Modulegroep 1



Dovnload 60.18 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte60.18 Kb.

Modulegroep 1

Den Haag, april 2003

Modulegroep 1:

Sander Ansems

Marije Borgman

Maarten Dijkstra

Sabine Fioole

Kim Helderman

Michiel Maerten

Voorwoord

Dit verslag is geschreven in het kader van moduleproject 3 van de opleiding bewegingstechnologie aan de Haagse Hogeschool, waarin een hulpmiddel moest worden vervaardigd voor het aantrekken van steunkousen. Dit hulpmiddel is vervaardigd en ontworpen door 6 eerste jaarsstudenten over een tijdsbestek van 10 weken.


Dit verslag is bestemd voor ouderen die steunkousen gebruiken en een hulpmiddel daarbij nodig hebben. Speciaal voor deze mensen is een gebruiksaanwijzing van het hulpmiddel toegevoegd.

Ook is dit verslag bestemd voor medestudenten, docenten en andere geïnteresseerden, zodat zij wellicht nieuwe ideeën kunnen opdoen om hulpmiddelen voor het aantrekken van steunkousen of om bestaande hulpmiddelen te verbeteren.


Tot slot willen we nog de mensen die ons tijdens de 10 weken geholpen hebben heel erg bedanken.
Den Haag, april 2003

Inhoudsopgave

Samenvatting
Verklarende woordenlijst


  1. Inleiding




  1. Bewegingsanalyse

    1. Analyse van de benodigde beweging

    2. Analyse van de armspieren

    3. Analyse van de beenspieren




  1. Bestaande hulpmiddelen

    1. De Medi-butler

    2. De Easy-slide



  1. Plan van eisen en wensen




  1. De verschillende ideeën

    1. Idee 1: Schoenlepel

    2. Idee 2: Stellage

    3. Idee 3: Uitklapmechanisme




  1. Het uiteindelijke ontwerp

    1. Het ontwerp voor het hulpmiddel

    2. De maten van het hulpmiddel




  1. Materiaalkeuze voor het hulpmiddel

    1. Materiaalkeuze voor de schelpen

    2. Materiaalkeuze voor de stellage




  1. De vervaardiging van het hulpmiddel




  1. Gebruiksaanwijzing voor het hulpmiddel




  1. Conclusie




  1. Discussie

Bijlagen


Bijlage 1: Enquête

Bijlage 2: Logboekformulieren

1. Inleiding
Patiënten met hart- en vaataandoeningen die oedemen en/ of varices hebben in de onderste extremiteiten maken veelvuldig gebruik van steunkousen. Dit zijn vaak wat oudere mensen. Deze mensen hebben vaak grote moeite met het aantrekken van deze steunkousen. Om het aantrekken van steunkousen te vergemakkelijken is er een hulpmiddel ontworpen.
Het doel van dit verslag is het laten zien van een ontwerp van een hulpmiddel om het aantrekken van steunkousen te vergemakkelijken. Hierbij moet rekening worden gehouden met de eisen en wensen van de gebruiker. Met behulp van een videoanalyse en aan de hand van een gehouden enquête zijn deze eisen en wensen opgesteld. Aan de hand van deze eisen en wensen is het hulpmiddel ontworpen en vervaardigd.
Het verslag is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk twee zal de bewegingsanalyse van het aantrekken van de steunkous besproken worden. In hoofdstuk drie zal het plan van eisen en wensen, zoals deze uit de analyse is gekomen, behandeld worden. Vervolgens zal in hoofdstuk vier een overzicht worden gegeven van de verschillende ideeën die er geweest zijn, waarna in hoofdstuk vijf het uiteindelijke ontwerp besproken zal worden. In hoofdstuk zes zal de materiaalkeuze voor het hulpmiddel en in hoofdstuk zeven de vervaardiging van het hulpmiddel behandeld worden. In hoofdstuk acht zal een gebruiksaanwijzing voor het gebruik van het hulpmiddel gegeven worden. Tot slot zal in hoofdstuk negen een conclusie worden weergegeven over de werkzaamheid van het ontworpen hulpmiddel en in hoofdstuk tien de discussie.

2. Bewegingsanalyse


Om de problemen bij het aantrekken van de steunkous te weten te komen en later te herkennen, is een analyse van de benodigde beweging gedaan. Dit is in eerste instantie simpelweg gedaan door twee van de groepsleden de kous meerdere malen, zonder gebruik van hulpmiddelen, te laten aan- en uittrekken.

2.1 Analyse van de benodigde beweging
Beide proefpersonen kregen, jong en vitaal als ze zijn, de kous vrij gemakkelijk aan. Toch werd hier al duidelijk waar, zeker bij de oudere, minder krachtige gebruiker, knelpunten zouden kunnen ontstaan, en werden oplossingen instinctief aangedragen.

Omdat proefpersoon twee dezelfde als en meer problemen had dan proefpersoon één met het aantrekken van de kous, volgt een beschrijving van de manier waarop proefpersoon twee de kous aantrok.


De kous wordt deels opgerold en opgestroopt en met twee handen, duimen in de kous, vingers er omheen, wordt geprobeerd zittend naar de rechter voet te reiken. Dit door maximale anteflexie in de heup en volledige flexie in de knie en het voorover kantelen van de romp. De persoon bleek niet ver genoeg te kunnen reiken om de kous om de voet te krijgen. Door het rechter onderbeen op het linker bovenbeen te leggen kon de kous wel om de voet geschoven worden. Vervolgens werd het rechteronderbeen weer van het linkerbovenbeen afgehaald en in het rechte verlengde van het rechter bovenbeen geplaatst. Het volgende punt van belang is de kous om de hiel van de voet te krijgen. Door hard aan de, nu deels over de voorvoet afgerolde, kous te trekken en het been licht te extenderen, wordt de kous over de hiel getrokken. De kous zit nu over de voet en hiel tot net boven de enkel. Om het materiaal glad te trekken, en de in de kous voorgevormde hiel op de juiste plek te krijgen, wordt onder de hiel, aan de zijkanten van de voet en boven de enkel aan de kous gesjord. Het afrollen/optrekken van de kous over het onderbeen gaat relatief gemakkelijk. Wel moeten ook hier de laatste plooien nog even uit de kous getrokken worden.

2.2 Analyse van de armspieren


Stapsgewijs wat dieper ingaand op wat er nu werkelijk gebeurt en wat ervoor nodig is om dit te laten gebeuren, is op te merken dat door de kous deels op te rollen de voorvoet gemakkelijker de neus van de kous bereikt. Het opstropen heeft echter tot gevolg dat de kracht die nodig is in de handen, armen en schouders om de opening van de kous te vergroten sterk toeneemt.

Voor het spreiden van de kous zal er abductie in het articulatio humeri plaats vinden. De M. supraspinatus en de M. deltoidius zullen hier voornamelijk voor zorgen. Om vervolgens de gespreide kous over het been te krijgen zal er een complex samenspel nodig zijn van enerzijds de hierna te beschrijven beenbeweging als het heffen met de armen en het strekken van de rug. De spieren die daarbij gebruikt worden zijn: voor het strekken van de rug, de groep M. erector spinea bestaand uit de tractus lateralis en medialis. Voor het omhoog brengen van de armen gebruikt men voornamelijk de M. trapezius.

Om bij deze beweging de kous vast te houden zijn de spieren in de onderarm: de M. flexor digitorum profundus, M. flexor digitorum superficialis en de M. flexor pollicis longus actief. Natuurlijk zullen er nog veel meer spieren actief zijn ter compensatie en om de bewegingen te sturen. Maar deze zullen hier buiten beschouwing gehouden worden.

In welke verhoudingen deze bewegingen gemaakt worden zullen per individu verschillen. Maar dat de krachten die hierbij vrijkomen in de vingers, schouders en rug te groot zijn blijkt direct uit de praktijk. Als de gebruiker de bewegingen überhaupt al uit kunnen voeren blijken de klachten die ontstaan na langer gebruik zich voornamelijk in die vingers, schouders en rug zich voor te doen.

Juist die krachten verkleinen zullen bij ons product centraal staan. Zodat niet alleen het gebruik van de steunkous vergemakkelijkt, maar ook dat de bewegingsapparaten ontzien worden.
2.3 Analyse van de beenspieren
Om de kous om de voet te krijgen is enige lenigheid vereist. De oplossing van de proefpersoon om het been schuin op het andere te leggen is een natuurlijke. Het wordt echter alleen gebruikt om de kous een klein stukje over de voet te trekken, wanneer er daadwerkelijk kracht gezet moet worden is het een ongepaste houding. Als er, met het been kruislings, hard aan de kous wordt getrokken zullen de spieren in het been een groot moment moeten leveren rond de knie om te zorgen dat niet het been maar de kous naar de persoon toe wordt getrokken. Een onbewust logische reactie hierop is om het onderbeen weer terug te draaien. Zo kan niet alleen aan de kous getrokken worden, maar is het ook mogelijk de voet de kous in te ‘duwen’. Kracht uitoefenen met het been gebeurd voor het eerste deel met de voet in plantair flexie, en dan voornamelijk met behulp van de M. rectus femoris, M. gluteus maximus, M. biceps femoris, M. semitendinosus, in het bovenbeen, en in het onderbeen M. triceps surae, M. tibialis posterior, M. flexor digitorum longus. Daarna als de kous over de hiel wordt getrokken is er afwisselend sprake van plantair en dorsaal flexie in de enkel, en supinatie en pronatie om de kous over de wreef en hiel te wrikken, waarbij ook onder andere de M. tibialis anterior en de M. peroneus aangesproken worden. Het knelpunt bij de hiel ontstaat door enerzijds de grote omtrek van de voet op het punt wreef - hiel, en anderzijds de grote kracht die doordat de kous is opgerold naar binnen gericht wordt uitgeoefend. Het is ook van belang de plooien die bij het aantrekken kunnen ontstaan glad te trekken, weer om het feit dat de dubbele laag stof harder op het been drukt dan een enkele laag, en zo pijnlijke plekken kan veroorzaken.

3. Bestaande hulpmiddelen


Om een beter idee te krijgen van de eisen waaraan een hulpmiddel moet voldoen, hebben we gekeken naar al bestaande hulpmiddelen en de voor- en nadelen van deze hulpmiddelen.
3.1 De Medi-butler
De Medi butler is een hulpmiddel waarbij gebruik is gemaakt van een stellage zodat een persoon niet helemaal tot de grond moet reiken om de kous aan te trekken. De steunkous wordt zover uitgerekt dat de voet er gemakkelijk in kan. De werking van de Medi butler wordt aan de hand van de volgende figuren worden uitgelegd.

fig.1: de kous wordt fig.2: de voet wordt fig.3: de voet zit nu

zo ver mogelijk over in de kous gestoken. helemaal in de kous.

de Medi butler

getrokken.

fig.4: door de stellage fig.5: de kous is aan.

omhoog te trekken

rolt de kous af.



De voordelen van de Medi-butler:

  • De gebruiker hoeft niet helemaal naar de tenen te reiken om de kous aan te trekken.

  • De Medi-butler is te gebruiken voor kousen met een open of gesloten teen.

  • De Medi-butler is gemakkelijk schoon te maken.


De nadelen van de Medi-butler:

  • De kous wordt te snel afgerold, als de voet nog niet geheel in de kous zit glijdt hij al van de stellage af.

  • De handvatten zijn erg dun, waardoor het moeilijk te gebruiken is voor mensen met een slechte motoriek in de handen.

3.2 De Easy-slide

Een Easy-Slide wordt gebruikt voor het aan- en uittrekken van steunkousen. Het is een soort aantreksok van zeer gladde stof waarover de steunkous gemakkelijk glijdt. Daarna is de Easy-Slide door middel van het trekken aan een lus aan de teenzijde weer eenvoudig te verwijderen. Voor het uittrekken van steunkousen is de Easy-Slide ook te gebruiken. Daarvoor moet eerst de Easy-Slide over de kous worden getrokken. De bovenkant van de steunkous wordt omgeslagen over de Easy-Slide. Daarna kan de steunkous samen met de Easy-Slide worden uitgetrokken.


Stap 1: schuif de zak over de voet.
Stap 2: schuif nu de kous over de voet en trek hem helemaal naar boven
Stap 3: Trek de zak uit de kous m.b.v. het handvat.

De voordelen van de Easy-slide:


  • Eenvoudig in gebruik

  • Zorgt voor een langere levensduur van de kous omdat ladders en gaatjes in de kous vermeden worden.

  • De Easy-slide is wasbaar.


De nadelen van de Easy-slide:

  • De Easy-slide is alleen te gebruiken voor kousen met een open teen.

  • De gebruiker moet helemaal tot de tenen reiken om de kous aan te trekken, wat in veel gevallen juist grote problemen oplevert.

  • De zak wordt niet echt gemakkelijk uit de kous getrokken, daar is veel kracht voor nodig in de handen.

4. Plan van eisen en wensen

Naar aanleiding van de bewegingsanalyse en de literatuurstudie is een plan van eisen en wensen opgesteld.




  • Het hulpmiddel moet zowel voor steunkousen met gesloten tenen als kousen met open tenen gebruikt kunnen worden.

  • Het hulpmiddel moet voornamelijk hulp bieden bij het over de hiel trekken van de steunkous.

  • Het hulpmiddel mag geen wondjes of andere beschadigingen aan het been veroorzaken.

  • Het hulpmiddel mag geen beschadigingen aan de steunkous veroorzaken.

  • Het hulpmiddel moet zo gemaakt worden dat de gebruikers niet helemaal naar de tenen moeten reiken om de steunkous aan te trekken.

  • Het hulpmiddel moet eenvoudig in het gebruik zijn, er mag geen uitgebreide gebruiksaanwijzing nodig zijn.

  • Het hulpmiddel moet vervaardigd worden van materiaal dat afbreekbaar is zonder te grote belasting voor het milieu.

  • Het hulpmiddel moet gemakkelijk schoon te maken zijn.

5. De verschillende ideeën
Voordat een uiteindelijk ontwerp is gemaakt voor het hulpmiddel, is er een aantal ideeën geweest die geleid hebben tot het uiteindelijke idee. Deze eerste ideeën zullen in dit hoofdstuk besproken worden.
5.1 Idee 1: Schoenlepel
Het idee is om een soort schoenlepel te gebruiken om de steunkous goed over de hiel te krijgen. Het materiaal van zo’n schoenlepel is gladder dan van de steunkous, zodat de voet langs de lepel gemakkelijk de kous in glijdt. De kous moet gedeeltelijk opgerold worden en dan om de steun heen geschoven. Daarbij moet de hiel van de kous om het hielstuk van de steun komen. Men kan nu met behulp van de steun de kous over de hiel trekken. Dan kan de steun uit de kous getrokken worden en de kous kan het laatste stuk omhoog getrokken worden met de hand.
Nadeel:

De mensen moeten ver bukken om de kous om de voet te doen, dat is voor oude mensen vaak erg lastig. Een mogelijke oplossing hiervoor is een standaard om de steun in te zetten.

De vraag bij dit idee is of de steun bij het uit de kous trekken irritatie oplevert aan het been, vanwege het hielstuk.

5.2 Idee 2 “Stellage”


De “stellage” bestaat uit een tweetal pijpen met daartussenin een drietal “scharnierpunten”.

De drie “scharnierpunten” zijn weer met elkaar verbonden met behulp van stang. Door deze stang omhaag te trekken wordt de “stellage” ingeklapt. Door de stang naar beneden te duwen wordt de “stellage” uitgeklapt. Doordat de stellage uitklapt, wordt de kous gespreid, waardoor de voet er gemakkelijk in kan.

De “stellage” wordt ingeklapt in de steunkous gebracht, waarna hij wordt uitgeklapt en de sok oprekt waardoor het been er makkelijker in kan glijden. De uitgeklapte “stellage” is breder dan het onderbeen zelf waardoor de “stellage” aan de handvatten langzaam uit de sok omhoog kan worden getrokken.
Nadeel:

Doordat de stellage uit een tweetal buizen bestaat rekt de sok alleen in de breedte op en niet in de lengte.

6. Het uiteindelijke ontwerp
Na het verglijken van de verschillende ideeën is er uiteindelijk een hulpmiddel voor het aantrekken van de steunkous gekozen.
6.1 Het ontwerp voor het hulpmiddel

Er waren eigenlijk drie verschillende ideeën, met elk hun voor- en nadelen. Idee 2 had als nadeel dat het hulpmiddel alleen uit 2 stangen bestond die de kous niet rond kon spreiden waardoor de voet er nog moeilijk in kon. Door de twee stangen te vervangen door 2 ronde schelpen (Idee 1) was dit probleem opgelost. Het was echter nu alleen nog moeilijk om je voet in de schelpen en de steunkous te krijgen, omdat de kracht die de steunkous op de schelpen heeft erg groot is. Dit werd opgelost door de schelpen en de steunkous in een stellage te hangen waardoor u met behulp van een deel van uw lichaamsgewicht uw voet in de steunkous en de schelpen kunt drukken.


Zoals hierboven al gezegd, bestaat het hulpmiddel dus uit 2 “schelpen” en een “stellage”.

De stellage is opgebouwd uit ijzeren buizen. Het voetstuk wat op de grond ligt is aan de ene kan dicht gemaakt met een cirkel en aan de andere kan open. De kant waar het dicht is wordt de kant waar de hiel langs komt. Op het voetstuk is een viertal buizen bevestigd met behulp van een schanier. Het schanier is gebruikt om de stellage na het aantrekken van de kous naar beneden te laten klappen zodat alleen de “schelpen” nog verwijderd moeten worden. De vierbuizen zijn aan de boven kant weer twee aan twee bevestigd met behulp een halve cirkel waar de twee “schelpen” weer in geklemd kunnen worden. Aan de twee halve cirkels zijn twee haakje gelast waar de steunkous in kan worden gehaakt om te voorkomen dat de kous naar beneden zakt als u uw voet in de steunkous brengt.

De twee “schelpen” zijn gemaakt van polyetheen. Deze worden in de kous gebracht waardoor de voet makkelijk door de kous heen kan glijden. Aan de bovenkant van de twee “schelpen” zijn ze omgebogen waardoor de schelpen in de stellage gehangen kunnen worden.

6.2 De maten van het hulpmiddel


Om het hulpmiddel voor zovel mogelijk mensen bruikbaar te maken, is er bij het vervaardigen van het hulpmiddel uitgegaan van gemiddelde maten zoals die in de DINED-TABEL gegeven staan. Ook is er bij de bemating rekening gehouden met het feit dat vooral oudere mensen steunkousen dragen.

Uit de DINED-TABEL voor bejaarde blijkt dat de gemiddelde lichaamslengte op ongeveer 1571mm ligt. ( zie fig.1)







8

lichaamslengte normaal

609

1571

89

1435

1733

Figuur 1. Gemiddelde lengte van oudere personen
Met behulp van deze lichaamslengte kan men verder zoeken in en andere tabel namelijk: tabel 4 “Menselijke afmetingen”. De lichaamslengte van 1571 mm staat niet in deze tabel, daarom kiezen we voor een lichaamslengte die het meest in de buurt ligt en dit is de lichaamslengte van 1575 mm. (zie fig.2)


















E: kg gewicht






















T1 bij zitten

T2 bij staan










Lengte

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

P

Q

R

T1

T2

U

V

W

X

Y

Z

1575

818

716

259

198

65,8

66

386

424

541

488

213

229

170

140

396

305

244

302

287

79

734

338

414

378

366

Figuur 2. Lengte van ledenmaten bij een lichaamslengte van 1575 mm.

De gehele stellage.

De gehele stellage moet in rechtopstaande stand net onder de knie komen. Uit de DINED-TABEL “Menselijke afmetingen” blijkt dat mensen met en gemiddelde lengte van 1575mm een onderbeen lengte van 366mm ( zie fig.2- Z).

De breedte van de stellage is gekozen op een breedte van 200mm omdat zo de voet er nog gemakkelijk tussen kan. Ook kan de stellage stabiel blijven staan.
Lengte, breedte en vorm van de schelpen.

De vorm van de twee “schelpen” die in de steunkous worden geplaatst moeten een vorm hebben die zoveel mogelijk op het onderbeen lijkt, om verwondingen te voorkomen. Er is dus gekozen voor twee halve cirkels. Deze cirkels hebben elk een straal van 63 mm. Deze maat komt voort uit de DINED-TABEL “Omvang man-vrouw”. Uit deze tabel blijkt dat de omvang van een vrouwelijke kuit gemiddeld 394mm is (zie fig 3). Door deze maat in te voeren in de formule: Omtrek cirkel = 2**r krijgen we een bepaalde r die de straal voorstelt.




Omvang in mm

Man:

Vrouw:



  1. Kuit

406

394


Figuur 3. Omvang van een vrouwelijke kuit.
De hoogte van de “schelpen” is gekomen op een hoogte van 366* 0.75 = 274.5mm. De 366 mm komt voort uit de tabel “Menselijke afmetingen” en is de lengte van het onderbeen min de voet (zie fig.2). Er is echter voor 0.75 deel van het onderbeen gekozen omdat uit de analyse is voortgekomen dat vooral het over de hiel trekken van de kous een probleem is. Door de “schelpen” 0.75 deel van het onderbeen te maken is dit probleem overbrugt, het laatste stuk van de kous kan namelijk met de hand makkelijk omhoog worden getrokken.

Als er echter wordt gekozen voor “schelpen” die wel de gehele lengte van het onderbeen beslaan, moet de stellage ook hoger worden. Dit heeft weer tot gevolgen dat de gebruikers van het hulpmiddel hun benen hoger moeten optillen, wat weer problemen op levert bij oudere mensen.



7. Materiaalkeuze

Om een functioneel hulpmiddel voor het aantrekken te vervaardigen, moet een goede keuze gemaakt worden voor het materiaal waarvan het hulpmiddel vervaardigd moet worden. Er is gekozen voor verschillende materialen voor de stellage en de schelpen.



7.1 Materiaal voor de schelpen

Voor het vervaardigen van de schelpen is gekozen voor kunststof. De meest geschikte kunststof voor de schelpen is polyetheen, een materiaal dat tegenwoordig veel gebruikt wordt voor het vervaardigen van orthopedische hulpmiddelen. Polyetheen is een taai en slijtvast materiaal, zodat de duurzaamheid groot is. Ook is polyetheen gemakkelijk schoon te maken omdat het vuilafstotend is. De treksterkte van polyetheen is 18 tot 35 N/mm², wat sterk genoeg is.




7.2 Materiaal voor de stellage

Voor de stellage is gekozen voor staal. Dit omdat de stellage erg sterk moet zijn om niet in te storten als er maximaal kracht geleverd wordt. De keuze van het staal is tussen staafstaal (massief) en dunwandige buis. Gekeken is hierbij naar de treksterkte en de kosten van het materiaal. Uiteindelijk is gekozen voor dunwandige buis. Dit omdat dit materiaal goedkoper is dan massief materiaal en het is ook sterk genoeg om de buiging die de buis te verduren krijgt, tegen te werken. Er is gekozen voor een buis met een uitwendige diameter van 12 millimeter en een inwendige diameter van 11 millimeter.



9. Gebruiksaanwijzing voor het hulpmiddel
Het aantrekken van uw steunkous met behulp van het hulpmiddel:



  • Haak de steunkous aan de haakjes aan de stellage.

  • Plaatst u de “schelpen” in de steunkous.

  • Hangt de twee schelpen aan de stellage.

  • Ga nu staan en steek uw voet in de steunkous.

  • Duw nu uw voet net zo lang door totdat u met uw voet aan het eind van de steunkous bent. De steunkous is nu aan.

  • Maak de steunkous los van de haakjes.

  • Til uw voet iets omhoog waardoor de “schelpen” los zijn van de stellage komen. De stellage klapt nu naar buiten waardoor u uw been makkelijk uit de stellage kan halen.

  • Vervolgens haalt u de schelpen uit de steunkous.

  • De steunkous is nu aan.

Bijlagen


Bijlage 1: Enquête

Bijlage 2: Logboekformulieren





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina