Monumentencommissie



Dovnload 19.64 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte19.64 Kb.


monumentencommissie















































Het college van burgemeester en wethouders

van de gemeente Gouda

Postbus 1086

2800 BB Gouda



dienst/afdeling

rpl





telefoon

0182-589121






gouda

15 juli 2002



contactpersoon

D. Posthumus Meyjes






uw kenmerk

-





ons kenmerk

MC 2002.525



onderwerp

aanwijzingsadvies Ridder van Catsweg 65



verzonden


Geacht college,



Inleiding

Op 27 april 1992 hebben wij u geadviseerd het pand Ridder van Catsweg 65 aan te wijzen als gemeentelijk monument. U heeft destijds besloten ons aanwijzingsadvies aan te houden in afwachting van nadere besluitvorming rond de invulling van de lokatie van het Groene Hartziekenhuis. Vanwege het ontbreken van een visie op de ontwikkeling van de Jongere Bouwkunst in Gouda is het pand Ridder van Catsweg 65 destijds niet door ons beschreven en voorgedragen voor aanwijzing als gemeentelijk monument. Nu de notitie Jongere Bouwkunst in principe is vastgesteld kunnen wij gelijktijdig met Ridder van Catsweg 67 u een advies aanbieden voor Ridder van Catsweg 65 en lichten dat als volgt toe.


Omdat er een besluit is genomen welke delen van de Groene Hartlokatie voor de ontwikkelingen van het ziekenhuis gebruikt gaan worden kunnen wij daaruit afleiden dat het pand aan de Ridder van Catsweg 65 niet voor de ontwikkeling van deze lokatie behoeft te worden gesloopt en behouden kan blijven. Gelet op het hierna volgende advies zijn wij van mening, dat handhaving van het historisch karakteristieke beeld van de Ridder van Catsweg ter plaatse mede wordt gewaarborgd door dit object aan te wijzen als gemeentelijk monument.
In de opebare vergadering van 3 september 2001 hebben wij het door ons uit te brengen advies over dit pand behandeld.

Beknopte geschiedenis

Reeds voor 1139 is de ontginning van de polder Bloemendaal ter hand genomen in het meest zuidelijk deel van deze latere polder als onderdeel van een ontginning die zich aan beide zijden van de Gouwe uitstrekte. Deze ontginning, waartoe ook het gebied van de latere stad Gouda behoorde, is in verschillende fasen naar het noorden uitgebreid. Een exacte datering van deze ontginning is niet bekend, maar het is aannemelijk dat een en ander nog voor 1100 zijn beslag kreeg. Kort voor het jaar 1139 werd de ontginning van het middendeel van de polder Bloemendaal ter hand genomen.
De ontginning van de polder Bloemendaal heeft zich voltrokken vanuit de Gouwe naar het oosten. De Winterdijk vormde de eerste achterkade en de Kleiweg de tweede kade. De uitgegeven kavels hebben een breedte van 30 roeden (112.80 meter). Deze breedte is nog steeds waar te nemen in het verkavelings- en slotenpatroon van de Ridder van Catsweg.

De polder Bloemendaal is een van de oudste polders in Zuid Holland die een gereguleerde waterhuishou-ding had. De kavels en de situering daarvan, weerspiegelden de richting en de ligging van de boerderijen, die van oudsher grensden aan de Kleiweg. De nog aanwezige bruggetjes en landhoofden vormen het bewijs daarvan. De situering van de sloten die ter plaatse van Ridder van Catsweg 65/67 aanwezig zijn, dateren uit de ontginningsperiode (12e eeuw). Bij raadsbesluit van 27 maart 1903 wordt de Kleiweg ten noorden van de Goudse binnenstad vernoemd en gaat dan heten Spoorstraat, Ridder van Catsweg en Bloemendaalseweg. (1)



Beschrijving

Vrijstaande, gedeeltelijk onderkelderde villla uit het eerste kwart van de 20ste eeuw bestaande uit een begane grond, een verdieping en een zolderverdieping, voorzien van in rode baksteen gemetselde gevels met gepleisterde speklagen en platdak met dakschilden die gedekt zijn met rode geglazuurde tuile du Nord-pannen. In het dakschild boven de voorgevel bevindt zich een dakkapel met tentdakje en eenvoudige piron. Aan de achterzijde is een eenlaagse aanbouw gebouwd met platdak. De gevels hebben gepleisterde speklagen, een gepleisterde plint en worden afgesloten met een bakgoot op uitgetand metselwerk. Behalve de twee vensters op de verdieping in het linkerdeel van de voorgevel hebben alle gevelopeningen een hardstenen lekdorpel, worden afgeloten met een segmentboog met aanzet- en sluitstenen en is het boogveld gevuld met gedecoreerd pleisterwerk.

Voorgevel

De voorgevel bezit rechts een risaliet die wordt bekroond door een topgevel. De risaliet heeft op de begane grond een driehoekige erker met in elke zijde een venster met ongedeeld vast onder- en bovenraam. In het bovenraam bevindt zich gekleurd glas-in-lood. Op de verdieping een kozijn met twee openslaande deuren en een bovenlicht met een 16-vlaks roedenverdeling. De dubbele openslaande deuren zijn recent vernieuwd. Daarboven een segmentboog met gepleisterde aanzet- en sluitstenen met in de top een venster met een ongedeeld onderraam en een bovenraam met een drievlaks roedenverdeling.

In het gevelvlak links van de erker bevindt zich aan de rechterzijde in een ondiep portiek een ingang bestaande uit een authentieke deur met bovenlicht. Het portiek is deels betegeld en is bereikbaar via een hardstenen trap met drie treden. Links daarvan bevindt zich een schuifvenster met ongedeelde ramen. Op de verdieping bevinden zich twee schuifvensters met een ongedeeld onderraam en in het bovenraam een achtvlaks roedenverdeling. De gevel wordt afgesloten met een bakgoot.



Linker zijgevel

De hoek van de linkerzij- en voorgevel is ter hoogte van de begane grond afgeschuind en op de verdieping voorzien van een inpandig balkon. Op de begane grond bevindt zich een ongedeeld schuifvenster. De overgang van de begane grond naar de verdieping wordt gevormd door een gemetselde boog met een hoeksteen. Op de verdieping bevindt zich een deur die toegang geeft tot het balkon. Boven deze deur is een bovenlicht met een zesvlaks roedenverdeling geplaatst. Het balkon heeft een opengewerkt gemetselde borstwering met aan de onder- en bovenzijde een hardstenen band.

Voorts bevinden zich in de linker zijgevel een toegangsdeur met hardstenen trede en twee vensters met ongedeelde onder- en bovenramen. Op de verdieping bevinden zich een samengesteld kozijn met glas-in-lood (behalve het linker bovenlicht) en een klein venster met kalf en klepraam. In de aanbouw bevinden zich twee getraliede kelderramen en een schuifvenster met zesvlaks roedenverdeling. De gevel van de aanbouw wordt afgesloten met een boeibord en een balustrade van het balkon.



Rechter zijgevel

De rechter zijgevel heeft op de verdieping een venster met kalf en klepraam. De gevel wordt afgesloten met een bakgoot.
(1) Het geheim van Bloemendaal, 1997, Chris Akkerman, Bianca van den Berg

Waardering

Het object Ridder van Catsweg 65 is van belang omdat:

1] het een woonhuis is uit het eerste kwart van de 20ste eeuw met een karakteristieke voorgevel;

2] de gevelindeling evenwichtig is;

3] de detailleringen nog grotendeels in tact zijn;

4] het getuigt van ambachtelijke vaardigheid vanwege de detailleringen in het metselwerk van de gevels;

5] de voorgevel invloeden vertoont van de stijl van de neorenaissance;

6] het gelegen is in een van de oudste polders van Zuid-Holland en het ter plaatse aanwezige verkavelingspatroon de situatie uit de ontginningsperiode van 1139 weerspiegelt.


Conclusie

Gelet op het bovenstaande acht de commissie dit object, exclusief de aanbouw aan de achtergevel, een monument in de zin van artikel 1, lid 1 van de Monumentenverordening vanwege de schoonheid en de betekenis voor de wetenschap.


Zij adviseert u dan ook dit object, exclusief de aanbouw aan de achtergvel, aan te wijzen als gemeentelijk monument en dit te registeren op de gemeentelijke monumentenlijst.

Hoogachtend,

Drs. D. Posthumus Meyjes (plv. secretaris) Ir. C. Bouwstra (plv. voorzitter)






bezoekadres:

antwerpseweg 5, gouda


correspondentieadres:

postbus 1086, 2800 bb gouda

fax  0182-588101

e-mail gemeente@gouda.nl










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina