Mondelinge vragen



Dovnload 264.84 Kb.
Pagina1/3
Datum12.12.2017
Grootte264.84 Kb.
  1   2   3

EUROPEES PARLEMENT

2004



2009

Zittingsdocument

26 september 2005 B6-0331/05



MONDELINGE VRAGEN

overeenkomstig artikel 109 van het Reglement


voor het VRAGENUUR

op 27 en 28 september 2005



1. Vraag van Marie Panayotopoulos-Cassiotou (H-0659/05)


Betreft: De problematiek van afval en afvalverwerking
Kan de Raad mededelen of er voor de lidstaten een bindende verplichting bestaat om afval per soort te verzamelen?
Hoe beoordeelt hij de huidige praktijk in de lidstaten, met name op het gebied van inzameling, vernietiging en recyclage van chemisch, toxisch, smeermiddelen- en radioactief afval?
Acht hij het noodzakelijk meer ruchtbaarheid te geven aan deze problematiek en gelijkaardige acties te financieren die de bescherming van het milieu en de gezondheid van de toekomstige generaties Europese burgers waarborgen?

14.07.2005

el

2. Vraag van Sajjad Karim (H-0661/05)
Betreft: Harmonisatie van de aanpak van terrorismebestrijding door de lidstaten
De bepalingen die in sommige lidstaten onder het mom van de strijd tegen het terrorisme zijn genomen om het terrorisme te bestrijden houden in dat de EU thans de realiteit onder ogen moet zien dat één van de gevolgen van de terroristische dreiging is dat de moeizaam veroverde vrijheden die ten grondslag liggen aan de gezamenlijke waarden en beginselen van de Unie, worden aangevochten en ondergraven. Tegen de achtergrond van de bomaanslagen in Madrid (11 maart 2004) en Londen (7 juli 2005) staat de EU thans op een punt dat bepalend is voor haar aanpak van de bestrijding van deze aanslag op de Europese manier van leven.
Op welke wijze overweegt de Raad onder leiding van het Britse voorzitterschap samen te werken om de verschillen tussen lidstaten te overbruggen en de bureaucratische hindernissen te nemen die in de 25 lidstaten bestaan, ten einde te komen tot een geharmoniseerde aanpak van de strijd tegen het terrorisme, waarin evenwicht tot stand wordt gebracht tussen het bieden van veiligheid aan de Europese burgers en het waarborgen van hun mensenrechten en burgerrechten, ongeacht godsdienstige overtuiging of etnische afkomst?

14.07.2005

en

3. Vraag van Chris Davies (H-0663/05)
Betreft: Website van de Raad
Kent de Raad websites van Europese overheidsinstanties die het de burger op doelmatiger wijze onmogelijk te maken over gegevens te beschikken dan zijn eigen website?

14.07.2005

en

4. Vraag van Sarah Ludford (H-0665/05)
Betreft: Belemmering van het recht op toegang tot Raadsdocumenten
Overeenkomstig verordening (EG) nr 1049/20011 inzake de beschikbaarheid van documenten zijn de instellingen van de EU verplicht een register van documenten bij te houden en documenten langs elektronische weg rechtstreeks beschikbaar te stellen. Het register van de Raad is niet gebruikersvriendelijk opgezet, zij het dat er de afgelopen tijd enige verbetering is opgetreden. Is de Raad bereid zijn register en website opnieuw te organiseren, wellicht op soortgelijke wijze als de Observatiepost wetgeving van het Europees Parlement, en speciale wegpages [op te zetten] voor iedere zitting, waardoor de burgers in staat worden gesteld alle desbetreffende documenten in verband met de agenda op te sporen en de besluitvormingsprocedure door de diverse stadia te volgen?

14.07.2005

en

5. Vraag van Nigel Farage (H-0666/05)
Betreft: Visserij - samenwerkingsovereenkomsten
Ik ben ernstig verontrust over de samenwerkingsovereenkomsten in de visserijsector met derde landen die volstrekt oneerlijk en uiterst schadelijk voor de plaatselijke bevolking zijn en rampzalige gevolgen hebben voor het milieu.
Evenals WWF, Oxfam en enkele anderen ben ik er rotsvast van overtuigd dat dit geen zogeheten "duurzame ontwikkeling" is.
Kunnen deze overeenkomsten worden onderzocht? Is de Raad bereid hetzelfde standpunt in te nemen en een eind te maken aan deze verbijsterende visserijakkoorden?

14.07.2005

en

6. Vraag van Bernd Posselt (H-0668/05)
Betreft: Rechten van minderheden in Servië
Terwijl de minderheden in Kosovo over gegarandeerde zetels in het parlement beschikken, werd Servië na pressie van de Radicale Partij van de in Den Haag aangeklaagde Vojslav Seselj in een kiesdistrict zonder lokale mandaten, maar met een kiesdrempel van vijf procent omgezet. Daardoor zijn de etnische minderheden die in de buurt van potentiële crisishaarden leven, namelijk de Vojvodina, de Sandzak van Novi Pazar en het Presevo-dal, de facto uitgesloten van medewerking in het parlement, hoewel zij in hun thuisregio's de meerderheid van de bevolking vormen.
Ziet de Raad de risico's die naar aanleiding van deze onevenwichtigheid kunnen ontstaan tussen hetgeen men van Kosovo, en dat wat men van Servië verlangt en welke gevolgen heeft dit voor de EU Verdragsonderhandelingen met Belgrado?

14.07.2005

de

7. Vraag van Dimitrios Papadimoulis (H-0671/05)
Betreft: Eigendomsrechten van religieuze minderheden in Turkije
Het Turkse Directoraat-generaal godsdienstzaken heeft aangekondigd dat het voornemens is over te gaan tot het verhuren van onroerende goederen die eigendom waren van charitatieve instellingen van religieuze minderheden en die in het verleden geconfisqueerd waren. Zo wordt de praktijk van schendingen van de eigendomsrechten van religieuze minderheden voortgezet. De Turkse regering keurt deze praktijk stilzwijgend goed en dient bovendien in het Turkse parlement een wetsvoorstel in inzake het Directoraat-generaal godsdienstzaken waarin wordt bepaald dat de Turkse staat alleen zorgt voor de teruggave aan de rechthebbenden van onroerende goederen die onder zijn jurisdictie vallen en niet van die welke illegaal aan derden zijn verkocht.
Is de Raad op de hoogte van de praktijk die het Directoraat-generaal godsdienstzaken toepast en van het wetsvoorstel van de Turkse regering? Is hij voornemens dit wetsvoorstel op de agenda van de besprekingen met de Turkse overheid te plaatsen? Welke initiatieven zal hij nemen in het licht van de start van de toetredingsonderhandelingen op 3 oktober 2005, zodat de eigendomsrechten van de religieuze minderheden in Turkije gewaarborgd zijn?

22.07.2005

el

8. Vraag van James Allister (H-0673/05)
Betreft: IRA-terroristen
Drie veroordeelde voortvluchtige terroristen, Niall Connolly, James Monaghan en Martin McCauley, konden onbelemmerd uit Colombia terugkeren naar de Republiek Ierland. De EU heeft verklaard zich in te zullen zetten in de strijd tegen het internationale terrorisme. Wat heeft de Raad ondernomen om te voorkomen dat de Ierse regering deze internationale terroristen een toevluchtsoord biedt, en is de Raad ervan overtuigd dat Europol al het mogelijke heeft gedaan om hun terugkeer tegen te gaan?

11.08.2005

en

9. Vraag van Proinsias De Rossa (H-0675/05)
Betreft: Richtlijn uitzendkrachten
Uit recent onderzoek van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden blijkt dat slechts 23% van de uitzendkrachten betaalde training 'on the job' krijgt of door hun werkgever naar scholing en cursussen wordt gezonden, vergeleken met 35% van de vaste werknemers. Conclusie van het onderzoek is dat, aangezien nieuwe vaardigheden en beroepsbekwaamheden beslissend zijn voor het krijgen van werk, werknemers zonder vaste arbeidscontracten moeilijker kunnen overstappen naar de reguliere arbeidsmarkt of minder nieuwe banen en kansen op werkgelegenheid kunnen krijgen.
Doet het voorzitterschap van de Raad, gezien deze bevindingen, zijn best om voortgang te maken met de ontwerprichtlijn betreffende de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten, die al meer dan twee jaar door de Raad wordt geblokkeerd en die beoogt uitzendkrachten dezelfde kansen en voordelen te bieden als hun collega's met vast werk?

23.08.2005

en

10. Vraag van Philip Bushill-Matthews (H-0678/05)
Betreft: Voorschriften inzake gezondheid en veiligheid
Is de Raad gezien de recente voorstellen inzake gezondheid en veiligheid in de richtlijn betreffende de risico's van fysische agentia (optische straling) bereid na te gaan of het mogelijk is de oorspronkelijke kaderrichtlijn 89/391/EEG2 te herzien om ervoor te zorgen dat deze minder bemoeizuchtig en belastend voor het bedrijfsleven wordt?

31.08.2005

en

11. Vraag van Manuel Medina Ortega (H-0679/05)
Betreft: Veiligheidsvereisten voor low cost luchtvaartmaatschappijen
Welke maatregelen zal de Raad nemen om ervoor te zorgen dat low cost maatschappijen die van of naar het grondgebied van de Unie vliegen, voldoen aan de veiligheidseisen en onder toezicht staan van de International Civil Aviation Organization?

31.08.2005

es

12. Vraag van Panagiotis Beglitis (H-0684/05)
Betreft: Schending van de mensenrechten en de democratische vrijheden door Turkije - Strafrechtelijke vervolging van de Turkse schrijver Orhan Pamuk
Vandaag is ons ter ore gekomen dat het Openbaar Ministerie in Istanboel strafrechtelijke vervolging heeft ingesteld tegen de bekende Turkse schrijver Orhan Pamuk wegens bezoedeling van de Turkse identiteit; hij heeft namelijk in een Zwitsers dagblad durven verklaren dat Turkije dient te erkennen dat "een miljoen Armeniërs en dertigduizend Koerden door de Turken zijn vermoord" en het zich bij zijn historisch verleden dient neer te leggen. Het proces zal op 16 december in Istanboel plaatsvinden en de Turkse schrijver kan volgens het Turks strafrecht tot een gevangenisstraf van 6 tot 9 maanden worden veroordeeld.
Kan de Raad, aangezien dit optreden van de Turkse autoriteiten een flagrante schending is van de fundamentele mensenrechten, van de democratische vrijheden en van de verplichtingen van Turkije als kandidaat-lidstaat om de politieke criteria van Kopenhagen te eerbiedigen, mededelen welke onmiddellijke concrete stappen hij zal ondernemen om de Turkse politieke leiding ervan te overtuigen de aanklacht tegen de schrijver Orhan Pamuk in te trekken?
Is het Turks strafrecht, zelfs na de recente herziening ervan, in overeenstemming met de Gemeenschapswetgeving en de Europese democratische beginselen?

01.09.2005

el

13. Vraag van Esko Seppänen (H-0685/05)
Betreft: Financiering van verkiezingen in derde landen
Naar ik heb begrepen heeft de politieke eenheid van de Raad een voorstel voorbereid om vertegenwoordigers van de oppositie in Wit-Rusland bij de verkiezingen financieel te ondersteunen. Zonder een standpunt in te willen nemen inzake het betreffende land of de wenselijkheid van financiering, zou ik de Raad willen vragen of hij voornemens is een dergelijke financiële steun voor te stellen. Zo ja, gaat de Raad deze kwestie dan voorleggen aan het Europees Parlement ter goedkeuring binnen het kader van de begroting van de Unie? Wat zou de rechtsgrond voor het voorstel kunnen zijn?

01.09.2005

fi

14. Vraag van Antonios Trakatellis (H-0686/05)
Betreft: Bescherming van de volksgezondheid tegen de grieppandemie: reactiecapaciteit van de Unie - werking van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding
De vogelgrieppandemie die veroorzaakt wordt door het virus A(H5N1), bevindt zich aan de poorten van de EU-landen. Het is zeer goed mogelijk dat deze grieppandemie op de mens wordt overgedragen, hetgeen onmiddellijke gevolgen heeft op de gezondheid van de Europese burgers en het sociaal-economisch leven van de lidstaten. Kan de Raad, overwegende dat het virus zich in de nabije toekomst kan verspreiden, met name in de Balkanlanden (Roemenië, Bulgarije) door trekvogels uit Rusland en Kazachstan, antwoorden op de volgende vragen:
Welke maatregelen , naast de conclusies van juni 2004 met de aanbevelingen inzake voorbereidende maatregelen voor de aanpak van de grieppandemie en het verbod op de invoer van levend pluimvee en gevogelte uit de door de pandemie getroffen landen, alsook het opleggen van beperkende maatregelen aan kippenkwekerijen, beveelt de Raad aan in samenwerking met de lidstaten voor de bescherming van de volksgezondheid? Wat is de reactiecapaciteit van de Unie ten aanzien van een grieppandemie, bijvoorbeeld laboratoriumnetwerk, mechanismen, financiële middelen, vaccins en virusbestrijdende geneesmiddelen? Is het nieuw opgerichte Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding geraadpleegd? Is de Raad voornemens adviezen goed te keuren inzake het vastleggen van de groepen die bij voorrang moeten worden gevaccineerd en viruswerende geneesmiddelen moeten krijgen?

01.09.2005

el

15. Vraag van Syed Kamall (H-0688/05)
Betreft: EU-quota voor textielimporten uit China
Welke garanties kan de Raad geven dat kleinhandelaren en consumenten in de EU niet langer zullen worden benadeeld door EU-quota voor textielimporten uit China die tot doel hebben inefficiënte producenten te beschermen?
Kan de Raad bovendien bijzonderheden verstrekken betreffende het tijdstip waarop deze quota volledig zullen worden afgeschaft?

01.09.2005

en

16. Vraag van Georgios Papastamkos (H-0691/05)
Betreft: Aanvullend protocol bij de Associatie-Overeenkomst EU-Turkije
Waarborgt de Raad de eerbiediging van het fundamentele beginsel van het Gemeenschapsrecht inzake non-discriminatie van de lidstaten, en in het bijzonder van het bepaalde in artikel 6, lid 3, van de Toetredingsakte van de tien nieuwe lidstaten?
Accepteert de Raad een politieke verklaring houdende ontkenning van de fundamentele identiteit van een lidstaat als institutioneel gelijkwaardige, gelijkberechtigde en gelijkgestelde partij die mede vorm geeft aan de gemeenschappelijke, communautaire wil?
Vormt een eventuele - expliciete of impliciete - acceptatie van de monolaterale Turkse verklaring betreffende het aanvullende protocol bij de Associatie-Overeenkomst EU-Turkije geen grove schending van de communautaire rechtsorde, in die zin dat het de objectieve werking van het desbetreffende verdragskader zou veranderen? Zal de Raad zijn wettelijke verantwoordelijkheid nemen om te voorkomen dat de desbetreffende verklaring als een "onvervreemdbaar onderdeel" van de associatieband tussen de EU-25 en Turkije zal worden opgevat?
Strookt de monolaterale politieke verklaring van Turkije met de eerbiediging van de politieke criteria van Kopenhagen in het algemeen, en met de speciale vermelding daarvan in verordening (EG) nr. 390/20013?

06.09.2005

el

17. Vraag van Jonas Sjöstedt (H-0692/05)
Betreft: Visserijovereenkomsten met Marokko
Sinds het midden van de jaren 1980 heeft de EU visserijovereenkomsten met Marokko; hiervan maakt deel uit West-Sahara, dat beschikt over een van de rijkste viswateren ter wereld. West-Sahara wordt door o.m. de Verenigde Naties omschreven als de laatste kolonie in Afrika. De exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van West-Sahara door Marokkaanse en andere buitenlandse ondernemingen kan dus als onwettig worden beschouwd.
Op 28 juli 2005 heeft de EU opnieuw een visserijovereenkomst met Marokko gesloten, die eveneens geldt voor het grondgebied van West-Sahara. Zulks in tegenstelling tot bij voorbeeld de Verenigde Staten die in hun vrijhandelsovereenkomst met Marokko alle producten uit West-Sahara hebben uitgesloten.
Is het, indien de Raad West-Sahara eveneens als de laatste kolonie in Afrika beschouwt, verdedigbaar de visgronden van het land mee te nemen in de overeenkomst met Marokko?

06.09.2005

sv

18. Vraag van Pedro Guerreiro (H-0696/05)
Betreft: Situatie van vijf in de VS gedetineerde Cubaanse burgers
Nadat een VN-werkgroep over de zaak van vijf in de VS gedetineerde Cubaanse burgers - de heren António Guerrero, Fernando Gonzalez, Gerardo Hernández, Ramon Sabañino en René González - op 27 mei 2005 tot de conclusie was gekomen dat er niet in een klimaat van objectiviteit en onpartijdigheid vonnis is gewezen, besloot het Hof van beroep van het 11e district in Atlanta (VS) op 9 augustus jongstleden met algemene stemmen om het vonnis van de rechtbank in Miami nietig te verklaren, de veroordeling van deze vijf Cubaanse burgers bijgevolg te herroepen en een nieuw proces te verordonneren. Niettemin zitten de vijf nog steeds in de gevangenis en geven de Amerikaanse autoriteiten de echtgenotes van René González en Gerardo Hernández nog altijd geen toestemming om hun man te bezoeken.
Is de Raad niet van mening dat de Amerikaanse autoriteiten in het licht van de situatie deze vijf burgers, die circa zeven jaar geleden werden gearresteerd, onmiddellijk in vrijheid moeten stellen, nu het hof van Atlanta hun veroordeling nietig heeft verklaard en dat het ontoelaatbaar is dat de echtgenotes van René González en Gerardo Hernández hun man niet mogen bezoeken?

07.09.2005

pt

19. Vraag van Åsa Westlund (H-0702/05)
Betreft: Duurzame energie ter vermindering van door fossiele brandstoffen veroorzaakte uitstoot
In Europa wordt steeds meer energie gebruikt en helaas wordt een groot deel daarvan geproduceerd met behulp van fossiele brandstoffen. De verbranding van fossiele brandstoffen versnelt het broeikaseffect, waardoor het klimaat op aarde wordt beïnvloed. Duurzame energie is gebaseerd op de energie van zon, wind en water en heeft dus geen nadelige gevolgen voor het milieu.
Wat doet de Raad om de inzet van meer duurzame energiebronnen te bevorderen?

12.09.2005

sv

20. Vraag van Manolis Mavrommatis (H-0706/05)
Betreft: Het mogelijkerwijs laten drukken van eurobiljetten buiten de EU
Het bericht dat het drukken van eurobiljetten vanaf 2007 in Azië en met name in Maleisië zal gebeuren, wekt veel verbazing en roept een groot aantal vragen op. Uit statistische gegevens blijkt dat er een enorm probleem is ten aanzien van volledigheid en foutloosheid van de huidige bankbiljetten, en verder dat de nadelen steeds zichtbaarder worden. Bevestigt de Raad de 'migratie' van het drukproces van de eurobiljetten naar derde landen, en keurt de Raad dit goed? Op basis van welke criteria wordt een dergelijk besluit genomen en hoe wordt de transparantie daarvan gegarandeerd, wetende dat de 12 drukkerijen van de EU-lidstaten het recht om de eurobiljetten te drukken zullen verliezen en er aldus een groot aantal arbeidsplaatsen en inkomsten zullen verdwijnen? Welke garanties worden de Europese Bank en de EU geboden in verband met mogelijke grote aantallen valse eurobankbiljetten "made in Asia" in vergelijking met die welke geboden worden door de lidstaten die de munten reeds slaan en de biljetten reeds drukken? Is er sprake van niet-naleving van de criteria van het Verdrag van Maastricht en van het monetair beleid van de EU, en meer in het bijzonder van het bepaalde in artikel 106 betreffende de uitgifte van de euro?

12.09.2005

el

21. Vraag van Ryszard Czarnecki (H-0709/05)
Betreft: Eerbiediging van de mensenrechten in Kasjmir
Hoe beoordeelt de Raad de situatie met betrekking tot de eerbiediging van de mensenrechten in Kasjmir in de context van het strategisch partnerschap tussen de EU en India?

13.09.2005

pl

22. Vraag van Christopher Heaton-Harris (H-0711/05)
Betreft: Integriteit van de boekhouding van de Commissie
Al voor het jaar 1997 toen in het Verenigd Koninkrijk Labour in de regering is gekomen, heeft de Rekenkamer geen positieve "DAS"-verklaring afgegeven voor de boekhouding van de Europese Commissie. Al die jaren heeft de Raad de Commissie blijkbaar zonder voorbehoud te maken gekweten.
Kan de Raad bevestigen dat de integriteit van de boekhouding van de Commissie belangrijk is voor het voorzitterschap - welke voorstellen zijn gedaan voor verbeteringen en hoe vaak is daarover gesproken? Heeft het Britse voorzitterschap aan de Commissie haar bezorgdheid kenbaar gemaakt over de boekhouding voor 2004?

13.09.2005

en

23. Vraag van Claude Moraes (H-0713/05)
Betreft: Het bewaren van data
De Raad is naar aanleiding van de terroristische bomaanslagen in Londen met een aantal voorstellen en aanscherping van bestaande voorstellen ter bestrijding van terrorisme gekomen.
Kan de Raad meedelen welke vooruitgang is geboekt in het bijzonder in verband met kwesties van witwassen van zwart geld en de financiering van terrorisme in de EU? Kan de Raad tevens meedelen welke vooruitgang is geboekt met voorstellen om data te bewaren in verband met de bestrijding van het terrorisme?

13.09.2005

en

24. Vraag van Hélène Goudin (H-0719/05)
Betreft: EU-grondwet
Overeenkomstig het EG-Verdrag bezitten de lidstaten inzake verdragswijzigingen het recht van veto. De Fransen en Nederlanders hebben in nationale referenda de voorgestelde EU-grondwet verworpen. Is het voorzitterschap van mening dat Frankrijk en Nederland daardoor een veto hebben uitgesproken tegen de voorgestelde grondwet en dat deze, overeenkomstig het EG-Verdrag, dus is komen te vervallen? Is het voorzitterschap voornemens te bepleiten dat uitsluitend thans geldende verdragen worden nageleefd en zich kritisch op te stellen ten aanzien van eventuele pogingen geselecteerde delen van de voorgestelde EU-grondwet geleidelijk in te voeren?

14.09.2005

sv

25. Vraag van Alain Hutchinson (H-0721/05)
Betreft: Middelen uit de structuurfondsen voor de renovatie van sociale woningen
Op 6 juli 2005 heeft het Parlement een amendement aangenomen op de EFRO-verordening (artikel 7, letter d) - P6_TA(2005)0279) waarmee het de wens te kennen geeft dat de uitgaven voor de renovatie van sociale woningen voor steun in aanmerking komen met het oog op energiebesparing en milieubescherming in het kader van duurzame stadsontwikkeling. Het is mij ter ore gekomen dat meerdere lidstaten binnen de Raad van Ministers hiertegen ernstige bedenkingen hebben geuit en zich zelfs hiertegen hebben gekeerd. Als oud-minister van Huisvesting kan ik u verzekeren dat het kunnen beschikken over een gesaneerde woning een geweldige sociale springplank vormt en dat huisvesting aldus een bijdrage levert aan de sociale, economische en territoriale samenhang, te weten het hoofddoel van het regionaal beleid. Voorts kan ik u mededelen dat de huidige financieringswijzen waarover de lidstaten beschikken, ontoereikend zijn om aan de vele huisvestingsproblemen het hoofd te bieden. Wat is het standpunt van het voorzitterschap dienaangaande en welke lidstaten zijn tegen het besluit van het Parlement in deze zaak?

14.09.2005

fr

26. Vraag van Catherine Stihler (H-0723/05)
Betreft: Handel in collageen in China
Op dinsdag 13 september 2005 meldde het dagblad The Guardian dat een Chinese cosmeticaonderneming de huid van de lijken van geëxecuteerde gevangenen gebruikt voor de ontwikkeling van schoonheidsproducten die bestemd zijn voor verkoop in Europa. Vertegenwoordigers van deze onderneming hebben potentiële klanten verteld dat het bedrijf werkt aan collageen voor lipbehandeling en antirimpelcrèmes op basis van huid die wordt verwijderd bij gevangenen nadat zij zijn doodgeschoten. Volgens deze vertegenwoordigers zijn diverse producten van hun bedrijf uitgevoerd naar het VK (en waarschijnlijk ook naar andere EU-landen) en is het gebruik van huid van veroordeelde gevangenen "traditioneel" en zeker niet iets "waar men zich over moet opwinden". Doktoren en politici zien deze onthulling als een illustratie van de risico's die steeds meer mensen lopen omdat zij er beter uit willen zien. Afgezien van de ethische bezwaren is er ook het mogelijke infectiegevaar. Welke plannen heeft de Raad, gelet op deze schokkende onthullingen, om met regelgeving te komen teneinde cosmetische behandelingen, bijvoorbeeld met collageen, aan banden te leggen en een einde te maken aan deze schandalige handelspraktijken?

14.09.2005

en

27. Vraag van Johan Van Hecke (H-0739/05)
Betreft: Menselijk weefsel in Chinese cosmetica
Volgens recente persberichten (o.a. The Guardian) zou een Chinees farmaceutisch bedrijf cosmetica-producten naar Europa invoeren waarin menselijk weefsel van terdoordveroordeelden of ongeboren foetussen is verwerkt. Meer bepaald zou het gaan om stukken huid verwerkt in anti-rimpelcrèmes en lippenstift.
In China zou het om een gangbare praktijk gaan waar nog nauwelijks aandacht aan wordt besteed. Is de Raad van deze praktijken op de hoogte? Zal hij dit aankaarten bij de Chinese autoriteiten en hieraan een onderzoek wijden? Kunnen de resultaten van dit onderzoek ons worden meegedeeld? Kan het betrokken Chinees bedrijf desgevallend worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan of het een overheidsbedrijf is?

15.09.2005

nl

28. Vraag van Diamanto Manolakou (H-0726/05)
Betreft: Preventief gebruik van kernwapens
Het ontwerp voor de herziening van het dogma van de VS betreffende gewone kernwapenoperaties maakt melding van het preventief gebruik van kernwapens om een vijandelijke aanval te verijdelen of om vijandelijke installaties met massavernietingingswapens te vernietigen en onderstreept dat "een groot aantal niet-overheidsorganisaties (terroristische, criminele)" en ongeveer 30 staten beschikken over programma's voor het verwerven van massavernietigingswapens.
Veroordeelt de Raad het beginsel van een preventieve oorlog en in het bijzonder van het preventief gebruik van kernwapens en het gebruik van kernwapens tegen niet-overheidsorganisaties? Is de Raad van oordeel dat de goedkeuring door de VS van het beginsel van een preventieve oorlog met kernwapens of conventionele middelen een gevaar vormt voor de wereldvrede?

14.09.2005

el

29. Vraag van Charles Tannock (H-0728/05)
Betreft: Het bloedbad van Beslan en Tsjetsjeense vluchtelingen in EU-lidstaten
De aanstichter van het bloedbad van Beslan, Shamil Basayev, is op 25 augustus jl. benoemd tot vice-premier van de zogenaamde Tsjetsjeense regering in ballingschap. Deze man is een oorlogsmisdadiger, die nauwe banden onderhoudt met fundamentalistische terroristische groeperingen als Al Qa'ida. De zogenaamde "minister van Buitenlandse Zaken", een zekere Osman Ferzaouli, die als politiek vluchteling in Denemarken verblijft, beweert dat Basayev zich hierdoor "in de toekomst verantwoordelijker zal opstellen". De "minister van Cultuur", Akhmed Zakayev, verblijft als vluchteling in het Verenigd Koninkrijk. Het lijdt geen twijfel dat Rusland de Europese Unie ervan zal betichten met twee maten te meten indien wij - terecht - eisen dat de personen die de wreedheden in Tsjetsjenië hebben begaan, worden berecht, terwijl wij tegelijkertijd in de EU bescherming bieden aan deze personen, die als leden van dezelfde organisatie steun verlenen aan terroristische activiteiten.
Is de Raad het er niet mee eens dat de regeringen van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk de asielstatus van de heer Ferzaouli en de heer Zakayev moeten intrekken, tenzij dezen zich onmiddellijk terugtrekken uit de zogenaamde Tsjetsjeense regering in ballingschap en alle terroristische acties tegen burgers resoluut veroordelen?

14.09.2005

en

30. Vraag van Athanasios Pafilis (H-0730/05)
Betreft: Weigering van een visum aan de voorzitter van het Cubaanse parlement door de VS
De regering van de VS heeft geweigerd een inreisvergunning (visum) af te geven aan de voorzitter van het Cubaanse parlement, de heer L. Alarcón, met het oog op het bijwonen van een bijeenkomst van vertegenwoordigers van parlementen in de zetel van de VN. Dit besluit is een inbreuk op het internationaal recht en een grove schending van de regels voor het functioneren van de VN, die de regering van de VS verplicht is te respecteren. Onderdeel van deze regels is dat de Amerikaanse regering alle vertegenwoordigers van de leden van de VN de mogelijkheid moet garanderen in New York, de overeengekomen zetel van de VN, aanwezig te zijn. Dit onaanvaardbare en provocerende besluit van de Amerikaanse regering is er één in een lange rij van illegale acties die erop gericht zijn het recht van de VS als 'internationaal recht' te laten gelden, waarmee de statutaire beginselen van de VN zowel formeel, alsook in de praktijk worden geschonden.
Alle lidstaten van de EU zijn lid van de VN en als zodanig gaat de werking van de VN hen direct aan. Veroordeelt de Raad tegen deze achtergrond het voornoemde besluit van de Amerikaanse regering en gaat hij van de Amerikaanse regering eisen dat zij alsnog een visum verstrekt aan de voorzitter van het Cubaanse parlement?

14.09.2005

el

31. Vraag van Geoffrey Van Orden (H-0737/05)
Betreft: Zimbabwe
Ik ben ontsteld over het niveau en de inhoud van het antwoord op mondelinge vraag H-0648/05, ingediend op 14.7.2005 en schriftelijk beantwoord op 7.9.2005. Waar is de verwachte informatie over maatregelen van de Raad die ervoor moeten zorgen dat ten volle rekening wordt gehouden met en naar behoren wordt gereageerd op de standpunten van het Parlement, zoals verwoord in zijn resoluties? Ik verzoek de Raad inhoudelijke informatie te verstrekken die aansluit bij mijn oorspronkelijke vraag, en met name in te gaan op het verzoek van het Parlement om verhoging van de druk op het regime-Mugabe, het dichten van de mazen in de bestaande EU-sancties en het aandringen op strikte toepassing door alle lidstaten, de benoeming van een speciale gezant van de EU voor Zimbabwe om de Afrikaanse landen tot meer actie aan te zetten, en het aanmoedigen van de Afrikaanse Unie en met name Zuid-Afrika om zich krachtiger op te stellen in het streven naar een verandering ten goede in Zimbabwe?

15.09.2005

en

32. Vraag van Christopher Beazley (H-0744/05)
Betreft: Onderwijs en opleiding
Kan de Raad commentaar geven bij de behoefte aan nieuwe financiële vooruitzichten waarin wordt voorzien in een hervorming van het GLB en in meer investeringen in onderwijs en opleiding, overeenkomstig de aanbevelingen in het rapport-Kok van 2004 en de verklaringen van de premier van het Verenigd Koninkrijk in diens toespraak tot het Europees Parlement op 23 juni 2005?
Wanneer zal het Britse voorzitterschap het kader en het tijdschema voor deze hervormingen vaststellen?

15.09.2005

en

33. Vraag van Bill Newton Dunn (H-0746/05)
Betreft: Georganiseerde criminaliteit
Is volgens de Raad sprake van een toename of vermindering van de georganiseerde criminaliteit waarvan de Unie het slachtoffer is?
Op welk terrein van de georganiseerde criminaliteit vindt de grootste toename plaats? Drugshandel, mensenhandel, diefstal van identiteit op het Internet of iets anders?

15.09.2005

en

34. Vraag van Neil Parish (H-0750/05)
Betreft: Deregulering
Welke specifieke wetgeving komt naar het oordeel van het voorzitterschap in aanmerking om aan het Gemeenschapsrecht te worden onttrokken?

15.09.2005

en

35. Vraag van Georgios Toussas (H-0751/05)
Betreft: Resolutie van de Raad van Europa over 'de noodzaak van veroordeling van het communisme'
Het Comité van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, dat op 13 september 2005 in Parijs vergaderde, heeft, na felle en massale reacties van partijen en werknemerorganisaties op het reactionaire voorstel voor een resolutie betreffende 'veroordeling van het communisme', besloten tot uitstel van behandeling van het gevaarlijke anticommunistische memorandum. De provocerende gelijkstelling van het nazisme en het fascisme met diegenen die een beslissende bijdrage hebben geleverd aan de antifascistische overwinning maakt het memorandum uiterst gevaarlijk. Het komt neer op vervalsing van de geschiedenis en past in de wereldwijde campagne tegen de landen die momenteel worden geregeerd door communistische partijen en, meer in het algemeen, tegen de communistische beweging.
Is de Raad van plan zich te verzetten tegen de pogingen tot verdraaiing en vervalsing van de geschiedenis, die plaatsvinden met deze resolutie, maar ook met andere gecoördineerde acties van anticommunistische hysterie op nationaal, Europees en internationaal niveau?

15.09.2005

el

36. Vraag van Richard Ashworth (H-0752/05)
Betreft: De Lissabon-agenda
Waarom zijn de toegewezen middelen ter ondersteuning van de Lissabon-agenda niet besteed? Dit in verband met amendement 0711 op de begroting van de Unie voor 2005 over de tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt. (Kan de Europese Commissie naar eigen goeddunken beschikken over middelen die door een commissie van het Parlement zijn toegewezen ter ondersteuning van de Lissabon-agenda?). Hoe komt het dat DG interne markt niet in staat of bereid is geweest om een werkgroep in het leven te roepen of een functionaris te benoemen die verantwoordelijk is voor de middels amendement 0711 toegewezen middelen?

15.09.2005

en

37. Vraag van Timothy Kirkhope (H-0754/05)
Betreft: Arrest van het Europees Hof van Justitie in zaak C-176/03
In hoeverre is het voorzitterschap van mening dat het arrest van het Europees Hof van Justitie in zaak C-176/03 van 13 september 2005 een zorgwekkend precedent schept en schade berokkent aan de nationale onafhankelijkheid? In hoeverre zal dit arrest gevolgen hebben voor de harmonisatie van het strafrecht in de Unie, ondanks het feit dat het alleen betrekking heeft op een test case over milieuwetgeving? In welke mate zal het voorzitterschap voet bij stuk houden dat strafrechtzaken in het kader van de "derde pijler" tot het domein van de lidstaten blijven behoren? Welke maatregelen kan het voorzitterschap nemen om een beroep in te stellen en het arrest en de rechtsgrondslag daarvoor nietig te doen verklaren?

15.09.2005

en

38. Vraag van Dariusz Rosati (H-0758/05)
Betreft: Financiële vooruitzichten 2007-2013
Op de recentste EU-top in juni 2005 slaagden de lidstaten er niet in een akkoord over de financiële vooruitzichten 2007-2013 te bereiken. Het compromisvoorstel dat door het Luxemburgse voorzitterschap was voorbereid, werd door een aantal lidstaten, waaronder het Verenigd Koninkrijk, niet aanvaard. Een ontwerpbegroting voor 2007-2013 is niettemin dringend nodig, opdat de EU haar politieke en economische taken waarin het Verdrag voorziet, alsmede nieuwe taken die de lidstaten haar eventueel zullen toevertrouwen, kan uitvoeren. Welke maatregelen worden bijgevolg door het Britse voorzitterschap gepland om uit de begrotingsimpasse te raken en hoe is het voorzitterschap van plan ervoor te zorgen dat er een levensvatbaar compromis over de financiële vooruitzichten komt, opdat de EU haar verplichtingen kan nakomen?

15.09.2005

pl



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina