele netwerken? 1)
Vraag 4

Wat is uw oordeel over de vaststelling van het BFT dat notarissen 124 ongebruikelijke transacties hebben verzwegen?
Antwoord vraag 1 en 4

De signalen over mogelijke betrokkenheid van notarissen bij malafide praktijken worden door mij als zeer ernstig beschouwd. De notaris vervult in ons rechtsbestel de rol van ‘poortwachter’. De notaris kan immers rechtskracht verlenen aan handelingen die plaatsvinden in het maatschappelijk verkeer zoals de aan- en verkoop van onroerend goed of de oprichting van een rechtspersoon, waardoor deze handelingen een officieel karakter verkrijgen. De notaris bepaalt daarmee of toegang wordt verkregen tot de legale economie.

Vanwege de bijzondere rol van de notaris en de kwetsbaarheid van diens dienstverlening in verband met het witwassen van misdaadvermogen, geldt sinds 2003 de meldingsplicht ongebruikelijke transacties voor notarissen. Het Bureau financieel toezicht (BFT) is belast met het toezicht op de naleving van de meldingsplicht door de notaris.
Voor de volledigheid moet echter het volgende aan het aangehaalde artikel worden toegevoegd. Aanleiding voor de onderhavige berichtgeving in het Financieele Dagblad (FD) was een interview dat de directeur van het BFT aan het FD heeft gegeven. Het BFT heeft sindsdien een aantal van de in het artikel gedane uitspraken genuanceerd.1 Op de eerste plaats gaat het niet zozeer om criminele netwerken, als wel om groepen personen waarvan het BFT transacties ongebruikelijk vindt. Het grote aantal door deze groepen personen verrichte transacties kan het vermoeden opleveren van ABC-transacties en hypotheekfraude. Dat het hier gaat om ‘criminele netwerken’ staat daarmee
nog niet vast. In de tweede plaats betreft de nuancering de veronderstelde betrokkenheid van notarissen bij de transacties van deze groepen personen. Het is niet zo dat er evenveel notarissen bij genoemde dertig groepen betrokken zijn, maar dat sommige personen uit die netwerken regelmatig een beroep doen op bepaalde notarissen.
Het BFT schat dat in totaal 124 transacties door de betrokken notarissen als ongebruikelijk hadden moeten worden aangemerkt, doch dat deze niet door de notarissen in kwestie zijn gemeld aan FIU-Nederland. Of het hier ook daadwerkelijk gaat om het ‘verzwijgen’ door de notaris van 124 ongebruikelijke transacties kan pas duidelijk worden bij beoordeling door de tuchtrechter of de strafrechter.

Vraag 2

Acht u het wenselijk dat aanwezige kennis over criminele netwerken niet bekend mag worden gemaakt aan het Openbaar Ministerie (OM) en dat de criminele activiteiten gewoon kunnen doorgaan? Zo neen, bent u bereid maatregelen te nemen om op korte termijn een eind te maken aan deze situatie en voorts op korte termijn de wet zodanig te wijzigen dat het uitwisselen van informatie met het OM mogelijk wordt?
Antwoord 2

Nee, wij achten het niet wenselijk dat aanwezige kennis over criminele netwerken niet bekend zou worden aan het Openbaar Ministerie (OM) en dat criminele activiteiten gewoon kunnen doorgaan. Er bestaan nu reeds wettelijke mogelijkheden om informatie over betrokkenheid van notarissen bij malafide praktijken aan de opsporing te doen toekomen. Op grond van door de Staatssecretaris van Justitie en mij geïnitieerde maatregelen zullen deze mogelijkheden verder worden uitgebreid.


Het BFT oefent in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) toezicht uit op de naleving door de notaris van de meldingsplicht en de verplichtingen tot identificatie van cliënten, zoals deze voortvloeien uit de Wwft. Indien sprake is van overtreding van de identificatie- of meldingsplicht kan het BFT een procedure aanspannen tegen de notaris bij de tuchtrechter. Het BFT kan er ook voor kiezen om aangifte te doen bij de politie of het OM (overtreding van de Wwft is een economisch delict, op grond van artikel 1, sub 2, Wet op de Economische Delicten). Tevens geldt dat transacties waarvan het BFT als toezichthouder van mening is dat deze ongebruikelijk zijn, maar die niet gemeld zijn aan FIU-Nederland (het meldpunt), door het BFT zelf alsnog kunnen worden gemeld (zie artikel 25 Wwft). Het meldpunt zal dan vervolgens onderzoek verrichten en de transactie, indien deze inderdaad ‘verdacht’ is, ter beschikking stellen aan de politie en het OM. De conclusie luidt dan ook dat het BFT in beginsel over voldoende mogelijkheden beschikt om signalen van ongebruikelijke transacties te melden of aangifte te doen bij het OM.
Het BFT heeft echter in de praktijk nog andere werkzaamheden. Zo verricht het BFT in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de kamer van toezicht onderzoek naar klachten over het functioneren van een notaris. Het is in het kader van deze werkzaamheden, dat de informatie tot het BFT is gekomen die leidde tot het vermoeden van malafide praktijken door dertig netwerken van personen. Formeel betreft het hier toezicht door de tuchtrechter, de kamer van toezicht (artikel 93 Wna). Het BFT treedt slechts op als uitvoerder van het tuchtrechtelijk onderzoek door de kamer van toezicht en heeft geen zelfstandige bevoegdheden. Bovendien is inzage in de dossiers met doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de notaris tijdens een tuchtrechtelijk onderzoek doelgebonden: het gaat om het onderzoek naar een tuchtrechtelijke klacht tegen een notaris. Er bestaat dan ook geen mogelijkheid om aldus verkregen informatie die valt onder de geheimhoudingsplicht vrijelijk voor andere doeleinden te gebruiken.
Bij het toezicht in het kader van de Wwft ondervindt het BFT in sommige gevallen een probleem, wanneer het cliëntdossiers van de notaris wil inzien om de naleving van de meldingsplicht te controleren. Inzage wordt dan door de notaris geweigerd op basis van diens geheimhoudingsplicht. Dit vraagstuk komt aan de orde in twee onderzoeken die op het moment plaatsvinden. Het betreft een WODC-evaluatie van het handhavingstelsel en de evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het BFT door een speciaal voor dit doel in het leven geroepen Evaluatiecommissie BFT. Het streven is erop gericht de resultaten van beide onderzoeken nog voor het einde van dit jaar beschikbaar te doen zijn. Ik heb uw Kamer reeds toegezegd op basis van de uit de onderzoeken verkregen inzichten een oplossing te zullen treffen die het BFT in staat stelt het toezicht adequaat uit te oefenen.2
Het grote belang dat is gemoeid met de integriteit van de notaris is voor de Staatssecretaris van Justitie en mijzelf aanleiding om onverminderd in te zetten op ten aanzien van het notariaat al in gang gezette hervormingen en de snelle implementatie daarvan. Het betreft hier het toezicht en tuchtrecht bij het notariaat inclusief een herbezinning op de bevoegdheden en positionering van het BFT. Daarnaast betreft het de snelle invoering van een informatieplicht van de notaris om het OM en de fiscus bepaalde gegevens te verstrekken inzake betalingen verricht via zijn derdenrekening. In dit kader verwijs ik naar de brief d.d. 18 juni jl. die de Staatssecretaris van Justitie uw Kamer heeft doen toekomen inzake de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.3 Hierin zijn de maatregelen en acties ten aanzien van het notariaat, die op dit moment relevant zijn in het kader van de aanpak van vastgoed- en hypotheekfraude kort opgesomd.
Vraag 3

Heeft de aanpak van fraude voldoende prioriteit bij het OM? Zo ja, hoe is het mogelijk dat slechts vijf van de bij het Bureau Financieel Toezicht (BFT) bekende criminele netwerken bij het OM bekend zijn? 2)
Antwoord 3

Het OM is zich zeer bewust van de noodzaak van een adequate bestrijding van fraude. Zoals reeds eerder aan de Kamer gemeld4 wordt de aanpak van financieel-economische criminaliteit de komende jaren verder versterkt. Daartoe is het OM onder andere gestart met het intensiveringprogramma aanpak financieel-economische criminaliteit.


Het is een verantwoordelijkheid van het BFT om aangifte te doen van misdrijven waarvan zij tijdens hun taakuitoefening kennis nemen. Bij eventuele aangifte beslist het OM vervolgens op grond van de beschikbare informatie over de strafrechtelijke vervolging. Indien sprake is van een onderzoek op grond van de Wwft is het voor het BFT mogelijk om aangifte te doen van misdrijven die door de notaris zijn begaan.
Vraag 5

Acht u het acceptabel dat schade als gevolg van criminele netwerken wordt afgewenteld op burgers, zoals in 2007 is gebeurd door het als verlies afboeken van tenminste 24 miljoen euro door het waarborgfonds van de Nationale Hypotheekgarantie?

Antwoord 5

Nee. Het afwentelen van schade als gevolg van criminele netwerken op de burgers acht ik niet acceptabel. Overigens betreft het door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) in 2007 uitbetaalde verlies van ten minste 24 miljoen euro het totaal uitbetaalde verlies wegens de gedwongen verkoop van woningen. Daarvan heeft 62% betrekking op verliezen in Rotterdam, de regio Rotterdam (Schiedam, Dordrecht, Vlaardingen en Spijkenisse), Den Haag en de regio Limburg (Venlo, Sittard-Geleen, Heerlen en Kerkrade). Een substantieel deel daarvan wordt veroorzaakt door verschillende vormen van hypotheekfraude. Het WEW heeft met brancheverenigingen van makelaars en taxateurs afspraken gemaakt om te komen tot verbetering van de taxatiepraktijk en de kwaliteitscontrole op taxatierapporten. Voorts zijn geldgevers aangeschreven met het verzoek om aanscherping van hun interne controle, gericht op het beperken van oneigenlijke garantieverliezen. Daarnaast participeert het WEW in de met de gemeente Rotterdam en de gemeente Den Haag gerealiseerde samenwerkingsverbanden, gericht op de aanpak van illegale bewoning en hypotheekfraude.


Vraag 6

Deelt u de conclusie van het BFT dat notarissen nog steeds niet voldoende weerbaar zijn om zich buiten frauduleuze praktijken te kunnen houden? Zo neen, waarom niet?
Vraag 7

Speelt het feit dat notarissen sinds de invoering van de marktwerking in het notariaat gedwongen zijn om op prijs te concurreren een rol bij dit gebrek aan weerbaarheid? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om de prijsconcurrentie in te dammen? Zo neen, waarop baseert u uw mening, en waaraan is dit gebrek aan weerbaarheid dan wel te wijten?
Antwoord 6 en 7

Nee, wij delen niet de conclusie dat notarissen in het algemeen nog steeds niet voldoende weerbaar zouden zijn. Evenmin delen wij de veronderstelling dat toegenomen marktwerking en prijsconcurrentie in het notariaat leiden tot aantasting van de integriteit of frauduleus gedrag. Ook de Commissie Evaluatie Wet op het notarisambt (onder voorzitterschap van de heer mr. A. Hammerstein) concludeert in haar rapport5 dat geen concrete aanwijzingen gevonden zijn voor de juistheid van de veronderstelling dat marktwerking en liberalisering van tarieven hebben geleid tot het op grote schaal teruglopen van de kwaliteit en aantasting van de integriteit binnen de beroepsgroep. En zeer onlangs schreef de Minister van Economische Zaken u ook nog: “De veronderstelling dat er een één op één verband is tussen niet financieel solide notarissen en een verhoogd risico op integriteitschendingen, kan niet zonder meer onderschreven worden. Bij integriteitrisico’s kunnen andere factoren een rol spelen dan financieel ongunstige bedrijfsresultaten; de houding van de notaris speelt hierbij een veel grotere rol.”6

In het jaarverslag van het BFT wordt duidelijk vermeld7 dat het kennisniveau en daarmee het weerstandsniveau bij de onder toezicht staande beroepsgroepen is toegenomen. Ook verwijs ik naar het in het antwoord op vraag 1 al aangehaalde artikel in de Nieuwsbrief Novocatie, waarin het BFT zich positief uit over de vooruitgang die geboekt wordt in het notariaat.

1) Het Financieele Dagblad, 15 juli 2008



2) Bureau Financieel Toezicht jaarverslag 2007


1 Zie onder andere de Nieuwsbrief Novocatie, juli 2008 nr. 16

2 Tweede Kamer, handelingen 2007-2008, nr. 86, blz. 6080-6081

3 Tweede Kamer, 2007-2008, 29279 en 29911, nr. 76

4 Tweede Kamer, 2007-2008, 28 684, nr. 119, p. 17-19 en Tweede Kamer 2007-3008, 29 911, nr. 10

5 Eindrapportage Commissie Evaluatie Wet op het notarisambt “Het beste van twee werelden”, pagina 7

6 Brief aan de Tweede kamer d.d. 14 juli 2008 met antwoorden op de vragen van de leden van de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken (ingediend op 29 mei 2008) over de brief van 18 februari 2008 inzake het onderzoek marktwerkingsbeleid en het onderzoek zelf (Tweede Kamer 2007-2008, 24036 nr. 343).

7 pagina 24







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina