Mozart & 'Die Zauberflöte' Een lessenserie voor het voortgezet onderwijs in het kader van het Mozart-jaar 2006



Dovnload 447.98 Kb.
Pagina5/11
Datum22.07.2016
Grootte447.98 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

EXTRA

DIE ZAUBERFLÖTE – bekend en onbekend

1 Dat komt me bekend voor – toch?

Melodieën uit Mozart’s bekendste opera zijn zo populair geworden dat men ze vaak wel herkent zonder dat men weet waar ze vandaan komen en wat ze betekenen. Luister maar eens naar de volgende bloemlezing.




Uit: Mozart, Die Zauberflöte. Arnold Östman – L’Oiseau-lyre 440 085-2 de volgende fragmentjes:

  1. Nr 18 – die ersten zwei Zeilen;

  2. Nr 4 – die Koloraturen;

  3. Nr 3 – die ersten vier Zeilen;

  4. Nr 14 – die Koloraturen;

  5. Nr 15 – die beiden ersten Zeilen.

Zoals wel met meer populaire klassieke muziek gebeurt, worden zulk soort onvergetelijke melodien met name in bioscoop- en tv-reclame gebruikt. Misschien dat je ze daarvan kent. Maar hoe zit het nu met het verhaal achter deze muziek?

Dat is helaas een vaak vergeten of verwaarloosd element, zoals wel vaker met opera het geval is. Natuurlijk niet bij de echte liefhebber, maar wel bij het grote publiek dat vooral van de prachtige muziek wil genieten. Anderzijds heeft uitgerekend Mozart’s „volkse“ opera Die Zauberflöte een hele staart boeken achter zich aan gekregen waarin uitgebreid naar elementen gespeurd wordt die met het geheime genootschap der vrijmetselaars te maken hebben. (Mozart was daar ook lid van – zie ook tekst 4 uit het vorige blok.) Dat maakt de zaak weer niet eenvoudiger.

Gelukkig hoef je daar niet alles van te weten om te ervaren dat Die Zauberflöte vooral een werk is dat aanspreekt door zijn grote veelzijdigheid, zowel in het verhaal als in de muziek.



2 Fragmenten – Wat is hier eigenlijk aan de hand?

Mozart’s Zauberflöte is een vat vol tegenstellingen. Tekstschrijver Emanuel Schikaneder en Mozart hebben eendrachtig een werk gemaakt dat duisternis en licht, geluk en ongeluk, ernst en humor, hoog en laag, macht en onmacht, wanhoop en gelukzaligheid in zich verenigt, maar ook hard tegenover elkaar plaatst. Natuurlijk gaat het ook over de liefde, met geluk en ongeluk, en met een happy end – dat misschien toch zo happy niet is…


In het volgende materiaal krijg je veel van die tegenstrijdige aspecten voorgeschoteld. Je kunt ze allemaal in de gegeven volgorde “afwerken”, maar er ook kriskras door heen springen, al naar gelang hetgeen je het meeste aanspreekt of waar je het nieuwsgierigst naar bent. Op het eind krijg je dan de prangende vraag te beantwoorden wat dit ogenschijnlijk eenvoudige sprookje dat zo lekker in het gehoor ligt aan geraffineerde dubbelzinnigheden verbergt. (Dat doen overigens alle sprookjes, maar dat wist je toch?)
Het gaat om de volgende thema’s:

  • Want vrouwen deugen niet!

  • Maar wat is dan wel echt mannelijk?

  • De juiste man voor de taak?

  • En heeft een zwarte dan geen hart? Is hij niet van vlees en bloed?

  • Hier kent men geen wraak. – Echt niet?

  • Tot de dood er op volgt.

  • Alles is verloren!

  • Maar zonder vrouw gaat het niet!

En tenslotte dus:

  • Maar het „licht“ wint het toch terecht van de „duisternis“?

Veel plezier met de puzzel en houd maar in gedachten dat echt interessante kunst, net als het leven zelf, meer vragen oproept dan beantwoordt…




© Bronnen:

Tekst uit:

Wolfgang Amadeus Mozart: Die Zauberflöte. Texte Materialien, Kommentare. Herausgegeben von Attila Csampai und Dietmar Holland. – Reinbek bei Hamburg: Rowohlt Taschenbuch Verlag 1982.

Vertaling naar:

Wolfgang Amadeus Mozart, 1756-1791: Die Zauberflöte. Eine deutsche Oper in zwei Aufzügen, KV 620. Libretto van Emanuel Schikaneder. Wereldpremiere 30 September 1791, Theater auf der Wieden, Wenen. (Nederlandse vertaling: Hans W. Bakx 1989, bewerking 1995.) – Amsterdam: De Nederlandse Opera 2003.

De Duitse citaten zijn omgezet naar de nieuwe spelling.


  • Ik wil een meisje


Papageno is het leukste personage in het stuk, een dankbare rol die tekstschrijver/artiest Schikaneder (overigens: bij opera's zeg je niet gewoon 'tekst' maar 'libretto') niet voor niets voor zichzelf reserveerde. Hij is een eenvoudig natuurmens dat van lekker eten en drinken houdt, zich liever geen moeilijkheden op de hals haalt en vooral verlangt naar een passende partner.


I. Aufzug, 2. Auftritt




papageno

Der Vogelfänger bin ich ja,

Stets lustig, heisa, hopsassa!

Ich Vogelfänger bin bekannt

Bei alt und jung im ganzen Land.

Ein Netz für Mädchen möchte ich,

Ich fing’ sie dutzendweis’ für mich,

Dann sperrte ich sie bei mir ein,

Und alle Mädchen wären mein.



De vogelvanger dat ben ik,

steeds vrolijk, heisa hopsasa!

Ik, vogelvanger, ben bekend

bij oud en jong door heel het land.

Bezat ik maar een meisjesnet,

ik zou ze bij dozijnen vangen!

Dan zette ik ze achter slot

en waren alle meisjes van mij.






II. Aufzug, 29. Auftritt




die drei knaben

So lasse deine Glöckchen klingen,

Dies wird dein Weibchen zu dir bringen.



Laat maar je klokjes klingelen,

dat zal je vrouwtje bij je brengen.



papageno

Ich Narr vergaß der Zauberdinge!

(Nimmt sein Instrument heraus.)

Erklinge, Glockenspiel, erklinge!

Ich muss mein liebes Mädchen sehn.

Klinget, Glöckchen, klinget,

Schafft mein Mädchen her!

Klinget, Glöckchen, klinget!

Bringt mein Weibchen her!


Ik dwaas, ben heel dat toverding vergeten!

(haalt zijn instrument te voorschijn)

Klingel maar, klokkenspel, klingel!

Ik moet mijn lieve meisje zien.

Klingel, klokjes, klingel,

Haal mijn meisje hier!

Klingel klokjes, klingel!

Breng mijn vrouwtje hier!






1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina