Mozart & 'Die Zauberflöte' Een lessenserie voor het voortgezet onderwijs in het kader van het Mozart-jaar 2006



Dovnload 447.98 Kb.
Pagina7/11
Datum22.07.2016
Grootte447.98 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11

Maar wat is dan wel echt mannelijk?


Nou, dat met de vrouwen is wel duidelijk. Maar hoe zit het met de mannen? Waarin behoren zij uit te blinken? Ze huizen in de „Tempel der Weisheit“, tussen de „Tempel der Natur“ en de „Tempel der Vernunft“ (rede, verstand). En hun belangrijkste eigenschap lijkt een standvastig vol te houden zwijgzaamheid te zijn.


I. Aufzug, 15. Auftritt




die drei knaben

Zum Ziele führt dich diese Bahn,

Doch musst du, Jüngling, männlich siegen.

Drum höre unsre Lehre an:

Sei standhaft, duldsam und verschwiegen.



Dit is de weg die naar je doel leidt,

maar overwinnen moet je, jongeling, op mannelijke wijze.

Dus luister goed naar onze lering:

wees vastberaden, zwijgzaam en geduldig.



tamino

Ihr holden Knaben, sagt mir an,

Ob ich Pamina retten kann.



Vertel mij, lieve jongens,

of ik Pamina redden kan.



die drei knaben

Dies kundzutun steht uns nicht an.

Sei standhaft, duldsam und verschwiegen.

Bedenke dies; kurz, sei ein Mann,

Dann, Jüngling, wirst du männlich siegen.



Dat te openbaren is ons niet vergund.

Wees vastberaden, zwijgzaam en geduldig.

Onthoud dat; wees, kortom, een man,

dan, jongeling, zul je op mannelijke wijze zegevieren.






II. Aufzug, 3. Auftritt




zweiter priester

[zu papageno]

Sehen kannst du sie [dein Mädchen], aber bis zur verlaufenen Zeit kein Wort mit ihr sprechen. Wird dein Geist soviel Standhaftigkeit besitzen, deine Zunge in Schranken zu halten? […]

Zien mag je haar, maar geen woord voortijdig met haar spreken. Zal jouw geest zo standvastig zijn dat ze je tong aan banden legt?

sprecher

Auch dir, Prinz, legen die Götter ein heilsames Stillschweigen auf; ohne dieses seid ihr beide verloren. Du wirst Pamina sehen, aber nie sprechen dürfen; dies ist der Anfang eurer Prüfungszeit.

Ook u, prins, leggen de goden een heilzaam stilzwijgen op; anders bent u beiden verloren. U zult Pamina zien, maar mag nooit met haar spreken; dat is het begin van uw proeftijd.


  • De juiste man voor de taak?


Waarom kiest de koningin uitgerekend Tamino uit om haar dochter te bevrijden? Die is nu niet bepaald de superheld die voor niets terugdeinst! Van het begin af aan al lijken zijn krachten tekort te schieten en moeten vrouwen hem uit de brand helpen…


I. Aufzug, 1. Auftritt




tamino

Zu Hilfe! Zu Hilfe! Sonst bin ich verloren,

Der listigen Schlange zum Opfer erkoren.

Barmherzige Götter! Schon nahet sie sich!

Ach rettet mich! Ach schützet mich!



Help mij! Help mij! Anders ben ik verloren, door deze sluwe slang tot prooi gekozen.

Barmhartige goden! Ze komt al dichterbij!

Ach, red mij! Ach, bescherm mij!


die drei damen

Stirb, Ungeheu’r, durch unsere Macht!

Sterf, monster, door onze macht!



I. Aufzug, 7. Und 8. Auftritt




papageno

(mit dem Schlosse vor dem Maul, winkt traurig darauf)

Hm! hm! hm! hm! hm! hm! hm!



(wijst bedroefd op het slot voor zijn gezicht)
Hm! hm! hm! hm! hm! hm! hm!

tamino

Ich kann nichts tun als dich beklagen,

Weil ich zu schwach zu helfen bin.



Ik kan niet doen dan je beklagen,

daar ik te zwak ben om te helpen.



erste dame

(zu Papageno)

Die Königin begnadigt dich,

(nimmt ihm das Schloss vom Maul weg)

Erlässt die Strafe dir durch mich.



(tot Papageno)

De koningin schenkt je genade –

(neemt het slot weg van zijn gezicht)

– scheldt jou door mij je straf kwijt.




  • En heeft een zwarte dan geen hart? Is hij niet van vlees en bloed?


In de “Tempel der Weisheit” worden slaven gehouden, zwarte slaven. En hun opzichter Monostatos, zelf een zwarte die door zijn ondergeschikten een “onbarmhartige duivel” wordt genoemd, heeft echt een serieus probleem: Hij mag blijkbaar net zo min als de “priesters” van die tempel een “Weibchen” hebben. Geen wonder dat-ie dan verzuurt! (En Mozart voelt blijkbaar met hem mee, want zijn aria is de enige die het voorrecht geniet door het titelinstrument, de fluit, te worden begeleid!)


II. Aufzug, 7. Auftritt




monostatos

[de slapende pamina besluipend]



Ha, da find ich ja die spröde Schöne! […] Bei allen Sternen, das Mädchen wird mich noch um meinen Verstand bringen! Das Feuer, das in mir glimmt, wird mich noch verzehren.

[…]


Es ist doch eine verdammt närrische Sache um die Liebe! Ein Küsschen, dächte ich, ließe sich entschuldigen.
Alles fühlt der Liebe Freuden,

Schnäbelt, tändelt, herzt und küsst;

Und ich sollt’ die Liebe meiden,

Weil ein Schwarzer hässlich ist?

Ist mir denn kein Herz gegeben?

Bin ich nicht von Fleisch und Blut?

Immer ohne Weibchen leben,

Wäre wahrlich Höllenglut!



Ah, daar heb je haar, het kuis viooltje! […] Bij alle sterren, dat meisje maakt me nog horendol! Het vuur dat in mij smeult, zal mij nog verteren.

[…]


Wat is het toch een verdraaid mallotig gedoe, de liefde! Een kusje, zou ik denken, kan toch geen kwaad.
Alles voelt de liefdesvreugde,

Minnekoost en dartelt, dolt en zoent;

enkel ik zou alle liefde moeten mijden,

omdat een zwarte lelijk is?

Heb ik soms geen hart gekregen?

Ben ik niet van vlees en bloed?

Altijd zonder vrouw te leven,

dat is waarlijk hellegloed!






1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina