Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Waterdienst



Dovnload 377.46 Kb.
Pagina6/11
Datum22.07.2016
Grootte377.46 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

2.6Ontwikkelingen


Na een periode waarin de vooruitzichten in de scheepsbouw onzeker waren, gaat het nu goed in de scheepsbouwsector. De sector als geheel groeit in Europa. Zowel in het kader van de ontlasting van het wegtransport als de ontlasting van het milieu bevordert de Europese Unie het binnenvaartvervoer.

De scheepsbouw opdrachten voor Nederland laten de afgelopen jaren een duidelijke toename zien en voor de komende jaren is de Nederlandse orderportefeuille goed gevuld. Met name de luxe jachtbouw laat de afgelopen jaren een grote groei zien. De Nederlandse scheepswerven nemen in Europa een belangrijke positie in voor wat betreft onderhoud en reparatie van de Europese binnenvaartvloot. Een terugval voor wat betreft nieuwbouw en onderhoud/reparatie wordt voorlopig niet verwacht.


Vanaf 1 januari 2007 is een bepaalde groep bedrijven volgens nieuwe Europese regels verplicht emissies te registreren en jaarlijks te rapporteren. De basis voor die vernieuwing is de E-PRTR verordening, als afkorting van ‘European Pollutant Release Transfer Register´. Een bedrijf moet rapporteren wanneer de bedrijfsactiviteit onder de E-PRTR valt én de emissie boven de drempelwaarde uitkomt. Er hoeft alleen gerapporteerd te worden over de stoffen die boven de drempelwaarde uitkomen. Daarnaast dient aannemelijk gemaakt te kunnen worden dat de andere stoffen niet boven de drempelwaarde uitkomen. De emissiegegevens moeten tot stand komen op basis van de best beschikbare informatie. Naast meten kan dat ook bijvoorbeeld een berekening zijn. De gegevens moeten elektronisch worden aangeleverd aan het bevoegd gezag (www.fo-industrie.nl.). Het Besluit milieuverslaglegging blijft naast de E-PRTR bestaan, wel wordt integraal gerapporteerd.

Installaties voor het bouwen van, en het verven of de verwijdering van verf van schepen met een capaciteit voor schepen van 100 meter lang, vallen onder de E-PRTR (ongeveer 35-40 scheepswerven). Wanneer een drempelwaarde (zie tabel 4) wordt overschreden, moet over de betreffende stof gerapporteerd worden. De verwachting is niet dat veel scheepswerven die nu geen rapportageverplichting hebben, ook daadwerkelijk moeten gaan rapporteren onder de E-PRTR. Het is echter wel van belang om dit actief na te gaan (in te schatten). De scheepswerven zijn zelf verantwoordelijk om tijdig (voor 1 april) en volledig te rapporteren. Het bevoegd gezag is verplicht om de rapportages tijdig te beoordelen (voor 1 juli).



De milieujaarverslagplichtige scheepswerven (4 in totaal) blijven hun milieujaarverslag opstellen en vullen deze indien van toepassing (elektronisch) aan met E-PRTR stoffen. Scheepswerven die nog niet rapporteerden over hun emissies en dit nu wel moeten doen in het kader van de E-PRTR dienen dit elektronisch te doen (informatie verkrijgbaar via de fo-industrie).


Tabel 4

Drempelwaarden E-PRTR

Drempelwaarden voor uitstoot naar water (kg/jaar)




Stof

Drempelwaarde




Arseen

5




Cadmium

5




Chroom

50




Koper

50




Zink

100




lood

20




nikkel

20




Tin (TBT)

50 (1)




PAK

51




Fluorantheen

1




Benzo(g,h,i)peryleen

1




Naftaleen

10




Antraceen

1




Minerale olie

-




Onopgeloste bestanddelen

-




Aromaten (BTEX)

200




Fenolen

20




Dichloormethaan

10




Octylfenolethoxylaat

1




Diuron

1




CZV

17.000




Stikstof (N)

50.000




Chloride

2  106




Fosfor (P)

5.000




AOX

1.000

Het kabinet werkt aan vereenvoudiging van de regelgeving. Deze vereenvoudiging is de reden van de komst van het Activiteitenbesluit (januari 2008) en de Waterwet. (medio 2009). De waterwet voegt een negental afzonderlijke waterbeheerwetten, waaronder de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo), samen tot één wet. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld: geen afzonderlijke vergunningen meer, maar één watervergunning voor alle handelingen in het watersysteem. Daarnaast komen alle indirecte lozingen (lozingen op de riolering), met de komst van de Waterwet, te vallen onder de Wet milieubeheer (Wm).

Het Activiteitenbesluit regelt een groot deel van de voorkomende lozingen van inrichtingen door middel van algemene regels. Het Activiteitenbesluit onderscheidt drie typen inrichtingen: A, B en C. Voor type A en type B-inrichtingen worden alle lozingen en lozingsroutes geheel met het Activiteitenbesluit geregeld. Voor type C-inrichtingen worden alleen de veel voorkomende lozingen met het Activiteitenbesluit geregeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om het lozen van huishoudelijk afvalwater, het lozen van hemelwater, koelwater en dergelijke. Voor de Wvo-lozingen die onder het Activiteitenbesluit vallen, is geen vergunning meer nodig. Het besluit wijzigt niets in de bevoegdheidstoedeling van de bevoegde gezagen. Rijkswaterstaat is en blijft bevoegd gezag voor lozingen op de Rijkswateren. Het Activiteitenbesluit geeft naast de algemene regels, het bevoegd gezag de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen (maatwerkvoorschriften).
Scheepswerven zijn in het Activiteitenbesluit aangemerkt als een type C inrichting. Dat betekent dat de directe lozingen van huishoudelijk afvalwater en van hemelwater van terreindelen waar geen bodembeschermende voorziening verplicht voor zijn, worden geregeld met het Activiteitenbesluit. De overige lozingen blijven Wvo vergunningplichtig. Wel wordt onderzocht of in de tweede tranche van het Activiteitenbesluit de activiteit geheel onder algemene regels kan worden gebracht.

Wanneer de Waterwet van kracht is, worden voor scheepswerven geen afzonderlijke Wvo vergunningen meer afgegeven maar één Waterwet vergunning waarmee alle watergerelateerde handelingen worden gereguleerd. De indirecte lozingen vallen dan onder het Wm bevoegd gezag (provincie of gemeente).






1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina