Mozart & 'Die Zauberflöte' Een lessenserie voor het voortgezet onderwijs in het kader van het Mozart-jaar 2006



Dovnload 447.98 Kb.
Pagina3/11
Datum22.07.2016
Grootte447.98 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11
B) Zelf actief worden met Mozart


1) Een postzegel ontwerpen
Bekijk de postzegel hiernaast. Beantwoord daarna de volgende vragen.
a) Is dit een echte postzegel of niet? Ja/nee
b) Hoe kun je dat weten?
………………………………………………………………………………
………………………………………………………………………………
c) Ontwerp nu zelf een Nederlandse postzegel met Mozart, waarop

duidelijk wordt wat voor mens Mozart was en hoe belangrijk zijn

muziek is.





2) Het Mozart-effect? Lees de onderstaande tekst. En doe daarna de volgende opdracht.


Bestaat het Mozart-effect?
Gebleken is ook dat baby’s en kinderen taken beter kunnen onthouden als ze bij het uitvoeren daarvan naar klassieke muziek luisteren. Als kinderen veel luisteren naar deze muziek zou dat volgens sommige wetenschappers zelfs een gunstige invloed hebben op de ontwikkeling van het kind. Kinderen die veel naar klassieke muziek luisteren zouden beter worden in bijvoorbeeld rekenen. Vooral de herhalingen en de speciale patronen in de muziek zouden daarvoor zorgen. Dat heet het Mozart-effect. Kinderen die niet alleen naar muziek luisteren maar ook zelf muziekles volgen zouden nóg beter gaan leren en redeneren. Ook bij koeien werkt het Mozart-effect. In een stal waar de koeien aan een stuk door muziek van Mozart te horen kregen, gaven ze veel meer melk dan in het Mozartloze tijdperk.



Opdracht:

Onderzoek in jouw klas of het Mozart-effect bestaat. Hebben de kinderen in jouw klas die van klassieke muziek (en dus ook Mozart!) houden en/of op muziekles zitten gemiddeld betere cijfers voor rekenen en wiskunde dan de andere kinderen? Bedenk zelf hoe je het ‘onderzoek’ gaat opzetten! De uitkomsten schrijf je hieronder op:


……………………………………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………………………………..
…………………………………………………………………………………………………………………….
3) Ga naar de website www.mozart.at.
a) Zoek daar de E-Cards op. (Bij Mozart + kids) Welke vind je het leukste? (Onder ‘interaktiv’ vind je nog meer E-Cards. Die mag je natuurlijk ook gebruiken.)
……………………………………………………………………………………
b) Stuur deze kaart nu aan een vriend(in) of familielid met je eigen tekst daarin.
c) Zoek nu (weer bij Mozart + kids) de geheugenspelletjes op en speel er één (of meer natuurlijk)
4. Ga onder ‘Interaktiv’ nu naar de ‘Aktuelle Umfrage’. Schrijf in het Nederlands op, wat de vraag is:
…………………………………………………………………………………………………………………..
5. Stem nu ook zelf. Schrijf nu in het Nederlands op wat je gestemd hebt.
…………………………………………………………………………………………………………………...
4) Een menuet dansen
Mozart heeft veel menuetten geschreven. Wat is dat eigenlijk, een menuet?

Het menuet is een typische 17de eeuwse barokdans, met kleine passen en nauwkeurig uitgevoerde gebaren. Eigenlijk is het menuet een soort flirten, al gebeurt dat daar niet zo open.


Van alle barokdansen behield het menuet zijn plaats binnen de klassieke kamer- en orkestmuziek, dankzij componisten als Haydn en Mozart.
Is het moeilijk om een menuet te dansen?
Om dat te kunnen beoordelen kijken we nog even naar een fragment uit Amadeus waarin een menuet gedanst wordt. Iets over de voetbewegingen vind je hieronder:

Menuet dansen

Patroon van drie passen en op de vierde tel wijzen met de teen.


Beginpositie is wijzen met de teen.
Armen zijwaarts gestrekt…
Klap:
tum, tum, tum, tum,
& tum, tum, tum, tum
Als derde kijken we naar een video-fragment, waarop ook een menuet wordt gedanst.

Hierbij kan gebruik worden gemaakt van video-fragment nr. 6 bij het examen CKV2/havo 2005-1, dat op elke school voor VO aanwezig is. Vraag de CKV-docent(e) er naar.


Opdracht

  • Studeer met de klas een menuet in op muziek van Mozart. (Het beste kun je hier het Menuetto/Allegretto uit Eine kleine Nachtmusik gebruiken).

  • Maak hiervan een video-opname.

  • Vertoon de opname op de eerstvolgende ouderavond of iets dergelijks.

P.S.: Als het lukt dit in ‘Mozart-achtige’ kleding te doen, is dat natuurlijk helemaal fantastisch!



C) Die Zauberflöte

Die Zauberflöte is – je hebt er al iets over gehoord – één van Mozart’s bekendste en ook nu nog meestgespeelde opera’s. Op de volgende bladzijden vind je over deze opera tal van feiten en bijzonderheden: over de opera en z’n ontstaansgeschiedenis, over z’n belang voor de Nederlandse bühne, zelfs over een poppenspel-versie. En daarin verwerkt allerlei reacties en meningen. Ook het medium van deze tijd ontbreekt niet: Mozart op DVD en een recensie daarvan.

De onderdelen C1 en C2 over Mozart’s opera’s in Nederland en een recente Amsterdamse poppenspelversie van zijn Toverfluit zijn voor iedereen goed te doen.

Onderdeel C3 draait om De Zauberflöte en kunstenaars: eerst een tekst over een heel bijzondere opvoering in 2003 in Amsterdam met medewerking van de schilder Karel Appel en vervolgens een enthousiaste bespreking van een Zauberflöte-DVD, waarvoor al behoorlijk wat Engels moet kunnen.

Tekst C4 tenslotte richt zich op bovenbouwleerlingen. Het gaat om een grondige wetenschappelijke achtergrondtekst voor doordouwers over Die Zauberflöte waarin je – als je er de rust en de tijd voor neemt – van alles en nog wat aan de weet komt. Het is een erg goed geschreven degelijke overzichtstekst. Hij stamt uit België, dus het Nederlands heeft een Vlaams tintje. Ook de bijbehorende bronnenlijst is opgenomen, zodat je desgewenst nog dieper in het onderwerp kunt duiken.



Opdracht 1: Lees de teksten C1 en C2 op je gemak diagonaal door. Onderstreep of – mooier - markeer wat je interessant vindt. Maak vervolgens de bijbehorende opdrachten.

C1 Die Zauberflöte als poppenspel

  1. Zou jij naar een Zauberflöte-voorstelling van het Amsterdams Marionetten Theater gaan? Waarom (niet)?

  2. Misschien ben je wel eens naar zo’n soort voorstelling geweest! Wat vond je er van?

  3. Op de tweede pagina staan reacties van publiek en bedrijven die een voorstelling hebben gezien. Ook een aantal krantenrecensies zijn afgedrukt. Welke redenen worden gegeven voor het succes? Is er überhaupt kritiek te vinden? Zo ja – welke?

Redenen voor succes

Kritiekpunten







C2 Mozart en de Opera in Nederland

Schrijf een korte samenvatting van de tekst. Lees hem daartoe nog eens goed door en markeer alles wat per se in je samenvatting moet komen. Gebruik dezelfde tussenkopjes als in de originele tekst.





C3 Die Zauberflöte en kunstenaars

a) Karel Appel en Die Zauberflöte (Amsterdam 2003)

De in tekst C3a besproken Zauberflöte-voorstelling van het Amsterdamse Muziektheater in 2003 baarde behoorlijk wat opzien. Dat kwam o.a. doordat de bekende schilder Karel Appel tekende voor het decorontwerp. Uit een achtergrondtekst vind je hierover de nodige informatie.

1) Lees deze door en vul de onderstaande tabel in.

Info over Karel Appel





Wat is er zo bijzonder aan Karel Appel’s decor?

(minstens 3 punten noemen!)




a)

b)

c)




Hoe verhoudt zich deze Amsterdamse versie tot de originele van Mozart zelf?





Is het decor gemakkelijk te realiseren geweest?

Waarom (niet)?







2) Als je dit zo leest – lijkt je de voorstelling van het Muziektheater leuk? Waarom (niet)?




b) Die Zauberflöte op DVD

Mozart would have loved this production zegt Todd Victor Leone uit San Francisco en doelt op de DVD Die Zauberflöte.


  1. Stemt zijn oordeel overeen met dat van de schrijver van de tekst?

  2. Maak een lijstje van de positieve en negatieve punten die de recensent noemt.

    Positieve punten

    Negatieve punten







  3. Je hebt intussen vast wel een idee, hoe jij tegen de Zauberflöte aankijkt. Noteer daarom nu jouw positieve en negatieve punten.

Mijn positieve punten

Mijn negatieve punten







C4 Die Zauberflöte – een overzicht

a) Lees tekst C4 rustig door. Onderstreep of markeer wat je interessant vindt. Vul vervolgens de antwoorden op onderstaande vragen in het schema in.



Wat vond Richard Wagner van de Zauberflöte?





Wie was Emanuel Schikaneder? Hoe belangrijk was hij voor Mozart? Waarom?





Wat en waar is het Freyhaus? Zou je het leuk vinden daar in Mozart’s tijd naar toe te gaan? Waarom (niet)?





Waar haalden Schikaneder en Mozart de Zauberflöte-stof vandaan?





Wat is ruwweg de ‘plot’ van de Zauberflöte? S.v.p. in max. 10 regels samenvatten!





Welke verklaring(en) wordt(-en) gegeven voor de aanhoudende populariteit van de Zauberflöte?





Wanneer is de opera voor het eerst met Mozart besproken? Door wie? En wanneer werd hij voor het eerst opgevoerd?





In het artikel staan een aantal recensie-achtige citaten. Zijn die positief? Negatief?

Geef ’n paar voorbeelden.







Noem een aantal bronnen die het libretto van de Zauberflöte hebben beïnvloed.





Hoe beoordeel je deze Belgische tekst over de Zauberflöte?





b) Eventueel kun je – als je wilt – in tekst C4 nog een aantal tussenkopjes invoegen – per alinea of per groepje alinea’s. Dat verduidelijkt de structuur van de tekst en is bovendien een uitstekende oefening voor je centraal examen Nederlands.

C Slotopdracht

Je hebt in de hier aangereikte teksten al heel wat Zauberflöte-info gelezen en verwerkt. Een heel spannend initiatief is Wikipedia: een internet-encyclopedie, waar je zelf artikelen kunt toevoegen en artikelen van anderen kunt aanvullen en verbeteren.

Ga naar: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoofdpagina en vul in het zoekscherm links Zauberflöte in. Klik dan op artikel. Je krijgt dan een blok info. Lees dat door, klik ook op enkele van de opgenomen links in het artikel en noteer hieronder eventueel dingen die je nog niet wist.




C1 Die Zauberflöte als poppenspel http://www.marionet.demon.nl/zaub.htm






De Toverfluit - W.A. Mozart
Mozarts beroemde opera in een eigen Nederlandse vertaling: een exotisch avontuur, een klassiek verhaal over de strijd tussen goed en kwaad, een sprookje.
De Toverfluit
is geschikt voor volwassenen en kinderen (vanaf 7 jaar). De voorstelling duurt ca. 2 uur (incl. korte pauze).

Voor de voorstellingen in Amsterdam werd een eigen Nederlandse CD gemaakt.


Mozart schreef Die Zauberflöte niet voor een groot operatheater zoals we dat nu gewend zijn, maar voor een kleiner, intiem theater. Mozart en zijn vriend en tekstschrijver Schikaneder waren gefascineerd door de 'toveropera': een muziektheatergenre dat in de achttiende eeuw werd ontwikkeld door ene Anton Stranitzky. Deze Stranitzky ging de geschiedenis in als de uitvinder van de komische figuur Hanswurst (het personage waar ook Papageno uit De Toverfluit op is gebaseerd), én: hij was directeur van een marionettentheater!
In Mozarts eigen 'toveropera' versmolten magische theatereffecten en elementen van poppenspel met elkaar. Een verhaal uit het rijk der verbeelding, onze marionetten op het lijf geschreven...



REACTIES PUBLIEK EN BEDRIJVEN

PUBLIEK
Italië: Un piccolo miracolo inaspettato...
Spanje: Congratulations! We enjoyed it very much!
Nw Zeeland: I've never seen anything like it in my life
USA: Wonderful
Ierland: This was a first experience for me - a delight and just right for a summer evening. Thank you for adding to my considerable pleasure in this second visit to Amsterdam
Canada: I came all the way from Canada to see you...
Italië: I'd never expected this... Better than human!
Italië: In 36 years I haven't had such a good time!
USA: Wonderful. I have not seen such movement in marionettes before. Wow!
Amsterdam: Hier moet heel Amsterdam naar toe
Amsterdam: Al vier keer gezien - heerlijk!

BEDRIJVEN EN INSTELLINGEN

HITACHI DATA SYSTEMS


Wij willen u hartelijk bedanken voor uw besloten voorstelling ter gelegenheid van de feestelijke opening van ons nieuwe bedrijfspand. Over de voortreffelijke uitvoering van "Bastien & Bastienne" in Slot Zeist waren onze gasten, zonder uitzondering, zeer lovend.

DE ZEEUW & DE KEIZER ACCOUNTANTS


Getuige de vele reacties van de gasten, kan ik u verzekeren dat de besloten voorstelling in het Amsterdams Marionetten Theater met "De Impresario" een groot succes is geworden. De bijzondere ambiance van uw theater, de betovering van de voorstelling en het raffinement van de spelers boeiden zowel de kinderen als de volwassenen.

JUMBO SPELLEN


Dagelijks zijn wij creatief bezig met de ontwikkeling van spellen en puzzels. Daarom leek het ons leuk om eens te genieten van de creativiteit van anderen. Onze dank voor een avond vol enthousiasme en vakmanschap. We hebben genoten!



PERS

NRC HANDELSBLAD


Marionetten in fijnzinnige opera van Offenbach
[...] Regisseur en ontwerper Hendrik Bonneur maakte van de opera Het Luchtkasteel door Jacques Offenbach een even lieflijke als weemoedige en fijnzinnige voorstelling. [...] Het Luchtkasteel is een perfecte opera, waarin alle lijnen uiteindelijk samenkomen. [...] Het gezelschap van Hendrik Bonneur verdient grote bewondering. Het lijkt of in die smederij de tijd stil heeft gestaan; geen moderniteiten, evenmin grootscheepse spektakelshow, maar intiem en tijdloos theater. [...]. Het Luchtkasteel is om van te genieten; het wonder van theater als genre dat de verbeelding aanspreekt is feilloos verwezenlijkt.

IL GIORNALE DI NAPOLI


Mozart en de overweldigende marionetten
NAPELS - Buiten hagelt het, op de hoge delen van de Vomero ligt sneeuw. In het Delle Palme Theater heerst een feestelijke warmte; een kleine triomf voor het marionettentheater uit Amsterdam. Verbroederd door het lange applaus van een publiek dat op andere avonden toch meestal minder talrijk is, hebben we regisseur Hendrik Bonneur en dirigent Menno van Delft herhaaldelijk op het toneel zien terugkeren.[...] Het zeer professionele muzikale ensemble, dat een belangrijke bijdrage aan het geheel leverde, speelde goed en overtuigend. Dit alles leidde tot groot enthousiasme bij het publiek, dat werd ontroerd door scenische details. Deze finesses waren, naast het perfecte poppenspel, iets extra's waardoor het leek alsof de poppen zongen in plaats van de zangers.

LA REPUBLIQUE


Afgelopen zaterdagavond was er een schitterende uitvoering te zien van "Bastien & Bastienne" in de grote zaal van het Kasteel te Sully-sur-Loire. Meer dan 600 mensen konden hun uitroepen van bewondering nauwelijks onderdrukken toen het doek openging en ze de levende poppen zagen die aan deze pastorale van Mozart zoveel bekoring gaven. De zeldzame bekoring van deze voorstelling was ontegenzeglijk en de Mozartminnaar kon ten volle genieten van het instrumentaal ensemble en de stemmen van de zangers die de jonge herder, het herderinnetje en de oude, wijze tovenaar vertolkten.
(Festival de Sully-sur-Loire)

HET PAROOL


Marionetten spelen Mozart menselijk
[...]Als Bastien en Bastienne elkaar na tussenkomst van de oude herder Colas weer omhelzen ziet dat er zo lief uit, dat ik er een brok van in mijn keel krijg.




C2 Mozart en de Opera in Nederland - door Heinz Köhnen.

http://www.tin.nl/museum/archief/mozart/achtergronden.html



Een voorstellingsgeschiedenis
De opera's die Mozart (1756-1791) in zijn Weense jaren (na 1780) schreef, werden spoedig in de Amsterdamse theaters vertoond. Al vóór 1790 nam de Hoogduitsche Toneelsociëteit Die Entführung aus dem Serail in het repertoire op. Die eerste Mozart beviel het publiek zo goed dat spoedig andere titels volgden: Die Zauberflöte, Don Juan en Die Hochzeit des Figaro. De belangstelling voor opera in het algemeen groeide en daarom werd er besloten tot de bouw van een nieuw, voor Amsterdamse begrippen groot theater dat begin 1791 werd geopend. Het telde 519 plaatsen en het stond aan de Amstelstraat. Ter vergelijking: het huidige Muziektheater tegenover die Amstelstraat, dat werd geopend in 1986, telt 1600 plaatsen.



Tentoonstelling:
Scene-foto's van verschillende Mozart-opera producties, vanaf de 2e helft van de 20e eeuw tot nu.

Mozart klonk niet alleen in het Duits, maar ook in het Nederlands en zelfs in het Frans. Amsterdam ontwikkelde zich tegen het einde van de achttiende eeuw snel als theaterstad. Aan het Leidseplein stond de Stadsschouwburg, waar gesproken en gezongen toneel in het Nederlands ging. Mozart werd er gekoesterd onder titels als De Schaaking uit het Serail en De Tooverfluit. De theaterkritiek uit die tijd hekelde 'de dwaze tekst' van laatstgenoemd werk en sprak van een 'vod' en een 'moffengedrocht'. Maar de muziek vond men prachtig.


Ook het gezelschap van de Franse schouwburg (in het theatergebouw dat nog steeds bestaat als de Kleine Komedie) ontdekte Mozart als kassucces: La flûte enchantée en L'Enlèvement du Sérail waren het populairst. Nóg een gezelschap droeg bij aan de enorme belangstelling: het Joods Hoogduits Toneelgezelschap. Als gastensemble in de nieuwe Hoogduitse Opera trokken de joodse producenten vanaf 1795 volle zalen met de vier hierboven al genoemde topstukken. Een oud affiche geeft aan dat op 29 september 1795 De Tooverfluit tot leven kwam op muziek 'van de beroemde Mozard'.

Een stevig fundament was gelegd voor een rijke opvoeringsgeschiedenis van Mozarts opera's, vooralsnog in Amsterdam. De muzikale basis werd gevormd door behoorlijke orkesten; dat van de Stadsschouwburg bestond uit zo'n 35 musici, dat van de Hoogduitse Opera telde 28 tot 30 musici. De faam van het muziektheaterleven moet niet gering zijn geweest, want niemand minder dan Louise Lange was tussen 1798 en 1801 verbonden aan de Hoogduitse Opera. Als Aloysia Weber komen we haar tegen in het leven van Mozart. Op haar had Wolfgang zijn zinnen gezet. Niet zij, maar haar jongere zus Konstanze werd uiteindelijk Mozarts bruid. Aloysia was de sopraan met het soepele keeltje ('gelaüfige Gurgel' naar Mozarts woorden) die in talloze uitvoeringen onder leiding van de componist zong. Het Amsterdamse publiek luisterde dus naar een authentieke Mozart-interpretatie. Haar voordracht aria's als 'Ach, ich liebte' uit 'Die Entführung' bracht de toehoorders volgens overlevering in vervoering.

Lang teerde Mozarts succes op de vier bovengenoemde stukken. Pas rond 1820 kwam het tot opvoering van zijn laatste opera La clemenza di Tito (uit 1791), uiteraard in het Duits gezongen en aangekondigd als Titus. Pas in 1824 maakte het Amsterdamse publiek kennis met Così fan tutte. Maar de nieuwe Italianen, Rossini voorop, de opkomende Duits-romantische stukken (zoals Der Freischütz van Von Weber) en het nieuwe Franse repertoire, drukten Mozart nogal weg. Ook inhoudelijk werden Mozarts komedies met het vrijpostig liefdesbedrog als in Così niet gewaardeerd in de steeds preutser wordende maatschappij.
Tentoonstelling:
Kostuum voor Susan Patterson/Lilian Watson als Aspasia in Mitridate, rè di Ponto
De Nederlandse Opera, regie Pierre Audi, 1992
Ontwerp Jorge Jara
Bruikleen De Nederlandse Opera

In 'Annalen', het naslagwerk over de operagezelschappen in Nederland tussen 1886 en 1995, valt uit de lijsten met opvoeringsdata goed te zien dat pas na 1950 de belangstelling voor Mozart flink stijgt. Van de aanvankelijk zo geliefde Zauberflöte staan tussen 1886 en 1950 slechts negen opvoeringsperiodes vermeld. Don Giovanni (doorgaans Don Juan genoemd) kreeg iets meer opvoeringen. Steeds in het Duits gezongen. Pas in 1926 maakte Nederland kennis met de oorspronkelijke Italiaanse tekst dank zij de befaamde 'Italiaansche Opera'.

De renaissance van Mozart op de Nederlandse planken werd bevorderd door de promotie vanuit Mozart-stad Salzburg met zijn Mozarteum en de Festspiele. Tussen 1920 en 1940 speelde de Wagnervereeniging hierop in met modeluitvoeringen van ondermeer Don Juan in 1926 en Die Zauberflöte in 1931, waarvoor grote dirigenten werden gecontracteerd als Karl Muck en Bruno Walter en theatervormgever Oskar Strnad. Van belang was ook de groeiende faam van Mozart-opvoeringen door de Weense Staatsopera. Diepe indruk maakte dat gezelschap met zijn gastvoorstellingen in het Holland Festival van 1949 toen zowel Don Giovanni (in het Duits gezongen!), Die Entführung als Le nozze di Figaro werden opgevoerd met topzangers als Elisabeth Schwarzkopf , Irmgard Seefried, Anton Dermota en Erich Kunz. Dè Mozart-dirigenten van toen leidden die voorstellingen: Josef Krips en Karl Böhm.

Geen wonder dat de nog jonge Nederlandsche Opera het Mozart-succes in 1952 oppakte met een eigen Don Giovanni gedirigeerd door Josef Krips, en met Scipio Colombo (titelrol), Erich Kunz (Leporello), Gré Brouwenstijn (Donna Anna) en Greet Koeman (Donna Elvira), meteen gevolgd door Le nozze di Figaro (met Colombo en Brouwenstijn als de Graaf en de Gravin). Daarna kwamen Die Zauberflöte in 1954 (met Josef Krips), en Così in 1955 aan de beurt. Bijna het kwartet aan titels waar Mozart eind achttiende eeuw in Amsterdam een vliegende start mee maakte. Die Entführung moest wachten tot 1960. In de jaren zeventig en tachtig zorgde de Nederlandse Operastichting voor enkele krachtige Mozart-producties in regie van Götz Friedrich; zijn Don Giovanni- met-de-bloedvlek werd legendarisch.

Een opera-seizoen was niet meer compleet zonder Mozart. Het gezelschap dat vanaf 1955 als Opera Forum tot mei 1993 vanuit Enschede werkzaam was, begon het bestaan zelfs met Figaros Hochzeit. In de laatste vijf jaar van haar activiteiten bouwde Opera Forum een Mozart-cyclus op in regie en aankleding van Vittorio Patané. Opvallend was dat daarin ook één van de zogeheten jeugdopera's aan bod kwam, de opera buffa La finta semplice (De geveinsde eenvoud) uit 1769. Dit type luchtige pastorale liefdeskomedies (Mozart schreef ook La finta giardiniera/ De geveinsde tuinierster uit 1775), maar eveneens de strak vormgegeven klassieke drama's (naar de vorm opera seria genoemd) als Mitridate uit 1770 of het herdersspel Il re pastore uit 1775 vonden geen genade in de ogen en oren van de Mozart-kenners. Pas met het aantreden van Pierre Audi als artistiek directeur kwamen bij De Nederlandse Opera Mitridate en Il re pastore in diens regie kortstondig op het speelplan.

In opera is zingen belangrijk. In het Nederlandse Mozart-verhaal blijft het spetterende debuut in 1962 van Cristina Deutekom als Koningin van de Nacht een memorabel moment; de laaiend-erotische Don Giovanni die John Bröcheler zong èn acteerde in 1980 en 1984 zindert nog na. Het expressieve 'Per pietà' door Charlotte Margiono in Così uit de jaren negentig onder leiding van Nikolaus Harnoncourt bevestigt de kwaliteit van Mozart op Nederlandse planken.

Heinz Köhnen.

Copyright © 2002-2003 Theater Instituut Nederland



C3 Die Zauberflöte en kunstenaars

a) De voorstelling van Pierre Audi en Karel Appel - uit een bespreking door Joke van der Weij

(zie: http://stopera.nl/educatie/PDF/DNO_Zauberflote_0203.pdf)

Deze opera is niet nieuw. Die Zauberflöte ging in 1995 bij De Nederlandse Opera in première en maakte een geweldige indruk: dit leek op geen enkele andere opera: dit was ‘een bewegend schilderij met knaleffecten’. De regie was van Pierre Audi, de artistiek directeur van De Nederlandse Opera; het decor was van de Nederlandse beeldend kunstenaar Karel Appel. Appel is beroemd geworden met de CoBrA groep uit 1948, die hij oprichtte onder andere samen met de schilder Corneille. Zij kregen met hun kleurrijke, naïeve kunstwerken bekendheid over de hele wereld.
Appel en Audi zijn met deze voorstelling heel dicht bij het sprookje gebleven. Hun Zauberflöte is een feest om naar te kijken. Het is een stripverhaalachtige voorstelling met hoge rijdende bergen, een vrolijke stoet van gigantische sprookjesdieren en dansende vogels die in een soort carnavalsoptocht voorbijtrekken.


De drie kleine jongetjes dragen lange vliegeniersjassen en vliegen in speelgoedvliegtuigjes. De drie dames zijn pinnige types met jagershoedjes en rokbroeken. De slang die Tamino bijt is een reusachtig monster met zwaailichten. Knalgele bosnimfen waggelen door het bos. De tuin heeft wellustige bloemkelken met lichtgevende bloemen. Papageno rijdt in een lelijke eend het podium op. De priesterorde en de tempel zijn voorzien van felle heldere kleuren, die doet denken aan het werk van Mondriaan. De priesters en slaven dansen op een ‘oosterse’ manier.


Hoe verschillend hij er ook uitziet: deze Zauberflöte lijkt op de oorspronkelijke uitvoering uit de 18e eeuw: het sprookje wordt dicht bij het libretto uitgevoerd. De grote hoeveelheid changementen doet herinneren aan de Zauberflöte van Mozart en Schikaneder. Zo druk als het hier op het toneel is, zo moet het toen ook geweest zijn. Het is onmogelijk om alles te volgen, zoveel gebeurt er tegelijkertijd!
Deze Mozart-opera is vanwege de verschillende sferen waarin de opeenvolgende scènes zich afspelen, altijd een hele klus geweest voor de decorontwerpers. Want in Die Zauberflöte komen zowel de wereld van het sprookjesachtige volkstheater (met Papageno, Tamino en Pamina) aan bod, als de mysterieuze wereld van Sarastro en het duistere rijk van de Koningin van de Nacht. Bovendien vragen de opeenvolgende scènes ook om snelle decorwisselingen en een creatief gebruik van de toneelmachinerie. Een enorme uitdaging voor vormgevers en decorontwerpers! En niet te vergeten voor de mensen achter het toneel!
Maar om dezelfde redenen en natuurlijk om de mooie, leuke muziek is deze opera altijd heel populair geweest. In de loop van de tijd zijn er dan ook veel verschillende ensceneringen geweest. Toevallig weten we zelfs hoe de allereerste opvoering uit 1791, die van Schikaneder, eruit gezien heeft, want er zijn gravures bewaard gebleven van de decors. Deze Appel-Zauberflöte ziet er heel anders uit, maar de grote afwisseling van sfeer en decors, en ook de plezierige hoeveelheid ‘trucs’ is dezelfde als die van ruim twee eeuwen geleden. En het plezier van het publiek ook!


Cast

muzikale leiding: Hartmut Haenchen

regie: Pierre Audi

instudering regie: Saskia Boddeke

decor: Karel Appel

kostuums: Jorge Jara en Karel Appel

belichting: Jean Kalman

dramaturgie: Klaus Bertisch

choreografie: Min Tanaka

instudering choreografie: Hisako Horikawa

Sarastro: Peter Rose

Tamino: Kurt Streit

Sprecher: Michael Autenrieth

Erster Priester: Harry Peeters

Zweiter Priester: Kresimir Spicer

Königin der Nacht: Elena Mosuc

Pamina, ihre Tochter: Ofelia Sala

Erste Dame: Gillian Webster

Zweite Dame: Ulrike Helzel

Dritte Dame: Annette Seiltgen

Ein altes Weib (Papagena): Machteld Baumans

Papageno: Roman Trekel

Monostatos, ein Mohr: Ryland Davies

Erster geharnischter Mann: Kresimir Spicer

Zweiter geharnischter Mann: Marek Gasztecki

Sklaven: Michael Autenrieth, Ruud Kok, Jan Majoor

Orkest: Nederlands Kamerorkest

Koor: Koor van De Nederlandse Opera

Instudering: Winfried Maczewski

De opera wordt in het Duits gezongen en Nederlands boventiteld.

De voorstelling duurt circa drie en een half uur, inclusief een pauze.

Meer informatie en een video- en geluidsfragment van Die Zauberflöte kun je vinden op www.dno.nl.

tekst: Joke van der Weij, maart 2003

uitgave: Educatieve Dienst Het Muziektheater

Waterlooplein 22

1011 PG Amsterdam

tel. 020-5518134

educatie@hmth.nl

www.hetmuziektheater.nl



b) Die Zauberflöte op DVD – een internetbespreking

http://www.imdb.com/title/tt0253973/

1 out of 1 people found the following comment useful:-


Mozart would have loved this production, 13 May 2002
top rating!
Author: Todd Victor Leone (todd1952@pacbell.net) from San Francisco, California

There's very little to be said in the negative about this production of Mozart's opera Die Zauberflöte, known in English as The Magic Flute. Here, The Metropolitan Opera as assembled a dream cast to perform the opera in front of delightfully imaginative and whimsical sets designed by artist David Hockney. These sets are completely in accord with descriptions given in the opera's script and entirely appropriate to the story which is, after all, a fairy tale, full of magic and magical characters. This particular video was made in 1991 in front of a live audience at The Met's famous opera house at Lincoln Center, so it does contain lots of applause, but I think the excitement of a live performance is captured here and it's wonderful to see Hockney's stage settings. A version of this opera filmed as a movie would lack these elements.

The Magic Flute, by the way, was written in style known as `singspiel,' and, as such, features spoken dialog among the characters between musical movements. Nonetheless, we're talking 95% music and 5% talking here, so there's lots of Mozart to enjoy. And the music is some of the most beautiful and enjoyable he ever wrote. Nonetheless, there is a foreshadowing of modern musical theatre in this opera and it's enjoyable.

Pamina, the princess in distress, is beautifully sung by the most listenable of coloratura sopranos, Kathleen Battle, who looks young and beautiful as she should. Never mind that she has established a reputation of being difficult and less than admirable in her behavior - her performance reveals none of that and her voice is wonderful in this role. Francisco Araiza brings a beautiful lyric tenor to his portrayal of Tamino, the prince who comes to Pamina's rescue. Luciana Serra as the Queen of the Night is simply stunning. She brings a freshness to the famous aria of vengeance and in the extremely high-pitched notes of her wrath, there is a crystalline, icy beauty rather than a shrillness that is appropriate to the libretto and music and also most impressive as a tour de force. (When she played the same role in San Francisco where the Hockney production originated, for good reasons, opera patrons wore buttons that read `Luciana Serra IS the Queen of the Night!')

Kurt Moll, brings a wonderful, rich and sonorous basso profundo to Sarastro. It has been said that Sarastro's aria `In diesen heil'gen Hallen' was Mozart's most successful attempt to capture the voice of God in music. I say that Kurt Moll is no slouch when it comes to singing in tones reminiscent of God's voice. Here before us is the wise and venerable spiritual leader Sarastro.

But the star of the show, if you ask me, is an Austrian bass named Manfred Hemm, who brings Papageno the bird-catcher to life. There aren't many opera sings that can walk around in spandex tights and look as though it's natural and comfortable, but he does. Add to that a feathered tunic and a cap with a bird's beak for a bill, and you have a Papageno who steals many a scene with his humor. Hemm is a superb comic actor whether singing or speaking, and he even dances with exuberance when he finishes one of his humorous yet tuneful arias. Papageno is the main source of laughter in The Magic Flute, a character who is as lovable as he is laughable, and Manfred Hemm is simply perfect in the part.

The Hockney production was well-received in San Francisco where it premiered, but audiences at The Met have a reputation for being staid and stuffy and the Deutsche Grammofon VHS and DVD versions of this performance have deleted David Hockney's curtain call at the end of the performance where many audience members booed him. I see nothing to boo here. The production as well as the performances are all topnotch and exemplary. I assert that there will never be a video version of The Magic Flute as good as this one.
And it's now available in DVD with its superb picture and sound quality.

Bovenkant formulier



C4 Die Zauberflöte – een overzicht

Maschienenkomödie of opéra maçonnique?

Da Mozarts Schöpfung die an seine Arbeit gestellten Anforderungen so unverhältnismäig übertraf, da hier nicht ein Individuum, sondern ein ganzes Genus von überraschendster Neuheit geboren schien, müssen wir als den Grund davon betrachten, da dieses Werk einsam dasteht und keiner Zeit recht angeeignet werden kann. Hier ist das Ewige, für alle Zeit und Menschheit Gültige.(1)

Deze lofrede op Mozarts Zauberflöte vloeide uit de pen van niemand minder dan Richard Wagner. Omstreeks 1840 wees Wagner op de vereisten ('Anforderungen') van Mozarts compositieopdracht, die hij van Emanuel Schikaneder (1751-1812) ontving. Mozart overtrof Schikaneders verwachtingen en leverde een volkomen nieuw, geniaal, tijdloos en universeel kunstwerk, een ideale Duitse opera, dus. Ongetwijfeld probeerde Wagner hiermee de liefhebbers van Mozarts populaire Singspiel voor zijn idealen (het Gesamtkunstwerk) te winnen. Wagners romantische uitspraken als "ewig" en "für alle Zeit und Menschheit gültig" beschouwen, zou daarom een zware misstap betekenen ten opzichte van dé Toverfluit van Mozart en Schikaneder, de 'authentieke' Zauberflöte die op 30 september 1791 in première ging. De kwestie 'authenticiteit' moeten we echter onmiddellijk in vraag stellen. Over welke Toverfluit hebben we het dan? Over een volksopera, een sprookje met leuke deuntjes, of een esoterisch bouwstuk van de vrijmetselarij? In dit essay proberen we het één en ander te verduidelijken.


Een vroege iconografische bron voor Die Zauberflöte: een reeks aquarellen
van Josef Quaglio voor een opvoering in het Münchense Hoftheater (1793).
Op deze afbeelding zien we het decor voor de vuur- en waterproeven. (München, Theatermuseum)

Theaterimpresario X wandelt naar Librettist Y (hier toevallig gelijk aan X, Schikaneder), vraagt Y om een libretto, dat door Componist Z getoonzet wordt en door een theateréquipe op de planken wordt gebracht. Ziedaar een uiterst simplistische benadering van het operabedrijf zoals het in Mozarts tijd (1756-1791) functioneerde. Ondertussen zijn de productiegroepen van het muziektheater reusachtig aangegroeid. Regisseurs, dramaturgen, lichtontwerpers en PR-verantwoordelijken waren de laat-achttiende-eeuwse homme de théâtre vreemd, enkele uitzonderingen (Goethe, bijvoorbeeld) buiten beschouwing gelaten.

Wagner was op de hoogte van het bescheiden ontstaanskader van Die Zauberflöte: in een ander fragment heeft hij het over een "nederig theater voor Weense pleziermakers". Hij refereert daarmee aan het (Starhembergische) Theater auf der Wieden, dat de Weners ook onder de naam Freyhaus-Theater kenden. Het maakte namelijk deel uit van het Freyhaus (sic), een gebouwencomplex in de Weense voorstad dat zijn naam dankte aan het feit dat het op adellijke grond stond en daarom vrijgesteld was van belasting. Sinds 1789 werd dit theatertje door Emanuel Schikaneder [ps. Johann Joseph Schickeneder] geleid, die voor Mozart zeker geen onbekende was. In september 1780 streek de impresario in Salzburg neer, waar hij de winter doorbracht met zijn (toen nog) rondreizende toneelgroep. Hij bracht er een gemengd repertoire met enkele subversieve stukken: Die Räuber (Schiller), Le mariage de Figaro (Beaumarchais) en Hamlet (Shakespeare).


Blik op de Weense voorstad met in het midden het Freyhaus.

Jaren later stapte Schikaneder opnieuw in Mozarts leefwereld. Na een poos gezongen te hebben in het Burgtheater nam hij het roer over van het Freyhaus-Theater, dat als volgt werd beschreven:

Het [theater] bood plaats aan duizend mensen, was dertig meter lang en vijftien meter breed, het toneel was twaalf meter diep en van alle gemakken, rekwisieten, toneelmachinerieën en dergelijke voorzien. Het theater had een dubbele rij loges, een parterre in twee delen en, in Mozarts tijd, twee galerijen. Aangezien er in dit enorme complex geen gebrek was aan woonruimte, woonden de directeur en de meeste leden van het gezelschap in het Freyhaus.(2)

Schikaneder beschikte over een meer dan behoorlijke groep uitvoerders om zijn producties te realiseren.(3) Het orkest telde vijfendertig leden en een veelkleurige instrumentatie (vijf eerste violen, vier tweede violen, vier altviolen, drie cello’s, drie contrabassen, twee fluiten, hobo’s, klarinetten, fagotten, hoorns en trompetten, drie trombones en pauken).(4) Een eigen kapelmeester, Johann Baptist Henneberg, was er aangesteld om het orkestrale peil nauwlettend in het oog te houden. Daarnaast werkten enkele uitstekende zangers en zangeressen voor Schikaneder: de bas Franz Xaver Gerl (Sarastro), de tenor-fluitist Benedikt Schack (Tamino) en Mozarts schoonzus, coloratuursopraan Josepha Hofer-Weber (Koningin van de Nacht). Over het Freyhauskoor bezitten we weinig gegevens, maar uit iconografische bronnen en aanplakbiljetten kunnen we opmaken dat Schikaneder een voorkeur had voor massagroepen.

Ondanks deze aantrekkelijke eigenschappen bezat het Theater auf der Wieden een volks imago. Iedereen - uit welke bevolkingsklasse ook - die er een kaartje kocht, kreeg toegang tot de parterre (17 kreuzer), de loges of de galerijen (7 kreuzer). Wie een goede plaats wilde, moest maar op tijd aanwezig zijn en zich vooral niet te veel aan details storen. Wat deze precies inhielden, lezen we in de memoires van Ignaz Franz Castelli:

Nadat het theater open was gegaan [...] moest ik drie uur zitten wachten, badend in hitte en zweet en doortrokken van de knoflookstank van de worsten die verorberd werden.(5)

Niet alleen binnenin het theater, maar ook erbuiten heerste een woelig sfeertje als we Egon Komorzynski mogen geloven:

Op de grote binnenplaats bevond zich een tuin met lanen, bloembedden en een houten paviljoen: daar kwamen Schikaneders mensen na de repetities en na de voorstelling bij elkaar en maakten er een dolle boel van tot diep in de nacht, onder leiding van de joviale baas, die de acteurs en actrices ‘zijn kinderen’ noemde en goedmoedig de scepter zwaaide.

In datzelfde paviljoen zagen verschillende nummers van Die Zauberflöte het licht. Voor de componist was dit praktisch: hij kon zijn muzikale ideeën meteen uitproberen in het gezelschap van enkele frivole dames, onder wie Barbara Gerl-Reisinger (Papagena) en de zeventienjarige Marianne Gottlieb (Pamina en tevens de oervertolkster van Barbarina in Le nozze di Figaro). Dit laatste wist hij aan zijn vrouw Constanze, destijds aan het kuren in Baden, in een brief (25 juni 1791) mooi te praten: "Het is niet goed voor mij om alleen te zijn wanneer ik iets in mijn hoofd heb.[...] Waar ik geslapen heb? Thuis, natuurlijk!"

Hoewel soms gezegd wordt dat Schikaneder in financiële problemen zat toen hij Mozart de opdracht voor Die Zauberflöte gaf, genoten zijn 'machinekomedies' veel bijval. De eerste daarvan, Der dumme Gärtner aus dem Gebirge, oder die zween Anton (1789)(6), was een hit: het spektakel werd in hetzelfde jaar tweeëndertig keer opgevoerd en stimuleerde zes vervolgafleveringen. Mozart componeerde een set klaviervariaties op een ariathema uit de 'sequel' Die verdeckten Sachen (Ein Weib ist das herrlichste Ding auf der Welt, KV 613, 1797).(7) Onmiddellijk na Der dumme Gärtner ontstond Oberon, König der Elfen van Karl Ludwig Gieseke (ps. Johann Georg Metzler, de Eerste Slaaf) en Paul Wranitzky. Dat het libretto een onrechtstreekse bewerking was van Christoph Martin Wielands (1733-1812) heldendicht Oberon,(8) zal Mozart extra gemotiveerd hebben om de première bij te wonen. Zowel vader als zoon Mozart waren Wielandfanaten; Mozart jr. ontmoette hem persoonlijk in Mannheim (1778) en had een exemplaar van Oberon in zijn boekenkast staan.

Voor de twee volgende opera's - Der Stein der Weisen, oder der Zauber-Insel (1790) en Die Zauberflöte (1791) - werd opnieuw uit het oeuvre van Wieland geput. Deze keer diende zijn oriëntaalse sprookjesverzameling Dschinnistan oder auserlesene Feen- und Geistermärchen (Winterthur, 1786-1789) als bron.(9) In 1996 deed de eerstgenoemde opera heel wat stof opwaaien. Mozartfanaten werden toen plots opgeschrikt door het bericht dat er nieuwe muziek van Mozart zou ontdekt zijn, operamuziek dan nog wel! Nu ja, ‘nieuw’: Alfred Einstein maakte al in 1945 gewag van Benedikt Schacks Stein der Weisen met daarin Mozarts instrumentatie voor het zogenaamde ‘kattenduet' Nun, liebes Weibchen.(10) Wat echter opschudding veroorzaakte, was David Buchs ontdekking van een manuscript uit een voormalige Sovjetbibliotheek, waarin de kopiïst boven verschillende nummers "von Mozart" had geschreven. Dit veranderde eensklaps de blik op Die Zauberflöte, want er bestond nu een onmiskenbaar precedent voor de zogezegd 'nieuwe' Toverfluit.(11)

Der Stein der Weisen vat aan met een offer dat Sadik, priester en leider van de gemeenschap, aan de god Astromonte (vgl. met Sarastro), brengt. Het ritueel wordt bijgewoond door het jonge paar Nadir en Nadine (Tamino en Pamina), maar ook door de pasgetrouwde ‘natuurmensen’ Lubano en Lubanara (Papageno en Papagena). Omdat enkel maagden dergelijke offers mogen meemaken, wordt Lubano's jachtuitrusting ontnomen. Astromonte brengt via een boodschapper, de Genius (Drie Knapen), een tovervogel die enkel voor de meest deugdelijke maagd zal zingen. Onderwijl zeurt Lubanara over haar echtelijk leven, dat ze met de hulp van Astromontes boosaardige broer, Eutifronte (Koningin der Nacht), nieuw leven poogt in te blazen. Eutifronte beantwoordt Lubanara's oproep, neemt haar mee onder de grond en tovert Lubano een gouden gewei op het hoofd (vgl. slot op Papageno's mond). Ondertussen vreest Nadir dat Astromonte Nadine als zuiverste maagd zal wegnemen nadat de vogel voor haar zal gezongen hebben. De jongeren plannen hun vlucht, wat Sadiks (Nadines vaders) hart breekt. Uiteindelijk doet Nadine toch mee aan de wedstrijd die ze wint, tot grote nijd van Vier Dames (Drie Dames). Nadirs vrees wordt bewaarheid: Astromonte ontvoert haar.

In het tweede bedrijf begint de zoektocht naar Nadine en Lubanara. Als Nadir Astromonte in zijn droom vervloekt, wordt dit door Eutifronte opgevangen. Hij zal (zoals de Koningin) de jongeman voor zijn kar proberen te spannen: hij belooft dat hij hem Nadine zal teruggeven in ruil voor Astromontes dood. Eutifronte jaagt namelijk op de almachtige ‘Steen der Wijzen’ (Zonnekrans van Sarastro, ooit eigendom van Pamina's vader), die eerder werd toegewezen aan Astromontes toekomstige zoon. Intussen moppert Lubano over zijn lot. Een Genius brengt hem een groot stuk fruit met daarin, tot zijn ontgoocheling, een boek met wijze woorden. Acht huppelende dwergen, in dienst van Eutifronte, leiden hem tot bij Lubanara, die uiteraard van Eutifrontes plannen met Nadir afweet. Ze besluit de waarheid aan het licht te brengen, maar wordt nu ook gestraft: de enige woorden die ze nog weet uit te brengen zijn "miauw, miauw". Nadir krijgt van Eutifronte een magisch zwaard (vgl. dolk die Pamina krijgt) waarmee hij Astromonte zal vermoorden. Alsof dat nog niet genoeg was, wordt hem ook nog een toverpijl overhandigd om Astromontes vogel te doden. Dit is een list van Eutifronte, die Nadine in vogel heeft omgetoverd. Tegen beter weten in doodt Nadir dus zijn eigen verloofde. Eutifronte tovert vervolgens Lubano in de kooi, zodat Nadir opnieuw denkt de vogel voor zich te hebben. Gelukkig komt een oude man op de proppen met de échte vogel én de verlossende waarheid: Nadir is Astromontes zoon en dus erfgenaam van de Steen der Wijzen. De knaap overhandigt Eutifrontes zwaard aan zijn vader, waarna een adelaar de Steen brengt. Alles eindigt goed: Nadine herrijst uit de dood en belooft met Nadir de jaarlijkse tempelrituelen in ere te zullen houden.

Vergelijken we dit gegeven met De Toverfluit, dan kunnen we niet om enkele gelijkenissen heen. Spirituele machten (Astromonte/Sarastro vs. Eutifronte/Koningin der Nacht) bekampen elkaar met behulp van vertegenwoordigers (Sadik en de herders/Priesters vs. Demonen en Dwergen/Drie Dames en Monostatos). Als pionnen gebruiken zij aardse mensen van zowel hoge als lage afkomst (respectievelijk Nadir/Tamino-Nadine/Pamina en Lubano/Papageno-Lubanara/Papagena). Magische objecten (vogel, zwaard en pijl/toverfluit en -klokjes) suggereren een feërieke sfeer, terwijl bovennatuurlijke boodschappers (Genius/Drie Knapen) af en toe uit de lucht neerdalen. Koren worden in beide opera’s doeltreffend aangewend: bijvoorbeeld achtervolgen in Der Stein der Weisen jagers Lubano (Seht doch! Mit gold’nem Geweih) en bejubelt de Arcadische bevolking haar leider (Herr Astromonte, wir danken euch). Beide Singspiele moraliseren de vrouw, de liefde, het huwelijk (cf. Lubano’s Den Mädchen trauet nicht zu viel en Die Lieb ist wohl ein närrisch Ding), deugd en ondeugd. Ook Der Stein is niet van enkele racistische uitspraken gespeend: Eutifronte wordt door Lubano als 'schwarzer Kerl' en 'Teufel' aangesproken, wat sterk doet denken aan Papageno’s eerste ontmoeting met Monostatos ("Hu, das ist der Teufel sicherlich!").

Hoewel slechts enkele (drie?) fragmenten uit Der Stein der Weisen van Mozarts hand zijn, vertoont de muziek van beide toveropera’s sterke parallellen.(12) Beide Singspiele werden op scène gebracht door dezelfde groep mensen wier stemsoort en acteerstijl voor de rolverdeling doorslaggevend moet geweest zijn. Zo nam de charmante Emanuel Schikaneder de hansworstrollen voor zich (Anton, Lubano en Papageno): zijn aria's zijn dan ook voornamelijk strofische meezingers voor jan-en-alleman. Emanuels broer, Urban, specialiseerde zich in ernstige priesterrollen, terwijl Urbans dochtertje, Anna, de engeltypes (Genius en Eerste Knaap) vertolkte. Franz Xaver Gerls basstem leende zich dan weer tot huiveringwekkende rollen (Eutifronte en Sarastro), deze van echtgenote Barbara tot de frivole partijen (Lubanara en Papagena). Benedikt Schack (Tamino) was in Der Stein der Weisen niet prins Nadir, maar toch valt het op hoezeer Nadirs partijen (veelal door Schack gecomponeerd) naast deze van Tamino gelegd kunnen worden. Over de vertolkers heen kan men dus ook verbanden blootleggen. De grondig uitgewerkte scènes waarin Astromonte figureert, bezitten dezelfde structuur als deze van de Koningin van de Nacht (een inleidend begeleid recitatief, gevolgd door vocaal vuurwerk in onvervalste belcantostijl).

Ten slotte kunnen we het nog even hebben over het scenische aspect van deze toveropera’s. Schikaneders 'Zauberoper' heeft zijn wortels in de barokopera en de voorliefde voor wonderbaarlijke effecten, zoals vlugge scènewisselingen, machinerieën, donder- en bliksemgeluiden. Alhoewel vele achttiende-eeuwse librettisten, met name Metastasio, een grondige afkeer hadden van visueel hocus-pocus, verdween het nooit uit het operalibretto. Het was dan ook een vast onderdeel van de opera geworden. Vanaf het prilste stadium van de operageschiedenis bevolkten goden van de boven- (Apollo, Astromonte) en onderwereld (Pluto, Eutifronte) de Europese theaterpodia. Een bekende vertegenwoordiger van de toveropera is Händel die, naast ‘heroïsche’, ook dergelijke libretti toonzette. Van deze laatste kan Orlando (1732/3) het meest de vergelijking met de Toverfluit doorstaan. In deze opera wordt tovenaar Zoroastro (Sarastro!) eveneens door een bas gezongen.(13) Zijn obscure taalgebruik alludeert naar de Egyptische mysteries ("Gieroglifici eterni, che in zifre luminose ogn’or splendete / Ah! Che alla mente umana altro che belle oscurità non siete.") en evenzeer naar de Toverfluit, waarin de Isis en Osiris-cultus centraal staat (zie verder).

Kende Mozart deze traditie? Op zijn minst was hij ermee vertrouwd. Tijdens de Engelse concertreis van 1764 hoorde hij Händels muziek voor het eerst; als volwassene herontdekte Mozart de händeliaanse stijl op de zondagmatineeconcerten van Gottfried van Swieten. Voor diens Gesellschaft stopte hij Acis and Galatea (KV 566), Messiah (KV 572), Ode for St Cecilia’s Day (KV 591) en Alexander’s Feast (KV 592) in een nieuw orkestraal kleedje. Vele fragmenten uit Die Zauberflöte, waaronder de (Franse) ouverture, bezitten ondubbelzinnige Händel-kenmerken.

Dit alles brengt ons tot een kernprobleem van Die Zauberflöte. Waarom kende deze opera, die een 'samenraapsel'(14) is van ingrediënten uit verschillende keukens, een ononderbroken, succesvolle opvoeringsgeschiedenis? Wat brachten Wagner en vele anderen (b.v. Beethoven) ertoe om precies deze opera zo sterk te prijzen? "So ist denn alles Heuchelei?"

De receptie van deze 'groe Oper' wordt - zoals deze van Così fan tutte - belemmerd door de kritiek op het libretto. Over de kwaliteiten en betekenis van Schikaneders drama werd al zoveel geschreven en gediscussieerd dat men tegenwoordig nog moeilijk waarheid van mythe kan onderscheiden. Wie is trouwens de geestelijke vader van Die Zauberflöte: Schikaneder, Gieseke of Mozart zelf? Misschien kan men zich beter afvragen wie het libretto 'samenstelde'. De 'firma Schikaneder' heeft immers - conform de achttiende-eeuwse traditie - gezocht, samengeraapt en geadapteerd. De bronnen van dit tekstuele knip- en plakwerk zijn goed gekend door studies van Edward J. Dent, Hermann Abert, Alfons Rosenberg en Peter Branscombe.(15) Twee negentiende-eeuwse bronnen worden steevast aangehaald: de ongedateerde brief van Schikaneders (latere) concertmeester, Ignaz von Seyfried, aan journalist Friedrich Treitschke, en een anoniem artikel in het Weense 'Monatschrift für Theater und Musik' (1857).(16)

We volgden even deze bronnen als leidraad en kwamen op de volgende hypothese uit. Schikaneder zoekt in 1790 naar een waardige opvolger voor Der Stein der Weisen.(17) Hij (her)leest enkele sprookjes uit Wielands Dschinnistan en ontleent de titel van het 'nieuwe' libretto aan een sprookje van Jakob Liebeskind: Lulu oder die Zauberflöte. Hierin vraagt de fee Perifirime (Koningin van de Nacht) aan prins Sidi (Tamino) om haar tovertondeldoos terug te halen uit de burcht van de tovenaar Dilsenghuin. Als talisman krijgt hij van Perifirime een toverfluit mee. Sidi slaagt glansrijk in zijn queeste: hij brengt niet alleen het magische object terug, maar bevrijdt ook Perifirimes dochter, Lulu. Als beloning mag hij met Lulu trouwen. De verhaalstof (magische instrumenten en objecten, bevrijding enz.) vertoont alweer heel wat gelijkenissen met Der Stein der Weisen én met Oberon, König der Elfen. In de laatste opera redt een ridder, Hüon von Bordeaux, een prinses, Rezia, uit de handen van een oosterse despoot, hierbij gebruik makend van een toverhoorn die elfenkoning Oberon hem geschonken heeft. Wielands verzameling bracht mogelijk nog andere ideeën aan voor Die Zauberflöte, bijvoorbeeld het motief van de Drie Knapen (Die klugen Knaben), de Moor (Adis und Daghy), de held die verliefd wordt op een portret (Neangir und seine Brüder)...(18)

Schikaneders schatplichtigheid is daarmee nog slechts gedeeltelijk besproken. De openingsscène waarin Tamino achtervolgd wordt door een slang (of een leeuw), gered wordt door de Drie Dames en dan een 'vreemde vogel' (Papageno) ontmoet, lijkt verdacht veel op een passage uit Chrétien de Troyes' ridderroman Yvain, ou Le Chevalier au Lion (ca. 1177).(19)

Mogelijk heeft Schikaneder Mozart al in november 1790 over Die Zauberflöte gesproken: in deze periode vernoemt hij een 'Pa pa pa-duet' (Papageno en Papagena) in een brief aan de componist. Wanneer Mozart effectief aan de partituur is beginnen werken, blijft een raadsel. Gebeurde dit pas in maart 1791, met de bedoeling tegen het eind van de zomer de opera te voltooien? Ondertussen komt Schikaneders grootste concurrent, Karl Marinelli van het Leopoldstadt Theater, met een succesvolle voorstelling op de proppen: Die Zauberzither, oder Kaspar der Fagottist. Het libretto van Joachim Perinet is gebaseerd op... Lulu oder die Zauberflöte. Mozart gaat er op 11 juni een voorstelling van bijwonen om zich te amuseren, maar vindt het maar niks (brief aan Constanze, 12 juni). Schikaneder zal er minder gerust in geweest zijn: hij wil steeds nieuwe spektakels op poten zetten, het publiek verrassen en de kassa gevuld zien. In de inleiding tot zijn libretto Der Spiegel von Arkadien (muziek van Süssmayr, 1794) geeft hij dit zonder schroom toe:

Ik schrijf om het publiek te amuseren en wil mij niet geleerd voordoen. Ik ben acteur - directeur - en werk voor de kassa: maar niet om het publiek op te lichten, want een intelligent mens laat zich maar één keer beetnemen.(20)

Uit het oorspronkelijke aanplakbiljet van de première komt een tweede aanwijzing voor Schikaneders spektakeldrift naar voor. De affiche verzwijgt twee elementen: de naam Papagena, die in plaats daarvan als ‘ein altes Weib’ aangeduid staat, en de Drie Knapen. Wilde Schikaneder nog niet verklappen dat de oude vrouw (tijdens het tweede bedrijf) in Papagena zou veranderen en dat de goddelijke boodschappers plots als een deus ex machina zouden verschijnen?

Hebben Schikaneder en Mozart - zoals Seyfried en de anonieme journalist volhielden - besloten om de plot van de opera een andere wending te geven, terwijl een gedeelte reeds afgewerkt was? Het blijft een nooit volledig te ontkrachten hypothese die staat of valt met de historische juistheid van Seyfrieds getuigenis, die pas decennia na de première opgetekend werd. Misschien had Seyfried het (opzettelijk?) bij het verkeerde eind, vergat of verwarde hij enkele feiten, zodat de legende van de plotomkering ontstond. Of bezat Seyfried motieven om op bewuste wijze onwaarheden te verkopen?(21)

In ieder geval maakt de verhaallijn een eigenaardige draai in de finale van het eerste bedrijf, als Tamino de wijsheidstempel binnentrekt en een dialoog voert met Sarastro's Eerste Priester. De polen 'goed' en 'kwaad' worden omgekeerd en Tamino zal met Pamina in Sarastro's wijsheidstempel ingewijd worden. Voor deze 'Egyptische' rituelen bestaan verschillende bronnen, met op de eerste plaats een artikel in het Journal für Freymaurer van Ignaz von Born (1742-1791), een notoir vrijmetselaar en kennis van Mozart. Daarin beschreef Born de Egyptische Isis en Osiris-mysteriecultus in vergelijking met de vrijmetselarij. Een andere benadering van dezelfde stof kan men tevens in Jean Terrassons roman Sethos. Histoire ou Vie Tirée des Monuments, anecdotes de l’ancienne Égypte (1731) terugvinden. Dit boek vertelt de gebeurtenissen van prins Sethos, zoon van Osoroth en Nephte. Nephte's rivale, koningin Daluca, probeert Sethos voor haar boosaardige zaak te winnen. Sethos is echter deugdzaam en volgt de raad op van de Isis- en Osirispriesters, die hem op het goede pad houden. Na een uitgebreid ritueel wordt Sethos zelf hogepriester, omringd door grote priesterkoren, die Terrasson als volgt beschrijft:

De grands choeurs chantaient en musique lente des hymnes tirés de rites anciens, et accommodés à la nécessité présente.

Dergelijke ‘grote koren’ worden ook ten tonele gevoerd in een andere opera van Marinelli's theater, Das Sonnenfest der Brahminen (1790), en in Kotzebues drama Die Sonnenjungfrau (1791). Deze werken gingen wederom tijdens de incubatieperiode van Die Zauberflöte in première. Toch hoeven we niet eens de grenzen van Mozarts oeuvre over te steken. In 1773 componeerde Mozart de koren en instrumentale entr’actes voor Thamos, König in Ägypten (KV 345/336a), een heroïsch drama van (vrijmetselaar) Tobias Philipp von Gebler.(22) In Thamos onderwijst Sethos (Sarastro), hogepriester in de zonnetempel van Heliopolis, zijn dochter Tharsis (Pamino) en prins Thamos (Tamino). Zijn valse vriend, Pheron (Monostatos) heult samen met Mirza (Koningin van de Nacht) om Sethos van de troon te gooien.

Kortom, het libretto van Die Zauberflöte is rijk aan symbolen en motieven uit de meest uiteenlopende tradities en stijlen, gaande van de middeleeuwse ridderepiek (Chrétien de Troyes), de oriëntaalse fabel (Wieland en Liebeskind), de Egyptische exotiek (Terrasson en Gebler) en - last but not least - de vrijmetselarij (Born). Mozart was een gedreven logebroeder en zou zelf plannen gehad hebben om een eigen loge op te richten (de Grotta).(23) Dat het Zauberflöte-libretto meer dan sporadisch naar esoterische praktijken verwijst, is dan ook niet verwonderlijk. Wil men deze interpreteren, moet men op zijn hoede zijn voor zinloze interpretaties, die weinig of geen uitstaans hebben met de ware intenties van de makers, laat staan enige meerwaarde bieden voor de publieke receptie van de opera.(24) Of Mozarts betrachtingen 'sub rosa' helemaal oprecht waren (cf. compositieopdrachten, abonnees voor zijn concerten, leningen bij broeder Michael Puchberg...), laten we graag in het midden. We richten ons liever op een niet te miskennen artefact: Mozarts schitterende partituur.

Ook in dit document treft men parallellen aan met andere composities. De band met Der Stein der Weisen kwam eerder aan bod. Tussen de toneelmuziek van Thamos, König in Ägypten en Die Zauberflöte bestaan evenmin uitsluitend tekstuele relaties. Zo neigt de tweede Zwischenakt van Thamos (do klein, accenten door de blazers en een stuwende ritmiek) naar het spannende openingstafereel van de opgejaagde Tamino (Zu Hülfe, zu Hülfe!). De Thamos-koren - lofredes aan de zon - zouden niet misplaatst geweest zijn in Die Zauberflöte. In de muziek van Mozarts doorbraak op Singspiel-gebied, Die Entführung aus dem Serail (1782), ontmoeten we dan weer de figuur van de innig liefhebbende ridder (Belmonte/Tamino), die een geile Moor (Osmin/Monostatos) moet trotseren om een schone deerne (Constanze/Pamina) te bevrijden. Of wat te denken van de vergevingsgezinde Titus (in Mozarts metastasiaanse opera La clemenza di Tito, 1791), zowel tekstueel als muzikaal een broer van Sarastro? In zekere zin kunnen we spreken van intertekstuele archetypes, die eigen zijn aan Mozarts tijdsgeest: de Aufklärung. Thema's als vergevingsgezindheid (Pascha Selim/Sarastro/Titus) vindt men evengoed in artistieke als in politieke teksten terug.(25) Telkenmale verbaast Mozart ons daaromtrent met zijn compositorische bagage, alsof hij tijdens zijn leven een muzikale encyclopedie opbouwde die hij steeds verder uitpuurde en vervolledigde.(26)

Zelden slaagt een éénduidige theorie erin de structuur van Die Zauberflöte op voldoende wijze te verklaren en zodus de omkeringsthesen te weerleggen.(27) Ging Mozart überhaupt systematisch te werk bij het componeren van zijn opera's? Mogen Mozarts opera’s het statuut krijgen van gesloten, onverbreekbare constructies?(28) In functie van de wensen of grillen van librettisten, zangers of de eigen smaak herzag hij verschillende opera's voor hernemingen (b.v. Weense uitvoeringen van Idomeneo, re di Creta en Don Giovanni). Van het duet van Tamino en Papageno (II. Bedrijf) bestaan twee versies die de première niet haalden. Pas in allerlaatste instantie (28 september) voegde Mozart een extra priestermars toe (tweede bedrijf).

De zoektocht naar de authentieke Zauberflöte drijft vandaag een andere richting uit. Onderzoekers houden hoe langer hoe meer rekening met verschillende betekenissen, betekenislagen of -complexen, die elkaar geenszins hoeven uit te sluiten.(29) Bijlange niet iedereen hield of houdt evenveel van de opera als Richard Wagner, laat staan Mozarts tijdgenoten, met Goethe als (zoveelste) uitzondering. Carl von Zinzendorf noteerde op 6 november 1791 in zijn dagboek:

[...] a 6h au Théatre de Starhemberg [= Theater auf der Wieden] au fauxbourg de la Vienne dans la Loge de M. et Me d Auersperg, entendre la 24me representation von der Zauberflöte. La musique et les Decorations sont jolies, le reste une farçe incroyable.(30)

In het 'Musikalisches Wochenblatt' las men op 10 december 1791:

Die neue Maschienenkomödie: Die Zauberflöte, mit Musik von unserm Kapellmeister Mozard [sic], die mit grossen Kosten und vieler Pracht in den Dekorationen gegeben wird, findet den gehoften Beifall nicht, weil der Inhalt und die Sprache des Stücks gar zu schlecht sind.(31)

© Bruno Forment, 2001 (rev. 2003). Voor een eigentijdse benadering van de opera, zie: http://www.brunoforment.com/research/vernunft.htm.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina