Moderne vormentaal van de jaren 20 Louis-Herman De Koninck



Dovnload 18.16 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte18.16 Kb.

MODERNE VORMENTAAL VAN DE JAREN 20

Louis-Herman De Koninck.



De Koninck is een Belgisch architect. Hij was een groot bewonderaar van Victor Horta. Hij had graag les gevolgd bij hem, maar dit is nooit gelukt. Het verschil tussen De Koninck en Horta is dat we het werk van De Koninck kunnen beschouwen als het begin van de moderne vormentaal, maar met nog steeds veel decoratie. Er is een enorme afstand tussen deze 2.

Grote vraag:
Wat is er gebeurd tussen deze 2 stadia? Hoe kwam men tot de vormentaal van ‘het modernisme’?
Er is geen eenduidig antwoord te geven.

Mogelijke verklaringen:



Antoine Pompe

Hij behoort tot de tussengeneratie. Zijn bekendste werk situeert zich tussen de Art Nouveau en het functionalisme, een sobere Art Nouveau.


De invloed van VLD is te merken in de gevel: zichtbare metalen constructie. Hij gebruikt sobere geometrische structuren.

Tekening: 2 bomen, 1 in volle bloei met veel bloemen en bladeren, de andere is volledig kaal, alles is eraf gevallen. Enkel de basis blijft nog over.

We kunnen dit vergelijken met de situatie na de 2de wereldoorlog. Na de oorlog was er een grote ontnuchtering. Op gewelddadige manier was er ingehakt geweest op al het bestaande.


Overal in Europa wordt er voor het eerst een sociale wetgeving ingevoerd. Ervoor was er geen sociale zekerheid, waren de lonen laag, bestonden er geen inkomstenbelastingen, geen pensioenen, geen ziekteverzekering, … Dit had tot gevolg dat er enerzijds enorme fortuinen werden vergaard (door een minderheid) en anderzijds een groep mensen zonder bezit bestond (arbeiders: grootste groep). Al het ornament van de 19
de eeuw was mogelijk door deze maatschappelijke situatie.
Er ontstond dus een geheel nieuwe maatschappij en architectuur: het ornament is veel duurder geworden (belastingen). De fortuinen worden belast, met als gevolg het afsnijden van de top van de rijke klasse. De Art-Nouveau is enkel nog mogelijk voor de zeer rijken.

Voor 1914: reeds in 1902 versobering van de architectuur, maar dit staat volledig los van de maatschappelijke situatie hierboven beschreven. Deze versobering ontstaat uit het logisch denken met nieuwe technieken en nieuwe materialen. De vraag is in hoeverre deze redenering historisch waar is.

Anatol de Boldot

Hij bouwt een
kerk op de Mont Martre in Parijs. De bouw begon in 1894. het is de eerste kerk in gewapend beton. Er is de neiging tot geometrie. De structuur is rationeel maar toch is er nog de drang naar het invullen met traditionele (oosters getinte) decoratie.
De gevel is in baksteen met zichtbaar beton. Hij speelt met gotische vormen in de nok van de toren in beton.
Hij gebruikt een speciaal constructiesysteem: de peilers en de balken zijn in beton met een verloren bekisting van baksteen er rond. De ijzers die zorgen voor de weerstand tegen trek zitten verwerkt in de bakstenen. Pas later kwam men tot het wapen van beton door middel van ijzer in het beton zelf (beter).
Door het gebruik van beton is het mogelijk om de bogen diagonaal te maken. Hij gebruikt rondbogen met op de kruisingen koepels. Door de kruising ontstaan er spitsbogen.
Deze kerk is een stuk versobering. Vooral in de zijgevels is te merken dat hij op zoek was naar een nieuwe vormtaal.
Galerie de Machines (niet uitgevoerd)
De Engelse waaiergewelven zijn uitgevoerd in metaal
Hall in gewapend beton (niet uitgevoerd)
Dit is een soort van Art Nouveau te herkennen aan de vertakkingen in de structuur en de curven.

Maunier
Maunier is de uitvinder van het gewapende beton. Hij was tuinarchitect van beroep. Door in het cement kippengaas te verwerken ontdekte hij dat hij gelijk welke vormen kon bekomen. Hij verkocht het patent op zijn uitvinding door aan een Duitse firma.

Hénepic?

1892: hij neemt het patent op een T-vormige ligger in gewapend beton. Deze constructie werd vel gebruikt in industriële gebouwen in Noord Frankrijk.
Hij bouwt zijn eigen huis volledig in gewapend beton in Art-Nouveau stijl. Hij laat zien wat de mogelijkheden zijn van gewapend beton: grote oversteken, zeer plastische vormen (vb balustrades), dakterrassen, …
Deze dakterrassen zijn een grote inspiratiebron voor Le Corbusier: het dak bedekken met een dikke laag aarde zorgt voor een goede isolerende laag.

De stelling dat het gebruik van beton aanleiding geeft tot de kubistische vormentaal is dus fout. Beton belet niet dat de vormen plastisch zijn.

Auguste Perret (generatie 1910)

Hij heeft veel gebouwd in Le Havre. Le Corbusier heeft nog bij hem gewerkt. Hij heeft gestudeerd aan l’Ecole des Beaux Arts. Zijn vader was een groot aannemer, die stierf tijdens zijn studies. Perret stopt met studeren en streeft niet mee naar de Grand Prix de Rome. Hij gaat in de praktijk als architect-constructeur met grote belangstelling voor het gebruik van beton.
Hijzelf is een leerling van
Auguste Choisy. Choisy heeft in de lijn van VLD een boek uitgegeven: de geschiedenis van de constructie. In tegenstelling tot VLD gaat hij ervan uit dat de Dorische orde een transpositie is van een houtconstructie.
Deze stellingname is het vertrekpunt van de redenering van Perret: als de Grieken zo tot de klassieke vormentaal gekomen zijn, is het in deze tijden ook zeker uit te voeren. Het moet zelfs beter gaan: beton benadert beter de constructieve eigenschappen van hout dan marmer en graniet. Gewapend beton is ook bestand tegen trek.

1ste bekende werk
Een zuivere skeletconstructie in beton met lichte, niet-dragende wanden ertussen. Hij is geïnspireerd door VLD. In de gevel is er een duidelijk onderscheid tussen de opvulling en de structuur. De hele gevel is in keramiek gemaakt.
Het plan is eigenaardig: Perret heeft de binnenkoer aan de straatkant gezet, terwijl de traditionele Parijse huizen eerst een inrijpoort hebben en daarna pas een binnenkoor. Dit ligt aan de basis van het vrije plan van Le Corbusier.

Garage Pontieu
Dit is een parkeergarage. Het is al een stuk soberder. Een systeem met liften zorgt voor het transport over de verschillende verdiepingen. De gevel bestaat uit een drieledige portiekconstructie. De gevel is opgebouwd volgens de regels van de kunst (klassiek: gebruik van de gulden snede). Het grote roosraam doet denken aan de gotiek. Dit is allemaal gecombineerd met een skeletstructuur.

Atelier kunstenaar. Hij heeft vele ateliers gebouwd. Hij gebruikt vakwerk in beton, een skeletstructuur. De opvullingen zijn in glas of decoratiemateriaal om de structuur beter te doen uitkomen.

Paleis van hout. Ook dit is een portiekconstructie. Hier is hout gebruikt. Tegelijkertijd bouwt hij een kleine kapel met dezelfde soort constructie, maar dan wel uitgevoerd in beton.

Théâtre de Champs-Élisée.
Dit project was eerst toegekend aan Henry Van de Velde. Die vroeg raad aan Perret ivm de constructie. Die heeft achter zijn rug het project weggekaapt. Hierdoor ontstond er een groot conflict tussen deze twee.
De zaal hangt in een betonnen skelet. De versieringen in de zaal is een fraai voorbeeld van Art Déco.

Kerk in le Rainsi
Dit is zijn bekendste werk. De kerk is vrij klein, uitgevoerd in beton. Het bestaat uit een toren en een kerkhal, uitgevoerd in een zeer lichte betonconstructie. Het is een soort betonnen baldakijn: heel dunne, ronde pijlers die een zeer slank gewelf dragen. De zijdelingse druk wordt opgevangen door de gewelven in de zijbeuken die haaks op die van de middenbeuk zijn geplaatst. De muren dragen niets. De wind wordt opgevangen door de toren.

Le Havre
Dit is zijn grootste werk. In de tweede wereldoorlog werd de stad gebombardeerd. Perret mocht een heel nieuw plan maken voor de stad met als kroonwerk een nieuwe kerk.
Een typisch appartementsgebouw van Perret: de skeletstructuur is te zien. Hij verzoent zich met de klassieke kunst: hij ontwerpt zijn eigen kapiteel. (Zijn definitie van architectuur= de kunst om het oplegpunt (het kapiteel) te doen zingen).

Eglise Saint Joseph
de vierkante plattegrond gaat over in een achthoekige toren. Deze toren is volledig hol. Er bovenop heeft men een fantastisch zicht. De verticaliteit wordt benadrukt door de betonnen skeletstructuur.

conclusie: beton leidt Perret naar soberheid, maar niet zoals Le Corbusier. Na het vertrek van Le Corbusier bij hem ontstaat er een zwaar conflict tussen hen, onder andere over het horizontale raam dat Le Corbusier graag gebruikt. Volgens Perret gaat dit in tegen alles.

Tony Garnier

Garnier is afkomstig van Lyon. Hij studeerde aan de Ecole des Beaux Arts. Hij wint de Grand Prix de Rome met een project voor een bankgebouw. De bank is volledig opgebouwd vanuit een axiale positie.
Hij ontpopt zich als een revolutionair socialistisch architect.

Zijn opdracht in Rome was het opmeten van ruïnes en hun constructie reconstrueren. Maar hij werkt aan iets helemaal anders, een project op een imaginaire site. Tegen een bergflank ontwerpt hij een citée indistruelle (wonen en werken op 2 afzonderlijke plaatsen, met elkaar verbonden door een kleine navelstreng). Hij maakt fraaie, suggestieve tekeningen van zijn project.


De woonstad heeft centraal een stadhuis, hospitaal, school, … Een gevangenis en een kerk ontbreken. Hij gelooft dat als het socialisme een feit wordt, er geen criminaliteit meer zal zijn. Er is ook geen privé-grondbezit: er wordt wel een suggestie gedaan van individuele tuintjes, maar in feite is het 1 groot park. Er is gelijkheid voor alle burgers, het is een klassenloze samenleving.
De huizen zijn kleine geometrische blokken zonder enig ornament. Toen was dat een serieuze stellingname. Het ornament zorgde voor sociaal onderscheid. In zijn maatschappij is iedereen gelijkwaardig (niet gelijk: er is variatie op de woningen naargelang beroep, gezinssamenstelling,…). Er zijn verschillende woonwijken met als binnengebied een groot park.
De huisjes zijn allemaal geraffineerd gecomponeerd volgens de regels van de kunst. Hij geeft de sobere vorm door aan latere generaties. Het heeft een enorm grote invloed gehad. De soberheid in zijn werk ontstaat door zijn idealisme, en niet door het gebruik van beton (wat hijzelf als reden opgeeft om niet te provoceren).
Hij is blijven werken aan zijn project. Hij verhoogde de densiteit door het invoeren van appartementen van 3 verdiepingen hoog.

In Parijs ging men helemaal niet akkoord met zijn bezigheden in Rome. Hij werd voor de keuze gesteld om zich te gedragen, of zijn beurs terug te betalen. Hij heeft dus een hele stad opgemeten en er reconstructietekeningen van gemaakt.

Terug in Frankrijk krijgt hij een belangrijke functie als Architect en Chef in Lyon. Een van zijn projecten daar was een groot slachthuis met hallen, die nu als evenementhallen worden gebruikt.

Naast zijn eigen huis bouwt hij een 2de woning voor zijn vrouw en haar nieuwe man.



Hospital de la Grange Blanche
Dit hospitaal is sterk verwant met zijn citée industrielle.

In een door hem gebouwde woonbuurt zijn nu muurschilderingen aangebracht uit zijn plannen voor de citée industrielle.

In Parijs bouwt hij het gemeentehuis van Boulogne-Bilancourt in de jaren 30







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina