Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Waterdienst



Dovnload 377.46 Kb.
Pagina4/11
Datum22.07.2016
Grootte377.46 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

2.3Emissies door scheepswerven


De activiteiten op scheepswerven leiden tot emissies naar oppervlaktewater en de waterbodem. Om deze emissies te voorkomen dan wel te beheersen, worden er (technische) maatregelen getroffen door de scheepswerven maar zijn er ook (wettelijke) regels waaraan de scheepswerven zich moeten houden.

De aard en omvang van de emissies van een bron bepaalt, naast de naleving van de regels, de relevantie van een bron voor Rijkswaterstaat. Wanneer een bron veel milieubezwaarlijke stoffen loost, is het vanuit waterkwaliteitsoogpunt bezien belangrijk de bron goed te monitoren. Wanneer de regels onvoldoende (goed) worden nagekomen, is het naast waterkwaliteitsoogpunt ook vanuit het borgen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, van belang aandacht te besteden aan de bron.


De Inspectie Verkeer en Waterstaat heeft aangegeven dat Rijkswaterstaat een deel van de controles moet richten op emissies van andere stoffen dan in de Wvo vergunning zijn genormeerd (Nalevingsmeting afvalbedrijven en scheepswerven van juni 2007 en Audit naar het toepassen van de Wvo gericht op het voorkomen, opsporen en beperken van 'illegale' industriele lozingen van april 2004).


2.3.1Soorten stoffen (aard emissie)


De Waterdienst van Rijkswaterstaat heeft een theoretische analyse gemaakt van welke milieurelevante stoffen er in potentie vanuit scheepswerven geloosd zouden kunnen worden. Uit deze analyse blijkt dat: metalen, Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), zwevend stof (onopgeloste bestanddelen), minerale olie, aromaten (BTEX), fenolen (octyl- en nonyl-), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VCK), zoals dichloormethaan, geëmitteerd kunnen worden.

Bij scheepswerven die (ook) zeegaande schepen behandelen, kunnen naast voornoemde stoffen ook nog diuron en organotinverbindingen geëmitteerd worden.



De stoffen organotin, diuron en PAK komen vrij vanuit (aangroeiwerende) coatings die op de scheepshuid aanwezig kan zijn. De organische stoffen BTEX, chloorkoolwaterstoffen, waaronder dichloormethaan, kunnen vrijkomen door het gebruik van reinigingsmiddelen. Zie ook tabel 2.
Rijkswaterstaat neemt periodiek monsters van het afvalwater dat wordt geloosd door (een aantal) scheepswerven. Deze gegevens worden vastgelegd in een geautomatiseerd systeem, Wvo-info. Daarnaast nemen een aantal scheepswerven ook zelf monsters van het afvalwater voor hun (verplichte) milieurapportage. Deze gegevens worden aangevuld met schattingen en opgenomen in de database van emissieregistratie. De database van emissieregistratie is de basis voor (inter)nationale emissierapportages die door Nederland wordt gedaan. De stoffen waarvoor emissies naar water aanwezig zijn met als emissieveroorzaker Scheepsbouw zijn: koper, benzeen, tolueen, PAK (6 van Borneff), minerale olie, organotinverbinding (tin), chroom, lood, nikkel, zink, chloride, fosfor, EOX en (niet-) gehalogeneerde koolwaterstoffen (KWS). Zie verder ook tabel 2.
Een aantal van deze stoffen vormt een probleem voor de water(bodem)kwaliteit in Nederland, zoals: enkele metalen, sommige PAK en de organische tinverbinding tributyltin (TBT). Daarnaast is een aantal van de hiervoor genoemde stoffen aangewezen als (prioritaire) gevaarlijke stof voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) of de Europese stoffenrichtlijn 76/464 (de stoffen met een * in tabel 2). De emissie van deze stoffen dienen in principe medio 2020 beëindigd te zijn of in ieder geval aanzienlijk gereduceerd. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor de emissies(reductie) van deze stoffen.
Nog niet voor alle stoffen beschikt Rijkswaterstaat over (voldoende) informatie om uitspraken te kunnen doen over het voorkomen van de stof in de emissies van scheepswerven. Dit is het geval voor de stoffen: organische tinverbindingen, nikkel, PAK, benzeen (BTEX), nonylfenol, octylfenol, vluchtige koolwaterstoffen (dichloormethaan), diuron en mogelijk ook voor lood (zie ook tabel 2). Deze stoffen zijn een zogenaamde ‘witte vlek’ waarover (op termijn) meer informatie nodig is.



Tabel 2

Soorten stoffen

Stoffen die door scheepswerven geëmitteerd (kunnen) worden







Stof

Theoretisch mogelijk

Meetwaarden

Wvo-info

Emissie registratie

Witte

vlek




Chroom

x

x

x







Koper

x

x

x







Zink

x

x

x







Lood*

x

x

x

x (?)




Nikkel*

x

x

x

x




Tin (TBT *)

x

x

x

x




PAK *

X

x

x

x




Minerale olie

X

x

x







Onopgeloste bestanddelen

X

x










Aromaten (BTEX)

X







x




Benzeen*

x




x

x




Tolueen

x




x







Octylfenol*

x







x




Nonylfenol*

x







x




VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen)

X







x




Dichloormethaan*

X







x




Diuron

X







x




CZV

x

x










Kj-N

x

x










chloride

x

x

x







fosfor

x

x

x







EOX

x




X







KWS (niet gehalogeneerde koolwaterstoffen)

X




X







* (prioritair) gevaarlijke stof KRW





2.3.2Omvang emissies


De omvang van de emissies van de branche scheepswerven is in beeld gebracht met behulp van de gegevens die in de emissieregistratie database aanwezig zijn voor de belasting naar oppervlaktewater (www.emisieregistratie.nl). De database van de emissieregistratie toont de uitstoot van ruim 300 stoffen voor 13 verschillende doelgroepen. Deze doelgroepen zijn onderverdeeld in subdoelgroepen die weer onderverdeeld zijn in emissieoorzaken.

De scheepswerven vallen onder de emissieveroorzaker Scheepsbouw (SBI 35) die onder de subdoelgroep Metaalelektro valt van de doelgroep Overige industrie.

De emissies van de scheepswerven zijn vooral gebaseerd op schattingen en op enkele metingen van afvalwater van individuele bedrijven. In tabel 2 staan de relevante stoffen. Voor een deel van deze stoffen is informatie beschikbaar over de geëmitteerde omvang (vracht in kg).

Koper


Ruim 80% van al het koper (Cu) dat naar het oppervlaktewater wordt geëmitteerd, komt terecht in de Rijkswateren (analyse voor het jaar 2004). De belasting wordt voor het grootste deel veroorzaakt door: de aanvoer vanuit de rivieren, atmosferische depositie en de bron verkeer en vervoer. Voor de berekening van de procentuele bijdragen van de verschillende bronnen, is de aanvoer vanuit de rivieren en depositie naar de Noordzee niet meegenomen. De aanvoer vanuit de rivieren is een route waarlangs koper in het oppervlaktewater terechtkomt. En de depositie op de Noordzee is niet logisch om mee te nemen omdat scheepswerven alleen de binnenwateren belasten.

Ongeveer 2% van de koperbelasting op de Rijkswateren is dan afkomstig van scheepswerven (totaal ruim1.600 kg). Zie verder tabel 3.





Tabel 3

Cu bronnen 2004

Omvang en procentuele bijdrage van de koper (Cu) bronnen in 2004





Bron

kg

Alle wateren

%1

kg RWS

%1




Aanvoer rivieren

173900

-

173900

-




Verkeer & vervoer

65010

50%

53184

78%




Depositie Noordzee

47480

-

47234

-




Depositie opp.water

6964

5%

4462

7%




Riolering & rwzi

23290

18%

4546

7%




Landbouw

20550

16%

645

1%




Basismetaal (SBI 27)

426

< 1%

411

1%




Papier industrie (SBI 21)

237

< 1%

225

< 1%




Scheepsbouw (SBI 35)

7839

6%

1614

2%




Overige industrie

93

< 1%

60

< 1%




Consumenten

2640

2%

42

< 1%




Chemische industrie

2461

2%

2395

4%




Energiesector

291

< 1%

291

< 1%




Raffinaderijen

89

< 1%

89

< 1%




Bouw

84

< 1%

84

< 1%




Afvalverwijdering

82

< 1%

40

< 1%




Handel, diensten & overheid

60

< 1%

54

< 1%





1 procentuele bijdrage berekend o.b.v. alle bronnen minus aanvoer rivieren en depositie Noordzee



Tin


Tin (Sn) is een component van de zeer milieubezwaarlijke organotinverbinding tributyltin (TBT). Uit de landelijke emissieregistratiedatabase blijkt dat 100% van de TBT emissie (ruim 12.700 kg) afkomstig is van de coatings van zeegaande scheepvaart (gegevens 2004). Deze TBT emissie komt volledig in de Rijkswateren terechtkomt (voornamelijk de Noordzee 11.300 kg). Voor andere doelgroepen is geen emissie van TBT aanwezig in de database van emissieregistratie.

Voor de component tin (Sn) zijn wel verschillende emissiebronnen aanwezig in de emissieregistratie. Ongeveer 94% van de tin belasting op de Rijkswateren in 2004 is afkomstig van de bron coatings van zeegaande schepen (zeevaart 5.800 kg & vissersschepen 80 kg). De overige 6% is afkomstig van andere doelgroepen. Waarvan 4% afkomstig is van de sector Scheepsbouw (totaal 260 kg).



Figuur 1

Tin bronnen 2004






Overige stoffen


Voor wat betreft de overige stoffen: benzeen, tolueen, PAK (6 van Borneff), minerale olie, chroom, lood, nikkel, zink, chloride, fosfor, EOX en (niet-) gehalogeneerde koolwaterstoffen (KWS) draagt de sector scheepsbouw niet significant bij (<1%) aan de belasting van het oppervlaktewater.
Voor de andere stoffen die mogelijk relevant zijn zoals: onopgeloste bestanddelen, fenolen, chloorkoolwaterstoffen en ethoxylaten is geen informatie in de emissiedatabase aanwezig.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina