Mozart & 'Die Zauberflöte' Een lessenserie voor het voortgezet onderwijs in het kader van het Mozart-jaar 2006



Dovnload 447.98 Kb.
Pagina6/11
Datum22.07.2016
Grootte447.98 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Hoe meer kinderen, hoe meer vreugd? – Ja zeker wel!


Wanneer Papageno na een hoop moeilijkheden eindelijk zijn „wijffie“ gevonden heeft, is hij helemaal gelukkig.


papageno

Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Papagena!

Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Papagena!

papagena

Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Papageno!

Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Pa – Papageno!

papageno

Bist du mir nun ganz gegeben?

Ben jij helemaal van mij nu?

papagena

Nun bin ich dir ganz gegeben!

Ik ben helemaal van jou nu!

papageno

Nun, so sei mein liebes Weibchen!

Wees mijn lieve vrouwtje dan!

papagena

Nun, so sei mein Herzenstäubchen!

Wees mijn hartediefje dan!

beide

Welche Freude wird das sein,

Wenn die Götter uns bedenken,

Unsrer Liebe Kinder schenken,

So liebe kleine Kinderlein!



Wat een blijdschap zal dat geven

als de goden aan ons denken

en onze liefde kinderen schenken,

van die lieve kleine kindertjes!



papageno

Erst einen kleinen Papageno!

Als eerst’ een kleine Papageno!

papagena

Dan eine kleine Papagena!

En dan een kleine Papagena!

papageno

Dann wieder einen Papageno!

Dan weer een Papageno!

papagena

Dann wieder eine Papagena!

Dan weer een Papagena!

beide

Papagena! Papageno! Papagena!

Es ist das höchste der Gefühle,

Wenn viele, viele, viele, viele

Pa – Pa – Pa – Pa – geno,

Pa – Pa – Pa – Pa – gena,

Der Eltern Segen werden sein.



Papagena! Papageno! Papagena!

Het is het opperste geluk

als vele, vele, vele

Pa – Pa – Pa – Pa – geno’s,

Pa – Pa – Pa – Pa – gena’s,

de ouders komen zegenen.




  • Het begint allemaal met een kinderroof.


Na de dood van de koning is de dochter van de koningin van de nacht door de hogepriester van de zon ontvoerd.


I. Auftritt, 6. Auftritt




königin

Zum Leiden bin ich auserkoren,

Denn meine Tochter fehlet mir;

Durch sie ging all mein Glück verloren,

Ein Bösewicht entfloh mit ihr.

[…]

Ich musste sie mir rauben sehen,



Ach helft! war alles, was sie sprach.

Allein vergebens war ihr Flehen,

Denn meine Hilfe war zu schwach.


Tot lijden ben ik uitverkoren,

want zonder dochter ben ik nu;

met haar ging mijn geluk,

een booswicht vluchtte met haar heen.

[…]

Ik moest aanzien hoe zij werd geroofd.



Ach help! was alles wat zij sprak.

Maar vergeefs was al haar smeken,

want mijn hulp die was te zwak



  • Want vrouwen deugen niet!


In de hogere kringen ligt het namelijk allemaal niet zo eenvoudig. Erger nog, daar blijken eerste- en tweederangs mensen te bestaan – en zijn vooral vrouwen zeker niet eersterangs!


I. Aufzug, 15. Auftritt




tamino

Er [Sarastro] ist ein Unmensch, ein Tyrann.

Hij is een onmens, een tiran.

priester

Ist das, was du gesagt, erwiesen?

Is wat je zegt bewezen?

tamino

Durch ein unglücklich Weib bewiesen,

Das Gram und Jammer niederdrückt.



Bewezen door de rampspoed van een vrouw,

op wie verdriet en deernis drukken.



priester

Ein Weib hat also dich berückt?

Ein Weib tut wenig, plaudert viel.

Du, Jüngling, glaubst dem Zungenspiel?


Een vrouw dus heeft jou zo verblind?

Een vrouw doet weinig, buiten praten.

Jij, jongeling, gelooft die zotteklap?





I. Aufzug, 18. Auftritt




pamina

Mich rufet ja die Kindespflicht,

Denn meine Mutter –



De kinderplichten roepen mij,

mijn moeder immers –



sarastro

Steht in meiner Macht.

Du würdest um dein Glück gebracht,

Wenn ich dich ihren Händen ließe.


Bevindt zich in mijn macht.

Je zou al je geluk verliezen,

als ik je in haar handen liet.


pamina

Mir klingt der Muttername süße;

Sie ist es –



De moedernaam klinkt zoet voor mij;

zij is het –



sarastro

Und ein stolzes Weib.

Ein Mann muß Eure Herzen leiten,

Denn ohne ihn pflegt jedes Weib

Aus seinem Wirkungskreis zu schreiten.



En een trotse vrouw.

Een man moet jullie harten leiden,

want zonder man is elke vrouw

geneigd om uit de kring te treden die haar toekomt [haar arbeidsterrein, zijn invloedssfeer…].






II. Aufzug, 1. Auftritt




sarastro

Das Weib dünkt sich groß zu sein, hofft durch Blendwerk und Aberglauben das Volk zu berücken und unsern festen Tempelbau zu zerstören.

Die vrouw waant zich groot en hoopt door begoocheling en bijgeloof het volk in haar ban te brengen en ons hechte tempelbouwwerk te verwoesten.




II. Aufzug, 3. Auftritt




sprecher und zweiter priester

Bewahret euch vor Weibertücken:

Dies ist des Bundes erste Pflicht!

Manch weiser Mann ließ sich berücken,

Er fehlte und versah sich’s nicht.

Verlassen sah er sich am Ende,

Vergolten seine Treu’ mit Hohn!

Vergebens rang er seine Hände,

Tod und Verzweiflung war sein Lohn.



Hoedt u voor vrouwenlisten:

dat is de eerste plicht van het verbond.

Hoe dikwijls werd een wijs man niet verleid,

hij faalde en besefte ’t niet.

Verlaten zag hij zich ten slotte,

zijn trouw met hoon vergolden!

Vergeefs wrong hij zijn handen,

dood en vertwijfeling was zijn loon.






II. Aufzug, 5. Auftritt




die drei damen

Tamino, hör! Du bist verloren!

Gedenke an die Königin!

Man zischelt viel sich in die Ohren

Von dieser Priester falschem Sinn.



Tamino, hoor! Je bent verloren!

Denk aan de koningin!

Men fluistert allerwegen

over het vals gemoed van deze priesters.



tamino

Ein Weiser prüft und achtet nicht,

Was der gemeine Pöbel spricht.



Een wijze onderzoekt en let niet

op het gepeupel en zijn praatjes.



die drei damen

Man sagt, wer ihrem Bunde schwört,

Der fährt zur Höll’ mit Haut und Haar.



Men zegt, wie zweert op hun Verbond,

die vaart met huid en haar ter helle.



papageno

Das wär, beim Teufel, unerhört!

Sag an, Tamino, ist das wahr?



Dat zou, verduiveld, ongehoord zijn!

Zeg op, Tamino, is dat waar?



tamino

Geschwätz, von Weibern nachgesagt,

Von Heuchlern aber ausgedacht.



Geklets, door vrouwen rondgevent,

maar uitgedacht door huichelaars.



papageno

Doch sagt es auch die Königin.

Maar ook de koningin zegt het.

tamino

Sie ist ein Weib, hat Weibersinn.

Ze is een vrouw, met vrouweninborst.

[…]







chor

Entweiht ist die heilige Schwelle!

Hinab mit den Weibern zur Hölle!



Ontwijd is de heilige drempel!

Neer met die vrouwen, ter helle!






II. Aufzug, 8. Auftritt




pamina

Mein Vater –

Mijn vader –

königin

Übergab freiwillig den siebenfachen Sonnenkreis den Eingeweihten. Diesen mächtigen Sonnenkreis trägt Sarastro auf seiner Brust. Als ich ihn darüber beredete, so sprach er mit gefalteter Stirn: “Weib, meine letzte Stunde ist da – alle Schätze, so ich allein besaß, sind dein und deiner Tochter.” – “Der alles verzehrende Sonnenkreis” – fiel ich ihm hastig in die Rede – “Ist den Geweihten bestimmt”, antwortete er. “Sarastro wird ihn so männlich verwalten wie ich bisher. Und nun kein Wort weiter; forsche nicht nach Wesen, die dem weiblichen Geist unbegreiflich sind. Dein Pflicht ist, dich und deine Tochter der Führung weiser Männer zu überlassen.”

– droeg vrijwillig de zevenvoudige zonne­kring aan de ingewijden over. Deze zonne­kring draagt Sarastro op zijn borst. Toen ik met hem daarover sprak, sprak hij met gefronst voorhoofd: ‘Vrouw, mijn laatste uur is daar – alle schatten die ik voor mezelf bezat, zijn van jou en je dochter.’ – ‘Maar de alles verterende zonnekring’ – viel ik hem haastig in de rede – ‘Is bestemd voor de ingewijden’, antwoordde hij. ‘Sarastro zal hem even manhaftig beheren als ik tot nu toe. En nu geen woord meer; zoek niet naar wezenheden die voor de vrouwelijke geest onbegrijpelijk zijn. Jouw plicht is het, jezelf en je dochter onder de leiding van wijze mannen te stellen.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina