Moet je gelovig zijn om een goed mens te zijn ?1 Neen



Dovnload 22.45 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte22.45 Kb.

Geloof en sociale rechtvaardigheid

Februari 2004





Moet je gelovig zijn om een goed mens te zijn ?1



  1. Neen.

Het zou jammer zijn als alleen gelovige mensen goed zouden zijn. Dit is ook discriminerend. Ik vergelijk het met dezelfde vraag waarover we het trouwens op een ander moment kunnen over hebben: Moet je gehuwd zijn om een goede relatie te hebben?




  1. Heeft het geloof een meerwaarde aan het leven?

Dat is de moeilijkste vraag. Doorheen de eeuwen, doorheen verschillende godsdiensten wordt die vraag gesteld. In mijn antwoord wil ik mij dan ook heel bescheiden opstellen en enkele gegevens aanreiken die volgens mij zinvol zijn in de zoektocht naar een zo logisch mogelijk antwoord op deze vraag waar ook leerlingen iets kunnen aan hebben.




    1. Vanuit de leerlingen

Hun algemene interesse ligt bij henzelf en hun vriendengroep. Hun individu is belangrijk. Leerlingen zijn met zichzelf bezig. Wie ben ik, wat ga ik doen, welke richting ga ik uit? Het gelovige aspect is meestal niet hun hoofdbekommernis. Vanuit deze algemene vraag ‘moet je gelovig zijn om een goed te zijn’ zal er zeker een discussie komen. Of het een discussie zal zijn met redeneringen die je als leerkracht hebt, dat weet ik niet. Wat mij wel duidelijk is geworden door het lesgeven is dat jongeren niet goed meer weten wat een gelovige mens eigenlijk is? Ze zullen meestal meer begrip hebben voor de gelovige boeddhist dan voor de christelijk gelovige.




    1. Vanuit de leerkracht.

Ook hier moeten we zeggen dat er godsdienstleerkrachten zijn die niet geloven. Voor mij lijkt dat wat moeilijk om dan dit thema aan te gaan. Iets vertellen waar je niet achter staat, lijkt mij ongeloofwaardig. Meestal voelen leerlingen dit niet doorleefde aan. De kans dat ze u bevragen lijkt mij groot. Daarvoor zijn ze mondig genoeg. Authentieke geloofscommunicatie is in deze context belangrijk.


Ik als leerkracht stel ook veel vragen. Wat kan ik vandaag de dag nog aan die meestal ongelovigen of ongeïnteresseerden vertellen? Dit is een negatieve houding die volgens mij weinig succes zal opbrengen.
Wat heb ik als leerkracht te bieden en hoe doe ik dat?
Deze vraag vind ik heel belangrijk. Wij moeten weten dat we niet alles kunnen. Wij zijn die we zijn, de leerlingen ook, de school ook. In die omstandigheden moeten we verder. Wat heb ik te bieden. Zeker uw eigen overtuiging, zonder te preken. Uw eigen persoonlijkheid. Ik weet het, dit is niet leuk. We hebben dit liever niet, maar zeker als het over chr.ethiek gaat, moet je kunnen eerlijk voor de klas staan zonder supermens te willen zijn.
Hoe kunnen wij als leerkracht daarop ingaan. Wij moeten hen proberen gevoelig maken voor die gelovige thema’s maar vanuit een zeer bescheiden hoek. Hen tot geloof brengen kunnen we niet, of we hebben het zeker niet in de hand. We kunnen hen wel een richting tonen. Als ze die openheid kunnen opbrengen, kunnen we met hen alle knooppunten doorworstelen.


  1. Wat is religie, wat is een godsdienst?




    1. Schema

Het overstijgende, God

______________________ Verbond
Mens (+ mens)



    1. Het overstijgende, God

Over God durf ik weinig zeggen. Ik kan niet echt in rationele termen over het overstijgende spreken omdat ik juist mens ben en geloof in het overstijgende als de totaal andere dan ik. Dit is in elk geloof zo. De mens in zijn leven, in zijn zintuiglijke wereld is het domein eronder.




    1. De mens

Wie is de mens? Daar kunnen we veel over vertellen, dat doen ook alle menswetenschappen, uitleggen hoe de mens in de zintuiglijke wereld ineen zit, met wat hij bezig is,… Maar wie is nu de gelovige mens. Eerst en vooral is hij mens die hier op aarde leeft. Hij gelooft dat de werkelijkheid, zijn bestaan groter is dan het puur zintuiglijke. Als mens is hij geschapen . Hiervoor haal ik graag het beeld aan van Genesis 2,7 ‘Toen boetseerde God de mens uit stof van de aarde en blies hem de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.’ Hiermee is volgens mij alles gezegd. De mens is vergankelijk, sterfelijk, afhankelijk van zijn schepper en van het materiaal waaruit hij gemaakt is en toch is hij autonoom want hij heeft de levensadem. Juist in die vrijheid, in die autonomie leeft hij op aarde. Hij krijgt een verantwoordelijkheid om het hier goed te doen en liefst er ook plezier aan te beleven.




    1. Het verbond

Hierin zit het mooie van het christendom. God is liefde en de mens is geroepen tot naastenliefde. Dit is het verbond. Het verbond is een vrijwillig gesloten pact. Je verbindt er u toe om zo goed mogelijk volgens de regels van het geloof te leven. Het geloven in die God uit men in het naleven van die regels. Dit is nu in het christendom moeilijk geworden. Het gaat niet meer om gewoon dat en dat te doen, we worden geroepen om voortdurend na te denken en overtuigd te zijn dat wat we doen vanuit die liefde van God kan gezien worden. Heel moeilijk en ook heel moeilijk om aan lln te vertellen. Een christen is in die zin geen soft iemand maar iemand die tegenstroom durft gaan, kritisch durft kijken naar zogezegde normale dingen.

Misschien moeten we in die lijn het rijk Gods zien. Een wereld waarin de liefde van God zichtbaar is. Daar waar mensen lief zijn voor elkaar. Natuurlijk moet je daar niet gelovig voor zijn, maar ik beschouw het als het draagvlak, als datgene van waaruit je het doet. Dit is die diepere dimensie, maar niet eenvoudig om dit rationeel uit te leggen. Vandaar het eenvoudige schema.


  1. Christendom als ethiek

Christendom zien als een moraal, als een leer van het goede waar mensen in vrijheid voor kiezen. Opnieuw herhaal ik dat de naastenliefde hier het centrale begrip in is.





    1. Leven vanuit God

Dit is het meest vage. Dit is niet concreet. Toch is dit het draagvlak. Leven vanuit het weten en ervaren van een hogere werkelijkheid. (zie schema) Dat wat je doet is gedragen. God is aanwezig in mensen. Dit godsbeeld is na Vaticanum II algemeen goed geworden. Wel, dit is het juist. Handelen uit naastenliefde omdat juist daar God als immanente daadwerkelijk aanwezig is.


    1. Vanuit de mens zelf

Jezelf graag zien. Het staat in zoveel boekjes die met psychologie te maken hebben en nog zoveel andere menswetenschappelijke disciplines. Als mens ben je geschapen met je mogelijkheden en beperkingen. Iedereen. Niemand is een uitzondering. Als christen ben je ook maar gewoon mens. In die zin zal je nooit de perfecte christen zijn die op alle mogelijke concretiseringen van het verbond zal kunnen ingaan. Van die kleinheid bewust zijn is volgens mij fundamenteel christelijk.


    1. Vanuit de solidariteit naar de andere

Hier komt het christelijk appèl het duidelijkst naar voor. Hoe kan ik mij dienstbaar stellen voor mijn naaste. De bergrede (Mt 5-7) is hierin heel concreet. Ik verwijs terug naar Genesis 2,7 en verder; De mens die de levensadem kreeg en zelf de aarde moest bewerken en beheren. Dus niet ‘je bent in het paradijs geschapen en je leeft als God en Frankrijk en wie dan ook moet u maar dienen’. Het is de ethiek van de eigen verantwoordelijkheid. We leven samen met andere mensen op deze wereld. Zorg dragen voor de aarde, is ook zorg dragen voor elkaar. We zijn er allemaal afhankelijk van. Toch is de mens daar niet overtuigd van. Als wij het maar goed hebben is de meest hoorbare ethiek. De anderen moeten er ook maar voor zorgen. Hier zit de roep naar de christenen. Niet meedoen met deze egocentrische houding. Maar dit is niet gemakkelijk. Onze maatschappij doet mee met het ‘als wij het maar goed hebben gevoel’. Hier en daar vind je verwijzing naar de ander2. (het verhaal van Kaïn en Abel kan in deze context gebruikt worden3)
Door de arbeid draagt iedereen zijn steentje bij voor het welvaren van onze aarde. Welke motivatie hebben de meeste mensen als ze naar hun werk gaan ? Ook hier zit de solidariteitsgedachte: elk steentje is nodig. Het beeld van Paulus als hij de vergelijking maakt met het lichaam vind ik hier op zijn plaats. 1Kor 12, 12-31. Ik citeer vers 12 “Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen één geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is het ook met Christus.”
Misschien is dit wel het rijk Gods. Daar waar mensen in verbondenheid met elkaar leven.

Daar is God in hun midden en leeft het verbond.




Literatuurtip:

Jef Van Gerwen, Onderweg. Over de navolging van christus in de 21e eeuw, Tielt, Lannoo, 2003

Specifiek voor dit stuk suggereer ik uit dit boek hoofdstuk 6, De morele weg van de naastenliefde, p.147-168

Els Goethals



1 Deze vraag is de centrale vraag van een bijscholing voor leerkrachten rond geloof en sociale rechtvaardigheid. Deze tekst moet in dit kader gezien worden.


2 De vele christelijke groeperingen, allerlei sociale initiatieven voor de ‘zwakke’ mens, verwijzen hiernaar. In deel twee komt dit uitgebreid aan bod.

3 In het verhaal van Kaïn en Abel zie je twee broers die hun werk goed doen en een offer brengen aan God. Het offer van Kaîn wordt niet aanvaard, dat van Abel wel. Hierop beslist Kaïn om zijn broer van het leven te beroven. Voor Kaïn gebeurt er nu gerechtigheid na een onrechtvaardigheid van God. Deze ‘jaloerse’ ingesteldheid van Kaïn is heel menselijk, maar niet christelijk. Deze naastenliefde tot het uiterste is een voortdurende oproep voor christenen.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina